Dag 366 van 2555: we zijn allemaal één en lopen ons eigen proces

DIP Lite cursusTerwijl ik een ander zelfverzekerd gedrag zag vertonen als een vasthouden aan meningen en gedachten, kwamen er reacties in mij los. Mijn reacties waren vooral gericht op het ‘willen vasthouden aan’ van de ander, de ander nam hier een houding bij aan die uitstraalde  alles te weten en week niet van het standpunt. Dit bracht mij in verwarring. Eerst verschool ik mij in stilte in inferioriteit ten opzichte van de ander. Wist ik inderdaad waar ik het over had? Vervolgens schoot ik binnenin mij in de superioriteit, de ander wil mij wat opleggen iets wat ik niet ben en hoe ik niet ben. Ik zie angst in de zelfverzekerdheid van de ander en ik zie angst in mij dat ik misschien niet die ben wie ik denk dat ik ben, hoe ik mij gedefinieerd had.

Ik had mij laten verwarren door wat ik in de ander zag en in mijzelf voelde. Wat is van mij en wat is niet van mij? Ben ik zelfverzekerd en wil ik mijn mening doordrukken? Van tijd tot tijd zeker wel. Heb ik in zo’n moment de angst dat de ander het niet zal pikken en het geheel in een ander perspectief ziet wat net zo valide is of zelfs het enige valide is? Ja, bij zelfverzekerdheid uit starheid komt ook angst om de hoek kijken. Het is mijn zelfdefinitie die hier behoorlijk gekieteld wordt. Ik doe dingen zoals ik ze doe en dat wil ik eigenlijk niet zomaar veranderen, ik wil niet verschrikkelijk veel moeite doen om het op de manier te doen zoals de ander het doet. Ik ben uiteindelijk bang om mijzelf te moeten verliezen, om mijzelf te moeten aanpassen aan de ander, omdat deze dit met stelligheid en zelfverzekerdheid brengt, maakt dat de angst in mij los dat ik als ik A zeg ook B moet zeggen en nooit meer kan zijn wie ik ben. Door deze angst kan ik ook niet meer helder denken in dat moment. Ik zie alleen maar een identiteit die afgepakt dreigt te worden en ik bestempel de ander als betweter en naar. Terwijl ik eigenlijk aan het vechten ben met ideeën en gedachten in mijn eigen ‘geest’ die alleen in mijn geest zich afspelen, alle interpretaties van woorden, handelingen, gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal van de ander worden vertaald door de bril van angst dat ik niet meer zal zijn wie ik denk te zijn. Ik zal mij moeten overgeven gaat er door mij heen, of ik vecht en schiet dus in dezelfde zelfverzekerdheid als de ander. Maar uit dit niet, verwerk dit vanbinnen en sta op knappen. Alle volgende momenten zijn doordrenkt van deze ervaring die zich al meerdere malen heeft afgespeeld, de ander zet de hakken in het zand en ik zet de hakken in het zand, we zijn elkaars reflectie, waardoor mijn verdere interactie met de ander krampachtig is en gebaseerd in de angst dat de ander mij wil veranderen waardoor ik mijzelf niet meer zal herkennen.

Door de angst is er niets in mij dat met gezond verstand kan zien dat ik dat wat de ander mij spiegelt en aanreikt kan gebruiken om in zelfoprechtheid te kijken naar mijn zelfdefinitie en mijn angst om te verdwijnen als wie ik ben. Gebruiken wat de ander mij aanreikt wil niet zeggen dat de ander mij verteld hoe en wat ik moet gebruiken, nee het is dat wat ik kan zien in mijzelf dat verandert kan en mag worden, om zo mijzelf te verbeteren en niet te verdwijnen. De angst zal mij langzaam doen verdwijnen. Dus ik ben één in de starheid en zelfverzekerdheid als de ander, hoe ik hier verder mee om zal gaan dat zal mijn pad zijn om te lopen, om te zien dat veranderen niet eng is en zelfverzekerdheid mag plaatsmaken voor zelfvertrouwen en zelfintimiteit.

Ik realiseer mij dat ik dat kan gebruiken wat de ander mij aanreikt om mijn puzzel op te lossen, zonder dat mijn puzzel veranderd in die van de ander.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om reacties toe te staan op het gedrag van de ander en de ander als de schuldige te ervaren van wat het in mij los maakt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de ander als de schuldige aan te wijzen voor de angst die ik ervaar in mij in interactie met de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet geconfronteerd wil worden met wat de ander in mij los maakt. Ik stop de angst die loskomt door het gedrag van de ander, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om dat wat de ander in mij losmaakt te onderzoeken en te zien wat het werkelijk is dat mij raakt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het ‘willen vasthouden aan’ van de ander niet te willen zien als een karaktertrek van mijzelf en dit te ervaren als een aanval op mij als persoonlijkheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van aangevallen voelen door de ander die gelijk gedrag vertoont, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet geconfronteerd wil worden met een karaktertrek die ik niet echt waardeer in mijzelf maar ook zie als overlevingsgereedschap om te blijven wie ik denk dat ik ben. Ik stop de drang om de gedachten over mijzelf en wie ik ben in stand te houden, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te onderzoeken wat het precies is dat ik niet wil loslaten van mijzelf dat ik bereid ben hiervoor te vechten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verwarring te ervaren als ik denk dat mijn persoonlijkheid die alles weet en zelfverzekerd is wordt afgenomen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om geen zelfvertrouwen meer te hebben, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik in polariteiten denk, waardoor ik dus onzeker zal worden als mijn zelfverzekerdheid wordt weggenomen. Ik stop het denken in polariteiten, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat ik ook besta zonder onzekerheid en zelfverzekerdheid die beiden vanuit polariteit gevoed zijn en die om te beginnen geen echt zelfvertrouwen in mij teweegbrengt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in inferioriteit te schieten en te twijfelen aan mijzelf, waardoor de zelfverzekerdheid die ik dacht te bezitten geen echt zelfvertrouwen kon zijn.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van zelftwijfel, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik aan mijzelf twijfel omdat ik diep van binnen weet dat mijn zelfvertrouwen gebaseerd is op gedachten/opinies over wie ik denk te zijn. Ik stop de de twijfel en zoek de stabiliteit in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet aan mijzelf te twijfelen maar in mijzelf te geloven dat zelfvertrouwen vanuit eenheid en gelijkheid met de ander mogelijk is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de superioriteit te schieten om mijn persoonlijkheid als zelfverzekerd veilig te stellen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon waarbij ik inferioriteit ervaar en superioriteit gebruik om dat wat ik denk dat stukgemaakt wordt te beschermen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de enige ben die iets kan stukmaken of kan toestaan dat iets in mij wordt stukgemaakt door starheid en gebrek aan wil om te veranderen. Ik stop de polariteit in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de ander niet als de vijand te beschouwen maar als de aangever die mij kan doen inzien dat ik de vijand kan zijn van mijzelf als ik mijzelf als gedachten en opinies niet stop.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben over wie ik denk te zijn en of ik dat ook daadwerkelijk ben aangezien mij dat nu veiligheid en bescherming lijkt te bieden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om te ontdekken wie ik echt ben of wie ik echt kan zijn, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben van een spookbeeld in mijn ‘geest’ zonder dit ooit in de werkelijkheid te testen. Ik stop de angst, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien wie ik ben als ik mijn ideeën over mijzelf en aangemeten persoonlijkheden los laat. In het ergste geval beval het mij niet wat ik zie, dan bestaat er altijd nog de kans om mijzelf te corrigeren in het belang van een ieder.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in verwarring te zijn over wat ik bij de ander zag en hetzelfde van binnen bij mijzelf voelde.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet de reflectie van mijzelf te willen zien in de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de reflectie als bedreigend ervoer als zijnde mijn ‘geest’ en de bedenker van mijn zelfverzekerde persoonlijkheid. Ik stop de angst voor de ander die een deel van mij reflecteerd, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet weg te schrikken van de reflectie momenten van de ander naar mij, maar het tot mij te nemen en te zien wat ik er mee kan, wat het mij zegt zonder reacties een oordelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de angst voor de ander die mij kan veranderen als een reële daad van de ander te ervaren en niet te zien dat ik bang ben voor mijzelf, voor de verandering in mijzelf die ik, alleen ik kan teweegbrengen en stoppen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst van mijn ‘geest’ uit dat ik mijzelf zal veranderen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik als ik de ‘geest’ geloof nooit zal veranderen zonder de ‘geest’ van dienst te zijn. Ik stop de angst voor mijzelf door de ogen van mijn ‘geest’, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te realiseren dat mijn ‘geest’ geen boodschap heeft aan veranderen in het belang van een ieder en alle gedachten zal aanwenden om mij te doen geloven dat het beter is om te gehoorzamen aan de ‘geest’ dan aan mijzelf trouw te blijven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de ander als de boodschapper van mijn eigen bericht te beschuldigen als aanvaller.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de boodschapper te willen aanvallen en het bericht niet willen accepteren, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat de boodschapper slechts de boodschapper is en dat ik heftige reacties op de boodschap heb en niet op de boodschapper. Ik stop de angst en boosheid jegens de boodschapper, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in het vervolg te kijken wat de boodschapper te zeggen heeft en mijn reacties op de boodschap in het juiste perspectief te zetten zodat ik ermee kan werken en zien of ik het op dit moment in mijn proces kan aannemen of nog moeten laten liggen als iets dat ik later opnieuw bekijk.

Advertenties

Dag 364 van 2555: computersystemen als de reflectie van mijn eigen beperkingen

DIP Lite cursusDeze post is een vervolg op de vorige post “een systeem test”. Waar ik in mijn vorige post vertelde over 3 gebeurtenissen op één dag waarbij ik tegen het ‘systeem’ aanliep, zal ik dat in deze post verder uitdiepen.

Het ‘systeem’ waar ik het over had, zijn de door mensenhanden gemaakte computersystemen, die net als de mens een reflectie van onze beperkingen zijn. En het zijn deze beperkingen waar ik zo keihard tegenop bots. Ik wil niet in dat hokje geduwd worden van beperking, terwijl ik mijzelf voortdurend in hokjes van beperking stop. Toch als dat van buitenaf wordt gedaan dan ontstaat er meer frictie/wrevel en ervaar ik het als tegenwerking.

In het eerste voorbeeld had mijn dochter in het computersysteem van het CBR een verkeerd hokje aangeklikt en tegen de tijd dat zij dit door had en het wilde veranderen ging dat niet meer. Het computersysteem en de mensen erachter wisten hier geen raad mee, er is geen protocol voor wat te doen bij het verkeerd invullen. Er werd iets bedacht en ons werd gevraagd om het op te lossen door op een uitgeprinte versie het verkeerde hokje door te kruisen, het juiste hokje aan te kruisen en een paraaf erbij te zetten, plus een verklaring van de huisarts dat het verkeerd aangekruiste ziektebeeld ook daadwerkelijk niet aan de hand was, dus geen psychiatrische behandeling/beroerte/aandoening aan het zenuwstelsel. De huisarts schreef vervolgens in deze verklaring dat er wel sprake van kortdurende psychologische interventie was geweest, wat een volgende aanvaring in het computersysteem en de mensen van het CBR opleverde. De huisarts had moeten verklaren dat er geen sprake is van een psychiatrische behandeling/beroerte/aandoening aan het zenuwstelsel, door iets nieuws in te brengen raakte het computersysteem opnieuw van de rel en produceerde een nieuwe brief die vroeg om uitleg van de huisarts. De huisarts moest nu verklaren in welke periode dit had plaatsgevonden, wat de diagnose en prognose was en wat de huidige medicatie en dosering is. Uit deze vragen kon ik opmaken dat het computersysteem nog steeds op de psychiatrische behandeling was blijven steken en de verklaring van de huisarts geen verandering had gebracht. Waarom had de huisarts dit ingevuld, omdat zij in alle eerlijkheid de verklaring wilde invullen. Maar het ging hier niet over eerlijkheid, het ging hier over een aantal gerichte vragen die voor het CBR duidelijkheid moeten geven of de aanvrager van een rijbewijs fysiek/geestelijk in staat is om auto te rijden. De huisarts heeft vervolgens de vragen van het CBR beantwoord en nogmaals geschreven dat het gaat om een psychologische behandeling.

Dit zijn dus de beperkingen van een computersysteem en de mensen erachter waar ik opgewonden over kan raken. Het computersysteem kent geen gevoelens en emoties, het is simpelweg een hokje invullen met bijvoorbeeld ja of nee. Het computersysteem is per definitie beperkt omdat het nooit alle dimensies in ogenschouw neemt of kan nemen. De verwarring ontstaat als er buiten het computersysteem om naar een oplossing wordt gezocht waar geen protocol voor is en de verkeerde triggers door verschillende mensen in het systeem worden gestopt. Dan ontstaat er chaos terwijl ik de gehele tijdslijn zie waarop dit ontstond, maar ik kon het niet stoppen of veranderen, ik was afhankelijk van anderen met emoties en gevoelens. En wow daar zit de frustratie, ik wil het tij keren, omdat ik zie dat het allemaal niet zo ingewikkeld is, maar het lukt mij niet omdat ik niet de enige deelnemer ben in dit verhaal.

In het tweede voorbeeld loop ik stuk op het feit dat de belastingdienst mijn zakelijke bankrekeningnummer wel in het computersysteem heeft staan, maar het systeem signalen afgeeft wanneer er sprake is van teruggave omzetbelasting dat er geen bankrekeningnummer aanwezig is. Dit is doormiddel van de juiste formulieren en telefoongesprekken recht gezet, maar elke keer als er geld uitgekeerd moet worden dan blijkt het systeem mijn bankrekeningnummer opnieuw niet te kennen. Dus werd mij voor de derde keer gevraagd om een formulier in te sturen omdat het laatste formulier een blanco hokje zou hebben waar ik voor de tweede maal mijn fiscaalnummer had moeten invullen. Aangezien ik dit formulier niet had ingescand kon ik dit niet nakijken, dus die les heb ik geleerd. Inmiddels wil men mijn teruggave omzetbelasting doen en heeft ook de laatste poging nog niets opgeleverd. Hier wordt ik best moedeloos van, ik zie dan al voor mij dat ik dit nog minstens 20 keer moet doen totdat iemand zegt, “oh maar we hadden een instelling in het systeem fout gezet”. Dat is wat ik vermoed dat er een kink in het systeem is wat maakt dat het systeem zegt mijn bankrekeningnummer niet te hebben, terwijl bij navraag het tot op heden wel aanwezig is.

In het derde voorbeeld probeerde ik behulpzaam te zijn door de krant te melden dat zij aan mij advertentie rekeningen stuurden die voor een ander bedrijf bedoeld waren. Ook hier had het computersysteem beperkingen en kon niet het juiste adres van de klant ingevoerd worden dat nu aan mijn zakelijke adres vastzat, terwijl ik geen klant van hen ben. De enige oplossing die het computersysteem had was een creditnota aan mij uit te sturen. En daar kreeg ik er ook nog eens twee van thuis gestuurd. Op dat punt had ik spijt dat ik überhaupt gebeld had en iets probeerde recht te breien wat geen directe gevolgen voor mij had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het computersysteem te beoordelen als beperkend waardoor mij niets valt te verwijten.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van veroordelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik binnen dit veroordelen iets trigger in mijzelf dat ik niet wil zien. Ik stop de veroordeling, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien dat ik mij verwijder van wat er gebeurd met mijzelf tijdens het veroordelen en ik niet wil zien dat ook ik een aandeel heb in de reactie die het in mij teweeg brengt. Als ik het woord veroordeling opsplits dan krijg ik ver-oor-deling, waarbij ver en oor verwijzen naar het niet willen zien/horen van wat er eigenlijk gaande van binnen en deling verwijst naar het feit dat het gaat om gedeelde smart waar ik een aandeel heb tezamen met het veroordeelde, in het tot stand brengen van deze reactie in mij.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de reactie die ik heb tijdens het veroordelen van het computersysteem wegdruk en dus liever de aandacht van mijzelf afleid en het computersysteem als de schuldige aanwijs die mij op de kast jaagt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de aandacht van mijzelf afleiden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik naar een zondebok zoek voor mijn energetische reactie. Ik stop het afleiden en onderzoek wat er gaande is in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet direct het computersysteem de schuld te geven voor de emoties die ik ervaar terwijl de boel in de soep loopt, maar mijn zelfverantwoordelijkheid te nemen voor dat wat ik zelf ingang zet.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de mensen die het computersysteem vertegenwoordigen en mij te woord staan als een blok aan het been te ervaren die niet constructief willen meedenken met mijn probleem.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van anderen beschuldigen van tegenwerking, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik iets vraag van de ander wat volgens protocollen en de computersystemen ik niet van hen kan verlangen. Ik stop het beschuldigen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om onderscheid te maken tussen mensen die moedwillig mij tegenwerken en mensen die omwille van beperkte computersystemen niet mee kunnen werken en dus niet in die positie verkeren om het verschil te kunnen maken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de kwaliteit van mijn communicatie met de mensen van het computersysteem af te laten hangen van mijn reactieve staat.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet kunnen communiceren in zelfoprechtheid door reactief gedrag, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de beperkingen die ik ervaar niet verminder, maar mijzelf juist beperk in mijn communicatie naar de ander toe. Ik stop de beperking, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat reactief gedrag geen handelen of communiceren in zelfoprechtheid oplevert en ik mijzelf dus beperk en saboteer, waardoor er geen oplossingen gevonden kunnen worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frustratie te ervaren in samenhang met de situatie en dit te ervaren als in de situatie gezogen worden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van frustratie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik oploop tegen de grenzen van wat ik kan doen en ervaar mijzelf zo als beperkt. Ik stop de frustratie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in plaats van het omarmen van frustratie, wanneer ik tegen mijn eigen muur en die van het computersysteem aanloop, mijn ademhaling te omarmen en te gebruiken om hier te blijven en te kunnen zien waar de blokkade in mij en het computersysteem zit, om zo naar oplossingen te kunnen zoeken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als gescheiden van het computersysteem te zien terwijl ik in het computersysteem vertegenwoordigt ben.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van afscheiding van het geheel, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik liever wil kunnen zeggen dat ik er geen deel van uitmaak en dus ook niet deel van het probleem ben. Ik stop het afscheiden van mijzelf van het geheel, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf als deel van het geheel te beschouwen en dus elke keer wanneer ik een ervaring heb waarbij ik mij niet één met geheel voel ik in mijzelf moet kijken waar ik mijn zelfverantwoordelijkheid niet wil nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om behulpzaamheid op te voeren als deugd en dus niet met een kluitje in het riet gestuurd mag worden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mij superieur aan de ander/computersysteem te ervaren door mijn behulpzaamheid, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik door mijn frustratie mij eigenlijk klein en hulpeloos voel ten opzichte van de ander/het computersysteem waar geen beweging in lijkt te komen, zodat ik als tegenreactie op deze ervaring in mijzelf, mij superieur gedrag en denkpatronen aanmeet. Ik stop de superioriteit en dus de polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten verleiden om met reactief gedrag op mijn eigen reactief gedrag te reageren en zo voor de ander/het computersysteem het alleen maar moeilijker maak om tot oplossingen te komen.

Dag 296 van 2555: kwetsen – zelfvergeving en zelfcorrectie

leefbaar inkomen gegarandeerdDeze blog is een vervolg op de vorige blog, het is dan ook aan te raden de vorige blog eerst te lezen voor context.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik bang ben om een ander te kwetsen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om de ander te kwetsen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik hier vanuit ego/’geest’ reageer en niet met gezond verstand in zelfoprechtheid besta. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te realiseren dat de angst om te kwetsen in weze de angst om gekwetst te worden is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn gekwetst te worden.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om gekwetst te worden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de woorden van de ander persoonlijk neem omdat ik mij bevindt in een realiteit van angst. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn ego niet in mijn interactie met anderen te mengen, maar hier te zijn in zelfoprechtheid en te zien dat ik de reactie die mijn woorden bij de ander oproepen gebruik om zelf een reactie op te hebben om zo als ‘een slachtoffer uit de strijd’ te komen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het gekwetst worden van mijn ego in de schoenen van de ander te duwen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van beschuldigen wanneer ik ‘kwetsende’ woorden van een ander persoonlijk neem als ‘kwetsend’, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet de verantwoordelijkheid voor mijn woorden wil dragen wanneer ik dingen zeg die niet gezegd hadden hoeven worden. Ik stop het beschuldigen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om verantwoordelijkheid te dragen voor de woorden die ik spreek en voor de woorden die ik wil spreken maar niet uitspreek.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor de ander wanneer ik de ander mogelijkerwijs kwets.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst voor de ander als angst voor mijzelf, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet bang ben voor de ander maar voor mijzelf als ongeleid projectiel die toch dingen zou kunnen zeggen waarvan ik bang ben dat die de ander zou kwetsen en daarmee mijzelf. Ik stop de angst voor mijzelf en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te realiseren dat ik de aanstichter ben van een kettingreactie die kan ontstaan wanneer ik dingen zeg die de ander kwetsen, spreek ik in zelfoprechtheid dan spreek ik de woorden in het belang van een ieder en mocht de ander dan toch zichzelf gekwetst voelen dan is de reactie van de ander niet langer mijn verantwoordelijkheid maar de reflectie van de ander in mij.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn gekrenkt te worden en daarmee verbrijzeld te worden door de woorden of handelingen van de ander.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het geloven van mijn ego, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat wanneer ik mijn ego geloof dan geloof ik dat het mogelijk is dat ik als ego verbrijzeld kan worden door woorden. Ik stop dit geloof en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om angsten van het ego niet als echte fysieke angsten van mijzelf als levend wezen in mijn fysieke werkelijkheid te duiden, maar te zien als onderdeel van mijn energetische fantasie wereld in de ‘geest’.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bepaalde woorden niet te gebruiken uit voorzorg voor het niet krenken/kwetsen van de ander.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van controle behouden door de woorden die ik spreek, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn communicatie niet inzet in het belang van een ieder, maar mijn communicatie inzet om mijn eigen hachje te denken te redden. Ik stop de controle en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn communicatie niet in te zetten om controle te behouden over mijn werkelijkheid, maar in plaats daarvan mijn woorden aan te sturen in zelfoprechtheid en zo in mijn kracht te gaan staan en mijn woorden en fysieke werkelijkheid aan te sturen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor het boemerang effect en daar geen verantwoordelijkheid voor denken te kunnen nemen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst voor de gevolgen van mijn woorden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik alleen zelfverantwoordelijkheid kan nemen wanneer ik begrijp/realiseer dat wanneer ik spreek ik moet kunnen staan als mijn woorden. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf en mijn wereld beter te begrijpen om zo te zien wat gecommuniceerd dient te worden en wat niet, en op voorhand te kunnen ‘voorspellen’ wat de uitkomst zal zijn van bepaalde communicatie, zonder te fantaseren over wat er zal gaan gebeuren wanneer ik bepaalde woorden spreek.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het niet krenken/kwetsen te gebruiken als controle over mijn werkelijkheid.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van controle willen behouden over mijn werkelijkheid door communicatie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat dit niet werkt als een soort van éénrichtingsverkeer. Ik stop de drang naar controle en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf aan te sturen doormiddel van communicatie met mijn buitenwereld vanuit zelfoprechtheid in het belang van een ieder.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf slachtoffer te voelen van het boemerang-effect.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het slachtoffer zijn van het kwets-boemerang-effect, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de bal kaatste en dus moet terug verwachten of dat ik sprak vanuit zelfoprechtheid maar de ander zijn woorden/reactie persoonlijk nam. Ik stop de slachtofferrol en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om nog te spreken zonder zelfoprechtheid en niet langer de ander zijn reactie persoonlijk te nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik niemand kan kwetsen wanneer ik zelfoprecht ben.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van communicatie en zelfoprechtheid niet te verbinden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat dit niet verbind zodra ik spreek vanuit energie/ego. Ik stop de communicatie vanuit energie/ego en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn communicatie vrij van energie/ego te laten zijn.

Dag 212 van 2555; je hoeft niet zo te schreeuwen

equal money capitalismAl fietsend vandaag naar de winkel reed ik langs een auto waar een kleuter half uit de auto op de achterbank hing en een moeder met het portier in haar hand. De kleuter gaf aan binnen nog iets te willen pakken, terwijl haar moeder steeds harder ging schreeuwen dat er geen tijd was en haar dochter in de auto moest gaan zitten. Dit is een plaatje dat de meeste ouders niet vreemd is en zij die geen ouders zijn vaak genoeg getuigen van geweest zijn. Een kwaaie moeder en een kind dat niet van plan is mee te werken.

 

Dit zijn van die momenten waar een eigen agenda niet in een gezamenlijke activiteit past. De moeder is kwaad omdat zij geen tijd denkt te hebben en snel snel weg wil, terwijl haar kind aan haar hoofd zeurt en haar plan om snel weg te sjezen in het water gooit. Het kind wil graag iets mee nemen van thuis en snapt niet waar haar moeder zich zo over opwind en is niet voornemens haar idee los te laten omdat zij simpelweg haar moeders hysterie niet begrijpt.

 

Het grappige aan dit voorval is dat de moeder zoveel tijd verdoet aan het schreeuwen tegen het kind en het zich opwinden en in de toekomst projecteren, dat zij gemakkelijk het kind even iets had kunnen laten pakken. Zo hadden ze misschien nog op tijd geweest en had ieder zijn ding kunnen doen. Echter deze 2 mensen verkozen het pad van de emoties, gevoelens en angsten om in plaats van hun relatie te verstevigen, afscheiding te creëren.

 

Zelf heb ik nooit geschreeuwd tegen mijn kinderen, wel ken ik het gevoel van denken te laat te komen, met kinderen die niet meewerken in jou optiek omdat er eigenlijk voor niets meer tijd is. Te laat komen kan alleen maar wanneer je al te laat in de auto stapt. Ook heb ik gezien bij mijn kinderen dat wanneer je te weinig en te onduidelijk communiceert er onbegrip en onzekerheid bij het kind ontstaat, waardoor het eerder geneigd is om zich vast te bijten in wat het wil als een soort van valse houvast/stabiliteit. Als 2 ego’s tegen elkaar op te gaan bieden is geen gezonde band voor ouder en kind, als ouders of opvoeders blijven we het voorbeeld of we dat nu door hebben of niet. Waarom schreeuwen kinderen tegen andere kinderen en zijn ze ongeduldig, omdat zij dat thuis zien als voorbeeld.

 

Probleem:

 

Als ouder niet in het hier en nu te zijn in elke adem waardoor de communicatie er 1 is die gebaseerd is op toekomst projecties en doordrenkt van angst door mee te bewegen op de energie van emoties en gevoelens.

 

Oplossing:

 

Als ouder hier te zijn in elke adem en effectief te communiceren zodat je beiden hetzelfde startpunt hebt waarin nog ruimte is voor wensen van beide partijen zonder dat de 1 de ander de wil oplegt uit angst iets te moeten missen.

 

Beloning:

 

Een relatie opbouwen met je kind in gelijkheid en eenheid waardoor ego’s niet te hoeven botsen en je echt kunt genieten van elkaar.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in mijn geest mijn leven af te draaien en alles snel snel wil afhandelen waar ik mijn kind op sleeptouw meeneem, maar mij niet echt verbind met mijn kind en niet in zijn/haar schoenen kan staan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te kunnen verbinden met mijn kind wanneer ik in haast als mijn geest leef.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te vergeten dat mijn kind niet mijn gedachten kan lezen en dus instructie nodig heeft om te snappen waarom ik het van A naar B wil verplaatsen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om haast toe te laten in mijn leven en mij niet te realiseren dat ik zo niet in het hier en nu ben en zo ook niet alle gevolgen kan overzien van mijn handelen binnen mijn fysieke werkelijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat wat redelijk voor mij lijkt ook redelijk voor mijn kind is en mij niet te realiseren dat ik in de schoenen van mijn kind moet kunnen staan om de gevolgen van mijn beslissingen te kunnen overzien.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zij te laat te komen en gezichtsverlies te lijden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik alleen te laat kom door overmacht of een ineffectieve planning en dat frustratie over deze planning niet op en ander als excuus afgewend kan worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn kind niet te gebruiken als excuus waarom ik te laat ben, maar te zien dat ik niet effectief ben geweest in planning en communicatie.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om beslissingen voor mijn kind te nemen in angst en niet te snappen waarom mijn kind steigert en de oneerlijkheid in mij wel kan zien.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te laten verleiden om mijn macht over mijn kind te laten gelden om zo mijn niet altijd effectief tijdsplannen onder het tapijt te kunnen schuiven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om soms te denken dat ik macht over mijn kind nodig heb om mijn zin door te kunnen drijven en niet mijn kind in overweging te nemen bij het maken van beslissingen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om ouders door blogs duidelijk te maken dat schreeuwen en je zin door drijven bij je kind een slecht voorbeeld is dat doet navolgen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om terug te kijken naar de opvoeding die ik mijn kinderen gaf om door zelfvergeving en correctie te leren van mijn verleden om zo anderen te kunnen ondersteunen die daar behoefte aan hebben.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet als haast te leven met mijn kinderen en in het algemeen in mijn leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in het hier en nu te blijven terwijl ik bouw aan mijn relatie met mijn kinderen.

 

Dag 202 van 2555; is wantrouwen te overbruggen?

equal money capitalismVerder bordurend op het wantrouwen dat ik in mijn blog van gisteren aansneed en een documentaire die ik keek, rees de vraag wanneer en hoe wantrouwen te overbruggen is. Een logisch antwoord is het vertrouwen in jezelf te vinden waardoor het vertrouwen in de ander wordt hersteld. Kijkend naar deze specifieke situatie dan kan ik terugkijkend zien dat er nooit echt vertrouwen is geweest in de eerste plaats, het was meer een aftasten of er vertrouwen kon zijn. Simultaan daarmee is er het feit dat ik nooit 100% vertrouwen in mijzelf heb gekend. Dus wat heb ik hier? Het kip en het ei verhaal?

Ik wilde bij de familie horen, omdat ik bij mijn partner wilde horen, maar dat geeft geen vertrouwen in zichzelf. Dat is meer de angst om te verliezen en meer te accepteren en toestaan dan dat ik zonder die angst had gedaan. Dus vanuit angst zocht ik naar vertrouwen in de familie als vertrouwen in mijzelf, zodat ik dat behield wat ik wilde hebben en verder ging dan ik mij had voorgesteld. En daar zit het stukje wantrouwen, mijzelf wantrouwen als de ander dat ik verder zal gaan met zaken te accepteren en toestaan die niet in het belang van een ieder zijn. En elke keer wanneer zich zo’n situatie voordeed over de afgelopen 17 jaren, dan had ik heftige reacties, alsof ik een stukje van mijzelf hierdoor verloor. Waarmee de angst voor de dood als uiteindelijke angst op mij lag te wachten, nadat ik beetje bij beetje van mijzelf verloor door te handelen vanuit angst. En dat kenschetst mijn verhouding/relatie met de familie, als iets dat mijn dood wordt, waardoor ik er niet graag mee geconfronteerd word of mee in aanraking kom. Het is een angst die mij door de loop der jaren heeft doen hyperventileren, buikpijn deed krijgen en zelfs misselijk heeft gemaakt. Ik heb dus uiteindelijk te maken met de angst voor de dood door gebrek aan zelfvertrouwen waardoor ik door de bril van angst kijk en de dingen niet meer in perspectief kan zien.

Het is goed om te snappen dat dit mijn aandeel in het geheel is en het deel dat ik kan veranderen, ik kan niet veranderen dat ik word gezien als het punt waar al het kwade vandaan komt en dus buiten de gratie ben gevallen. Voor mij rest het herstellen van mijn zelfvertrouwen om zo in mijn communicatie een levend voorbeeld te kunnen zijn, wat voor mij de enige manier is om het wantrouwen te overbruggen.

Probleem:

Het wantrouwen in mijzelf als het wantrouwen in de ander, waardoor ik handel vanuit angst.

Oplossing:

Het vertrouwen in mijzelf herstellen waardoor ik niet meer door de bril van angst en verlies kijk en als levend voorbeeld de brug naar de ander kan zijn om het wantrouwen te herstellen.

Beloning:

Met elkaar om kunnen gaan zonder angst en wantrouwen en communicatie in het moment met elkaar te hebben waar zelfoprechtheid normaal is en eerlijkheid afgewogen moet worden in het belang van een ieder.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf nooit echt vertrouwd te hebben en daarmee de ander als mij wantrouw.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij de familie te willen horen door het feit dat mijn partner deel uit maakt van de familie en ik hem niet wilde verliezen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn mijn partner te verliezen wanneer ik geen deel zou kunnen uitmaken van de familie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf in te passen in de familie en mij niet te beseffen dat ik daarmee zaken accepteerde en toestond waar ik niet achter kon staan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door angst te zoeken naar vertrouwen in de familie en daarmee in mijzelf.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn partner niet te willen opgeven en mij niet te realiseren dat dit niet aan de orde was en ik hem daardoor als bezit behandelde.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te wantrouwen voor mijn handelen vanuit de angst van verlies en uiteindelijk de angst om mijzelf te verliezen als de angst voor de dood.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben stukje bij beetje mijzelf te verliezen in zelfoneerlijkheid en dit te ervaren als de weg naar de dood en mij niet te realiseren dat het de weg van mijn ego naar de dood was.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn relatie met de familie als een langzame dood te zien en ervaren waardoor ik er niet graag mee geconfronteerd word en mij het liefst ervan afscheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om deze angst voor de dood zo te internaliseren dat het fysiek werd en mij hyperventilatie, buikpijn en misselijkheid opleverden wat duidt op angst.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door angst mijn fysieke werkelijkheid niet meer in perspectief kan zien.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn zelfvertrouwen te herstellen om zo in mijn communicatie een levend voorbeeld te kunnen zijn, wat voor mij de enige manier is om het wantrouwen te overbruggen.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst voor de dood als iets van het ego te zien en niet iets dat mij beperkt om zonder angst te vertrouwen in mijzelf als de ander.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om altijd alles terug te brengen naar mijzelf waardoor mijn zelfvertrouwen toeneemt om te zien hoe ik iets dat misschien onmogelijk lijkt kan overbruggen.

Dag 186 van 2555; wanneer frustratie de overhand neemt

equal money capitalismGisteravond wilde ik mijn partner een website tonen, maar zodra ik op mijn balk ging staan om de URL in te voeren dan floepte mijn cursor naar boven of beneden van de balk. Mijn partner zei iets in de trant van, je moet wel in het kader klikken. Waarop ik zei, dat is wat ik doe, maar de cursor springt meteen weg. Ik zat te zuchten en te bedenken hoe ik het snelst dit kon oplossen. Mijn partner vroeg mij om niet de rechter muis knop in te drukken, maar gewoon op de balk te klikken, en dat was nu juist wat ik steeds had gedaan. Ik raakte geïrriteerd van de opmerkingen van mijn partner, hij veronderstelde door alleen naar het scherm te kijken dat ik van allerlei zaken deed, terwijl dat niet het geval was. Ik zag irritatie bij hem en ik wilde dit snel tot een einde brengen om niet in een impasse te komen, dus besloot ik de tab te sluiten. De tab sloot niet maar gaf in plaats daarvan een voor mij nieuw uitklap venster. In de tussentijd bleef mijn partner door ratelen in mijn linker oor dat ik toch echt moest ophouden om de rechter muisknop te gebruiken. En ja toen was ik gefrustreerd, mijn partner dacht dat ik gefrustreerd was van de computer, maar in werkelijkheid was ik gefrustreerd van mijn communicatie met hem. Ik had het idee dat ik niet tot hem kon doordringen dat hij vast zat in de realiteit van het beeldscherm, wat duidelijk niet de realiteit was aangezien ik niet dat met de muis deed wat er werd weergegeven op het scherm. Maar wat mij het meest frustreerde was dat ik door de woordkeuze die mijn partner gebruikte kon horen dat ik in dit moment werd beoordeeld door de ogen van eerdere ervaringen geladen met frustratie die mijn partner over mij heeft. Daar zat ik dus in mijn fysieke realiteit en ik snapte niet hoe ik tot mijn partner kon doordringen die zijn vertrouwen bouwde op eerdere negatief geladen ervaringen en de werkelijkheid van het computerscherm dat duidelijk in de bonen was.

 

Wat mij opviel in deze situatie was dat dit een grote frustratie van mij is wanneer mensen mij beoordelen aan de hand van gewezen ervaringen. Ik ken mensen die altijd blij worden van mij, omdat zij die ervaringen hebben gehad en dat willen behouden.Vroeger als kind werd je vaak afgerekend op het beeld dat je ouders van je hadden gevormd. Dit zijn zulke situaties waar ik het gevoel heb dat ik geen invloed kan uitoefenen op mijn werkelijkheid, omdat de ander niet deelneemt aan de fysieke werkelijkheid. En omgekeerd maak ik mij er natuurlijk zo nu en dan ook schuldig aan om anderen te benaderen op basis van opinie of eerdere ervaringen. Zo kunnen we niet effectief met elkaar omgaan, de werkelijkheid van de geest en de fysieke werkelijkheid zijn niet 1 op 1 uitwisselbaar. Diegene in de werkelijkheid van de geest is een zombie in de fysieke werkelijkheid en diegene in de fysieke werkelijkheid kan geen contact maken met de zombie.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om gefrustreerd te raken van het feit dat ik niet in contact sta met de ander.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat wanneer de ander mij beoordeeld aan de hand van eerdere negatieve ervaringen ik ook daadwerkelijk diegene ben uit de werkelijkheid van de geest van de ander.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te verzetten tegen het personage dat ik denk te moeten aannemen omdat het op mij gedrukt wordt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om dit negatieve personage te worden, wat frictie geeft met het positieve zelfbeeld van mijzelf dat altijd goed uit de verf komt in mijn geest.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn ego los te laten in zo’n situatie en probeer mijn gezicht te redden, wanneer ik zie dat de ander mij negatief wil afschilderen, terwijl dat niet berust op de werkelijkheid in dat moment.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om letterlijk een muur te voelen tussen mij en de ander wanneer ik niet met communicatie kan doordringen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat het nooit meer goed komt en ik nooit meer zal doordringen tot die ander, nu de mindset veranderd is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frustratie te gebruiken om mijn angsten te verbergen die erachter schuil gaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frustratie de boventoon van mijn interactie te laten zijn en mij niet te realiseren dat ik mij op die manier limiteer en niet meer kan zien wat er gedaan kan worden om de situatie terug in het hier en nu te zetten om ermee om te kunnen gaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij hulpeloos te voelen nu communicatie niet lukt met de ander en het daar dan maar bij te laten en de frustratie in al zijn lagen in te slikken en te onderdrukken totdat het er een keer uit zal komen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geen oplossing te kunnen zien, omdat ik denk vanuit het eigen kader en mij niet realiseer dat we met z’n tweeën zijn en dus samen uit een communicatie impasse dienen te komen, wat niet rust op 1 partij maar op beiden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij in zo’n situatie van geen communicatie te willen terugtrekken om mijn wonden te likken om niet meer met de negatieve ervaring geconfronteerd te worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het terug trekken in de geest als meest veilige optie te zien wanneer communicatie in mijn fysieke werkelijkheid niet lukt en ik de handdoek in de ring gooi.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om anderen te beoordelen op basis van opinie en herinneringen en de ander niet de kans te geven om te laten zien wie hij/zij is in het moment en mij in dat moment niet te realiseren dat het ook mij frustreert wanneer anderen mij zo beoordelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om situaties in de fysieke werkelijkheid te beoordelen met de werkelijkheid van mijn geest en mij niet te realiseren dat zo’n beoordeling altijd verwijtend is of de werkelijkheid verdraaid ten voordele van mijzelf.

 

Wanneer en als ik zie dat ik mij verlies in frustratie over hoe de ander mij beoordeeld dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dan dat deze beoordeling niets aan mijn zijn veranderd en slechts een perceptie van de ander is. Ik stop en zie dat deze angst om slecht beoordeeld te worden mij nergens brengt dan consequenties en haal ik adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten leiden door frustratie in welke vorm dan ook en hoe geoorloofd ik het ook vindt ik het moment, frustratie geeft aan dat ik mijzelf niet aanstuur in het belang van een ieder dus is het een actie vanuit zelfoneerlijkheid.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat alleen ik bepaal wie ik ben in elk moment van mijn ademhaling en dat een opinie/ervaring/beeld van een ander daar geen verandering in aan kan brengen in de fysieke werkelijkheid.

Dag 134 van 2555; de verarming van Nederland

Dag 134 van 2555; de verarming van Nederland  Waar ik gisteren aanliep tegen het feit dat mijn communicatie in de supermarkt niet goed uitpakte toen ik sprak over €20 stuk maken in losgeld, stond ik vandaag met mijn dochter bij de bushalte te wachten op de enige bus die op dat tijdstip langskomt. Mijn dochter stond klaar om in te stappen met haar krukken, de bus was te vroeg, en ging niet in het busvak staan wat daarvoor bedoeld is en de buschauffeuse zwaaide met haar armen van “wat wil je nou”. Wij stonden verbouwereerd te kijken naar de gebaren die ze maakte en waren verrast door het niet direct stoppen van de bus in het busvak. Toen de deuren opengingen en mijn dochter instapte, begon de buschauffeuse tegen mij geïrriteerd te praten. Waarom we niet gezwaaid hadden of ons hand hadden opgestoken? Geen idee dacht ik. We doen deze busroutine nu een week vanwege een geblesseerde knie van mijn dochter en niemand heeft haar gevraagd te zwaaien tot dusver en niemand is langs haar gereden wanneer ze op de blinden/slechtzienden plek stond om in te stappen. Klaarblijkelijk hadden wij een grote verantwoordelijkheid over het hoofd gezien door niet aan te geven dat wij mee wilden. Wat we wel niet dachten zei de buschauffeuse, ze kon niet voor iedereen maar gaan stoppen. En ik dacht dat we duidelijk duidelijk waren geweest. Er stopt rond die tijd geen enkele andere bus, er wachten nooit mensen die een bus later of een andere bus moeten hebben, omdat de tijden redelijk uit elkaar liggen, wij waren de enige personen die op de aangegeven plek klaar stonden om de bus in te stappen, maar we waren vergeten te zwaaien.

Twee weken terug stond ik in de biologische winkel waar een man van in de 70 tegen de cassiere zei: “ik zal je maar geloven op je blauwe ogen”, waarbij de cassiere vroeg wat hij zei en bij herhaling meldde ze dat ze hem niet begreep. Nederland is aan het verarmen over de hele linie, van financieel tot taal tot voedsel tot hoe men met elkaar omgaat. Na 6 jaar Italië valt dit mij na terugkomst echt op. Maar goed, ik zal het moeten doen met wat er van de maatschappij geworden is. Ik weet inmiddels wat het is om buiten het systeem te staan, oftewel aan de zijlijn van het systeem/maatschappij. Dat is niet hetgeen waarop ik mij richt, ik zal als deel van de maatschappij deel nemen aan de maatschappij, ik heb alleen een inburgeringscursus nodig in het verarmd Nederlands, waar ik met de taal die ik vanuit mijn opvoeding en opleiding spreek vaak niet begrepen wordt en waar ik zelf de maatschappij niet altijd begrijp, wat het van mij wil. Irritatie en frustratie hebben heeft geen zin ik zal een brug moeten slaan tussen mijzelf en de andere delen van het systeem om zo het mij bewegen in het systeem niet te bemoeilijken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het niet altijd snappen van anderen, nerveus te worden, alsof er heel veel vanaf hangt en dat ik hetgeen ik niet snap zelf oplos moet oplossen om zo de weegschaal van dom en slim weer naar slim te krijgen en mij goed te voelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbaasd te zijn dat anderen mij niet altijd snappen, terwijl het in mijn geest zo duidelijk allemaal lijkt wat ik communiceer.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet altijd te kunnen verplaatsen in de schoenen van eenander en dat wat duidelijk is voor mij ook duidelijk acht voor een ander.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat mijn logica de logica van een ieder is of dat ik op z’n minst begrepen zal worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de toekomst te projecteren vanuit ego dat een ander mij zal begrijpen, omdat ik het zelf begrijp.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vanuit mijn ego boos te worden binnenin mij wanneer ik niet begrepen wordt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om Nederland als anders te ervaren door een gat van 6 jaar, terwijl dit proces van verarming al lang in gang was gezet en ik een soort van jetlag van 6 jaar doormaak.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een triest gevoel over mij heen te voelen als ik merk dat de taal zoveel armer is en enkel nog bestaat uit eenvoudige sms-taal.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het gevoel te hebben dat ik aansluiting mis bij deze maatschappij en mij niet te realiseren dat het eengevoel is en ik in mijn dagelijkse contact met de maatschappij gewoon mijn dingen kan doen en af en toe een extra brug moet slaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn door het systeem te worden uitgespuugd als ik mij niet aanpas aan de algemeen geldende arme normen.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om 1 en gelijk aan mijn omgeving te staan en te vragen zonder vooroordelen wanneer ik het niet snap en nogmaals op een andere manier uit te leggen wanneer een ander mij niet snapt.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om een taal te leren spreken die niet op mijn programmering is gebaseerd, maar op dat wat de communicatie met anderen in het moment ondersteunt en er zo, los van waarde oordelen toch communicatie is zonder onnodige frustraties.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om Nederland te nemen zoals het nu is, en niet vanuit nostalgie terug te kijkend op hoe het was, en zo effectief te kunnen zijn in een maatschappij die verarmd is geraakt door de input van een ieder, en daardoor het produkt is van ons allen en dus een deel is van ons allen.