Dag 364 van 2555: computersystemen als de reflectie van mijn eigen beperkingen

DIP Lite cursusDeze post is een vervolg op de vorige post “een systeem test”. Waar ik in mijn vorige post vertelde over 3 gebeurtenissen op één dag waarbij ik tegen het ‘systeem’ aanliep, zal ik dat in deze post verder uitdiepen.

Het ‘systeem’ waar ik het over had, zijn de door mensenhanden gemaakte computersystemen, die net als de mens een reflectie van onze beperkingen zijn. En het zijn deze beperkingen waar ik zo keihard tegenop bots. Ik wil niet in dat hokje geduwd worden van beperking, terwijl ik mijzelf voortdurend in hokjes van beperking stop. Toch als dat van buitenaf wordt gedaan dan ontstaat er meer frictie/wrevel en ervaar ik het als tegenwerking.

In het eerste voorbeeld had mijn dochter in het computersysteem van het CBR een verkeerd hokje aangeklikt en tegen de tijd dat zij dit door had en het wilde veranderen ging dat niet meer. Het computersysteem en de mensen erachter wisten hier geen raad mee, er is geen protocol voor wat te doen bij het verkeerd invullen. Er werd iets bedacht en ons werd gevraagd om het op te lossen door op een uitgeprinte versie het verkeerde hokje door te kruisen, het juiste hokje aan te kruisen en een paraaf erbij te zetten, plus een verklaring van de huisarts dat het verkeerd aangekruiste ziektebeeld ook daadwerkelijk niet aan de hand was, dus geen psychiatrische behandeling/beroerte/aandoening aan het zenuwstelsel. De huisarts schreef vervolgens in deze verklaring dat er wel sprake van kortdurende psychologische interventie was geweest, wat een volgende aanvaring in het computersysteem en de mensen van het CBR opleverde. De huisarts had moeten verklaren dat er geen sprake is van een psychiatrische behandeling/beroerte/aandoening aan het zenuwstelsel, door iets nieuws in te brengen raakte het computersysteem opnieuw van de rel en produceerde een nieuwe brief die vroeg om uitleg van de huisarts. De huisarts moest nu verklaren in welke periode dit had plaatsgevonden, wat de diagnose en prognose was en wat de huidige medicatie en dosering is. Uit deze vragen kon ik opmaken dat het computersysteem nog steeds op de psychiatrische behandeling was blijven steken en de verklaring van de huisarts geen verandering had gebracht. Waarom had de huisarts dit ingevuld, omdat zij in alle eerlijkheid de verklaring wilde invullen. Maar het ging hier niet over eerlijkheid, het ging hier over een aantal gerichte vragen die voor het CBR duidelijkheid moeten geven of de aanvrager van een rijbewijs fysiek/geestelijk in staat is om auto te rijden. De huisarts heeft vervolgens de vragen van het CBR beantwoord en nogmaals geschreven dat het gaat om een psychologische behandeling.

Dit zijn dus de beperkingen van een computersysteem en de mensen erachter waar ik opgewonden over kan raken. Het computersysteem kent geen gevoelens en emoties, het is simpelweg een hokje invullen met bijvoorbeeld ja of nee. Het computersysteem is per definitie beperkt omdat het nooit alle dimensies in ogenschouw neemt of kan nemen. De verwarring ontstaat als er buiten het computersysteem om naar een oplossing wordt gezocht waar geen protocol voor is en de verkeerde triggers door verschillende mensen in het systeem worden gestopt. Dan ontstaat er chaos terwijl ik de gehele tijdslijn zie waarop dit ontstond, maar ik kon het niet stoppen of veranderen, ik was afhankelijk van anderen met emoties en gevoelens. En wow daar zit de frustratie, ik wil het tij keren, omdat ik zie dat het allemaal niet zo ingewikkeld is, maar het lukt mij niet omdat ik niet de enige deelnemer ben in dit verhaal.

In het tweede voorbeeld loop ik stuk op het feit dat de belastingdienst mijn zakelijke bankrekeningnummer wel in het computersysteem heeft staan, maar het systeem signalen afgeeft wanneer er sprake is van teruggave omzetbelasting dat er geen bankrekeningnummer aanwezig is. Dit is doormiddel van de juiste formulieren en telefoongesprekken recht gezet, maar elke keer als er geld uitgekeerd moet worden dan blijkt het systeem mijn bankrekeningnummer opnieuw niet te kennen. Dus werd mij voor de derde keer gevraagd om een formulier in te sturen omdat het laatste formulier een blanco hokje zou hebben waar ik voor de tweede maal mijn fiscaalnummer had moeten invullen. Aangezien ik dit formulier niet had ingescand kon ik dit niet nakijken, dus die les heb ik geleerd. Inmiddels wil men mijn teruggave omzetbelasting doen en heeft ook de laatste poging nog niets opgeleverd. Hier wordt ik best moedeloos van, ik zie dan al voor mij dat ik dit nog minstens 20 keer moet doen totdat iemand zegt, “oh maar we hadden een instelling in het systeem fout gezet”. Dat is wat ik vermoed dat er een kink in het systeem is wat maakt dat het systeem zegt mijn bankrekeningnummer niet te hebben, terwijl bij navraag het tot op heden wel aanwezig is.

In het derde voorbeeld probeerde ik behulpzaam te zijn door de krant te melden dat zij aan mij advertentie rekeningen stuurden die voor een ander bedrijf bedoeld waren. Ook hier had het computersysteem beperkingen en kon niet het juiste adres van de klant ingevoerd worden dat nu aan mijn zakelijke adres vastzat, terwijl ik geen klant van hen ben. De enige oplossing die het computersysteem had was een creditnota aan mij uit te sturen. En daar kreeg ik er ook nog eens twee van thuis gestuurd. Op dat punt had ik spijt dat ik überhaupt gebeld had en iets probeerde recht te breien wat geen directe gevolgen voor mij had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het computersysteem te beoordelen als beperkend waardoor mij niets valt te verwijten.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van veroordelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik binnen dit veroordelen iets trigger in mijzelf dat ik niet wil zien. Ik stop de veroordeling, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien dat ik mij verwijder van wat er gebeurd met mijzelf tijdens het veroordelen en ik niet wil zien dat ook ik een aandeel heb in de reactie die het in mij teweeg brengt. Als ik het woord veroordeling opsplits dan krijg ik ver-oor-deling, waarbij ver en oor verwijzen naar het niet willen zien/horen van wat er eigenlijk gaande van binnen en deling verwijst naar het feit dat het gaat om gedeelde smart waar ik een aandeel heb tezamen met het veroordeelde, in het tot stand brengen van deze reactie in mij.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de reactie die ik heb tijdens het veroordelen van het computersysteem wegdruk en dus liever de aandacht van mijzelf afleid en het computersysteem als de schuldige aanwijs die mij op de kast jaagt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de aandacht van mijzelf afleiden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik naar een zondebok zoek voor mijn energetische reactie. Ik stop het afleiden en onderzoek wat er gaande is in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet direct het computersysteem de schuld te geven voor de emoties die ik ervaar terwijl de boel in de soep loopt, maar mijn zelfverantwoordelijkheid te nemen voor dat wat ik zelf ingang zet.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de mensen die het computersysteem vertegenwoordigen en mij te woord staan als een blok aan het been te ervaren die niet constructief willen meedenken met mijn probleem.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van anderen beschuldigen van tegenwerking, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik iets vraag van de ander wat volgens protocollen en de computersystemen ik niet van hen kan verlangen. Ik stop het beschuldigen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om onderscheid te maken tussen mensen die moedwillig mij tegenwerken en mensen die omwille van beperkte computersystemen niet mee kunnen werken en dus niet in die positie verkeren om het verschil te kunnen maken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de kwaliteit van mijn communicatie met de mensen van het computersysteem af te laten hangen van mijn reactieve staat.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet kunnen communiceren in zelfoprechtheid door reactief gedrag, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de beperkingen die ik ervaar niet verminder, maar mijzelf juist beperk in mijn communicatie naar de ander toe. Ik stop de beperking, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat reactief gedrag geen handelen of communiceren in zelfoprechtheid oplevert en ik mijzelf dus beperk en saboteer, waardoor er geen oplossingen gevonden kunnen worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frustratie te ervaren in samenhang met de situatie en dit te ervaren als in de situatie gezogen worden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van frustratie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik oploop tegen de grenzen van wat ik kan doen en ervaar mijzelf zo als beperkt. Ik stop de frustratie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in plaats van het omarmen van frustratie, wanneer ik tegen mijn eigen muur en die van het computersysteem aanloop, mijn ademhaling te omarmen en te gebruiken om hier te blijven en te kunnen zien waar de blokkade in mij en het computersysteem zit, om zo naar oplossingen te kunnen zoeken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als gescheiden van het computersysteem te zien terwijl ik in het computersysteem vertegenwoordigt ben.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van afscheiding van het geheel, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik liever wil kunnen zeggen dat ik er geen deel van uitmaak en dus ook niet deel van het probleem ben. Ik stop het afscheiden van mijzelf van het geheel, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf als deel van het geheel te beschouwen en dus elke keer wanneer ik een ervaring heb waarbij ik mij niet één met geheel voel ik in mijzelf moet kijken waar ik mijn zelfverantwoordelijkheid niet wil nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om behulpzaamheid op te voeren als deugd en dus niet met een kluitje in het riet gestuurd mag worden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mij superieur aan de ander/computersysteem te ervaren door mijn behulpzaamheid, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik door mijn frustratie mij eigenlijk klein en hulpeloos voel ten opzichte van de ander/het computersysteem waar geen beweging in lijkt te komen, zodat ik als tegenreactie op deze ervaring in mijzelf, mij superieur gedrag en denkpatronen aanmeet. Ik stop de superioriteit en dus de polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten verleiden om met reactief gedrag op mijn eigen reactief gedrag te reageren en zo voor de ander/het computersysteem het alleen maar moeilijker maak om tot oplossingen te komen.

Dag 363 van 2555: een systeem test

DIP Lite cursusHet systeem en ik zijn voor het overgrote deel van mijn leven geen vrienden geweest. De laatste jaren probeer ik tot verzoening over te gaan en de strijdbijl neer te leggen, aangezien vechten geen duurzame oplossing is. Zo nu en dan wordt mijn geduld dan ook danig op de proef gesteld en zo ook recentelijk. Het waren 3 testen van het systeem op één dag, waarbij ik bij de eerste dacht dat ik mijzelf er totaal in zou verliezen ging het bij de tweede en derde keer al beter.

Test 1:

Mijn dochter had bij het invullen van een eigen verklaring, voor de aanvraag van haar praktijk examen autorijden, per ongeluk het verkeerde hokje digitaal aangekruist. Toen ze dit zag, kon er niets meer worden veranderd. We hebben het CBR gebeld en gevraagd wat de procedure is. Eigenlijk is er geen procedure, je moet nu bewijzen dat wat je hebt aangekruist niet waar is. Dus onze huisarts moest op schrift zetten dat mijn dochter geen psychiatrische behandeling heeft of had, geen beroerte heeft gehad of een aandoening aan het zenuwstelsel.

Niet zo’n moeilijke vraag voor een huisarts die in het dossier kan zien dat dit niet het geval is, dacht ik nog. Ik belde de assistente en zij zou het de huisarts vragen en mij terug bellen. Even later meldde zij mij dat de huisarts geen fysieke onderzoeken doet voor het rijexamen. Ik dacht heel even dat ik wellicht een andere taal tegen de assistente had gesproken, want ik had zeer duidelijk niet gevraagd om een fysiek onderzoek maar om een paar regels tekst. Ze stelde voor om het hele dossier van mijn dochter te kopiëren en naar het CBR te sturen. Hoezo recht op privacy? Ik liet haar weten dat we geen volledig dossier naar een organisatie gingen sturen en dat het CBR daar niet op zit te wachten, ze willen alleen horen of er inderdaad geen sprake van deze aandoeningen is. Oh zei de assistente dan weet ik het ook niet, dan moet u maar een afspraak met de huisarts maken. Ik was inmiddels niet meer kalm, lette op mijnademhaling. Twee dagen later konden ik langs komen en samen met mijn partner besloten we dat hij dit bezoekje ging doen. De huisarts is van Afghaanse afkomst en ik heb het idee dat hij niet zo van mondige vrouwen gediend is, dus namen we plan B en zetten we mijn partner in.

Mijn partner heeft geen huisarts gezien en werd door de assistente geholpen. Deze schreef een paar regels, na wat heen en weer gediscussieer waarin zij stelde dat er wel een reden zou zijn waarom mijn dochter dat ene hokje had aangekruist. Het moest volgens haar dus heel eerlijk ingevuld worden. Mijn partner was uiteindelijk blij dat er wat op papier werd gezet en kwam opgelucht thuis. Ik las de verklaring waar stond dat mijn dochter kortstondige psychiatrische hulp had genoten, maar dat alles nu weer okay was. Ik was absoluut niet meer kalm. Mijn dochter had kortstondige psychologische hulp gehad binnen een revalidatie traject, maar daar vraagt het CBR niet naar. Ik was boos dat de assistente het verschil niet maakte tussen psychiatrische hulp en psychologische hulp en niet besefte wat voor gevolgen dit soort dingen kunnen hebben als zulke foute informatie bij organisaties terecht komt. Ik vroeg mijn partner om terug te gaan en het haar te laten veranderen. Het enige dat er geschreven moest worden was: X heeft nooit psychiatrische hulp gehad, nog een beroerte of een aandoening aan het zenuwstelsel. Mijn partner ging duidelijk met tegenzin terug, maar zag ook in dat dit onacceptabel was.

Ondertussen had ik echt spijt dat ik mijn partner had laten gaan. Het gaf een ervaring dat ik mijn zelfverantwoordelijkheid niet had genomen aangezien ik altijd alles regel omtrent onze kinderen en nu bang was dat er moeilijkheden gingen komen aangezien mijn huisarts weinig tot geen vragen van mij honoreert. Bij terugkomst liet mijn partner zien dat de assistente psychiatrisch had veranderd in psychologisch en verder alles had laten staan, wat nutteloos was, omdat het CBR dat niet wilde weten. Mijn man zuchtte en vertelde dat het verhaal van alles moet eerlijk gedaan worden niet uit het hoofd van deze vrouw te krijgen was en dit het beste was wat we konden krijgen. Ik was voor de zoveelste keer teleurgesteld in mijn huisarts en zijn personeel en snap niet waarom alles altijd zo moeilijk gemaakt moet worden. De vraag was zo simpel en inmiddels waren we twee telefoongesprekken en twee consulten verder met een resultaat dat niet voldeed aan de hulpvraag. Ik moest echt mijn best doen om de teleurstelling niet de overhand te laten nemen. Ik kalmeerde mijzelf met mijn ademhaling alvorens de post door de brievenbus kwam.

Test 2:

Een brief van de belastingdienst waarin zij mededeelden dat zij mijn zakelijke bankrekeningnummer niet hebben en dus de teruggave omzetbelasting niet kunnen terugbetalen. Dit is niet de eerste brief die ik hierover heb gekregen en telkens heb ik, hetzij schriftelijk of telefonisch, mijn bankrekeningnummer doorgegeven en telkens bleek dat zij het nummer toch al hadden.

Ondertussen gaan er maanden voorbij van steeds weer bellen of brieven sturen en komt er geen teruggave. Ik besloot meteen de belastingdienst te bellen en na hele verhalen te hebben verteld, waarbij de man niet begreep dat dit de vierde keer was dat ik het rekeningnummer meldde en de vierde keer dat ze het wel hebben maar niets overmaken. Uiteindelijk moest ik maar een bepaald formulier invullen waar ik allerhande officiële documenten en formulieren voor zou moeten aanschaffen om een bankrekeningnummer te melden wat al bekend is. Ik weigerde om te betalen voor mijn teruggave, inmiddels was ik ook nu niet heel kalm meer. Waarom moet ik een bankrekeningnummer blijven toesturen terwijl ze deze al hebben? Hoe kom ik hier doorheen was mijn vraag en die stelde ik ook. De meneer wist het ook niet meer en ik werd doorverbonden naar een andere afdeling.

Uiteindelijk bleek dat de belastingdienst soms denkt met mijn opgeheven eerste bedrijf van doen te hebben en dan weer met mijn nieuwe bedrijf. En toen kwam het euvel naar boven, ik zou op een formulier mijn fiscaalnummer niet hebben ingevuld. Had ik systematisch op alle drie eerdere formulieren mijn fiscaalnummer ook niet geschreven? Het leek er meer op dat er maar wat gezocht werd om mij uiteindelijk opnieuw een formulier te laten opsturen. Gelukkig was dit een formulier waar de kosten alleen opliepen tot een postzegel. De mevrouw zei nog dat zij wel zag dat alles in orde was, maar zij mocht geen vakje voor mij gaan invullen, dat mag niet van het systeem. Ik haalde diep adem en besloot het formulier te downloaden en het hele proces maar weer opnieuw te lopen, het heeft geen zin om mij te verzetten, ik zal het moeten lopen volgens de spelregels van het systeem.

Test 3:

Naast de brief van de belastingdienst kwam er ook een brief van een plaatselijke krant. Die brief kende ik wel daar hadden we er al 3 van gehad. En al twee keer over gebeld. Het ging om het plaatsen van een zakelijke advertentie, niet die van ons. Het adres op de factuur klopte maar de bedrijfsnaam niet. Waarschijnlijk was deze opdracht tot het plaatsen van een grote advertentie, van het bedrijf wiens naam bij ons zakelijke adres stond op de brief. Mijn partner had tot nu toe gebeld, maar het leek niet te helpen, dus ik besloot te bellen, nu ik toch al twee ontmoetingen met het systeem had gehad.

Ik belde de krant en meldde hen dat deze facturen op deze manier niet betaald gingen worden en dat ze beter het andere bedrijf even konden bellen om het juiste adres te vragen. De dame aan de andere kant had er duidelijk geen zin in en zei dat ze wel een creditnota zou sturen. Waarop ik haar vroeg geen brieven meer te sturen naar mijn adres. De dame zei, dat is het enige wat mogelijk is binnen het SYSTEEM. Ik zuchtte, het systeem, het systeem… Inmiddels heb ik twee creditnota’s ontvangen en het adres is nog steeds niet veranderd. De brieven gaan nu linea recta in het oud papier. Deze keer ging de ontmoeting met het systeem mij beter af, wat waarschijnlijk ook kwam omdat hier niets voor mij vanaf hing. Ik probeerde het bedrijf op iets te wijzen, zodat ze hun geld konden krijgen voor die advertentie, maar het leek er haast op of dat ondergeschikt was geraakt aan wat het SYSTEEM daar doet en wil.

Inmijn volgende blog volgen de zelfvergevingen en correcties om te komen tot oplossingen binnen mijn werkelijkheid.

Dag 362 van 2555: Schep nog maar een keertje op

DIP Lite cursusWe spraken als groep af om ook te bloggen over al de zaken die wij inmiddels door het lopen van ons Desteni proces ons eigen hebben gemaakt, wat we in onszelf hebben veranderd en hoe het gebruik van de Desteni gereedschappen/hulpmiddelen ons hierbij hebben geholpen. Ik stelde deze vraag aan mijzelf, wat is er veranderd en hoe ben ik veranderd? Er kwam stilte binnenin mij, niet de stilte van rust en niet de stilte voor de storm. Meer een vacuüm dat verlammend werkt en een staat van zijn waarbij het duidelijk is dat er geen antwoord gaat komen. Waarop ik de volgende vraag aan mijzelf stelde: hoe kan ik geen antwoord hebben op deze vraag? Terwijl ik dagelijks ervaar dat ik door mijn proces anders in het leven sta dan voorheen en zoveel meer in staat ben om mijzelf en mijn wereld te begrijpen.

De leegte of de stilte die ik in eerste instantie ervoer was een weerstand die mijn ‘geest’ opwierp en die ik toestond in dat eerste moment. Echter ik accepteerde het niet als zijnde het antwoord en vroeg dus door aan mijzelf. Als dit een weerstand is, welk luikje in mijzelf mag ik dan niet openmaken? Wat moet er voorkomen worden door geen antwoord op de vraag van verandering te geven? Er borrelden gevoelens en emoties omhoog en een zin “je mag geen opschepper zijn”. Okay dacht ik, in mij zijn dus overtuigingen actief die mij doen geloven dat wanneer ik spreek over verandering die ik in mijzelf liet plaatsvinden, dat dit een vorm van opscheppen is. Je bent een opschepper wanneer je laat zien dat het goed met je gaat en je dit zelf hebt veroorzaakt, was min of meer de onderliggende gedachte. Waar heb ik dat opgepikt dacht ik nog.

Door nog wat dieper in mijn verleden te graven, zie ik mijzelf als kind na een verjaardag met mijn gehele familie. Mijn ouders waren vaak teleurgesteld na zulke bijeenkomsten waar zij het gevoel hadden dat zij niet konden delen wat zij hadden bereikt of daardoor hadden kunnen aanschaffen. Er was sprake van jaloezie onderling en als kind pik je dit soort dingen op en je categoriseert ze als een soort van levensles ergens in je databank. Mijn ouders stopten op een bepaald moment met het delen van wat zij bereikten in het leven, omdat het werd ervaren als opschepperij en dus werd het voor de ander duidelijk dat zij op dat punt niet zo geslaagd waren geweest. Je zou het zelfs als een overlevingsmechanisme kunnen zien wat je als kind filtreert uit zo’n levensles. De angst om als opschepper te worden gezien en zo jezelf buiten de groep te plaatsen waar je voor steun van afhankelijk bent.

Ik kon dus zien waarom ik voor een moment in een weerstand schoot bij deze vraag naar verandering. Vervolgens zag ik hoe ik mijzelf niet liet bungelen en zocht naar het waarom en het hoe, om duidelijk te krijgen waarom dit gebeurde en niet nogmaals hoeft te gebeuren. En dat was het moment dat ik dacht: dat is een enorme verandering in mijn leven geweest en iets wat ik sinds een jaar als een natuurlijk iets ben gaan leven, het zoeken naar mijn startpunt. Bij de dingen die ik doe en zeg momenteel heb ik mijn startpunt helder en mocht dat een keer niet helder zijn dan zoek ik dat onmiddellijk uit. Natuurlijk zegt dit niets over het feit of ik altijd direct iets kan met het startpunt, er zijn ook momenten dat ik mijn startpunt wel zie, maar nog niet hetgeen wil loslaten wat mij nog energetische voldoening oplevert. Toch is ook dit loslaten veel gemakkelijker geworden door mijn proces heen, wanneer het vasthouden van patronen je niets meer opleveren op de korte en langere termijn, dan is het makkelijker om deze los te laten.

Hier laat ik zien hoe ik deze opinie, ‘dat ik een opschepper ben wanneer ik laat zien dat het goed met mij gaat’, loslaat door zelfvergeving, correctie en verbintenissen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om weerstand te gebruiken om niet naar mijn eigen vorderingen te hoeven kijken en te delen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van weerstanden gebruiken om mijzelf in het ongewisse te laten, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf alleen maar tekort doe wanneer ik  meega in de weerstand. Ik stop de weerstand, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om weerstanden voor te zijn door preventief te zien/begrijpen/realiseren dat iets een ‘tricky’ punt voor mij is en ik dus alert kan zijn op mijn gedachten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het kijken naar mijn eigen vorderingen en veranderingen als beangstigend te ervaren, als iets waar je bij uit de buurt moet blijven.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet willen benoemen wanneer ik iets beheers, wat een ander wellicht nog niet beheerst wanneer ik dit deel met de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben voor afwijzing en het verstoten worden waardoor ik niet meer kan rekenen op steun. Ik stop het de angst voor afwijzing, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat deze angst voor afwijzing niet echt is, maar voortkomt uit opinies die werden gevormd door subjectieve uitspraken en gedragingen van anderen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben mijn hoofd boven het maaiveld uit te steken en zo vergeleken te worden met anderen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet anders durven zijn dan de meute, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben om te tonen dat dingen mij goed afgaan na een lange weg van vallen en opstaan en te worden gezien als een opschepper. Ik stop de angst om als opschepper te worden gezien, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het woord opschepper los te koppelen van het principe ‘delen wat ik beheers’.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om voor opschepper te worden uitgemaakt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om voor opschepper te worden uitgemaakt, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet graag als opschepper gezien word, omdat dit niet in mijn beeld van wie ik denk te zijn past en het naar mijn ‘mening’ een gevaarlijke karaktereigenschap is die alleen maar ellende kan veroorzaken. Ik stop de angst, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn mening bij te stellen en te zien dat ‘opscheppen’ en ‘delen’ niet dezelfde definitie hebben en als zodanig als woorden ook niet met elkaar geruild kunnen worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik het eerst anderen naar de zin moet maken, door precies dat wel en dat niet te zeggen, en pas daarna te zien of het veilig genoeg is om mijzelf en mijn vooruitgangen te delen met anderen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf onveilig te voelen om mijzelf en mijn vorderingen te delen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik veilige en onveilige situaties op dit gebied niet kan inschatten, omdat mijn startpunt een overlevingsangst is die mijn beeld vertroebelt. Ik stop de overlevingsangst, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn startpunt helder te krijgen en te veranderen zodat er een veilige situatie ontstaat waarin ik in  staat ben om mijzelf en mijn vorderingen te delen zonder eerst op slot te gaan door weerstanden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet belangrijk genoeg te vinden om mijzelf te delen en dus ondergeschikt te maken aan mijn angsten en meningen die ik in mijn kindertijd in mijzelf programmeerde.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf ondergeschikt maken door desinformatie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik naast het snappen van mijn startpunt ook mijn startpunt mag bevragen en aan de kaak mag stellen om zo te zien of het een geldig startpunt is of niet. Ik stop het ondergeschikt maken van mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet alleen op zoek te gaan naar mijn startpunt en die te veranderen, maar ook te zien/begrijpen/realiseren waarom mijn startpunt niet in het belang van een ieder was en waar dat door veroorzaakt werd.