Dag 341 van 2555: mijzelf niet willen conformeren aan regels, lang leve de parkeervrijheid

DIP lite cursusSamen met mijn dochter had ik een afspraak bij de homeopate, waar wij met de auto naar toe gingen. De parkeersituatie aldaar is wat vreemd, vreemd in de zin van, ik had dit nooit eerder gezien. Elk huis heeft 1 parkeerplek op zijn naam en er is geen extra ruimte voor visite of een tweede auto. Waarschijnlijk is dit bedacht om een autoluwe wijk te maken binnen de woonerfachtige buurt met vele variaties aan drempels.

De eerste keer had ik mijn auto neergezet en helemaal niet gezien dat er een tegel aan het begin van het parkeervak lag met een nummer erop dat correspondeerde met een huisnummer. Aangekomen bij de homeopate vertelde zij dat we onze auto beter op haar parkeerplek konden zetten. De tweede keer stond haar auto op hun parkeerplek en besloot ik mijn auto er maar gewoon naast te zetten, aangezien de gehele parkeerplaats uitgestorven was en iedereen naar zijn werk leek te zijn. Bij terugkomst was er niets aan de hand en stond er nog steeds bijna niemand. Deze keer was het weer zo leeg, maar de auto van de homeopate stond er wel, dus vanuit opportunisme reed ik mijn auto weer op de plek ernaast.

Bij terugkomst stond de auto van de eigenaar van de parkeerplek achter mij geparkeerd. Dit was zo krap gedaan dat ik wel naar hun huis moest gaan om te vragen of zij hun auto wilden verplaatsen. Echter dat zag ik niet zitten, ik voelde mij schuldig en overwoog zelfs om te liegen en te zeggen dat ik niet wist hoe het parkeren daar werkte. Ik zag in gedachte al een schreeuwend iemand en ik besloot niet aan te bellen bij de eigenaar van de parkeerplek, nog terug te gaan naar de homeopate, om vervolgens alsnog het advies te krijgen om bij hen aan te bellen. Ik voelde mij in een hoekje gedreven en begon dan ook de toepasselijke bokkensprongen te maken om mij uit deze situatie te redden zonder gezichtsverlies of confrontatie met wat ik in gang had gezet.

Mijn auto was niet mijn eigen auto, maar een leenauto van onze garage waar onze auto voor een beurt was. Het was een Suzuki Alto en ik schatte in dat met vaak en en weer gaan toch de auto uit het plekje kon manoeuvreren. En dit lukte, omdat er naast mij aan één kant geen geparkeerde auto stond. Terwijl ik naar voren en achteren manoeuvreerde keek mijn dochter buiten de auto aan de kanten waar andere auto’s stonden zodat ik niets zou raken. In één van mijn laatste pogingen met het naar voren manoeuvreren moet ik de scherpe stenen muur die aan mijn kopse kant stond iets geraakt hebben, want mijn dochter riep je hebt de muur geraakt. Ik dacht nog: ik voel helemaal geen muur, nou dan kan nooit erg zijn. Mijn dochter stapte in en we reden weg en zij zei dat het een fikse kras in de bumper was. Ik kon dat niet geloven en zei dat het wel goed was en was eigenlijk alleen maar blij dat ik mij bevrijd had vanuit een hachelijke zelfgecreëerde situatie.

Ik voelde een golf van energie over mij heen komen een soort van overwinning. Ik verbeeldde mij al hoe de eigenaar van het plekje op zijn neus zou kijken een hoe mede buurtgenoten zich zouden ergeren aan de geparkeerde auto midden op het pleintje. Ook was ik in de veronderstelling dat de leenauto een zwarte kunststoffen bumper had en dat de schade echt wel zou meevallen.

We reden nog even langs het winkelcentrum voor een boodschapje en bij het uitstappen keek ik naar de bumper. Ik schrok me dood, het was een rood gespoten bumper die diepe groeven aan de voorkant had, de rullen hingen er aan. Ik voelde mijzelf misselijk worden en besefte wat voor een achtbaan ik in werking had gesteld door opportunistisch een parkeerplek van een ander in te pikken. Hoe kan ik dit nu uitleggen, wat gaat mij dit kosten zal men boos zijn of wil de garagehouder nooit meer een leenauto aan mij uitlenen, ging allemaal door mij heen. Bij thuiskomst vertelden we het verhaal aan mijn partner die natuurlijk niet echt geamuseerd was en meteen zei: nou dat gaat dan van het geld af voor de verbouwing van onze slaapkamer. Ik voelde mij schuldig door zijn opmerking, de zolder moet echt aangepakt worden zodat wij daar kunnen slapen, nu had ik dat verpest.

Ik begon te Googlen naar bumper reparatie om te zien wat zoiets zou kosten. Volgens mijn partner moest het overgespoten worden en dat zou een paar honderd euro gaan kosten. Ik kon dat niet echt geloven aangezien de leenauto oud is en van alles mankeert. Mocht de garagehouder die auto willen verkopen dan moet hij er zoveel aan verbouwen dat het niet meer oplevert dan wat er in gestopt is aan geld. Ik had gelezen over poetsmethoden en gekleurde lak in de groeven wat sommigen al aanboden voor €40 en wat in een halfuur gepiept zou zijn. Ik speelde met de gedachten om zo iemand het te laten opknappen en dan niets tegen de garagehouder te hoeven zeggen, zodat iedereen blij kon zijn. Echter bij de contact pagina stond dat de man niet goed bereikbaar was en bij geen respons men het gewoon moest blijven proberen. Dat was dus niet de oplossing.

De volgende dag konden wij onze auto weer ophalen en de leenauto inleveren. Mijn partner wilde dat ik meeging, om uitleg te doen aan de garagehouder, die ik al 20 jaar ken sinds de aanschaf van mijn eerste auto. Ik vond dat eigenlijk niet leuk, maar inmiddels had ik wel ingezien dat ik mijn verantwoordelijkheid moest gaan nemen in deze zaak. Aangekomen bij de garage vertelde ik de garagehouder dat ik een scherp muurtje had geraakt en ik zijn voorbumper had geschaafd waarvan hij de onkosten op onze rekening mocht zetten. Onze verzekering betaalde niet uit, dus dat was pech. De man is niet zo snel van zijn stuk te brengen en zei: “ik ga er echt geen andere bumper opzetten ik poets het wel bij met wat kleurlak en dat is het.” Zo dat was een opluchting, want wat de kosten ook mogen zijn, ze zullen nooit de hoogte hebben van een nieuwe bumper of spuitwerk. Dus toch nog een slaapkamer in het verschiet.

Ik vertelde de garagehouder dat dit mijn eerste zelfgemaakte schade was na 26 jaar rijden, waarop hij antwoordde: “als dat je enige schade blijft voordat je tussen vier plankjes gaat dan heb je niet te klagen.” Ik was erg opgelucht hoe alles was verlopen, maar realiseerde mij wel dat door het aan mijn laars lappen van de parkeeretiquette in deze woonwijk, ik meer problemen had veroorzaakt dan absoluut nodig was. Ik ga dan ook onderzoeken waar er andere parkeergelegenheid is in die buurt waar ik wel zonder problemen mijn auto kan neerzetten, om niet meer de gok te wagen of zoiets mij wel niet opnieuw zal overkomen.

Dag 284 van 2555: van boosheid tot opluchting – zelfvergeving en zelfcorrectieve zinnen

basisinkomengarantieVoor context zie mijn voorgaande blog.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te worden nadat ik genegeerd werd door de hulpverlener.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf in de steek gelaten te voelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik wanneer ik wordt genegeerd en dus mij in de steek gelaten voel ik voor dat moment even ophou te bestaan door de ogen van mijn ego, wat mij boos maakt als een soort van uiting van onmacht. Ik stop dit zelfmedelijden en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn kracht niet weg te geven aan de ‘geest’/ego om zo geen boosheid meer te ervaren en even op te houden te bestaan als zelfaansturend levend wezen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat wanneer ik genegeerd word door een hulpverlener ik nooit uit deze situatie kom en daadoor te laat op het revalidatiecentrum zal arriveren.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn verantwoordelijkheid weg te geven aan een ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik ik mijzelf niet langer aanstuur en dus daadwerkelijk voel/ervaar dat de situatie niet goed komt als de ander mijn verantwoordelijkheid niet overneemt van mij. Ik stop het slachtoffer zijn en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om altijd mijn zelfverantwoordelijkheid te nemen en de ander niet te misbruiken om mijn verantwoordelijkheid op te leggen, maar de ander zien als een ander levend wezen waar ik mee kan samenwerken om tot een oplossing te komen die voor beiden werkt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vanuit de angst om geen hulp te krijgen opstond en zelf hulp probeerde te mobiliseren.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van opstaan vanuit angst, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet handel vanuit zelfoprechtheid waardoor het beschuldigen van de ander of de situatie snel op de loer ligt en ik mijn zelfverantwoordelijkheid hierdoor niet neem. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om hulp te leren zoeken vanuit een situatie van gelijkheid en niet vanuit een slachtofferrol.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vanuit angst en boosheid met de hulpverlener te communiceren.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van communiceren vanuit emoties, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik hiermee niet mijzelf aanstuur maar mijzelf door de emoties laat aansturen en tegelijkertijd hetgeen terugkrijg als een reflectie van mijzelf als de ander. Ik stop de emoties  en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf bewust te zijn dat ik krijg wat ik geef en het dus niet verstandig is om vanuit boosheid en angst te communiceren wanneer ik ondersteuning wil bij het zoeken naar een oplossing.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet in de schoenen van de hulpverlener te kunnen plaatsen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van egoïsme, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik door alleen mijzelf in mijn eigen bubbel te ervaren ik niet de andere kant van het verhaal in ogenschouw kan nemen los van het feit of dat legitiem is of niet. Ik stop het egoïsme en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in de schoenen van de ander te gaan staan ook als ik het niet eens ben met de motivatie van het handelen van de ander, wat betekent dat ik niet alleen kennis neem van de andere kant /de ander maar dit ook meeneem in mijn handelen als een feit en niet als iets dat bestreden moet worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbolgen te zijn over het feit dat iets belangrijker is dan een hoofdader naar een zorginstelling vrij te houden.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van onbegrip, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet wil begrijpen dat er in deze wereld uit ongelijkheid gehandeld wordt, waardoor ik mijzelf van de ongelijkheid/wereld separeer en zo mijzelf buitenspel zet. Ik stop het onbegrip en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet buitenspel te zetten, maar te onderzoeken wat maakt dat er adhoc beslissingen op gemeentelijk niveau worden genomen die in conflict zijn met de omgeving waarin de beslissing werkelijkheid wordt, om zo te kunnen meedenken over effectiever omgaan met adhoc situaties waar meerere belangen als even belangrijk gezien kunnen worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet te willen aannemen dat het leegpompen van een museum kelder belangrijker is dan de toegang open houden van een zorginstelling.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van superioriteit, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de ander als inferieur beschouw omdat de ander niet alle dimensies van het probleem heeft gezien/meegenomen. Ik stop de polariteit en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten verleiden tot mijn participatie in de polariteit superioriteit-inferioriteit en dus energie te halen uit het goed voelen wanneer ik mij naar de superieure kant toe worstel. Ik ben hierdoor niet meer instaat om te zien dat ook ik niet altijd alle dimensies van een situatie/probleem in ogenschouw neem en in dit geval de schreeuw van het geld het zwaarste woog voor de gemeente, wat hen verblinde om uitvoering te geven aan dit overstromingsscenario vanuit het principe ‘in het belang van een ieder’.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de gemeente te beschuldigen van de onveilige verkeerssituatie die ontstaat wanneer mensen tegen het verkeer in moeten rijden om bij de zorginstelling te komen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van beschuldigen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik evenveel deel ben van het creëren van een onveilige verkeerssituatie door tegen het verkeer in de singel op te rijden. Ik stop het beschuldigen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om eerst te begrijpen waarom ik zo graag de ander beschuldig in bepaalde situaties en zoals hier was dit een vorm van de aandacht afleiden van het feit dat ik zelf de verkeerssituatie onveilig maakte, maar dit verantwoorde met het excuus dat de ander mij in dat pakket duwde door de singel af te sluiten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn veel geld aan het parkeren in de stadsparkeergarage kwijt te zijn bovenop de kosten die we al hebben binnen dit revalidatieproces.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om geld te verliezen dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik angst heb dat ik niet rond kom wanneer ik onverwachts teveel uitgeef, waarbij ik in deze situatie mij onmachtig voel over mijn bestedingspatroon dat zich voordoet of het nu uitkomt of niet. Ik stop de angst om te overleven en stuur mijzelf aan één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geld niet als angstterrorisme te gebruiken ook al kan ik nu eenmaal zoveel doen met zoveel geld, het is het niet waard om mij zorgen te maken op voorhand waar niets aan de situatie kan veranderen, ik moest hoe dan ook mijn auto ergens parkeren en overal zou dat geld hebben gekost, hierin was geen sprake van keuze, maar een gezond verstand beslissing over hoe lang ik mijn auto op het duur tarief liet staan kon ik wel nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vanuit de angst om veel geld kwijt te zijn aan het parkeren mij in allerlei bochten te wringen om de auto weg te krijgen uit de dure parkeergarage.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van handelen vanuit angst, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik zonder angst of emoties de auto zo snel mogelijk naar een goedkoper tarief kon brengen na mij geïnformeerd te hebben over de mogelijkheden. Ik stop het handelen vanuit angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om ten allen tijden te handelen vanuit gezond verstand en zo ook mijn goed geïnformeerde afwegingen te maken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een schrik door mijn lijf te voelen op het moment dat ik gescheiden werd van mijn auto door een dicht traliehek van de parkeergarage.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst door projectie in de toekomst, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik al op voorhand mij zorgen maak en de situatie als onmogelijk inschat zonder de situatie te doorlopen. Ik stop het fysiek maken van de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst die ontstaat door in de toekomst te projecteren niet langer fysiek te maken, maar eerst de situatie te onderzoeken binnen mijn fysieke werkelijkheid alvorens er conclusie aan te ontlenen en hier vanuit te handelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn mijn auto die dag niet meer terug te krijgen en meer kosten te moeten maken door met de trein naar huis te moeten.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het verliezen van controle, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik door geen controle op de kosten en het terug krijgen van de mijn auto te ervaren ik lichtelijk in paniek raak. Ik stop de controle en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de controle over de situatie en daarmee ook het verlies van deze controle te zien als een moeilijke spagaat om een situatie te redden door de ‘geest’/ego en mij te beseffen dat wanneer ik deze controle omzet in aansturen ik dit nooit kan verliezen, want ik stuur mijzelf altijd aan ook als ik besluit niets te doen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet meer één met mijn adem in het moment te zijn en vanuit angst om geen controle over de situatie te hebben mijzelf te verliezen in allerlei rampscenario’s en dit gezond verstand te noemen en het voorbereid zijn op het ergste.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van excuses bedenken om de controle te behouden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet in het hier en nu ben en dus excuses nodig heb om goed te keuren dat ik participeer in mijn ‘geest’. Ik stop de excuses en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in het moment één met de adem te zijn van waaruit ik mijzelf aanstuur en omga met de situaties waarin ik mij bevind, die ik creëerde door de handelingen die aan mijn handelingen vooraf gingen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te voelen om voor mijzelf op te moeten komen, terwijl ik door het traliehek schreeuwde.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst te hebben om op te staan, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik liever een ander had gehad die het voor mij zou regelen, zodat ik niet geconfronteerd zou worden met dat wat ik als mijn tekortkomingen betitel. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst om niet op te staan te zien voor wat het is, namelijk het niet geconfronteerd willen worden met mijn tekortkomingen die illusionair zijn, want zodra geld spreekt en ik de angst ervaar om geld te verliezen zie ik dat ik door deze druk enzelfoneerlijkheid wel kan opstaan en de situatie kan aansturen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbaasd te zijn dat de angst om de controle te verliezen mij deed handelen op een manier die ik niet gedacht had dat ik zou doen in zo’n situatie, namelijk het hard schreeuwen om hulp.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van ongeloof over mijn kunnen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik dit ongeloof gebruik als rookgordijn of dekmantel om mijzelf in de waan te laten dat ik niet instaat ben voor mijzelf op te staan en dat het beter is dat een ander dit voor mij doet. Ik stop het niet nemen van zelfverantwoordelijkheid en stuur mijzelf aan één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf erop attent te maken wanneer ik mijn zelfverantwoordelijkheid niet wil nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de bewaker die mij binnenliet in de parkeergarage als mijn reddende engel te zien, terwijl de man naar mij toekwam omdat ik hem riep.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn kunnen te ontkennen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet graag wil zien waar ik toe instaat ben, omdat ik zo mijn legitieme rol als slachtoffer kwijt raak en dus daar geen energie meer aankan ontlenen. Ik stop mijn slachtofferrol en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat ik tot veel instaat ben en ik daar eigenwaarde aan kan ontlenen in plaats van energie te trekken uit het aannemen van een slachtoffer personage.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen wanneer ik bij noodweer de verkeersregels overtreed en ik een agent elk moment denk tegen te komen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van regels willen blijven volgen uit angst voor de consequenties, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet rigide regels kan toepassen wanneer de situatie om flexibiliteit vraagt. Ik stop mijn rigiditeit en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om door angst mijzelf niet tot een rigide wezen te maken, maar elke situatie weer als een nieuwe situatie te nemen die in sommige gevallen flexibiliteit van mij en de regels in het systeem vraagt, waar altijd gezond verstand te boventoon heeft.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om met adrenaline in mijn bloed snel tegen het verkeer in te rijden alsof ik er snel vanaf wil zijn en niet geconfronteerd wil worden met een gevoel van ‘stout’ zijn en de regels overtreden.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van regels niet durven te negeren/overtreden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet zelf durf te denken en mijn deelname in het systeem als een slavenrol zie waar geen flexibiliteit of verandering inzit. Ik stop de angst voor veranderen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn angst om te veranderen onder de loep te nemen, die goed zichtbaar is wanneer ik niet durf te kijken naar de regels van het systeem en deze flexibel te interpreteren bij noodweer, maar kies voor rigiditeit en het gehoorzamen van de regels, omdat door mij gevormde opinies mij beletten van het zien van verandering en de mogelijkheid om te veranderen.

Dag 283 van 2555: van boosheid tot opluchting

basisinkomengarantieMijn dochter is nu 2 weken geleden opgenomen in een revalidatiecentrum waar zij een 9 weken durend pijn -en chronische vermoeidheid programma loopt en ik begin een beetje te wennen aan mijn nieuwe ritme. Het eerste weekend mocht ze nog niet naar huis, dit weekend zaterdag overdag wel en moest zij om 8 uur ’s avonds weer terug zijn en zondag mocht zij 4 uur naar huis. Het hoort allemaal bij het programma, maar ik bespeurde wel een zekere mate van scepsis bij mijzelf en ik moest sterk denken aan een opvoedkamp.

 

Dus zondag reden we naar Rotterdam terug, het hield niet op met regenen, en voordat we de laatste brug over gingen om de éénrichtingsverkeer singel op te rijden zagen wij brandweer auto’s staan en konden we niet de brug over. Ik reed een rondje om zo recht op de singel uit te komen en de brandweer auto’s te omzeilen, om vervolgens te zien dat de singel naar het revalidatiecentrum met tape was afgezet. Er stond een groep brandweermannen in het gras bij de gracht en het leek alsof ze niets deden, verderop stond een busje met hulpverleners die de singel die ik moest vervolgen dwarsboomde. De auto voor mij werd te woord gestaan door een hulpverlener die vervolgens weer in het busje ging zitten toen ik vooraan stond. Een andere hulpverlener maakte vanuit het busje een gebaar dat ik linksaf moest slaan en ik haalde mijn schouders op en gebaarde met mijn armen, ik weet niet hoe ik verder moet, de hulpverlener keek vervolgens de andere kant op.

 

Dit maakte ineens een grote boosheid en een soort van onrechtsgevoel in mij los. Ik maakte mijn gordel los, zette de auto stil en stapte uit. Er probeerde mensen mij links en recht in te halen die blijkbaar niet een paar tellen konden wachten. Ik liep op het busje hulpverleners af en ik voelde de boosheid borrelen in mijzelf. Ik vroeg de hulpverlener hoe hij gedacht had dat mensen naar het revalidatiecentrum moesten komen, en voegde eraan toe dat ik niet bekend ben in Rotterdam en niet wist hoe er nu te komen. Zeer ongeïnteresseerd meldde hij mij dat ik dat zelf maar moest uitzoeken, ik voelde mij bozer worden, maar besloot te ademen en weg te lopen. Ik geloof dat ik nog iets zei over hoe al die mensen weer terug moesten komen in het revalidatiecentrum, maar de man had geen boodschap aan mij.

 

Op zondag avond komen alle revalidanten die met weekendverlof zijn geweest weer terug, dit zijn geen mensen die de auto 3 straten verderop neerzetten en vrolijk huppelend naar het revalidatiecentrum terug lopen. Dit is natuurlijk geen manier van doen om een éénrichingsstraat af te sluiten waar een revalidatiecentrum is gesitueerd. Ik kon het eigenlijk niet bevatten dat een gemeente voor wat voor reden dan ook, zonder verdere verklaring of informatie wanneer het ongemak opgelost zou zijn, zo’n straat af zou sluiten. 

 

We reden opnieuw een rondje en besloten in een parkeergarage zo dichtbij mogelijk te gaan staan, de parkeergarage was nagenoeg leeg wat een beetje raar was, maar ik had niet veel andere opties. In ieder geval kon ik volgens het bord 24 uur lang uitrijden. We liepen door het park naar het revalidatiecentrum waar ook weer brandweerauto’s stonden en daar zagen we dat het ging om overstromingen door de hevige regen. De kelders van het museum waren ondergelopen en de beelden in de beeldentuin stonden gedeeltelijk onder water. Mijn dochter en ik waden door de diepe plassen naar het revalidatiecentrum en kwamen met natte voeten binnen. Later hoorden we dat de singel was afgezet vanwege een brandweerslang die de singel kruiste en het water in de volle gracht loosde. Ook zagen we later dat er materiaal lag om een bruggetje over de slang heen te maken zodat het verkeer verder kon rijden, maar dat gebeurde niet in de rest van die avond.

 

Ik zou mee eten en ik besloot na het eten de auto uit de verder weg gelegen garage te halen en in de garage van het revalidatiecentrum te parkeren, want ineens klonk €2 per uur heel erg goedkoop in verhouding tot de prijzen in de museum garage. Dus liep ik terug door de plassen in het park naar het parkeerdek waar ik in de stromende regen mijn kaartje in een apparaat stak dat de toegangsdeur naar de parkeergarage zou open maken. Er gebeurde niets. Op een bord stond dat na sluitingstijd men bij de hoofdingang naar binnen moest, dus op naar de hoofdingang. Ook daar stak ik mijn kaartje in het apparaat en weer niets. Nu begon ik toch wel wat nerveus te worden en begonnen verschillende scenario’s door mijn hoofd te spelen. “Mijn auto staat daar in een praktisch lege garage en ik sta hier voor een dicht traliehek”. “Ik kan niet naar huis terug”. “Ik zal met de trein moeten en morgen de auto op moeten halen”. “Mijn partner kan niet met de auto naar zijn werk morgen”. En ga zo maar door.

 

Toen zag ik ineens iemand bij een busje staan diep in de garage, het deed mij denken aan bewaking en ik dacht dit is mijn enige kans want de telefoon werd ook niet opgenomen. Ik begon te schreeuwen door het traliehek, “hallo” en de man keek op om vervolgens zich weer van mij af te draaien. Ik voelde mijzelf wee in mijn buik worden, ik was niet instaat om de man zijn aandacht te trekken. Ik bedacht dat ik beter moest communiceren en riep: “hallo, mag ik U iets vragen?” Waarop de man zich nogmaals omdraaide en riep ik kom zo bij U. De man stapte in zijn busje en kwam richting de ingang rijden en vroeg wat er was. Ik deed mijn verhaal en voelde een opluchting, de man probeerde mijn kaartje in het apparaat te stoppen en ook nu gebeurde er niets. Hij liet mij binnen en begeleidde mij naar het betaalapparaat, waar mijn kaartje niets mankeerde en ik gewoon kon betalen. Opgelucht reed ik de garage uit, maar wist dat ik nog niet via de singel naar het revalidatiecentrum kon komen. De verpleging had mij aangeraden om een gedeelte van de singel tegen het verkeer in te rijden om zo toch binnen te kunnen komen. Zo gezegd zo gedaan, maar er kwam een auto aan en ik was aan het spookrijden, ik reed om de auto heen en gaf een dot gas om op het terrein van het revalidatiecentrum te komen. Opgelucht zette ik mijn auto in de parkeergarage va het revalidatiecentrum om zo nog wat langer bij mij dochter te kunnen blijven.

 

Wat een avond zeg en wat een variëteit aan emoties kwamen langs, in mijn volgende blog zal ik mijn zelfvergevingen uitschrijven en mijn emoties nogmaals onder de loep nemen.

Dag 146 van 2555; wil ik een statussymbool of wil ik transport

Dag 146 van 2555; wil ik een statussymbool of wil ik transport  Onze auto die nog op Italiaans kenteken staat zal per januari overgezet gaan moeten worden op Nederlands kenteken. Dit is op zich geen grote operatie, eerst hadden we begrepen dat we de auto in moesten invoeren, maar dat bleek niet het geval te zijn. De auto behoort tot onze inboedel en net als de bank en het bed mag ik dat binnen Europa met mij meenemen. De handeling die wel gedaan moet worden is de auto keuren bij de RDW en wanneer hij daar doorheen komt dan kan hij een Nederlands kenteken krijgen. Dit was een pak van ons hart, want de optie van invoeren lag zo rond de €1000 en het op kenteken zetten zit zo rond de €250.

 

Nu wil het geval dat wij een auto bezitten met een Italiaanse gasinstallatie, wij zijn daar erg blij mee, want op gas rijden scheelt toch een slok op een borrel. Toch zal deze gasinstallatie de bottleneck zijn van de keuring bij de RDW. Wordt de auto hierop afgekeurd dan zal de gastank eruit moeten en blijven we zitten met een oude slurpende benzine auto. Niet echt iets om naar uit te kijken in deze barre tijden met hoge benzine kosten. Zo’n slurp wagen verkopen is ook niet eenvoudig als het al niet onmogelijk is. Dus na een beetje rondvragen en bellen met onze oude garage in Laren, zal het eenkwestie worden van afwachten wat de RDW keuring gaat opleveren en dan een plan van aanpak maken. Komt hij niet door de keuring dan zijn er ook nog andere reparaties die nu of in de nabije toekomst gedaan moeten worden en alles bij elkaar opgeteld zouden we dan beter af zijn met hem naar de sloop te brengen voor onderdelen.

 

Dat doet toch wel een beetje pijn, het idee om een nog rijdende auto naar de sloop te moeten brengen. Ook bracht dit ons tot een punt waar we eens kritisch moesten kijken naar wat die auto nu eigenlijk voor ons betekent en wat wij feitelijk nodig hebben. We zitten al heel lang in situaties dat zonder auto we niet echt weg zouden komen van de plekken waar we gewoond hebben. Nu echter zitten we in een stadssituatie en wonen we op 10 minuten lopen van het treinstation.

 

Dus zijn we met onze tiener kinderen eens gaan kijken hoe wij ons leven met of zonder een auto zien. Voor mij was het in eerste instantie een schok dat we misschien zonder auto verder zouden moesten, maar dit was geheel gebaseerd op herinneringen van afhankelijk te zijn van eenauto in buitengebieden. Ook zag ik dat de maatschappij er waarde aanhecht wie je bent en wat je hebt en daar hoort een auto als statussymbool bij. We hebben zelden een echt statussymbool gereden, eigenlijk altijd waren het tweede hands auto’s. De KIA die we hadden was een SUF en die gaf echt status, wanneer ik daar in nette door mijzelf gemaakte maatkleding uitstapte dan werd ik hoger ingeschat dan mijn bankrekening aankon. Niet dat ik dat wilde of daarmee speelde, maar de auto en de kleiding hebben nu eenmaal een bepaalde waarde/statussymbool binnen onze samenleving en dus wordt je dan afgerekend/beoordeeld volgens deze onuitgesproken regels.

 

Door de eerste schok heen kon ik praktisch nadenken en we kwamen tot de conclusie dat een auto voor de deur hebben een groot gemak is, maar ook elke dag betalen is aan dit gemak. Wanneer ik een auto huur, de trein neem of het vliegtuig, op het moment dat ik mij wil verplaatsen dan heb ik alleen dan de kosten. Met de snelheid waarmee wij ons nu verplaatsen zouden de kosten aanzienlijk lager uitpakken wanneer we geen auto in ons bezit hebben. Binnen de stad is alles met de fiets of de bus zeer goed te bereiken en buiten de stad komen we niet wekelijks, op het werk van mijn partner na. Van de reiskostenvergoeding van zijn werk kan mijn partner met gemak een treinabonnement kopen en zal hij 10 minuten langer bezig zijn om van -en naar zijn werk te komen dan met de auto. Een parkeervergunning is ook niet meer nodig zonder auto. Met de komende kostenstijging in 2013 zal brandstof en wegenbelasting er ook niet beter op worden. Al met al zou het nog wel eens een goed idee kunnen zijn om geen auto te bezitten binnen de roerige tijden waarin wij ons bevinden. We zullen de keuring van de RDW afwachten en dan nogmaals de kaarten op tafel leggen, om te zien wat in onze situatie nu het beste is.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik de/een auto zie door de ogen van de maatschappij in mijn eerste beoordelende gedachtengoed.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij minder te voelen in een oude auto dan in een nieuwe auto met status gehalte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om anderen te beoordelen wanneer ik hen zie in de auto die zij rijden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vanuit jaloezie te reageren op het auto bezit van anderen en mij dan af te vragen hoe het kan dat deze mensen in zo’n auto rijden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mee te gaan op de hype dat de auto die je rijdt bepaald wie je bent binnen de maatschappij.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de auto als praktisch vervoersmiddel te zien, terwijl ik tegelijkertijd beïnvloed wordt door de imprint van de maatschappij dat een auto een belangrijk statussymbool is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frictie te ervaren tussen mijn praktische benadering van een auto en mijn imprint over wie ik ben gerelateerd aan mijn auto.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik aan de hand van de auto die ik bezit mijn succes in de maatschappij afmeet, terwijl ik dat niet bewust meemaa , maar als een soort van automatische piloot programma afdraai.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren hoe geautomatiseerd mijn gedachten rondom autobezit zijn en hoe mij dat in mijn dagelijks functioneren beïnvloed.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben om zonder auto geïsoleerd te raken/zijn en mij niet te realiseren dat dit voortkomt uit herinnering van vroegere situaties die nu niet meer relevant zijn en dus ook niet mogen meewegen/meedoen in het hier en nu.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te limiteren door mijn herinneringen te gebruiken als leidraad voor mijn hier en nu.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om zonder auto door anderen als een arme sloeber te worden gezien of als extreme activist wanneer ik uit overtuiging geen auto meer wil en mij niet te realiseren dat ik mijzelf nu beoordeel door de ogen van de maatschappij en dingen verzin die er nog niet zijn om zo emotionele beweging en frictie in mij te creëren en daar weer bevrediging uit te halen om hetzij me meer of minder door te voelen dan een ander.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij minder te voelen zonder statussymbolen en daar gemis door te ervaren en te denken dat ik de boot heb gemist en iets verschrikkelijk fout heb gedaan dat ik aan de andere kant van de lijn sta dan waar ik mijzelf graag had gezien volgens mijn maatschappelijke imprint/programmering.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik mijn status in de maatschappij als geslaagd of mislukt zie aan de hand van de regels die daarvoor gelden binnen de maatschappij en die niets van doen hebben met het werkelijk geslaagd of mislukt te zijn in het leven.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf, wie ik werkelijk ben, niet af te meten aan zaken buiten mijzelf die moeten bepalen of ik geslaagd ben binnen de maatschappij of niet.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de auto terug te brengen tot een transport middel en de behoefte/bezetenheid om zoiets te bezitten moet zien als een angstvallig om mij heen grijpen om te snappen wie ik ben aan de hand van de voorwerpen die ik bezit. Ik ben niet mijn bezit, ik ben een bewoner van de planeet aarde die gebruik maakt van de mogelijkheden van de planeet aarde, in het belang van een ieder. Om zo de planeet met zijn mogelijkheden niet uit te putten voor individueel gewin, zonder naar de toekomst te kijken en te zien dat een ieder ook diegenen zijn die nog moeten komen, ook gebruik moeten kunnen maken van de mogelijkheden van de planeet aarde.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst om geïsoleerd te raken zonder auto in elke nieuwe woonsituatie weer aan de werkelijkheid te toetsen om te zien of het gevaar van geïsoleerd te raken en niet goed in mijn levensonderhoud te kunnen voorzien zonder auto nog relevant is.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet meer mee te doen aan de race waarbij wij auto’s als een verlengde van ons ego gebruiken om een ander te imponeren of om onze tekortkomingen te verbloemen en zodoende ons te vereenzelvigen met een voorwerp en de regie over ons leven weg te geven. Dit is niet wat ik voor ogen heb wanneer ik spreek over veranderen in het belang van een ieder en dus zal ik moeten erkennen dat deze race niet bijdraagt aan een betere wereld en deze race dus te zien voor wat het is, het aan te kaarten voor wat het is, maar niet meer mee te doen omdat ik weet/begrijp/realiseer wat deze race is en waar het voor staat.

Dag 113 van 2555; een gefrustreerde bijrijder

Dag 113 van 2555; een gefrustreerde bijrijder

De rit vorige week van en naar Italië heb ik zelf als ontspannen ervaren. Ieder hebben mijn partner en ik 7 uur rijden voor ons rekening genomen en normaal gesproken was ik dan totaal kapot. Het was moeilijk om een volle 2 uur te rijden zonder vermoeidheidsverschijnselen, terwijl er nu geen sprake was van vermoeidheid. Dit is niet helemaal nieuw, maar heeft zich ontwikkeld in de loop van de afgelopen jaren, waarin ik heb geschreven en zelfvergeven op verschillende punten omtrent het auto rijden.

 

Op onze verhuizingsrit van Italië naar Nederland kwam ik er proefondervinderlijk achter dat mijn partner als bijrijder was terug geschoten in een rol/personage die hij jaren daarvoor had ontwikkeld en nu spontaan na 6 maanden gescheiden van elkaar te hebben geleefd weer oppakte. Het personage van de gefrustreerde bijrijder die in totale bezetenheid al mijn moves in de auto bekijkt en d.m.v. uitgesproken back chats communiceert en niet los laat totdat hij zijn gelijk heeft gehaald. Op deze befaamde rit heb ik dan ook mijn partner aangegeven dat ik zijn gedrag onacceptabel vond en dat hij iets moest beginnen met zijn reacties jegens mijn rijstijl of überhaupt mijn aanwezigheid achter het stuur. Iemand wijzen op hoe het in jouw ogen anders kan is van tijd tot tijd verhelderend en verfrissend voor beide partijen, maar totaal uit je driehoekje springen en de ander bij de enkels affakkelen heeft niets meer met communicatie in gelijkheid te maken.

 

Dus vorige week op onze heen en terugrit, maar voornamelijk op onze terugrit pakte mijn partner dit personage weer op, zelfs de kinderen op de achterbank schoot dit in het verkeerde keelgat, waarop mijn zoon aangaf en constateerde dat mijn partner zijn angsten op mij aan het projecteren was. Het grappige is dat het merendeel van de zaken waarop mijn partner als een niet los latende pitbull commentaar levert, zijn die zaken die hijzelf net zo doet. Zo zou ik te kort op mijn medeweg gebruikers rijden, terwijl elke keer als hij dat doet dan heeft dat een speciale reden en heet het anticiperen. Ik zou traag rijden, terwijl ik het hardst rijd van beiden en mijn partner constant vraagt of ik wel de snelheidsborden heb gezien langs de weg, met andere woorden “rij je niet te hard”.

 

Ik zelf heb niet de illusie dat mijn rijstijl dezelfde is als die van mijn partner en sterker nog ik streef er ook niet naar om net zo te rijden als hij dat doet. Dan zou ik mij een personage aanmeten. Wat ik wel merkte was dat, na veel donkere wolkjes naast mij die uit mijn partner opstegen, hij uiteindelijk zich vast beet in brandstof gebruik, terwijl ik zijn gedrag van geen verantwoordelijkheid nemen voor zijn reacties inmiddels zo zat was dat ik mijn hakken in het zand begon te zetten en onredelijk terug begon te doen. Ik had geen zin om zijn manier van rijden te accepteren als het meest goddelijke dat er is en had geen zin, maar dan ook totaal geen zin meer in enige vorm van discussie hierover en besloot te zwijgen en geen olie op het vuur te gooien. Alhoewel ik mij rot voelde om een redelijk ogend voorstel om niet te veel brandstof te verbruiken in de wind sloeg en als mijn aangelegenheid/visie en recht op bestempelde.

 

Waar ik de meeste reactie op ondervond was toch wel het niet nemen van zelfverantwoordelijkheid van mijn partner voor zijn reactie en het niet voor reden vatbaar zijn van mijn partner. Ik vond dat na al het werk dat ik erin had gestoken om te komen tot veel relaxter rijden, hij ook zijn steentje bij zou mogen dragen. Nu weer een week thuis te zijn heeft mijn partner zijn zelfverantwoordelijkheid opgepakt en is begonnen met schrijven over zijn reacties op mijn rijden in de auto. Zelf kwam ik tot de conclusie dat er ook frictie ontstaat als we niet dezelfde betekenissen geven aan bepaalde woorden/termen en er teveel emoties en gevoelens nog omheen hebben, dus hebben we afgesproken om eens te gaan zitten en wat woorden te herdefiniëren om zo samen hetzelfde vocabulaire te gebruiken als wij elkaar ergens op willen wijzen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om reacties te hebben op mijn partner wanneer hij commentaar heeft op mijn rijstijl en er een gevoel van oneerlijkheid en slachtoffer zijn zich aandient als ik kijk naar zijn rijstijl en de manier van communiceren wat hij met mij heeft.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn partner zijn commentaren wanneer hij mij uit zijn frustratie probeert af te fakkelen bij mijn enkels persoonlijk te nemen en mij vervolgens mijzelf daardoor verdrietig te voelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om wanneer mijn partner onacceptabel gedrag vertoont in het communiceren van zijn frustraties over mijn rijgedrag het gedrag van mijn schoonvader te zien en dat te projecteren op mijn situatie.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te vrezen dat mijn partner net zo zal worden als mijn schoonvader die ik respectloos naar zijn vrouw toe vindt communiceren/handelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te vrezen dat dit gedrag van mijn partner mijn relatie op het spel zet, terwijl ik weet dat ik mijn zelfverantwoordelijkheid heb te nemen in deze situatie en dit gedrag niet hoef te accepteren en toe te staan wanneer het niet in het belang van een ieder is, wat niets, vanuit gezond verstand bekeken te maken heeft met het opbreken van een relatie.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet met iemand in een agreement te willen zijn die is als mijn schoonvader en ik zodoende er graag aan wil werken om dit te voorkomen terwijl op de achtergrond de angst blijft bestaan dat dit gedrag misschien niet te veranderen is door mijn partner.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om uit angst te willen werken aan mijn agreement en niet met gezond verstand te zien dat frictie zal blijven ontstaan zolang onze woorden niet op 1 lijn zitten en we ons niet op elkaar afstemmen en zodoende ik mijn angst zal manifesteren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te zijn op mijn partner voor het niet naar zichzelf terug nemen van zijn reacties op mijn rijstijl.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn partner te beschuldigen van het niet nemen van zelfverantwoordelijkheid als het gaat om zijn reacties op mijn rijstijl, terwijl ik mij alleen kan bekommeren over het nemen van mijn zelfverantwoordelijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in competitie te gaan met mijn partner over wie wel en wie niet zelfverantwoordelijkheid neemt en dit hele issue teruggebracht heeft naar zelf.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om tegen te werken bij gezond verstand vragen van de kant van mijn partner omtrent mijn rijstijl en door het persoonlijk nemen van zijn commentaren niet meer voor rede vatbaar ben en niet in het belang van een ieder naar een oplossing wil zoeken.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn partner zijn reacties omtrent mijn rijstijl niet persoonlijk te nemen en in zelfoprechtheid te kijken of mijn rijstijl voor verbetering vatbaar is op de punten die mijn partner aangeeft.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om verbaal beledigend gedrag van mijn partner niet te accepteren en hem te wijzen op zijn bezetenheid en het daarbij te laten zonder dingen persoonlijk te nemen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet in angst te leven over mijn partners genetische belasting omtrent het communiceren met mij zijn partner en te zien dat hij kan breken en al gebroken heeft met patronen die genetisch bepaald waren.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om wanneer mijn partner gefrustreerd gaat zitten doen naast mij in de auto dit gedrag te negeren en pas  te communiceren wanneer er normaal en op basis van gelijkheid gesproken kan worden.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet meer in competitie te gaan met mijn partner over zelfverantwoordelijkheid of welk ander issue dan ook, omdat ik zie/begrijp/realiseer dat dit tot niets anders leidt dan consequenties.