Dag 357 van 2555: de ‘geest’ als broodheer

DIP Lite cursusTerwijl ik courgette pasta uit de pan haalde en op mijn bord legde, dacht ik, “is dit wel genoeg”. Het oogde vrij weinig en het was het laatste uit de pan. Daarna plopte er een andere gedachte op, “ik hoop dat ik later geen trek krijg”. In mijn hoofd zei ik tegen mijzelf dat ik eerst ging eten om vervolgens later te ervaren of het voldoende was of niet. Ik at mijn bord leeg en voelde voldaan en ging vervolgens verder met mijn beslommeringen.

Later op de avond plopte er vanuit het niets een gedachten op, “ik heb trek”, maar het gekke was dat ik fysiek geen behoefte aan eten voelde. Ik negeerde het en nog weer wat later plopte de volgende gedachten op, “ik heb niet genoeg gegeten”. Ook dit negeerde ik want nog steeds voelde ik geen behoefte aan voedsel. Totdat de gedachte concreter werd, “ik heb vanavond niet genoeg eten gehad dus moet ik nu wat eten, ik mag eten, ik heb recht op eten wanneer ik trek heb”. Wacht eens even dacht ik, hier wordt een spelletje met mij gespeeld. Ik nam een koekje bij mijn thee om te zien hoe reëel dit trek hebben was, maar ik taalde fysiek eigenlijk niet naar eten. Mijn ‘geest’ bedacht van allerlei zaken die ik nog meer zou kunnen eten, want immers ik had niet genoeg gehad. In dat moment stopte ik dit hele tafereel en deed zelfvergeving. Ik zag hoe een genegeerde gedachten van eerder op de avond een eigen leven was gaan lijden en op mijn gevoel van rechtvaardigheid, tekortkomen en niet genoeg inspeelde. Ik wist dat de ‘geest ‘ tot veel in staat was, maar ik was verbaasd hoe zoiets simpels tot iets gecompliceerds zou kunnen leiden.

Stel dat ik eraan had toegegeven en stel dat ik in plaats van alleen gezonde zaken, junkfood in huis had gehad of dit was gaan halen. Dit soort gedachten kunnen gemakkelijk een soort van opdrachtgever in het hoofd worden/zijn die uiteindelijk tot eetverslavingen leiden. Ik realiseer mij dan ook dat het van groot belang is dat we weten wanneer we met de fysieke realiteit van doen hebben en wanneer niet. Het leren kennen van ons fysieke lijf om zo te weten wanneer wij voedsel nodig hebben en wanneer dit een vraag/opdracht maakt het verschil tussen eetverslaving en eten om het lijf te ondersteunen. Eten om het lijf te ondersteunen wil niet zeggen dat wij Spartaans zijn voor het lijf, af en toe eens iets anders uitproberen en zien hoe ons lijf daar op reageert zijn ook waardevolle ervaringen. Maar we moeten altijd in staat zijn om het terug te leiden naar de fysieke werkelijkheid als meetpunt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in eerste instantie mee te gaan op de gedachte “is dit wel genoeg”.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van meegaan op een gedachte om een gevoel bevestigt te krijgen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik alleen maar mee ga in een gedachte wanneer er andere herinneringen/emotie/gevoelens aanwezig en nog onverwerkt zijn die deze gedachte voeden of overeind houden. Ik stop het meegaan in een gedachte wanneer ik bemerk dat de gedachte een bevestiging is van een herinnering/emotie/gevoel in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om zodra een gedachte opkomt en deze overeind wordt gehouden door herinneringen/emoties/gevoelens ik direct uitzoek wat het patroon is wat deze gedachte geldig/echt maakt in mijn ‘geest’.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf achtergesteld te voelen door de gedachte “ik heb niet genoeg gegeten” toe te staan als uitvloeisel van dit gevoel.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf achtergesteld voelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik dit gevoel nog niet in al zijn dimensies heb onderzocht en gecorrigeerd, waardoor dit gevoel steeds weer als een ander aspect in mijn leven aanwezig is. Ik stop het mij achtergesteld voelen door het patroon op tijd te herkennen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat wanneer ik mij achtergesteld voel ik mij vergelijk met een ander en mij dus minder ervaar dan de ander vanuit een polariserende relatie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik niet genoeg heb en dit in handelen om te zetten door te geloven dat dit zo is, vanuit een gevoel van altijd aan het kortste eindje te trekken.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het minder denken te hebben, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik vanuit een gevoel van meer willen hebben het tegenovergestelde geloof. Ik stop het bestaan in polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet in meer en minder te denken, waardoor ik geloof dat ik minder heb en minder ben en dus verlang naar meer te hebben en meer te zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat gedachten gestoeld op emoties en gevoelens mij ergens gaan brengen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van geloven dat iets waar is omdat het goed voelt, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn gevoelens niet als meetinstrument kan gebruiken, omdat zij mij nergens brengen dan op een dood spoor. Ik stop het geloof in goed gevoel, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om iedere geachte die energetisch geladen is met emoties en gevoelens niet te volgen door erin op te gaan of te geloven, maar hooguit te onderzoeken om te zien wat er aan ten grondslag ligt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door op een gedachte mee te gaan voor een moment niet meer mijn fysieke feedback te geloven maar in plaats daarvan mijn ‘geestes’ feedback aan te nemen als waarheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn fysieke feedback niet als meetpunt te gebruiken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mij wil laten leiden door de ‘geest’ door opzettelijk mijn fysieke meetpunt als onwaar te beschouwen. Ik stop het mij voor de gek houden, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet langer voor de gek te houden en mijn fysieke werkelijkheid als eerste meetpunt te nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door meer te willen hebben/zijn het gevoel van niet genoeg te hebben/zijn weg te stoppen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een leegte binnenin mij te willen opvullen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik meer wil om het minder te neutraliseren of op te heffen. Ik stop het vullen van de leegte, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat de leegte niet een echte leegte hoeft te zijn maar meer een gevoel van leegte is gevoed door een gevoel van meer willen hebben en dus niet werkelijk is, maar bestaat door de herinneringen/emoties/gevoelens die ik in mij heb laten bestaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om jaloezie in mij te laten bestaan door te denken dat ik minder heb en dus niet genoeg heb.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van meer willen hebben dan ik heb, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de competitie aanga met mijn buitenwereld. Ik stop de jaloezie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om jaloezie niet te leven, maar vast te stellen te corrigeren en te voorkomen in de toekomst.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik kan bepalen hoe ik mijn leven ervaar en dat ik door het mij achtergesteld te voelen mijn beleving van mijzelf binnen mijn wereld bepaal en daarmee dus ook het handelen wat voortvloeit uit deze beleving.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn wereld te saboteren door de manier waarop ik toesta dat ik mij ervaar, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik met net zoveel gemak anders had kunnen ervaren en dus andere uitkomsten tot stand had kunnen brengen. Ik stop het saboteren van mijn wereld, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn wereld zo te vormen dat het in het belang van een ieder is en niet gebaseerd op gevoelens/emoties/gedachten.

Advertenties

Dag 182 van 2555; het hongerige Afrikaanse kindje in mij

equal money capitalismAl in eerdere blogs heb ik gekeken naar het waarom van mijn slijm ophoesten, wat ik in eerste instantie koppelde aan stof of stofallergie. Na dat te hebben uitgeplozen  leek het niet het enige te zijn en ook niet altijd het meest hevige te zijn. Toen ben ik meer praktisch gaan kijken naar wanneer het voorkwam en in wat voor situaties. Op dat moment kon ik zien dat het mij al meerdere winters was overkomen en steeds in huizen waar de luchtkwaliteit ronduit slecht was. Ook hier in mijn huidige huis ben ik elke dag de woonkamer gaan luchten naast de ventilator die lucht van buiten aanzuigt, ook wanneer het vroor, om zo minder benauwd te zijn van de hoeveelheden slijm die los kwamen. Maar ook dit loste het probleem niet geheel op, wat mij weer terug bracht op het opnieuw bekijken van de conditie. Nu zag ik dat veelal na het eten van iets, ik een kwartier tot half uur erna, benauwd en slijmerig word. Ik kon dat niet goed plaatsen, want het maakt niet uit wat ik eet of hoeveel ik eet. Dus dat zou inhouden dat ik allergisch ben voor eten of reageer op al het eten dat ik tot mij neem, wat mij wat onwaarschijnlijk leek.

 

Dat bracht mij, tezamen met een herinnering voor mijn Desteniiprocess huiswerk, op het punt van ‘wie  en wat ben ik als ik eet?’ Met andere woorden hoe definieer ik mijzelf als ik eet of net dat moment van nog net niet eten maar bijna gaan eten of tijdens het bereiden van het eten. En ik zag dat ik daar emoties aan had gekoppeld. Deze korte energetische schok die door mij heen gaat met de vraag “heb ik wel genoeg” of “is er wel genoeg”. En ik zag dat ik dat kon terug herleiden naar een ervaring die ik op mijn 19e-20e had toen ik met een huisgenote samenwoonde als student. Ik eet zelf vrij langzaam en dit meisje at heel snel,  wij aten ’s avonds altijd samen en als ik niet snel genoeg was dan at ik echt erg weinig, zij vrat het zogezegd voor mijn neus weg. Ik heb in die tijd geleerd om sneller te eten, niet dat ik propte, want dat kon ik eenvoudigweg niet. Dit heeft een soort van een raar hongerige entiteit in mij gemaakt die bij alles wat ik eet of ga eten zich afvraagt of ik wel genoeg heb, of ik wel mijn deel heb. Dit heeft ook niets met de fysieke werkelijkheid te maken want ik heb het altijd of ik nu veel of weinig eet. Soms eet ik iets tussendoor met een emotie van dat komt mij toe, dat is mijn deel. Dat is dus allemaal erg geladen. In mij zit een hongerig Afrikaans kindje en als er gegeten moet worden dan komt het tevoorschijn, of ik nu een paar chips eet, een mandarijn of een complete avondmaaltijd.

 

Daarnaast heb ik een partner die al jaren tijdens het eten met hongerige ogen kijkt alsof hij niet genoeg heeft. Wanneer ik weinig heb gekookt dat heeft hij dat, maar ook als ik het dubbele kook, hij is een soort van bodemloze put. Deze ogen maken mij onzeker en zijn brandstof voor de emoties waarmee ik eet. Heb ik wel genoeg? Ik vereenzelvig mij met mijn partner en vraag nu voor ons beiden mij af of we wel genoeg hebben en niet te kort komen. Zeer heftige gevoelens levert dat op.

 

Dus na elke vorm van eten en na dus deze emotionele wijze van eten ervaar ik een slijm aanval, waarbij ik benauwd word en veel slijm ophoest. Zou dit een deel van mijn slijmerigheid verklaren? In ieder geval ga ik mijn emotionele eetgedrag vergeven en verbintenissen met mijzelf aan, aangezien dat iets is dat sowieso aangepakt moet worden. Wanneer dit verandering oplevert na het toepassen van de correcties dan weet ik dat ik goed zat en zo niet dan zal ik verder zoeken.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het bereiden/eten van voedsel te denken ‘heb ik wel genoeg’ en ik deze energetische beweging in mij laat bepalen wie ik ben in het moment van eten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te identificeren met het hongerige Afrikaanse kind in mij zonder dat er  een reden tot honger is of directe fysieke bedreiging.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de taal die mijn lichaam tegen mij spreekt op dit punt van de slijmerigheid niet te verstaan en niet te kunnen duiden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om gefrustreerd te zijn dat ik de taal van mijn lichaam niet kan horen, terwijl ik zie dat het van belang is om het wel te horen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat ik tekort kom met eten, na aanleiding van een ervaring in het verleden die momenteel niet meer actueel is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat mijn huisgenote alles zou opeten en er geen eten meer voor mij zou zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geïrriteerd met mijn huisgenoot te zijn over haar snelle eten en mij niet in overweging te nemen en daar back-chat op te ontwikkelen wat samen eten er niet leuker op maakte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn ware gevoelens tijdens het eten met mijn huisgenote te onderdrukken om de lieve vrede te bewaren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij achtergesteld te voelen met eten voortkomend uit de ervaring met mijn huisgenote en daardoor als een slachtoffer te reageren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn huisgenote te verwijten dat zij geen eten voor mij overliet, terwijl ik niets deed om dit te voorkomen of bespreekbaar te maken uit angst voor haar buien en humeur.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij in elke eetsituatie achtergesteld te voelen als basis emotie, waarin ik  soms meer bewust en soms minder bewust deze emotie beleefde en ook direct weer onderdrukte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij in de rol te laten drukken van diegene die minder eet en daar genoegen mee te nemen door deze gevoelens te onderdrukken om zo gewoon te kunnen samenleven wat een financiële en vriendschappelijke kwestie was en mij niet te realiseren wat de consequenties van dit onderdrukken konden zijn in mijn leven.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om op een later tijdsstip wanneer er zich meer opent omtrent dit punt dieper te duiken in dit ‘heb ik wel genoeg’ gevoel als emotie die ten grondslag ligt aan mijn eten.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet langer te identificeren met de emotie die in een flits door mij heen gaat wanneer ik sta te koken of aan het ten ben.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het hongerige Afrikaanse kind in mij overbodig te maken als overlevingsmechanisme, omdat er genoeg eten is en ik voldoende eten tot mij kan nemen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om emotie vrij te eten en elke emotie die toch opkomt te vergeven en te duiden, zodat ik het kan corrigeren in toekomstige gelijksoortige ervaringen.