Dag 364 van 2555: computersystemen als de reflectie van mijn eigen beperkingen

DIP Lite cursusDeze post is een vervolg op de vorige post “een systeem test”. Waar ik in mijn vorige post vertelde over 3 gebeurtenissen op één dag waarbij ik tegen het ‘systeem’ aanliep, zal ik dat in deze post verder uitdiepen.

Het ‘systeem’ waar ik het over had, zijn de door mensenhanden gemaakte computersystemen, die net als de mens een reflectie van onze beperkingen zijn. En het zijn deze beperkingen waar ik zo keihard tegenop bots. Ik wil niet in dat hokje geduwd worden van beperking, terwijl ik mijzelf voortdurend in hokjes van beperking stop. Toch als dat van buitenaf wordt gedaan dan ontstaat er meer frictie/wrevel en ervaar ik het als tegenwerking.

In het eerste voorbeeld had mijn dochter in het computersysteem van het CBR een verkeerd hokje aangeklikt en tegen de tijd dat zij dit door had en het wilde veranderen ging dat niet meer. Het computersysteem en de mensen erachter wisten hier geen raad mee, er is geen protocol voor wat te doen bij het verkeerd invullen. Er werd iets bedacht en ons werd gevraagd om het op te lossen door op een uitgeprinte versie het verkeerde hokje door te kruisen, het juiste hokje aan te kruisen en een paraaf erbij te zetten, plus een verklaring van de huisarts dat het verkeerd aangekruiste ziektebeeld ook daadwerkelijk niet aan de hand was, dus geen psychiatrische behandeling/beroerte/aandoening aan het zenuwstelsel. De huisarts schreef vervolgens in deze verklaring dat er wel sprake van kortdurende psychologische interventie was geweest, wat een volgende aanvaring in het computersysteem en de mensen van het CBR opleverde. De huisarts had moeten verklaren dat er geen sprake is van een psychiatrische behandeling/beroerte/aandoening aan het zenuwstelsel, door iets nieuws in te brengen raakte het computersysteem opnieuw van de rel en produceerde een nieuwe brief die vroeg om uitleg van de huisarts. De huisarts moest nu verklaren in welke periode dit had plaatsgevonden, wat de diagnose en prognose was en wat de huidige medicatie en dosering is. Uit deze vragen kon ik opmaken dat het computersysteem nog steeds op de psychiatrische behandeling was blijven steken en de verklaring van de huisarts geen verandering had gebracht. Waarom had de huisarts dit ingevuld, omdat zij in alle eerlijkheid de verklaring wilde invullen. Maar het ging hier niet over eerlijkheid, het ging hier over een aantal gerichte vragen die voor het CBR duidelijkheid moeten geven of de aanvrager van een rijbewijs fysiek/geestelijk in staat is om auto te rijden. De huisarts heeft vervolgens de vragen van het CBR beantwoord en nogmaals geschreven dat het gaat om een psychologische behandeling.

Dit zijn dus de beperkingen van een computersysteem en de mensen erachter waar ik opgewonden over kan raken. Het computersysteem kent geen gevoelens en emoties, het is simpelweg een hokje invullen met bijvoorbeeld ja of nee. Het computersysteem is per definitie beperkt omdat het nooit alle dimensies in ogenschouw neemt of kan nemen. De verwarring ontstaat als er buiten het computersysteem om naar een oplossing wordt gezocht waar geen protocol voor is en de verkeerde triggers door verschillende mensen in het systeem worden gestopt. Dan ontstaat er chaos terwijl ik de gehele tijdslijn zie waarop dit ontstond, maar ik kon het niet stoppen of veranderen, ik was afhankelijk van anderen met emoties en gevoelens. En wow daar zit de frustratie, ik wil het tij keren, omdat ik zie dat het allemaal niet zo ingewikkeld is, maar het lukt mij niet omdat ik niet de enige deelnemer ben in dit verhaal.

In het tweede voorbeeld loop ik stuk op het feit dat de belastingdienst mijn zakelijke bankrekeningnummer wel in het computersysteem heeft staan, maar het systeem signalen afgeeft wanneer er sprake is van teruggave omzetbelasting dat er geen bankrekeningnummer aanwezig is. Dit is doormiddel van de juiste formulieren en telefoongesprekken recht gezet, maar elke keer als er geld uitgekeerd moet worden dan blijkt het systeem mijn bankrekeningnummer opnieuw niet te kennen. Dus werd mij voor de derde keer gevraagd om een formulier in te sturen omdat het laatste formulier een blanco hokje zou hebben waar ik voor de tweede maal mijn fiscaalnummer had moeten invullen. Aangezien ik dit formulier niet had ingescand kon ik dit niet nakijken, dus die les heb ik geleerd. Inmiddels wil men mijn teruggave omzetbelasting doen en heeft ook de laatste poging nog niets opgeleverd. Hier wordt ik best moedeloos van, ik zie dan al voor mij dat ik dit nog minstens 20 keer moet doen totdat iemand zegt, “oh maar we hadden een instelling in het systeem fout gezet”. Dat is wat ik vermoed dat er een kink in het systeem is wat maakt dat het systeem zegt mijn bankrekeningnummer niet te hebben, terwijl bij navraag het tot op heden wel aanwezig is.

In het derde voorbeeld probeerde ik behulpzaam te zijn door de krant te melden dat zij aan mij advertentie rekeningen stuurden die voor een ander bedrijf bedoeld waren. Ook hier had het computersysteem beperkingen en kon niet het juiste adres van de klant ingevoerd worden dat nu aan mijn zakelijke adres vastzat, terwijl ik geen klant van hen ben. De enige oplossing die het computersysteem had was een creditnota aan mij uit te sturen. En daar kreeg ik er ook nog eens twee van thuis gestuurd. Op dat punt had ik spijt dat ik überhaupt gebeld had en iets probeerde recht te breien wat geen directe gevolgen voor mij had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het computersysteem te beoordelen als beperkend waardoor mij niets valt te verwijten.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van veroordelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik binnen dit veroordelen iets trigger in mijzelf dat ik niet wil zien. Ik stop de veroordeling, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien dat ik mij verwijder van wat er gebeurd met mijzelf tijdens het veroordelen en ik niet wil zien dat ook ik een aandeel heb in de reactie die het in mij teweeg brengt. Als ik het woord veroordeling opsplits dan krijg ik ver-oor-deling, waarbij ver en oor verwijzen naar het niet willen zien/horen van wat er eigenlijk gaande van binnen en deling verwijst naar het feit dat het gaat om gedeelde smart waar ik een aandeel heb tezamen met het veroordeelde, in het tot stand brengen van deze reactie in mij.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de reactie die ik heb tijdens het veroordelen van het computersysteem wegdruk en dus liever de aandacht van mijzelf afleid en het computersysteem als de schuldige aanwijs die mij op de kast jaagt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de aandacht van mijzelf afleiden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik naar een zondebok zoek voor mijn energetische reactie. Ik stop het afleiden en onderzoek wat er gaande is in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet direct het computersysteem de schuld te geven voor de emoties die ik ervaar terwijl de boel in de soep loopt, maar mijn zelfverantwoordelijkheid te nemen voor dat wat ik zelf ingang zet.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de mensen die het computersysteem vertegenwoordigen en mij te woord staan als een blok aan het been te ervaren die niet constructief willen meedenken met mijn probleem.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van anderen beschuldigen van tegenwerking, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik iets vraag van de ander wat volgens protocollen en de computersystemen ik niet van hen kan verlangen. Ik stop het beschuldigen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om onderscheid te maken tussen mensen die moedwillig mij tegenwerken en mensen die omwille van beperkte computersystemen niet mee kunnen werken en dus niet in die positie verkeren om het verschil te kunnen maken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de kwaliteit van mijn communicatie met de mensen van het computersysteem af te laten hangen van mijn reactieve staat.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet kunnen communiceren in zelfoprechtheid door reactief gedrag, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de beperkingen die ik ervaar niet verminder, maar mijzelf juist beperk in mijn communicatie naar de ander toe. Ik stop de beperking, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat reactief gedrag geen handelen of communiceren in zelfoprechtheid oplevert en ik mijzelf dus beperk en saboteer, waardoor er geen oplossingen gevonden kunnen worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frustratie te ervaren in samenhang met de situatie en dit te ervaren als in de situatie gezogen worden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van frustratie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik oploop tegen de grenzen van wat ik kan doen en ervaar mijzelf zo als beperkt. Ik stop de frustratie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in plaats van het omarmen van frustratie, wanneer ik tegen mijn eigen muur en die van het computersysteem aanloop, mijn ademhaling te omarmen en te gebruiken om hier te blijven en te kunnen zien waar de blokkade in mij en het computersysteem zit, om zo naar oplossingen te kunnen zoeken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als gescheiden van het computersysteem te zien terwijl ik in het computersysteem vertegenwoordigt ben.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van afscheiding van het geheel, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik liever wil kunnen zeggen dat ik er geen deel van uitmaak en dus ook niet deel van het probleem ben. Ik stop het afscheiden van mijzelf van het geheel, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf als deel van het geheel te beschouwen en dus elke keer wanneer ik een ervaring heb waarbij ik mij niet één met geheel voel ik in mijzelf moet kijken waar ik mijn zelfverantwoordelijkheid niet wil nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om behulpzaamheid op te voeren als deugd en dus niet met een kluitje in het riet gestuurd mag worden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mij superieur aan de ander/computersysteem te ervaren door mijn behulpzaamheid, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik door mijn frustratie mij eigenlijk klein en hulpeloos voel ten opzichte van de ander/het computersysteem waar geen beweging in lijkt te komen, zodat ik als tegenreactie op deze ervaring in mijzelf, mij superieur gedrag en denkpatronen aanmeet. Ik stop de superioriteit en dus de polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten verleiden om met reactief gedrag op mijn eigen reactief gedrag te reageren en zo voor de ander/het computersysteem het alleen maar moeilijker maak om tot oplossingen te komen.

Advertenties

Dag 309 van 2555: mijn zielige ik – deel 4 – zelfvergeving en zelfcorrectie

leefbaar inkomen gegarandeerdDit is een vervolg op de vorige 3 blogs, het is aan te raden eerst de andere blogs te lezen voor context.

 

In deze blog zal ik zelfvergeving en zelfcorrectie op de volgende zin doen: “waarom moet ik dit meemaken.”

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de gedachte “waarom moet ik dit meemaken” in mij te dragen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het geloven in mijn gedachtes, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn leven zwaar laat voelen door te participeren in dit soort gedachten. Ik stop dit gedachtenpatroon en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet langer bezig te houden met gedachtenpatroon waar ik mijzelf als slachtoffer van mijn eigen creatie neerzet.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik ga staan als vertwijfeling door deze statement waardoor ik twijfel/vertwijfeling verspreid in mijn omgeving/realiteit.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van vertwijfeling, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik twijfel aan mijn eigen daadkracht en zodoende opgeef alvorens te beginnen. Ik stop de vertwijfeling en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de twijfel die in mij leeft over waarom ik bepaalde dingen mee moet maken niet te bevestigen in mijzelf en zodoende naar buiten uit te dragen als een levend voorbeeld van twijfel, aangezien we al genoeg twijfel in deze werkelijkheid hebben en juist behoefte hebben aan oplossingen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij terug te trekken in een slachtofferrol waarbij ik niet daadwerkelijk kijk naar het waarom, maar blijf hangen in het probleem in plaats van de oplossing.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het zijn van het slachtoffer en niet verder durf te kijken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik het probleem wordt en zodoende niet meer bij de oplossing denk te kunnen komen. Ik stop de slachtofferrol en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om buiten de beperking van het probleem te kijken en te durven zoeken naar een oplossing.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het probleem als mijn startpunt te nemen en niet de oplossing.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het probleem als mijn startpunt te nemen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik op deze wijze nooit tot een oplossing kan komen en dus ook niet meer geloof in een mogelijke oplossing. Ik stop mijn verkeerde startpunt en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in mijn startpunt altijd de oplossing te hebben om verder te kunnen kijken dan de beperkingen van het probleem dat ik wil tackelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om naar het waarom te vragen en niet naar het hoe.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het vragen naar het waarom, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik beter naar het hoe kan vragen om zo naar oplossingen te kunnen zoeken en niet te blijven hangen in de schuldvraag van waarom ik dit moet meemaken. Ik stop het verborgen beschuldigen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om een vraag aan mijzelf of in het algemeen met hoe te starten om zo direct probleemoplossend aan de gang te kunnen gaan en niet eerst barrières hoef te nemen door mijn zelfverantwoordelijkheid niet te nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te separeren van mijn ervaring door te vragen waarom ik dit moet meemaken.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van separatie van mijn eigen ervaring, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet wil bekennen dat ik deel uitmaak van de ervaring die ik doormaak. Ik stop de separatie en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat ik deel ben van mijn eigen leven en dus meer kan dan alleen maar afvragen waarom dit mij overkomt en juist te vragen hoe ik hierin terecht ben gekomen en dus hoe ik er ook weer uit kan komen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn zelfverantwoordelijkheid niet te nemen in deze context voor dat waar ik aan deel neem en creëer.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van geen zelfverantwoordelijkheid nemen voor dat wat ik creëer, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat wanneer de dingen niet leuk zijn ik mij ervan distantieer als zijnde mijn creatie en wanneer het aangename ervaringen zijn erkenning wil voor dat wat ik in gang heb gezet. Ik stop het niet nemen van mijn zelfverantwoordelijkheid en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet te hoeven scheiden voor wat ik wel en geen zelfverantwoordelijkheid neem, maar te zien/begrijpen/realiseren dat ik altijd zelfverantwoordelijk heb te nemen voor elke adem die ik neem of uitblaas en alles wat ik doe en denk.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn fysieke werkelijkheid als een verhaal te ervaren waar ik een rol in heb, maar niet weet wat er allemaal aan tegenspoed en ellende op mij afkomt, het ligt allemaal totaal buiten mijzelf.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het niet aanvaarden van gevolgen van mijn eigen handelen of denken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik liever iets buiten mij de schuld geef van onaangename ervaringen die op mijn pad komen. Ik stop het beschuldigen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/begrijpen/realiseren dat de onaangename ervaringen die op mijn pad komen altijd momenten zijn waar ik in mijn eigen kracht kan gaan staan om te zien waar ik de gevolgen kan ombuigen in oplossingen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat mijn leven mij overkomt.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van geloven dat mijn leven mij overkomt, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf niet wil zien als schepper om zo de schuld en de zelfverantwoordelijkheid ook niet hoef te dragen. Ik stop dit geloof en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om zelfoprecht te zijn en te zien dat ik altijd deelgenoot ben van dat wat mij overkomt, los van het feit of ik anders gehandeld had kunnen hebben, het blijft onomstotelijk vast staan dat ik mijn leven leef omdat het mijn leven is en ik daar niemand anders de schuld van kan geven dan mijn zelfverantwoordelijkheid te nemen en daadkrachtig mijn oplossing te zijn in plaats van mijn probemen.

Dag 249 van 2555; mijn kind heeft reuma

equal money capitalismIk kreeg te horen dat mijn kind een vorm van reuma heeft en dat voelde als een soort van opluchting. Nu klinkt dit wat paradoxaal, want wie is er nu blij met reuma? Maar het is een soort van last die van mij afvalt en een soort van opluchting dat we niet meer verder hoeven te zoeken naar, wat het dan zou kunnen zijn wat haar niet meer normaal dagelijks laat functioneren. We zijn al 2 jaar aan het tobben en terug kijkend waren er al symptomen toen ze eind lagere school was en zelfs ook daarvoor. Het leken allemaal op zichzelf staande zaken die ons toen de puntjes niet met elkaar deden verbinden. Eerst werd hyper-mobiliteit geopperd als hetgeen dat er aan de hand was en dat leek ook wel zo te zijn toen. Waarbij ik moet opmerken dat hyper-mobiliteit ook een vorm van reuma is. Het laatste jaar zijn er vele andere verschijnselen bijgekomen die niet direct in 1 van de 200 reuma hokjes te plaatsen is. De symptomen zijn een allegaartje, maar het is wel een chronische vorm van reuma.

 

Het is raar je zit daar dan in zo’n kantoortje van de reumatoloog en mijn dochter kreeg dit nieuws te horen en ik dacht: eindelijk heeft het een naam. Alhoewel de reumatoloog vertelde dat zij er vooralsnog geen etiket aan gingen hangen, omdat de vraag ‘wat nu’ belangrijker is dan de naam. Ik was het daar niet helemaal mee eens, want de maatschappij denkt wel in hokjes en etiketten, en chronische ziekten die niet altijd zichtbaar zijn kunnen patiënten in lastige pakketten brengen en zorgen voor veel onbegrip. Dus zullen we moeten werken met het woord reuma, voor begrip en medewerking vanuit de maatschappij. Want welke school of werkgever ziet het zitten als je halverwege de ochtend op je werk/school komt of misschien helemaal niet, reuma is een grillige ziekte en zoals ik inmiddels heb ervaren kan het van het ene moment op het andere je dagindeling veranderen.

 

School is fysiek dan ook een hele uitdaging geweest de afgelopen 2 jaar, waarbij we nu op een punt zijn beland dat naar alle waarschijnlijkheid thuis studeren de beste oplossing is. Hoe digitaal een school ook is het is niet geënt op compleet digitaal thuis studeren. Het materiaal is gemaakt op zo’m manier dat klassikale instructies vereist zijn om de stof goed te kunnen begrijpen. Volgende week zullen we met de leerplichtambtenaren hierover een gesprek aangaan, via het ZAT-team waar mijn dochter voor aangemeld is. Ook met reuma wil je uiteindelijk een diploma halen en kijken wat je mogelijkheden verder zijn op de arbeidsmarkt.

 

Mijn dochter zal een intake gesprek met de reuma verpleegkundige hebben volgende week en met die input zal er gekeken worden of zij een revalidatie traject mag gaan lopen. Niet om te revalideren tot een gezond iemand, maar om te leren omgaan met de ziekte die niet weggaat, en zo optimaal mogelijk binnen de beperkingen te kunnen functioneren. Ondanks de opluchting die ik voel is het ook heel wat aan informatie wat er op mijn bordje komt. Ik probeer het ziektebeeld te begrijpen om zo mijn kind het beste te kunnen ondersteunen en geen dingen van haar te verlangen die niet realistisch zijn en tegelijkertijd haar net dat duwtje te geven wanneer zij vastzit in zichzelf en zichzelf meer beperkt dan nodig is. Reuma is een levenslang vonnis voor mijn dochter, maar ook voor ons als gezin betekent dit werken met de beperkingen van reuma. Dus ook ik zal moeten verwerken dat ik een kind met een blijvende chronische ziekte heb.

 

De afgelopen periode ben ik al tegen schuldgevoel aangelopen in verschillende vormen en heb die doorgewerkt met zelfvergeving en correcties, wat nu goed te merken was. Ik zag dat ik niet meer reacties had zoals voorheen. Wel probeerde mijn geest mijn schuldgevoelens aan te wakkeren, maar ik zag wat mijn geest deed en ging er niet in mee. De komende periode zal ik gerust tegen dingen aan gaan lopen die ik zal gaan uitschrijven en delen op deze plek. Vooralsnog laat ik het onderwerp even rusten totdat er weer meer zicht is op wat nu verder en waar ik daarbinnen tegenaan loop.

 

Het woord reuma heeft op zich geen negatieve connotatie voor mij. Ik kende ooit een mede student op de Kunstacademie die reuma in een al ver gevorderd stadium had. Wij vonden haar wel stoer dat ze kunstenaar wilde worden, ondanks haar ziekte. Tegelijkertijd vond ik het niet realistisch om zo’n vak te kiezen, maar ik kon mij niet echt in de schoenen van deze vrouw verplaatsen om te snappen waarom zij die studie aanging. Dus reuma is een neutraal woord voor mij en eigenlijk wil ik dat zo houden, en daarom word dat mijn uitdaging, om er geen positieve nog negatieve emoties/gevoelens aan te koppelen maar het een woord te laten zijn dat een chronische ziekte aanduid.

 

Dag 162 van 2555; je hoofd boven het maaiveld uitsteken

equal money capitalism “Wie het hoofd boven het maaiveld uitsteekt, wordt zijn kop eraf gehakt”

 

Wie kent dit spreekwoord niet, wat onze typische Calvinistische roots als Nederlanders, zo goed typeert. Kom niet boven de grijze massa uit, de middelmaat, want dat wordt niet getolereerd. De vraag die ik mij stelde was, door wie wordt dit niet getolereerd? Is er ooit iets afgesproken over de hoogte van het maaiveld, zijn er wetten die ons vertellen wat de hoogte van het maaiveld moet zijn? Eigenlijk niet, wel kun je door het zien van de tradities binnen onze cultuur/samenleving een beetje snappen wat boven en wat net onder het maaiveld zijn betekent. Ik zag dat de hoogte van het maaiveld voornamelijk bepaald wordt door onszelf. Het zijn de beperkingen die wij onszelf opleggen, onze eigen meetlat. Natuurlijk wordt de hoogte van het maaiveld bepaald door onze genetische en sociale programmering en alle opinies en overtuigingen die wij daar weer uit gefiltreerd hebben, plus de ervaringen die wij hebben gehad met het maaiveld, als een bijna fysiek gemanifesteerd fenomeen dat ons afhield van dat te doen dat het beste was voor iedereen.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het maaiveld als iets buiten mijzelf te ervaren wat mij dicteert wat ik wel en niet kan doen als het gaat om het voortouw nemen of anders te handelen dan mijn directe medemens.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door het door mij gecreëerde maaiveld een versnelde hartslag te ontwikkelen, zodra ik ‘denk’ dat ik boven het maaiveld uitsteek met een actie die niet getolereerd gaat worden volgens mijn opinie.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn opinies, die gebaseerd zijn op grotendeels angsten om grip op mijn buiten wereld te houden, als leidraad te gebruiken over hoe mij te verhouden als het gaat om het maaiveld.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te ontwikkelen zodra ik denk aan het boven het maaiveld uit steken wat niet getolereerd gaat worden, volgens mijn eigen inzichten en peilingen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het wel of niet boven het maaiveld uitsteken te koppelen aan gevoelens/emoties. Wanneer ik positief ben over de zelf bedachte uitkomst dan steek ik graag een paar meter boven het maaiveld uit, ben ik negatief hierover, wat alleen na de handeling/uitspraak zich ontwikkeld dan wil ik zo snel mogelijk terug in mijn hol kruipen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om positief gestimuleerd te worden om mijn hoofd boven het maaiveld uit te steken, waneer ik positieve ervaringen heb die hierop lijken  en zo een graadmeter wordt om de sprong te wagen of wanneer ik direct positieve feedback terug krijg na mijn hoofd boven het maaiveld te hebben gestoken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om negatief te eindigen na mijn hoofd boven het maaiveld te hebben uitgestoken, doordat er geen feedback komt of ik feedback krijg die mij beangstigt en doet inzien dat ik beter niet meer dit gedrag kan tentoon spreiden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat feedback de enige manier is waarop ik mij laad leiden om mijn hoofd boven het maaiveld uit te steken en vervolgens nieuwe opinies en overtuigingen mee te maken als leefregels waaraan ik mij beter kan houden wil ik mijn hoofd niet nogmaals stoten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om negatieve feedback of door mij als negatief ervaren ervaringen met het uitsteken boven het maaiveld als heel vervelend te ervaren en mogelijke kans op uitstoting van de groep/samenleving.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te vrezen om uitgestoten/verstoten te worden wanneer ik mij niet confirmeer aan de hoogte van het maaiveld dat ik zie als een set regels buiten mijzelf in afscheiding van mijzelf waar ik mij aan moet houden als een overlevingsdrang.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het besef dat ik mijn hoofd te ver boven het maaiveld heb uitgestoken ik onmiddellijk wil weg kruipen in mijn hol en mij niet te realiseren dat dit een verlangen is om in mijn geest mijzelf terug te trekken uit angst om bekritiseerd te worden en uitgestoten te worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de geest als plek te zien waar ik gesust en gekoesterd kan worden wanneer de boze buitenwereld zo gemeen is en kritiek vertoont en mij niet te realiseren dat de angst voor deze boze buitenwereld mij in de eerste plaats was aangepraat door de geest.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat kritiek vanuit mijnbuitenwereld alleen maar zo hard aankomt omdat ik er vervolgens nog eens kritiek overeen gooi naar mijzelf toe en mijzelf bevestig dat ik mijn hoofd niet boven het maaiveld had moeten uitsteken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat de grootste kritiek bij mijzelf vandaan komt en ik door angst bepaal hoe ik in het leven sta van moment tot moment en of ik dus deze kritiek aan mij laat knagen of niet.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik mijn eigen ‘dag des oordeels’ ben ieder dag weer opnieuw en dat ervaar als ‘wat de dag mij brenge moge’, denkende dat daar weinig aan te doen is aan deze random ervaringen waar ik mee te maken heb in mijn bestaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik mijn eigen kop eraf hak, elke keer als ik niet conform mijn eigen verwachting mijzelf in de markt zet en vervolgens vrees ik te worden verstoten uit deze markt, waar ik eerst zelf alle regels voor heb bedacht, om zo te kunnen wijzen naar de ander die het mij onmogelijk maakt om boven het maaiveld uit te steken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik zelf allerlei obstakels opwerp en realiteiten creëer waardoor ik kan zeggen dat het voor mijn eigenbelang is dat ik niet mijn hoofd boven het maaiveld uitsteek en dus kan berusten in wat is zonder enige verandering te laten plaatsvinden in een situatie die schreeuwt om verandering.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de kop van Jut te voelen en alle ogen op mij gericht voel terwijl ik mijn hoofd boven het maaiveld uitsteek, maar het zijn mijn ogen des oordeels die ik op mijzelf richt en waardoor ik mijzelf afschiet.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om wanneer ik boven de middelmaat uitsteek vrij te zijn van emoties/gevoelens/angsten, waardoor ik door mijn opinies en overtuigingen heen kan kijken en ze kan zien voor wat ze zijn en wat ze veroorzaken, wat mogelijk maakt dat ik kan staan voor verandering en het voortouw kan nemen en als levend voorbeeld voor anderen kan zijn in het proces van verandering.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat ik mijzelf beperk door mijzelf te bekritiseren als zijnde de ogen van de buitenwereld gebaseerd op angsten van mijzelf en dus dit niet meer te laten gebeuren.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om feedback van anderen niet mijn levens leidraad te laten zijn door dit te labelen als positief en negatief, waardoor het in de polariteiten sfeer terecht komt en gewogen wordt door de geest die het in angsten omzet.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn kop niet te laten afhakken door angsten die ik accepteer en toesta als excuus om niet te hoeven veranderen en comfortabel in de situatie te verblijven die ik onder invloed van de geest als veilig acht zonder dit te toetsen aan mijn fysieke werkelijkheid.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst voor het uitsteken boven het maaiveld niet meer fysiek te maken en de versnelde hartslag als het zich voordoet met de 4 tellen ademhaling te kalmeren en mijzelf terug te brengen naar ‘hier’.

Dag 26 van 2555; lichamelijke beperkingen als definitie voor wie ik ben

Dag 26 van 2555; lichamelijke beperkingen als definitie voor wie ik ben Ik was in de tuin bezig om te kijken of ik een stek van de rozemarijn en de salie kon nemen om vast in een pot te doen en zo mee te kunnen nemen met de verhuizing naar Nederland. Tegelijkertijd was ik met mijn dochter slakken aan het rapen en ik genoot van het buiten zijn in de zon. Later binnen zei mijn dochter dat ze mij eens had geobserveerd en zij kwam tot de conclusie dat ik extreem korte onderbenen heb. Op dat moment voelde ik een wee gevoel in mijn solar plexus. Ik was verast van deze reactie van mij, dit was zoveel jaren een moeilijk punt voor mij geweest, mijn lichaamsbouw. Ik had aangenomen dat ik daar min of meer wel overheen was, maar ja hoe raak je over iets heen als je het niet aanpakt? Dingen komen niet vanzelf en dingen gaan niet vanzelf weg.

 

Voornamelijk als tiener vond ik het erg moeilijk om met mijn afwijkende lichaamsbouw om te gaan. Ik werd er niet zozeer mee gepest, maar kleinerende opmerkingen deden mij ineen krimpen. Wat resulteerde in een verknipte relatie met mijn lijf. Ik vond mijn lijf niet okay en was er dan ook niet blij mee. Ik paste slecht in kinderkleertjes en mijn ouders moesten met mij naar een kleermaker. Later als tiener ben ik mijn eigen kleding gaan maken, omdat niks echt goed zat. Ik wilde het liefst niet met mijn lijf geconfronteerd worden, grote spiegels meed ik dan ook en foto’s van mijzelf vond ik niet echt plezierig. Ik was dan ook zeer verast toen mannen mij wel zagen zitten, ik zag dat als er is een addertje onder het gras, maar waar.

 

Aangezien dit een nogal veelomvattend punt is omtrent mijn lichaamsbouw en ik hier nog vele malen via andere invalshoeken op terug zal komen, doe ik in deze blog zelf vergeving op hetgeen dat nu in het moment opkomt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat een menselijk lijf aan bepaalde verhoudingen moet voldoen om een volwaardig lijf te zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf onvolwaardig te voelen omdat mijn lijf niet voldoet aan de algemeen geldende regels voor lichaamsverhoudingen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te hebben gerealiseerd dat het mij onvolwaardig voelen mij heeft doen separeren van mijn eigen lijf.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf anders te voelen als de tegenpool van speciaal en daardoor te participeren in de polariteit speciaal – onvolwaardig.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn lijf te verafschuwen omdat het niet voldoet aan de algemene normen voor lichaamsbouw/lichaamsverhoudingen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf het slachtoffer te voelen van het lijf waar ik in zit en daardoor mij zo af te scheiden van wat werkelijk hier is, dat ik mijn lijf vergeet te gebruiken in zijn meest optimale vorm die mij wordt aangeboden, en in plaats daarvan mij als minder te voelen en mij vast te zetten in mijn beperkingen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn gebrek aan speciaal zijn omtrent mijn lichaamsbouw om te bouwen naar speciaalheid in de zin van aandacht te vragen voor mijn afwijking.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om grapjes te maken over mijn lichaamsbouw zodat ik een ander te snel af ben om voor mij kwetsende opmerkingen te maken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geschrokken te zijn van mijn dochters opmerking omdat ik opmerkingen over mijn lichaamsbouw altijd heb ervaren als aanvallen op mij als Zelf en ik mij in het moment in de rug gestoken voelde door mijn eigen kind door de opmerking die ze maakte over mijn onderbenen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf aangevallen te voelen als mensen opmerkingen maken over mijn afwijkende lichaamsbouw.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te doen geloven dat ik het aangevallen voelen moet compenseren om zo dit nare gevoel kwijt te raken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de opmerking “wat loop je grappig met je korte beentjes” die ik na vele jaren nog altijd met mij meedraag vast te houden en als een persoonlijke aanval te zien van een leeftijdgenoot.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om deze opmerking van een leeftijdgenoot een groot deel van mijn leven te laten bepalen als het gaat om acceptatie van mijn lijf.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om deze opmerking van een leeftijdgenoot persoonlijk te nemen en niet te zien dat dit een reactie van een ander was op mijn voorkomen en dus iets is wat bij die persoon hoort en niet bij mij, waardoor ik het mij niet persoonlijk kan maken, het zijn geuite gedachten van anderen waar ik geen directe verantwoordelijkheid voor kan nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet te kijken naar Wie ik ben, maar alleen te kijken naar hoe ik eruit zie en het afwijkende zie als het niet passen in de maatschappij en mij daardoor er buiten heb geplaatst, voordat de maatschappij mij zou uitkotsen als rariteit.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om er een groot punt van te maken dat mijn ledematen verhoudingsgewijs korter zijn dan mijn torso.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te fantaseren dat wanneer mijn ledematen zouden corresponderen met mijn torso ik zo’n 1,80 lang zou zijn en geen 1,63.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om lang zijn te prefereren boven kort zijn en mij niet te realiseren dat het een polariteit is waarin ik participeer.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet in grote spiegels te willen kijken om zo geconfronteerd te worden met datgene wat ik verafschuw.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te vergelijken met anderen qua lichaamsbouw en mij minder te voelen dan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om als slachtoffer van de mode industrie te voelen, omdat er geen rekening met mijn maten gehouden wordt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vergelijking als middel te gebruiken om mijzelf minder te voelen dan anderen en daarmee mijzelf en de ander te misbruiken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zelf kleding te gaan maken om te laten zien dat ik wel rekening met mijn lijf kan houden door die kledingstukken te maken die mijn lichaam flatteren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om moe te worden van het altijd moeten naaien van kleding en nooit eens gemakkelijk een kledingstuk te kunnen kopen wat goed zit.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij gedwongen te voelen om kleding zelf te maken omdat ik niet wil rondlopen als een rariteit met slecht passende kleding.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn afwijkende lichaamsbouw de schuld te geven aan mijn Italiaanse genen, die duidelijk door mijn familie hebben gewoed.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een schuldbok te moeten hebben om het nare gevoel kwijt te raken van afwijkend te zijn van de geldende norm.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het verschrikkelijk te vinden om afwijkend te zijn, maar door in deze polariteit te participeren heb ik mijn leven lang gezocht om afwijkend te kunnen zijn in alle facetten van mijn leven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om trots te zijn op alle punt waar ik mijzelf als afwijkend kon neerzetten en dacht te tonen Wie ik nu eigenlijk ben.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik snapte wie ik was door te reageren op polariteit wat niets te maken heeft met wie ik werkelijk ben vrij van angst/emoties/gevoelens.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in een wereld te participeren waar we allemaal moeten lijken op plaatjes in de mode bladen om succesvol in het leven te zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waar wij er alles aandoen om op de plaatjes in de mode bladen te lijken ook als dat betekent dat we ons lijf moeten misbruiken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in een wereld te participeren waar we angst hebben om qua looks buiten de boot te vallen en zo minder succesvol te zijn en minder geld te kunnen verdienen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in een wereld te participeren waar we dat wat/wie we zijn zou snel mogelijk willen verbergen met het nastreven van/worden als geaccepteerde plaatjes om zo massaal te kunnen ontkennen wie we eigenlijk zijn.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om reacties van anderen omtrent mijn lichaamsbouw niet meer als persoonlijk te nemen en daardoor niet meer als leidraad voor het leven van mijn leven te nemen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet meer te vergelijken met anderen als het gaat om lichaamsbouw, maar in plaats daarvan mijzelf te leren kennen en mijzelf te zien voor wie ik ben en niet mijn “beperkingen” te gebruiken om te definiëren wie ik ben.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn kinderen bewust te maken dat lichaamsbouw niet is Wie ze zijn, maar de daden die zij in zelf oprechtheid doen in het belang van een ieder is Wie zij zijn.