Dag 366 van 2555: we zijn allemaal één en lopen ons eigen proces

DIP Lite cursusTerwijl ik een ander zelfverzekerd gedrag zag vertonen als een vasthouden aan meningen en gedachten, kwamen er reacties in mij los. Mijn reacties waren vooral gericht op het ‘willen vasthouden aan’ van de ander, de ander nam hier een houding bij aan die uitstraalde  alles te weten en week niet van het standpunt. Dit bracht mij in verwarring. Eerst verschool ik mij in stilte in inferioriteit ten opzichte van de ander. Wist ik inderdaad waar ik het over had? Vervolgens schoot ik binnenin mij in de superioriteit, de ander wil mij wat opleggen iets wat ik niet ben en hoe ik niet ben. Ik zie angst in de zelfverzekerdheid van de ander en ik zie angst in mij dat ik misschien niet die ben wie ik denk dat ik ben, hoe ik mij gedefinieerd had.

Ik had mij laten verwarren door wat ik in de ander zag en in mijzelf voelde. Wat is van mij en wat is niet van mij? Ben ik zelfverzekerd en wil ik mijn mening doordrukken? Van tijd tot tijd zeker wel. Heb ik in zo’n moment de angst dat de ander het niet zal pikken en het geheel in een ander perspectief ziet wat net zo valide is of zelfs het enige valide is? Ja, bij zelfverzekerdheid uit starheid komt ook angst om de hoek kijken. Het is mijn zelfdefinitie die hier behoorlijk gekieteld wordt. Ik doe dingen zoals ik ze doe en dat wil ik eigenlijk niet zomaar veranderen, ik wil niet verschrikkelijk veel moeite doen om het op de manier te doen zoals de ander het doet. Ik ben uiteindelijk bang om mijzelf te moeten verliezen, om mijzelf te moeten aanpassen aan de ander, omdat deze dit met stelligheid en zelfverzekerdheid brengt, maakt dat de angst in mij los dat ik als ik A zeg ook B moet zeggen en nooit meer kan zijn wie ik ben. Door deze angst kan ik ook niet meer helder denken in dat moment. Ik zie alleen maar een identiteit die afgepakt dreigt te worden en ik bestempel de ander als betweter en naar. Terwijl ik eigenlijk aan het vechten ben met ideeën en gedachten in mijn eigen ‘geest’ die alleen in mijn geest zich afspelen, alle interpretaties van woorden, handelingen, gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal van de ander worden vertaald door de bril van angst dat ik niet meer zal zijn wie ik denk te zijn. Ik zal mij moeten overgeven gaat er door mij heen, of ik vecht en schiet dus in dezelfde zelfverzekerdheid als de ander. Maar uit dit niet, verwerk dit vanbinnen en sta op knappen. Alle volgende momenten zijn doordrenkt van deze ervaring die zich al meerdere malen heeft afgespeeld, de ander zet de hakken in het zand en ik zet de hakken in het zand, we zijn elkaars reflectie, waardoor mijn verdere interactie met de ander krampachtig is en gebaseerd in de angst dat de ander mij wil veranderen waardoor ik mijzelf niet meer zal herkennen.

Door de angst is er niets in mij dat met gezond verstand kan zien dat ik dat wat de ander mij spiegelt en aanreikt kan gebruiken om in zelfoprechtheid te kijken naar mijn zelfdefinitie en mijn angst om te verdwijnen als wie ik ben. Gebruiken wat de ander mij aanreikt wil niet zeggen dat de ander mij verteld hoe en wat ik moet gebruiken, nee het is dat wat ik kan zien in mijzelf dat verandert kan en mag worden, om zo mijzelf te verbeteren en niet te verdwijnen. De angst zal mij langzaam doen verdwijnen. Dus ik ben één in de starheid en zelfverzekerdheid als de ander, hoe ik hier verder mee om zal gaan dat zal mijn pad zijn om te lopen, om te zien dat veranderen niet eng is en zelfverzekerdheid mag plaatsmaken voor zelfvertrouwen en zelfintimiteit.

Ik realiseer mij dat ik dat kan gebruiken wat de ander mij aanreikt om mijn puzzel op te lossen, zonder dat mijn puzzel veranderd in die van de ander.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om reacties toe te staan op het gedrag van de ander en de ander als de schuldige te ervaren van wat het in mij los maakt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de ander als de schuldige aan te wijzen voor de angst die ik ervaar in mij in interactie met de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet geconfronteerd wil worden met wat de ander in mij los maakt. Ik stop de angst die loskomt door het gedrag van de ander, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om dat wat de ander in mij losmaakt te onderzoeken en te zien wat het werkelijk is dat mij raakt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het ‘willen vasthouden aan’ van de ander niet te willen zien als een karaktertrek van mijzelf en dit te ervaren als een aanval op mij als persoonlijkheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van aangevallen voelen door de ander die gelijk gedrag vertoont, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet geconfronteerd wil worden met een karaktertrek die ik niet echt waardeer in mijzelf maar ook zie als overlevingsgereedschap om te blijven wie ik denk dat ik ben. Ik stop de drang om de gedachten over mijzelf en wie ik ben in stand te houden, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te onderzoeken wat het precies is dat ik niet wil loslaten van mijzelf dat ik bereid ben hiervoor te vechten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verwarring te ervaren als ik denk dat mijn persoonlijkheid die alles weet en zelfverzekerd is wordt afgenomen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om geen zelfvertrouwen meer te hebben, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik in polariteiten denk, waardoor ik dus onzeker zal worden als mijn zelfverzekerdheid wordt weggenomen. Ik stop het denken in polariteiten, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat ik ook besta zonder onzekerheid en zelfverzekerdheid die beiden vanuit polariteit gevoed zijn en die om te beginnen geen echt zelfvertrouwen in mij teweegbrengt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in inferioriteit te schieten en te twijfelen aan mijzelf, waardoor de zelfverzekerdheid die ik dacht te bezitten geen echt zelfvertrouwen kon zijn.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van zelftwijfel, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik aan mijzelf twijfel omdat ik diep van binnen weet dat mijn zelfvertrouwen gebaseerd is op gedachten/opinies over wie ik denk te zijn. Ik stop de de twijfel en zoek de stabiliteit in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet aan mijzelf te twijfelen maar in mijzelf te geloven dat zelfvertrouwen vanuit eenheid en gelijkheid met de ander mogelijk is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de superioriteit te schieten om mijn persoonlijkheid als zelfverzekerd veilig te stellen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon waarbij ik inferioriteit ervaar en superioriteit gebruik om dat wat ik denk dat stukgemaakt wordt te beschermen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de enige ben die iets kan stukmaken of kan toestaan dat iets in mij wordt stukgemaakt door starheid en gebrek aan wil om te veranderen. Ik stop de polariteit in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de ander niet als de vijand te beschouwen maar als de aangever die mij kan doen inzien dat ik de vijand kan zijn van mijzelf als ik mijzelf als gedachten en opinies niet stop.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben over wie ik denk te zijn en of ik dat ook daadwerkelijk ben aangezien mij dat nu veiligheid en bescherming lijkt te bieden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om te ontdekken wie ik echt ben of wie ik echt kan zijn, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben van een spookbeeld in mijn ‘geest’ zonder dit ooit in de werkelijkheid te testen. Ik stop de angst, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien wie ik ben als ik mijn ideeën over mijzelf en aangemeten persoonlijkheden los laat. In het ergste geval beval het mij niet wat ik zie, dan bestaat er altijd nog de kans om mijzelf te corrigeren in het belang van een ieder.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in verwarring te zijn over wat ik bij de ander zag en hetzelfde van binnen bij mijzelf voelde.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet de reflectie van mijzelf te willen zien in de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de reflectie als bedreigend ervoer als zijnde mijn ‘geest’ en de bedenker van mijn zelfverzekerde persoonlijkheid. Ik stop de angst voor de ander die een deel van mij reflecteerd, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet weg te schrikken van de reflectie momenten van de ander naar mij, maar het tot mij te nemen en te zien wat ik er mee kan, wat het mij zegt zonder reacties een oordelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de angst voor de ander die mij kan veranderen als een reële daad van de ander te ervaren en niet te zien dat ik bang ben voor mijzelf, voor de verandering in mijzelf die ik, alleen ik kan teweegbrengen en stoppen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst van mijn ‘geest’ uit dat ik mijzelf zal veranderen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik als ik de ‘geest’ geloof nooit zal veranderen zonder de ‘geest’ van dienst te zijn. Ik stop de angst voor mijzelf door de ogen van mijn ‘geest’, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te realiseren dat mijn ‘geest’ geen boodschap heeft aan veranderen in het belang van een ieder en alle gedachten zal aanwenden om mij te doen geloven dat het beter is om te gehoorzamen aan de ‘geest’ dan aan mijzelf trouw te blijven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de ander als de boodschapper van mijn eigen bericht te beschuldigen als aanvaller.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de boodschapper te willen aanvallen en het bericht niet willen accepteren, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat de boodschapper slechts de boodschapper is en dat ik heftige reacties op de boodschap heb en niet op de boodschapper. Ik stop de angst en boosheid jegens de boodschapper, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in het vervolg te kijken wat de boodschapper te zeggen heeft en mijn reacties op de boodschap in het juiste perspectief te zetten zodat ik ermee kan werken en zien of ik het op dit moment in mijn proces kan aannemen of nog moeten laten liggen als iets dat ik later opnieuw bekijk.

One thought on “Dag 366 van 2555: we zijn allemaal één en lopen ons eigen proces

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s