Dag 386: veranderen in het belang van allen

leren-zelf-veranderenIk besloot om na veel innerlijke strijd over hoe een situatie aan te pakken en hoe in de situatie te staan, om te veranderen. Om mij over mijzelf als ego heen te zetten en te zoeken naar oplossingen, zodat ik mij zo kon opstellen dat mijn houding en de situatie in het belang van allen was. Ik was trots op mijzelf dat ik dit besluit had kunnen nemen en dat ik een verbintenis met mijzelf aanging om als eerste te veranderen binnen een situatie waar het mij leek dat niemand wilde veranderen vanuit tevredenheid binnen hun comfortzone.

Het moment dat ik mijn verbintenis en correctie van mijzelf toepaste, deed ik dit vanuit goede intentie en hoop dat voorbeeld zou doen volgen, hoop dat als één schaap over de dam is, het niet meer zo eng voor de anderen zou zijn om te volgen. In eerste instantie leken mijn plannen tot verandering de anderen te prikkelen en reageerde men enthousiast op wat zij dachten dat de verandering in zou houden. Echter in plaats van uiteindelijk mee te gaan in mijn veranderde houding en voorstellen, ging men opslot, er was weerstand. Vanuit de weerstand ontstond angst en waren er zelfs een aantal die met de hakken in het zand gingen staan om de verandering niet te omarmen en toe te passen. Ik wilde de anderen wel overtuigen, maar zag dat ik beter niet kon pushen en de beslissing geheel aan hen zelf te laten, ook al was ik teleurgesteld over de uitkomst. In dat moment nam ik de afwijzing op (mijn) verandering persoonlijk en nam ik het hen kwalijk dat we in een impasse zouden blijven zoals die altijd al had bestaan. Opnieuw vond ik het dus moeilijk om over mijn ego heen te stappen.

Ook al was mijn realisatie en verbintenis om te veranderen, een oplossing die zeker in het belang van allen was, ik had een aspect over het hoofd gezien. Ik was geleidelijk door de tijd heen tot een realisatie gekomen dat we zo niet verder konden, dat er verandering nodig was en dat verandering altijd eerst bij jezelf plaatsvindt. De ander had dit proces van realiseren en bereid zijn om te veranderen niet of nog niet doorgemaakt. We zaten niet op hetzelfde punt, op het moment dat ik verandering aankondigde door mijn handelen, wat weerstand en angst bij de anderen opriep en zij verandering helemaal niet zagen zitten. Zij waren tot op heden tevreden geweest in hun comfortzone en ik wilde hen daaruit halen met verandering. Dit was achteraf gezien niet de weg om te gaan en tot verandering te komen die ik had gezien als in het belang van allen.

Het punt dat ik binnen deze groep wilde aanpakken was het elkaar beter leren kennen zodat er minder onbegrip en aannames over elkaar gedaan zouden worden en waardoor we op een gelijkwaardige manier met elkaar zouden om kunnen leren gaan. Het is mij inmiddels duidelijk dat ik die verandering voor mijzelf kan en mag doorvoeren, maar dat het te utopisch is om te verwachten dat anderen dit samen en tegelijk met mij willen doen als ik hen daarmee overval. Ik ga dan ook een nieuwe verbintenis met mijzelf aan door mijzelf meer te delen met de ander, ook als er geen directe belangstelling blijkt te zijn, kleine punten te delen die de ander kan prikkelen om elkaar beter te leren kennen. Wanneer men gewend is aan mijn andere benadering kan dat de ander ook op het idee brengen om meer te delen en te vragen aan anderen.

Wat ik hiervan geleerd heb is dat het halen van iemand uit zijn comfortzone, zonder dat de ander hierom vraagt, door middel van verandering een enorme schok voor de ander is wat weerstand en angst teweeg brengt. En dat verandering eerst bij jezelf dient plaats te vinden en niet iets is dat je met elkaar moet doen omdat het allen aangaat. Ik had eerst in de schoenen van de ander kunnen gaan staan om te snappen hoe het zou voelen om uit mijn comfortzone gehaald te worden door middel van verandering, waardoor ik had kunnen voorspellen hoe de ander zich naar alle waarschijnlijkheid zou voelen.

In eerste instantie pakte ik het op als een teleurstelling, maar ik kan nu ook zien dat door schande en schade ik wijzer wordt. Ik heb deze situatie niet zozeer verkeerd aangepakt, ik heb iets uitgetest wat mij duidelijk maakte welke stappen ik had overgeslagen.

Door ‘verandering’ te willen teweegbrengen vanuit een algemeen geaccepteerde visie dat ‘één iemand de eerste moet zijn’ overzag ik niet dat het mij ging om de verandering an sich net als het in staat zijn tot verandering, en dus mij zo beter te voelen, beter dan de ander en beter als positiever over mijzelf, waardoor ik in het geheel voorbij ging aan de ander waar het mij nou juist om te doen was, het nader tot elkaar komen en niet het uit elkaar drijven van elkaar zoals nu op kleine schaal gebeurde. Ik heb inmiddels geen spijt of schuldgevoelens meer van mijn actie, aangezien ik heel goed heb kunnen zien wat mijn daden vanuit een niet volledig zelfoprecht standpunt kunnen doen met anderen en een situatie. Ik heb geleerd, zoals het leven één grote leerschool is, dat we elkaar niet opzettelijk moeten schaden, maar waar we wel de consequenties van ons handelen onder ogen kunnen zien en onszelf zodanig te corrigeren dat dit éénmalige acties zijn van waaruit we verder groeien en leren.

Dag 365 van 2555: van wie moet ik blijdschap ervaren?

Dag 365 van 2555: van wie moet ik blijdschap ervaren?In een eerdere blog post schreef ik over mijn zoon die een teek had opgelopen op een schoolintroductiekamp in de Ardennen. De teek was besmet met Lyme waardoor mijn zoon geïnfecteerd raakte. Inmiddels is er met behulp van electro-acupunctuur en bioresonantie een behandelplan opgesteld en uitgevoerd en was het nu zover dat we opnieuw zouden meten in wat voor fysieke fase hij momenteel is aanbelandt. De uitslag was een mooie uitslag, aangezien er geen spoor van de Lyme meer te meten was in zijn lichaam.

Op de terugweg naar huis realiseerde ik mij dat ik mijzelf niet zozeer blij of gelukkig voelde, terwijl dit toch enorm goed nieuws was wat wij gekregen hadden. Een zekere mate van opluchting was er wel. Maar het viel mij op dat het mij verbaasde dat ik mij niet enorm gelukkig voelde. Ik had dus verwacht dat ik mij in zo’n moment waanzinnig gelukkig zou voelen, maar in plaats daarvan ervoer ik een soort van zwarte wolk. Ik verwachtte dat het goede nieuws zomaar zou kunnen omslaan in slecht nieuws, dat er toch nog ergens iets in het lichaam verstopt zou zitten en later roet in het eten zou gooien. Ik vertrouwde het goede nieuws niet, omdat ik bang was dat het vertrouwen om zou slaan naar een teleurstelling.

Ik had mij nu eenmaal ingesteld op een doemscenario, te weten een tweede kind met Lyme, en nu werd mij gevraagd om het leven weer rooskleurig in te zien. Ik ervoer een soort van drempel in mij om die switch naar verandering te maken. In zekere zin voelde ik mij nu comfortabel binnen het doemscenario en wilde ik daar niet uit om geluk en vooruitgang te omarmen, los van het feit dat het laatste scenario mij meer perspectief zou bieden.

Doordat ik dit zag afspelen binnenin mij, die angst om blijdschap te ervaren, onderzocht ik waarom ik dacht dat ik uitbundig gelukkig zou moeten zijn op zo’n moment. Wie dicteert mij dat ik mij zo zou ervaren in zo’n situatie? Het antwoord is uiteindelijk dat ik het ben die mij dat dicteert, hoe dat zo gekomen is, dat is een ander verhaal. Blijdschap, geluk, opgewektheid, vreugde zijn gevoelens die wij als kind leren door anderen dit te zien ervaren, totdat wij zelf dit woord koppelen aan een ervaring die we hebben.

Wanneer ik als kind een mooi cadeau kreeg dan ervoer ik blijdschap, ik was blij met het cadeau, dus ik geloofde/nam aan dat dit blijdschap was. Wat ik als kind niet zag is dat ik wellicht gedachten had tijdens het uitpakken van het cadeau die mijn angst aanwakkerden dat het wellicht een cadeau kon zijn wat ik niet wilde hebben. Ik was dus zonder dit te snappen of bewust toe te passen mijn werkelijkheid aan het polariseren. Die blijdschap kon niet bestaan als de angst voor teleurstelling er niet was.

Nu weer even terug naar mijn afwezige blijdschap. Ik ervoer de blijdschap niet omdat ik uit veiligheid de negatieve pool van de polariteit koos om zo niet nog meer teleurstelling te hoeven meemaken. Want blijdschap zou betekenen dat ik zou hebben gekregen wat ik wilde hebben, maar ik vertrouwde mijn fysieke werkelijkheid als mijzelf niet om dit te kunnen aanvaarden. Dus nog altijd zat ik opgesloten in een gepolariseerde werkelijkheid waarbij ik blijdschap, geluk, vreugde en opgewektheid niet juist gedefinieerd had ten aanzien van de juiste ervaring. Ik dacht dat ik bij zo’n soort ervaring blijdschap moest ervaren, omdat ik zo ben gevormd tijdens mijn leven. Films, reclame en andere mensen lieten mij dit keer op keer zien dat dit het juiste gevoel is dat bij zo’n ervaring hoort. Dus dwong ik dit gevoel aan mij op als zijnde correct, terwijl ik in dat moment veel meer andere emoties ervoer die de blijdschap compleet overschaduwden.

De mate van opgelucht zijn, die ik ervoer, was een fysieke ervaring die ik in mijn lichaam waarnam, de andere emoties en gevoelens die speelden zich in mijn ‘geest’ af. Er viel een soort van zwaarzijn van mijn schouders af, ik was lichter door het wegvallen van een zorg minder. Echter dit werd niet bevestigt door mijn ‘geest’ waardoor er een frictie of disharmonie plaatsvond tussen ‘geest’ en fysiek lichaam wat ik verstandelijk (lees: niet geleefde informatie en kennis) labelde als niet ‘normaal’. “Ik ben niet normaal dat ik nu geen overwegende grote blijdschap ervaar.” Had ik dit niet onderzocht en niet gestopt dan was dit een aanleiding geweest tot meer denkpatronen en persoonlijkheden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet ‘hier’ te zijn met de situatie en dus de situatie niet te ervaren zoals hij zich voordoet binnen mijn fysieke werkelijkheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een situatie door de ogen van mijn ‘geest’ beoordelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik op deze wijze ver van de werkelijkheid af kom te staan en niet diegene kan zijn wie ik echt ben in dat moment. Ik stop de beoordeling door de ‘geest’, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn fysieke lichaam als indicator te gebruiken om te zien hoe ik werkelijk in een moment in een situatie sta en mij niet te laten leiden door de ‘geest’.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn werkelijkheid/definitie van het woord blijdschap als de enige werkelijkheid aan te nemen zonder te onderzoeken of dit klopt binnen mijn fysieke werkelijkheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een gekleurde definitie van een woord te leven, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik ruimte open kan laten voor onderzoek om te zien of ik nog steeds op het juiste spoor zit. Ik stop de gekleurde definitie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om wanneer ik frictie ervaar tussen mijn betekenis van een woord en mijn fysieke werkelijkheid, dit te onderzoeken en aan te passen daar waar nodig.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verwachtingen te hebben over mijn manier van reageren op bepaalde situaties.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van op voorhand denken te weten hoe ik hoor te reageren in elke situatie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn leven op deze manier maak tot een filmscript en er geen ruimte voor verandering/afwijking meer mogelijk is. Ik stop de aannames, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om elke situatie als een nieuwe situatie te zien waarin ik diegene ben die ik kan zijn gerelateerd aan waar ik in mijn leven/proces ben qua gewaarzijn/bewustzijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om schaamte te ervaren bij geen blijdschap terwijl ik dat wel had verwacht.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van schaamte ten opzichte van mijzelf door niet te voldoen aan mijn eigen verwachtingen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik verwachtingen heb die niet geheel van mijzelf zijn en vervolgens als ik er niet aan voldoe mij schaam voor de buitenwereld dat ik niet voldoe aan wat ik denk dat van mij verwacht wordt. Ik stop de schaamte, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet meer te schamen als een bestraffing voor het niet maatschappelijk aangepast reageren op een situatie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat het doemscenario bewaarheid wordt ook al wijst de fysieke werkelijkheid het tegendeel uit.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf geen geluk gunnen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik geen vertrouwen heb in mijzelf en mijn toekomst wanneer ik terugkijk naar het verleden. Ik stop de zelfsabotage, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het verleden te corrigeren om zo de toekomst te kunnen sturen los van emoties/gevoelens/herinneringen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet meer in geluk te geloven voor mijzelf, door alle ervaringen die dit bevestigen over een nieuwe situatie heen te leggen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van herinneringen gebruiken als blauwdruk voor mijn heden en toekomst, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn verleden herleef en zo niet kan komen tot verandering. Ik stop het gebruik van de blauwdruk, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om elke situatie als een unieke situatie te beoordelen en de informatie en kennis die ik geleefd heb te gebruiken, los van emoties/gevoelens, om beslissingen te maken in het heden en voor mijn toekomst die in het belang van een ieder zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een drempel te ervaren in het moment waarin ik verandering kon/mocht omarmen van mijzelf.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van in mijn comfortzone blijven hangen of die nu positief of negatief gelabeld kan worden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik moeite met verandering heb wanneer ik denk dat ik veilig ben op de plek waar ik zit. Ik stop het verblijven in mijn comfrotzone , en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te realiseren dat ik binnen mijn leven vaak genoeg uit mijn comfortzone stap, dit zou dus voor al mijn comfortzones moeten gelden en niet de ene wel en de andere niet, gebaseerd op emoties/gevoelens.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn wereld te polariseren en daardoor fricties te ervaren op punten waar dat niet zou hoeven te gebeuren.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van polariseren omwille van de frictie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik dit doe vanuit de ‘geest’ om zo energetisch een situatie te laden en niet meer te zien waar het nu eigenlijk om draait en zo dus niet te handelen in het belang van een ieder. Ik stop de polariteiten, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet mee te gaan met de polariserende aard van mijn ‘geest’ maar mijzelf aan te sturen op basis van wat ‘hier’ is.

Herdefinitie van blijdschap: het omarmen/aanvaarden van mijzelf, een ander als mijzelf of een situatie in gewaarzijn van alles dat er is.