Dag 367 van 2555: de begrafenis van een persoonlijkheid

DIP Lite cursusNa bijna 4 jaar geen doorlopend onderwijs te hebben genoten is dan nu de dag aangebroken dat mijn dochter weer scholing krijgt via overheidswegen. De afgelopen 2 jaar hebben we dit proces hier in Nederland gelopen, waar ik in het begin de overtuiging had dat Nederland ons kind wel gedegen onderwijs zou kunnen geven. Al snel liep ik op tegen de aloude leerplichtwet, inflexibiliteit van de uitvoerders hiervan en was het al snel duidelijk dat ik moest vechten voor onderwijs voor mijn chronisch zieke kind. Gaandeweg dit proces begreep ik dat vechten niet de meest effectieve houding was die ik kon aannemen en begon ik mij steeds meer te verplaatsen in de schoenen van de mensen waarmee ik te maken kreeg. Dit om te snappen hoe het systeem werkt en hoe hier effectief mee om te gaan. Het sleutelwoord in dit hele proces is standvastigheid, het trouw zijn aan mijn principes en het niet opgeven, totdat ik bereikt heb wat ik vanuit gezond verstand wilde bereiken. Onderwijs voor mijn dochter dat de goedkeuring heeft van de overheid. Niet omdat ik het onderwijs vanuit overheidswege zo geweldig vind, maar simpelweg om mee te kunnen draaien in de maatschappij.

Op dit moment hebben we een oplossing waarbij mijn dochter haar HAVO af kan maken vanuit huis, waardoor zij na het behalen van haar diploma niet meer onder de leerplichtwet valt en dan kan zien wat zij fysiek aankan en verder met haar leven wil gaan doen aangaande studie.

We zijn naar school gegaan en hebben de boeken en benodigdheden opgehaald. Nog nooit was mijn dochter zo blij met schoolboeken en de mogelijkheid om te leren op een manier die bij haar chronische aandoening past. Nadat we alles goed hadden bekeken kwam er bij mij een hoofdpijn opzetten, iets wat ik niet zo vaak ervaar. Ook wel zo’n hoofdpijn die opkomt voordat je zwaar verkouden wordt. Eerst dacht ik dan ook dat ik verkouden zou gaan worden, maar het hield aan op dezelfde heftige manier als het begon en ik voelde mijzelf leeg. Niet zozeer moe, maar leeg. Ik sprak mijn partner en die gaf aan dat het een soort van eindpunt was van een lange weg die ik had gewandeld met mijn dochter. En dat is ook zo, het is een eindpunt van een proces dat begon als vechten en om werd gevormd naar effectief zien wat nodig is en hiervoor niet wijken. Ik had een leeg gevoel omdat ik iets mistte, mijn geest mistte nu al het idee dat ik niet meer hoefde te bellen naar instanties. Tegelijkertijd zag ik dat ik door de tijd heen en zeker in het begin een persoonlijkheid had ontwikkeld waar ik instapte elke keer als ik aan de slag ging voor het verkrijgen van scholing. Ondanks dat ik mijn proces had omgevormd was de energie van deze persoonlijkheid nog steeds aanwezig. Ik begrijp dan ook nu dat ik een persoonlijkheid aan het loslaten ben, want het is niet nodig om hieraan nog vast te houden. Toch geeft dit een ervaring van leegheid, ondanks dat ik begrijp als weten vanuit kennis, dat ik deze persoonlijkheid niet nodig heb of had.

Vaarwel persoonlijkheid, je hebt mij inzicht gegeven in wie ik ben. Ik dacht dat ik jou nodig had om de bergen te kunnen verzetten die ik voor me had, maar de kracht om dit te doen was al die tijd al in mij.

Ik deed diezelfde dag zelfvergeving hardop en sprak het ’s avonds nogmaals door met mijn partner. De volgende dag stond ik fris op zonder hoofdpijn. Het lege gevoel was op de achtergrond nog wel aanwezig. Dit is een proces dat ik loop en elke keer wanneer ik een punt zie, dat hoort bij deze persoonlijkheid, dan pak ik het op. Ik heb nog een proces af te ronden met het CBR en mijn dochter, dus genoeg momenten om mijn correcties in de praktijk te brengen zonder veroordeling naar mijzelf toe als het even niet lukt.

Hier volgt een deel van de uitgewerkte en uitgeschreven  zelfvergevingen:

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te definiëren als de moeder die voor haar kind moet opkomen wanneer zij aangeeft dat het boven haar pet uitgroeit.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het definiëren van mijzelf naar aanleiding van overtuigingen/ideeën over mijzelf binnen een bepaalde context, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf een rol aanmeet om bepaalde acties te kunnen doen. Ik stop het definiëren van mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te motiveren bepaalde zaken op te pakken door ze simpelweg te doen en niet een setting te creëren van waaruit ik mijzelf een rol aanmeet om mijzelf te motiveren en sterker over te komen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat ik in een rol moet stappen om op een bepaalde manier te kunnen zijn en reageren.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon waar ik ervan overtuigt ben dat ik iets nodig heb dat groter is dan mijzelf om bepaalde zaken aan te pakken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn zelfverantwoordelijkheid om iets te kunnen buiten mijzelf heb gelegd en mijn verantwoordelijkheid alleen kan terugnemen door een rol te creëren die groter/beter/meer/standvastiger is dan hoe ik mijzelf ervaar. Ik stop de overtuiging van waaruit ik deze rol creëer, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat ik in staat ben om mijn betere zelf te zijn, zodat ik in mijzelf geloof en mijzelf los van de rol een kans kan geven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als zwak te zien en mijn rol/persoonlijkheid afgescheiden van mijzelf als mijn verbeterde zelf te zien.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf neerhalen en de rol die ik speel te prijzen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik een polariteit uitspeel waardoor ik alleen vanuit afgescheidenheid nog denk te kunnen handelen. Ik stop de polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf weer bij elkaar te pakken en de fragmentatie, die ik door afgescheidenheid in het spelen van verschillende rollen/persoonlijkheden heb gecreëerd, te stoppen en juist die punten in mijzelf die ik nu vanuit afgescheidenheid alleen in mijzelf naar boven kan halen te integreren en mijzelf eigen te maken vanuit gelijkheid en eenheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik dit alles moet doen/regelen en dat ik zo sterk moet zijn, terwijl ik eigenlijk geloof dat ik dat allemaal niet kan en dus extra krachten nodig heb om dit wel te kunnen doen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf extra kracht geven door het spelen vaneen persoonlijkheid, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik dit doe om zo niet geconfronteerd te worden met de ervaring dat ik denk dat ik zelf niet daadkrachtig genoeg ben. Ik stop het idioliseren van mijn persoonlijkheid, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om kracht uit mijzelf te putten en mijzelf dat duwtje te geven om die karaktereigenschappen van mijn persoonlijkheid mijzelf eigen te maken zonder dit in afgescheidenheid te doen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf tot een ander te maken en zo mijzelf te beperken en kleiner te maken en houden dan nodig is.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn echte zelf te doen afnemen/beperken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik vanuit polariteit min over mijzelf denk en daar dus een betere versie van mijzelf voor in het leven heb geroepen om te kunnen omgaan met het verminderen van mijzelf dat ik mijzelf aandoe. Ik stop het verminderen van mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet langer in minder en meer waar te nemen, maar punten te zien in mijzelf die ik kan verbeteren en zo stap voor stap te komen tot een verbeterde versie van mijzelf.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik deze persoonlijkheid niet los kan laten.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van paniek te ervaren wanneer ik deze persoonlijkheid los moet laten, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik op een fysiek niveau mijzelf verzet om deze persoonlijkheid los te laten omdat ik het ervaar als iets dat ik echt nodig heb om te kunnen bestaan. Ik stop de afhankelijkheid aan mijn eigen gecreëerde persoonlijkheid, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het los laten van deze persoonlijkheid niet te zien als een gemis maar als het heft in eigen handen nemen en dat wat goed en bruikbaar is aan deze persoonlijkheid te internaliseren vanuit een startpunt van verbetering en niet vanuit een startpunt van gemis.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat het los laten van deze persoonlijkheid een stukje van mijn bestaansrecht wegneemt, omdat ik het ervaar als een stukje van mijzelf wegnemen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon waarin ik bestaansrecht denk te ontlenen aan een rol die ik aanneem in afgescheidenheid van mijzelf, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik diegene ben die mijzelf bestaansrecht geeft en diegene ben die in mijzelf gelooft. Ik stop de twijfel in mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet in twijfel te bestaan maar te zien wat maakt dat ik twijfel aan mijzelf om zo te weten wat er nodig is om de twijfel in mijzelf weg te kunnen nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te stoppen door een heftige hoofdpijn als enige middel dat nog over blijft.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van waarschuwingssignalen in de wind te slaan totdat ze fysiek worden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet naar mijzelf en mijn signalen heb geluisterd en dus komt mijn fysieke lichaam in actie om wat minder subtiel te waarschuwen. Ik stop de het in de wind slaan van waarschuwingssignalen van mijzelf aan mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om naar mijzelf te luisteren en niet de gedachten die rondgaan in mijn ‘geest’ als waarheid en valide aan te nemen die de waarschuwingen van mijzelf aan mijzelf bagatelliseren om zo met de fysieke gevolgen geconfronteerd te worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te oordelen en ‘voor mijn kop te slaan’ dat ik niet eerder naar mijzelf heb geluisterd dan op het moment dat de gevolgen fysiek werden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van ongeduld met mijzelf en het oordelen van mijzelf vanuit een startpunt van ongeduld, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niets opschiet met oordelen en ongeduld, maar dat dit mij in een statische positie plaatst van waaruit het moeilijk is om verandering tot stand te brengen. Ik stop het oordelen vanuit ongeduld, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geduld met mijzelf te hebben en te realiseren/snappen/zien dat dit een proces is en het niet helpt wanneer ik mijzelf liefdeloos behandel, maar beter het feit kan omarmen dat ik uiteindelijk toch gewaarschuwd werd door de fysieke gevolgen, waardoor ik in mijzelf ging kijken om te zien dat er een proces van loslaten gestart moet worden.

Dag 366 van 2555: we zijn allemaal één en lopen ons eigen proces

DIP Lite cursusTerwijl ik een ander zelfverzekerd gedrag zag vertonen als een vasthouden aan meningen en gedachten, kwamen er reacties in mij los. Mijn reacties waren vooral gericht op het ‘willen vasthouden aan’ van de ander, de ander nam hier een houding bij aan die uitstraalde  alles te weten en week niet van het standpunt. Dit bracht mij in verwarring. Eerst verschool ik mij in stilte in inferioriteit ten opzichte van de ander. Wist ik inderdaad waar ik het over had? Vervolgens schoot ik binnenin mij in de superioriteit, de ander wil mij wat opleggen iets wat ik niet ben en hoe ik niet ben. Ik zie angst in de zelfverzekerdheid van de ander en ik zie angst in mij dat ik misschien niet die ben wie ik denk dat ik ben, hoe ik mij gedefinieerd had.

Ik had mij laten verwarren door wat ik in de ander zag en in mijzelf voelde. Wat is van mij en wat is niet van mij? Ben ik zelfverzekerd en wil ik mijn mening doordrukken? Van tijd tot tijd zeker wel. Heb ik in zo’n moment de angst dat de ander het niet zal pikken en het geheel in een ander perspectief ziet wat net zo valide is of zelfs het enige valide is? Ja, bij zelfverzekerdheid uit starheid komt ook angst om de hoek kijken. Het is mijn zelfdefinitie die hier behoorlijk gekieteld wordt. Ik doe dingen zoals ik ze doe en dat wil ik eigenlijk niet zomaar veranderen, ik wil niet verschrikkelijk veel moeite doen om het op de manier te doen zoals de ander het doet. Ik ben uiteindelijk bang om mijzelf te moeten verliezen, om mijzelf te moeten aanpassen aan de ander, omdat deze dit met stelligheid en zelfverzekerdheid brengt, maakt dat de angst in mij los dat ik als ik A zeg ook B moet zeggen en nooit meer kan zijn wie ik ben. Door deze angst kan ik ook niet meer helder denken in dat moment. Ik zie alleen maar een identiteit die afgepakt dreigt te worden en ik bestempel de ander als betweter en naar. Terwijl ik eigenlijk aan het vechten ben met ideeën en gedachten in mijn eigen ‘geest’ die alleen in mijn geest zich afspelen, alle interpretaties van woorden, handelingen, gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal van de ander worden vertaald door de bril van angst dat ik niet meer zal zijn wie ik denk te zijn. Ik zal mij moeten overgeven gaat er door mij heen, of ik vecht en schiet dus in dezelfde zelfverzekerdheid als de ander. Maar uit dit niet, verwerk dit vanbinnen en sta op knappen. Alle volgende momenten zijn doordrenkt van deze ervaring die zich al meerdere malen heeft afgespeeld, de ander zet de hakken in het zand en ik zet de hakken in het zand, we zijn elkaars reflectie, waardoor mijn verdere interactie met de ander krampachtig is en gebaseerd in de angst dat de ander mij wil veranderen waardoor ik mijzelf niet meer zal herkennen.

Door de angst is er niets in mij dat met gezond verstand kan zien dat ik dat wat de ander mij spiegelt en aanreikt kan gebruiken om in zelfoprechtheid te kijken naar mijn zelfdefinitie en mijn angst om te verdwijnen als wie ik ben. Gebruiken wat de ander mij aanreikt wil niet zeggen dat de ander mij verteld hoe en wat ik moet gebruiken, nee het is dat wat ik kan zien in mijzelf dat verandert kan en mag worden, om zo mijzelf te verbeteren en niet te verdwijnen. De angst zal mij langzaam doen verdwijnen. Dus ik ben één in de starheid en zelfverzekerdheid als de ander, hoe ik hier verder mee om zal gaan dat zal mijn pad zijn om te lopen, om te zien dat veranderen niet eng is en zelfverzekerdheid mag plaatsmaken voor zelfvertrouwen en zelfintimiteit.

Ik realiseer mij dat ik dat kan gebruiken wat de ander mij aanreikt om mijn puzzel op te lossen, zonder dat mijn puzzel veranderd in die van de ander.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om reacties toe te staan op het gedrag van de ander en de ander als de schuldige te ervaren van wat het in mij los maakt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de ander als de schuldige aan te wijzen voor de angst die ik ervaar in mij in interactie met de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet geconfronteerd wil worden met wat de ander in mij los maakt. Ik stop de angst die loskomt door het gedrag van de ander, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om dat wat de ander in mij losmaakt te onderzoeken en te zien wat het werkelijk is dat mij raakt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het ‘willen vasthouden aan’ van de ander niet te willen zien als een karaktertrek van mijzelf en dit te ervaren als een aanval op mij als persoonlijkheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van aangevallen voelen door de ander die gelijk gedrag vertoont, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet geconfronteerd wil worden met een karaktertrek die ik niet echt waardeer in mijzelf maar ook zie als overlevingsgereedschap om te blijven wie ik denk dat ik ben. Ik stop de drang om de gedachten over mijzelf en wie ik ben in stand te houden, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te onderzoeken wat het precies is dat ik niet wil loslaten van mijzelf dat ik bereid ben hiervoor te vechten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verwarring te ervaren als ik denk dat mijn persoonlijkheid die alles weet en zelfverzekerd is wordt afgenomen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om geen zelfvertrouwen meer te hebben, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik in polariteiten denk, waardoor ik dus onzeker zal worden als mijn zelfverzekerdheid wordt weggenomen. Ik stop het denken in polariteiten, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat ik ook besta zonder onzekerheid en zelfverzekerdheid die beiden vanuit polariteit gevoed zijn en die om te beginnen geen echt zelfvertrouwen in mij teweegbrengt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in inferioriteit te schieten en te twijfelen aan mijzelf, waardoor de zelfverzekerdheid die ik dacht te bezitten geen echt zelfvertrouwen kon zijn.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van zelftwijfel, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik aan mijzelf twijfel omdat ik diep van binnen weet dat mijn zelfvertrouwen gebaseerd is op gedachten/opinies over wie ik denk te zijn. Ik stop de de twijfel en zoek de stabiliteit in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet aan mijzelf te twijfelen maar in mijzelf te geloven dat zelfvertrouwen vanuit eenheid en gelijkheid met de ander mogelijk is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de superioriteit te schieten om mijn persoonlijkheid als zelfverzekerd veilig te stellen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon waarbij ik inferioriteit ervaar en superioriteit gebruik om dat wat ik denk dat stukgemaakt wordt te beschermen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de enige ben die iets kan stukmaken of kan toestaan dat iets in mij wordt stukgemaakt door starheid en gebrek aan wil om te veranderen. Ik stop de polariteit in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de ander niet als de vijand te beschouwen maar als de aangever die mij kan doen inzien dat ik de vijand kan zijn van mijzelf als ik mijzelf als gedachten en opinies niet stop.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben over wie ik denk te zijn en of ik dat ook daadwerkelijk ben aangezien mij dat nu veiligheid en bescherming lijkt te bieden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om te ontdekken wie ik echt ben of wie ik echt kan zijn, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben van een spookbeeld in mijn ‘geest’ zonder dit ooit in de werkelijkheid te testen. Ik stop de angst, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien wie ik ben als ik mijn ideeën over mijzelf en aangemeten persoonlijkheden los laat. In het ergste geval beval het mij niet wat ik zie, dan bestaat er altijd nog de kans om mijzelf te corrigeren in het belang van een ieder.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in verwarring te zijn over wat ik bij de ander zag en hetzelfde van binnen bij mijzelf voelde.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet de reflectie van mijzelf te willen zien in de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de reflectie als bedreigend ervoer als zijnde mijn ‘geest’ en de bedenker van mijn zelfverzekerde persoonlijkheid. Ik stop de angst voor de ander die een deel van mij reflecteerd, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet weg te schrikken van de reflectie momenten van de ander naar mij, maar het tot mij te nemen en te zien wat ik er mee kan, wat het mij zegt zonder reacties een oordelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de angst voor de ander die mij kan veranderen als een reële daad van de ander te ervaren en niet te zien dat ik bang ben voor mijzelf, voor de verandering in mijzelf die ik, alleen ik kan teweegbrengen en stoppen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst van mijn ‘geest’ uit dat ik mijzelf zal veranderen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik als ik de ‘geest’ geloof nooit zal veranderen zonder de ‘geest’ van dienst te zijn. Ik stop de angst voor mijzelf door de ogen van mijn ‘geest’, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te realiseren dat mijn ‘geest’ geen boodschap heeft aan veranderen in het belang van een ieder en alle gedachten zal aanwenden om mij te doen geloven dat het beter is om te gehoorzamen aan de ‘geest’ dan aan mijzelf trouw te blijven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de ander als de boodschapper van mijn eigen bericht te beschuldigen als aanvaller.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de boodschapper te willen aanvallen en het bericht niet willen accepteren, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat de boodschapper slechts de boodschapper is en dat ik heftige reacties op de boodschap heb en niet op de boodschapper. Ik stop de angst en boosheid jegens de boodschapper, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in het vervolg te kijken wat de boodschapper te zeggen heeft en mijn reacties op de boodschap in het juiste perspectief te zetten zodat ik ermee kan werken en zien of ik het op dit moment in mijn proces kan aannemen of nog moeten laten liggen als iets dat ik later opnieuw bekijk.

Dag 365 van 2555: van wie moet ik blijdschap ervaren?

Dag 365 van 2555: van wie moet ik blijdschap ervaren?In een eerdere blog post schreef ik over mijn zoon die een teek had opgelopen op een schoolintroductiekamp in de Ardennen. De teek was besmet met Lyme waardoor mijn zoon geïnfecteerd raakte. Inmiddels is er met behulp van electro-acupunctuur en bioresonantie een behandelplan opgesteld en uitgevoerd en was het nu zover dat we opnieuw zouden meten in wat voor fysieke fase hij momenteel is aanbelandt. De uitslag was een mooie uitslag, aangezien er geen spoor van de Lyme meer te meten was in zijn lichaam.

Op de terugweg naar huis realiseerde ik mij dat ik mijzelf niet zozeer blij of gelukkig voelde, terwijl dit toch enorm goed nieuws was wat wij gekregen hadden. Een zekere mate van opluchting was er wel. Maar het viel mij op dat het mij verbaasde dat ik mij niet enorm gelukkig voelde. Ik had dus verwacht dat ik mij in zo’n moment waanzinnig gelukkig zou voelen, maar in plaats daarvan ervoer ik een soort van zwarte wolk. Ik verwachtte dat het goede nieuws zomaar zou kunnen omslaan in slecht nieuws, dat er toch nog ergens iets in het lichaam verstopt zou zitten en later roet in het eten zou gooien. Ik vertrouwde het goede nieuws niet, omdat ik bang was dat het vertrouwen om zou slaan naar een teleurstelling.

Ik had mij nu eenmaal ingesteld op een doemscenario, te weten een tweede kind met Lyme, en nu werd mij gevraagd om het leven weer rooskleurig in te zien. Ik ervoer een soort van drempel in mij om die switch naar verandering te maken. In zekere zin voelde ik mij nu comfortabel binnen het doemscenario en wilde ik daar niet uit om geluk en vooruitgang te omarmen, los van het feit dat het laatste scenario mij meer perspectief zou bieden.

Doordat ik dit zag afspelen binnenin mij, die angst om blijdschap te ervaren, onderzocht ik waarom ik dacht dat ik uitbundig gelukkig zou moeten zijn op zo’n moment. Wie dicteert mij dat ik mij zo zou ervaren in zo’n situatie? Het antwoord is uiteindelijk dat ik het ben die mij dat dicteert, hoe dat zo gekomen is, dat is een ander verhaal. Blijdschap, geluk, opgewektheid, vreugde zijn gevoelens die wij als kind leren door anderen dit te zien ervaren, totdat wij zelf dit woord koppelen aan een ervaring die we hebben.

Wanneer ik als kind een mooi cadeau kreeg dan ervoer ik blijdschap, ik was blij met het cadeau, dus ik geloofde/nam aan dat dit blijdschap was. Wat ik als kind niet zag is dat ik wellicht gedachten had tijdens het uitpakken van het cadeau die mijn angst aanwakkerden dat het wellicht een cadeau kon zijn wat ik niet wilde hebben. Ik was dus zonder dit te snappen of bewust toe te passen mijn werkelijkheid aan het polariseren. Die blijdschap kon niet bestaan als de angst voor teleurstelling er niet was.

Nu weer even terug naar mijn afwezige blijdschap. Ik ervoer de blijdschap niet omdat ik uit veiligheid de negatieve pool van de polariteit koos om zo niet nog meer teleurstelling te hoeven meemaken. Want blijdschap zou betekenen dat ik zou hebben gekregen wat ik wilde hebben, maar ik vertrouwde mijn fysieke werkelijkheid als mijzelf niet om dit te kunnen aanvaarden. Dus nog altijd zat ik opgesloten in een gepolariseerde werkelijkheid waarbij ik blijdschap, geluk, vreugde en opgewektheid niet juist gedefinieerd had ten aanzien van de juiste ervaring. Ik dacht dat ik bij zo’n soort ervaring blijdschap moest ervaren, omdat ik zo ben gevormd tijdens mijn leven. Films, reclame en andere mensen lieten mij dit keer op keer zien dat dit het juiste gevoel is dat bij zo’n ervaring hoort. Dus dwong ik dit gevoel aan mij op als zijnde correct, terwijl ik in dat moment veel meer andere emoties ervoer die de blijdschap compleet overschaduwden.

De mate van opgelucht zijn, die ik ervoer, was een fysieke ervaring die ik in mijn lichaam waarnam, de andere emoties en gevoelens die speelden zich in mijn ‘geest’ af. Er viel een soort van zwaarzijn van mijn schouders af, ik was lichter door het wegvallen van een zorg minder. Echter dit werd niet bevestigt door mijn ‘geest’ waardoor er een frictie of disharmonie plaatsvond tussen ‘geest’ en fysiek lichaam wat ik verstandelijk (lees: niet geleefde informatie en kennis) labelde als niet ‘normaal’. “Ik ben niet normaal dat ik nu geen overwegende grote blijdschap ervaar.” Had ik dit niet onderzocht en niet gestopt dan was dit een aanleiding geweest tot meer denkpatronen en persoonlijkheden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet ‘hier’ te zijn met de situatie en dus de situatie niet te ervaren zoals hij zich voordoet binnen mijn fysieke werkelijkheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een situatie door de ogen van mijn ‘geest’ beoordelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik op deze wijze ver van de werkelijkheid af kom te staan en niet diegene kan zijn wie ik echt ben in dat moment. Ik stop de beoordeling door de ‘geest’, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn fysieke lichaam als indicator te gebruiken om te zien hoe ik werkelijk in een moment in een situatie sta en mij niet te laten leiden door de ‘geest’.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn werkelijkheid/definitie van het woord blijdschap als de enige werkelijkheid aan te nemen zonder te onderzoeken of dit klopt binnen mijn fysieke werkelijkheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een gekleurde definitie van een woord te leven, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik ruimte open kan laten voor onderzoek om te zien of ik nog steeds op het juiste spoor zit. Ik stop de gekleurde definitie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om wanneer ik frictie ervaar tussen mijn betekenis van een woord en mijn fysieke werkelijkheid, dit te onderzoeken en aan te passen daar waar nodig.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verwachtingen te hebben over mijn manier van reageren op bepaalde situaties.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van op voorhand denken te weten hoe ik hoor te reageren in elke situatie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn leven op deze manier maak tot een filmscript en er geen ruimte voor verandering/afwijking meer mogelijk is. Ik stop de aannames, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om elke situatie als een nieuwe situatie te zien waarin ik diegene ben die ik kan zijn gerelateerd aan waar ik in mijn leven/proces ben qua gewaarzijn/bewustzijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om schaamte te ervaren bij geen blijdschap terwijl ik dat wel had verwacht.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van schaamte ten opzichte van mijzelf door niet te voldoen aan mijn eigen verwachtingen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik verwachtingen heb die niet geheel van mijzelf zijn en vervolgens als ik er niet aan voldoe mij schaam voor de buitenwereld dat ik niet voldoe aan wat ik denk dat van mij verwacht wordt. Ik stop de schaamte, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet meer te schamen als een bestraffing voor het niet maatschappelijk aangepast reageren op een situatie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat het doemscenario bewaarheid wordt ook al wijst de fysieke werkelijkheid het tegendeel uit.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf geen geluk gunnen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik geen vertrouwen heb in mijzelf en mijn toekomst wanneer ik terugkijk naar het verleden. Ik stop de zelfsabotage, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het verleden te corrigeren om zo de toekomst te kunnen sturen los van emoties/gevoelens/herinneringen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet meer in geluk te geloven voor mijzelf, door alle ervaringen die dit bevestigen over een nieuwe situatie heen te leggen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van herinneringen gebruiken als blauwdruk voor mijn heden en toekomst, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn verleden herleef en zo niet kan komen tot verandering. Ik stop het gebruik van de blauwdruk, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om elke situatie als een unieke situatie te beoordelen en de informatie en kennis die ik geleefd heb te gebruiken, los van emoties/gevoelens, om beslissingen te maken in het heden en voor mijn toekomst die in het belang van een ieder zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een drempel te ervaren in het moment waarin ik verandering kon/mocht omarmen van mijzelf.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van in mijn comfortzone blijven hangen of die nu positief of negatief gelabeld kan worden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik moeite met verandering heb wanneer ik denk dat ik veilig ben op de plek waar ik zit. Ik stop het verblijven in mijn comfrotzone , en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te realiseren dat ik binnen mijn leven vaak genoeg uit mijn comfortzone stap, dit zou dus voor al mijn comfortzones moeten gelden en niet de ene wel en de andere niet, gebaseerd op emoties/gevoelens.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn wereld te polariseren en daardoor fricties te ervaren op punten waar dat niet zou hoeven te gebeuren.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van polariseren omwille van de frictie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik dit doe vanuit de ‘geest’ om zo energetisch een situatie te laden en niet meer te zien waar het nu eigenlijk om draait en zo dus niet te handelen in het belang van een ieder. Ik stop de polariteiten, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet mee te gaan met de polariserende aard van mijn ‘geest’ maar mijzelf aan te sturen op basis van wat ‘hier’ is.

Herdefinitie van blijdschap: het omarmen/aanvaarden van mijzelf, een ander als mijzelf of een situatie in gewaarzijn van alles dat er is.