Dag 385: waarom geef je mij snijbloemen?

moederdag-630x368Er kwam visite die een grote bos met snijbloemen meenam, ze stelden voor om de bos in een vaas te zetten. Aangezien ik geen vazen in huis heb, simpelweg omdat ik geen snijbloemen in huis haal, probeerde ik in enkele seconden te bedenken wat een correct antwoord was waardoor ik niemand voor het hoofd stootte, maar wel de feiten weergaf. Dus zei ik: “ik heb geen vaas”. Dat leek mij in het moment het beste antwoord. Dit maakte de gever van de bos snijbloemen en de rest van het gezelschap zenuwachtig. Hier had ik niet op gerekend. Eén persoon bedacht dat ze net bij Ikea wat vaasjes hadden gekocht en haalde die uit de auto. De gever van de bos stond erop de bos op de vaas te zetten. Ik liet het gebeuren omdat ik zag dat dit voor de ander echt hetgeen was dat gedaan moest worden, om deze voor hen overduidelijke ongemakkelijke situatie te beëindigen.

Eerst snapte ik niet hoe zulke eenvoudige woorden mensen zo in rep en roer konden brengen. Door alles nog eens de revue te laten passeren werd het mij enigszins duidelijk. Ik zei: “ik heb geen vaas”, maar ik dacht: “het is toch best typisch dat we elkaar 20 jaar kennen en ze nog steeds niet weten/zien dat ik geen snijbloemen en planten in huis heb, ze willen mij gewoonweg niet leren kennen”. Ik voelde duidelijk de desinteresse in mij als persoon, die ik al 20 jaar voel, en die ik naar alle waarschijnlijkheid liet doorklinken in de neutrale tekst die ik dacht te spreken. Die lading werd opgepikt en de gever tezamen met het gezelschap kwamen wellicht ook tot de conclusie dat ze mij inderdaad niet kennen als persoon. En ja, wat doen we dan als mens als we niet met de werkelijkheid geconfronteerd willen worden, de situatie redden en het er vooral niet meer over hebben. Dus de bos snijbloemen werd op tafel gezet, het vaasje mocht ik houden en klaar is Kees.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te worden bij het krijgen van een bos snijbloemen en het de gever kwalijk neem zich niet genoeg in mij verdiept te hebben om iets te geven wat bij mij past.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbaasd te zijn dat ik iets krijg, aangezien de bijeenkomst niet voor mij of over mij ging en ik het slecht faciliteerde, wat mij duidelijk maakt dat ik niet snapte waarom iemand mij iets zou willen geven aangezien ik mijzelf onbewust niet zoveel waard vind dat ik iets hoor te krijgen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te zijn dat de gever zich nooit in mij geïnteresseerd heeft, en ik de gever beschuldig van het mij, vanaf dag 1 dat ik de gever ken, met de nek aan te kijken, waarbij ik dit dus persoonlijk heb genomen en de gever heb gelabeld als iemand die denkt meer te zijn dan een ander en dan mij.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door te denken dat de gever zich meer voelt dan mij dat ik mij dus automatisch minder moet voelen, waardoor ik bij elke ontmoeting of gedachte aan de gever een gevoel van boosheid ervaar omdat ik mij minder voel, wat een ervaring is die ik niet wil beleven omdat die resoneert met de basisgedachte/opinie die ik over mijzelf heb en waar ik alles voor doe om die niet te hoeven ervaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij nooit te hebben gerealiseerd dat sommige mensen sociaal onhandig zijn en zich geen houding weten te geven waarbij ze hetzij uit de hoogte doen of zich onzichtbaar maken, maar dat dit iets van hen is en niets met mij van doen heeft.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik mijzelf op een correcte wijze aanstuurde, in het bijzijn van een gezelschap waar ik mij niet op mijn gemak voel en zelfs op mijn hoede ben, terwijl er op de achtergrond in mijn ‘geest’ van alles gaande was.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de gever en het gezelschap als de bron van het kwaad te zien en mij niet te realiseren dat ik op deze manier met mijzelf werd geconfronteerd en dit alles met mij te maken had, waar ik de vruchten van kan plukken wanneer ik besluit mijzelf te corrigeren en anders in het verhaal te gaan staan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de situatie niet direct terug te brengen naar mijzelf en toch eerst te moeten wijzen met mijn vingertje om dat ‘kutgevoel’ van minder zijn proberen te elimineren/opheffen, terwijl de bron en de oplossing beiden in mij zitten en de buitenwereld slechts een aangever/katalysator is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet onder de aandacht te brengen bij dit gezelschap omdat zij geen interesse tonen en ik daardoor denk dat ze ook echt geen interesse hebben, waardoor ik mijzelf onzichtbaar ging maken en niet langer meer deelde wie ik ben en waar ik voor sta en mij niet te realiseren dat ik mijn volledige potentieel mag zijn en dat dan de ander beslist of hij of zij interesse heeft in mij en met mij wil optrekken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat wanneer ik zelf denk dat ik niet interessant genoeg ben om interesse in te tonen ik dit naar de ander ook zal uitstralen en de ander dit oppikt en er op zijn of haar eigen wijze op reageert.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het als een gunst van de ander te zien dat ze met mij willen vertoeven en mij niet te realiseren dat ik het eerst zelf de moeite waard moet vinden om met mijzelf te zijn en zo de ander niet nodig heb om een gat op te vullen dat ik zelf niet dicht, waardoor het vertoeven met de ander een extra/een bonus is waar beide partijen van kunnen genieten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik niet gekwetst kan worden als ik mijzelf de moeite waard vind en zaken die bij de ander liggen/van de ander zijn niet persoonlijk neem.

Wanneer en als ik mijzelf in een positie bevind waar ik een bos snijbloemen van iemand krijg, dan stop ik en adem. Ik realiseer dat het de ander zijn goed recht is om mij dit cadeau te doen en ik dit niet als een afwijzing van mij als persoon hoef op te pakken omdat zij zich niet hebben ingeleefd in mij. Ik realiseer mij dat ik een gebrek aan interesse niet persoonlijk hoef te nemen omdat ik nooit zeker kan zijn over de motieven van de ander en of het inderdaad gebrek aan interesse is. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om een bos snijbloemen aan te nemen en op een vaas te zetten, waarbij ik niet boos op de ander word, maar begrijp dat wanneer er reacties/emoties opkomen in mij, dat dit bij mij ligt en mijn relatie met de buitenwereld.

Wanneer en als ik mijzelf minder vind dan de ander, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat dit voort komt uit mijn eigen inferioriteit en niets met de ander te maken heeft, maar dat ik door bepaalde zaken van de ander getriggerd wordt en de woorden en acties van de ander persoonlijk ga nemen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om altijd bij mijzelf te blijven en mijn eigen deel te corrigeren, aangezien ik niet weet wat de ander daadwerkelijk denkt en waarom de ander doet zoals die doet.

Wanneer en als ik mij inferieur voel, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik mij in een polariteit bevind waarin ik kan besluiten om niet mee te doen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om zodra ik mij minder voel of denk dat ik iets niet kan, mij te realiseren dat ik mij in een polariteit bevind, ik mijzelf kan vertragen door even gas terug te nemen door op mijn ademhaling te letten en de stroom van gedachten die door mijn ‘geest’ gaan te vertragen om zo niet meer te participeren in deze polariteit en weer bij mijzelf te kunnen, mijn potentieel dat geen polariteit nodig heeft om te weten dat ik noch inferieur nog superieur ben, maar dat ik simpelweg ben.

2 thoughts on “Dag 385: waarom geef je mij snijbloemen?

  1. Leuk! Ik lees dat jij de bloemen OP de vaas zet? Zet je ze niet IN de vaas?

    Wat betreft ‘sociaal (on)handige’ mensen kunnen we het volgens de Wet van Balans zo zien dat ‘sociaal handige’ mensen ‘sociaal onhandige’ mensen creëren en ‘sociaal onhandige’ mensen ‘sociaal handige’ mensen creëren. Zo kunnen we allemaal verantwoordelijkheid nemen voor elkaar.

  2. Bloemen op de vaas zetten wordt in het Oosten van het land gezegd, het is dialect. Mijn primaire woordenschat heb ik van ouders gekregen die uit het Oosten van het land kwamen, ondanks dat ik daar niet ben opgegroeid, gebruik ik wel bepaalde woordkeuzes die voor mij normaal zijn en uit een dialect komen dat ik niet spreek. Op of in de vaas is allebei correct, het ene is Nederlands en het ander is dialect. Niet alles is letterlijk te nemen, denk maar eens aan de tijd dat je OP school zat, ik neem niet aan dat je al die jaren op het dak hebt gezeten.

    Wat betreft de ‘sociaal handige en onhandige mensen’, ben ik het helemaal met je eens, het één houdt het ander in stand en het is aan een ieder om zijn verantwoordelijkheid hierin te nemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s