Dag 388: er is au en wat doen we ermee?

Screen Shot 2016-06-09 at 10.42.56De laatste jaren ben ik mij steeds meer bewust geworden van het feit dat realistisch gezien de dag zich kan aandienen dat mijn ouders komen te overlijden. Jaren geleden zou zo’n bewustwording mij nerveus hebben gemaakt en een akelig gevoel hebben gegeven. Dus wat is er anders, wat is het verschil tussen nu en toen? Toen leunde ik op de mening van mijn ouders, als ze lang op vakantie waren dan gaf mij dit een gevoel van hen niet binnen handbereik te hebben. Naarmate ik zelf ouder werd, mijn Desteni proces ging lopen en steeds meer over mijzelf leerde, zag ik hoe ik mij afhankelijk had gemaakt van dingen die mijn ouders goed konden/kunnen en die ik als een soort van uniekheid op hen had geplakt. Het kwam nooit in mij op om te zien, of ik dat wat ik als uniekheid beschouwde, ook zelf bezat of kon ontwikkelen. Het was meer gemak dient de mens, mijn vader is goed in dit en dat en dus maak ik daar gebruik van. Als mijn vader zou komen te vervallen dan kan ik daar dus geen gebruik meer van maken, ik zou dan afgesloten worden van een ‘dienst’ als het ware. Dit geeft al een beetje aan hoe een rouwproces niet zozeer om liefde gaat en het verliezen van liefde, maar eigenlijk een zeer egoïstisch verhaal is en je jezelf voelt afgesneden van bepaalde behoeften in jezelf die de ander vervulde.

Als een natuurlijk proces begon ik te kijken wat ik het meest zou missen als mijn ouders er niet meer zouden zijn en heb ik in zelfoprechtheid gekeken of ik mijzelf dat kan geven, en zo niet waarom ik van mening was dat dit niet ging. Zodra ik dacht dat ik het niet in mij had, dan speelden er meestal opinies over mijzelf een grote rol en daardoor weerstanden die leken te bevestigen dat dit niet in mijn aard lag om te kunnen. Wat eigenlijk wel grappig is, want als de ander een half leven erover heeft gedaan om een bepaald talent te ontwikkelen, dan kan je ook niet van jezelf verwachten dat jij dit dan zo even doet. De vraag is natuurlijk of je bepaalde talenten of potentie binnen jezelf wil ontplooien, of je er klaar voor bent of dat je tijd in andere dingen wil investeren en iemand anders zoekt die deze dienst kan overnemen zodra de dood deze dienst afsnijd.

Een rouwproces, waarmee ik niet het eerste verdriet bedoel, is een proces waarin we bezeten raken met de herinneringen over de ander. We willen de ander als het ware levend houden door de herinneringen levend te houden in ons hoofd. Dit doen we dan op zo’n manier dat we onszelf vastzetten in deze herinneringen en zo onszelf als leven ook vastzetten. Waarbij herinneringen een soort van afweermechanisme wordt om de ander levend te houden, zodat we de angst om alleen te zijn met onszelf niet te hoeven ervaren. We geven vorm aan de ander in ons hoofd en wordt een fantasie partner/vader/moeder/broer/zus/kind etc. Op dat punt geloven we met zekerheid dat we niet verder kunnen leven zonder de ander en vragen af wat de ander van dit en dat vindt, waarbij wij zelf verzinnen wat de ander zou hebben kunnen gezegd. Zinnen als: “als je vader er nog was geweest dan had hij dit niet goed gekeurd of dan had hij trots op je geweest.” We weten allemaal dat we niet voor een ander kunnen praten, maar als het om de doden gaat dan is dat vaak wel geoorloofd. Eigenlijk zouden er alarmbellen af moeten gaan wanneer we gaan praten voor een dode, om dan te zien dat we bezeten zijn met de ander, en niet in staat zijn om los te laten en te leven. Wat min of meer gelijk staat aan er zelf ook niet meer zijn. Een rouwproces is een proces van eigenbelang en angst voor het nemen van zelfverantwoordelijkheid om je eigen leven weer op de rit te krijgen en te leren van wat de ander je ooit gaf en te onderzoeken of je dit aan jezelf kan geven.

Als we in het woord ‘rouw’ de ‘o’ voor een ‘a’ vervangen dan krijgen we ‘rauw’. We krijgen de rauwe, ongecensureerde versie van onszelf te zien en staan dan voor de keuze of we daar verandering in willen aanbrengen of niet. Het woord ‘rauw’ zegt het al ‘r’ ‘auw’, ‘er is au’, er is pijn en we kunnen dit wegdrukken/onderdrukken, maar we kunnen dit pijnpunt ook als een geschenk zien, wat voor ons een deur opent om onszelf te geven en niet af te nemen zoals we doen in een rouwproces.

Terwijl ik dit proces liep om te zien of ik dingen op eigen kracht kon gaan doen, door mij de talenten die ik bewonderende en afnam bij mijn ouders probeerde eigen te maken, stuitte ik op meer dan ik in eerste instantie in de gaten had. Ik was eigenlijk al vrij snel met de talenten van mijn vader aan de slag gegaan en kon mij daar in vinden en dat zag ik mijzelf langzaam maar zeker eigen maken. Wat mijn moeder betrof, daar was een groot niets. Eerst onderdrukte ik dit, totdat het zo overduidelijk was en ik met mijn partner hierover in gesprek ging. Alles wat ik opnoemde over mijn moeder zag ik als zwak en negatief en mijn partner zag in al die dingen mogelijkheden, potentie en kracht. Dit opende enorm mijn ogen en eigenlijk was het niet nieuw, maar ik vond het ook te gek voor woorden om mijn moeder te herinneren al s’niets’ en mijn vader als de getalenteerde, alleen maar omdat ik mij liever identificeerde met zijn talenten en potentie dan hoe ik die van mijn moeder had geïnterpreteerd. Mijn ouders zijn er nu nog, ik kan nu nog van hen leren en vragen hoe ze zover gekomen zijn om dat talent te ontwikkelen. Het zou dus weinig effectief zijn om mijn moeder als ‘niets’ af te schilderen, terwijl dat ‘niets’ in mij zit en van mij komt en helemaal niets met wie mijn moeder is te maken heeft. Het zegt meer over mij dan over mijn moeder.

Dus wat begon als een natuurlijk proces is nu door ontwikkeld in een meer bewust proces waar ik in oprechtheid naar mijzelf kijk en juist de reacties en weerstanden gebruik om mijzelf beter te begrijpen i.p.v. alleen positieve te willen zijn en niet willen inzien wat voor een beeld je over de ander hebt ontwikkeld.

Nu ben ik begonnen dit proces van ‘er is au’ te duiden en niet onder het tapijt te schuiven, kan ik ook zien dat dit proces eigenlijk veel verder gaat. Wat opgaat voor mijn ouders gaat ook op voor een ieder ander waar ik hoe dan ook mee in aanraking kom, echt of virtueel. Het kijken naar wat de ander je geeft en zien hoe je dit aan jezelf kan geven, is niet alleen van toepassing op oude mensen die statistisch gezien sneller komen te overlijden. Dit is van toepassing op iedereen. Het moment dat ik denk: “oh kon ik dat ook maar”, is het moment van naar binnen kijken in zelfoprechtheid waarom die jaloezie daar is en waarom ik denk dat ik dat niet in mij heb. Dit is een proces waarbij je jezelf niet alleen gunt je beste zelf te zijn, in de momenten van verassing zitten de grootste geschenken verpakt. Want je leert jezelf kennen, waarbij je de kans krijgt niet jezelf te veroordelen maar te zien dat dingen anders kunnen waardoor je opstijgt boven je eigen gemaakte beperkingen van jezelf. Dat geeft kracht, om te zien dat als je jezelf richting geeft er veel meer mogelijk is dan je voor mogelijk hield. Jammer dat we vaak gelukkig denken te zijn met een beperkte of afgezwakte versie van onszelf, het kan zoveel beter. En als wij beter kunnen als een onderdeel van het geheel, dan is het niet moeilijk te bedenken dat het geheel als onze samenleving en alle processen die komen kijken bij het leven op een planeet ook veel beter kunnen. We zouden nee moeten zeggen tegen middelmatigheid en ja zeggen tegen het leren kennen van onszelf en onszelf als onze samenleving.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s