Dag 283 van 2555: van boosheid tot opluchting

basisinkomengarantieMijn dochter is nu 2 weken geleden opgenomen in een revalidatiecentrum waar zij een 9 weken durend pijn -en chronische vermoeidheid programma loopt en ik begin een beetje te wennen aan mijn nieuwe ritme. Het eerste weekend mocht ze nog niet naar huis, dit weekend zaterdag overdag wel en moest zij om 8 uur ’s avonds weer terug zijn en zondag mocht zij 4 uur naar huis. Het hoort allemaal bij het programma, maar ik bespeurde wel een zekere mate van scepsis bij mijzelf en ik moest sterk denken aan een opvoedkamp.

 

Dus zondag reden we naar Rotterdam terug, het hield niet op met regenen, en voordat we de laatste brug over gingen om de éénrichtingsverkeer singel op te rijden zagen wij brandweer auto’s staan en konden we niet de brug over. Ik reed een rondje om zo recht op de singel uit te komen en de brandweer auto’s te omzeilen, om vervolgens te zien dat de singel naar het revalidatiecentrum met tape was afgezet. Er stond een groep brandweermannen in het gras bij de gracht en het leek alsof ze niets deden, verderop stond een busje met hulpverleners die de singel die ik moest vervolgen dwarsboomde. De auto voor mij werd te woord gestaan door een hulpverlener die vervolgens weer in het busje ging zitten toen ik vooraan stond. Een andere hulpverlener maakte vanuit het busje een gebaar dat ik linksaf moest slaan en ik haalde mijn schouders op en gebaarde met mijn armen, ik weet niet hoe ik verder moet, de hulpverlener keek vervolgens de andere kant op.

 

Dit maakte ineens een grote boosheid en een soort van onrechtsgevoel in mij los. Ik maakte mijn gordel los, zette de auto stil en stapte uit. Er probeerde mensen mij links en recht in te halen die blijkbaar niet een paar tellen konden wachten. Ik liep op het busje hulpverleners af en ik voelde de boosheid borrelen in mijzelf. Ik vroeg de hulpverlener hoe hij gedacht had dat mensen naar het revalidatiecentrum moesten komen, en voegde eraan toe dat ik niet bekend ben in Rotterdam en niet wist hoe er nu te komen. Zeer ongeïnteresseerd meldde hij mij dat ik dat zelf maar moest uitzoeken, ik voelde mij bozer worden, maar besloot te ademen en weg te lopen. Ik geloof dat ik nog iets zei over hoe al die mensen weer terug moesten komen in het revalidatiecentrum, maar de man had geen boodschap aan mij.

 

Op zondag avond komen alle revalidanten die met weekendverlof zijn geweest weer terug, dit zijn geen mensen die de auto 3 straten verderop neerzetten en vrolijk huppelend naar het revalidatiecentrum terug lopen. Dit is natuurlijk geen manier van doen om een éénrichingsstraat af te sluiten waar een revalidatiecentrum is gesitueerd. Ik kon het eigenlijk niet bevatten dat een gemeente voor wat voor reden dan ook, zonder verdere verklaring of informatie wanneer het ongemak opgelost zou zijn, zo’n straat af zou sluiten. 

 

We reden opnieuw een rondje en besloten in een parkeergarage zo dichtbij mogelijk te gaan staan, de parkeergarage was nagenoeg leeg wat een beetje raar was, maar ik had niet veel andere opties. In ieder geval kon ik volgens het bord 24 uur lang uitrijden. We liepen door het park naar het revalidatiecentrum waar ook weer brandweerauto’s stonden en daar zagen we dat het ging om overstromingen door de hevige regen. De kelders van het museum waren ondergelopen en de beelden in de beeldentuin stonden gedeeltelijk onder water. Mijn dochter en ik waden door de diepe plassen naar het revalidatiecentrum en kwamen met natte voeten binnen. Later hoorden we dat de singel was afgezet vanwege een brandweerslang die de singel kruiste en het water in de volle gracht loosde. Ook zagen we later dat er materiaal lag om een bruggetje over de slang heen te maken zodat het verkeer verder kon rijden, maar dat gebeurde niet in de rest van die avond.

 

Ik zou mee eten en ik besloot na het eten de auto uit de verder weg gelegen garage te halen en in de garage van het revalidatiecentrum te parkeren, want ineens klonk €2 per uur heel erg goedkoop in verhouding tot de prijzen in de museum garage. Dus liep ik terug door de plassen in het park naar het parkeerdek waar ik in de stromende regen mijn kaartje in een apparaat stak dat de toegangsdeur naar de parkeergarage zou open maken. Er gebeurde niets. Op een bord stond dat na sluitingstijd men bij de hoofdingang naar binnen moest, dus op naar de hoofdingang. Ook daar stak ik mijn kaartje in het apparaat en weer niets. Nu begon ik toch wel wat nerveus te worden en begonnen verschillende scenario’s door mijn hoofd te spelen. “Mijn auto staat daar in een praktisch lege garage en ik sta hier voor een dicht traliehek”. “Ik kan niet naar huis terug”. “Ik zal met de trein moeten en morgen de auto op moeten halen”. “Mijn partner kan niet met de auto naar zijn werk morgen”. En ga zo maar door.

 

Toen zag ik ineens iemand bij een busje staan diep in de garage, het deed mij denken aan bewaking en ik dacht dit is mijn enige kans want de telefoon werd ook niet opgenomen. Ik begon te schreeuwen door het traliehek, “hallo” en de man keek op om vervolgens zich weer van mij af te draaien. Ik voelde mijzelf wee in mijn buik worden, ik was niet instaat om de man zijn aandacht te trekken. Ik bedacht dat ik beter moest communiceren en riep: “hallo, mag ik U iets vragen?” Waarop de man zich nogmaals omdraaide en riep ik kom zo bij U. De man stapte in zijn busje en kwam richting de ingang rijden en vroeg wat er was. Ik deed mijn verhaal en voelde een opluchting, de man probeerde mijn kaartje in het apparaat te stoppen en ook nu gebeurde er niets. Hij liet mij binnen en begeleidde mij naar het betaalapparaat, waar mijn kaartje niets mankeerde en ik gewoon kon betalen. Opgelucht reed ik de garage uit, maar wist dat ik nog niet via de singel naar het revalidatiecentrum kon komen. De verpleging had mij aangeraden om een gedeelte van de singel tegen het verkeer in te rijden om zo toch binnen te kunnen komen. Zo gezegd zo gedaan, maar er kwam een auto aan en ik was aan het spookrijden, ik reed om de auto heen en gaf een dot gas om op het terrein van het revalidatiecentrum te komen. Opgelucht zette ik mijn auto in de parkeergarage va het revalidatiecentrum om zo nog wat langer bij mij dochter te kunnen blijven.

 

Wat een avond zeg en wat een variëteit aan emoties kwamen langs, in mijn volgende blog zal ik mijn zelfvergevingen uitschrijven en mijn emoties nogmaals onder de loep nemen.

Advertenties

Dag 146 van 2555; wil ik een statussymbool of wil ik transport

Dag 146 van 2555; wil ik een statussymbool of wil ik transport  Onze auto die nog op Italiaans kenteken staat zal per januari overgezet gaan moeten worden op Nederlands kenteken. Dit is op zich geen grote operatie, eerst hadden we begrepen dat we de auto in moesten invoeren, maar dat bleek niet het geval te zijn. De auto behoort tot onze inboedel en net als de bank en het bed mag ik dat binnen Europa met mij meenemen. De handeling die wel gedaan moet worden is de auto keuren bij de RDW en wanneer hij daar doorheen komt dan kan hij een Nederlands kenteken krijgen. Dit was een pak van ons hart, want de optie van invoeren lag zo rond de €1000 en het op kenteken zetten zit zo rond de €250.

 

Nu wil het geval dat wij een auto bezitten met een Italiaanse gasinstallatie, wij zijn daar erg blij mee, want op gas rijden scheelt toch een slok op een borrel. Toch zal deze gasinstallatie de bottleneck zijn van de keuring bij de RDW. Wordt de auto hierop afgekeurd dan zal de gastank eruit moeten en blijven we zitten met een oude slurpende benzine auto. Niet echt iets om naar uit te kijken in deze barre tijden met hoge benzine kosten. Zo’n slurp wagen verkopen is ook niet eenvoudig als het al niet onmogelijk is. Dus na een beetje rondvragen en bellen met onze oude garage in Laren, zal het eenkwestie worden van afwachten wat de RDW keuring gaat opleveren en dan een plan van aanpak maken. Komt hij niet door de keuring dan zijn er ook nog andere reparaties die nu of in de nabije toekomst gedaan moeten worden en alles bij elkaar opgeteld zouden we dan beter af zijn met hem naar de sloop te brengen voor onderdelen.

 

Dat doet toch wel een beetje pijn, het idee om een nog rijdende auto naar de sloop te moeten brengen. Ook bracht dit ons tot een punt waar we eens kritisch moesten kijken naar wat die auto nu eigenlijk voor ons betekent en wat wij feitelijk nodig hebben. We zitten al heel lang in situaties dat zonder auto we niet echt weg zouden komen van de plekken waar we gewoond hebben. Nu echter zitten we in een stadssituatie en wonen we op 10 minuten lopen van het treinstation.

 

Dus zijn we met onze tiener kinderen eens gaan kijken hoe wij ons leven met of zonder een auto zien. Voor mij was het in eerste instantie een schok dat we misschien zonder auto verder zouden moesten, maar dit was geheel gebaseerd op herinneringen van afhankelijk te zijn van eenauto in buitengebieden. Ook zag ik dat de maatschappij er waarde aanhecht wie je bent en wat je hebt en daar hoort een auto als statussymbool bij. We hebben zelden een echt statussymbool gereden, eigenlijk altijd waren het tweede hands auto’s. De KIA die we hadden was een SUF en die gaf echt status, wanneer ik daar in nette door mijzelf gemaakte maatkleding uitstapte dan werd ik hoger ingeschat dan mijn bankrekening aankon. Niet dat ik dat wilde of daarmee speelde, maar de auto en de kleiding hebben nu eenmaal een bepaalde waarde/statussymbool binnen onze samenleving en dus wordt je dan afgerekend/beoordeeld volgens deze onuitgesproken regels.

 

Door de eerste schok heen kon ik praktisch nadenken en we kwamen tot de conclusie dat een auto voor de deur hebben een groot gemak is, maar ook elke dag betalen is aan dit gemak. Wanneer ik een auto huur, de trein neem of het vliegtuig, op het moment dat ik mij wil verplaatsen dan heb ik alleen dan de kosten. Met de snelheid waarmee wij ons nu verplaatsen zouden de kosten aanzienlijk lager uitpakken wanneer we geen auto in ons bezit hebben. Binnen de stad is alles met de fiets of de bus zeer goed te bereiken en buiten de stad komen we niet wekelijks, op het werk van mijn partner na. Van de reiskostenvergoeding van zijn werk kan mijn partner met gemak een treinabonnement kopen en zal hij 10 minuten langer bezig zijn om van -en naar zijn werk te komen dan met de auto. Een parkeervergunning is ook niet meer nodig zonder auto. Met de komende kostenstijging in 2013 zal brandstof en wegenbelasting er ook niet beter op worden. Al met al zou het nog wel eens een goed idee kunnen zijn om geen auto te bezitten binnen de roerige tijden waarin wij ons bevinden. We zullen de keuring van de RDW afwachten en dan nogmaals de kaarten op tafel leggen, om te zien wat in onze situatie nu het beste is.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik de/een auto zie door de ogen van de maatschappij in mijn eerste beoordelende gedachtengoed.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij minder te voelen in een oude auto dan in een nieuwe auto met status gehalte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om anderen te beoordelen wanneer ik hen zie in de auto die zij rijden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vanuit jaloezie te reageren op het auto bezit van anderen en mij dan af te vragen hoe het kan dat deze mensen in zo’n auto rijden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mee te gaan op de hype dat de auto die je rijdt bepaald wie je bent binnen de maatschappij.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de auto als praktisch vervoersmiddel te zien, terwijl ik tegelijkertijd beïnvloed wordt door de imprint van de maatschappij dat een auto een belangrijk statussymbool is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frictie te ervaren tussen mijn praktische benadering van een auto en mijn imprint over wie ik ben gerelateerd aan mijn auto.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik aan de hand van de auto die ik bezit mijn succes in de maatschappij afmeet, terwijl ik dat niet bewust meemaa , maar als een soort van automatische piloot programma afdraai.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren hoe geautomatiseerd mijn gedachten rondom autobezit zijn en hoe mij dat in mijn dagelijks functioneren beïnvloed.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben om zonder auto geïsoleerd te raken/zijn en mij niet te realiseren dat dit voortkomt uit herinnering van vroegere situaties die nu niet meer relevant zijn en dus ook niet mogen meewegen/meedoen in het hier en nu.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te limiteren door mijn herinneringen te gebruiken als leidraad voor mijn hier en nu.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om zonder auto door anderen als een arme sloeber te worden gezien of als extreme activist wanneer ik uit overtuiging geen auto meer wil en mij niet te realiseren dat ik mijzelf nu beoordeel door de ogen van de maatschappij en dingen verzin die er nog niet zijn om zo emotionele beweging en frictie in mij te creëren en daar weer bevrediging uit te halen om hetzij me meer of minder door te voelen dan een ander.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij minder te voelen zonder statussymbolen en daar gemis door te ervaren en te denken dat ik de boot heb gemist en iets verschrikkelijk fout heb gedaan dat ik aan de andere kant van de lijn sta dan waar ik mijzelf graag had gezien volgens mijn maatschappelijke imprint/programmering.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik mijn status in de maatschappij als geslaagd of mislukt zie aan de hand van de regels die daarvoor gelden binnen de maatschappij en die niets van doen hebben met het werkelijk geslaagd of mislukt te zijn in het leven.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf, wie ik werkelijk ben, niet af te meten aan zaken buiten mijzelf die moeten bepalen of ik geslaagd ben binnen de maatschappij of niet.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de auto terug te brengen tot een transport middel en de behoefte/bezetenheid om zoiets te bezitten moet zien als een angstvallig om mij heen grijpen om te snappen wie ik ben aan de hand van de voorwerpen die ik bezit. Ik ben niet mijn bezit, ik ben een bewoner van de planeet aarde die gebruik maakt van de mogelijkheden van de planeet aarde, in het belang van een ieder. Om zo de planeet met zijn mogelijkheden niet uit te putten voor individueel gewin, zonder naar de toekomst te kijken en te zien dat een ieder ook diegenen zijn die nog moeten komen, ook gebruik moeten kunnen maken van de mogelijkheden van de planeet aarde.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst om geïsoleerd te raken zonder auto in elke nieuwe woonsituatie weer aan de werkelijkheid te toetsen om te zien of het gevaar van geïsoleerd te raken en niet goed in mijn levensonderhoud te kunnen voorzien zonder auto nog relevant is.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet meer mee te doen aan de race waarbij wij auto’s als een verlengde van ons ego gebruiken om een ander te imponeren of om onze tekortkomingen te verbloemen en zodoende ons te vereenzelvigen met een voorwerp en de regie over ons leven weg te geven. Dit is niet wat ik voor ogen heb wanneer ik spreek over veranderen in het belang van een ieder en dus zal ik moeten erkennen dat deze race niet bijdraagt aan een betere wereld en deze race dus te zien voor wat het is, het aan te kaarten voor wat het is, maar niet meer mee te doen omdat ik weet/begrijp/realiseer wat deze race is en waar het voor staat.