Dag 306 van 2555: mijn zielige ik – deel 1

leefbaar inkomen gegarandeerdIk vroeg Sunette wat de achterliggende oorzaken van de pijn in mijn linker elleboog konden zijn, oftewel mijn tennisarm, die vorig jaar langzaam overging maar nu weer opnieuw opspeelt. Zij antwoordde mij het volgende:

Wat bijdraagt aan de pijn in je linker elleboog is een patroon in de ‘geest’ wanneer er uitdagende dingen gebeuren in jezelf/je wereld waar jij dan de neiging hebt om machteloos te reageren, je zou het apathie kunnen noemen, waar je een grote zucht slaakt en dan in de ervaring wil opgeven, in de trant van: ik wil dit nu niet doen, moet ik dit doen, waarom moet ik dit meemaken, waarom is dit hier. Je laat op deze manier toe dat uitdagingen jou aansturen, in plaats van te zien hoe jij jezelf kunt uitdagen wanneer uitdagingen op je pad komen en hoe je hierdoor kan groeien, leren en jezelf ontwikkelen.

En hoe kan het ook dat dit niet vreemd in de oren klinkt, ik weet dat ik dit doe, maar ik doe het al zo lang dat het als een soort van achtergrondruis aanwezig is waar ik geen aandacht aan geef en dus laat bestaan in mijzelf. Ik wil heel vaak een heleboel dingen niet doen, die ik overigens wel doe, maar met de zwaarte van het niet willen wordt zoiets een uitputtingsslag. En dan komt de vraag of ik dit nu echt moet doen, wat maakt dat wanneer ik het doe ik het met een lang gezicht doe en absoluut van niets meer kan genieten in dat moment. En dan vraag ik mij af waarom ik die dingen moet meemaken in mijn leven, waarom het allemaal niet wat makkelijker kan en waarom deze situatie überhaupt hier is en zich aan mij aandient.

Wat maakt dat het woord moeten, iets moeten doen zeer beladen is, beladen door mijzelf. Waardoor de uitdagingen in mij of mijn wereld ineens strijdpunten worden, dingen die ik te lijf moet gaan om het kwaad af te wenden. Ik ervaar mijn leven als zwemmen, iets wat ik moest leren om niet te verdrinken, maar ik had angst voor water. Door te moeten zwemmen ontstond er een vijand. Dus het is alsof ik zwem en dat gaat goed totdat de golven te hoog worden, ik teveel water binnen krijg en het water mijn vijand wordt. Dan weet ik niet meer wat ik moet doen, het wordt blanco en ik zink in een apathische houding.

Ook nu hebben wij als gezin veel op ons bordje aan zaken waar we in kringetjes in blijven ronddraaien, waardoor ik het allang niet meer zie als een uitdaging. Ik wil eruit ontsnappen, ik ben de strijd moe, er komt toch geen verandering en ik kan ook geen oplossingen meer zien. Het wordt blanco/apathisch en ik wens dat het weggaat en er niet meer is als ik wakker wordt.

Ondanks dat wij veel pech hebben in ons leven als gezin ervaar ik mijn leven gek genoeg niet als een drama, terwijl het ene drama het andere opvolgt of eruit voortvloeit. Ik vroeg aan mijzelf of ik vond dat ik zielig ben. En het eerste dat in mij opkwam was: doe niet zo gek natuurlijk niet, moet je eens zien wat je allemaal wel niet hebt in je leven. Toen ik mij echter bewust werd van mijzelf en mijn fysieke lichaam en de vraag nogmaals stelde, voelde het zwaar en voelde ik emoties opkomen, ik werd overspoeld door een gevoel van medelijden met mijzelf. Ja ik vind mijzelf zielig en voel mij het slachtoffer van mijn eigen leven.

Dit is een interessant gegeven dat ik mij dus in feite slachtoffer voel van mijzelf/mijn leven, want mijn eigen leven is een product van mijzelf. Ik besluit dat uitdagingen in mij of in mijn wereld mij aansturen en ga niet in mijn eigen kracht staan om mijzelf uit te dagen de uitdaging aan te gaan en het niet te ervaren als een moeten, als iets dat mij opgelegd word. Geen wonder dat alles zwaar en een strijd is wanneer ik niet het heft zelf in handen heb of neem. Het is inderdaad een patroon geworden in het moment dat ik besloot niet meer te vechten tegen het moeten als kind, als het teveel wordt sluit ik mijn ogen en oren en zink weg in mijn ‘geest’ om met een knoop in mijn maag weer terug in de realiteit te komen en te zien dat er niets is veranderd. Er is niets veranderd omdat ik niets heb veranderd.

Ooit werd mijn wil gebroken als klein kind, dat deed men dat was opvoeding in de jaren 60/70, maar er werd niets gebroken er ging iets vervelends ondergronds. Het lieve kind wat gemaakt werd door de wil te breken kreeg een andere kant, die de wil om ‘niets te moeten’ leefde op de achtergrond, bij alles wat ik slikte/accepteerde. Ik ontwikkelde een patroon waarin ik machteloos reageerde en niet in mijn kracht ging staan, terwijl ik mij binnenin mijzelf het slachtoffer voelde en een automatisme ontwikkelde in het stellen van vragen over waarom dit mij overkwam en waarom ik dit moest doen. Binnenin mij wilde ik niet braaf en aangepast zijn, ik wilde zijn wie ik was als kind, dus werd ik ik de rebel van binnen die nooit verder kwam dan protesteren over hetgeen ik moest doen of wat mij overkwam. Tegelijkertijd ervoer ik mijzelf als verliezer en slachtoffer, maar van buiten bleef ik positief en in de illusie dat ik de touwtjes in handen had. Ik zeg niet voor niets een illusie, want mijn hele leven voel ik angst als ik denk niet meer de controle over mijzelf te hebben. Als tiener dronk ik geen alcohol en werd niet dronken ook drugs liet ik voor wat het was, ik was een braaf kind, of was ik een bang kind dat de wil gebroken was en dacht controle over mijzelf te moeten hebben alsof dat het in mijn kracht staan was en mijzelf aansturen.

Een lange periode waarin ik erg angstig voor insecten was, zei ik dingen als: ik heb die vliegen niet uitgenodigd, wat doen ze hier. Wat duidelijk mij als een slachtoffer benadrukte. Ik zei dit op een grappige manier, maar de boodschap was gemeend. Dit volgt precies het patroon van ik wil dit nu niet, waarom overkomt mij dit en waarom is dit hier. Het omgaan met deze angst was een uitdaging, maar ik daagde mijzelf niet uit om dit op te lossen. Ik onder ging het en had medelijden met mijzelf als ik niet kon genieten van het buiten zijn door mijn angst voor insecten. Pas toen ik snapte hoe ik deze angst kon vergeven en hoe ik mijzelf kon corrigeren, verdween deze angst en zag ik dat een angst geen feitelijkheid was, maar iets van tijdelijke aard gecreëerd door de ‘geest’ en mijn acceptatie daarvan.

Dus om mijn elleboog weer pijnloos te krijgen zal ik het één en ander moeten gaan doorlopen, maar dan een moeten dat ik mijzelf opleg uit liefde voor mijzelf en niet om mijzelf te onderdrukken. Dit patroon is ontstaan dus kan ook weer opgeruimd worden, net als het zielige personage dat voor lang een coping mechanisme is geweest, maar nu geen dienst meer hoeft te doen, zodra ik mijn kracht weer terug kan pakken.

In mijn volgende blog zal ik de zelfvergevingen en zelfcorrecties uitschrijven.

Advertenties

Dag 285 van 2555: revalideren, rehabiliteren en remediëren – deel 3 : de valkuil

basisinkomengarantieHet is geweldig om te zien hoe mijn dochter tijdens haar revalidatieproces steeds meer voor haarzelf, leert en probeert op te staan en dus zelfverantwoordelijkheid neemt. Dit soms doordat zij gepusht wordt door haar therapeuten en steeds meer ook door haarzelf.

 

Zo zat ik bij haar op haar kamer in het revalidatiecentrum en vroeg of zij haar tv en internet wilde stopzetten voor het weekend nu ze een eerste weekend naar huis mag na 3 weken. Ik zag dat ze schrok en meteen zei zij: “maar jij hebt het voor mij geregeld, waarom doe je dat nu niet ook”. Ja, waarom doe ik het nu ook niet? Ik heb namelijk ingezien dat ik mijn dochter beetje bij beetje moet gaan loslaten, met of zonder initiatief van haar kant, om op haar eigen beide benen te gaan staan. Ik heb heel lang van alles voor haar geregeld en het heeft nooit 1 keer geresulteerd in het zijn van een voorbeeld voor haar om het een volgende keer zelfstandig te doen. Ik zei mijn dochter dat het met 16 jaar haar verantwoordelijkheid was om dit te regelen en dat de organisatie die tv/internet regelt wil spreken met degene waar het voor is. Ik zag haar even donker kijken, maar ze legde zich neer bij het feit dat dit haar zelfverantwoordelijkheid is.

 

We zaten nog wat te praten en mijn dochter vertelde dat zij, nu zij mij niet meer constant binnen haar bereik heeft, zij veel dingen zelf moet beslissen en verantwoordelijkheid voor moet nemen. Ik vroeg haar of zij vond dat dit te doen was, en zij antwoordde dat ze wel moest. Ze had ingezien dat het eigenlijk wel beter was om de dingen voor haar leven ook zelf te regelen. Ik beaamde dit en vroeg haar wat haar al die tijd weerhield om geen beslissingen en verantwoordelijkheden te nemen. Toen kwam de aap uit de mouw, “als ik er tegenop zie om iets te moeten doen dan weet ik dat wanneer ik geen actie onderneem jij dat uiteindelijk wel zal doen”.

 

En dat is inderdaad zo, ik ben al vele stapjes achteruit gestapt, maar bij belangrijke beslissingen die echt genomen moeten worden en mijn dochter steeds passiever en apathischer reageert, daar grijp ik in. Ik ben dus dat engeltje op haar schouder dat haar behoed voor flinke uitglijders en daardoor tegelijkertijd haar behoed om haar vleugels uit te slaan om ook neer te kunnen storten om zo de volgende keren een betere vlucht te nemen.

 

Toen mijn dochter 3 jaar was en wij haar zelf met een vorkje wilde laten eten, omdat wij als ouders vonden dat zij er nu toch wel motorisch en emotioneel aan toe was, eindigde dit in drama’s. Zij weigerde pertinent om zelf dat vorkje te nemen en te eten, ze wilde gevoerd worden. Ze hing aan mijn benen, letterlijk en ik moest als het ware haar helpen haar leven te leiden en ik hielp haar, omdat al mijn moederlijke gevoelens werden geactiveerd. Maar wat zegt men wel, zachte heelmeesters maken stinkende wonden, tja heb ik hier nu een stinkende wond veroorzaakt? Het lijkt er wel op, we zijn het ons nu beiden bewust en hebben beiden onze valkuil onder ogen gezien. Ik wist dat ik mijn dochter niet genoeg losliet, terwijl ik dat bij mijn jongere zoon wel kan. Ik wist niet dat mijn dochter dacht dat ik haar reddende engeltje was, maar 1+1=2 , want ik had immers een zeer consequent patroon neergelegd waar mijn dochter op vertrouwde.

 

Het is tijd om te remediëren en beiden onze plek in het leven terug weten te vinden die vol zelfverantwoordelijkheid is en tegelijkertijd de sterke band in stand houdt die we samen hebben, alleen niet één waar we elkaar mee verstikken maar één waar we elkaar mee in balans kunnen houden.

 

Zelfvergevingen en zelfcorrectieve zinnen volgen in de volgende blog.