Dag 205 van 2555; de stinkende waarheid van de knoflook

equal money capitalismNam ik in mijn vorige blog de ui onder de loep nam, in deze blog is de knoflook aan de beurt. Uit de gevonden lectuur blijkt dat knoflook nog schadelijker is voor het lijf en als een echte pesticide te werk gaat ten opzichte van de ui. Waar ik bij de ui nog meer vanuit programmering werkte is knoflook iets dat ik altijd lekker heb gevonden en ook trek in kon hebben. Tijdens mijn anti-candida dieet werd er een extra dimensie door mij aan toegevoegd, namelijk de angst op besmetting als ik het niet zou innemen.

 

Ik was ervan overtuigt dat wanneer ik zonder die heerlijke knoflook en ui zou koken mijn eten mat en smaakloos zou worden. Elk gerecht dat ik de afgelopen dagen heb gegeten smaakt geweldig, ik mis niets. Dit vond ik eigenlijk wel vreemd, ik ben eens gaan kijken wat ik nu zo lekker vind aan de knoflook. Uiteindelijk bleek het de geur te zijn bij het bakken van ui en knoflook die vrij kwam die ik zo lekker vind, die geur blijft hangen in de keuken en in mijn neus en wanneer ik dan het gerecht eet dan eet ik dat met een emotie van lekker gebaseerd op een geur die in smaak niet zo sterk aanwezig is. Ik spreek nu niet over gerechten die stijf staan van de knoflook want daar mis je de smaak natuurlijk wel, maar de dagelijkse teentjes knoflook die niet meer in het eten zitten zijn qua smaak te verwaarlozen. Bij een test waarbij je met en zonder knoflook naast elkaar eet zal ook het verschil wel te proeven zijn. Maar ik ben verbluffend verast hoe goed mijn gerechten zonder ui en knoflook smaken.

 

In de blog van Sylvie die een blog schreef over de knoflook kwam ik dit stukje uit het boek ‘Psychologische Symbooltaal van de Voedingswaren’ van Christiane Beerlandt tegen.

 

“Onbewust heeft deze mens nog het gevoel zaken op afstand te moeten houden, zich te moeten afschermen tegen het negatieve, tegen stoute mensen of kwade geesten, tegen datgene wat hem zou kunnen bedreigen of ‘besmetten’ … Wanneer een mens leeft vanuit deze overtuigingen is het vanzelfsprekend dat hij vroeg of laat ‘besmettingen’ oploopt of een confrontatie meemaakt met het ‘negatieve’.

Knoflook maant deze mens nu aan om sterker in zijn eigen ‘Veld’ te blijven, om in voeling te komen met dat formidabele energetische krachtveld van zijn Wezen, dat hij bovendien zou gaan geloven in de immuniteit en de onbeïnvloedbaarheid van zijn Wezen. De absolute voorwaarde hiertoe is… dat jij heel erg van jezelf houdt. Pure Zelf-Liefde leidt tot kennis van het ware IK en neemt tenslotte elke twijfel weg.”

“Hij die houdt van Knoflook heeft behoefte aan een heel sterke ‘ontlading’ (uitlading, uitstraling, van binnen naar buiten stralende beweging…) van energieën.”

 

Hierin is de lijn naar het besmette, het boze, de bedreiging van ziekte direct te trekken met mijn anti-candida dieet. Ik heb mij altijd proberen te beschermen tegen het kwade en negatieve en heb de mens nooit als van nature goed gezien. En ja zaken die ik niet vetrouw houd ik op afstand.

 

Ook bij de knoflook komt die sterke ontlading terug die ook bij de ui naar voren kwam, maar hier wordt gesproken van een stralende beweging/uitstraling. Wellicht het positieve willen uitstralen/uitdragen om het negatieve te weren, een polariteit die mij niet vreemd is.

 

Probleem:

 

Het mijzelf willen beschermen van het kwade en besmetting door in polariteit met het negatieve te gaan en het positieve te willen uitstralen.

 

Oplossing:

 

Het kwade niet alleen van buitenaf aanpakken, maar ook te zien hoe ik mijzelf kan boycotten en tekort doen, waarbij ik mijzelf niet als de vijand moet beschouwen zoals ik dat met de buitenwereld doe, maar te zien dat eigenwaarde en zelfliefde de sleutel zijn om het kwade niet te vrezen maar in de ogen te kijken en op te lossen.

 

Beloning:

 

Wanneer ik van mijzelf onvoorwaardelijk kan houden dan vrees ik het kwade als een polariteit niet, maar dan ontrafel ik die vrees nog voordat het een rol in mijn leven gaat spelen.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor ziekte in het algemeen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor de ziekten die ik de laatste jaren heb doorlopen, omdat ik die als zeer oncomfortabel heb ervaren en niet nogmaals wil ervaren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om alles wat in mijn macht ligt eraan te doen dat ik die ziekten van de afgelopen jaren niet opnieuw krijg en mij daar zo op te focussen dat het een bezetenheid kan worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij ziekte meteen de dood onbewust te koppelen en ik dus bang ben te sterven in plaats van bang te zijn om ziek te zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om ziekte als negatief te ervaren en mij van gezond voedsel wil voorzien om zo het negatieve op te heffen met het positieve gevoel dat gezond eten teweeg brengt in mij.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om veel positiviteit uit te willen stralen om zo het negatieve onheilspellende en bedreigende de baas te kunnen zijn en mij niet te realiseren dat het slechts polariteit is waar ik mij mee bezig hou.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te boycotten en zo ziekte te genereren en in een vicieuze cirkel terecht te komen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om ziekte als falen te zien van het mijzelf beschermen voor de vijand van buitenaf en mij niet te realiseren dat dit een vijand van binnenuit is die toeslaat omdat ik dat accepteer en toesta en dus tegen de verkeerde vijand vecht en het falen op een ander probeer af te schuiven zoals medische wetenschap en doktoren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet onvoorwaardelijk lief te hebben en nog veel te vaak mijzelf vergrijp aan zelf-boycot en de buitenwereld als excuus aan te dragen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geen pact met mijzelf te durven sluiten, maar liever in afscheiding van mijzelf de hersenschimmen te lijf ga, terwijl ik mij verbaas over het waarom en het bestaan van deze zelf gecreëerde hersenschimmen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om knoflook als mijn redder te zien en mijn zelfverantwoordelijkheid niet te nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren wat de eigenlijke stinkende aard van de knoflook is dat meer kapot maakt dan goed doet.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien dat eigenwaarde en zelfliefde de sleutel zijn om het kwade niet te vrezen maar in de ogen te kijken en op te lossen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet als de vijand te beschouwen zoals ik dat met de buitenwereld doe.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om onvoorwaardelijk van mijzelf te houden dan vrees ik niet het kwade als een polariteit, maar dan ontrafel ik die vrees nog voordat het een rol in mijn leven gaat spelen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn zelfverantwoordelijkheid te nemen en van mijzelf te leren houden om zo de knoflook niet als superman in te hoeven roepen maar preventief te werk te gaan en alvorens de ziekte zich zal manifesteren dit al te stoppen.

Dag 182 van 2555; het hongerige Afrikaanse kindje in mij

equal money capitalismAl in eerdere blogs heb ik gekeken naar het waarom van mijn slijm ophoesten, wat ik in eerste instantie koppelde aan stof of stofallergie. Na dat te hebben uitgeplozen  leek het niet het enige te zijn en ook niet altijd het meest hevige te zijn. Toen ben ik meer praktisch gaan kijken naar wanneer het voorkwam en in wat voor situaties. Op dat moment kon ik zien dat het mij al meerdere winters was overkomen en steeds in huizen waar de luchtkwaliteit ronduit slecht was. Ook hier in mijn huidige huis ben ik elke dag de woonkamer gaan luchten naast de ventilator die lucht van buiten aanzuigt, ook wanneer het vroor, om zo minder benauwd te zijn van de hoeveelheden slijm die los kwamen. Maar ook dit loste het probleem niet geheel op, wat mij weer terug bracht op het opnieuw bekijken van de conditie. Nu zag ik dat veelal na het eten van iets, ik een kwartier tot half uur erna, benauwd en slijmerig word. Ik kon dat niet goed plaatsen, want het maakt niet uit wat ik eet of hoeveel ik eet. Dus dat zou inhouden dat ik allergisch ben voor eten of reageer op al het eten dat ik tot mij neem, wat mij wat onwaarschijnlijk leek.

 

Dat bracht mij, tezamen met een herinnering voor mijn Desteniiprocess huiswerk, op het punt van ‘wie  en wat ben ik als ik eet?’ Met andere woorden hoe definieer ik mijzelf als ik eet of net dat moment van nog net niet eten maar bijna gaan eten of tijdens het bereiden van het eten. En ik zag dat ik daar emoties aan had gekoppeld. Deze korte energetische schok die door mij heen gaat met de vraag “heb ik wel genoeg” of “is er wel genoeg”. En ik zag dat ik dat kon terug herleiden naar een ervaring die ik op mijn 19e-20e had toen ik met een huisgenote samenwoonde als student. Ik eet zelf vrij langzaam en dit meisje at heel snel,  wij aten ’s avonds altijd samen en als ik niet snel genoeg was dan at ik echt erg weinig, zij vrat het zogezegd voor mijn neus weg. Ik heb in die tijd geleerd om sneller te eten, niet dat ik propte, want dat kon ik eenvoudigweg niet. Dit heeft een soort van een raar hongerige entiteit in mij gemaakt die bij alles wat ik eet of ga eten zich afvraagt of ik wel genoeg heb, of ik wel mijn deel heb. Dit heeft ook niets met de fysieke werkelijkheid te maken want ik heb het altijd of ik nu veel of weinig eet. Soms eet ik iets tussendoor met een emotie van dat komt mij toe, dat is mijn deel. Dat is dus allemaal erg geladen. In mij zit een hongerig Afrikaans kindje en als er gegeten moet worden dan komt het tevoorschijn, of ik nu een paar chips eet, een mandarijn of een complete avondmaaltijd.

 

Daarnaast heb ik een partner die al jaren tijdens het eten met hongerige ogen kijkt alsof hij niet genoeg heeft. Wanneer ik weinig heb gekookt dat heeft hij dat, maar ook als ik het dubbele kook, hij is een soort van bodemloze put. Deze ogen maken mij onzeker en zijn brandstof voor de emoties waarmee ik eet. Heb ik wel genoeg? Ik vereenzelvig mij met mijn partner en vraag nu voor ons beiden mij af of we wel genoeg hebben en niet te kort komen. Zeer heftige gevoelens levert dat op.

 

Dus na elke vorm van eten en na dus deze emotionele wijze van eten ervaar ik een slijm aanval, waarbij ik benauwd word en veel slijm ophoest. Zou dit een deel van mijn slijmerigheid verklaren? In ieder geval ga ik mijn emotionele eetgedrag vergeven en verbintenissen met mijzelf aan, aangezien dat iets is dat sowieso aangepakt moet worden. Wanneer dit verandering oplevert na het toepassen van de correcties dan weet ik dat ik goed zat en zo niet dan zal ik verder zoeken.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het bereiden/eten van voedsel te denken ‘heb ik wel genoeg’ en ik deze energetische beweging in mij laat bepalen wie ik ben in het moment van eten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te identificeren met het hongerige Afrikaanse kind in mij zonder dat er  een reden tot honger is of directe fysieke bedreiging.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de taal die mijn lichaam tegen mij spreekt op dit punt van de slijmerigheid niet te verstaan en niet te kunnen duiden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om gefrustreerd te zijn dat ik de taal van mijn lichaam niet kan horen, terwijl ik zie dat het van belang is om het wel te horen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat ik tekort kom met eten, na aanleiding van een ervaring in het verleden die momenteel niet meer actueel is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat mijn huisgenote alles zou opeten en er geen eten meer voor mij zou zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geïrriteerd met mijn huisgenoot te zijn over haar snelle eten en mij niet in overweging te nemen en daar back-chat op te ontwikkelen wat samen eten er niet leuker op maakte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn ware gevoelens tijdens het eten met mijn huisgenote te onderdrukken om de lieve vrede te bewaren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij achtergesteld te voelen met eten voortkomend uit de ervaring met mijn huisgenote en daardoor als een slachtoffer te reageren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn huisgenote te verwijten dat zij geen eten voor mij overliet, terwijl ik niets deed om dit te voorkomen of bespreekbaar te maken uit angst voor haar buien en humeur.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij in elke eetsituatie achtergesteld te voelen als basis emotie, waarin ik  soms meer bewust en soms minder bewust deze emotie beleefde en ook direct weer onderdrukte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij in de rol te laten drukken van diegene die minder eet en daar genoegen mee te nemen door deze gevoelens te onderdrukken om zo gewoon te kunnen samenleven wat een financiële en vriendschappelijke kwestie was en mij niet te realiseren wat de consequenties van dit onderdrukken konden zijn in mijn leven.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om op een later tijdsstip wanneer er zich meer opent omtrent dit punt dieper te duiken in dit ‘heb ik wel genoeg’ gevoel als emotie die ten grondslag ligt aan mijn eten.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet langer te identificeren met de emotie die in een flits door mij heen gaat wanneer ik sta te koken of aan het ten ben.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het hongerige Afrikaanse kind in mij overbodig te maken als overlevingsmechanisme, omdat er genoeg eten is en ik voldoende eten tot mij kan nemen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om emotie vrij te eten en elke emotie die toch opkomt te vergeven en te duiden, zodat ik het kan corrigeren in toekomstige gelijksoortige ervaringen.