Dag 266 van 2555: Paranoia: welke farmaceutische worst wordt ons voorgehouden? – zelfvergevingen op het verbeeldingsaspect

basisinkomengarantieInmiddels heb ik contact opgenomen met mediwiet en zal ik door de arts die aan deze website/organisatie verbonden is terug gebeld worden. Verdere updates volgen.

 

Deze blog zal gaan over het verbeeldingsaspect op het nemen van antidepressiva door mijn dochter als pijnbestrijding.

 

Verbeeldingsaspect:

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan mijzelf te verbeelden dat ik straks een kind heb die aan de psychofarmaca zit en daar vervolgens nooit meer vanaf kan komen dan alleen ‘cold turkey’ af te kicken en eigenlijk geen stap verder gekomen is. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om argwanend te zijn ten opzichte van de medische wetenschap die de dingen niet altijd zo voorschotelt dat het strookt met de werkelijkheid waarbij alles in ogenschouw wordt genomen aan positieve en negatieve werkingen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te verbeelden dat ik geen grip meer op de situatie heb en een verslaafde dochter in huis heb die synthetisch blij is en als een afgestompte zombie door het huis dwaalt. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn de controle over deze situatie te verliezen en deze situatie die al niet als fijn aanvoelt niet in het voordeel van een ieder kan sturen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te verbeelden dat ik geen daadwerkelijk contact meer met mijn kind kan hebben als zij verdoofd door de antidepressiva door het leven gaat. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat ik mijn dochters toekomst op het spel zet door haar in een zombie te laten veranderen en zo haar kansen in de maatschappij ondermijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te verbeelden dat ik mijn dochter toesta haar leven aan de antidepressiva te vergooien en om later door mijn dochter daarop aangekeken te worden wanneer het haar niet lukt van de antidepressiva af te komen. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat ik de verkeerde beslissing neem die mij later kwalijk genomen kan worden op zo’n manier dat het mijn relatie met mijn dochter verstoord.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te verbeelden dat ik mijzelf de schuld zal geven van de neergaande spiraal die we zijn ingestapt op een later tijdstip in de toekomst. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om op voorhand te vrezen voor de spijt die ik zou kunnen hebben van de beslissingen die ik nu moet nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te verbeelden dat ik mijzelf niet meer onder ogen kan komen door de beslissingen die ik heb genomen. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om een beslissing te moeten nemen in deze situatie die wellicht moeilijk terug gedraaid kan worden.

 

Wordt vervolgd.

 

 

 

 

Advertenties

Dag 175 van 2555; mensen kijken op de markt

equal money capitalismVandaag op de markt stond ik op mijn beurt te wachten bij de groentekraam, waar ook een vrouw met een fotocamera met mega lens erop foto’s aan het maken was van de groenten en het fruit. Op een gegeven moment startte zij met het maken van foto’s van het personeel achter de kraam. Ik keek naar de gezichten van het personeel en de vrouwen probeerden meteen aardiger of vrolijker te kijken. Op een gegeven moment werd er een vraag over een Japanse groente gesteld door een klant en één van de verkoopsters vroeg de baas om advies, zij kende de groente zelf niet en stak haar neus in de groente om te ruiken wat de geur was. Dit was allemaal vrij spontaan en de verkoopster was zo te zien lekker bezig en zat goed in haar vel. Totdat de fotografe zei dat deze verkoopster lelijk op een foto stond terwijl zij rook aan de Japanse groente. Volgens de fotografe leek het of ze haar neus ophaalde en dat zij het vies vond. Volgens de fotografe was dat geen reclame voor de zaak. Ik zag de verkoopster van spontaan afglijden naar een zorgelijk gezicht, alsof zij er geen zin meer in had. Zij ging stilletjes verder met waar ze mee bezig was maar de dynamiek en de sfeer die er eerder was, die was totaal verdwenen. Dit was natuurlijk zo omdat de sfeer op energie gebaseerd is en dus altijd van een ‘high’ naar een ‘low’ gaat. Toch was het duidelijk wie het naar een ‘low’ bracht met de acceptatie en goedkeuring van ons allen.

 

Er waren 2 dingen die door mij heen gingen, eerlijkheid is nog geen zelfoprechtheid en wanneer je jezelf bekijkt door de ogen van een ander dan val je ten prooi aan angst.

 

Eerlijkheid is nog geen zelfoprechtheid. De fotografe had de foto die zij niet mooi vond van de ruikende vrouw aan de Japanse groente gewoonweg kunnen deleten en daar was dan de kous mee af geweest. Mocht zij perse een foto van een ruikende vrouw hebben gewild dan had zij kunnen vragen of ze nog een foto ervan mocht nemen. Dat is zelfoprechtheid, niet de ander kleineren om jezelf beter of populairder te maken. Want de fotografe keek wel om zich heen of zij bijval kreeg bij haar constatering, dus roddel en achterklap, dus zelf oneerlijkheid. Eerlijkheid wordt vaak geïnterpreteerd als alles moeten zeggen als een soort van opbiechten, zonder dat we daar rekening houden met het belang van een ieder. Wij zijn eerlijk, wij hebben het eruit gegooid en na mij de zondvloed. Ik ken dat gevoel nog wel van denken dat je iets moet zeggen, opbiechten en dat je dan een beter mens kan zijn. Maar denk maar eens terug aan zo’n soort ervaring van eerlijkheid dan zul je zien dat het een soort van drang was die je niet kon helpen of stoppen, je moet het zeggen. Weinig vrije wil zou ik zeggen, terwijl bij zelfoprechtheid neem je even gas terug om te zien of een ieder erbij gebaat is dat je nu gaat zeggen wat je gaat zeggen. Dan heb je de eigen regie in handen en stuur je jezelf aan.

 

Wanneer je jezelf bekijkt door de ogen van een ander dan veroordeel je jezelf genadeloos en is de angst om zoiets nog eens te doen hetgeen je verlamd. De verkoopster was in haar sas en deed haar werk, het is altijd gezellig bij hun kraam, ze maken een  praatje en een lolletje met de klanten. Maar na de opmerking van het vieze gezicht trekken en dat zoiets ‘not done’ was, besefte de verkoopster waarschijnlijk dat haar bestaansbubbel haar niet beschermde tegen dit soort interacties. Het je even naakt voelen wanneer je beseft dat anderen naar je kijken en opinies en vooroordelen over je hebben net zoals jij anderen veroordeeld en beoordeeld. Die shock van gesnapt zijn, de herkenning van wat jezelf ook doet die zich nu tegen jou keert en die je een rotgevoel geeft en je onzeker maakt. Zo onzeker maakt dat geen enkele beweging meer natuurlijk lijkt te zijn en je jezelf ineens gevangen voelt in de veroordeling en beoordeling van de ander die eigenlijk net als jezelf is. Dus kijk je door de ogen van de ander naar jezelf en doe je er nog een schepje bovenop, totaal gedeprimeerd en niet meer jezelf kunnen voorstellen dat je ooit weer spontaan kunt zijn en terug in je bubbel kan zonder te hoeven worden herinnerd aan de ander die doet zoals jij.

 

Deze zelfvergevingen zijn gedaan, door mij in de schoenen van mensen te plaatsen, die met de genoemde problematieken in aanmerking zijn gekomen.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik eerlijk ben wanneer ik alles zeg wat voelt als achterhouden van informatie en niet de tijd wil nemen om even gas terug te nemen en te zien wat ik doe.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat eerlijkheid altijd vrij dwangmatig voelt, een gevoel is van dit moet ik vertellen anders ben ik een slecht mens.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat eerlijkheid een gevoel is en daarom bestaat bij de gratie van energie, terwijl zelfoprechtheid een zelfsturende actie van mijzelf is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik door het gevoel van eerlijkheid wordt geleid uit sociaal voorgeprogrammeerde overwegingen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om eerlijkheid als iets goeds te bestempelen, als een deugd en verder geen vragen erbij te stellen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat eerlijkheid over de ruggen van anderen kan gaan en ik mij in dat moment van eerlijkheid alleen maar met mijzelf bezig houd.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat eerlijkheid een egoïstische daad is en dat het bijna altijd eigen gewin is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik bij eer-lijk, het lijk dat uit de kast valt moet eren en bij zelf-op-recht ik zelf het recht heb op het filteren van de informatie die ik spuit in mijn buitenwereld in het belang van een ieder.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te worden wanneer ik mijzelf door de ogen van een ander te zien en te voelen hoe de ogen van beoordeling en veroordeling in mij prikken

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik anderen net zo beoordeel en veroordeel als dat anderen dat met mij doen, wat mij onveilig doet voelen in mijn wereld.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de veiligheid van mijn bubbel niet te ervaren wanneer een ander negatieve commentaren over mij maakt en mij niet realiseer dat al de keren dat ik de roddel over mijzelf niet hoor ik ook niet van de rel ben.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat het beoordelen en veroordelen van anderen aan mijn adres en het rotgevoel dat onzekerheid in mij oproept alleen maar kan beleven als ik weet en hoor dat anderen dat zeggen ver mij en het niet bestaat wanneer ik het niet weet.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om onwetendheid als zaligheid uit te roepen als het gaat over roddel en achterklap over mij, zolang ik het niet weet is het er niet en dat is een regel die vrij inwisselbaar is voor elk rotgevoel of probleem waar we niet mee geconfronteerd willen worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf nog eens extra te veroordelen als anderen dat al hebben gedaan, omdat ik mij gesnapt voel nu anderen mijn eigen gedrag richting mij richten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet gestoord te willen worden door anderen en lekker wil leven in mijn eigen bubbel al oordelend over de bubbels in mijn buitenwereld die lekker safe van mij weg zijn.

 

Wanneer en als ik zie dat ik eerlijkheid boven zelfoprechtheid verkies dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat ik bij eerlijkheid mijn gewin of mijn gram wil halen en ik zo consequenties genereer die ik later moet doorlopen. Dus ik stop de eerlijkheid ten koste van de zelfoprechtheid en laat de eerlijkheid die eigenlijk gelijk is aan oneerlijkheid met elke uitademing weg stromen en geen deel meer uitmaken van wie ik ben.

 

Wanneer en als ik mij anderen zie oordelen of beoordelen dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat ik tegelijkertijd met het beoordelen en veroordelen mijzelf veroordeel en beoordeel als de ander en ik niet verder kom dan verwijten, dus stop ik de roddel en achterklap en haal adem en breng mij terug in het hier en nu.

 

Dag 168 van 2555; kindertjes die vragen worden overgeslagen en de omarming van de LOA

equal money capitalismIk bedacht mij vandaag ineens dat ik tijdens mijn jeugd eigenlijk nooit vroeg om zaken die niet vanzelfsprekend waren om te vragen. Zo vroegen mijn broertje en ik nooit of wij een ijsje mochten als wij buitenshuis of op vakantie waren. We wisten dat het vragen van zoiets zou leiden tot het overgeslagen worden, het krijgen van het ijsje was een spontane daad van mijn ouders die dan als een verassing bij ons aankwam, waarvan mijn ouders waarschijnlijk dachten dat ze ons een groot plezier deden. De werkelijkheid is dat elke keer wanneer we door een stadje liepen met ‘ijsjesweer’ ik elke ijscoman spotte en dan in mijn hoofd/geest zoiets zei van mag ik een ijsje, mag ik alsjeblieft een ijsje, laten we hier stoppen om een ijsje te nemen, we kunnen best een ijsje eten met dit weer etc. Dus in plaats van het zeurende irritante kind te zijn, was ik het brave kind van buiten en had ik het zeurende kind in mijn hoofd zitten. Wanneer wij dan een ijsje kregen bij de gratie van 1 van mijn ouders, dan vierde mijn geest een overwinning. Deze overwinning bevestigde mijn geest dat het zeuren had geholpen en was beloond. Zo ontstond er een levende wereld in mijn geest en elke keer als ik iets wilde hebben of wilde laten gebeuren maar het niet kon vragen of het niet durfde te vragen, dan dacht ik er zo sterk aan in mijn geest dat ik ervan overtuigt was dat ik beloond zou worden. Ik begon dus superkrachten aan mijn geest toe te kennen en begon mijzelf als supermens te zien. De connectie tussen geest/binnen wereld en buiten wereld als een oorzaak-gevolg manifestatie was nu gemaakt en zo sterk dat ik er verslaafd aan raakte. Dit was namelijk zoveel veiliger dan het fysiek vragen door gesproken woord, hier kon ik in de veiligheid van mijn geest alles wensen wat ik wilde en dat werd mij dan vaak ook bezorgd.

Terwijl ik mij dit zo bedacht schrok ik even toen ik mij besefte dat ik met bepaalde zaken nog altijd deze manier van vragen heb en dus niet vrij ben van dit ‘kindertjes die vragen worden overgeslagen syndroom’. Wanneer ik het nog eens goed bekijk ben ik een soort van ‘Law of Attraction’ mentaliteit gaan ontwikkelen als kind om toch dat te krijgen wat mijn hartje begeerde. Wanneer ik het gewenste niet kreeg door mijn magische herhaling van het gewenste in mijn geest, dan was ik daar best wel even overrompeld door, een naar gevoel. Een gevoel van falen en mijzelf bekritiseren dat het niet gelukt was. Ook nu als volwassene slaat het niet krijgen van het gewenste zonder dit simpelweg te communiceren als een terugslag van een geweer in. Ik zie namelijk wel dat ik had moeten communiceren, maar niet communiceren binnen in mijn zelfgecreëerde wereldje voelde als de beste weg, de weg van de minste weerstand en ik neem het mij vervolgens dan kwalijk dat ik niet durf te communiceren of magisch hoop dat het wel gebeurd ook wanneer ik het niet communiceer. Het is dus tijd om dit punt onder de loep te nemen en ermee af te rekenen.

In deze vergevingszinnen zal ik het hebben over vreugde als verzamelwoord voor alles wat ik niet voor mijzelf durf te vragen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om dingen te vragen voor mijzelf die mijzelf vreugde zouden geven, vanuit de angst dat wanneer ik vraag ik wordt overgeslagen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat wanneer ik om een ijsje zou vragen mijn ouders mij zouden overslaan en samen met mijn broertje een ijsje zouden gaan eten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om ongehoorzaam te zijn aan mijn ouders uit angst voor represailles.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een eigen wereldje te creëren waar ik mij in kan terugtrekken zodra er zich een moment voordoet waarop ik iets graag zou willen hebben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te separeren van mijn fysieke wereld om zo het moment van vragen en overgeslagen worden niet fysiek te hoeven ervaren. maar veilig mijzelf kan terugtrekken in mijn geest.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de geest als veiliger te beschouwen dan in het hier en nu te vragen om datgene wat mij vreugde zou geven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat wanneer ik om vreugdevolle zaken vraag, ik geen vreugde zal ervaren in mijn leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn wanneer ik om zaken vragen die mij vreugde geven afgewezen wordt als mens.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om als afgewezen mens mijzelf niet waardig te achten en liever niet met mijzelf van doen wil hebben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te ontkennen en leven te ontkennen wanner ik mij onwaardig acht als afgewezen mens door een ander en mij niet te realiseren dat het om een afwijzing van mijzelf gaat want ik ben altijd diegene die het toestaat en accepteert.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de overtuiging te hebben dat vreugde mij niet toekomt en het enge wat mij rest is hopen stil weggetrokken in mijn geest dat het gewenste misschien ooit gaat uitkomen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te zijn op mijn fysieke realiteit wanneer ik denk dat vreugde mij niet toekomt en ik dat vervolgens manifesteer in mijn fysieke realiteit.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de overtuiging te hebben dat wanneer ik maar hard genoeg denk aan hetgeen ik wil dat mij vreugde zal brengen het vanzelf naar mij toekomt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het zijn in de fysieke realiteit als beangstigender te beschouwen dan het zijn in mijn geest en hopen dat ik dingen in stilte voor elkaar krijg.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven in mijn superkrachten door de LOA en niet naar mijn statistieken kijk om te zien dat mijn score erbarmelijk is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de angst voor afwijzing als persoon als zoiets verschrikkelijks te zien dat ik mijzelf liever wegcijfer en stilletjes ga zitten hopen dat iets gebeurd, dan de confrontatie met mijzelf ten opzichte van mijn fysieke realiteit aan te gaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om daar waar vroeger eigenbelang het startpunt was voor het niet vragen van vreugdevolle zaken uit angst het niet te krijgen het nu om zaken gaat die niet mijn eigen belang alleen dienen, maar nu doorslaan in zelfsabotage omdat ik allang de grens niet meer kan zien va acceptabel of onacceptabel.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf weg te cijferen terwijl dat wat ik wil bereiken juist vergt dat ik mijzelf presenteer en laat horen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zelfsabotage te aanvaarden als hulpmiddel om mijn angst om afgewezen te worden niet hoef onder ogen te komen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij afwijzing bang te zijn voor het negatieve gevoel wat het met zich mee zal brengen en mijn aanzien voor mijzelf daalt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om alleen voor het positieve gevoel te willen gaan om zo mijzelf in aanzien te laten stijgen en de confrontatie niet met mijzelf aan hoef te gaan want er is niets aan de hand.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn fysieke realiteit net aan te kunnen als het gaat om het vragen van zaken die mij vreugde zullen geven.

Als en wanneer ik mijzelf in het patroonvan wegvluchten in de geest als ik iets wil van mijn fysieke realiteit dat mij vreugde zal opleveren dan stop ik en adem ik. Ik realiseer mij dat het hopen op vreugdevolle zaken niet mij zelfverantwoordelijkheid nemen is en ik zo ook niet de regie over mijn leven in handen neem en alleen maar consequenties accumuleer. Ik stop en adem en zie dat ik mijzelf herhaal in dit patroon en corrigeer mijzelf net zo lang totdat dit patroon uit mijn geest gesleten is en ik er niet meer in participeer.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet weg te cijferen uit angst voor mijn fysieke realiteit en de afwijzing van mij als mens door deze realiteit en mij te realiseren dat ik mijzelf afwijs door mijzelf te separeren van mijn fysieke realiteit wanneer ik mij terugtrek in mijn geest.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om elk moment als nieuw moment te ervaren en dus niet bang hoef te zijn voor een afwijzing wanneer ik om zaken vraag aan mijn fysieke realiteit die mij vreugde opleveren, omdat dat gebaseerd is op herinnering en angst geprojecteerd in de toekomst gebaseerd op die herinnering.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen LOA-achtige praktijken te ontwikkelen, omdat ik klaarblijkelijk niet kan inschatten hoe het effect en de consequenties op mijn fysieke realiteit uitwerken en ik in dat geval niet kan staan voor het belang van een ieder.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn sociale en genetische programmering nu te zien voor wat het is, en geen waarde meer te schenken aan’ kindertjes die vragen worden overgeslagen’, omdat het merendeels een dreiging is van iets dat misschien kan gebeuren en dus als manipulatie kan afschrijven.

Dag 147 van 2555; ben ik bang voor een muis?

Dag 147 van 2555; ben ik bang voor een muis?  Tijdens een bezoek aan mijn ouders vertelden mijn kinderen dat wij een muis in de keukenvloer hebben wonen en hoe dit piepkleine muisje ’s nachts kruimeltjes ‘steelt’ uit de kieren van de plankenvloer. Mijn kinderen hebben tot een uur of half 2 in de keuken gezeten waar de muis rond hen heen liep en zijn kunsten vertoonde en liet zien hoe hij aan eten komt. Dit verhaal triggerde bij mijn ouders een voorval van vroeger.

 

Toen ik een jaar of 8 was en mijn broertje een jaar of 4, hadden wij een muis op 6 hoog in de flat waar wij woonden. Ook deze muis was het meeste in de keuken te vinden. Ik herinner mij dat mijn moeder met een bezem op de deur bonkte van de keuken alvorens erin te gaan om eten te maken. Normaal aten wij in de keuken, maar nu alleen nog aan de eettafel in de woonkamer. Als kind ervoer ik de angst die mijn moeder had voor die muis en ik was net als mijn broertje op mijn hoede, want die muis moest toch wel een enorm monster zijn, als mijn moeder daar bang voor was. Op een gegeven moment toen wij als kinderen naar school waren en mijn vader naar zijn werk, was mijn moeder zich aan het opfrissen in de badkamer en zag ineens de muis achter zich in de badkamer. Dit resulteerde in het weg vluchten van mijn moeder naar de woonkamer, waar zij in haar ondergoed op een krukje stond, terwijl zij mijn vader op zijn werk belde. Half gillend vroeg zij om mijn vader aan de receptioniste en bij mijn vader gilde zij echt door de telefoon zodra de muis in de buurt kwam. Dit is hoe ik het verhaal als kind heb terug gehoord, wat nog meer frictie in mij zette, want ik dacht niet dat een muis iets onoverkomelijks was, maar mijn moeder liet dat wel zien in haar gedrag.

 

Uiteindelijk hebben mijn ouders de muis in een valletje gevangen en toen wilden wij als kinderen hem bekijken. Allemaal vonden we het musje er lief uitzien en ik begreep ook niet hoe dit zo’n monster heeft kunnen zijn. Weken erna kwam ik op het idee om een rubberen speelgoed muis in de opening tussen de muur bij het raam en de koelkast te leggen. Wanneer mijn moeder de planten zou water geven en naar beneden zou kijken dan zou ze de muis zien en even schrikken om vervolgens te zien dat het om een speelgoedmuis ging. Ik was alweer half vergeten dat die muis daar lag toen ik ’s avonds ineens een ijselijke gil uit de keuken hoorde komen en de connectie legde. Ik rende naar de keuken en zag mijn moeder in hetzelfde gedrag schieten als met de echte muis en besefte mij wat ik had gedaan, mijn moeder was doodsbang. Ik kreeg geen straf, mijn vader deed het bijna in zijn broek van het lachen.

 

Dus nu we na vele jaren het weer over dit voorval hadden zei mijn moeder dat zij absoluut niet bang was voor de muis toentertijd, maar dat wij zo bang waren als kinderen. Dat wij de keuken niet in durfden en dat het voornamelijk om ons ging als we spreken over angst voor een muis. Grappig hoe selectief het geheugen kan zijn om onszelf zo uit de bus te laten komen zoals wij onszelf graag zien. Toen ik vroeg waarom ze dan gillend op een krukje mijn vader had gebeld, kwam daar geen antwoord op, alsof zij mij niet gehoord had terwijl mijn vader mij begrijpend aankeek. Ik vertelde mijn moeder dat wij als ouders onze kinderen door ons gedrag dingen aanleren en dat het kind niet meer of minder dan de reflectie van de ouder is, ook hier kwam niet veel reactie op en ik liet het daar dan ook bij. Een mens kan nu éénmaal zoveel aan en dit werd niet goed verwerkt door de geest.

 

Het aparte is dat ik altijd bij een muis in mijn achterhoofd ‘het is een monster’ beeld had maar de fysieke realiteit bood mij genoeg houvast om te zien dat dit niet waar was. Zo had ik een vriendinnetje die witte muizen had en wanneer we met de muizen speelden dan lieten wij ze los in haar enorme poppenhuis en gingen observeren waar de muisjes allemaal inkropen. Wanneer ik doodsbang voor een muis zou zijn geweest dan had ik dat echt niet ondernomen. Alleen de geschubde staart vond ik een beetje raar aanvoelen en bestempelde dat gevoel als eng/naar, maar verder kon ik goed door 1 deur met de muis. In Amsterdam waar ik met mijn huidige partner samenwoonde rende een muis elke avond boven ons hoofd over het grove spachtelputz boven ons bed, ik heb er geen nacht minder om geslapen.

 

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik door mijn ouders geprogrammeerd ben en input in mijn geest heb die soms niet als van mijzelf voelt en frictie oplevert en soms wel van mijzelf voelt en als “dat ben ik” door mij wordt aangenomen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren hoe ver deze familie programmering gaat en dat die al van generaties op generaties kan zijn overgedragen waarbij mensen het als zo gewoon binnen families zien dat zaken niet meer bevraagd of onderzocht worden die al zo lang binnen de familie zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mee te doen aan deze programmering door als kind dit toe te staan en normaal te vinden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat mijn ambivalente houding ten opzichte van muizen voortkwam uit, deels programmering en deels fysiek onderzoek binnen mijn realiteit.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het gevoel dat van een muizenstaart door mijn hand als raar te ervaren maar als eng/naar te bestempelen door mijn geest tussen beide te laten komen en deze geprogrammeerde angst voor muizen te laten meespelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet direct heel spontaan met muizen te zijn door er meteen op af te gaan, maar waar ik even de kat uit de boom kijk, alsof er iets is dat mij tegenhoud en mij niet te realiseren dat deze weerstand, die de spontaniteit om zeep helpt de geprogrammeerde opinie is die zegt dat muizen monsters zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in het moment niet te snappen dat mijn moeder haar angst na al die jaren verdrukt en niet erkent.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn moeder in het moment als een leugenaar te zien die de waarheid verdraaid om beter uit de bus te komen voor haarzelf en haar omgeving.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen over het laten schrikken van mijn moeder met de nep muis nu ik dit verhaal weer na jaren oprakel en zie hoe mijn moeder het geheel verdringt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat het een probleem van mijn moeder is waar alleen zijzelf iets aan kan doen en waar mijn schuldgevoel van geen waarde is en mij alleen maar toont dat ik als kind mijn moeder niet kon ondersteunen in mijn angst  en het gedrag van mijn moeder alleen maar raar vond en als het ware haar terug pakte met de speelgoedmuis voor al de rare dingen die wij moesten doen voor het ondersteunen van haar angst.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik als kind de reflectie van mijn moeder ben, en door mijn moeder nogmaals met de speelgoedmuis door deze voor haar traumatische ervaring te laten gaan, bood ik haar onbewust de gelegenheid om de confrontatie met haar zelf als de angst voor de muis aan te gaan, maar wat mijn moeder niet zag en dus niet met beide handen aanpakte.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om van deze situatie te leren en maar weer te zien dat het handelen van ons als  ouders zoveel meer doet dan de mooie woorden die wij spreken.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om angsten die frictie binnenin mij geven, te onderzoeken op programmering, om zo te kunnen zien waar ik mijzelf in de maling neem en geloof in iets dat er niet is.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om zodra ik angsten van mij bij mijn kinderen terug zie, dit te benoemen en hen te begeleiden in het begrijpen/zien/realiseren dat het niet iets van henzelf is maar een programmering die door mij als ouder daar is geplant als eenzaadje.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen waarde oordeel aan het gedrag van mijn moeder te hangen en te zien dat wanneer ik dat wel doe ik in weze reacties heb dus zelf nog niet sta in dat punt en dus eerst zelf terug naar de tekentafel moet om mijn verhouding met dit punt te bepalen in het belang van een ieder.