Dag 385: waarom geef je mij snijbloemen?

moederdag-630x368Er kwam visite die een grote bos met snijbloemen meenam, ze stelden voor om de bos in een vaas te zetten. Aangezien ik geen vazen in huis heb, simpelweg omdat ik geen snijbloemen in huis haal, probeerde ik in enkele seconden te bedenken wat een correct antwoord was waardoor ik niemand voor het hoofd stootte, maar wel de feiten weergaf. Dus zei ik: “ik heb geen vaas”. Dat leek mij in het moment het beste antwoord. Dit maakte de gever van de bos snijbloemen en de rest van het gezelschap zenuwachtig. Hier had ik niet op gerekend. Eén persoon bedacht dat ze net bij Ikea wat vaasjes hadden gekocht en haalde die uit de auto. De gever van de bos stond erop de bos op de vaas te zetten. Ik liet het gebeuren omdat ik zag dat dit voor de ander echt hetgeen was dat gedaan moest worden, om deze voor hen overduidelijke ongemakkelijke situatie te beëindigen.

Eerst snapte ik niet hoe zulke eenvoudige woorden mensen zo in rep en roer konden brengen. Door alles nog eens de revue te laten passeren werd het mij enigszins duidelijk. Ik zei: “ik heb geen vaas”, maar ik dacht: “het is toch best typisch dat we elkaar 20 jaar kennen en ze nog steeds niet weten/zien dat ik geen snijbloemen en planten in huis heb, ze willen mij gewoonweg niet leren kennen”. Ik voelde duidelijk de desinteresse in mij als persoon, die ik al 20 jaar voel, en die ik naar alle waarschijnlijkheid liet doorklinken in de neutrale tekst die ik dacht te spreken. Die lading werd opgepikt en de gever tezamen met het gezelschap kwamen wellicht ook tot de conclusie dat ze mij inderdaad niet kennen als persoon. En ja, wat doen we dan als mens als we niet met de werkelijkheid geconfronteerd willen worden, de situatie redden en het er vooral niet meer over hebben. Dus de bos snijbloemen werd op tafel gezet, het vaasje mocht ik houden en klaar is Kees.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te worden bij het krijgen van een bos snijbloemen en het de gever kwalijk neem zich niet genoeg in mij verdiept te hebben om iets te geven wat bij mij past.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbaasd te zijn dat ik iets krijg, aangezien de bijeenkomst niet voor mij of over mij ging en ik het slecht faciliteerde, wat mij duidelijk maakt dat ik niet snapte waarom iemand mij iets zou willen geven aangezien ik mijzelf onbewust niet zoveel waard vind dat ik iets hoor te krijgen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te zijn dat de gever zich nooit in mij geïnteresseerd heeft, en ik de gever beschuldig van het mij, vanaf dag 1 dat ik de gever ken, met de nek aan te kijken, waarbij ik dit dus persoonlijk heb genomen en de gever heb gelabeld als iemand die denkt meer te zijn dan een ander en dan mij.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door te denken dat de gever zich meer voelt dan mij dat ik mij dus automatisch minder moet voelen, waardoor ik bij elke ontmoeting of gedachte aan de gever een gevoel van boosheid ervaar omdat ik mij minder voel, wat een ervaring is die ik niet wil beleven omdat die resoneert met de basisgedachte/opinie die ik over mijzelf heb en waar ik alles voor doe om die niet te hoeven ervaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij nooit te hebben gerealiseerd dat sommige mensen sociaal onhandig zijn en zich geen houding weten te geven waarbij ze hetzij uit de hoogte doen of zich onzichtbaar maken, maar dat dit iets van hen is en niets met mij van doen heeft.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik mijzelf op een correcte wijze aanstuurde, in het bijzijn van een gezelschap waar ik mij niet op mijn gemak voel en zelfs op mijn hoede ben, terwijl er op de achtergrond in mijn ‘geest’ van alles gaande was.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de gever en het gezelschap als de bron van het kwaad te zien en mij niet te realiseren dat ik op deze manier met mijzelf werd geconfronteerd en dit alles met mij te maken had, waar ik de vruchten van kan plukken wanneer ik besluit mijzelf te corrigeren en anders in het verhaal te gaan staan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de situatie niet direct terug te brengen naar mijzelf en toch eerst te moeten wijzen met mijn vingertje om dat ‘kutgevoel’ van minder zijn proberen te elimineren/opheffen, terwijl de bron en de oplossing beiden in mij zitten en de buitenwereld slechts een aangever/katalysator is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet onder de aandacht te brengen bij dit gezelschap omdat zij geen interesse tonen en ik daardoor denk dat ze ook echt geen interesse hebben, waardoor ik mijzelf onzichtbaar ging maken en niet langer meer deelde wie ik ben en waar ik voor sta en mij niet te realiseren dat ik mijn volledige potentieel mag zijn en dat dan de ander beslist of hij of zij interesse heeft in mij en met mij wil optrekken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat wanneer ik zelf denk dat ik niet interessant genoeg ben om interesse in te tonen ik dit naar de ander ook zal uitstralen en de ander dit oppikt en er op zijn of haar eigen wijze op reageert.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het als een gunst van de ander te zien dat ze met mij willen vertoeven en mij niet te realiseren dat ik het eerst zelf de moeite waard moet vinden om met mijzelf te zijn en zo de ander niet nodig heb om een gat op te vullen dat ik zelf niet dicht, waardoor het vertoeven met de ander een extra/een bonus is waar beide partijen van kunnen genieten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik niet gekwetst kan worden als ik mijzelf de moeite waard vind en zaken die bij de ander liggen/van de ander zijn niet persoonlijk neem.

Wanneer en als ik mijzelf in een positie bevind waar ik een bos snijbloemen van iemand krijg, dan stop ik en adem. Ik realiseer dat het de ander zijn goed recht is om mij dit cadeau te doen en ik dit niet als een afwijzing van mij als persoon hoef op te pakken omdat zij zich niet hebben ingeleefd in mij. Ik realiseer mij dat ik een gebrek aan interesse niet persoonlijk hoef te nemen omdat ik nooit zeker kan zijn over de motieven van de ander en of het inderdaad gebrek aan interesse is. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om een bos snijbloemen aan te nemen en op een vaas te zetten, waarbij ik niet boos op de ander word, maar begrijp dat wanneer er reacties/emoties opkomen in mij, dat dit bij mij ligt en mijn relatie met de buitenwereld.

Wanneer en als ik mijzelf minder vind dan de ander, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat dit voort komt uit mijn eigen inferioriteit en niets met de ander te maken heeft, maar dat ik door bepaalde zaken van de ander getriggerd wordt en de woorden en acties van de ander persoonlijk ga nemen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om altijd bij mijzelf te blijven en mijn eigen deel te corrigeren, aangezien ik niet weet wat de ander daadwerkelijk denkt en waarom de ander doet zoals die doet.

Wanneer en als ik mij inferieur voel, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik mij in een polariteit bevind waarin ik kan besluiten om niet mee te doen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om zodra ik mij minder voel of denk dat ik iets niet kan, mij te realiseren dat ik mij in een polariteit bevind, ik mijzelf kan vertragen door even gas terug te nemen door op mijn ademhaling te letten en de stroom van gedachten die door mijn ‘geest’ gaan te vertragen om zo niet meer te participeren in deze polariteit en weer bij mijzelf te kunnen, mijn potentieel dat geen polariteit nodig heeft om te weten dat ik noch inferieur nog superieur ben, maar dat ik simpelweg ben.

Advertenties

Dag 384: Ik voel mij zwak dus moet ik sterk zijn!

AutopechVandaag wilde ik met de auto weggaan, maar de elektrische deurontgrendeling via de sleutel werkte niet. De batterij is zeker op schoot het door mij heen. Eénmaal in de auto draaide ik de sleutel om, maar hoorde niet de klik die ik normaal wel hoor. Automatisch keek ik naar links en zag ik dat de verlichting aanstond. Huh, dacht ik nog, ik heb de verlichting toch nog niet aangedaan. En toen snapte ik wat er aan de hand was, ik had een lege accu! Bij de laatste rit had ik klaarblijkelijk de verlichting niet uitgedaan en had deze de accu langzaam helemaal leeggetrokken.

Mijn eerste reactie op dit soort situaties is het willen wegvagen of wegmaken van de situatie die lastig is en nooit uitkomt. De tweede reactie was, shit wat nu. Het kwam er uiteindelijk op neer dat mijn buurman met startkabels de auto weer aan de praat kreeg. Mijn partner stelde voor om niet de auto stationair te laten lopen om zo weer op te laden, maar om een ritje van een kwartier te maken. Ik voelde mij niet echt zeker bij dit plan, wat als hij weer afslaat of als ik moet stoppen. Gaat dat allemaal wel goed komen? Heel veel technisch inzicht heb ik niet als het aankomt op auto’s. Toch vond ik dat het mijn schuld was dat we in deze situatie zaten en dat het dus mijn ‘zwakte’ was die dit veroorzaakt had en nog voor ik er echt over kon nadenken of rationaliseren reed ik weg omdat ik vond dat ik sterk moest zijn en mijn zelfverantwoordelijkheid moest nemen voor de situatie die ik gecreëerd had.

Al wegrijdende had ik geen idee waar heen te gaan, ik besloot een bepaalde richting te nemen en bij het eerste stoplicht viel de motor uit, terwijl hij nog stationair draaide een paar seconden ervoor, en kon ik geen kant op in de spits voor een stoplicht. Eerder had ik mij zwak gevoeld, nu was ik zwakheid. Hoe kon dit gebeuren, wat had ik fout gedaan? En wat nu! Mensen achter mij werden boos dat ik daar stil stond. Een grote bus reed nagenoeg op mij in tot hij zag dat ik stilstond en werd ook boos. Ik sprong uit mijn auto en riep naar de man dat ik wel wilde rijden maar dat ik niet kon rijden met een lege accu. Niemand stopte om te helpen. Er stopte weer een auto achter mij, die toeterde en ik was het zat, ik liep naar de auto toe en zei dat mijn accu leeg was en dat ik graag van de openbare weg af wilde. Doe dan je waarschuwingslichten aan zei de man. Die had ik ook aan maar met een totaal lege accu heb je daar niet zoveel aan. Ik zei de man dat ik ging proberen de auto in de berm te duwen en dat hij me kon helpen als hij dat wilde. “Moet ik je duwen zei de man verbaasd?” Je hoeft niets zei ik, maar het zou wel fijn zijn. Er kwam geen reactie, hij zag er niet uit alsof hij er erg veel zin in had. Ik liep terug naar de auto en duwde uit alle macht aan de auto met één hand aan het stuur, maar er kwam geen beweging in. Okay, okay, zei de man, ik duw je wel, ga maar in de auto zitten. Hij duwde mij net iets van de weg af en ging er vandoor. Ik belde mijn partner en we besloten dat ik de ANWB zou bellen. Na 45 minuten wachten kwam er hulp en werd de accu opnieuw leven ingeblazen.

Tijdens dit hele voorval voelde ik mij lichtelijk in paniek en niet echt in staat om dit tot een goed einde te brengen. Dit komt voort uit de opinie dat ik niet goed met auto’s ben en dus mij beter er niet mee bezig kan houden. Aan deze opinie liggen weer gedachten ten grondslag zoals: “Je bent een vrouw, dus wat weet je ervan?” en “Ik heb een man nodig die mij uit mijn lijden kan verlossen.” Dus ik, degene van het zwakke geslacht, voelde mij ook echt hulpeloos en tegelijkertijd zorgde mijn programmering ervoor dat ik sterk moest zijn, want zwak zijn is geen optie. Ik deed sterk en voelde mij zwak, en gaf niet aan dat ik liever niet het ritje in de auto ging maken om de accu op te laden, maar deed stoer en reed vol bravoure weg om maar niet te voelen hoe zwak in mij ervoer.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als zwak te labelen als ik iets vergeet wat ik anders nooit vergeet en niet dit feit ook als een feit aan te nemen zonder mijzelf naar beneden te halen en flink in de polariteit te schieten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om eerst te handelen vanuit polariteit en daarna te zien wat er aan de hand is en waar ik mij in bevind, wat mij alleen nog maar meer bevestigt in de polariteit en heftiger van pool naar pool ga zonder dat dit enig verschil maakt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vast te zitten in een polariteit en door redeneren en reflecteren kan zien dat ik altijd eerst zal denken dat ik inferieur ben en er alles aan zal moeten doen om mijzelf superieur te ervaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in het design van ‘ik ben zwak’ waarin ik het algemeen geaccepteerde gedrag accepteer van ‘vrouwen zijn niet technisch’ . Waarin Ik mijzelf vergeef dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om te zien wanneer ik in dit design van ‘ik ben zwak’ participeer, ik mijzelf tekort doe door mijzelf niet de kans te geven om te zien wie ik ben binnen een gegeven situatie en meteen mijzelf veroordeel als zwak en niet in staat acht om technische zaken aan te pakken. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om te zien hoe het design van ‘ik ben zwak’ niet alleen mij tekort heeft gedaan maar ook de mensen om mij heen, omdat ik verwacht dat mannen mij helpen en de zaak op lossen, omdat ik immers geloof dat ik te zwak ben en zij sterk.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in het design van ‘ik ben zwak’ waarin ik het algemeen geaccepteerde gedrag accepteer van ‘vrouwen zijn het zwakke geslacht’ . Waarin Ik mijzelf vergeef dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om te zien wanneer ik in dit design van ‘ik ben zwak’ participeer, ik mijzelf tekort doe door mijzelf achter een stigma te verschuilen wanneer dit mij uitkomt. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om te zien hoe het design van ‘ik ben zwak’ niet alleen mij tekort heeft gedaan maar ook de mensen om mij heen, omdat ik dan zwak ben en dit verberg met sterk zijn en dan weer sterk alsof ik rebelleer tegen het zwak zijn, en dus verschillende signalen in verschillende situaties afgeef waardoor mensen al snel denken dat ik het wel kan omdat het sterke karakter blijft hangen in hun geheugen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf zwak ten opzichte van de situatie te voelen waar ik mijzelf in heb gebracht door de verlichting van de auto te laten branden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de polariteit zwak/sterk te geloven en als echt te ervaren en vanuit te handelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn zwakke karakter als meer authentiek te laten voelen dan mijn sterke karakter en mij niet te realiseren dat ze beiden van dezelfde origine zijn en mijn gebrek aan vertrouwen in mijzelf hiermee probeer te verdoezelen zodat ik mij kan bezig houden met dingen die er toe lijken te doen maar eigenlijk afleidingsmanoeuvres zijn.

Wanneer en als ik mijzelf zie participeren in zwak en sterk, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik bang ben om te zien wie ik dan wel ben als ik niet zwak nog sterk ben vanuit polariteit, aangezien mijn ware aard door mij in bedwang wordt gehouden met deze polariteit. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet te zien door de ogen van polariteit en opinies over wie ik zou moeten zijn, maar laat ik dit los door mijzelf te vertragen en te concentreren op mijn ademhaling als ik zie dat ik in oude patronen schiet, en laat ik mij verassen door in het moment te zien wie ik ben als ik de polariteit en opinies los kan laten, wetende dat wanneer het niet lukt ik mijzelf altijd mag en kan corrigeren of op een ander moment het nogmaals mag en kan proberen, er is geen falen er is alleen maar doen en mijn weg daarin vinden om bij mijzelf te komen.

Dag 383: ik ben sterk omdat jij zwak bent

arrogant-of-zelfverzekerd-196x230Ik liep de supermarkt in al pratend met mijn partner en terwijl wij naar binnen liepen, verlieten twee mannen van stadstoezicht de winkel. Een fractie na dat dit gebeurde was het net alsof ik voor een paar seconden niet lekker in mijn vel zat, een onderbuikgevoel of frictie, in ieder geval wilde ik het negeren. Toch besloot ik dit niet te doen en te onderzoeken wat er gebeurde.

Politie, stadswachten, mensen in uniform die wettelijk gezien meer ‘macht’ binnen de samenleving hebben dan een gewone burger, daar krijg ik altijd een wat opstandig gevoel bij. Niet dat ik ze wil uitdagen of expres de wet wil overtreden, maar meer een opstandig gevoel binnenin mijzelf, een strijd met mijzelf. Waardoor dit geen acties tot gevolg heeft van mijn kant, want de ratio in mij zegt dat ik beter geen rare dingen kan doen of in de problemen raken.

Het vervelende gevoel dat ik ervoer had te maken met een overgeërfde polariteit waar ik dus al mijn hele leven mee worstel en die zich heeft verweven in mijn leven als een gewoonte. Het gaat om de polariteit superieur/inferieur gekoppeld aan de polariteit sterk/zwak. Het moment dat ik deze twee mannen in uniform stoer en macho-achtig zag lopen, die voor mij een autoritaire uitstraling hadden, triggerde mijn polariteiten allergie. Ik labelde, in een fractie, de mannen als superieur aan mij en sterker dan mij. Dit had tot gevolg dat ik automatisch binnen dit polariteitenspel inferieur en zwak was. Iets dat ik absoluut niet ambieer en wat niet hetgeen is als hoe ik mijzelf definieer. Voor luttele seconden was het even chaos binnenin mij en het voelde ronduit kut, dat wil zeggen binnen de beleving waarin ik geloof dat ik afhankelijk ben van een polariteit voor mijn bestaansrecht en wie ik ben.

Zodra we participeren in een polariteit zullen we onszelf heen en weer zwiepen van pool naar pool om steeds weer de begeerlijkste pool te bereiken. We zullen daar veel moeite en energie in steken om ons zo goed mogelijk te voelen. Zolang we zelf niet kunnen zien dat we verstrikt zijn geraakt in een polariteitenspel, zullen we ook niet in staat zijn om onszelf eruit te halen. Pas zodra we ons bewust hiervan zijn, kunnen we onszelf observeren en zo onszelf corrigeren middels een plan van aanpak.

Dus wat gebeurde er nu nadat ik mijzelf dus niet lekker in mijn vel voelde? Ik liep dus al pratend de supermarkt binnen, in mijn ooghoek zag ik de stadswachten. Ik keek naar rechts om ze goed te zien, pats boem daar was dat kutgevoel en direct daarop volgde een gedachten. “Kijk hen nu de machomannetjes, ze denken dat ze heel wat zijn maar wat ben je nu helemaal als stadswacht.” Dit is natuurlijk een zuivere backchat die mijn ‘geest’ gebruikte om mijzelf superieur te laten voelen aan deze mannen, zodat het hele probleem opgelost was en ik weer vrij adem kon halen. Zie je wel ik ben sterk, ik laat mij er niet onder krijgen.

Direct nadat ik zag wat ik deed, zag wat het patroon was, overviel mij een gevoel van schaamte gevolgd door mijzelf te veroordelen voor hoe ik dacht over anderen om mijzelf een goed gevoel te kunnen geven. Ik realiseerde mij dat ik mij dus zo inferieur moest voelen dat ik dit nodig heb om met mijzelf door één deur te kunnen, letterlijk de supermarktdeur.

De correctie die ik direct toepaste was de verbintenis die ik met mijzelf aanging om dit niet meer te herhalen omdat ik nu snap en heb gezien hoe het patroon werkt. Er ligt nu voor mij de schone taak om uit te zoeken wat ik nodig heb, wat ik mijzelf kan geven, dat ik nu mis om sterk te kunnen zijn en in mijzelf te geloven zonder dit te doen via energetisch geladen ervaringen gebaseerd op polariteiten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om met mijzelf een spel aan te gaan, het polariteitenspel, waarbij ik niet genoeg geloof in mijzelf maar geloof dat ik zonder een energetische geladen spel niet sterk kan zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet open te stellen en te zien wat ik mis in mijzelf waardoor ik constant vergelijk en check of ik nog wel voldoe aan het beeld dat ik heb gevormd van mijzelf om zo de werkelijkheid niet onder ogen te hoeven komen en dus anderen naar beneden moet halen om zo zelf beter uit de verf te komen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf wijs te maken dat ik mij goed voel als ik in mijn energetische kracht sta en niet durf te zien dat ik in mijn eigen kracht kan en mag staan zolang ik maar in mijzelf durf te geloven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in het design van ‘mij beter dan een ander voelen’ waarin ik het algemeen geaccepteerde gedrag accepteer van ‘hiërarchie binnen de samenleving waarin de één beter is dan de ander op basis van afkomst en werk’ . Waarin Ik mijzelf vergeef dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om te zien wanneer ik in dit design van ‘mij beter voelen dan een ander’ participeer, hoe ik mijzelf tekort doe door mijzelf in een waanwereld te plaatsen waar ik altijd als de beste uit de bus kom door net zo lang gedachten/backchats te produceren dat ik mij wel beter voel dan de ander om van het rotgevoel af te komen dat ik niet genoeg ben voor mijzelf. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om te zien hoe het design van ‘mij beter dan een ander voelen’ niet alleen mij tekort heeft gedaan maar ook de mensen om mij heen, omdat ik mij voordoe als sterk maar mij niet altijd als sterk ervaar en dus een onrealistisch/niet echt  beeld van mijzelf neerzet waardoor de ander mij niet echt te zien krijgt en ik geen levend voorbeeld kan zijn voor de ander.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf vanuit polariteit waar te nemen en mij niet te realiseren dat ik sterk kan zijn zonder de energetische aanleiding, aangezien ik vanuit een incorrect startpunt mijzelf al heb laten zien dat ik kracht vanuit mijzelf kan putten en dus in mijzelf kan geloven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf deze polariteit als een overlevingsdrang te ervaren, of ik eronder of jij eronder, terwijl deze strijd zich geheel binnenin mij zich afspeelt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te schamen en te veroordelen over het feit dat ik deel neem aan deze polariteit en mij zo vastzet in deze positie en geen oplossingen kan bedenken hoe hieruit te komen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf houvast te geven door mijn wereld in sterke en zwakke mensen en superieure en inferieure mensen in te delen, zodat ik makkelijker kan zien wie ik moet zijn ten opzichte van de ander gerelateerd aan de polariteit.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet te willen omringen met zwakke mensen omdat ik mijzelf als sterk heb gelabeld en zij mij omlaag kunnen trekken naar een kant die ik niet op wil. Waarin ik mij vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn minder te zijn wat eigenlijk hetgeen is dat mijn ‘geest’ mij verteld en wat ik direct wegdruk en onderdruk en beantwoord met sterk en superieur gedrag.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf uit angst voor het onbekende niet de kans te geven om te ervaren wat het is om sterk te zijn vanuit een geloof in mijzelf.

Wanneer en als ik zie dat ik superieur aan de ander wil zijn om mijn eigen inferioriteit niet te hoeven voelen, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat mijn angst om inferieur te zijn werkelijk lijkt en lijkt als iets om voor te strijden, terwijl de enige strijd die plaatsvindt een strijd in mijzelf is door gebrek aan geloof in mijzelf. Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf ervaringen te geven waarin ik zie dat ik goed genoeg ben op eigen kracht en niet gedreven door energetische energie, zodat ik kan geloven in mijzelf gebaseerd op echte ervaringen waarbij ik elke hang naar energetisch sterk zijn ga zien voor wat het is en besluit om daar niet meer aan mee te doen, net zolang totdat dit mijn nieuwe gewoonte wordt.