Dag 390: stomende ketel

Desteni I ProcessTijdens het winkelen met mijn dochter moest ik in een winkel iets afreken. Beneden stond er een immense rij met mensen, dus stelde ik voor om naar boven te gaan waar het meestal stukken rustiger is. En inderdaad er stonden een 6 tal mensen toen wij aankwamen. Terwijl wij als 7e in de rij stonden werd er een tweede kassa geopend. Normaliter wordt er iet sin de trant van, de eerstvolgende mag hier aansluiten, gezegd, maar dat werd nu achterwege gelaten. Inmiddels hadden zich 2 dames zich in de rij van de tweede kassa verplaats, waarna niemand anders meer in de tweede rij ging staan. De 2e en de 3e mevrouw van de eerste rij waren met elkaar aan het grappen, waarbij de 3e zei: zal ik in de andere rij gaan staan dan zijn we straks gelijk aan de beurt. Direct daarop zei ze, nee dat ga ik niet doen. Op het horen van die woorden en niemand anders die in de tweede rij aansloot, stapte ik opzij en werd 3e in de tweede rij.

De 3e vrouw uit eerste rij keek naar mij en zei tegen haar vriendin: nu hoeft het dus niet meer. Ik schrok, had ik iets verkeerd gedaan schoot er door mij heen. Ik voelde conflict in mijzelf, had ik asociaal gehandeld? Nee, ik had toch heel goed gezien dat ik niet voordrong, maar dat niemand actie ondernam om in de tweede rij te gaan staan. Ik labelde de toon waarop de vrouw richting mij sprak als denigrerend en verwijtend en voelde mij klein en was bang dat het conflict dat ik van binnen voelde ook in mijn buitenwereld werkelijkheid werd. Ik zei snel tegen de vrouw: als je de indruk hebt dat je voor mij aan de beurt bent, dan mag je van mij voor, en ik maakte een handgebaar om haar voor te laten gaan. Ik zei dit niet op een kleinerende toon, ik zei dit vanuit inferioriteit en de angst dat de vrouw een confrontatie of conflict zou starten.

De vrouw keek haar vriendin aan en zei: met haar ga ik niet in discussie. Ook dit ervoer ik als denigrerend en ik wist zeker dat dit een drama ging worden. Het was zeer onrustig van binnen en ik wist dat ik iets voor mijzelf moest doen, ik moest er zijn voor mijzelf. Ik besloot kalm te blijven en het woord kalmte te leven. Ik keek de vrouw niet meer aan en focuste mij op mijn ademhaling en het afrekenen van mijn spullen. De vrouw zei inderdaad niets meer tegen mij en aangezien ik eerder klaar was dan haar, liep ik met mijn dochter de winkel uit.

Tijdens dit voorval had ik vanbinnen als een kokende fluitketel gevoeld, vooral niet het fluitje er vanaf halen anders zou de hete stoom ontsnappen. Er was niets door mijn hoofd gegaan van wat ik terug had kunnen zeggen, wat ik normaal wel heb. Ook gebeurd dit nog weleens een dag later, maar ook dat bleef uit. Maar eenmaal buiten de winkel moest ik van mijn dochter weten of ik asociaal gereageerd en gehandeld had. Ik bleef een beetje rondjes draaien om te zien waar ik fout had gezeten en nam het mij persoonlijk wat de vrouw had gezegd en hoe ik de vrouw haar houding naar mij toe had gelabeld. Ik kon eigenlijk niet geloven dat de ander mij een voordringster vond mij  vervolgens niet waardig genoeg vond om een eventueel misverstand op te lossen. Ik nam het dus duidelijk wel persoonlijk en ik had mij wel degelijk aangevallen gevoeld, maar door kalm te blijven kon ik de situatie niet laten escaleren, als dat al het geval was.

Geen enkel moment heb ik het van de vrouw haar kant bekeken, natuurlijk zal ik er nooit achterkomen zonder het haar te vragen, wat maakte dat zij zo reageerde op mij. Ik wist dat ik niet verkeerd zat en toch schrok ik. Ik had ook kunnen vragen of zij eigenlijk toch van rij had willen wisselen, maar eerlijk gezegd heb ik geen idee of dat ook als olie op het vuur was geweest. Wat voor mij belangrijk is voor een volgende keer dat iets dergelijks gebeurd, te weten dat ik niet hoef te twijfelen aan mijzelf. Geen innerlijk conflict hoef aan te gaan met mijzelf en zo dus ook een geen conflict te vrezen buiten mijzelf met de ander als een weerspiegeling van wie ik ben in dat moment.

Ik voelde mij naar naderhand, omdat ik mijzelf als mindere had opgesteld en dus de situatie gepolariseerd had. Ik had het voor mijzelf ingewikkelder gemaakt dan nodig was geweest.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te doen geloven vanuit een gevoel van inferioriteit dat ik fout zat terwijl ik wist dat ik niet fout zat, waardoor ik conflict binnenin mijzelf creëerde en vervolgens vreesde dat dit conflict ook in mijn buitenwereld zou uitspelen.   

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te vrezen dat er conflict zal ontstaan in mijn buitenwereld, maar het acceptabel vind dat er innerlijk conflict zich in mij afspeelt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de denigrerende toon die ik bij de vrouw bespeurde persoonlijk te nemen al op het moment dat ik het als denigrerend labelde en vanaf dat moment mij zo klein mogelijk maakte om niet haar slachtoffer te worden door zo aardig mogelijk te blijven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbaasd te zijn dat mijn actie/handeling dit veroorzaakte, terwijl deze situatie zo indruiste tegen mijn verwachting van wat er had moeten gebeuren, dat mijn projectie van de toekomst in frictie kwam met de werkelijkheid en mij een surrealistisch gevoel gaf, met gedachten als: dit kan niet waar zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de vrouw in mijn geest als naar en agressief af te schilderen, wat als gevolg heeft dat dit ene moment van interactie een indruk bij mij achterlaat die als ik haar nog eens zou ontmoeten in een andere setting, ik haar direct al niet zou mogen en dus niet het moment zou beleven maar het moment gefilterd door het verleden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik deze situatie beleeft heb zoals ik hem beleeft heb, omdat ik ben meegegaan in opinies en angsten, waardoor deze mevrouw haar eigen innerlijk conflict ineens ook mijn conflict werd en ik mij liet mee zuigen in iets dat niet van mij was en waar ik ook geen verantwoordelijkheid voor had kunnen nemen, anders dan mijn zelfverantwoordelijkheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat we beiden reageerden op onze innerlijke conflicten en wel in communicatie waren met elkaar, maar eigenlijk ook niet, maar omdat het allebei om conflict ging en de energie van conflict er aan te pas kwam het ineens heel werkelijk leek, terwijl het niets met elkaar van doen had in essentie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet te verplaatsen in de ander waar de ander eigenlijk wil terugkomen op een beslissing maar dan te laat is en een ‘fuck’ moment heeft, waarbij ik het ‘fuck’ moment aan de nader had kunnen laten en niet persoonlijk had hoeven nemen alsof het mijn eigen ‘fuck’ moment was waarbij ik even dacht dat ik fout zat en asociaal gehandeld had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te vrezen dat ik mogelijkerwijs niet als een goed persoon gezien zou worden, maar als een voordringster die anderen benadeeld en te denken dat dit het einde van de wereld betekent als ik zo te boek zou staan, bij het handjevol mensen die aanwezig waren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de vrouw te oordelen als naar en te beschuldigen van asociaal en onacceptabel gedrag, terwijl ik niet weet wat haar startpunt was en of die inderdaad van uit onacceptabele gedachten en opinies voortkwam.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf in toom te houden door het woord ‘kalmte’ in het moment te leven, maar het direct weer los te laten zodra de vrouw uit mijn werkelijkheid was verdwenen en ik koortsachtig ging denken en redeneren over het voorval om mijzelf vrij te pleiten van elke vorm van blaam.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om energie in mijn praten toe te laten na afloop van het voorval en mij alsnog door mijn geest te laten meeslepen in gedachten die mij laten voelen dat ik in mijn gelijk stond en ik mij niet realiseerde in dat moment dat deze gedachten mij laten zien waar ik sta in mijn proces en wat ik ten aanzien van conflict en schuldgevoel nog te doorlopen heb.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om reacties te hebben op het feit dat ik als voordringster wordt gezien wat maatschappelijk gezien niet een positief woord is en iets is waar ik niet mee geassocieerd wil worden om zo niet meer te kunnen geloven dat ik een goed mens ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor wat er in mij zat, tijdens deze situatie met de vrouw, aan onaardige woorden of gevatte woorden die er mogelijkerwijs uit zouden kunnen komen en het conflict een aardige push zouden hebben gegeven. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn geen controle over mijn eigen woorden te hebben en de woorden die ik zou kunnen spreken in afscheiding van mijzelf zie, waarbij ik geen zelfverantwoordelijkheid kan nemen, omdat mij dit immers overkomt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te zijn op de vrouw voor hoe ik mij voelde en mij niet te realiseren dat alleen ik mijzelf een bepaalde manier kan laten voelen en niet de ander, dus in feite boos op mijzelf te zijn dat ik mijzelf minder voelde en schuldig acht aan iets waarvan ik weet dat ik er niet schuldig aan ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf vervelende ervaringen te geven die niet nodig zijn voor mijzelf als een geheel van geest en lichaam, maar in afscheiding van mijn lichaam, als geest een manier zijn om de geest met de energie van frictie en angst te voeden en in stand te houden als afgescheiden entiteit.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om de emotionele aangelegenheden van een ander persoonlijk te nemen, dan stop ik en adem. Ik realiseer mijzelf dat mijn geest altijd in staat zal zijn iets uit de ander zijn innerlijk gevecht te halen en te doen geloven dat ik daarmee te maken heb of verantwoordelijk voor ben. En dus, ga ik de verbintenis met mijzelf aan om eerst te checken of de eerste gedachten die ik heb tijdens een interactie met een ander objectief zijn, of subjectief en mij dusdanig sturen in mijn waarneming van de situatie en mijn handelen in de tweede plaats. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om te letten op mijn ademhaling bij een eerste interactie en de woorden waar te nemen los van gedachten over de woorden en elke gedachte bewust voorbij te laten komen om vervolgens ook weer te laten gaan en niet mij te laten aansturen, waarbij ik mij realiseer dat dit een proces is en oefening nodig heeft.

Wanneer en als ik mijzelf innerlijke conflicten zie accepteren en goedkeuren, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat het goedkeuren en accepteren van conflict, conflict doet aantrekken en zo mijn angst laat uitkomen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om conflict in mijzelf te stoppen en waar te nemen voor wat het is en niet te voeden nog te volgen, bewust te zien waar het conflict over gaat en zo mijn patronen aan te pakken die hier aan ten grondslag liggen, door woorden te leven die een andere wending kunnen geven aan het omgaan met deze bepaalde patronen.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om door inferioriteit conflict te sussen, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik vanuit een gepolariseerd startpunt conflict niet kan stoppen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om conflicten niet te sussen maar te voorkomen door polariteiten te stoppen in het moment, door niet aan mijzelf te twijfelen en schuldig te voelen als ik diep van binnen weet dat er niets is om aan te twijfelen of schuldig over te voelen.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om een ander te labelen door de gedachten die ik heb in een bepaalde situatie met de ander, dan stop ik en adem. Ik realiseer mijzelf dat ik mij en de relatie met de ander beperk door de relatie voortaan alleen nog te zien door de ogen van dit ene moment. En dus , ga ik met mijzelf de verbintenis aan om anderen in elk moment weer opnieuw te leren kennen door te zien wie zij en wie ik ben in elke nieuwe ontmoeting, zonder het verleden als blauwdruk eroverheen te leggen.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om als een goed persoon gezien wil worden, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik mij in polariserende gedachten bevind en dus niet objectief de mijn situatie kan duiden en waarnemen. En dus, ga ik de verbintenis met mijzelf aan om het goed en fout los te laten en in elk moment te bepalen wie ik wil zijn in dat moment en daar naar te handelen en te leven.

Dag 389: Heb je een voornaam of ben je jouw voornaam?

Vilten Sleutelhangers met naam gepersonaliseerdBinnen een studiegroep ontstond er een discussie over namen en naamsherkenning, wat mij later nog eens deed nadenken over mijn eigen voornaam en mijn relatie ermee. Een voornaam is iets dat we zo vaak in ons leven hebben gehoord dat we er als het ware één mee geworden zijn. Als je jouw voornaam hoort roepen/zeggen, dan ben je ineens hier, alert en klaar om te reageren. Ook al horen we onze naam van verre, uit vele verschillende klanken kunnen we onze naam toch ontcijferen.

Wanneer er nu iemand in onze omgeving is die dezelfde naam heeft en je geroepen wordt maar het is niet voor jou bedoelt, dat voelt enigszins onaf. Alsof je alert en klaar bent voor een wedstrijd en dan op het reservebankje wordt geplaatst. Dit is iets dat ik vroeger op school wel had met naamgenoten in de klas.

Wat ik mij nu realiseerde naar aanleiding van de discussie die ik had, is dat mijn naam niet zeer ingewikkeld is, maar best vaak fout wordt geschreven of zelfs wordt vervormd tot een compleet andere naam. En daar gaat het voor mij mis, ik ervaar het als niet leuk wanneer mijn naam fout wordt geschreven. Met name wanneer iemand mij terug mailt en mijn naam voor zich ziet staan op het scherm, of met mij in een Skype gesprek is en voortdurend mijn naam ziet staan als ik iets type, en dan toch mijn naam anders spelt. Het voelt alsof ik tekort wordt gedaan.

Maar wacht eens even dacht ik toen, hoe kan ik tekort worden gedaan als persoon wanneer mijn naam fout wordt gespeld? Ik heb een naam maar ik ben niet mijn naam. Dus hoe kan ik dit zo persoonlijk nemen? Want dat is hoe ik het ervaar, een persoonlijke aanval op mijn naam. Het hangt af van de situatie waarin ik ben, maar als het kan dan zal ik de gelegenheid nemen om de ander duidelijk te maken dat ik zo niet heet of dat mijn naam zo niet geschreven wordt. Kan dit niet, dan zit ik vaak tandenknarsend achter mijn computerscherm mijzelf op te winden.

Het eerste wat ooit tegen mij gezegd werd was mijn naam. Als men mij vroeg wie ik was, dan zei ik mijn naam. Ik ben mijn naam geworden en wie aan  mijn naam komt, komt aan mij. Dus vroeg ik mij af wanneer ik, om welke reden dan ook mijn naam zou moeten veranderen, of dat zou betekenen dat ik niet meer ben wie ik ben? Nee, was daarop mijn antwoord. Mijn naam is als het ware een sticker die op mij is geplakt door mijn ouders en straks een herkenning op een graf of urn om aan te duiden dat ik dat was.

Dus bedacht ik mij dat ik die connectie met mijn naam, die vereenzelviging maar eens los moet laten. Dat ik maar eens moet stoppen met het mij opwinden over een fout geschreven naam. Immers de ander ziet mij niet anders als ze mijn naam anders spellen. En ik kan allerlei redenen bedenken waarom de ander mijn naam niet correct kan gebruiken, maar ook dat is zonde van mijn energie.

Door het lopen van het Desteni I Process kom ik er juist steeds meer achter wie ik wel en wie ik niet ben of wil zijn. Daar leer ik dat ik door zelfvergeving dit soort connecties los kan laten en kan corrigeren door dit te oefenen in mijn dagelijkse leven, net zo lang totdat het mij echt lukt om het los te laten. Te ademen als ik mij wil gaan opwinden en mij te herinneren dat het nergens toe dient om mijn naam te zijn. Mijn ouders gaven mij een naam en de Staat der Nederlanden gaf mij een burgerservicenummer. Een naam of nummer geeft eigendom aan, ik ben van mijn ouders want ik ben hun kind, en ik ben van de staat omdat ik belastingbetaler ben. Maar in beide gevallen ben ik wie ik ben, dat kan geen letter of cijfer veranderen, behalve ik zelf.

Hoe zit dat met jouw naam, hoeveel hecht jij daaraan?

Dag 388: er is au en wat doen we ermee?

Screen Shot 2016-06-09 at 10.42.56De laatste jaren ben ik mij steeds meer bewust geworden van het feit dat realistisch gezien de dag zich kan aandienen dat mijn ouders komen te overlijden. Jaren geleden zou zo’n bewustwording mij nerveus hebben gemaakt en een akelig gevoel hebben gegeven. Dus wat is er anders, wat is het verschil tussen nu en toen? Toen leunde ik op de mening van mijn ouders, als ze lang op vakantie waren dan gaf mij dit een gevoel van hen niet binnen handbereik te hebben. Naarmate ik zelf ouder werd, mijn Desteni proces ging lopen en steeds meer over mijzelf leerde, zag ik hoe ik mij afhankelijk had gemaakt van dingen die mijn ouders goed konden/kunnen en die ik als een soort van uniekheid op hen had geplakt. Het kwam nooit in mij op om te zien, of ik dat wat ik als uniekheid beschouwde, ook zelf bezat of kon ontwikkelen. Het was meer gemak dient de mens, mijn vader is goed in dit en dat en dus maak ik daar gebruik van. Als mijn vader zou komen te vervallen dan kan ik daar dus geen gebruik meer van maken, ik zou dan afgesloten worden van een ‘dienst’ als het ware. Dit geeft al een beetje aan hoe een rouwproces niet zozeer om liefde gaat en het verliezen van liefde, maar eigenlijk een zeer egoïstisch verhaal is en je jezelf voelt afgesneden van bepaalde behoeften in jezelf die de ander vervulde.

Als een natuurlijk proces begon ik te kijken wat ik het meest zou missen als mijn ouders er niet meer zouden zijn en heb ik in zelfoprechtheid gekeken of ik mijzelf dat kan geven, en zo niet waarom ik van mening was dat dit niet ging. Zodra ik dacht dat ik het niet in mij had, dan speelden er meestal opinies over mijzelf een grote rol en daardoor weerstanden die leken te bevestigen dat dit niet in mijn aard lag om te kunnen. Wat eigenlijk wel grappig is, want als de ander een half leven erover heeft gedaan om een bepaald talent te ontwikkelen, dan kan je ook niet van jezelf verwachten dat jij dit dan zo even doet. De vraag is natuurlijk of je bepaalde talenten of potentie binnen jezelf wil ontplooien, of je er klaar voor bent of dat je tijd in andere dingen wil investeren en iemand anders zoekt die deze dienst kan overnemen zodra de dood deze dienst afsnijd.

Een rouwproces, waarmee ik niet het eerste verdriet bedoel, is een proces waarin we bezeten raken met de herinneringen over de ander. We willen de ander als het ware levend houden door de herinneringen levend te houden in ons hoofd. Dit doen we dan op zo’n manier dat we onszelf vastzetten in deze herinneringen en zo onszelf als leven ook vastzetten. Waarbij herinneringen een soort van afweermechanisme wordt om de ander levend te houden, zodat we de angst om alleen te zijn met onszelf niet te hoeven ervaren. We geven vorm aan de ander in ons hoofd en wordt een fantasie partner/vader/moeder/broer/zus/kind etc. Op dat punt geloven we met zekerheid dat we niet verder kunnen leven zonder de ander en vragen af wat de ander van dit en dat vindt, waarbij wij zelf verzinnen wat de ander zou hebben kunnen gezegd. Zinnen als: “als je vader er nog was geweest dan had hij dit niet goed gekeurd of dan had hij trots op je geweest.” We weten allemaal dat we niet voor een ander kunnen praten, maar als het om de doden gaat dan is dat vaak wel geoorloofd. Eigenlijk zouden er alarmbellen af moeten gaan wanneer we gaan praten voor een dode, om dan te zien dat we bezeten zijn met de ander, en niet in staat zijn om los te laten en te leven. Wat min of meer gelijk staat aan er zelf ook niet meer zijn. Een rouwproces is een proces van eigenbelang en angst voor het nemen van zelfverantwoordelijkheid om je eigen leven weer op de rit te krijgen en te leren van wat de ander je ooit gaf en te onderzoeken of je dit aan jezelf kan geven.

Als we in het woord ‘rouw’ de ‘o’ voor een ‘a’ vervangen dan krijgen we ‘rauw’. We krijgen de rauwe, ongecensureerde versie van onszelf te zien en staan dan voor de keuze of we daar verandering in willen aanbrengen of niet. Het woord ‘rauw’ zegt het al ‘r’ ‘auw’, ‘er is au’, er is pijn en we kunnen dit wegdrukken/onderdrukken, maar we kunnen dit pijnpunt ook als een geschenk zien, wat voor ons een deur opent om onszelf te geven en niet af te nemen zoals we doen in een rouwproces.

Terwijl ik dit proces liep om te zien of ik dingen op eigen kracht kon gaan doen, door mij de talenten die ik bewonderende en afnam bij mijn ouders probeerde eigen te maken, stuitte ik op meer dan ik in eerste instantie in de gaten had. Ik was eigenlijk al vrij snel met de talenten van mijn vader aan de slag gegaan en kon mij daar in vinden en dat zag ik mijzelf langzaam maar zeker eigen maken. Wat mijn moeder betrof, daar was een groot niets. Eerst onderdrukte ik dit, totdat het zo overduidelijk was en ik met mijn partner hierover in gesprek ging. Alles wat ik opnoemde over mijn moeder zag ik als zwak en negatief en mijn partner zag in al die dingen mogelijkheden, potentie en kracht. Dit opende enorm mijn ogen en eigenlijk was het niet nieuw, maar ik vond het ook te gek voor woorden om mijn moeder te herinneren al s’niets’ en mijn vader als de getalenteerde, alleen maar omdat ik mij liever identificeerde met zijn talenten en potentie dan hoe ik die van mijn moeder had geïnterpreteerd. Mijn ouders zijn er nu nog, ik kan nu nog van hen leren en vragen hoe ze zover gekomen zijn om dat talent te ontwikkelen. Het zou dus weinig effectief zijn om mijn moeder als ‘niets’ af te schilderen, terwijl dat ‘niets’ in mij zit en van mij komt en helemaal niets met wie mijn moeder is te maken heeft. Het zegt meer over mij dan over mijn moeder.

Dus wat begon als een natuurlijk proces is nu door ontwikkeld in een meer bewust proces waar ik in oprechtheid naar mijzelf kijk en juist de reacties en weerstanden gebruik om mijzelf beter te begrijpen i.p.v. alleen positieve te willen zijn en niet willen inzien wat voor een beeld je over de ander hebt ontwikkeld.

Nu ben ik begonnen dit proces van ‘er is au’ te duiden en niet onder het tapijt te schuiven, kan ik ook zien dat dit proces eigenlijk veel verder gaat. Wat opgaat voor mijn ouders gaat ook op voor een ieder ander waar ik hoe dan ook mee in aanraking kom, echt of virtueel. Het kijken naar wat de ander je geeft en zien hoe je dit aan jezelf kan geven, is niet alleen van toepassing op oude mensen die statistisch gezien sneller komen te overlijden. Dit is van toepassing op iedereen. Het moment dat ik denk: “oh kon ik dat ook maar”, is het moment van naar binnen kijken in zelfoprechtheid waarom die jaloezie daar is en waarom ik denk dat ik dat niet in mij heb. Dit is een proces waarbij je jezelf niet alleen gunt je beste zelf te zijn, in de momenten van verassing zitten de grootste geschenken verpakt. Want je leert jezelf kennen, waarbij je de kans krijgt niet jezelf te veroordelen maar te zien dat dingen anders kunnen waardoor je opstijgt boven je eigen gemaakte beperkingen van jezelf. Dat geeft kracht, om te zien dat als je jezelf richting geeft er veel meer mogelijk is dan je voor mogelijk hield. Jammer dat we vaak gelukkig denken te zijn met een beperkte of afgezwakte versie van onszelf, het kan zoveel beter. En als wij beter kunnen als een onderdeel van het geheel, dan is het niet moeilijk te bedenken dat het geheel als onze samenleving en alle processen die komen kijken bij het leven op een planeet ook veel beter kunnen. We zouden nee moeten zeggen tegen middelmatigheid en ja zeggen tegen het leren kennen van onszelf en onszelf als onze samenleving.

Dag 387: de fundering ben je altijd zelf

Boerderij_Arpisson_(2327m.)_boven_Gimillan_in_Cogne_Valley_(Italië)._Beklemmende_leegte_boven_de_boerderij_aan_het_eind_van_het_dal_02De afgelopen tijd vertoefde ik in het dal van mijn gedachten, ik daalde af naar de plek waar gedachten echt lijken, waarvan ik wist dat het daar niet goed toeven is. Toch kun je soms dingen weten, maar niet altijd op het juiste moment toepassen. Daarnaast kunnen we met onze ‘geest’ dingen zo voorspiegelen dat we echt even pas op de plaats moeten maken, ons zelf vertragen om vervolgens te zien dat we niet met de realiteit te maken hebben.

De gedachten die ik geloofde waren van een dwingende aard, ik had het ‘gevoel’ dat ik ergens in gedwongen werd. Nu weet ik dat wanneer ik ‘het gevoel heb dat’, er toeters en bellen af horen te gaan. Maar het was stil in het dal der gedachten. Het werd een gevecht met mijzelf in het dal der gedachten. Nu weet ik dat niemand mij kan dwingen of bewegen om iets te doen, de uiteindelijke keuze/beslissing om ergens in mee te gaan ligt altijd bij mijzelf. Ik maak de afwegingen, ook al lijkt de keuzemogelijkheid soms zeer beperkt en moeten we soms kiezen tussen twee kwaden. Toch is het altijd een keuze en ligt die altijd bij onszelf. Zo ook nu, waar er al heel lang iets aangeprezen werd en waar ik niet op inging, omdat het niets voor mij was op dat moment in mijn leven. De aanbiedingen werden steeds dwingender en men ging  over tot het aanpraten van een schuldgevoel. Dit was het moment waarop mijn ‘geest’ mij mededeelde dat er geen keuze meer was, het was mijzelf overgeven of…Of wat? Daar kreeg ik geen antwoord op wat er dan voor gevolgen zouden volgen. Ik vroeg het ook niet, ik was in de ban van de angst dat een ander mijn keuzes ging maken en ik geen vrije wil meer zou hebben. Dit vond allemaal plaats in het dal der gedachten, het was niet echt, ik beleefde het als echt.

Als tegenreactie op de mogelijkheid dat ik geen keuzevrijheid meer zou hebben, moest ik mijn hakken in het zand zetten en het aanbod minder maken dan mijzelf, aldus mijn ‘geest’. Dezelfde ‘geest’ die mij al mijn hele leven bijstaat en mijn beste adviseur is geworden, aldus mijn ‘geest’. Samen vechten we voor vrijheid, aldus mijn ‘geest’. Hoe kon iemand op zo’n nare manier iets aanbieden, ging er nog door mij heen, straks smeren ze het mij aan en wat dan? Dan zit ik in een situatie die ik niet wens.

Tijdens mijn verblijf in het dal der gedachten kwam het nooit in mij op dat ik het aanbod ook kon afslaan, omdat ik mijn eigen keuzes mag maken, onder welke invloeden ik dit dan ook doe. Ik kan zeggen, nu even niet, en daar hoef ik het aanbod niet minder dan mijzelf voor te maken. Het aanbod blijft het aanbod, en is het nu niets voor mij, dan kan het op een ander tijdstip wel iets voor mij zijn of het zal het nooit mijn keuze worden. Dit hangt allemaal samen met de mate van zelfoprechtheid die ik hierin heb in het moment van keuze. Laat ik mij beïnvloeden of kan ik de keuze maken omdat ik mijzelf vertrouw?

En die wetenschap werd mijn vitale verbindingslijn om het dal der gedachten te verlaten, de wetenschap dat ik eerst op mijzelf moet vertrouwen om een keuze te maken en dat dit niets te maken heeft met de keuze die mij wordt geboden door een ander. Ik hoef de ander niet te vertrouwen, ik moet mijzelf vertrouwen zodat ik weet dat ik heb gecheckt of wat de ander aanbied recht door zee is en mij niet in de problemen brengt. Het vertrouwen ligt geheel aan mijn zijde en dus als een gevolg daarvan ook de keuze.

Inmiddels sta ik weer met beide benen in mijn eigen kracht en heb ik het dal der gedachten verlaten. Wel heb ik een wijze les geleerd, waarvan ik de inhoud al kende maar niet altijd consequent doorvoerde in mijn leven. Ik ben degene op wie ik moet kunnen bouwen, niet een ander en niet de ‘geest’ die mij op dwaalsporen zet voor eigen gewin. Ik sla het aanbod nu af en wie weet wat de toekomst zal brengen.

De fundering dat ben ik zelf en als de fundering scheurtjes vertoont dan kan ik dat repareren, ook kan ik preventief al kijken of er sprake is van betonrot of een slechte deklaag om zo nare gevolgen te voorkomen. Als ik als een huis sta, dan kan ik niet alleen op mijzelf bouwen, maar de mensen in mijn omgeving kunnen dan ook op mij bouwen. Het is geen leuk idee om te weten dat men op je bouwt wanneer je zelf weet dat jouw fundering een verzameling is van reactieve gedachten. Dat wil ik voorkomen, geen dal der gedachten voorlopig voor mij en mocht ik er toch terecht komen dan vertrouw ik op mijzelf dat ik daar ook weer wijzer uitkom.

Dag 386: veranderen in het belang van allen

leren-zelf-veranderenIk besloot om na veel innerlijke strijd over hoe een situatie aan te pakken en hoe in de situatie te staan, om te veranderen. Om mij over mijzelf als ego heen te zetten en te zoeken naar oplossingen, zodat ik mij zo kon opstellen dat mijn houding en de situatie in het belang van allen was. Ik was trots op mijzelf dat ik dit besluit had kunnen nemen en dat ik een verbintenis met mijzelf aanging om als eerste te veranderen binnen een situatie waar het mij leek dat niemand wilde veranderen vanuit tevredenheid binnen hun comfortzone.

Het moment dat ik mijn verbintenis en correctie van mijzelf toepaste, deed ik dit vanuit goede intentie en hoop dat voorbeeld zou doen volgen, hoop dat als één schaap over de dam is, het niet meer zo eng voor de anderen zou zijn om te volgen. In eerste instantie leken mijn plannen tot verandering de anderen te prikkelen en reageerde men enthousiast op wat zij dachten dat de verandering in zou houden. Echter in plaats van uiteindelijk mee te gaan in mijn veranderde houding en voorstellen, ging men opslot, er was weerstand. Vanuit de weerstand ontstond angst en waren er zelfs een aantal die met de hakken in het zand gingen staan om de verandering niet te omarmen en toe te passen. Ik wilde de anderen wel overtuigen, maar zag dat ik beter niet kon pushen en de beslissing geheel aan hen zelf te laten, ook al was ik teleurgesteld over de uitkomst. In dat moment nam ik de afwijzing op (mijn) verandering persoonlijk en nam ik het hen kwalijk dat we in een impasse zouden blijven zoals die altijd al had bestaan. Opnieuw vond ik het dus moeilijk om over mijn ego heen te stappen.

Ook al was mijn realisatie en verbintenis om te veranderen, een oplossing die zeker in het belang van allen was, ik had een aspect over het hoofd gezien. Ik was geleidelijk door de tijd heen tot een realisatie gekomen dat we zo niet verder konden, dat er verandering nodig was en dat verandering altijd eerst bij jezelf plaatsvindt. De ander had dit proces van realiseren en bereid zijn om te veranderen niet of nog niet doorgemaakt. We zaten niet op hetzelfde punt, op het moment dat ik verandering aankondigde door mijn handelen, wat weerstand en angst bij de anderen opriep en zij verandering helemaal niet zagen zitten. Zij waren tot op heden tevreden geweest in hun comfortzone en ik wilde hen daaruit halen met verandering. Dit was achteraf gezien niet de weg om te gaan en tot verandering te komen die ik had gezien als in het belang van allen.

Het punt dat ik binnen deze groep wilde aanpakken was het elkaar beter leren kennen zodat er minder onbegrip en aannames over elkaar gedaan zouden worden en waardoor we op een gelijkwaardige manier met elkaar zouden om kunnen leren gaan. Het is mij inmiddels duidelijk dat ik die verandering voor mijzelf kan en mag doorvoeren, maar dat het te utopisch is om te verwachten dat anderen dit samen en tegelijk met mij willen doen als ik hen daarmee overval. Ik ga dan ook een nieuwe verbintenis met mijzelf aan door mijzelf meer te delen met de ander, ook als er geen directe belangstelling blijkt te zijn, kleine punten te delen die de ander kan prikkelen om elkaar beter te leren kennen. Wanneer men gewend is aan mijn andere benadering kan dat de ander ook op het idee brengen om meer te delen en te vragen aan anderen.

Wat ik hiervan geleerd heb is dat het halen van iemand uit zijn comfortzone, zonder dat de ander hierom vraagt, door middel van verandering een enorme schok voor de ander is wat weerstand en angst teweeg brengt. En dat verandering eerst bij jezelf dient plaats te vinden en niet iets is dat je met elkaar moet doen omdat het allen aangaat. Ik had eerst in de schoenen van de ander kunnen gaan staan om te snappen hoe het zou voelen om uit mijn comfortzone gehaald te worden door middel van verandering, waardoor ik had kunnen voorspellen hoe de ander zich naar alle waarschijnlijkheid zou voelen.

In eerste instantie pakte ik het op als een teleurstelling, maar ik kan nu ook zien dat door schande en schade ik wijzer wordt. Ik heb deze situatie niet zozeer verkeerd aangepakt, ik heb iets uitgetest wat mij duidelijk maakte welke stappen ik had overgeslagen.

Door ‘verandering’ te willen teweegbrengen vanuit een algemeen geaccepteerde visie dat ‘één iemand de eerste moet zijn’ overzag ik niet dat het mij ging om de verandering an sich net als het in staat zijn tot verandering, en dus mij zo beter te voelen, beter dan de ander en beter als positiever over mijzelf, waardoor ik in het geheel voorbij ging aan de ander waar het mij nou juist om te doen was, het nader tot elkaar komen en niet het uit elkaar drijven van elkaar zoals nu op kleine schaal gebeurde. Ik heb inmiddels geen spijt of schuldgevoelens meer van mijn actie, aangezien ik heel goed heb kunnen zien wat mijn daden vanuit een niet volledig zelfoprecht standpunt kunnen doen met anderen en een situatie. Ik heb geleerd, zoals het leven één grote leerschool is, dat we elkaar niet opzettelijk moeten schaden, maar waar we wel de consequenties van ons handelen onder ogen kunnen zien en onszelf zodanig te corrigeren dat dit éénmalige acties zijn van waaruit we verder groeien en leren.

Dag 385: waarom geef je mij snijbloemen?

moederdag-630x368Er kwam visite die een grote bos met snijbloemen meenam, ze stelden voor om de bos in een vaas te zetten. Aangezien ik geen vazen in huis heb, simpelweg omdat ik geen snijbloemen in huis haal, probeerde ik in enkele seconden te bedenken wat een correct antwoord was waardoor ik niemand voor het hoofd stootte, maar wel de feiten weergaf. Dus zei ik: “ik heb geen vaas”. Dat leek mij in het moment het beste antwoord. Dit maakte de gever van de bos snijbloemen en de rest van het gezelschap zenuwachtig. Hier had ik niet op gerekend. Eén persoon bedacht dat ze net bij Ikea wat vaasjes hadden gekocht en haalde die uit de auto. De gever van de bos stond erop de bos op de vaas te zetten. Ik liet het gebeuren omdat ik zag dat dit voor de ander echt hetgeen was dat gedaan moest worden, om deze voor hen overduidelijke ongemakkelijke situatie te beëindigen.

Eerst snapte ik niet hoe zulke eenvoudige woorden mensen zo in rep en roer konden brengen. Door alles nog eens de revue te laten passeren werd het mij enigszins duidelijk. Ik zei: “ik heb geen vaas”, maar ik dacht: “het is toch best typisch dat we elkaar 20 jaar kennen en ze nog steeds niet weten/zien dat ik geen snijbloemen en planten in huis heb, ze willen mij gewoonweg niet leren kennen”. Ik voelde duidelijk de desinteresse in mij als persoon, die ik al 20 jaar voel, en die ik naar alle waarschijnlijkheid liet doorklinken in de neutrale tekst die ik dacht te spreken. Die lading werd opgepikt en de gever tezamen met het gezelschap kwamen wellicht ook tot de conclusie dat ze mij inderdaad niet kennen als persoon. En ja, wat doen we dan als mens als we niet met de werkelijkheid geconfronteerd willen worden, de situatie redden en het er vooral niet meer over hebben. Dus de bos snijbloemen werd op tafel gezet, het vaasje mocht ik houden en klaar is Kees.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te worden bij het krijgen van een bos snijbloemen en het de gever kwalijk neem zich niet genoeg in mij verdiept te hebben om iets te geven wat bij mij past.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbaasd te zijn dat ik iets krijg, aangezien de bijeenkomst niet voor mij of over mij ging en ik het slecht faciliteerde, wat mij duidelijk maakt dat ik niet snapte waarom iemand mij iets zou willen geven aangezien ik mijzelf onbewust niet zoveel waard vind dat ik iets hoor te krijgen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te zijn dat de gever zich nooit in mij geïnteresseerd heeft, en ik de gever beschuldig van het mij, vanaf dag 1 dat ik de gever ken, met de nek aan te kijken, waarbij ik dit dus persoonlijk heb genomen en de gever heb gelabeld als iemand die denkt meer te zijn dan een ander en dan mij.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door te denken dat de gever zich meer voelt dan mij dat ik mij dus automatisch minder moet voelen, waardoor ik bij elke ontmoeting of gedachte aan de gever een gevoel van boosheid ervaar omdat ik mij minder voel, wat een ervaring is die ik niet wil beleven omdat die resoneert met de basisgedachte/opinie die ik over mijzelf heb en waar ik alles voor doe om die niet te hoeven ervaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij nooit te hebben gerealiseerd dat sommige mensen sociaal onhandig zijn en zich geen houding weten te geven waarbij ze hetzij uit de hoogte doen of zich onzichtbaar maken, maar dat dit iets van hen is en niets met mij van doen heeft.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik mijzelf op een correcte wijze aanstuurde, in het bijzijn van een gezelschap waar ik mij niet op mijn gemak voel en zelfs op mijn hoede ben, terwijl er op de achtergrond in mijn ‘geest’ van alles gaande was.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de gever en het gezelschap als de bron van het kwaad te zien en mij niet te realiseren dat ik op deze manier met mijzelf werd geconfronteerd en dit alles met mij te maken had, waar ik de vruchten van kan plukken wanneer ik besluit mijzelf te corrigeren en anders in het verhaal te gaan staan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de situatie niet direct terug te brengen naar mijzelf en toch eerst te moeten wijzen met mijn vingertje om dat ‘kutgevoel’ van minder zijn proberen te elimineren/opheffen, terwijl de bron en de oplossing beiden in mij zitten en de buitenwereld slechts een aangever/katalysator is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet onder de aandacht te brengen bij dit gezelschap omdat zij geen interesse tonen en ik daardoor denk dat ze ook echt geen interesse hebben, waardoor ik mijzelf onzichtbaar ging maken en niet langer meer deelde wie ik ben en waar ik voor sta en mij niet te realiseren dat ik mijn volledige potentieel mag zijn en dat dan de ander beslist of hij of zij interesse heeft in mij en met mij wil optrekken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat wanneer ik zelf denk dat ik niet interessant genoeg ben om interesse in te tonen ik dit naar de ander ook zal uitstralen en de ander dit oppikt en er op zijn of haar eigen wijze op reageert.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het als een gunst van de ander te zien dat ze met mij willen vertoeven en mij niet te realiseren dat ik het eerst zelf de moeite waard moet vinden om met mijzelf te zijn en zo de ander niet nodig heb om een gat op te vullen dat ik zelf niet dicht, waardoor het vertoeven met de ander een extra/een bonus is waar beide partijen van kunnen genieten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik niet gekwetst kan worden als ik mijzelf de moeite waard vind en zaken die bij de ander liggen/van de ander zijn niet persoonlijk neem.

Wanneer en als ik mijzelf in een positie bevind waar ik een bos snijbloemen van iemand krijg, dan stop ik en adem. Ik realiseer dat het de ander zijn goed recht is om mij dit cadeau te doen en ik dit niet als een afwijzing van mij als persoon hoef op te pakken omdat zij zich niet hebben ingeleefd in mij. Ik realiseer mij dat ik een gebrek aan interesse niet persoonlijk hoef te nemen omdat ik nooit zeker kan zijn over de motieven van de ander en of het inderdaad gebrek aan interesse is. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om een bos snijbloemen aan te nemen en op een vaas te zetten, waarbij ik niet boos op de ander word, maar begrijp dat wanneer er reacties/emoties opkomen in mij, dat dit bij mij ligt en mijn relatie met de buitenwereld.

Wanneer en als ik mijzelf minder vind dan de ander, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat dit voort komt uit mijn eigen inferioriteit en niets met de ander te maken heeft, maar dat ik door bepaalde zaken van de ander getriggerd wordt en de woorden en acties van de ander persoonlijk ga nemen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om altijd bij mijzelf te blijven en mijn eigen deel te corrigeren, aangezien ik niet weet wat de ander daadwerkelijk denkt en waarom de ander doet zoals die doet.

Wanneer en als ik mij inferieur voel, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik mij in een polariteit bevind waarin ik kan besluiten om niet mee te doen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om zodra ik mij minder voel of denk dat ik iets niet kan, mij te realiseren dat ik mij in een polariteit bevind, ik mijzelf kan vertragen door even gas terug te nemen door op mijn ademhaling te letten en de stroom van gedachten die door mijn ‘geest’ gaan te vertragen om zo niet meer te participeren in deze polariteit en weer bij mijzelf te kunnen, mijn potentieel dat geen polariteit nodig heeft om te weten dat ik noch inferieur nog superieur ben, maar dat ik simpelweg ben.

Dag 384: Ik voel mij zwak dus moet ik sterk zijn!

AutopechVandaag wilde ik met de auto weggaan, maar de elektrische deurontgrendeling via de sleutel werkte niet. De batterij is zeker op schoot het door mij heen. Eénmaal in de auto draaide ik de sleutel om, maar hoorde niet de klik die ik normaal wel hoor. Automatisch keek ik naar links en zag ik dat de verlichting aanstond. Huh, dacht ik nog, ik heb de verlichting toch nog niet aangedaan. En toen snapte ik wat er aan de hand was, ik had een lege accu! Bij de laatste rit had ik klaarblijkelijk de verlichting niet uitgedaan en had deze de accu langzaam helemaal leeggetrokken.

Mijn eerste reactie op dit soort situaties is het willen wegvagen of wegmaken van de situatie die lastig is en nooit uitkomt. De tweede reactie was, shit wat nu. Het kwam er uiteindelijk op neer dat mijn buurman met startkabels de auto weer aan de praat kreeg. Mijn partner stelde voor om niet de auto stationair te laten lopen om zo weer op te laden, maar om een ritje van een kwartier te maken. Ik voelde mij niet echt zeker bij dit plan, wat als hij weer afslaat of als ik moet stoppen. Gaat dat allemaal wel goed komen? Heel veel technisch inzicht heb ik niet als het aankomt op auto’s. Toch vond ik dat het mijn schuld was dat we in deze situatie zaten en dat het dus mijn ‘zwakte’ was die dit veroorzaakt had en nog voor ik er echt over kon nadenken of rationaliseren reed ik weg omdat ik vond dat ik sterk moest zijn en mijn zelfverantwoordelijkheid moest nemen voor de situatie die ik gecreëerd had.

Al wegrijdende had ik geen idee waar heen te gaan, ik besloot een bepaalde richting te nemen en bij het eerste stoplicht viel de motor uit, terwijl hij nog stationair draaide een paar seconden ervoor, en kon ik geen kant op in de spits voor een stoplicht. Eerder had ik mij zwak gevoeld, nu was ik zwakheid. Hoe kon dit gebeuren, wat had ik fout gedaan? En wat nu! Mensen achter mij werden boos dat ik daar stil stond. Een grote bus reed nagenoeg op mij in tot hij zag dat ik stilstond en werd ook boos. Ik sprong uit mijn auto en riep naar de man dat ik wel wilde rijden maar dat ik niet kon rijden met een lege accu. Niemand stopte om te helpen. Er stopte weer een auto achter mij, die toeterde en ik was het zat, ik liep naar de auto toe en zei dat mijn accu leeg was en dat ik graag van de openbare weg af wilde. Doe dan je waarschuwingslichten aan zei de man. Die had ik ook aan maar met een totaal lege accu heb je daar niet zoveel aan. Ik zei de man dat ik ging proberen de auto in de berm te duwen en dat hij me kon helpen als hij dat wilde. “Moet ik je duwen zei de man verbaasd?” Je hoeft niets zei ik, maar het zou wel fijn zijn. Er kwam geen reactie, hij zag er niet uit alsof hij er erg veel zin in had. Ik liep terug naar de auto en duwde uit alle macht aan de auto met één hand aan het stuur, maar er kwam geen beweging in. Okay, okay, zei de man, ik duw je wel, ga maar in de auto zitten. Hij duwde mij net iets van de weg af en ging er vandoor. Ik belde mijn partner en we besloten dat ik de ANWB zou bellen. Na 45 minuten wachten kwam er hulp en werd de accu opnieuw leven ingeblazen.

Tijdens dit hele voorval voelde ik mij lichtelijk in paniek en niet echt in staat om dit tot een goed einde te brengen. Dit komt voort uit de opinie dat ik niet goed met auto’s ben en dus mij beter er niet mee bezig kan houden. Aan deze opinie liggen weer gedachten ten grondslag zoals: “Je bent een vrouw, dus wat weet je ervan?” en “Ik heb een man nodig die mij uit mijn lijden kan verlossen.” Dus ik, degene van het zwakke geslacht, voelde mij ook echt hulpeloos en tegelijkertijd zorgde mijn programmering ervoor dat ik sterk moest zijn, want zwak zijn is geen optie. Ik deed sterk en voelde mij zwak, en gaf niet aan dat ik liever niet het ritje in de auto ging maken om de accu op te laden, maar deed stoer en reed vol bravoure weg om maar niet te voelen hoe zwak in mij ervoer.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als zwak te labelen als ik iets vergeet wat ik anders nooit vergeet en niet dit feit ook als een feit aan te nemen zonder mijzelf naar beneden te halen en flink in de polariteit te schieten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om eerst te handelen vanuit polariteit en daarna te zien wat er aan de hand is en waar ik mij in bevind, wat mij alleen nog maar meer bevestigt in de polariteit en heftiger van pool naar pool ga zonder dat dit enig verschil maakt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vast te zitten in een polariteit en door redeneren en reflecteren kan zien dat ik altijd eerst zal denken dat ik inferieur ben en er alles aan zal moeten doen om mijzelf superieur te ervaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in het design van ‘ik ben zwak’ waarin ik het algemeen geaccepteerde gedrag accepteer van ‘vrouwen zijn niet technisch’ . Waarin Ik mijzelf vergeef dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om te zien wanneer ik in dit design van ‘ik ben zwak’ participeer, ik mijzelf tekort doe door mijzelf niet de kans te geven om te zien wie ik ben binnen een gegeven situatie en meteen mijzelf veroordeel als zwak en niet in staat acht om technische zaken aan te pakken. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om te zien hoe het design van ‘ik ben zwak’ niet alleen mij tekort heeft gedaan maar ook de mensen om mij heen, omdat ik verwacht dat mannen mij helpen en de zaak op lossen, omdat ik immers geloof dat ik te zwak ben en zij sterk.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in het design van ‘ik ben zwak’ waarin ik het algemeen geaccepteerde gedrag accepteer van ‘vrouwen zijn het zwakke geslacht’ . Waarin Ik mijzelf vergeef dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om te zien wanneer ik in dit design van ‘ik ben zwak’ participeer, ik mijzelf tekort doe door mijzelf achter een stigma te verschuilen wanneer dit mij uitkomt. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om te zien hoe het design van ‘ik ben zwak’ niet alleen mij tekort heeft gedaan maar ook de mensen om mij heen, omdat ik dan zwak ben en dit verberg met sterk zijn en dan weer sterk alsof ik rebelleer tegen het zwak zijn, en dus verschillende signalen in verschillende situaties afgeef waardoor mensen al snel denken dat ik het wel kan omdat het sterke karakter blijft hangen in hun geheugen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf zwak ten opzichte van de situatie te voelen waar ik mijzelf in heb gebracht door de verlichting van de auto te laten branden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de polariteit zwak/sterk te geloven en als echt te ervaren en vanuit te handelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn zwakke karakter als meer authentiek te laten voelen dan mijn sterke karakter en mij niet te realiseren dat ze beiden van dezelfde origine zijn en mijn gebrek aan vertrouwen in mijzelf hiermee probeer te verdoezelen zodat ik mij kan bezig houden met dingen die er toe lijken te doen maar eigenlijk afleidingsmanoeuvres zijn.

Wanneer en als ik mijzelf zie participeren in zwak en sterk, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik bang ben om te zien wie ik dan wel ben als ik niet zwak nog sterk ben vanuit polariteit, aangezien mijn ware aard door mij in bedwang wordt gehouden met deze polariteit. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet te zien door de ogen van polariteit en opinies over wie ik zou moeten zijn, maar laat ik dit los door mijzelf te vertragen en te concentreren op mijn ademhaling als ik zie dat ik in oude patronen schiet, en laat ik mij verassen door in het moment te zien wie ik ben als ik de polariteit en opinies los kan laten, wetende dat wanneer het niet lukt ik mijzelf altijd mag en kan corrigeren of op een ander moment het nogmaals mag en kan proberen, er is geen falen er is alleen maar doen en mijn weg daarin vinden om bij mijzelf te komen.