Dag 308 van 2555: mijn zielige ik – deel 3 – zelfvergeving en zelfcorrectie

leefbaar inkomen gegarandeerdDeze blog is een voortzetting van de vorige twee blogs, alvorens deze blog te lezen is het aan te raden eerst de andere twee te lezen.

 

In deze blog zal ik zelfvergeving en zelfcorrectie gaan doen op de volgende zin: “moet ik dit doen”, voortbordurend op mijn vorige blog waar ik “Ik wil dit nu niet doen” onder de loep nam en al kort even het moeten aantipte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het moeten in “moet ik dit doen” als van buitenaf te ervaren.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van separatie wanneer ik iets moet doen en ik mijzelf hiertoe moet aanzetten, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mij niet wil associëren met moeten en mijzelf dwingen om iets te doen waardoor ik het liever ervaar als iets dat van buiten komt. Ik stop de separatie en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet in separatie van mijzelf taken uit te voeren, maar dat wat gedaan moet worden te doen zonder vragen te stellen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om moeten met autoriteit te associëren en dus in separatie met mijzelf.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het schuwen van autoriteit, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik autoriteit als negatief heb gelabeld en dus mijzelf niet wil vereenzelvigen met autoriteit. Ik stop de tweedeling en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de polariteit van negatief-positief niet te voeden door het schuwen van autoriteit en niet gezien te willen worden als negatief en zelfs niet mijzelf wil ervaren als negatief.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om aan mijzelf te vragen of ik iets moet doen wanneer ik iets moet doen, met het gevoel alsof ik mijn eigen autoriteit ben.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf als tiran te zien die mij dwingt dingen te doen, maar dit om te buigen naar “moet ik dit doen” alsof ik een eigen wil erin heb, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf gebruik als autoritaire opdrachtgever en tegelijkertijd als een moeder die het voor mij zal verzachten waardoor ik het waarschijnlijk niet hoef te doen. Ik stop de twee persoonlijkheden en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de schijn op te wekken dat ik met het moederlijke personage nog enigszins een vrije wil denk te hebben, terwijl het autoritaire werkgever personage in mijn nek hijgt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om stil te staan bij het feit of ik iets moet doen dat gedaan moet worden.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van blijven hangen in de ‘geest’ en in zogenaamde logica en rede terwijl mijn fysieke werkelijkheid om daadwerkelijke actie vraagt voor dingen die simpelweg gedaan moeten worden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de logica gebruik als een achterdeurtje om zo te denken nog een vorm van vrije wil te hebben. Ik stop de drang naar valse vrijheid en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te snappen/realiseren/begrijpen dat wanneer ik iets moet doen omdat het gedaan moet worden en het mijn verantwoordelijkheid is, geen achterdeurtjes te gebruiken om zo een valse vorm van vrijheid te ervaren waardoor het ‘moeten’ afgezwakt lijkt en niet meer prominent dicteert wat ik moet doen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om eerst mijzelf af te vragen of ik het moet doen en dan pas mijzelf te overtuigen en op te peppen dat ik het moet doen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van eerst mij afvragen of ik iets ‘moet’ doen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik eerst moet handelen omdat ik weet dat het mijn verantwoordelijkheid is. Ik stop het traineren en afvragen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet na te denken of in de ‘geest’ te gaan alvorens ik mijn verantwoordelijkheden uitvoer in deze fysieke werkelijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om ‘moed’ te verzamelen om hetgeen ik ‘moet’ doen te doen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van moed moeten verzamelen om iet ste doen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik barrières opwerp die er niet zijn waardoor alles zwaar voelt. Ik stop het moed verzamelen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om taken die gedaan moeten worden niet zwaarder te maken dan ze zijn en mijzelf doen geloven dat ik er moed voor nodig heb om eraan te beginnen en door te zetten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het personage van autoritaire werkgever te gebruiken om mijn onrecht en slachtofferrol te bevestigen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het aannemen van het autoritaire werkgever personage, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik dit doe om mijn zieligheid te bevestigen en polariteit uit te spelen. Ik stop dit personage en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet te verleiden tot het aannemen van personages om mijn gelijk te behalen en de werkelijkheid te verdraaien.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het personage van verzachtende moeder aan te nemen om mijzelf een achterdeurtje te verschaffen om dat niet te hoeven doen waar ik wel verantwoordelijkheid voor draag.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het aannemen van het verzachtende moeder personage, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf zo een uitweg en een alibi/excuus kan verschaffen om dat niet te doen waar ik wel verantwoordelijkheid voor draag. Ik stop dit personage en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet te zeuren/vragen bij mijzelf als personage om iets niet te hoeven doen waar ik wel verantwoordelijkheid voor draag, hoe klein of hoe groot het ook mag zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als redder van mijzelf op te stellen om iets niet te hoeven doen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het redden van mijzelf uit de handen van mijzelf, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf niet van mijzelf kan redden wanneer ik weet wat mijn verantwoordelijkheden zijn en die ook respecteer. Ik stop het redden van mijzelf en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet langer te denken dat ik mijzelf moet redden uit de handen van mijzelf als het gaat om dingen die ik ‘moet’ doen, maar te zien dat het niet gaat om zaken die niet in het belang van mijzelf en anderen is, maar simpelweg het doen van mijn taken in mijn fysieke werkelijkheid zonder de ruis van de ‘geest’.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet tegen mijzelf te keren alsof ik mijn eigen vijand ben door een reactie te hebben op het woord ‘moeten’.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van te denken dat ik tegen mijzelf ben door mijzelf te laten handelen met tegenzin, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik tegenzin heb omdat ik denk dat ik van mijn vrijheid wordt beroofd terwijl die vrijheid er in de eerste plaats al niet was. Ik stop dit denkbeeld en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet te ervaren als een vijand, maar mijzelf te zien als één, hetgeen ik kan vertrouwen en te zien dat mijn tegenzin voortkomt uit reacties en denkbeelden uit de ‘geest’ wat zodoende een denkbeeldige vijand in het leven roept. Zaken/taken/dingen ‘moeten’ gedaan worden, zonder tussenkomst van de ‘geest’, maar als puur fysieke handeling waar ik in het moment van kan genieten zonder ruis van de ‘geest’

One thought on “Dag 308 van 2555: mijn zielige ik – deel 3 – zelfvergeving en zelfcorrectie

  1. Pingback: Dag 308 van 2555: mijn zielige ik – deel 3 – zelfvergeving en zelfcorrectie | Blogs @ UnsharedstoriesBlogs @ Unsharedstories

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s