Dag 13 van 2555 dagen; één zwaluw maakt nog geen zomer

Dag 12 van 2555 dagen; één zwaluw maakt nog geen zomer Mijn dochter riep mij, om bij de openhaard te komen vanwege een raar geluid dat uit de openhaard kwam. Onze openhaard is wanneer hij niet wordt gebruikt afgesloten met twee houten deurtjes om zo geen roet of windtrek in huis te krijgen. We stonden te luisteren bij de deurtjes, maar ik hoorde niets. Mijn dochter zei dat ze eerst dacht dat de kraan lekte en die daarom vaster had gedraaid, maar de kraan niet daadwerkelijk had zien lekken. Vervolgens had zij het geluid uit de openhaard gehoord. We keken elkaar aan en zeiden, dat moet een vogeltje zijn die in de schoorsteen gekukeld is. Weer keken we mekaar aan en zeiden, en nu!

Ik heb al vanaf kleins af aan een angst voor vogeltjes en dan met name de angst dat ze mij zouden pikken met hun snavel, vogels met rondere snavels ervaar ik dan ook als minder eng. In het kader van de “Fear Month” heb ik een video hierover gemaakt en ben ik met mijzelf de verbintenis aan gegaan om deze angst te stoppen die niet reëel is en grotendeels zich afspeelt in mijn mind. Zo gezegd zo gedaan, maar in de tussentijd had ik nog niet echt veel oefening gehad met deze verbintenis in de praktijk te brengen en zodoende niet echt mijn correctie in de praktijk nog had kunnen lopen.

Een paar weken terug dacht ik nog dat er een vogeltje in huis was die door onze oudste kat in de tuin achterna gezeten was en in mijn fantasie en door eerdere ervaringen door hem naar binnen gebracht zou zijn. Ik sloop door het huis met een heftig kloppend hart en verwachtte een vogeltje dat heftig fladderend achter elke muur vandaan kon komen en mij zou aanvallen. Of beter gezegd dat was het verhaal dat ik geloofde door in deze angst mee te gaan. Tegelijkertijd onderzocht ik het spoor van veren en eventuele bloed sporen en vond ik een paar minuten later onze kat in de tuin met een een prooi, het vogeltje. In zekere zin was ik blij dat het vogeltje niet binnen was gelegd door mijn kat, maar ik was niet blij met het feit dat dit vogeltje het leven had moeten laten.

Dus daar zaten wij dan, mijn dochter en ik gehurkt voor de deurtjes van de openhaard. Mijn dochter heeft niet veel angsten omtrent dieren, dacht ik, zij pakt van alles en nog wat op. Dus mijn radartjes in mijn mind gingen razendsnel draaien om te zien hoe ik haar voor mijn karretje kon spannen aangezien ik zelf werd overvallen door een gevoel van, ik wil niet in deze situatie zijn, ik wil mijn zelf verantwoordelijkheid hierin niet nemen.

Mijn dochter opende het deurtje en ik verschool mij enigszins achter het muurtje van de keuken, dat zodra het vogeltje eruit zou vliegen het niet tegen mij op zou botsen. Eerst zagen we niets het is een zeer donker gat, toen wipte er een roet zwart vogeltje op het randje van het frame waarin de deurtjes zijn bevestigt. We keken mekaar weer aan, want het vogeltje bleef zo stil zitten dat het leek of het dood was, maar het had zichzelf net nog op het randje gewipt. Het vogeltje was duidelijk in een trauma. Ik vroeg of mijn dochter het op wilde pakken nu het zo rustig was en nog steeds in shock. Ik dacht hiermee eenvoudig de verantwoordelijkheid te kunnen afschuiven van iets onaangenaams wat gebeurde in mijn realiteit. Tot mijn verbazing zei mijn dochter, ik durf het niet, ik ben bang dat het tegen mij op vliegt. Mijn mond viel open, zij heeft dus dezelfde angst van mij overgenomen, terwijl ze zo vrij is met dieren. Zij vroeg om een takje om het vogeltje iets op te porren zodat het uit de openhaard zou gaan. Ik zocht een takje en was nog steeds blij dat zij het voortouw nam ondanks haar angst.

Mijn dochter stond daar met het takje in haar hand verstijft van de angst en door haar ontstoken knie weinig mobiel te zijn. En toen riep ik mijzelf ter verantwoording, hoe kon ik mijn kind mijn puin laten ruimen. Het was duidelijk dat zij in dezelfde dilemma’s zat als mij. Dit was het moment om mijn correctie te lopen en mij over deze angst te zetten en te handelen in het voordeel van een ieder en een voorbeeld voor mijn kind te zijn.

Ik pakte een wasmand die dichtgeklapt kan worden als een tas, die kon fungeren als een groot vangnet. Ik zette het met de opening voor de openhaard en mijn dochter tikte met het stokje het vogeltje aan dat vervolgens in de waszak fladderde, waarop we de waszak dichtklapten. Mijn dochter wilde hem naar buiten brengen en daar lieten we het vogeltje, wat een zwaluw bleek te zijn, los. In de gauwigheid  had hij de waszak onder gepoept, maar dat vond ik geen punt, hij was uit het huis en kon weer vrij zijn. Echter de zwaluw was flink gedesoriënteerd en bleef met zijn vleugels uit, hijgend op het gras zitten. Net op dat moment kwam onze oudste kat, de vogelvang kampioen, de hoek om zeilen. Weer keken we mekaar aan, oh neeee, we hebben niet al die moeite gedaan om een hapje voor de kat te vangen. Ik leidde de kat af en nam hem mee voor een wandelingetje naar de andere kant van het huis, iets wat hij als aangenaam ervaart en in allerlei toonaarden tegen mij aan gaat zitten praten/miauwen. PFF hij had het vogeltje niet gespot en na een paar minuten riep mijn dochter dat de zwaluw was weggevlogen. Dat voelde goed, de missie was geslaagd. Wat niet wegneemt dat dit voor mij een proces is dat nog steeds naar vooruitgang toe gelopen moet worden, één zwaluw maakt dan ook nog geen zomer.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben voor vogels.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat deze angst voor vogels eigenlijk een polariteit is waarin ik mij als inferieur opstel aan het vogeltje en het allerlei enge en super krachten toeschrijf.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet als één en gelijk aan het vogeltje te zien/ervaren en zodoende een angst heb ontwikkeld voor vogels door niet mijn zelf verantwoordelijkheid te nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat vogels mij zullen pikken met hun puntige snavels, terwijl ik mijzelf pik/prik/prikkel in confrontaties met vogels om aan mijzelf duidelijk te maken dat ik in ongelijkheid met deze levende wezens leef.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een groot deel van mijn leven mijzelf heb gelimiteerd in mijn relatie met vogels door een nare ervaring als peuter met het voeren van de eendjes.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een ervaring met eenden te projecteren op elke andere ervaring met elke andere vogel.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven in de werkelijkheid van mijn ervaring als peuter die de eendjes voerde waarbij de eendjes het brood uit mijn hand pikten als levens bedreigend te labelen en te gebruiken voor de rest van mijn leven om angst te hebben voor alle vogels.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angstiger te zijn voor vogels met puntige snavels, terwijl mijn slechte ervaring er één was met eenden met ronde snavels. In plaats van te realiseren dat ik mijn mind heb toegestaan om deze ervaring groter en gevaarlijker te maken over de jaren heen om zo de angst in stand te houden en de macht die het over mij had met mijn goedkeuring te behouden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door mijn nog steeds aanwezige angst voor vogels mijn verantwoordelijkheid weiger te nemen en mijn kind opzadel met de consequenties hiervan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben om de zwaluw op te pakken en naar buiten te zetten. Waarin ik mij vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat wanneer ik zonder ervaring een vogeltje oppak ik het vogeltje knijp en pijn doe en door mijn onervarenheid het vogeltje zal beschadigen. Waarin ik mij vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn onervarenheid met het oppakken van vogeltjes als excuus aan te dragen om niet mijn verantwoordelijkheid te hoeven nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn verantwoordelijkheid niet te nemen in het oppakken van het vogeltje door te geloven in mijn angst en mij niet te willen realiseren dat mijn ongelijkheid aan het vogeltje de bron van mijn angst is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat het niet gelijk kunnen zijn aan het vogeltje voort komt uit het niet één en gelijk kunnen zijn aan mijzelf.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te zien als ongelijke in het leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om als startpunt van mijn leven ongelijkheid te gebruiken door een gebrek aan zelfwaarde/zelfvertrouwen in mij als leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbaast te zijn over de overgeërfde angst van mij op mijn kind. In plaats van te zien dat het hier gaat over ze zonden van de voorvaders waar ik mee moet afrekenen om zo een voorbeeld te zijn voor mijn kind en het te assisteren en te ondersteunen met het afrekenen van deze zonde in haar/zijn leven.

Ik realiseer mij dat het een makkelijk mechanisme is om simpelweg bang te zijn voor iets en het daar bij te laten en niet te onderzoeken wat de bron/origine van de angst is. Met dat te hebben gezegd realiseer ik mij dat dit onacceptabel gedrag is en het nalatig is als het aankomt op zelf verantwoordelijkheid te nemen in het voordeel van een ieder.

Ik realiseer mij dat angst ongelijkheid kan verdoezelen en zich kan manifesteren in polariteit zoals een kind dat expres vogeltjes pest of pijn doet om zich zo meer te voelen dan het vogeltje en zodoende zich meer te voelen dan het leven. Of het zich minder te voelen dan een vogeltje en het daarom uit de weg te gaan alsof het iets is dat levensbedreigend is, terwijl in feite het kind zich minder voelt dan een vogeltje en zodoende zich minder voelt dan het leven. In beide gevallen gaat het om ongelijkheid en het niet één en gelijk zijn aan het leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te accepteren dat vogels worden gevangen gehouden, geschoten voor de sport en fysiek gekleineerd, omdat wij als mensheid niet instaat zijn ons gelijk aan het leven te stellen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te accepteren dat leven wordt gemolesteerd en doelloos wordt vernietigt terwijl wij niet inzien dat het een reflectie is van ons binnen leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om ongelijk aan het leven te leven en dat van elkaar te accepteren als normaal.

Ik ga de verbintenis aan om mijzelf niet langer minder dan het leven te ervaren/zien.

Ik ga de verbintenis aan om mijzelf te evolueren als het gaat om mijn relatie met vogels en deze relatie te bevrijden van angst en gevoelens van inferioriteit.

Ik ga de verbintenis aan met mijzelf om niet langer mijn verantwoordelijkheid op anderen te schuiven als het gaat om het niet onder ogen willen zien van de bron van mijn angsten.

Advertisements

One thought on “Dag 13 van 2555 dagen; één zwaluw maakt nog geen zomer

  1. Thanks Sylvia – ik doe hetzelfde met muizen. Ik heb je sf hardop gelezen en ‘muizen’ gezegd ipv ‘vogels’ en ik moest vreselijk lachen om “ik mij als inferieur opstel aan het vogeltje/muisje en het allerlei enge en super krachten toeschrijf.” LOL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s