Dag 369 van 2555: de ziekte van een ander persoonlijk nemen

DIP Lite cursusRecentelijk kreeg ik het bericht dat een dierbaar familielid kanker heeft. Het woord kanker heeft, ook al ervaar ik dat niet dagelijks, toch een nare bijsmaak voor mij en roept veelal beelden van vechten tegen een ziekte op die vaak niet overwonnen wordt door verdere uitzaaien en veelal terugkeer van de ziekte. Drie van mijn opa’s en oma’s verloor ik aan kanker, naast kennissen. Nu gaat het hier niet om een dodelijke vorm van kanker, wat de zaak iets luchtiger maakt. Toch is het een poging van het lichaam om door te dringen en aan te geven dat het zeer uit balans is.

Wanneer familieleden op leeftijd zijn, dan is er meer kans op een telefoontje met slecht nieuws. Dus in eerste instantie nam ik het koel op. Er kwam weinig informatie van mijn familielid over de ziekte en waarom er niet bestraalt ging worden, maar wel gesneden. De arts wilde haast maken begreep ik uit het verhaal en zo snel mogelijk een operatie inplannen. Wat ik niet begreep aangezien het om een niet agressieve vorm van kanker ging. Enfin ik besloot geen derdegraads verhoor aan de telefoon te doen, omdat men aan de andere kant van de lijn het ook niet echt wist. Wat duidelijk was voor mij, was het feit dat mijn familielid zich volledig had overgegeven aan de deskundigheid van de arts.

De nieuwe informatie riep bij meer meer vragen op dan dat het antwoorden gaf. In een later stadium vroeg ik mijn familielid om welke specifieke vorm van kanker het binnen deze kankergroep gaat. Er kon geen antwoord gegeven worden aangezien de arts dat niet had medegedeeld. Op dit moment kreeg ik een hartverzakking. Elke avond Google-de ik weer wat informatie om te begrijpen wat er aan de hand kon zijn. Ik kon mij er nog niet bij neerleggen dat een operatie die tumorweefsel zou weghalen het onderliggende probleem van onbalans in het lichaam zou wegnemen. Dat ik dit nog steeds niet aanneem, neemt niet weg dat ik in een korte periode heb ingezien dat ieder zijn/haar ziekte proces op zijn/haar manier loopt, ook al sluit dat niet aan bij hoe ik dat het liefst zou willen lopen.

Al snel had ik de ziekte van de ander persoonlijk genomen. Ik zocht naar oplossingen waar ik mijzelf goed bij zou voelen en zag totaal de zieke over het hoofd. De zieke die vrede heeft met wat de dokter beslist, zonder eerst zelf onderzoek te doen, wat ik als onacceptabel zag. Mijn rol is het er zijn voor mijn familielid wanneer dat gewaardeerd wordt en niet een rol waarin ik de ander overdonder met informatie waar de ander niets mee kan.

Naast mijn Google drang sprak ik ook met een bekende die voedingsdeskundige is en ook een familielid heeft met kanker die niet in andere mogelijkheden geïnteresseerd is dan het reguliere. Zij gaf mij de tip om wanneer we samen zijn lekkere dingen te koken die weerstand verhogend zijn en kanker remmend. Dat komt in principe neer op het voorbeeld geven/zijn en te tonen hoe het ook kan zonder de ander met woorden te manipuleren in mijn zienswijze. Op een bepaald moment kwam er een plan in mij op om een soort van kerstpakketje samen te stellen met gezonde producten voor kankerpatiënten vanuit een holistische kijk op de ziekte. Terwijl ik nog half aan het denken/bedenken was, kwam ik tot de conclusie dat dit ook een vorm van manipulatie was. Wanneer de ander niet toe is in het veranderen van een levensstijl dan zijn deze producten, simpelweg producten die niet gebruikt gaan worden.

Inmiddels is de operatiedatum uitgesteld naar een latere datum, wat min of meer de urgentie die in eerste instantie werd geuit wat wegneemt. Langzaamaan begin ik aan het idee te wennen, neemt mijn Google drang af en het plannetjes smeden hoe ik de ander op andere gedachten kan brengen. Waar ik eerst de kanker van de ander persoonlijk nam, zie ik het nu als iets wat een dierbare overkomt. Waarbij het pad dat er gelopen gaat worden, het pad van de dierbare is, waar ik mag meelopen maar niet de richting mag bepalen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het de zin “ik heb kanker” in de vecht modus te gaan alsof ik het ben die deze diagnose krijgt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de ziekte van een ander persoonlijk te nemen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik het bericht van ziekte van de ander op mij neem als iets dat ik moet bevechten en moet stoppen. Ik stop het persoonlijk nemen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de ander ziek te laten zijn en zijn/haar eigen pad te laten lopen, waarbij ik ondersteun en niet het pad loop alsof ik zelf ziek ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in mijn persoonlijkheid te glippen waarbij ik vecht voor een ziekte die een ander heeft.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van inspringen daar waar een ander zijn taak laat liggen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik praktische taken van anderen kan overnemen als die niet worden opgepakt, maar de zin voor leven kan ik niet voor een ander overnemen, dat is niet mijn pad om te lopen. Ik stop deze persoonlijkheid van redden wat er nog te redden valt, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in het moment wanneer ik ervaar dat ik in deze persoonlijkheid glip, van het heft van de ander in handen nemen, adem en los laat en zie waarom ik deze persoonlijkheid aanneem en niet kan zijn wie ik werkelijk ben in dat moment.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de regie van hoe de ziekte te lopen, op mij te nemen, wanneer ik zie dat de ander het niet zelf doet.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de regie over een andermans leven overnemen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik geconfronteerd wordt met de zwakte van de ander in lichaam en geest en hier op reageer met een polariteit van sterk willen zijn. Ik stop het overnemen van de regie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet bang te zijn voor de zwakte in de ander die niet meer sterk hoeft te zijn voor mij. Zwakte van lijf en geest hoeft geen zwaktebod te zijn, maar kan ook een tijdelijke manier van in het leven staan zijn en het omgaan met een nieuwe situatie. Zwak zijn hoeft niet bestreden te worden met sterk zijn en vechten, ook niet vanuit oude patronen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om sterk te zijn voor de ander door het pad van de ziekte haast voor de ander te lopen uit angst dat de ander passief zal blijven en zal opgeven.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst voor het opgeven van de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de angst in mijzelf weerspiegelt zie voor het opgeven in het leven. Ik stop de angst voor het opgeven, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om opgeven niet als het einde van de wereld te zien. Opgeven kan tijdelijk zijn en permanent, het is niet effectief om met angst op alle vormen van opgeven te reageren. Daaruit voortvloeiend ga ik de verbintenis met mijzelf aan om de ervaring van opgeven in mijzelf te begrijpen en aan te sturen, zodat opgeven niet meer dan een gedachte wordt waar ik bewust voor kan kiezen om die hetzij in het moment niet te volgen of om te zien waarom ik wil opgeven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet geconfronteerd te worden met de ander wanneer deze in mijn ogen zwakte ten opzichte van de ziekte vertoont in plaats van sterkte.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet kunnen aanzien dat de ander niets doet met zijn/haar ziekte, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik vanuit mijn eigen angst reageer op het scenario en het handelen van de ander. Ik stop mijn angst, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst dat ik zelf niets zou doen wanneer ik ernstig ziek zou zijn niet als een stoorzender in de weg te laten staan, wanneer ik het ziekte proces van de ander aan de zijlijn meemaak.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn angst voor het stoppen/ophouden van mijn fysieke leven door een bedreigende ziekte te beleven door de ziekte van een dierbare.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst voor de dood, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet geconfronteerd wil worden met de eindigheid van mijn bestaan en dit projecteer op een andermans leven door de regie over te willen nemen. Ik stop de angst voor de dood en de projectie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten leiden door angst, maar door wat zich hier in het moment aandient en daarmee om te gaan als elk nieuw iets dat op mijn pad komt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te geloven dat de ander denkt er met een operatie te zijn en genezen verklaart te kunnen worden van de kanker.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van geloven dat de ander niet bewust genoeg de ernst en het karakter van de ziekte begrijpt, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik informatie kan geven wanneer de ander daarvoor open staat zonder te preken en te drammen. Ik stop mijn geloof dat de ander niet genoeg geïnformeerd is, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de informatie die ik in de loop van de jaren heb vergaart over kanker om die niet op te dringen aan de ander, maar om die informatie echt te leven en zo een voorbeeld te kunnen zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de aankondiging van kanker bij een dierbare in eerste instantie afstandelijk op te nemen uit angst dat het te dichtbij komt en het te persoonlijk wordt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van uitersten waarin ik of afstandelijk ben of de ziekte persoonlijk neem, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet gekeken heb naar een manier waarop ik de informatie mag laten binnenkomen, maar niet hoef te reageren/handelen op basis van angsten en emoties die in dit proces vrij komen. Ik stop de polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om voordat ik in een polariteit verzeild raak eerst te kijken wat er nu eigenlijk aan de hand is. Hoe ik er kan zijn voor de ander door niet sterk te zijn en afstand te nemen en ook niet sterk te zijn door de ziekte persoonlijk te nemen, alles vanuit reactie op niet zwak willen zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat zwak erg is en sterk goed.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van polariteit leven alsof het beginselen zijn in mijn leven, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik polariteiten niet als de pilaren van mijn bestaan wil beschouwen, maar wel hiernaar handel bij gebrek aan beter en gebrek aan willen veranderen. Ik stop mijn angst voor veranderen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet bang te zijn voor verandering wanneer ik mij realiseer dat het leven van polariteiten niet effectief is, maar dit door te zetten in mijn handelen, waardoor ik de verandering kan lopen in mijn fysieke werkelijkheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet als zwak te willen ervaren uit angst dat er dan niemand is die sterk voor mij is.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van zwak zijn gelijk te trekken aan geen hulp ontvangen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik altijd sterk denk te moeten zijn, omdat ik weet dat ik mijn leven/proces zelf moet lopen ook al biedt iemand een schouder aan. Ik stop het altijd sterk willen zijn, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om momenten van zwakte te gebruiken om inzicht in mijzelf te verkrijgen en niet te gebruiken om mijzelf te oordelen/veroordelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te veroordelen en daardoor de ander te veroordelen in hun momenten van zwakte.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het oppakken van een vechtproces tegen ziekte van de ander vanuit een veroordeling van zwakte, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de ander als zwak bestempel enzo mijzelf als sterk en dus meer, wat mij meer bestaansrecht geeft en tijdelijk mijn angst voor de dood sust. Ik stop de superioriteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn proces/leven te lopen en daar waar het zich voordoet de ander te kunnen ondersteunen door wat ik zelf al gelopen heb. Dit alles vanuit gelijkheid en het ervaren hoe een ander dingen anders doorloopt om ernstige zaken als ziekte een plekje te geven. Ik kan de ander niet de wil tot leven geven, zoals de ander niet sterk voor mij kan zijn.

Dag 368 van 2555: MOETEN

DIP Lite cursusEen tijd geleden viel het mij ineens op dat ik het werkwoord ‘moeten’ in gesproken taal en geschreven taal wel veel gebruikte. Ik zag dat ik het naar mijzelf toe gebruikte, maar ook naar de ander toe als een reflectie op mijzelf. Ik bekeek of de betekenis die ik aan het werkwoord gaf steeds dezelfde was of niet. Ik gebruikte het woord en in de dwingende betekenis van ‘verplicht zijn’.

Telkens als ik het woord gebruikte stopte ik even, of als dat niet kon op een later tijdstip, en keek of ik dit woord ook voor een ander woord kon vervangen wat daadwerkelijk aangaf wat ik wilde uitdrukken. Het veelvuldig gebruik van moeten werd een soort van rode draad in mijn leven waar ik naar alle waarschijnlijkheid vind dat ik dingen moet van mijzelf of van anderen. In het moment ervoer ik het niet bewust als een last/dwingend, pas toen ik het recentelijk ging onderzoeken, zag ik dat het woord letterlijk uitdrukte hoe ik het leven daadwerkelijk en niet altijd even bewust ervoer/ervaar. Dat was best even schrikken en een ‘reality check’. Ik zie mijn leven niet als iets verschrikkelijks of niet te doen, maar dat neemt niet weg dat ik altijd dingen van mijzelf moet naast de dingen die ik van anderen moet en die ik vervolgens dus weer van mijzelf moet.

Ik keek nog eens verder en dacht: als ik telkens dingen moet van mijzelf, wie is dan dat zelf? Dat was niet zo’n moeilijke vraag eigenlijk. Alles wat ik moet daar liggen emoties, gevoelens en angsten aan ten grondslag. Mijn denken zegt dat ik dingen moet, de stem in mijn hoofd zegt dat ik naar de wc moet, nog een koekje moet eten, netjes gedag moet zeggen, beleefd moet zijn, mij van mijn beste kant moet laten zien, ik niet te laat naar bed moet gaan, niet meer geld uit moet geven dan nodig is en vooral gezond moet eten. Zo kan ik mijn hele dag vullen met moeten, zonder mijn echte zelf of zelfexpressie niet aan bod te laten komen. Het moeten is dus van de ‘geest’ omdat ik dat toesta en accepteer en daardoor ervaart mijn lijf de stress, die ik niet direct voel/ervaar en koppel aan het moeten.

Ik moet naar de wc, want als ik niet ga dan plas ik in mijn broek en moet ik de bende weer opruimen. Dus dat ik naar de wc moet van mijzelf is gebaseerd op vrees voor de gevolgen. Ik kan ook gewoon naar de wc gaan en plassen, omdat mijn blaas vol is, zonder die dwingende betekenis eraan te geven vanuit emotie.

Ik moet nog een koekje eten, want vanuit een gevoel van hebberigheid en bang tekort te komen eet ik een extra koekje alsof het een essentiële maaltijd is die ik niet kan overslaan. Ik kan ook nog een koekje eten, omdat het kan en ik tussendoor daarvan mag genieten, maar dan heeft het ineens geen emotionele lading meer.

Ik moet netjes gedag zeggen als kind, om zo de reflectie te kunnen zijn van mijn ouders en hun imago niet te grabbel te gooien. Waardoor ik vanzelf ook netjes gedag moet zeggen om mijn ouders niet teleur te stellen en uit angst voor de gevolgen als ik niet gehoorzaam. Ik kan als kind ook mensen groeten omdat ik hen ken of omdat ik net met hen gesproken heb. Ook in dit geval zou het groeten dan emotie vrij zijn.

Ik moet beleefd zijn of ik moet mij van mijn beste kant laten zien, want ik kan niet zeggen wat ik denk en in eerlijkheid er alles maar uitflappen. Ik heb dus angst dat men mij anders zal zien en waarderen wanneer ik niet beleefd ben. Ik kan de ander ook als mijzelf behandelen en de ander dat geven wat ik graag zelf zou ontvangen, vanuit wederzijds respect.

Ik moet niet te laat naar bed gaan, dus ik moet naar bed. Ik moet naar bed uit angst dat ik morgen anders niet ben uitgeslapen. Is het niet zo dat wanneer ik fysiek en/of geestelijk echt moe ben, ik gewoonweg naar bed kan gaan? Dit is gezond verstand in plaats van de dwingende toon van de ‘geest’ die ik mijzelf laat sommeren om naar bed te gaan.

Ik moet niet meer geld uitgeven dan nodig is. Het grappige is dat ik nagenoeg nooit meer geld uitgeef dan nodig is en toch moet ik dit van mijzelf goed onthouden en tegen mijzelf zeggen als ik geld uitgeef. Dus in feite vertrouw ik mijzelf niet en ben ik bang tekort te komen. Mijn handelen is, dat uitgeven wat mogelijk is, maar omdat dit met een onderlading gaat van het moeten komen mijn handelen en gedachten niet met elkaar overeen en komt er frictie. Ik kan en mag geld uitgeven voor de dingen die nodig zijn en als het budget het toestaat dan mag ik ook zo nu en dan geld aan zaken besteden die niet direct ‘nodig’ zijn.

Ik moet gezond eten, want eigenlijk ben ik bang dat ik niet gezond blijf wanneer ik niet gezond eet. Wat automatisch geeft dat ik eet met emotie, namelijk de emotie van het moeten. Ik kan ook gewoon een balans vinden in een hoofddeel gezonde zaken waarvan ik weet en getest heb dat die mijn lijf in balans houden en zo nu en dan iets wat niet direct onder ‘gezond’ valt, maar moet kunnen.

Dit is maar een greep uit mijn moeten en wat ik doe en heb gedaan met al deze voorvallen in mijn werkelijkheid, is het direct corrigeren. Het direct corrigeren voordat het plaatsvindt of nadat het heeft plaatsgevonden. Of ik doe eerst zelfvergeving wanneer ik een denkpatroon zie of zaken die ik eerst dien te vergeven alvorens mijzelf te corrigeren. Dat wil niet zeggen dat ik het werkwoord moeten nu mijd, maar ik streef ernaar om het woord niet meer in combinatie met emotie, gevoel en angst te gebruiken.

Dit ene werkwoord deed mij beseffen dat ik mijn hele leven dus in dienst van mijn ‘geest’ heb geleefd, omdat ik altijd van alles moest. Het is nu dan ook tijd om in dienst van mijzelf te gaan staan, los van emoties, gevoelens en angsten die mij aansturen en richting aan mijn leven geven.