Dag 130 van 2555; stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren

Dag 130 van 2555; stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren In de bijbel wordt stof en as als iets van weinig waarde beschouwd, van een vergankelijke aard. Bekeken vanuit het vertrekpunt van ‘stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren’ geeft dat de vergankelijkheid van ons leven aan die wij vanuit een diep verlangen proberen om te zetten tot oneindigheid, het eeuwige leven. Bij het eeuwige leven wordt niet gekeken naar leven op zich maar naar het fysieke leven en we weten allemaal dat we de 200 niet halen. Via voortplanting, ons nageslacht, proberen we dan nog een inhaalslag te maken om toch dat eeuwige leven op aarde te behalen als het hoogste goed, waarbij wij totaal voorbij streven aan het ‘leven’ ansich.

Terwijl het eeuwige leven op de achtergrond speelt is het stof en as waar ik de laatste 6 jaar een gevecht mee ben aangegaan met als uitvloeisel een fijn stof allergie. Ik realiseer mij dat ik stof ben. wat het feit dat ik reageer op fijn stof, dus het mij afzetten tegen hetgeen ik ben, mij voor een raadsel stelt. Dus separatie van wat ik ben. Om erachter te komen waar ik door programmering gehersenspoeld ben, door mijn leven heen, zal ik door middel van zelfvergeving bekijken wat mijn relatie tot stof/vuil/zand is en was. Waarna ik kan bepalen in hoeverre ik te maken heb met programmering en waar de participatie met/in de geest om de hoek komt kijken.

Zand/modder:

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven als peuter/kleuter dat zand aan je handen vies is en direct verwijdert dient te worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij hulpeloos te voelen wanneer er als kind zand aan mijn handen zit en alleen mijn moeder dit tot in de precisie kan verhelpen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zand te zien als vies, wanneer het aan je zit.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om na het spelen in de zandbak mij helemaal te moeten afkloppen van het zand, want zand is vies en dat mag niet in huis komen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zand aan mijn schoenen als iets kwalijks te zien waar ik niet mee in huis mag komen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een broodje eten op het strand niet als iets fijns te zien, omdat er altijd zand rondwaait en ik zo zand eet tegelijkertijd met mijn boterham.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zand vies te vinden als het in mijn eten zit.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zand los van mijzelf te zien als een bron voor angst en als een bedreiging.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij bedreigt te voelen wanneer zand mijn ‘leven’ binnenkomt op manieren waardoor ik geen controle over het zand heb en daardoor geen controle over mijn leven denk te hebben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om alleen een relatie aan te gaan met zand wanneer ik de controle heb over het zand.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat opinies/angsten van mijn moeder omtrent zand, angst voor zand in mij heeft gezet, waardoor ik constant in opperste alertheid ben over zand en mijn relatie tot zand.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat die overgedragen angst voor zand mij hetzelfde liet doen met mijn kinderen vanuit de ervaring die ik door programmering had opgebouwd met zand.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat deze geprogrammeerde angst in mij is en mij in separatie doet leven met zand, dus in separatie doet leven met het ‘leven’.

Stof:

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat stof in huis slecht is en direct verwijdert dient te worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de hoeveelheid stof die ik in huis heb als leidraad te gebruiken voor hoe ijverig persoon ik ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om anderen af te rekenen op de hoeveelheid stof die zij in huis hebben en hen als lui te labelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij gedwongen te voelen wanneer ik mijn kamer als kind moest stoffen en het iets te vinden waar mijn moeder issues mee had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om wanneer ik geen zin in schoonmaken heb, ik altijd opgelucht ben wanneer de stof op z’n minst weg is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om stof vies te vinden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om stof weg te willen hebben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om stof nog viezer te vinden na te hebben geleerd hoeveel huidschilfers er in stof zitten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om stof als een bedreiging te zien.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te willen afscheiden van stof en het uit mijn wereld probeer te halen, terwijl het elke week weer terugkeert en ik er elke keer weer mee geconfronteerd wordt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om stof niet als leven te zien en daardoor kan ik niet gelijk aan stof staan, maar wil ik het verwijderen, waardoor ik in essentie het leven uit het leven probeer te halen, wat een onmogelijkheid is en dus zich steeds weer aandient, totdat ik mij 1 en gelijk aan het stof kan opstellen.

Vuil:

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om van vuil te griezelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat vuile zaken niet goed voor mij waren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn moeder constant te zien schoonmaken om het vuil uit ons huis te halen en te geloven dat dit nodig was voor ons voortbestaan zonder ziektes.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat, mijn broertjes vieze kleren wanneer hij bij de boer was geweest, beter niet het huis in konden en in de schuur uitgedaan moesten worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat er eigenwaarde viel te behalen uit de mate van schoonheid die je als vrouw tentoonspreidde binnenshuis.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het een normaal en vertrouwt beeld te vinden wanneer mijn moeder schoonmaakte, 1 waar rust en harmonie vanuit gingen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij onbewust gered te voelen als er schoongemaakt was en het vuil overwonnen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om als kind te geloven in de noodzaak van schoonmaakprodukten die via de televisie tot mij kwamen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vuil als graadmeter te gebruiken om mensen in hokjes te kunnen plaatsen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te verliezen in het schoonmaken van zeer vervuilde huizen vanuit een geloof dat het een bedreiging voor mijn gezondheid is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mensen die huizen bevuilen als onwaardig te zien.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vuil als iets te zien dat overwonnen moet worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vuil op mij, als iets dat eraf moet, te beschouwen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te separeren van vuil en het daarom uit mijn wereld te verbannen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet geïdentificeerd te willen worden met vuil en dus niet 1 en gelijk te kunnen staan aan vuil.

Ik realiseer mij dat ik als kind en volwassene het zalig vond/vind om zandkastelen en modder druipsels op het strand te maken. Het gevoel van het natte zand door/in mijn hand gaf/geeft mij een gevoel van 1 zijn met het zand. Ook tijdens het tuinieren mag ik graag met mijn blote handen in de volle grond werken en mij niet bekommeren om de vieze handen en rouwranden die ik later als resultaat ervaar. Dus er is niet een wezenlijk probleem met zand en modder anders dan programmering.

Ik realiseer mij dat het met stof en vuil anders ligt dan met zand/modder, hier zit ook een component in van iets hebben dat geoorloofd is, een allergie. Hier valt dus energie uit te halen terwijl ik niet hoef te veranderen. De allergie voortkomend uit de programmering van stof/vuil geeft mij de mogelijkheid om niet te hoeven veranderen en tegelijkertijd zielig gevonden te worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om aandacht/energie te halen uit mijn fijn stof allergie als tactiek om niet te hoeven veranderen om 1 en gelijk aan het leven te gaan staan.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om zand/stof/vuil als leven te zien en daarom 1 en gelijk aan mij, waardoor ik de strijd in mij kan staken en simpel kan zijn.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien /begrijpen/realiseren dat mijn allergische reactie op fijnstof voortkomt uit een gevecht om de fijnstof als een bedreiging te zien en zodoende als de controleur de meerdere uit de strijd te komen. Waardoor mijn lijf op het fijn stof reageert als ware het een indringer en een bedreiging voor het lichaamssysteem. Er is geen reden tot verweer er is reden om mijn programmering en opinies op te ruimen. Een grote schoonmaak van binnen om mij te ontdoen van afweermechanismen die absoluut geen doel hebben en alleen maar voor ongemak zorgen.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te ademen en bewust te zien dat ik door de geest benauwdheid en slijm manifesteer om zo mijn opinies en programmering kracht bij te zetten en reden te geven om deze in stand te houden om zo energie te accumuleren die mij als leven tegenwerkt in plaats van 1 en gelijk aan het leven te staan.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/begrijpen/realiseren dat ik stof ben en als stof zal terugkeren en ik dus 1 leven heb waarin het moet gebeuren, het is nu of nooit. Dus kies ik voor nu.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren/begrijpen dat elk stofdeeltje leven is en dus elk stofdeeltje een schepsel op zich is.

Wanneer en als ik mijzelf in een allergische reactie zie gaan door fijn stof dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat ik mijzelf als leven saboteer en er dus geen baat bij heb dit langer in stand te houden en meer consequenties te genereren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s