Dag 364 van 2555: computersystemen als de reflectie van mijn eigen beperkingen

DIP Lite cursusDeze post is een vervolg op de vorige post “een systeem test”. Waar ik in mijn vorige post vertelde over 3 gebeurtenissen op één dag waarbij ik tegen het ‘systeem’ aanliep, zal ik dat in deze post verder uitdiepen.

Het ‘systeem’ waar ik het over had, zijn de door mensenhanden gemaakte computersystemen, die net als de mens een reflectie van onze beperkingen zijn. En het zijn deze beperkingen waar ik zo keihard tegenop bots. Ik wil niet in dat hokje geduwd worden van beperking, terwijl ik mijzelf voortdurend in hokjes van beperking stop. Toch als dat van buitenaf wordt gedaan dan ontstaat er meer frictie/wrevel en ervaar ik het als tegenwerking.

In het eerste voorbeeld had mijn dochter in het computersysteem van het CBR een verkeerd hokje aangeklikt en tegen de tijd dat zij dit door had en het wilde veranderen ging dat niet meer. Het computersysteem en de mensen erachter wisten hier geen raad mee, er is geen protocol voor wat te doen bij het verkeerd invullen. Er werd iets bedacht en ons werd gevraagd om het op te lossen door op een uitgeprinte versie het verkeerde hokje door te kruisen, het juiste hokje aan te kruisen en een paraaf erbij te zetten, plus een verklaring van de huisarts dat het verkeerd aangekruiste ziektebeeld ook daadwerkelijk niet aan de hand was, dus geen psychiatrische behandeling/beroerte/aandoening aan het zenuwstelsel. De huisarts schreef vervolgens in deze verklaring dat er wel sprake van kortdurende psychologische interventie was geweest, wat een volgende aanvaring in het computersysteem en de mensen van het CBR opleverde. De huisarts had moeten verklaren dat er geen sprake is van een psychiatrische behandeling/beroerte/aandoening aan het zenuwstelsel, door iets nieuws in te brengen raakte het computersysteem opnieuw van de rel en produceerde een nieuwe brief die vroeg om uitleg van de huisarts. De huisarts moest nu verklaren in welke periode dit had plaatsgevonden, wat de diagnose en prognose was en wat de huidige medicatie en dosering is. Uit deze vragen kon ik opmaken dat het computersysteem nog steeds op de psychiatrische behandeling was blijven steken en de verklaring van de huisarts geen verandering had gebracht. Waarom had de huisarts dit ingevuld, omdat zij in alle eerlijkheid de verklaring wilde invullen. Maar het ging hier niet over eerlijkheid, het ging hier over een aantal gerichte vragen die voor het CBR duidelijkheid moeten geven of de aanvrager van een rijbewijs fysiek/geestelijk in staat is om auto te rijden. De huisarts heeft vervolgens de vragen van het CBR beantwoord en nogmaals geschreven dat het gaat om een psychologische behandeling.

Dit zijn dus de beperkingen van een computersysteem en de mensen erachter waar ik opgewonden over kan raken. Het computersysteem kent geen gevoelens en emoties, het is simpelweg een hokje invullen met bijvoorbeeld ja of nee. Het computersysteem is per definitie beperkt omdat het nooit alle dimensies in ogenschouw neemt of kan nemen. De verwarring ontstaat als er buiten het computersysteem om naar een oplossing wordt gezocht waar geen protocol voor is en de verkeerde triggers door verschillende mensen in het systeem worden gestopt. Dan ontstaat er chaos terwijl ik de gehele tijdslijn zie waarop dit ontstond, maar ik kon het niet stoppen of veranderen, ik was afhankelijk van anderen met emoties en gevoelens. En wow daar zit de frustratie, ik wil het tij keren, omdat ik zie dat het allemaal niet zo ingewikkeld is, maar het lukt mij niet omdat ik niet de enige deelnemer ben in dit verhaal.

In het tweede voorbeeld loop ik stuk op het feit dat de belastingdienst mijn zakelijke bankrekeningnummer wel in het computersysteem heeft staan, maar het systeem signalen afgeeft wanneer er sprake is van teruggave omzetbelasting dat er geen bankrekeningnummer aanwezig is. Dit is doormiddel van de juiste formulieren en telefoongesprekken recht gezet, maar elke keer als er geld uitgekeerd moet worden dan blijkt het systeem mijn bankrekeningnummer opnieuw niet te kennen. Dus werd mij voor de derde keer gevraagd om een formulier in te sturen omdat het laatste formulier een blanco hokje zou hebben waar ik voor de tweede maal mijn fiscaalnummer had moeten invullen. Aangezien ik dit formulier niet had ingescand kon ik dit niet nakijken, dus die les heb ik geleerd. Inmiddels wil men mijn teruggave omzetbelasting doen en heeft ook de laatste poging nog niets opgeleverd. Hier wordt ik best moedeloos van, ik zie dan al voor mij dat ik dit nog minstens 20 keer moet doen totdat iemand zegt, “oh maar we hadden een instelling in het systeem fout gezet”. Dat is wat ik vermoed dat er een kink in het systeem is wat maakt dat het systeem zegt mijn bankrekeningnummer niet te hebben, terwijl bij navraag het tot op heden wel aanwezig is.

In het derde voorbeeld probeerde ik behulpzaam te zijn door de krant te melden dat zij aan mij advertentie rekeningen stuurden die voor een ander bedrijf bedoeld waren. Ook hier had het computersysteem beperkingen en kon niet het juiste adres van de klant ingevoerd worden dat nu aan mijn zakelijke adres vastzat, terwijl ik geen klant van hen ben. De enige oplossing die het computersysteem had was een creditnota aan mij uit te sturen. En daar kreeg ik er ook nog eens twee van thuis gestuurd. Op dat punt had ik spijt dat ik überhaupt gebeld had en iets probeerde recht te breien wat geen directe gevolgen voor mij had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het computersysteem te beoordelen als beperkend waardoor mij niets valt te verwijten.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van veroordelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik binnen dit veroordelen iets trigger in mijzelf dat ik niet wil zien. Ik stop de veroordeling, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien dat ik mij verwijder van wat er gebeurd met mijzelf tijdens het veroordelen en ik niet wil zien dat ook ik een aandeel heb in de reactie die het in mij teweeg brengt. Als ik het woord veroordeling opsplits dan krijg ik ver-oor-deling, waarbij ver en oor verwijzen naar het niet willen zien/horen van wat er eigenlijk gaande van binnen en deling verwijst naar het feit dat het gaat om gedeelde smart waar ik een aandeel heb tezamen met het veroordeelde, in het tot stand brengen van deze reactie in mij.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de reactie die ik heb tijdens het veroordelen van het computersysteem wegdruk en dus liever de aandacht van mijzelf afleid en het computersysteem als de schuldige aanwijs die mij op de kast jaagt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de aandacht van mijzelf afleiden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik naar een zondebok zoek voor mijn energetische reactie. Ik stop het afleiden en onderzoek wat er gaande is in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet direct het computersysteem de schuld te geven voor de emoties die ik ervaar terwijl de boel in de soep loopt, maar mijn zelfverantwoordelijkheid te nemen voor dat wat ik zelf ingang zet.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de mensen die het computersysteem vertegenwoordigen en mij te woord staan als een blok aan het been te ervaren die niet constructief willen meedenken met mijn probleem.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van anderen beschuldigen van tegenwerking, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik iets vraag van de ander wat volgens protocollen en de computersystemen ik niet van hen kan verlangen. Ik stop het beschuldigen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om onderscheid te maken tussen mensen die moedwillig mij tegenwerken en mensen die omwille van beperkte computersystemen niet mee kunnen werken en dus niet in die positie verkeren om het verschil te kunnen maken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de kwaliteit van mijn communicatie met de mensen van het computersysteem af te laten hangen van mijn reactieve staat.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet kunnen communiceren in zelfoprechtheid door reactief gedrag, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de beperkingen die ik ervaar niet verminder, maar mijzelf juist beperk in mijn communicatie naar de ander toe. Ik stop de beperking, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat reactief gedrag geen handelen of communiceren in zelfoprechtheid oplevert en ik mijzelf dus beperk en saboteer, waardoor er geen oplossingen gevonden kunnen worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frustratie te ervaren in samenhang met de situatie en dit te ervaren als in de situatie gezogen worden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van frustratie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik oploop tegen de grenzen van wat ik kan doen en ervaar mijzelf zo als beperkt. Ik stop de frustratie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in plaats van het omarmen van frustratie, wanneer ik tegen mijn eigen muur en die van het computersysteem aanloop, mijn ademhaling te omarmen en te gebruiken om hier te blijven en te kunnen zien waar de blokkade in mij en het computersysteem zit, om zo naar oplossingen te kunnen zoeken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als gescheiden van het computersysteem te zien terwijl ik in het computersysteem vertegenwoordigt ben.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van afscheiding van het geheel, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik liever wil kunnen zeggen dat ik er geen deel van uitmaak en dus ook niet deel van het probleem ben. Ik stop het afscheiden van mijzelf van het geheel, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf als deel van het geheel te beschouwen en dus elke keer wanneer ik een ervaring heb waarbij ik mij niet één met geheel voel ik in mijzelf moet kijken waar ik mijn zelfverantwoordelijkheid niet wil nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om behulpzaamheid op te voeren als deugd en dus niet met een kluitje in het riet gestuurd mag worden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mij superieur aan de ander/computersysteem te ervaren door mijn behulpzaamheid, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik door mijn frustratie mij eigenlijk klein en hulpeloos voel ten opzichte van de ander/het computersysteem waar geen beweging in lijkt te komen, zodat ik als tegenreactie op deze ervaring in mijzelf, mij superieur gedrag en denkpatronen aanmeet. Ik stop de superioriteit en dus de polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten verleiden om met reactief gedrag op mijn eigen reactief gedrag te reageren en zo voor de ander/het computersysteem het alleen maar moeilijker maak om tot oplossingen te komen.

Advertenties

Dag 186 van 2555; wanneer frustratie de overhand neemt

equal money capitalismGisteravond wilde ik mijn partner een website tonen, maar zodra ik op mijn balk ging staan om de URL in te voeren dan floepte mijn cursor naar boven of beneden van de balk. Mijn partner zei iets in de trant van, je moet wel in het kader klikken. Waarop ik zei, dat is wat ik doe, maar de cursor springt meteen weg. Ik zat te zuchten en te bedenken hoe ik het snelst dit kon oplossen. Mijn partner vroeg mij om niet de rechter muis knop in te drukken, maar gewoon op de balk te klikken, en dat was nu juist wat ik steeds had gedaan. Ik raakte geïrriteerd van de opmerkingen van mijn partner, hij veronderstelde door alleen naar het scherm te kijken dat ik van allerlei zaken deed, terwijl dat niet het geval was. Ik zag irritatie bij hem en ik wilde dit snel tot een einde brengen om niet in een impasse te komen, dus besloot ik de tab te sluiten. De tab sloot niet maar gaf in plaats daarvan een voor mij nieuw uitklap venster. In de tussentijd bleef mijn partner door ratelen in mijn linker oor dat ik toch echt moest ophouden om de rechter muisknop te gebruiken. En ja toen was ik gefrustreerd, mijn partner dacht dat ik gefrustreerd was van de computer, maar in werkelijkheid was ik gefrustreerd van mijn communicatie met hem. Ik had het idee dat ik niet tot hem kon doordringen dat hij vast zat in de realiteit van het beeldscherm, wat duidelijk niet de realiteit was aangezien ik niet dat met de muis deed wat er werd weergegeven op het scherm. Maar wat mij het meest frustreerde was dat ik door de woordkeuze die mijn partner gebruikte kon horen dat ik in dit moment werd beoordeeld door de ogen van eerdere ervaringen geladen met frustratie die mijn partner over mij heeft. Daar zat ik dus in mijn fysieke realiteit en ik snapte niet hoe ik tot mijn partner kon doordringen die zijn vertrouwen bouwde op eerdere negatief geladen ervaringen en de werkelijkheid van het computerscherm dat duidelijk in de bonen was.

 

Wat mij opviel in deze situatie was dat dit een grote frustratie van mij is wanneer mensen mij beoordelen aan de hand van gewezen ervaringen. Ik ken mensen die altijd blij worden van mij, omdat zij die ervaringen hebben gehad en dat willen behouden.Vroeger als kind werd je vaak afgerekend op het beeld dat je ouders van je hadden gevormd. Dit zijn zulke situaties waar ik het gevoel heb dat ik geen invloed kan uitoefenen op mijn werkelijkheid, omdat de ander niet deelneemt aan de fysieke werkelijkheid. En omgekeerd maak ik mij er natuurlijk zo nu en dan ook schuldig aan om anderen te benaderen op basis van opinie of eerdere ervaringen. Zo kunnen we niet effectief met elkaar omgaan, de werkelijkheid van de geest en de fysieke werkelijkheid zijn niet 1 op 1 uitwisselbaar. Diegene in de werkelijkheid van de geest is een zombie in de fysieke werkelijkheid en diegene in de fysieke werkelijkheid kan geen contact maken met de zombie.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om gefrustreerd te raken van het feit dat ik niet in contact sta met de ander.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat wanneer de ander mij beoordeeld aan de hand van eerdere negatieve ervaringen ik ook daadwerkelijk diegene ben uit de werkelijkheid van de geest van de ander.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te verzetten tegen het personage dat ik denk te moeten aannemen omdat het op mij gedrukt wordt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om dit negatieve personage te worden, wat frictie geeft met het positieve zelfbeeld van mijzelf dat altijd goed uit de verf komt in mijn geest.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn ego los te laten in zo’n situatie en probeer mijn gezicht te redden, wanneer ik zie dat de ander mij negatief wil afschilderen, terwijl dat niet berust op de werkelijkheid in dat moment.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om letterlijk een muur te voelen tussen mij en de ander wanneer ik niet met communicatie kan doordringen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat het nooit meer goed komt en ik nooit meer zal doordringen tot die ander, nu de mindset veranderd is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frustratie te gebruiken om mijn angsten te verbergen die erachter schuil gaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frustratie de boventoon van mijn interactie te laten zijn en mij niet te realiseren dat ik mij op die manier limiteer en niet meer kan zien wat er gedaan kan worden om de situatie terug in het hier en nu te zetten om ermee om te kunnen gaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij hulpeloos te voelen nu communicatie niet lukt met de ander en het daar dan maar bij te laten en de frustratie in al zijn lagen in te slikken en te onderdrukken totdat het er een keer uit zal komen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geen oplossing te kunnen zien, omdat ik denk vanuit het eigen kader en mij niet realiseer dat we met z’n tweeën zijn en dus samen uit een communicatie impasse dienen te komen, wat niet rust op 1 partij maar op beiden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij in zo’n situatie van geen communicatie te willen terugtrekken om mijn wonden te likken om niet meer met de negatieve ervaring geconfronteerd te worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het terug trekken in de geest als meest veilige optie te zien wanneer communicatie in mijn fysieke werkelijkheid niet lukt en ik de handdoek in de ring gooi.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om anderen te beoordelen op basis van opinie en herinneringen en de ander niet de kans te geven om te laten zien wie hij/zij is in het moment en mij in dat moment niet te realiseren dat het ook mij frustreert wanneer anderen mij zo beoordelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om situaties in de fysieke werkelijkheid te beoordelen met de werkelijkheid van mijn geest en mij niet te realiseren dat zo’n beoordeling altijd verwijtend is of de werkelijkheid verdraaid ten voordele van mijzelf.

 

Wanneer en als ik zie dat ik mij verlies in frustratie over hoe de ander mij beoordeeld dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dan dat deze beoordeling niets aan mijn zijn veranderd en slechts een perceptie van de ander is. Ik stop en zie dat deze angst om slecht beoordeeld te worden mij nergens brengt dan consequenties en haal ik adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten leiden door frustratie in welke vorm dan ook en hoe geoorloofd ik het ook vindt ik het moment, frustratie geeft aan dat ik mijzelf niet aanstuur in het belang van een ieder dus is het een actie vanuit zelfoneerlijkheid.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat alleen ik bepaal wie ik ben in elk moment van mijn ademhaling en dat een opinie/ervaring/beeld van een ander daar geen verandering in aan kan brengen in de fysieke werkelijkheid.