Dag 390: stomende ketel

Desteni I ProcessTijdens het winkelen met mijn dochter moest ik in een winkel iets afreken. Beneden stond er een immense rij met mensen, dus stelde ik voor om naar boven te gaan waar het meestal stukken rustiger is. En inderdaad er stonden een 6 tal mensen toen wij aankwamen. Terwijl wij als 7e in de rij stonden werd er een tweede kassa geopend. Normaliter wordt er iet sin de trant van, de eerstvolgende mag hier aansluiten, gezegd, maar dat werd nu achterwege gelaten. Inmiddels hadden zich 2 dames zich in de rij van de tweede kassa verplaats, waarna niemand anders meer in de tweede rij ging staan. De 2e en de 3e mevrouw van de eerste rij waren met elkaar aan het grappen, waarbij de 3e zei: zal ik in de andere rij gaan staan dan zijn we straks gelijk aan de beurt. Direct daarop zei ze, nee dat ga ik niet doen. Op het horen van die woorden en niemand anders die in de tweede rij aansloot, stapte ik opzij en werd 3e in de tweede rij.

De 3e vrouw uit eerste rij keek naar mij en zei tegen haar vriendin: nu hoeft het dus niet meer. Ik schrok, had ik iets verkeerd gedaan schoot er door mij heen. Ik voelde conflict in mijzelf, had ik asociaal gehandeld? Nee, ik had toch heel goed gezien dat ik niet voordrong, maar dat niemand actie ondernam om in de tweede rij te gaan staan. Ik labelde de toon waarop de vrouw richting mij sprak als denigrerend en verwijtend en voelde mij klein en was bang dat het conflict dat ik van binnen voelde ook in mijn buitenwereld werkelijkheid werd. Ik zei snel tegen de vrouw: als je de indruk hebt dat je voor mij aan de beurt bent, dan mag je van mij voor, en ik maakte een handgebaar om haar voor te laten gaan. Ik zei dit niet op een kleinerende toon, ik zei dit vanuit inferioriteit en de angst dat de vrouw een confrontatie of conflict zou starten.

De vrouw keek haar vriendin aan en zei: met haar ga ik niet in discussie. Ook dit ervoer ik als denigrerend en ik wist zeker dat dit een drama ging worden. Het was zeer onrustig van binnen en ik wist dat ik iets voor mijzelf moest doen, ik moest er zijn voor mijzelf. Ik besloot kalm te blijven en het woord kalmte te leven. Ik keek de vrouw niet meer aan en focuste mij op mijn ademhaling en het afrekenen van mijn spullen. De vrouw zei inderdaad niets meer tegen mij en aangezien ik eerder klaar was dan haar, liep ik met mijn dochter de winkel uit.

Tijdens dit voorval had ik vanbinnen als een kokende fluitketel gevoeld, vooral niet het fluitje er vanaf halen anders zou de hete stoom ontsnappen. Er was niets door mijn hoofd gegaan van wat ik terug had kunnen zeggen, wat ik normaal wel heb. Ook gebeurd dit nog weleens een dag later, maar ook dat bleef uit. Maar eenmaal buiten de winkel moest ik van mijn dochter weten of ik asociaal gereageerd en gehandeld had. Ik bleef een beetje rondjes draaien om te zien waar ik fout had gezeten en nam het mij persoonlijk wat de vrouw had gezegd en hoe ik de vrouw haar houding naar mij toe had gelabeld. Ik kon eigenlijk niet geloven dat de ander mij een voordringster vond mij  vervolgens niet waardig genoeg vond om een eventueel misverstand op te lossen. Ik nam het dus duidelijk wel persoonlijk en ik had mij wel degelijk aangevallen gevoeld, maar door kalm te blijven kon ik de situatie niet laten escaleren, als dat al het geval was.

Geen enkel moment heb ik het van de vrouw haar kant bekeken, natuurlijk zal ik er nooit achterkomen zonder het haar te vragen, wat maakte dat zij zo reageerde op mij. Ik wist dat ik niet verkeerd zat en toch schrok ik. Ik had ook kunnen vragen of zij eigenlijk toch van rij had willen wisselen, maar eerlijk gezegd heb ik geen idee of dat ook als olie op het vuur was geweest. Wat voor mij belangrijk is voor een volgende keer dat iets dergelijks gebeurd, te weten dat ik niet hoef te twijfelen aan mijzelf. Geen innerlijk conflict hoef aan te gaan met mijzelf en zo dus ook een geen conflict te vrezen buiten mijzelf met de ander als een weerspiegeling van wie ik ben in dat moment.

Ik voelde mij naar naderhand, omdat ik mijzelf als mindere had opgesteld en dus de situatie gepolariseerd had. Ik had het voor mijzelf ingewikkelder gemaakt dan nodig was geweest.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te doen geloven vanuit een gevoel van inferioriteit dat ik fout zat terwijl ik wist dat ik niet fout zat, waardoor ik conflict binnenin mijzelf creëerde en vervolgens vreesde dat dit conflict ook in mijn buitenwereld zou uitspelen.   

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te vrezen dat er conflict zal ontstaan in mijn buitenwereld, maar het acceptabel vind dat er innerlijk conflict zich in mij afspeelt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de denigrerende toon die ik bij de vrouw bespeurde persoonlijk te nemen al op het moment dat ik het als denigrerend labelde en vanaf dat moment mij zo klein mogelijk maakte om niet haar slachtoffer te worden door zo aardig mogelijk te blijven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbaasd te zijn dat mijn actie/handeling dit veroorzaakte, terwijl deze situatie zo indruiste tegen mijn verwachting van wat er had moeten gebeuren, dat mijn projectie van de toekomst in frictie kwam met de werkelijkheid en mij een surrealistisch gevoel gaf, met gedachten als: dit kan niet waar zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de vrouw in mijn geest als naar en agressief af te schilderen, wat als gevolg heeft dat dit ene moment van interactie een indruk bij mij achterlaat die als ik haar nog eens zou ontmoeten in een andere setting, ik haar direct al niet zou mogen en dus niet het moment zou beleven maar het moment gefilterd door het verleden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik deze situatie beleeft heb zoals ik hem beleeft heb, omdat ik ben meegegaan in opinies en angsten, waardoor deze mevrouw haar eigen innerlijk conflict ineens ook mijn conflict werd en ik mij liet mee zuigen in iets dat niet van mij was en waar ik ook geen verantwoordelijkheid voor had kunnen nemen, anders dan mijn zelfverantwoordelijkheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat we beiden reageerden op onze innerlijke conflicten en wel in communicatie waren met elkaar, maar eigenlijk ook niet, maar omdat het allebei om conflict ging en de energie van conflict er aan te pas kwam het ineens heel werkelijk leek, terwijl het niets met elkaar van doen had in essentie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet te verplaatsen in de ander waar de ander eigenlijk wil terugkomen op een beslissing maar dan te laat is en een ‘fuck’ moment heeft, waarbij ik het ‘fuck’ moment aan de nader had kunnen laten en niet persoonlijk had hoeven nemen alsof het mijn eigen ‘fuck’ moment was waarbij ik even dacht dat ik fout zat en asociaal gehandeld had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te vrezen dat ik mogelijkerwijs niet als een goed persoon gezien zou worden, maar als een voordringster die anderen benadeeld en te denken dat dit het einde van de wereld betekent als ik zo te boek zou staan, bij het handjevol mensen die aanwezig waren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de vrouw te oordelen als naar en te beschuldigen van asociaal en onacceptabel gedrag, terwijl ik niet weet wat haar startpunt was en of die inderdaad van uit onacceptabele gedachten en opinies voortkwam.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf in toom te houden door het woord ‘kalmte’ in het moment te leven, maar het direct weer los te laten zodra de vrouw uit mijn werkelijkheid was verdwenen en ik koortsachtig ging denken en redeneren over het voorval om mijzelf vrij te pleiten van elke vorm van blaam.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om energie in mijn praten toe te laten na afloop van het voorval en mij alsnog door mijn geest te laten meeslepen in gedachten die mij laten voelen dat ik in mijn gelijk stond en ik mij niet realiseerde in dat moment dat deze gedachten mij laten zien waar ik sta in mijn proces en wat ik ten aanzien van conflict en schuldgevoel nog te doorlopen heb.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om reacties te hebben op het feit dat ik als voordringster wordt gezien wat maatschappelijk gezien niet een positief woord is en iets is waar ik niet mee geassocieerd wil worden om zo niet meer te kunnen geloven dat ik een goed mens ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor wat er in mij zat, tijdens deze situatie met de vrouw, aan onaardige woorden of gevatte woorden die er mogelijkerwijs uit zouden kunnen komen en het conflict een aardige push zouden hebben gegeven. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn geen controle over mijn eigen woorden te hebben en de woorden die ik zou kunnen spreken in afscheiding van mijzelf zie, waarbij ik geen zelfverantwoordelijkheid kan nemen, omdat mij dit immers overkomt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te zijn op de vrouw voor hoe ik mij voelde en mij niet te realiseren dat alleen ik mijzelf een bepaalde manier kan laten voelen en niet de ander, dus in feite boos op mijzelf te zijn dat ik mijzelf minder voelde en schuldig acht aan iets waarvan ik weet dat ik er niet schuldig aan ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf vervelende ervaringen te geven die niet nodig zijn voor mijzelf als een geheel van geest en lichaam, maar in afscheiding van mijn lichaam, als geest een manier zijn om de geest met de energie van frictie en angst te voeden en in stand te houden als afgescheiden entiteit.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om de emotionele aangelegenheden van een ander persoonlijk te nemen, dan stop ik en adem. Ik realiseer mijzelf dat mijn geest altijd in staat zal zijn iets uit de ander zijn innerlijk gevecht te halen en te doen geloven dat ik daarmee te maken heb of verantwoordelijk voor ben. En dus, ga ik de verbintenis met mijzelf aan om eerst te checken of de eerste gedachten die ik heb tijdens een interactie met een ander objectief zijn, of subjectief en mij dusdanig sturen in mijn waarneming van de situatie en mijn handelen in de tweede plaats. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om te letten op mijn ademhaling bij een eerste interactie en de woorden waar te nemen los van gedachten over de woorden en elke gedachte bewust voorbij te laten komen om vervolgens ook weer te laten gaan en niet mij te laten aansturen, waarbij ik mij realiseer dat dit een proces is en oefening nodig heeft.

Wanneer en als ik mijzelf innerlijke conflicten zie accepteren en goedkeuren, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat het goedkeuren en accepteren van conflict, conflict doet aantrekken en zo mijn angst laat uitkomen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om conflict in mijzelf te stoppen en waar te nemen voor wat het is en niet te voeden nog te volgen, bewust te zien waar het conflict over gaat en zo mijn patronen aan te pakken die hier aan ten grondslag liggen, door woorden te leven die een andere wending kunnen geven aan het omgaan met deze bepaalde patronen.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om door inferioriteit conflict te sussen, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik vanuit een gepolariseerd startpunt conflict niet kan stoppen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om conflicten niet te sussen maar te voorkomen door polariteiten te stoppen in het moment, door niet aan mijzelf te twijfelen en schuldig te voelen als ik diep van binnen weet dat er niets is om aan te twijfelen of schuldig over te voelen.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om een ander te labelen door de gedachten die ik heb in een bepaalde situatie met de ander, dan stop ik en adem. Ik realiseer mijzelf dat ik mij en de relatie met de ander beperk door de relatie voortaan alleen nog te zien door de ogen van dit ene moment. En dus , ga ik met mijzelf de verbintenis aan om anderen in elk moment weer opnieuw te leren kennen door te zien wie zij en wie ik ben in elke nieuwe ontmoeting, zonder het verleden als blauwdruk eroverheen te leggen.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om als een goed persoon gezien wil worden, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik mij in polariserende gedachten bevind en dus niet objectief de mijn situatie kan duiden en waarnemen. En dus, ga ik de verbintenis met mijzelf aan om het goed en fout los te laten en in elk moment te bepalen wie ik wil zijn in dat moment en daar naar te handelen en te leven.

Dag 313 van 2555: van het (medicijn)kastje naar de muur gestuurd worden – deel 3 – zelfvergeving en zelfcorrectie

8CE289089E5F03B2A82BAFEC8ABDit is een vervolg op de twee voorgaande blogs, het is dan ook aan te raden om eerst de andere blogs te lezen alvorens deze blog te beginnen.

 

Deze reeks zelfvergevingen en zelfcorrecties draaien rond het punt van geduld en geloofwaardigheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geduld te moeten beoefenen om uiteindelijk te geloven dat ik ergens terecht kom waar mijn kind serieus wordt onderzocht.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van ongeduld wanneer ik zie dat de klachten van mijn kind niet serieus worden genomen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de ander zijn geloof niet kan veranderen ondanks de reëel fysieke aanwijzingen die we geven. Ik stop het ongeduld en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet meer te laten frustreren door medische en para-medische professionals die geloven dat zij het bij het rechte eind hebben zonder de fysieke werkelijkheid daarbij in ogenschouw te nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om na ongeduld frustratie te ervaren door het niet kunnen overbrengen van de fysieke werkelijkheid aan mensen die meer waarde hechten aan hun ‘geestes’ werkelijkheid en verstrikt zitten in opinies, ideeën en geloof.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het verstrikt zijn van de ander in de ‘geestes’ werkelijkheid persoonlijk te nemen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik door dit persoonlijk te nemen denk iets niet te kunnen overbrengen. Ik stop het persoonlijk nemen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet gelijk en één te gaan staan aan de ander zijn verwardheid tussen fysieke werkelijkheid en ‘geestes’ werkelijkheid en daardoor te denken dat ik de boodschap niet kan overbrengen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om onzeker te worden wanneer ik de boodschap niet denk over te brengen over wat er met mijn kind fysiek mis is.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van onzekerheid door verwarring en ruis bij de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik één en gelijk aan de fysieke werkelijkheid moet gaan staan en hier mijn kracht uit te putten om door te zetten in vastberadenheid. Ik stop de onzekerheid en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf geen onzeker gevoel aan te praten, ik weet dat wat mijn kind zegt en fysiek voelt in de fysieke werkelijkheid, gestoeld kan worden aan de fysieke werkelijkheid omdat het nooit afwijkt en altijd hetzelfde is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om van binnen te koken wanneer ik zie dat een medisch onderlegt iemand de boel traineert en mijn kind langer dan nodig in helse pijnen laat zitten.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van woede in mijzelf door onkunde van de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niets bereik met deze woede anders dan energie opwekken en meer gevolgen genereren. Ik stop de woede in mij en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien in mijn woede en te snappen wat die woede mij zegt om zo dit energetische punt voor mijzelf op te helderen en uit de wereld te helpen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn mijn woede op de ander te richten terwijl ik nog afhankelijk ben van deze mensen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om de ander te wijzen op onacceptabel gedrag, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben dat dit verregaande gevolgen heeft waardoor ik nog meer klem kom te zitten en geen oplossing kan vinden voor mijn kind. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om elke keer weer in te schatten wanneer ik onacceptabel gedrag van medici doormiddel van een officiële klacht wel uit en wanneer ik wacht totdat ik diegene niet meer nodig heb.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om iedereen die het bij het verkeerde eind hadden te willen laten zien wat de gevolgen van hun handelen zijn.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn gelijk bevestigt te willen zien worden door anderen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik in zo’n moment handel vanuit het ego en niet vanuit wat het beste is voor iedereen. Ik stop het zoeken naar mijn gelijk en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen gelijk te willen halen maar simpelweg de ander erop te wijzen hoe de feiten zijn, zonder daar enige vorm van energie uit te halen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat we nooit begrepen gaan worden en nooit doorverwezen gaan worden naar de juiste medici.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van te denken dan het nooit meer goed komt, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik onbewust het bijltje er bij neer wil gooien omdat ik geen mogelijkheden meer zie om verder te komen. Ik stop dit doemdenken en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om nooit het bijltje erbij neer te willen gooien, noch bewust of onbewust, totdat onomstotelijk vaststaat dat wat ik nodig heb niet gegeven kan worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om radeloos te worden van een kind met pijn en een medici staf die vindt dat het tussen de oren zit.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van radeloosheid, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik door mijn ‘resources’ heen ben om het tegendeel aan te tonen. Ik stop de radeloosheid en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om ten alle tijden te blijven aangeven dat het probleem niet opgelost is en men nog steeds naar een oplossing moet zoeken voor een kind dat veel pijn heeft.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om neer te gaan kijken op de medici en para-medici omdat zij zoiets simpels als de fysieke werkelijkheid niet aan willen nemen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van superioriteit, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik denk dat ik dit nodig heb om mij staande te houden in een verwarrende situatie waar ik weet dat ik niet gek ben en de fysieke waarheid spreek. Ik stop deze superioriteit en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen polariteiten te gebruiken om mijzelf staande te houden binnen deze illusionaire stabiele werkelijkheid, maar te zien in zelfoprechtheid dat ik en mijn kind geen dingen verzinnen en dus te staan als het woord dat we spreken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vertrouwen te willen hebben in de medici, terwijl ik wantrouwen ervaar.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van wantrouwen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik stabiliteit probeer te putten uit polariteit, terwijl ik stabiliteit uit mijzelf kan putten. Ik stop de polariteit van het wantrouwen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om vertrouwen in mijzelf te vinden en de ander in te roepen voor hulp en ondersteuning waarbij ik de eindverantwoordelijke ben en blijf om mijzelf en mijn fysieke werkelijkheid aan te sturen in zelfoprechtheid.

Dag 128 van 2555; het goede doen gedreven door schuld

Dag 128 van 2555; het goede doen gedreven door schuld  Zelfvergevingen op het willen helpen van mijn kinderen met huiswerk totdat ik er bij neerval.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren waarom ik de kinderen tot in den treuren wil helpen met hun huiswerk.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het helpen met huiswerk als een verplichting te zien/voelen, dat wat ik moet doen als moeder om goed te maken wat ik als fout, ten opzichte van hen ervaar.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de situatie waarin mijn kinderen nu verkeren als iets te zien dat ontstaan is door mijn toedoen en dus als iets waar ik schuld aan heb en de schuld daarvan moet dragen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen dat mijn kinderen weer helemaal opnieuw moeten beginnen met hun schoolopleiding door onze remigratie naar Nederland.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen dat mijn kinderen helemaal opnieuw moesten beginnen met hun schoolopleiding door onze emigratie naar Italië 6 jaar geleden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen dat ik mijn kinderen 2x een enorme ommezwaai laat meemaken in hun schoolcarrière en de angst heb dat door mijn grillen zij het niet redden op school en zodoende minder kansen in de maatschappij zullen hebben.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen dat ik mijn kinderen dupeer door gedrag dat in mijn eigen belang was voorop te stellen en niet naar het geheel te kijken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om schuld mijn motivator te laten zijn, voor de hulp die ik wil bieden aan mijn kinderen op het gebied van huiswerk.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door schuld gemotiveerd mijn kinderen te helpen met hun huiswerk en tegelijkertijd te vrezen voor de tijd die er voor mij nog over blijft.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frictie te voelen in mij wanneer mijn eigenbelang niet gehonoreerd wordt, terwijl ik dingen moet doen waar ik mijzelf toe verplicht, zoals huiswerkbegeleiding, uit een schuldgevoel.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn eigen fuck up te willen recht breien en zodoende veel tijd steek in het huiswerkbegeleiden van mijn kinderen om zo het verleden te proberen helen en mij niet te realiseren dat ook schuldgevoel voortkomt uit eigenbelang, zodat ik als goed persoon nog steeds gezien kan worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik besta uit/in eigenbelang en dat ik mij van daaruit kan veranderen naar een mens die in de schoenen van een ander kan staan en haar daden afstemt op wat in het belang van een ieder is.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn kinderen die begeleiding te geven die nodig is en niet langer energie te geven aan mijn schuldgevoelens.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te kunnen zien/begrijpen/realiseren waar dit schuldgevoel vandaan komt en het zodoende niet meer als een patroon in andere situaties te herhalen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn dagindeling niet in te delen in dingen die moeten en daar dan vervolgens emoties aan te hangen die het moeten alleen nog maar zwaarder maken. Mijn dagindeling is een indeling van zaken die gedaan kunnen worden op die dag wanneer het niet in het gedrang komt met andere zaken, alles wat niet is gedaan schuift door zonder er een waarde/oordeel aan te hangen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/begrijpen/realiseren dat elke beslissing die ik maak, goed of fout, mijn kinderen zullen mij volgen en er het beste van maken, dus is het aan mij de taak om te overzien wat wel in het belang van een ieder is en wat vanuit eigenbelang gedaan is/wordt.

Dag 106 van 2555; Hey, come no

Dag 106 van 2555; Hey, come noSommige woorden hebben meer fysieke reactie of impact op ons dan andere woorden. Na van de week korte metten te hebben gemaakt met het Engelse woord “Hey”, moest ik denken aan het Italiaanse woord “come no” dat net zo’n lading had en ook voor een heftige reactie in mij zorgde.

 

“Hey” als gesproken woord gaf geen reacties, maar geschreven als aanhef deed het mij even mijn adem inhouden. Er vlogen dan allerlei gedachten door mijn hoofd die met deze persoon die mij dit schreef te maken hadden. De basis van al deze gedachten was altijd, heb ik iets fout gedaan. Dit “Hey” kwam mij dan ook heel agressief over en ik probeerde er niet te lang naar te kijken, zodat het de boodschap aan mij niet zou verpesten of voor ruis zou zorgen, wat het overigens natuurlijk wel deed. Naarmate dat dit woord zich vaker voordeed kreeg ik al gevoelens van angst bij het zien van het woord en werd er energetisch heel wat beroerd in mij, dit door de overtuiging die ik mij had aangeleerd dat “Hey” een agressieve manier van communiceren was. Tot het moment dat ik besloot dat het nu maar eens over moest zijn met dit gedoe en ik het woord simpelweg opzocht in een woordenboek. Nergens maar dan ook nergens was er ook maar 1 betekenis te vinden die gestoeld was op agressiviteit, het was niet meer dan een begroeting/aanhef, het was dus echt iets in mijn hoofd/mind vanaf het begin geweest. Voor zover ik het kan terug halen was de eerste keer dat het werd gebruikt richting mij in een mail, iets waar ik mij onzeker over voelde en dus ging ik twijfelen aan mijzelf en om de “pijn” te verzachten besloot ik dat de ander dus agressief richting mij was en dat een aanhef als deze niet veel goeds aankondigde.

 

Het woord “come no” werd in mijn eerste jaar in Italië veelvuldig op een kortaffe, snauwerige en agressieve manier verbaal aan mij overgebracht. De dames die dit deden waren over de hele linie wat grof en simpel in hun taalgebruik, iets wat ik toen taalkundig nog niet kon onderscheiden. Elke keer als ik vroeg of iets kon/mocht/okey was dan werd er steevast “come no” naar mij gesnauwd, waarbij ik als het ware in elkaar dook en het als een schok door mijn fysieke lijf ging. Wat heb ik misdaan ging er dan door mij heen, omdat dit woord op een vragende toon werd uitgesproken kwam het mij over alsof ik een wedervraag kreeg om aan te geven dat ik niet goed bezig was. Ook bij dit woord speelde onzekerheid en niet altijd alles goed kunnen begrijpen een grote rol en nam ik deze toon direct persoonlijk. Het moment dat ik ook bij dit woord in het woordenboek dook om de betekenissen te achterhalen, bleek het alleen maar iets te betekenen als natuurlijk of hoezo niet?. Niks van wat ik had ervaren bleef staan toen ik de betekenis zag. Het had zich afgespeeld in mijn hoofd/mind en alleen toen ik het tastbaar maakte en naar mijn moedertaal vertaalde kon ik zien dat er geen reden was om het persoonlijk te nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om energetisch beroerd te worden door woorden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om woorden als een entiteit te benaderen en de woorden zodoende bepaalde kwaliteiten/eigenschappen toe te kennen en mij niet te realiseren dat ik zo mijn zelfverantwoordelijkheid uit handen geef om te kunnen zeggen, die woorden hebben het gedaan/mij aangedaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te separeren van de ervaring die ik bij het zien/horen van deze woorden ervoer om zo de vinger naar de woorden en de zender van de woorden te kunnen wijzen en zo de regie en zelfverantwoordelijkheid over mijn leven uit handen te geven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het horen van het woord “Hey” mijn adem te laten stokken en zo in dat moment niet aanwezig te zijn in mijn fysieke werkelijkheid en daarmee angst toe te laten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben voor het woord “Hey” en mij niet te realiseren dat het woord een angst/onzekerheid in mij spiegelt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een mening te vormen over het woord “Hey” op basis van onzekerheden en angsten en het te laten escaleren tot een angst, allemaal veroorzaakt door participatie in de mind/het hoofd.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het woord “Hey” als trigger point te gebruiken om een bepaalde angst/onzekerheid op te roepen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn onzekerheid/angst om iets fout te doen af te schuiven op het woord “Hey”.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om direct in mijn mind/hoofd te gaan zitten als het woord “Hey” zich aandient.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn mind/hoofd te verkiezen als plek om het woord “Hey” tot mij te nemen en mij niet te realiseren dat ik door het zijn in het hier en nu met gezond verstand kan kijken naar de betekenis van dit woord zonder mij door angsten/fantasieën/speculaties te laten aansturen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het horen van het woord “come no” in een te krimpen en zo in dat moment niet aanwezig te zijn in mijn fysieke werkelijkheid en daarmee angst toe te laten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om op voorhand angst te hebben voor het woord “come no” en mij niet te realiseren dat het woord een angst/onzekerheid in mij spiegelt die ik niet aan wil gaan in dit moment en daardoor af doe als agressief.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een mening te vormen over het woord “come no” op basis van onzekerheden en angsten en het te laten escaleren tot een angst, allemaal veroorzaakt door participatie in de mind/het hoofd.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn onzekerheid/angst om iets fout te doen af te schuiven op het woord “come no”.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om direct in mijn mind/hoofd te gaan zitten als het woord “come no” zich aandient.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn mind/hoofd te verkiezen als plek om het woord “come no” tot mij te nemen en mij niet te realiseren dat ik door het zijn in het hier en nu met gezond verstand kan kijken naar de betekenis van dit woord zonder mij door angsten/fantasieën/speculaties te laten aansturen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om wanneer ik een woord in een andere taal niet begrijp dit op te zoeken en het niet een eigen leven/betekenis te laten krijgen met alle consequenties van dien.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in te zien dat woorden , woorden zijn en alleen in mijn handen/oren/ogen een energetische positieve of negatieve lading krijgen als ik dat accepteer en toesta.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om direct als ik een angst zie ontstaan bij een woord, dit te onderzoeken en niet verder te laten escaleren.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren en te begrijpen dat woorden die 1 en gelijk zijn aan mijn woorden, woorden zijn die ik kan spreken zonder lading en dus kan gebruiken om mijn boodschap over te brengen zonder emoties/gevoelens/angsten in het belang van een ieder.