Dag 368 van 2555: MOETEN

DIP Lite cursusEen tijd geleden viel het mij ineens op dat ik het werkwoord ‘moeten’ in gesproken taal en geschreven taal wel veel gebruikte. Ik zag dat ik het naar mijzelf toe gebruikte, maar ook naar de ander toe als een reflectie op mijzelf. Ik bekeek of de betekenis die ik aan het werkwoord gaf steeds dezelfde was of niet. Ik gebruikte het woord en in de dwingende betekenis van ‘verplicht zijn’.

Telkens als ik het woord gebruikte stopte ik even, of als dat niet kon op een later tijdstip, en keek of ik dit woord ook voor een ander woord kon vervangen wat daadwerkelijk aangaf wat ik wilde uitdrukken. Het veelvuldig gebruik van moeten werd een soort van rode draad in mijn leven waar ik naar alle waarschijnlijkheid vind dat ik dingen moet van mijzelf of van anderen. In het moment ervoer ik het niet bewust als een last/dwingend, pas toen ik het recentelijk ging onderzoeken, zag ik dat het woord letterlijk uitdrukte hoe ik het leven daadwerkelijk en niet altijd even bewust ervoer/ervaar. Dat was best even schrikken en een ‘reality check’. Ik zie mijn leven niet als iets verschrikkelijks of niet te doen, maar dat neemt niet weg dat ik altijd dingen van mijzelf moet naast de dingen die ik van anderen moet en die ik vervolgens dus weer van mijzelf moet.

Ik keek nog eens verder en dacht: als ik telkens dingen moet van mijzelf, wie is dan dat zelf? Dat was niet zo’n moeilijke vraag eigenlijk. Alles wat ik moet daar liggen emoties, gevoelens en angsten aan ten grondslag. Mijn denken zegt dat ik dingen moet, de stem in mijn hoofd zegt dat ik naar de wc moet, nog een koekje moet eten, netjes gedag moet zeggen, beleefd moet zijn, mij van mijn beste kant moet laten zien, ik niet te laat naar bed moet gaan, niet meer geld uit moet geven dan nodig is en vooral gezond moet eten. Zo kan ik mijn hele dag vullen met moeten, zonder mijn echte zelf of zelfexpressie niet aan bod te laten komen. Het moeten is dus van de ‘geest’ omdat ik dat toesta en accepteer en daardoor ervaart mijn lijf de stress, die ik niet direct voel/ervaar en koppel aan het moeten.

Ik moet naar de wc, want als ik niet ga dan plas ik in mijn broek en moet ik de bende weer opruimen. Dus dat ik naar de wc moet van mijzelf is gebaseerd op vrees voor de gevolgen. Ik kan ook gewoon naar de wc gaan en plassen, omdat mijn blaas vol is, zonder die dwingende betekenis eraan te geven vanuit emotie.

Ik moet nog een koekje eten, want vanuit een gevoel van hebberigheid en bang tekort te komen eet ik een extra koekje alsof het een essentiële maaltijd is die ik niet kan overslaan. Ik kan ook nog een koekje eten, omdat het kan en ik tussendoor daarvan mag genieten, maar dan heeft het ineens geen emotionele lading meer.

Ik moet netjes gedag zeggen als kind, om zo de reflectie te kunnen zijn van mijn ouders en hun imago niet te grabbel te gooien. Waardoor ik vanzelf ook netjes gedag moet zeggen om mijn ouders niet teleur te stellen en uit angst voor de gevolgen als ik niet gehoorzaam. Ik kan als kind ook mensen groeten omdat ik hen ken of omdat ik net met hen gesproken heb. Ook in dit geval zou het groeten dan emotie vrij zijn.

Ik moet beleefd zijn of ik moet mij van mijn beste kant laten zien, want ik kan niet zeggen wat ik denk en in eerlijkheid er alles maar uitflappen. Ik heb dus angst dat men mij anders zal zien en waarderen wanneer ik niet beleefd ben. Ik kan de ander ook als mijzelf behandelen en de ander dat geven wat ik graag zelf zou ontvangen, vanuit wederzijds respect.

Ik moet niet te laat naar bed gaan, dus ik moet naar bed. Ik moet naar bed uit angst dat ik morgen anders niet ben uitgeslapen. Is het niet zo dat wanneer ik fysiek en/of geestelijk echt moe ben, ik gewoonweg naar bed kan gaan? Dit is gezond verstand in plaats van de dwingende toon van de ‘geest’ die ik mijzelf laat sommeren om naar bed te gaan.

Ik moet niet meer geld uitgeven dan nodig is. Het grappige is dat ik nagenoeg nooit meer geld uitgeef dan nodig is en toch moet ik dit van mijzelf goed onthouden en tegen mijzelf zeggen als ik geld uitgeef. Dus in feite vertrouw ik mijzelf niet en ben ik bang tekort te komen. Mijn handelen is, dat uitgeven wat mogelijk is, maar omdat dit met een onderlading gaat van het moeten komen mijn handelen en gedachten niet met elkaar overeen en komt er frictie. Ik kan en mag geld uitgeven voor de dingen die nodig zijn en als het budget het toestaat dan mag ik ook zo nu en dan geld aan zaken besteden die niet direct ‘nodig’ zijn.

Ik moet gezond eten, want eigenlijk ben ik bang dat ik niet gezond blijf wanneer ik niet gezond eet. Wat automatisch geeft dat ik eet met emotie, namelijk de emotie van het moeten. Ik kan ook gewoon een balans vinden in een hoofddeel gezonde zaken waarvan ik weet en getest heb dat die mijn lijf in balans houden en zo nu en dan iets wat niet direct onder ‘gezond’ valt, maar moet kunnen.

Dit is maar een greep uit mijn moeten en wat ik doe en heb gedaan met al deze voorvallen in mijn werkelijkheid, is het direct corrigeren. Het direct corrigeren voordat het plaatsvindt of nadat het heeft plaatsgevonden. Of ik doe eerst zelfvergeving wanneer ik een denkpatroon zie of zaken die ik eerst dien te vergeven alvorens mijzelf te corrigeren. Dat wil niet zeggen dat ik het werkwoord moeten nu mijd, maar ik streef ernaar om het woord niet meer in combinatie met emotie, gevoel en angst te gebruiken.

Dit ene werkwoord deed mij beseffen dat ik mijn hele leven dus in dienst van mijn ‘geest’ heb geleefd, omdat ik altijd van alles moest. Het is nu dan ook tijd om in dienst van mijzelf te gaan staan, los van emoties, gevoelens en angsten die mij aansturen en richting aan mijn leven geven.

Advertenties

Dag 300 van 2555: bestaat er passend onderwijs?- zelfvergeving en zelfcorrectie

leefbaar inkomen gegarandeerdDeze blog is een vervolg op de vorige blog, het is aan te raden om eerst de vorige blog te lezen voor context.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos op de wet te zijn.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van boos zijn op de wet, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mij hiermee separeer van de wet. Ik stop de boosheid en separatie en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te separeren van de wet uit boosheid op de wet, maar te begrijpen waarom de wet de wet is in de huidige samenleving.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos op de uitvoerders van de wet te zijn.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van boos te zijn op de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn onmacht vertaal in boosheid. Ik stop de onmacht in mij en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf door onmacht niet mijn zelfverantwoordelijkheid weg te geven met als excuus mijn boosheid op de ander.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn teleurstelling in de ander te vertalen in boosheid

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van teleurgesteld te zijn in de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik een hoop op de ander had gevestigd om dat voor elkaar te krijgen wat ik wilde. Ik stop de teleurstelling en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn teleurstelling niet te verwarren met boosheid, maar te onderzoeken waar die teleurstelling nu precies vandaan komt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om teleurgesteld te zijn in de ander als de uitvoeder van de wet.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van teleurgesteld te zijn in de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik had gehoopt dat de ander mij zou steunen in mijn zoektocht naar passend onderwijs voor mijn kind. Ik stop de teleurstelling en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat mijn startpunt voor passend onderwijs niet het startpunt van de ander is voor passend onderwijs en wij dus al vanaf de start langs elkaar heen praten en verkeerde verwachtingen bij elkaar scheppen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om teleurgesteld te zijn in de wet en de uitvoerder van de wet.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van teleurgesteld te zijn in de wet en de uitvoerder van de wet, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik tegelijkertijd teleurstelling in mijzelf ervaar door niet instaat te zijn dat voor elkaar te krijgen wat ik zie als de perfecte oplossing. Ik stop de teleurstelling in mijzelf en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om teleurstelling als een emotie van het ego te zien, waar ik niet krijg wat ik wil en dus ook niet meer instaat ben vanuit zo’n ‘state of mind’ om nog te komen tot een oplossing te komen waar beiden een beetje krijgen wat ze willen, simpel en alleen omdat ik mij laat leiden door een emotie.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij door emotie te laten leiden en mij in de situatie te voelen als die emotie.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de emotie tot mijn fysieke werkelijkheid te maken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik op die manier ‘geesteswerkelijkheid’ en de fysieke realiteit met elkaar probeer te verweven. Ik stop de verweving en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om een situatie als de situatie waar te nemen en het niet te beleven door emoties en gevoelens, waardoor ik ver van de werkelijkheid af kom te staan en geen daadkracht in de werkelijkheid meer heb.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boosheid te gebruiken als excuus om niet meer nader tot elkaar te kunnen komen en daarmee de onderliggende emoties te negeren.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van boosheid als excuus gebruiken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik er gemakkelijk probeer af te komen, mij separeer en geen zelfverantwoordelijkheid neem. Ik stop de boosheid als excuus en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de emotie van boosheid te voelen opkomen in mijzelf en direct te zien wat er werkelijk aan de hand is om zo weer zelfverantwoordelijkheid te kunnen nemen voor hetgeen waar ik deze heftige emoties bij voelde.

Dag 205 van 2555; de stinkende waarheid van de knoflook

equal money capitalismNam ik in mijn vorige blog de ui onder de loep nam, in deze blog is de knoflook aan de beurt. Uit de gevonden lectuur blijkt dat knoflook nog schadelijker is voor het lijf en als een echte pesticide te werk gaat ten opzichte van de ui. Waar ik bij de ui nog meer vanuit programmering werkte is knoflook iets dat ik altijd lekker heb gevonden en ook trek in kon hebben. Tijdens mijn anti-candida dieet werd er een extra dimensie door mij aan toegevoegd, namelijk de angst op besmetting als ik het niet zou innemen.

 

Ik was ervan overtuigt dat wanneer ik zonder die heerlijke knoflook en ui zou koken mijn eten mat en smaakloos zou worden. Elk gerecht dat ik de afgelopen dagen heb gegeten smaakt geweldig, ik mis niets. Dit vond ik eigenlijk wel vreemd, ik ben eens gaan kijken wat ik nu zo lekker vind aan de knoflook. Uiteindelijk bleek het de geur te zijn bij het bakken van ui en knoflook die vrij kwam die ik zo lekker vind, die geur blijft hangen in de keuken en in mijn neus en wanneer ik dan het gerecht eet dan eet ik dat met een emotie van lekker gebaseerd op een geur die in smaak niet zo sterk aanwezig is. Ik spreek nu niet over gerechten die stijf staan van de knoflook want daar mis je de smaak natuurlijk wel, maar de dagelijkse teentjes knoflook die niet meer in het eten zitten zijn qua smaak te verwaarlozen. Bij een test waarbij je met en zonder knoflook naast elkaar eet zal ook het verschil wel te proeven zijn. Maar ik ben verbluffend verast hoe goed mijn gerechten zonder ui en knoflook smaken.

 

In de blog van Sylvie die een blog schreef over de knoflook kwam ik dit stukje uit het boek ‘Psychologische Symbooltaal van de Voedingswaren’ van Christiane Beerlandt tegen.

 

“Onbewust heeft deze mens nog het gevoel zaken op afstand te moeten houden, zich te moeten afschermen tegen het negatieve, tegen stoute mensen of kwade geesten, tegen datgene wat hem zou kunnen bedreigen of ‘besmetten’ … Wanneer een mens leeft vanuit deze overtuigingen is het vanzelfsprekend dat hij vroeg of laat ‘besmettingen’ oploopt of een confrontatie meemaakt met het ‘negatieve’.

Knoflook maant deze mens nu aan om sterker in zijn eigen ‘Veld’ te blijven, om in voeling te komen met dat formidabele energetische krachtveld van zijn Wezen, dat hij bovendien zou gaan geloven in de immuniteit en de onbeïnvloedbaarheid van zijn Wezen. De absolute voorwaarde hiertoe is… dat jij heel erg van jezelf houdt. Pure Zelf-Liefde leidt tot kennis van het ware IK en neemt tenslotte elke twijfel weg.”

“Hij die houdt van Knoflook heeft behoefte aan een heel sterke ‘ontlading’ (uitlading, uitstraling, van binnen naar buiten stralende beweging…) van energieën.”

 

Hierin is de lijn naar het besmette, het boze, de bedreiging van ziekte direct te trekken met mijn anti-candida dieet. Ik heb mij altijd proberen te beschermen tegen het kwade en negatieve en heb de mens nooit als van nature goed gezien. En ja zaken die ik niet vetrouw houd ik op afstand.

 

Ook bij de knoflook komt die sterke ontlading terug die ook bij de ui naar voren kwam, maar hier wordt gesproken van een stralende beweging/uitstraling. Wellicht het positieve willen uitstralen/uitdragen om het negatieve te weren, een polariteit die mij niet vreemd is.

 

Probleem:

 

Het mijzelf willen beschermen van het kwade en besmetting door in polariteit met het negatieve te gaan en het positieve te willen uitstralen.

 

Oplossing:

 

Het kwade niet alleen van buitenaf aanpakken, maar ook te zien hoe ik mijzelf kan boycotten en tekort doen, waarbij ik mijzelf niet als de vijand moet beschouwen zoals ik dat met de buitenwereld doe, maar te zien dat eigenwaarde en zelfliefde de sleutel zijn om het kwade niet te vrezen maar in de ogen te kijken en op te lossen.

 

Beloning:

 

Wanneer ik van mijzelf onvoorwaardelijk kan houden dan vrees ik het kwade als een polariteit niet, maar dan ontrafel ik die vrees nog voordat het een rol in mijn leven gaat spelen.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor ziekte in het algemeen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor de ziekten die ik de laatste jaren heb doorlopen, omdat ik die als zeer oncomfortabel heb ervaren en niet nogmaals wil ervaren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om alles wat in mijn macht ligt eraan te doen dat ik die ziekten van de afgelopen jaren niet opnieuw krijg en mij daar zo op te focussen dat het een bezetenheid kan worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij ziekte meteen de dood onbewust te koppelen en ik dus bang ben te sterven in plaats van bang te zijn om ziek te zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om ziekte als negatief te ervaren en mij van gezond voedsel wil voorzien om zo het negatieve op te heffen met het positieve gevoel dat gezond eten teweeg brengt in mij.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om veel positiviteit uit te willen stralen om zo het negatieve onheilspellende en bedreigende de baas te kunnen zijn en mij niet te realiseren dat het slechts polariteit is waar ik mij mee bezig hou.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te boycotten en zo ziekte te genereren en in een vicieuze cirkel terecht te komen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om ziekte als falen te zien van het mijzelf beschermen voor de vijand van buitenaf en mij niet te realiseren dat dit een vijand van binnenuit is die toeslaat omdat ik dat accepteer en toesta en dus tegen de verkeerde vijand vecht en het falen op een ander probeer af te schuiven zoals medische wetenschap en doktoren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet onvoorwaardelijk lief te hebben en nog veel te vaak mijzelf vergrijp aan zelf-boycot en de buitenwereld als excuus aan te dragen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geen pact met mijzelf te durven sluiten, maar liever in afscheiding van mijzelf de hersenschimmen te lijf ga, terwijl ik mij verbaas over het waarom en het bestaan van deze zelf gecreëerde hersenschimmen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om knoflook als mijn redder te zien en mijn zelfverantwoordelijkheid niet te nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren wat de eigenlijke stinkende aard van de knoflook is dat meer kapot maakt dan goed doet.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien dat eigenwaarde en zelfliefde de sleutel zijn om het kwade niet te vrezen maar in de ogen te kijken en op te lossen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet als de vijand te beschouwen zoals ik dat met de buitenwereld doe.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om onvoorwaardelijk van mijzelf te houden dan vrees ik niet het kwade als een polariteit, maar dan ontrafel ik die vrees nog voordat het een rol in mijn leven gaat spelen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn zelfverantwoordelijkheid te nemen en van mijzelf te leren houden om zo de knoflook niet als superman in te hoeven roepen maar preventief te werk te gaan en alvorens de ziekte zich zal manifesteren dit al te stoppen.

Dag 190 van 2555; oplossing – leven in het hier en nu door de ogen van de geest

equal money capitalismDeze blog is een voortzetting op de blog van gisteren, Dag 189 van 2555; probleem – leven in het hier en nu door de ogen van de geest

Het vinden van oplossingen kan alleen dan gebeuren wanneer ik het probleem zie/begrijp en het dus kan doorgronden. Dat is dan ook precies wat ik ga doen naar aanleiding van mijn voorbeeld van gisteren.

 

Ik sta buiten om mijn fiets van het hangslot te bevrijden, waar ik tegenop zie, omdat meerdere keren voorafgaand aan vandaag het slot niet goed opende en mijzelf vertraagde in tijd. 

Ik ben hier bezig met een fysieke handeling waarbij er een herinnering opkomt die ik besluit te volgen, waardoor de fysieke handeling in het nu ineens iets word waar ik tegenop zie en wat mij vertraagt. Dus het probleem hier is het meegaan met een herinnering en het accepteren en toestaan van emoties die gekoppeld zijn aan de herinnering en niet aan de fysieke handeling. Wat maakt dat ik een probleem/issue creëer dat er nu op dit moment niet is binnen mijn fysieke werkelijkheid, maar die ik wel als zodanig ervaar als echt door het participeren in de geest. De oplossing is dan ook om niet mee te gaan met die herinnering waardoor ik ook geen emoties opwek die los staan van mijn fysieke moment in het hier en nu en dus het slot openen doe en niet ervaar als iets waar ik tegenop moet zien. Daarnaast kan ik het slot inspuiten met olie wat het openen vergemakkelijkt.

Ik stap op mijn fiets om over de stoep voor ons huis naar de eerste straat linksaf te fietsen. Ik zit niet gemakkelijk op de fiets, omdat ik weet dat ik niet mag fietsen op de stoep en ik overal vandaan in mijn verbeelding agenten of stadswachten tevoorschijn zie komen. 

Op dit moment doe ik iets dat volgens de regels van het systeem niet is toegestaan, dus de politieagent in mijn geest maakt dat ik mij angstig voel en van alle kanten bekeken voel. Dit is een gevoel waar ik in mijn jeugd mee heb kennis gemaakt, iets doen wat eigenlijk niet mag om zo je grenzen te verleggen en zogenaamd je vrij te voelen in de kooi van het systeem. Dus mijn probleem is dat ik zoek naar vrijheid, maar wordt terug gefloten door de politieagent in mij, oftewel het systeem als mijn geest en het systeem als de samenleving. De oplossing is het begrijpen wat vrijheid is en waar vrijheid door wordt gekenmerkt en dus te zien dat rebelleren geen vrijheid is maar schoppen tegen de kooi waar ik mij in bevindt. Vrijheid is vrij zijn van participatie in de geest waardoor ik mijn werkelijkheid als fysieke werkelijkheid ervaar en niet als geesteswerkelijkheid.

Terwijl ik langs de huizen van de verschillende buren fiets krijg ik een warm gevoel bij het ene huis een koud gevoel bij het andere en bij 1 huis een neutraal gevoel. 

Het beoordelen van mensen op basis van een goed gevoel of een slecht gevoel is een participatie in de geest wat veel stuk maakt in onze wereld. We zien elkaar niet meer maar we zien elkaar door onze opinies heen gefilterd. Daarnaast zijn dat vaak opinies gevormd op basis van een aantal ervaringen die de ander dan afrekenen voor zolang je aan ze herinnerd word. Dus mijn probleem hier is het kijken naar mensen op basis van ervaring in het verleden wat mij een positief of negatief gevoel geeft in het heden, maar niets met het heden te maken heeft. De oplossing hier is het waarnemen van huizen als huizen en niet aan de hand van de bewoners en niet de bewoners aan de hand van gevoelens gebaseerd op herinnering.

Toch zie ik grote huizen aan de ene kant en kleine huizen aan de andere kant en besluit in mijn geest dat het zielig is voor de mensen in de kleine huizen dat ze zo beroerd wonen. 

Hier beoordeel ik de woonsituatie van anderen aan de hand van mijn opinie over kleine huizen en mijn ervaring met kleine huizen, wat niets zegt over het woongenot wat deze mensen al dat niet of wel hebben in hun huizen. Dit heeft alles te maken met mijn angst om in een te klein huis op elkaars lip te moeten wonen en dat wonen te bestempelen als overleven. Mijn probleem hier is een opinie door ervaring gevormd die ik nog steeds geloof en gebruik in dat moment om mijzelf af te leiden van het feit dat het mij niet lukt in het hier en nu te zijn en dat als teleurstelling te ervaren. De oplossing is het loslaten van deze afleidingsmanoeuvres, zodat ik al deze dingen om mij heen zie, maar er niets aan verbind en simpelweg geniet van de fysieke waarnemingen die ik doe zoals de wind die langs mij heen waait, het geluid van de stad en de geur van de winter.

Ik sla rechtsaf een asfalt weg op om even te onthobbelen en langs het kinderdagverblijf te rijden, waar ik altijd even naar binnen kijk en allerlei horror verhalen over kinderdagverblijven door mijn hoofd spelen. 

Op dit punt in mijn rit is het kinderdagverblijf een trigger punt om horror verhalen naar boven te laten borrelen in mijn geest en aan te grijpen als afleiding. Ook hier is het probleem het niet kunnen blijven in mijn fysieke werkelijkheid en niet met het gevoel van teleurstelling geconfronteerd te willen worden en zodoende mijn geest bezig te houden door alles aan te grijpen wat het mij presenteert. De oplossing is het onder ogen zien van mijn teleurstelling en mij te realiseren dat het mij ontdoen van gedachten een proces is wat los staat van gelukt of mislukt te zijn hierin, het gaat om de continuïteit van dit proces en het leren van wat is geweest.

Ik fiets langs een school en beoordeel de ouders als alternatieve stadse ouders. 

Dit is een gedachten vorm die backchat heet en zijn origine vindt in jaloezie. Met alternatieve ouders bedoel ik ouders met bakfietsen waar kinderen in vervoerd worden. Kinderen in merk kleding, dus eigenlijk de yup ouder met genoeg geld. Wat mijn probleem maakt tot een punt van jaloezie op het hebben van genoeg geld van de ander, wat geheel en enkel voortkomt uit opinie en is niet getoetst aan de werkelijkheid. De oplossing is het loslaten van opinie en jaloezie en mij alleen bezig te houden met wat werkelijk hier is en wat ik heb getoetst aan de werkelijkheid.

Ik steek een weg over en rij langs een enorm oud herenhuis en elke keer probeer ik te ontdekken of daar inderdaad maar 1 gezin in woont of dat het er toch meerdere zijn, 

Deze gedachte is gebaseerd op de opinie dat het huis te groot zou zijn voor een ouder stel. Mijn fantasie na aanleiding van de inrichting is dat er een ouder stel woont zonder kinderen. Wat dit tot een punt van jaloezie maakt wat ik afdek met het feit dat het niet fair is dat zo’n groot huis bewoont wordt door maar 2 mensen. Mijn probleem is jaloezie dat anderen het beter hebben en de oplossing is het loslaten van mijzelf te vergelijken met anderen endaar mijn zelfwaarde aan af te meten.

vervolgens rijd ik langs een stoffen winkeltje waar ik gecharmeerd ben van de etalage en mij meteen bedenk wat ik allemaal zou kunnen maken van al die mooie dure stoffen. 

Deze gedachte lijkt vol van enthousiasme, maar is in feite een dekmantel van het  gegeven dat ik weet dat ik het mij niet kan veroorloven om zulke dure stof aan te schaffen om mee te hobby-en. Dus mijn probleem is indirecte jaloezie op de mensen de wel kunnen kopen in dit soort exclusieve winkeltjes. De oplossing ook hier is stoppen met mij te vergelijken met onbekenden en alleen vast te stellen dat er een winkel zit die stoffen van het hogere segment verkoopt.

Ik steek een grotere weg over en zie schuin aan de overkant een cateringbedrijf zitten en voel irritatie, dit omdat zij vaak de weg blokkeren voor hun bedrijf wat het voor fietsers onveilig maakt. 

Irritatie voelen over iets dat met zekere regelmaat gebeurd maar niet in dit moment, wat dit moment bepaald en definieert door mijn participatie in deze irritatie, is wat hier gebeurd. Mijn probleem is het participeren in de geest wat mijn fysieke werkelijkheid maakt tot een geest werkelijkheid. De oplossing is het stoppen met participeren in de geest.

Ik kijk naar rechts om te zien of ik kan oversteken en zie de opvang voor daklozen wat mij een verloren en unheimisch gevoel geeft. 

Hier neem ik door dit gevoel het beeld van de daklozenopvang persoonlijk, het unheimische gevoel is de angst dat ik misschien ooit door de verkeerde omstandigheden op straat terecht zou kunnen komen. Dit geeft mij even in het moment een zwaar gevoel en het probleem is dan ook het persoonlijk nemen van iets dat mij misschien ooit nog eens zou kunnen overkomen, zoals zoveel andere zaken in het leven. De oplossing is het leven in het moment en mijn fysieke werkelijkheid laten bestaan uit dat wat aanwezig is en echt aan de orde is.

Ik rijd nu op een singel met herenhuizen, meteen rechts staan een aantal huizen met veel donkerbruin eraan en rookglas in de ramen wat ik als niet fijn/leuk bestempel en de openheid van de brede straat met de witte grote herenhuizen totaal teniet doet. 

Hier laat ik mij door de emoties die deze gedachte bij mij oproepen mijn fysieke ervaring in het moment bepalen. Donker staat voor dicht en onvoorspelbaar en licht voor open en veilig in dit geval. Allemaal opinies, ervaringen en herinneringen die dit moment vormen en niet het moment dat het moment bepaald. Mijn probleem is dus weer het waarnemen van mijn fysieke werkelijkheid door ideeën over de fysieke werkelijkheid. De oplossing is het niet langer accepteren en toestaan van deze ideeën.

Ik kom aan op een kruising waar een groot kantoor van de ABN-AMRO mij aanstaart, ik vind dit zeer onplezierig en zou het liefst door een andere straat rijden, maar dit is de kortste weg en ik zeg in mijn geest tegen mijzelf dat dit kinderachtig gedrag is. 

De ABN-AMRO staat door ervaring voor mij gelijk aan starheid en mensen duperen, twee zaken die ik niet graag in een ander of mijzelf zie en dus separeer ik mij ervan en heb ik de neiging om het gebouw te ontwijken. Mijn probleem is het nog niet willen loslaten van deze ervaring vanwege de nog altijd aanwezige energetische beloning die hieraan verbonden is door mijzelf als slachtoffer te zien. De oplossing is verder te gaan en mijn kracht terug pakken en mijn eigenleven aansturen, wat niet kan vanuit de rol van slachtoffer.

Aan de andere kant zit een makelaars kantoor dat ons zou helpen met het uitzoeken van foutieve/niet geclaimde meldingen bij de ING en een gevoel van in de steek gelaten zijn bekruipt mij. 

De werkelijkheid is een makelaars kantoor, maar ik ervaar mijzelf als in de steek gelaten door de eigenaar van het kantoor die geen verbintenis met mij aanging, maar een verbintenis met geld aanging. Geld verviel in deze zaak en daarmee ook de verbintenis. Mijn probleem hier is het niet willen snappen van het systeem en mij alleen maar als slachtoffer willen zien wat mijn daadkracht ontneemt. De oplossing is geen verwachtingen van anderen te verwachten wanneer er geen geld tegenover staat en de fysieke werkelijkheid niet te verwarren met de geesteswerkelijkheid.

Ook dit is een open brede straat, waar ineens een herinnering opkomt aan een man die tegen mij zei dat ik de weg blokkeerde door naast mijn dochter te fietsen, die ik bestempelde als leugenaar. 

De brede straat staat voor mij voor openheid en vrijheid en deze man zegt iets dat niet klopt wat frictie oplevert in mijn beleving van het moment in deze open brede straat. Mijn probleem is dus de frictie tussen geest en fysieke werkelijkheid. De oplossing is om te beslissen 1 werkelijkheid te ervaren die altijd is wat het is en niet liegt.

Ik ben bijna bij de winkel die ik ga bezoeken en kijk goed of ik met de fiets makkelijk naar de stoep kan komen of dat auto’s alles dicht gezet hebben, dat vind ik vervelend. 

Door het participeren in deze gedachte ben ik opzoek naar iets dat in mijn geest bestaat en niet perse in mijn fysieke werkelijkheid en op voorhand vind ik dit vervelend. Vervelend als in bang dat ik een auto raak als ik er tussendoor moet of er een gevaarlijke situatie ontstaat doordat ik op de weg stil moet staan om tussen de auto’s door met mijn fiets te komen. Mijnprobleem hier is het bedenken van allerlei zaken die niet aan de orde zijn maar mij wel de nodige emoties en gevoelens opleveren om zo in de geest te blijven participeren. De oplossing is kijken naar de situatie met de auto’s vanuit mijn fysieke werkelijkheid en handelen naar de situatie zodat er geen gevaarlijke situaties ontstaan.

Dan zoek ik of er nog een plekje is voor mijn fiets voor de winkel en dat is er, maar ik voel een irritatie door een herinnering opkomen aan mensen die hun fiets zo neerzetten dat anderen geen plek meer hebben. 

Hier bederf ik eigenhandig een goed gevoel door mee te gaan in een herinnering. In eerste instantie ben ik blij dat ik mijn fiets kan parkeren, maar dat is door de irritatie van korte duur. Wat heel duidelijk aangeeft hoe onecht zo’n gevoel als blijheid is, wanneer het door een kleinigheidje om zeep geholpen kan worden. Mijn probleem is dus het generen van energie, hetzij door positief of negatieve gevoelens/emoties. De oplossing is het blijven bij mijn fysieke werkelijkheid en mij niet laten afleiden van wat hier is en wat hier gedaan moet worden.

Over de hele lijn van mijn fietsrit ervaring kijkend, dan spelen 2 zaken de hoofdrol, enerzijds het ontvluchten van de werkelijkheid door energetische beloningen en anderzijds jaloezie en het vergelijken van mijzelf wat uiteindelijk ook een energetische beloning oplevert. In mijn volgende blog zal ik ingaan op wat een beloning zou moeten zijn die aansluit bij de oplossingen om zo mijzelf stabiel in de fysieke werkelijkheid te houden.