Dag 376 van 2555: De Koning eren en mijn eigen emoties

Gisteren na de lunch besloten mijn partner en ik een ommetje te gaan maken om even de benen te strekken. Er zijn veel verschillende wandelroutes die we kunnen nemen en dit keer wandelden we richting het centrum om daarna te besluiten ook echt het centrum in te gaan. Op zondag zijn veel winkels open en het was redelijk bedrijvig. Morgen vindt Koningsdag in onze stad plaats dus ik was eigenlijk wel benieuwd hoever het stond met de voorbereidingen. De hele stad wordt al sinds een week of 2 versierd met allerlei vlaggen en bestickering. Er is een grote kroon gemaakt die elke dag verplaatst wordt naar een andere plek. Ik heb mij echt afgevraagd wie nu daadwerkelijk heel blij gaat worden van een mega kroon die met machines elke keer verplaatst wordt om op een andere plek te staan. Mijn hartje gaat er in ieder geval niet sneller door kloppen, waarschijnlijk de mensen die eraan verdienen wel. In tijden van crisis is het best wel cru om veel geld te steken in 1 dag om op een niet meer van deze tijd zijnde wijze een koning te eren waar we met z’n allen niet voor gekozen hebben. Het is een soort van wrat, hij is er nu eenmaal en je bent eraan gewent geraakt en je hoopt dat je op een ochtend wakker wordt en dat hij er niet meer is. Dat het probleem zich vanzelf oplost zonder dat je harde maatregelen zoals stikstof hoeft te gebruiken.

Met andere woorden, ik ben zeer ambivalent over dit soort feesten. Voor mij is het startpunt, het eren en hoger stelen van iemand die geboren is in een positie die hem/haar meer aanzien geeft,niet zuiver. Waardoor je het feest zo kunt wenden of keren als je wil maar het startpunt blijft onzuiver. Het feit dat we nu eindelijk van al die oer-Hollandse spelen af zijn in de stad waar de Koning op bezoek komt is in mijn ogen positief en het feit dat de Koning graag wil dat een stad zich profileert en dus promoot als hen de beurt valt om de landelijke Koningsdag te organiseren is ook echt geen gek idee. Toch blijft het startpunt om dit te doen en de hoeveelheden geld die erin gepompt wordt iets dat mij tegen de borst stuit. Dit moet toch ook anders kunnen denk ik dan.

Op 1 van de pleinen werd een generale repetitie gedaan waar mijn partner en ik even bleven kijken. Er stond een groot podium, 2 grote schermen, geluiden camera tenten, noem het maar op. Op 4 balkons van huizen die aan het plein grenzen stonden kinderen met verschillende blaasinstrumenten en op het grote podium werd gedanst waarbij het woord flash mob viel. De blazers, de dansers en een rapper deden een act op het Nederlands liedje van Nielson (Sexy als ik dans). Het was duidelijk dat de mensen aanwezig op her plein het naar hun zin hadden. Jonge mensen kregen de gelegenheid om zich te uiten in dans en muziek en het publiek genoot ervan. Ik zal de laatste zijn die zoiets zou willen verbieden, het is een aanstekelijk deuntje en onszelf uiten is niet iets wat we zo makkelijk doen. Muziek is een mooie aanleiding om dit te doen. Het blijft dat ik niet achter het startpunt of de aanleiding van Koningsdag kan staan.

Terwijl deze gedachten door mijn hoofd gingen stond ik mee te bewegen op de muziek die aanstekelijk was. De muziek werd luid door de speakers geblazen en met name de bas die ging op zo’n wijze door mijn lijf dat het onplezierig was. Deze vibratie gaf mij een licht misselijk gevoel wat duidt op angst. Ook was het alsof de vibratie van de luide muziek op een bepaald niveau emoties los maakte. Ik voelde een soort van grote bewegende massa van energie als emoties door mijn lijf heen gaan. Een ongewone ervaring aangezien ik me niet echt emotioneel voelde, ik genoot van de muziek en wat ik zag gebeuren om mij heen. Op het moment dat mijnpartner en ik wegliepen van het plein en de vibratie minder werden ebde ook de misselijkheid en de kluwen van emoties weg. Ik besprak dit met mijn partner die dit ook ervaart met luide muziek.

Later thuis haalde ik de ervaring terug en zag dat die kluwen van emoties zo snel door mij heen gingen dat ik in dat moment mijzelf niet kon vertragen en kon zien wat de emoties waren. Ook door het terug te halen ervoer ik alleen snel opeenvolgende emoties, wat mij een zekere mate van frustratie opleverde. Wat is dit en waarom is dit er altijd bij harde muziek waarbij de muziek door mijn lijf vibreert? Een herinnering kwam naar boven waar ik een jaar of 6-7 was en naar een Taptoe met mijn ouders ging. We stonden achter hekken te kijken naar verschillende optredens van fanfares. Ik voel het geluid van de grote trom en trompetten door mijn lijf gaan en nu ik het opnieuw beleef zie ik dat ik mij onveilig en kwetsbaar voel in dat moment als kind. Dit kan je als kind niet verwoorden en ik heb dat gelabeld en weggestopt als een emotie die ik nu kan benoemen als onveiligheid en kwetsbaarheid, los van het feit of dit de juiste emotie was bij de ervaring die ik had. Mijn ‘geest’ heeft de emotie en de gebeurtenis gekoppeld en ik kan zien dat dit mijn leven lang bij mij gebleven is.

Nu op het plein was er geen reden tot onveiligheid of kwetsbaarheid toch was dat hetgeen ik voelde. Alsof ik al die keren dat ik mij zo voelde bij luide muziek met veel bas in 1 keer ervoer als een kluwen van dezelfde emotie. Terwijl er geen reden was tot onveiligheid en ik mijzelf toch zo voelde gaf dat ook nog eens frictie. Daarom heb ik met mijzelf afgesproken dat dit overlevingsmechanisme, wat ik als kind ooit heb ingezet een patroon is dat ik toen heb gebruikt om mijn ervaring te duiden en ermee om te gaan, niet langer meer nodig is. Ik weet nu wat het is en ik hoef mij niet onveilig te voelen bij luide muziek met veel bas, het is niet iets dat levensbedreigend is en ook nooit was. Ik veroordeel mijzelf dan ook niet dat ik als kind dit patroon in het leven heb geroepen. Het is klaar met dit patroon en ik ga met mijzelf de verbintenis aan om verder te gaan en elke keer als ik die misselijkheid en het onveilige gevoel ervaar bij luide muziek mijzelf eraan te herinneren dat dit een oud patroon is dat ik mag loslaten omdat het geen doel dient. Dit is best een opluchting om mijzelf de kans te geven om het los te laten en te beseffen dat ik het kan loslaten.

De komende tijd zal ik dit proces van loslaten gaan lopen en zal ik zo af en toe terugkomen op de vorderingen of de te terugval die ik maak.

Advertenties

Dag 375 van 2555: waar is MIJN GFT-container?

DIP Lite cursusEen aantal weken geleden zette mijn partner de GFT-container op de aangegeven plek op straat om geleegd te worden. Aan het einde van die dag wilde hij de GFT-container weer in de tuin terugzetten toen hij ontdekte dat die van ons er niet meer stond. Wel stond er een andere GFT-container met hetzelfde huisnummer maar een andere straatnaam erop. Mijn partner besloot deze GFT-container mee naar huis te nemen om zo toch nog iets te hebben om het groente afval in te doen. Ik merkte dat ik een beetje begon te stuiteren van dit verhaal. Hoezo een andere bak meegenomen? Ik kon mij niet verplaatsen in degene die onze GFT-container per abuis had meegenomen en ik kon mij niet verplaatsen in mijn partner die een ander zijn GFT-container had meegenomen. Ik voelde mij er absoluut niet goed onder en had sterk het idee dat we de container verwarring alleen maar groter hadden gemaakt door een andere GFT-container mee te nemen. Mijn partner snapte absoluut niet waar ik mij zo druk over maakte, waarschijnlijk stond onze bak bij de andere nummer 14 en bij de volgende leegbeurt over 14 dagen zou alles weer op zijn pootjes terecht komen.

Maar zo ging het niet. Omdat ik elke keer als ik de tuin in keek en een GFT-container zag staan die niet van ons was, besloot ik actie te nemen en bij de mensen met hetzelfde huisnummer te kijken of onze GFT-container daar stond. De tuin van deze mensen is open en ik zag een GFT-container staan, maar niet met ons huisnummer en adres achterop de container. Pas toen realiseerde ik mij hoe groot dit probleem eigenlijk was. Als zij niet per abuis onze GFT-container hebben meegenomen dan heeft iemand dat gedaan met een geheel ander huisnummer en of straatnaam. Weer kwam de onbegrip in mij op, waarom neemt iemand een GFT-container mee die niet van hem/haar is? Er kwam nu ook een meer prangend gevoel naar boven wat ik verwoordde als: ik wil mijn GFT-container terug, nu! Om de situatie nog te willen redden liep ik om het huizenblok om bij deze mensen met hetzelfde huisnummer als ons aan te bellen, maar die hadden geen werkende bel en het zag er naar uit dat er niemand thuis was. Het leek zo simpel op te lossen, maar inmiddels begreep ik dat eigenlijk iedereen die dezelfde container plek gebruikt als ons mijn GFT-container kon hebben. Ook realiseerde ik mij dat wij ingestoken waren in een probleem dat wellicht al langer bestond, waardoor mij het gevoel bekroop dat het wel eens heel lang kon gaan duren voordat ik mijn GFT-container weer terug zou hebben.

Veel van mijn buurtgenoten hebben omheinde tuinen waardoor je niet even kunt kijken of de GFT-container die zij in de tuin hebben staan wel degene is die bij het huis hoort. Het leek erop dat ik moest loslaten dat ik binnen nu en snel mijn GFT-container terug zou hebben en dat gaf mij veel onrust. Wat ik tegelijkertijd ook niet helemaal kon begrijpen en inmiddels ging mijn partner tegen het plafond als ik over onze GFT-container begon en snode plannen bedacht om hem terug te krijgen. Eén ding stond vast ik zou die GFT-container weer terug krijgen!

Na 14 dagen was het weer de beurt aan het groen afval om geleegd te worden en ik was ervan overtuigt dat mijn GFT-container aan de weg zou worden gezet en ik gemakkelijk mijn eigen container mee naar huis kon nemen. Dit vooruitzicht nam zeker een stukje onrust weg. Maar al snel maakte mijn perfecte werkelijkheid in mijn hoofd plaats voor de realiteit, niet iedereen zet elke 14 dagen zijn GFT-container aan de weg, niet iedereen scheidt zijn afval en heeft zodoende niet altijd een volle container. Er stonden zeggen en schrijven 3 containers in totaal aan de weg en daar zat niet onze eigen rechtmatige GFT-container bij. De moed begon mij in mijn schoenen te zinken en de onrust nam toe en werd elke keer als ik eraan dacht een soort van fysieke misselijkheid in mijn solar plexus. Ik voelde de drang om dit probleem voor eens en altijd op te lossen en tegelijkertijd wist ik niet hoe dit op te lossen. Zo iets simpels en ogenschijnlijk onbelangrijk probleem dat mij zo bezig hield een aantal keren per week.

Ik besloot even van mijn praktische aanpak af te wijken en eerst eens te kijken wat mij nu daadwerkelijk zo bezig hield. Was die GFT-container zo belangrijk voor mij? Kan ik niet verder leven zonder deze GFT-container? Welk gemis is er nu ik niet weet waar hij is? En wat is de angst die door mijn solar plexus heen gaat? Ik ben op zich niet gehecht aan de GFT-container, dat is simpelweg een plastic bak. Ik kan niet rustig verder leven zonder te weten waar deze bak is en hoe ik hem terug kan krijgen, dat blijft mij bezig houden. Het is niet zozeer een gemis dan wel een schuldgevoel en een angst dat ik moet boeten voor de fout van een ander. Bij het kopen en betrekken van deze woning kregen we 3 containers van de gemeente, die al in gebruik waren genomen door de vorige bewoners. In mijn veronderstelling ben ik verantwoordelijk voor het wel en wee van die containers, die heb ik in bruikleen van de gemeente gekregen, dus draag ik de zorg hiervoor. Stel ik raak deze containers kwijt en ik heb een nieuwe nodig wat doe ik dan? Ik zou dan in mijn optiek nieuwe containers bij de gemeente moeten aanvragen en moeten aangeven dat ik geen verantwoordelijkheid voor de container heb kunnen nemen. Dit laatste was iets dat ik echt niet wilde toegeven, het was immers MIJN schuld niet dat de container zoek was. Ik dacht dat er naar alle waarschijnlijkheid een boete zou volgen als bleek dat ik niet goed had gelet op mijn container en dat gaf mij stress. Hoe duur zou dat zijn? Zou ik mij nog mogen verweren? Hier kwam oud zeer naar boven waar ik in het verleden financieel moest boeten voor iets dat niet op mijn bordje hoorde. Dit alles was niet hoe het in het echte leven gaat. Als je container zoek is of stuk dan bel je het bedrijf dat in jouw gemeente daar de verantwoordelijkheid voor heeft en je krijgt een nieuwe container. Niemand die jou vraagt hoe dit precies is gekomen. Ongeloof en een gevoel van onvrede en een ‘niet eerlijk’ gevoel kwamen bij mij naar boven. Eigenlijk vond ik dat degene die met zijn ogen dicht mijn GFT-container had meegenomen maar eens op het matje geroepen moest worden. Een lichte vorm van wraak maakte zich meester van mij en ik wilde geen aanvraag doen voor een nieuwe bak, ik wilde gewoonweg MIJN GFT-container en nu werd het een strijdpunt van mijn ego.

Met Pasen maakte ik een wandelingetje met mijn partner, inmiddels een maand nadat onze GFT-container verdwenen was. Door de Pasen waren de leegdagen van de containers wat verschoven waardoor er her en der al wat containers aan de weg stonden en bij mensen voor het huis. Ik vroeg mijn partner om even te stoppen bij een plek waar veel containers stonden om te zien of die van ons erbij stond. En ja daar stond hij voor een huis om waarschijnlijk de volgende dag aan de weg gezet te worden. Ik opende de bak iets en zag dat MIJN GFT-container vol met kranten zat. Ik voelde boosheid en afkeuring opkomen en veroordeelde deze bewoners voor hun gedrag. Tegelijkertijd realiseerde ik mij dat ook wij een andere GFT-container bak gebruikten de afgelopen maand, iets waar ik mij tegen verzet had, maar wat mijn partner voor zichzelf kon verantwoorden en waar ik mij bij gebrek aan alternatieven bij neergelegd had. Naar alle waarschijnlijkheid hebben wij niet anders gehandeld dan deze mensen. Ergens is ooit een bak verwisseld en hierdoor is een domino-effect ontstaan en een soort van stoelen/containerdans. Dus ja wie is de schuldige? De pot verwijten dat hij zwart ziet daar is niemand mee gebaat, de enige remedie op zo’n moment is zelfvergeving om in kaart te brengen waar je mee bezig bent en hoe je jezelf uit zo’n situatie kan krijgen.

Ik had mijzelf voorgenomen dat wanneer deze mensen de container niet aan de weg zouden zetten ik het de volgende dag zelf zou doen. Dit leek even een zelfaansturende actie tot het moment dat ik zag dat ik behoorlijk bezeten was door het hele container verhaal. Inmiddels wist ik dat ik geen boete zou krijgen van de gemeente, mocht de bak toch niet terugkomen en ik een andere bak moest aanvragen. Toch bleef ik nog hangen in deze angst dat ik de schuld zou krijgen voor iets dat ik niet gedaan had in mijn optiek. Er werd dus duidelijk een punt in mij getriggerd wat ik kan terug leiden naar mijn jeugd. Als kind ben je vaak bang om de schuld van iets te krijgen wat je volgens jou niet gedaan hebt en het punt van oneerlijkheid dat je de schuld krijgt kan heel sterk worden in jezelf. Vaak zie je als kind niet dat je op andere punten hetzelfde handelt of hebt gehandeld als dat de ander nu doet. Ik had al wel dimensies hiervan gelopen, maar dit kwam voor mij uit een onverwachte hoek, waarbij ik eerst ook niet echt begreep wat mij bezielde aangaande de GFT-container. Dus opnieuw gerichtere zelfvergeving toepassen.

Nu onze GFT-container weer terug is ben ik de verbintenis met mijzelf aangegaan om door dit ‘MIJN GFT-container’ heen te ademen, de patronen te zien voor wat ze zijn en daar niet in mee te gaan omdat de directe angst gebaseerd is op een onjuiste opinie en de onderliggende angst om ergens de schuld van te krijgen een oud patroon is dat geen dienst meer doet. Ik ben nu volwassen en kan bewust en praktisch zelfverantwoordelijkheid nemen en hoef mij niet te verschuilen achter, dat is niet eerlijk, ik kan daadwerkelijk wat doen. Zo hebben mijn partner en ik besloten om persoonlijke stickers op de 3 bakken aan te brengen wat in ieder geval ervoor zal zorgen dat het verkeerd meenemen iets minder snel zal voorkomen en zo anderen bewust te maken dat containers bij huisadressen horen en niet random gebruikt kunnen worden, dit omdat sommige mensen een container wasabonnement hebben en anderen niet. Het is dus een stukje zelfverantwoordelijkheid waarbij er een beroep op ons wordt gedaan als burger om respect te hebben voor iets wat we via belastingen hebben verkregen van de gemeente.

Daarnaast ben ik met mijzelf de verbintenis aangegaan om wanneer dit patroon van ‘bang zijn de schuld te krijgen’ zich in andere situaties zich voordoet dit te zien, te stoppen en een oplossing te bedenken hoe anders met zo’n situatie om te gaan zonder verzeild te raken in emoties die een ‘probleem’ onnodig gecompliceerd maken en veel tijd in beslag nemen in het hoofd.

Dag 374 van 2555: de angst voor pijn als overerving – in de praktijk – de kies

DIP Lite cursusDeze blogpost is een vervolg op de eerdere blogs waarin ik pijn en pijnbeleving onderzoek. Voor hen die niet tegen omschrijvingen van fysieke ongelukjes kunnen raad ik aan een andere post op mijn blog te zoeken die je aanspreekt.

Anderhalve week geleden at ik een stukje pizza, de knapperige korst ervan, toen dit ongelukkig tussen mijn kiezen kwam begon ik opnieuw een pijnverhaal. Eerst voelde ik een pijnscheut door mijn kies gaan, of eigenlijk 3 stralen van pijn. Dit was op de pijnschaal zeker een 7 tot een 8, waarbij er ook geen tijd was om emotionele pijn hierbij te voelen of te ontwikkelen. Ik begreep meteen dat dit niet pluis was en besloot even te stoppen met eten en te zien wat er precies gebeurd was. De pijn ebde wat weg, ik was oprecht opgelucht en had in luttele seconden gevreesd voor een kapotte afgebroken kies. Vanuit deze opluchting besloot ik verder te eten, omdat er niets gebeurd leek te zijn. Bij de tweede hap zachtere pizza voelde ik de zijkant van mijn kies loskomen. Ik schrok en dit was nou echt zo’n shit moment waarbij pijn ineens een ondergeschikte rol speelde. Ik was meer pissig dan dat er pijn aan te pas kwam. Allerlei gedachten gingen door mij heen. Nu moet ik eerder naar de tandarts dan de afspraak die ik heb staan. Hoe duur zal dit zijn en kan ik het bekostigen? Straks moet mijn hele kies eruit omdat het niet meer valt te repareren. Gaat die behandeling mij pijn doen? Waarom verandert mijn wereld nu opeens, het ging toch allemaal lekker?

Ik spuugde mijn eten uit met het afgebroken stuk kies om te zien om wat voor een afmeting het ging. Aan de binnenkant van de kies was er bijna over de hele lengte een hap uit. Het voelde zeer scherp op de afgebroken randen en ik voelde een doffe pijn die op de achtergrond bleef. De meeste pijn ervoer ik bij het breken van de kies. Om er geen gras over te laten groeien mailde ik de biologische tandarts waar wij als gezin op het punt stonden om patiënt bij te worden. De volgende morgen belde ik de praktijk aangezien ik nog geen bericht had gehad en het hele kiesverhaal mijn ‘geest’ eigenlijk best bezighield. Er werd besloten te wachten tot onze intake aan het eind van de maand aangezien de tandarts niet iets wil gaan repareren in een mond die hij nog niet kent. Aangezien ik voor een biologische tandarts heb gekozen snap ik deze redenatie. Ook meldde ik, dat ik geen verschrikkelijke pijn leed, omdat ik niet de tandarts wilde voorliegen om zo eerder aan de beurt te zijn en anderen hun afspraak niet door te laten gaan. Deze tandarts zit bomvol en ons als gezin naar voren schuiven betekent voor een ander dat hij naar achteren wordt geschoven in de agenda. Ik besloot dat voorliegen geen goede start van een tandarts patiënt relatie is en dat ik ook niet voor de gevolgen wilde opdraaien van het voorliegen over het hebben van pijn. Het schoot wel even door mijn hoofd om de pijn wat aan te dikken zodat ik eerder aan de beurt kon zijn.

De eerste avond durfde ik bijna niet mijn afgebroken tand te poetsen, ik was bang dat het pijn zou doen aangezien ik met koud water drinken al had gemerkt dat koud niet prettig was. Mijn ‘geest’ ging met deze ervaring op de loop en zo vreesde ik voor het tanden poetsen. Bij de eerste keer poetsen meed ik de kapotte kies met poetsen. De tweede keer ging ik heel zachtjes, met mijn elektrische tandenborstel uit, over de kapotte kies. Dit voelde niet prettig, maar de tandarts assistente had mij op het hart gedrukt de kies wel schoon te houden. Naarmate de dagen verstreken durfde ik, het ook met de tandenborstel aan, er zachtjes overheen te gaan en op dit moment kan ik mijn kies met beleid gewoon poetsen.

Op een gegeven moment bemerkte ik dat de zijkant van mijn tong stuk ging van de scherpe randen van mijn kies. Eerste voelde dat niet prettig, totdat mijn tong begon op te zwellen aan die kant en ik zag dat er een 2 cm lange plek zat met allemaal sneetjes. Wat begon als niet prettig ging naar pijnlijk, het was net alsof ik een mega aft op mijn tong had. De pijn was vervelend en aanhoudend maar niet meer dan een 5, mijn gevoel begon nu op te spelen. Ik vond dat het nu wel genoeg geweest was, praten deed zeer en ging niet makkelijk en eten is een drama. Ik kauw nu aan de andere kant, waar tussen mijn kiezen vezelrijk voedsel makkelijk vast komt te zitten. Flos ik dit niet direct dan ontstaat er hoofdpijn aangezien de kiezen erg kort op elkaar staan. Met de gebroken kies durf ik niet te eten uit angst dat er meer gaat afbreken en omdat het niet prettig voelt.

Ik bemerkte dat mijn zin in eten totaal wegviel. Als er zich weer een maaltijd voordeed en ik goed en wel achter mijn bord ging zitten zonk de moed mij in de schoenen. Ik eet dan ook minder en probeer voedsel dat hard is te vermijden. Eten wat ik normaal prettig vind, is nu verworden tot een vervelende aangelegenheid die met de beschadigde tong pijnlijk is en door de strak op elkaar staande kiezen, nu een beetje een drama is.

Zo kwam ik er ook achter dat op een bepaald moment ik niet meer kon bepalen waar de doffe pijn vandaan kwam, was het de afgebroken kies of waren het andere kiezen of tanden, de doffe pijn ging door mijn gehele gebit. Daar ontstond de vrees dat ik wellicht veel meer mankeerde aan mijn gebit en dat het breken van 1 kies het topje van de ijsberg was, gelukkig kon ik die gedachte op tijd weer stoppen om niet te blijven rondzingen maar te zien dat ik angst had voor nog meer pijn en pijn bij de tandarts. De pijn bij de tandarts die door een jeugdervaring nog wel eens voor een tandartsbezoek opspeelt, die ik dan met het blijven bij mijn ademhaling op het moment van behandeling geen rol meer laat spelen.

De volgende zelfvergevingen zijn een selectie uit de zelfvergevingen die al gedaan zijn in het moment en daaruit voortvloeiende aanvullingen tijdens dit schrijven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om opgelucht te zijn over mijn kies terwijl ik de situatie nog niet heb onderzocht en dus nog niet weet of er reden is om opgelucht te zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om opgelucht te zijn vanuit een startpunt van angst en dus de tegenpool te ervaren om zo de rondgaande angsten in mijn ‘geest’ te proberen onderdrukken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te schrikken bij het afbreken van mijn kies en overspoeld te worden met angstige gedachten die klaar lagen om eruit te komen bij de juiste gelegenheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om tijdens het emotionele schrikken mijn lijf ook in een staat van schrik te brengen en zo fysieke stress op mijn lijf over te brengen door mee te gaan op de emotie van schrik.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een shit moment te hebben als de kies breekt en het als een brute verstoring van mijn leventje te ervaren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verandering als bedreiging te zien en daardoor emotioneel van de kaart te zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om als een slachtoffer mijzelf af te vragen waarom dit mij nu moest overkomen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zodra de situatie naar mijn beleving te vervelend wordt ik direct wil dat er een einde aankomt zonder het nemen van enige vorm van zelfverantwoordelijkheid of aansturing van mijn kant.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik met de emotionele pijn nog niet altijd goed kan omgaan en zo mijn fysieke pijn ook beïnvloed en sneller zeg dat ik het zat ben en het nu afgelopen moet zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de jeugdervaring van pijn bij de tandarts voor een tandartsbezoek mij te laten beïnvloeden en zo meer angsten creëer omtrent de hele gebeurtenis die eigenlijk geen emoties behoeft, maar puur praktisch benaderd en afgehandeld kan worden.

Ik realiseer mij dat pijn in elke situatie weer andere zaken triggert die tot dan toe lagen te sluimeren in mijn ‘geest’ en ik per keer moet bekijken met wat voor angsten en herinneringen ik te maken heb.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om pijnervaringen een cijfer te blijven geven om zo mij te dwingen naar de daadwerkelijke fysieke pijn te kijken en makkelijker de emotionele pijn kan zien en aanpakken door gezond verstand erop los te laten.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om pijn aan mijn gebit niet als erger te labelen dan pijn elders in mijn lichaam door ervaringen vanuit mijn verleden die te maken hadden met geen controle op deze pijnbeleving te hebben, waardoor het idee is ontstaan dat ik mijzelf niet kan aansturen wanneer er pijn in mijn gebit is en ik afhankelijk ben van anderen die mogelijkerwijs zich niet aan hun woord houden, waardoor er geen vertrouwen in mijzelf en in de ander is.

Dag 373 van 2555: als er één wakker wordt ontwaken er meerderen

DIP Lite cursusVan de week realiseerde ik mij ineens dat een verandering bij een ander ineens kan zorgen voor een verandering in mijzelf. Met andere woorden de verandering bij de ander geeft ruimte om te zien hoe ik anders om kan gaan met een situatie die ik voorheen als een soort van impasse beleefde.

Sinds dat mijn zoon 9 jaar is mag hij zelf bepalen hoe laat hij naar bed gaat. In de eerste weken was dat een soort van uitproberen en zien waar de grenzen en zijn grenzen lagen. Van een kind dat onder het ‘ouderlijk regime’ een kind leek dat vroeg naar bed wilde gaan, veranderde hij in een kind dat vele malen later naar bed ging en niet zat te knikkebollen en zichzelf wakker zat te houden. De enige regel die mijn partner en ik hebben ingesteld rondom naar bed gaan en opstaan is het op tijd uit bed komen als je verantwoordelijkheden hebt zoals school, bijbaantje of andere afspraken. Dit leverde geen enkel probleem op en iedereen was tevreden. Tot dat mijn zoon een jaar of 13 werd, in de pubertijd zat maar niet zichtbaar puberde, en grootse moeite had om zelfstandig op tijd uit bed te komen. Dit triggerde gedrag in mij als moeder dat ik hem wakker ging maken om op tijd op school te komen, wat mijn partner bestempelde als betuttelen. Mijn grootste drijfveer was om niet in de problemen te komen met school en leerplicht door dit niet wakker wordt gedrag van mijn zoon.

Mijn zoon slaapt net als ik zelf heel diep, wat het moeilijk maakt om hem wakker te maken. Dit maakte dat ik hele rituelen ontwikkelde van tegen hem blijven praten om hem zo bij zijn positieven te krijgen en wakker genoeg te worden dat hij kon opstaan. Mijn partner vond dat ik hierin te ver ging en mijn zoon betuttelde. Wanneer mijn partner mijn zoon ging roepen om uit zijn bed te komen dan resulteerde dat in niets, want een keer roepen was zeker niet afdoende. Ik voelde mij heen en weer geslingerd door gevoelens van geen betuttelende moeder te willen zijn en juist mijn kind de ruimte te laten voor zelfverantwoordelijkheid en de angst om mijn kind door vallen en opstaan teveel te laat te laten komen waardoor we als ouder en kind bij bureau leerplicht terecht zouden komen. Leerplicht was toen nog een beladen woord en organisatie die in mijn optiek ons als gezin door de jaren heen alleen maar had geboycot en nooit had ondersteunt, wat maakte dat ik het gaan naar de leerplicht voor mijn zoon als iets verschrikkelijks projecteerde in mijn toekomst.

Toen we vorig jaar met mijn zoon na aanleiding van een tekenbeet bij een natuurgenezer kwamen werd er ontdekt dat zijn dag nacht ritme op biologisch niveau niet gelijk liep met de cadans van de maatschappij. Zijn lichaam werd pas echt wakker op celniveau tegen 11 uur ’s morgens wat het moeilijk maakte om op te staan om 7 uur of 7:30 uur. Ook het naar bed gaan was niet bijzonder laat, meestal gaat we met z’n allen zo rond 12 uur slapen, waarbij we allemaal makkelijk de vereiste 6 uur slaap halen. Na dit bezoek aan de natuurgenezer werd besloten om een daglichtlampwekker voor mijn zoon aan te schaffen die een uur voor de wektijd licht geeft en steeds feller wordt. De laatste 10 minuten kan er hetzij radio of vogelgeluiden worden ingesteld om uiteindelijk wakker te worden in een kamer vol met daglicht. We merkten direct effect van deze lamp en mijn zoon was echt fysiek wakker de eerste 3 weken. Totdat dit weer wat inzakte en ik toch nog even kort naar zijn kamer moest gaan om hem echt goed wakker te maken. Opnieuw rees natuurlijk mijn dilemma weer van moet ik hem dit zelf laten doen of geef ik hem dit steuntje in de rug? Wat het voor mij ook nog eens moeilijk maakte was het feit dat dit niet een puber was die niet uit zijn bed wilde omdat hij het liefst zijn hele dag zou slapen en het hem niet uitmaakte of hij te laat op school zou komen. Hij werd simpelweg niet wakker uit zijn vaste slaap, waarbij ik het vaste slapen herken, maar wat mij niet belemmert bij het opstaan omdat mijn bioritme niet anders is.

Sinds een aantal weken lijkt het probleem van het opstaan geweken te zijn, mijn zoon staat elke schooldag zelfstandig op en ik hoef mij geen zorgen meer te maken. Dat klinkt wellicht wat eenvoudig om dit zorgen maken ineens los te kunnen laten en niet meer op de achtergrond mee te laten spelen. Toch is dit wel het resultaat geweest van de verandering die mijn zoon onderging waardoor ik mijzelf in staat stelde om mee te veranderen en enige vorm van betutteling of angst die er was los te laten, omdat ik kon zien dat het een overlevingsmechanisme was die op dit moment misplaatst was.

Hier volgen een aantal zelfvergevingen en verbintenissen dat in grote lijnen het proces weergeeft waar ik doorheen ben gegaan om tot dit eindpunt te komen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat mijn zoon te laat op school komt en ik daar de gevolgen van moet dragen als ouder.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn wanneer ik mijn zoon door vallen en opstaan dit probleem zelf laat aanpakken ik zelf als ouder in de problemen kom wanneer mijn zoon faalt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor de leerplicht en te geloven dat wanneer ik de verantwoordelijkheid van het opstaan bij mijn zoon neerleg zij niet zullen aannemen dat mijn zoon te vaak te laat komt omdat hij in een leerproces zit van zelfverantwoordelijkheid nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om al op voorhand denken te weten wat de leerplicht zal gaan zeggen en denkt, door eerdere ervaringen met de leerplicht met mijn dochter, wat een geloof in mij heeft vastgezet dat de leerplicht bekrompen denkt en tunnelvisie heeft te projecteren op deze situatie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn door toedoen van mijn zoon in de problemen te komen waardoor ik vervolgens de situatie oplos en zo de directe problemen van te laat komen weet te voorkomen maar het onderliggende probleem van het niet uit bed kunnen komen niet aanpak samen met mijn zoon.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het woord betuttelend van mijn partner als negatief te labelen en dit als een bedreiging te ervaren die mijn controle over dit probleem zou kunnen ondermijnen als ik daadwerkelijk mijn zoon zijn verantwoordelijkheid teruggeef.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de reactie te gaan wanneer mijn partner het woord betuttelend in de mond neemt en dit te ervaren als het falen van mijn moederschap op dit punt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het slaapprobleem van mijn zoon als falen van mijn moederschap te zien.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn mijn zoon te veroordelen over het niet uit bed kunnen komen omdat ik mij kan verplaatsen in het vaste diepe slapen en ik niet op mijn geweten wil hebben dat ik hem opvoed zonder compassie en meer schade aanricht dan nodig is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door het niet willen veroordelen van het slaapgedrag van mijn zoon terecht te komen in een impasse waar ik niet zelfstandig uitkom door de aanpak vanuit angst die ik heb gekozen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om alleen dan te kunnen veranderen wanneer de ander verandert en mij niet te realiseren dat angst en controle willen houden mij in de greep houden om niet te veranderen en niet het gedrag van de ander wat slechts een aanleiding was.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in eerste instantie niet mijn zoon de ruimte te geven om zelfstandig zijn wekprobleem aan te laten pakken en angst de boventoon te laten hebben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat het wekken van mijn zoon vanuit gezond verstand en zonder emotionele bagage iets anders is dan hem wekken vanuit angst en controle willen houden.

Ik realiseer mij dat ik door dit hele proces heen angst en controle als leidraad heb genomen en pas toen ik dit ging inzien en dit ietsje los kon laten er ruimte ontstond voor mijn zoon om zijn verantwoordelijkheid te nemen waardoor ik alleen nog ingreep op het aller laatste moment wat soms uit angst en controle plaatsvond en soms vanuit gezond verstand.

Ik realiseer mij dat op het moment dat mijn zoon in staat was zijn wekritme zo om te gooien, dat hij moeiteloos kan meedraaien in de maatschappij die van hem verlangt dat hij op tijd op school komt, dit het moment was waarop ik de controle en angst kon loslaten omdat ik zag dat hij het zelf in de hand had en dit dus geen angst meer triggerde.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om wanneer mijn zoon terugvalt en niet zelf op tijd uit bed komt eerst in zelfoprechtheid te checken of ik vanuit angst en controle wil gaan handelen of vanuit gezond verstand om hem vervolgens  de ruimte te laten om zichzelf de gelegenheid te geven zich te corrigeren in de werkelijkheid

Dag 372 van 2555: de angst voor pijn als overerving – in de praktijk

DIP Lite cursus

Kaasschaaf Viktor

Nog geen dag nadat ik mijn laatste blog schreef, over de beleving van pijn en hoe we pijnbeleving hebben aangeleerd, gebeurde er een ongelukje dat mij de kans gaf om mijzelf te corrigeren binnen mijn fysieke werkelijkheid. Waarschuwing aan degene die deze blog leest en niet tegen beeldende beschrijvingen van een fysiek ongeluk kan, raad ik aan om binnen mijn blog posts te zoeken naar een andere geschikte blog om te lezen.

Het was rond de lunch dat ik besloot om een plakje geitenkaas met de kaasschaaf af te snijden. Aangezien het stukje kaas niet meer zo groot was besloot ik de korst eraf te snijden en de kaas vanaf de zijkant verder op te snijden. Dit verwijderen van de korst doe ik altijd met de kaasschaaf en met veel beleid. Zo ook die dag met het verschil dat het stukje kaas net iets in mijn linker hand bewoog, maar net niet uit mijn linker hand schoot. Ik herstelde mij en pakte het stukje kaas weer stevig beet, maar in diezelfde seconden oefende ik aanzienlijk wat druk uit met mijn rechterhand op de kaasschaaf en ging de handeling van mijn rechterhand onverstoord door zoals ik die had ingezet zonder rekening te houden met de veranderde positie van mijn linkerhand. Nu is dit klusje qua kracht net aan mijn grens en is het kracht uitoefenen net aan mijn grens minder gecontroleerd dan wanneer het gemakkelijk gaat. Dus mijn vingers van mijn linker hand waren verplaatst op het stukje kaas en mijn rechterhand oefende veel druk uit op de kaasschaaf in de veronderstelling dat de situatie ongewijzigd was. Het zal niet moeilijk te raden zijn dat dit geen happy eind had. Met veel kracht schaafde ik een plakje kaas en schaafde ik mijn duim mee, om precies te zijn mijn duimnagel.

In dat moment stond ik te kijken naar mijn eindresultaat en wilde maar niet geloven dat ik met de kaasschaaf onder mijn duimnagel was gekomen en over de breedte van de nagel een halve centimeter had los geschaafd. Dat kan niet ging er door mij heen. Aangezien ik bewust aanwezig was in dat moment besloot ik nu eens te kijken naar pijn en pijnbeleving. Ik verwachtte dat dit wat ik zag, een afgescheurde nagel over de breedte die nog aan het eind een paar millimeter vast zat, pijn zou moeten doen. Ik was met de kaasschaaf over het onderliggende vlees van mijn duim geschaafd, dus logisch gezien zou dat moeten gaan bloeden. Maar het deed geen pijn en het ging niet bloeden. Ik voelde een licht paniekgevoel in mij opkomen en ik vond dat ik moest handelen en op het ergste voorbereid te zijn. Terwijl ik van de keuken naar de woonkamer liep om een pleister te halen zag ik dat mijn duim begon te bloeden. Dit kwam bijna als een opluchting of beter gezegd een bevestiging. Ik was van mening dat het zou gaan bloeden en toen het ging bloeden vielen alle puzzelstukjes op zijn plek. Gewoon lekker normaal en binnen de context van wat zou moeten gebeuren, volgens de ‘geest’. Het lichte paniekgevoel ebde daar ook voor een groot deel mee weg. Nu bleef alleen de verbazing en ongeloof nog over dat het geen pijn deed en het deed geen pijn. Het uiteinde van mijn duim was gevoelig, maar over pijn kon ik niet spreken. Ik dacht nog de pijn zal later wel komen er spelen vast hormonen een rol die zorgen dat ik nu geen pijn voel als een soort van oer overlevingsdrang. Maar ook de rest van de dag ervoer ik geen pijn. Het plakken van de pleister was niet een echt aangenaam gevoel maar deed geen pijn. Elke keer vroeg ik mijzelf om aan te geven op de schaal van 1-10, waarbij 10 het ergste is, hoeveel pijn ik had. Ik kwam niet veel verder dan 1 of 2, wat ik niet zozeer pijn maar pijnlijk wil noemen. Op een gegeven moment begon mijn duim hevig te kloppen, maar ook dit resulteerde niet in pijn. In zekere zin leek ik wel teleurgesteld dat het beschadigen van mijn lichaam niet die pijn veroorzaakte die ik verwachtte. Mijn programmering zei dat ik pijn moest ervaren, ik was immers geschrokken en ik had mij serieus gesneden, ik was dus echt gewond maar het gevoel van gewond zijn dat mistte.

De volgende dag terwijl ik bezig was met de was stootte ik mijn duimnagel met pleister tegen de rand van de droger opening. Dit gebeurd wel vaker en is geen pijnlijk probleem, maar nu ervoer ik daadwerkelijk pijn, het hard duwen van mijn losse nagel in mijn duimvlees was een niet plezant gevoel. Ik haalde direct de pijnschaal erbij en ervoer een 4 aan pijn. De pijn ebde ook weer snel weg en de duim bleef niet gevoelig.

De dagen erna was het tijd om de pleister te verschonen en ik ervoer een lichte weerstand van niet willen kijken naar wat er onder de pleister zich had afgespeeld. Ook nu bespeurde ik een verwachting die me zei dat dit wel pijn zou gaan doen. Ik zag al beelden voor me hoe ik de duimnagel verder zou afscheuren omdat er plak van de pleister aan mijn losse nagel zou zijn gekomen en de pleister nu vastzat aan mijn nagel. Dit was natuurlijk allemaal niet aan de hand, ik had met zorg het gaasje van de pleister op de nagel geplaatst en het plakkende gedeelte niet op mijn nagel geplakt.

Had ik nu niet kritisch gekeken naar dit voorval dan was de kans groot dat ik op basis van herinnering, aan verschillende beelden uit mijn verleden en van buitenaf, dit hele voorval als erger en pijnlijker had ervaren. Ik had wellicht gezegd dat het pijn deed, zonder echt fysiek te voelen of het daadwerkelijk pijn deed. Dit was een echte ‘eye opener’ voor mij en ik wil hier niet mee zeggen dat pijn niet echt bestaat, het is een subjectieve beleving die gevoed wordt door herinnering en hoe we hebben geleerd pijn te ervaren door overerving van onze ouders en hen als levend voorbeeld te gebruiken. Als ik mijn arm breek dan voel ik wel degelijk pijn en dat is maar goed ook dat mijn lichaam mij waarschuwt dat er  echt iets aan de hand is. Mensen die aandoeningen hebben en pijn niet langer ervaren lopen dan ook gevaar op ernstige verwondingen. Mensen die aandoeningen hebben en juist constant pijn ervaren gaan daar echt aan onderdoor. Pijn is echt, zolang we de filter van de ‘geest’ er maar niet overheen zetten en meer drama veroorzaken dan nodig is. Dit geldt voor jong en oud en jong geleerd is oud gedaan.

Wat ik tijdens dit voorval heb gedaan is mijzelf direct te corrigeren binnen mijn fysieke werkelijkheid. Direct zien welke emoties, gevoelens, verwachtingen er speelden, deze waar te nemen als een patroon in mijzelf en los te laten omdat ik kon zien dat het geen nut had om aan deze patronen vast te houden. Het loslaten gaf ruimte om echt te ervaren wat er gebeurde, ik werd maar zeer kort steeds opgeslokt door mijn ervaringen gezien door de ogen van de ‘geest’. Ook heel helder om te zien wanneer je met jezelf afspreekt dat je niet jezelf gaat ervaren op basis van herinnering maar op basis van wat hier echt gebeurt in het hier en nu. Dat is gewoon mogelijk ook al zegt een stemmetje in je hoofd dat je jezelf zus en zo zou moeten voelen en gedragen. Doorbreek het oude maar eens om te zien wat het nieuwe is dat ontstaat.

Dag 371 van 2555: De angst voor pijn als overerving

DIP Lite cursusIn mijn vorige blogpost gaf ik al aan dat ik het stukje over pijn en de angst daarvoor in een andere blog wilde gaan aanpakken. Wat ik heb gedaan is het beluisteren van een Eqafe interview waar uitgelegd wordt waar de angst voor pijn vandaan komt.

De angst voor pijn en de beleving van pijn is ons aangeleerd door onze directe omgeving. Hoe dramatischer dat proces is verlopen hoe dramatischer we met pijn omgaan. Wanneer we tussen de nul en drie jaar oud zijn dan hebben we het concept pijn nog niet begrepen en zijn we ook niet in staat om dat door uitleg van onze ouders te begrijpen. Dus een baby of dreumes begrijpt pijn niet. De vraag zou dan kunnen zijn: maar hoe leg je het zo’n jong kind dan uit? Door als ouder stabiel te zijn kan je een basis bieden aan je kind om te leren omgaan met pijn zonder dat je kind emotioneel over zijn toeren raakt.

Wanneer een baby/dreumes pijn heeft dan zal het kind in eerste instantie nog niet reageren. Er is een moment van proberen te begrijpen wat hen is overkomen en wat ze ervaren. Pas als er een ouder of andere naaste uit zijn omgeving erbij komt gebruikt het kind de reactie van de ander om te begrijpen hoe het om moet gaan met deze pijn. Heeft het kind de vinger tussen de deur gehad, dan kan het zijn dat het nog staat te kijken naar wat hem net is overkomen. Komt de moeder aangesneld om naar de vinger te kijken en ze kijkt het kind verschrikt aan, waarbij de moeder angst ervaart voor wat haar kind is overkomen, dan neemt het kind de gezichtsuitdrukking en de energetische lading van de moeder haar stem om in te schatten hoe het gaat reageren. Die energetische lading van de moeder voelt zo onprettig dat het kind gaat huilen. Hoe groter de emotionele lading van de moeder is des te erger gaat het kind huilen.

Wat er dus in dat moment gebeurt, is het leggen van een koppeling tussen pijn en de energetische reactie van de moeder met name door gezichtsuitdrukking en stem. We leren dus door anderen in onze omgeving hoe we met pijn moeten omgaan. Vaak hoor je ouders ook zeggen, pas toen ik eraan kwam begon mijn kind te huilen. Anderen bestempelen dit gedrag ook wel als aanstellerij, als aandacht willen hebben van de moeder. Maar de moeder is het levend voorbeeld voor het kind, die laat het kind zien hoe hij mens moet zijn.

Zelf ben ik kind en ben ik moeder en soms ben ik als ouder geen koele kikker geweest en echt geschrokken van wat er met mijn kinderen fysiek gebeurde door valpartijen en noem het maar op. Ik heb hen geleerd hoe energetisch pijn te ervaren, net zoals mijn ouders mij hebben geleerd dat ik bang moest zijn voor pijn. Hebben we dit moedwillig gedaan? Nee, we wisten niet beter. We wisten niet dat we onszelf konden stabiliseren door op onze ademhaling te letten en onze stem geaard en stabiel te gebruiken met lage tonen. Maar nu weten we het wel en kunnen we het doorgeven aan hen die het nog niet weten.

Dus de herinnering dat ik met mijn dode vingers van de kou tegen de verwarming aan zat om mijn vingers bij te laten trekken, was een ervaring van gemixte gevoelens. Ik wilde heel graag dat het bloed weer terug kwam in mijn vingers, maar ik herinnerde mij ook van eerdere keren dat het een pijnlijk proces was. Dus ik wilde het wel en ik wilde het niet, maar toch legde ik mijn vingers op de verwarming. Tegelijkertijd voelde ik een energetisch gevoel in mijn buik dat ik als onprettig en misselijkheid ervoer. Dit was de aangeleerde angst in mijn solar plexus. De angst die ik als baby/dreumes had afgekeken van mijn ouders. Pijn is erg en naar, dat zat diep in mij, waarbij ik niet wil zeggen dat we nu alle pijn als lekker moeten gaan beleven. Pijn is functioneel, het is een waarschuwing van ons lichaam om op te passen of om een pas op de plaats te maken. Waarbij masochistische pijn een soort van genieten van de angst voor pijn zou kunnen zijn. Genieten van de verschillende hormonen die vrijkomen in het lichaam die het pijnsignaal als functionele rode vlag overschreeuwen.

Wat ik ervoer als een ervaring van mijzelf, als wie ik ben, terwijl ik de angst van pijn beleefde was eigenlijk niet puur en alleen ik. Het is een aangeleerde reactie op een lichamelijke prikkel. Toen ik als kind van 2 met mijn gezicht in een brandend campinggastelletje viel, zullen mijn ouders en opa en oma zeer zeker verschrikt hebben gereageerd. Ik zou hetzelfde hebben gedaan. Maar stel je eens voor dat we onszelf zo konden aansturen dat we kortdaad konden handelen, het natuurlijk geen fijne situatie vonden maar de ruimte in onszelf konden maken zodat we onszelf en ons kind konden stabiliseren. Dan zouden onze kinderen geen onderdrukte angst voor pijn hebben opgebouwd en als effectief mens door het leven kunnen gaan.

Eigenlijk kan ik constateren dat ik ook vandaag de dag pijn niet als een eigen ervaring beleef. Niet dat de angst en emotionele lading heel bewust aanwezig is, maar het is er wel. Dus zal ik de komende periode bij pijn letten op mijn ademhaling en op enige energetische beweging in mijn fysieke lichaam. Om vervolgens met gezond verstand te kunnen beleven om wat voor een type pijn het gaat en hoe ik moet handelen ten opzichte van de pijn.

Dag 370 van 2555: kwaad op de hoofdmeester

DIP Lite cursusSinds een jaar of zeven heb ik elke winter een naar droog hoestje dat zodra de lente begint weer ophoudt. In de begin jaren ging dat ook gepaard met het verlies van mijn stem, wat best onhandig was. Na een paar jaar begon ik een lichte paniek te voelen als de winter naderde, in de wetenschap dat wellicht ook deze winter de hoest weer terug zou komen. Fysiek kon ik niet echt redenen bedenken die de oorzaak konden zijn, wat niet wegneemt dat er wellicht een fysieke oorzaak is. Dit jaar is het al stukken beter dan voorgaande jaren, maar de hoest is er wel.

Uiteindelijk begon ik mij af te vragen of er ook herinneringen, emoties of angsten de grondleggers konden zijn die uiteindelijk zich  fysiek manifesteren. Ik kreeg de tip om naar mijn kindertijd te kijken in relatie tot kou/winter. Eerst kwam er een herinnering op van de dooie vingers die ik altijd als kind al had. Wat een zeer pijnlijke ervaring was en dan met name als het bloed weer ging circuleren in de vingers. Later die avond terwijl ik hierover met mijn partner aan het praten was kwam er een andere herinnering naar boven. Een herinnering die meteen emoties in mij los maakte en dan met name kwaadheid.

De herinnering speelt zich af in de vierde klas lagere school. Wij gingen in weer en wind zwemmen in het buitenbad op het terrein van het AZ-stadion in Alkmaar. Voordat we daar met een bus heen werden gebracht kwam de hoofdmeester steevast in de klas om ons te vertellen dat wij echte Hollandse jongens en meisjes die niet bang waren voor een beetje fris weer. We hebben het dan over najaars- en vroeg lente weer, waarop iemand met gezond verstand niet zegt: “kom laten we eens lekker in het buiten zwembad gaan zwemmen.” Maar wij gingen wel. De kleedhokjes waren buiten, dus voordat ik in het water lag was ik al zo afgekoeld dat ik liever niet in het zwembad ging. Vervolgens ging ik toch het zwembad in terwijl mijn hele lijf schreeuwde om dat niet te doen. Ik wist namelijk al waar dit toe leidde.

Na een minuut of tien hooguit vijftien was het bloed volledig uit mijn handen en voeten getrokken. Elke minuut die ik langer in het zwembad was leverde mij vervolgens pijn op die door merg en been ging. Ik was dan zo kwaad dat ik toch moest zwemmen dat ik op een bepaald moment niet meer braaf ja en amen kon zeggen en vroeg dan de badmeester of ik eruit mocht. Meestal mocht dit en kon ik mij gaan omkleden in de openlucht kleedhokjes. Dat wil zeggen ik moest strompelen naar de kleedhokjes en met gevoelloze handen en voeten mijzelf staande houden en afdrogen. Eénmaal aangekleed moest ik in de openlucht wachten tot de zwemles over was, om vervolgens blauwbekkend de bus in te gaan terug naar school.

Ik kan mij ook niet meer herinneren of mijn ouders hebben gevraagd of ik met koud weer op school mocht blijven. Wat ik wel weet dat mijn kwaadheid gericht was op de hoofdmeester. Een hoofdmeester die van alles commandeerde en zelf volstrekt niet het goede voorbeeld gaf. Een hoofdmeester die kinderen aan hun oor meesleurde als zij vervelend waren in hun klas. Een hoofdmeester die vond dat ik melk moest drinken, terwijl mijn ouders dat niet hadden aangegeven. Een hoofdmeester die elke zondag te laat in de kerkdienst aankwam en de maandagmorgen erop aan ons vroeg wat de laatste woorden van de preek waren. Een hoofdmeester die ik als kind een huichelaar vond, maar dat nog niet zo onder woorden kon brengen. Ik ervoer hem als een man die niet deed wat hij zei en dat zijn onvoorspelbare mensen in de ogen van kinderen. Een man waar je voor moest oppassen.

Ik was kwaad dat hij zich niet kon inleven in mijn fysieke situatie en ons met mooie praatjes het te koude zwembad in wilde hebben. Nu zou ik zeggen hij had daar voor betaald en wilde dus waar voor zijn geld, slecht weer of niet. Als kind zie je dat je gemanipuleerd wordt voor een onzuiver doel, maar je voelt je niet bij machte om daar tegenin te gaan. Ik ging er wel tegenin op subtiele wijze. Als er ’s morgens pakjes melk werden uitgedeeld door de hoofdmeester dan dook in tussen de andere kinderen in om ongezien naar binnen te gaan. Terwijl de anderen riepen: “ik meneer ik.” In de vierde klas had ik les van de hoofdmeester en van een juf. Bij mijn juf schreef ik af en toe in blokletters in plaats van het aan elkaar schrift, omdat ik wist dat ik dat bij de hoofdmeester niet mocht. Het waren kleine pogingen om mijn kwaadheid te kanaliseren. En verder stopte ik mijn kwaadheid weg. Ik kon, dacht ik, niet echt tegen hem op.

Overigens ben ik na het krijgen van mijn twee kinderen van het krijgen van dooie vingers afgeraakt. Alleen als het heel erg koud is wil ik nog wel eens een enkele keer een stukje dooie vinger krijgen, maar niet zo extreem als ik dat vroeger had. Ik kon door een glas met frisdrank op te pakken al helemaal wit wegtrekken in mijn vingers. En dat zelfs in hartje zomer.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om kwaad te zijn op de hoofdmeester omdat ik mij gedwongen voelde om maar het zwembad mee te gaan.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mij gedwongen te voelen door de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik altijd de eindkeuze/eindverantwoordelijkheid heb ook al dwingt een ander mij. Ik stop het gedwongen voelen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om altijd eerst te kijken welke keuzes ik heb alvorens ik mij verschuil achter het dwingen van de ander.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de kwaadheid, naar mijzelf toe over het niet staan voor mijn eigen keuze, op de ander te projecteren.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van kwaad te zijn op de ander en mijzelf niet te realiseren dat het in essentie kwaadheid naar mijzelf toe is, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik het veiliger acht om boos op de ander te zijn en de ander de schuld te geven, dan naar binnen te kijken en te zien waar de kruks zit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om bij kwaadheid op de ander altijd alert te zijn en te zien waar ik als uit routine verbloem dat ik eigenlijk kwaad op mijzelf ben door de situatie waar ik in zit.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn ongenoegen met mijzelf als kwaadheid op de ander eruit te gooien en vervolgens niets te doen met het gevoel van falen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een gevoel van falen te verstoppen door andere emoties heftiger te laten zijn, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet gefaald wil hebben en dat het beter lijkt als de ander de schuld van de situatie waarin ik mij begeef krijgt, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te mogen voelen dat ik gefaald heb of nagelaten heb om voor mijzelf als geheel van ‘geest’ en lijf op te komen. Alleen als ik het echt voel/ervaar dan pas ben ik in staat om het onder ogen te zien en het gedrag te veranderen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als falend te ervaren door niet te staan voor mijzelf en mijn fysieke lichaam, maar dit ook direct weg te drukken met andere emoties.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het wegdrukken van emoties/gevoelens, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik gevolgen maak die zich hoe dan ook zullen manifesteren in mijn leven, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om dat wat er speelt aan gevoelens en emoties in mij te onderzoeken en niet weg te drukken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet dat te doen wat het beste voor mijn lichaam was, dus niet te doen wat ik wist dat moest gebeuren.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet hetgeen doen waarvan ik weet dat dit het beste is, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik vanuit emotie nooit een gedegen keuze kan maken en dus altijd een gekleurd startpunt heb, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om vanuit zelfoprechtheid keuzes te maken en dan af te wegen of ik die keuze kenbaar kan maken vanuit mijn positie of niet, maar deze afweging mag nooit mijzelf of anderen compromitteren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om getriggerd te worden door de zelfoneerlijkheid van de hoofdmeester die niet deed wat hij anderen voorschreef, terwijl ik daarmee met mijn eigen zelfoneerlijkheid geconfronteerd werd, van niet dat te zeggen wat ik moest zeggen om het beste voor mijn lijf te realiseren.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van geconfronteerd worden met mijn eigen zelfoneerlijkheid door die van de ander te zien, maar dan de ander als zondebok aan te wijzen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik kan dralen met het onder ogen zien van mijn zelfoneerlijkheid, maar dat dit niet maakt dat mijn zelfoneerlijkheid weggaat, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om wanneer een ander mij een spiegel voorhoudt en iets in mij aanroert wat ik zelf niet bewust gewaar was, dit met open armen te ontvangen en te gebruiken om mijzelf te verbeteren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor represailles van de hoofdmeester als ik zou zeggen dat ik niet mee zou gaan zwemmen omdat dit voor mijn lichaam geen goed plan was.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van bang zijn om te staan voor mijzelf, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben voor de door mij geprojecteerde represailles van de ander en mijzelf hierdoor laat verlammen in het moment, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen verzinsels te bedenken van wat er zou kunnen gebeuren aan nare dingen als ik ga staan voor mijzelf als geheel van ‘geest’ en lijf.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om deze kwaadheid al die jaren te hebben opgepot en niet heb durven te voelen/toelaten.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het oppotten van kwaadheid, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik alleen mijzelf ermee schaad, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om kwaadheid op de ander niet direct eruit te gooien als een ventiel om stoom af te blazen, maar eerst te zien waar ik echt mee te maken heb, en dan pas te bepalen hoe ik mij kan ontdoen van de emoties en gevoelens die ik ervaar.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben voor de pijn die optreed na het krijgen van de dooie vingers.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst voor de herinnering van pijn, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik al op voorhand bang ben voor de pijn die waarschijnlijk gaat komen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om voorzorgsmaatregelen te nemen zodat de pijn niet hoeft plaats te vinden of in mindere mate door gezond verstand te gebruiken en mijzelf niet te laten verlammen door angst.

Dit stukje pijnbeleving komt in een andere blog post verder aan bod. Voor nu kan ik zien dat ik de kwaadheid die ik nog  steeds in mij had jegens de hoofdmeester los laten. De kwaadheid is en was niet functioneel en kan dus niet bijdragen aan de verbetering van mijzelf. Dus laat ik je los kwaadheid.