Dag 271 van 2555: we zijn zooo blij

basisinkomengarantieBij mijn bezoek aan de biologische winkel in onze woonplaats stuitte ik bij de kassa op een medewerkster die zooo blij was. Ze was net terug van vakantie en had in Drente een sjamanen week gedaan. Ze was zoooo blij dat haar werkdag erop zat, wat ze tussen neus en lippen door zei, terwijl ze doorvertelde hoe geweldig het daar in Drente was. Zij sprak tegen de klant voor mij en tegen mij en mijn dochter. De andere klant wilde ook zo graag eens een sjamanen iets bijwonen dat leek haar helemaal te gek. Ik voelde een lichte reactie opkomen en veroordeelde deze vrouwen als het toch niet helemaal op een rijtje te hebben. Ik observeerde de medewerkster en het was bijna alsof zij aan de drugs was, zo was haar gezichtsexpressie.

Toen zij zag dat de klant voor ons en wij een pakje cocosdrink hadden meegenomen begon zij kortingskaarten uit te delen. Daar bleef het niet bij ze gaf nog een kaart en nog één totdat we er allemaal 4 hadden. Het leek wel een reclame waarin zij blij in de lucht keek en kortingskaarten bleef vouwen en uitdelen. Tijdens het uitdelen werd ook weer veelvuldig verteld hoe blij ze wel niet was. En dat was het moment dat het in mijn verkeerde keelgat schoot. Ik stond daar met die kaartjes en keek daar in het leipe happy gezicht van de medewerkster en zag dat het geen zin had om haar attent te maken dat zij niet zoveel kaartjes aan ons moest uitdelen tegen de regels van haar baas in, enkel en alleen omdat zij blij was. Maar dat slikte ik in en vervolgens kwam er wat anders uit. Ik zei: “weet wel dat blij maar zo lang duurt”. En ik schrok een beetje van de hardheid van mijn boodschap tegen deze high van blijdschap zijnde dame, en zei onmiddellijk: “het klinkt misschien een beetje hard maar blij zijn duurt niet eeuwig”. Waarop de medewerkster wel heel even ontnuchterd leek te zijn en zei: “ja, maar zonder verdriet hebben we geen blijdschap”. “Precies”: zei ik, “daar zit het hem nu juist in, je beweegt je tussen twee polen, probeer er niet in mee te gaan en gewoon te zijn”. Waarop de medewerkster weer blij verder sprak met de klant die voor mij was en nog altijd was blijven staan praten.

Tijdens het naar buiten gaan siste mijn dochter: “mama dat moet je niet doen, de mensen begrijpen dat niet”. En ik voelde mij een beetje betrapt en sputterde dat ik wel een zaadje mogelijkerwijs had kunnen planten. Als de medewerkster vanmiddag thuis komt en zich niet meer zo blij voelt dan denkt ze misschien aan mijn woorden. “Dat betwijfel ik”, zei mijn dochter. “Mensen denken niet over zulke dingen na”, voegde ze er nog aan toe.

En dat is ook wel zo, mensen willen niet nadenken over het feit en het waarom ze zooo blij zijn. Ik had ook kunnen vragen welk verdriet de medewerkster dan wel niet aan het onderdrukken was dat zij er zoveel extreme blijheid tegenover moest zetten, maar dat had volgens de sociale omgangsetiquette waarschijnlijk echt niet gekund. Toch zou het handig zijn wanneer wij onszelf een beetje beter zouden begrijpen. Hoe komt het dat wij ineens zooo blij zijn? Wat ging eraan vooraf dat vermeden moest worden en overspoeld moest worden door extreme blijdschap. Mogen we het verdrietige niet onder ogen zien? Mogen we niet zien wie wij zijn in elk moment en elke adem? Is dat een te benauwend gevoel?

Ik was in het moment in de winkel niet alleen degene die een zaadje wilde planten bij een ander, ik was diegene, die de ander veroordeelde in haar origine van blij zijn uit frustratie dat het verdriet niet erkend werd. Het verdriet van ons allen om het bestaan dat wij leiden door van de ene polariteit over te gaan in de andere en vooral niet onszelf te confronteren met onszelf of het nare beeld van de ander en de wereld. Pingpong ballen zijn we die van de ene kant naar de andere kant gestuiterd worden door onze emoties en gevoelens, terwijl wij de illusie willen hoog houden dat wij het tafeltennisbatje onder controle hebben en niet door de ruimte geslingerd worden door onze emoties en gevoelens.

Eens kijken hoe mijn volgende bezoekje verloopt aan de biologische winkel of het zaadje al aan het kiemen is of dat het is afgestorven door mijn reactieve opmerking…

Zelfvergevingen volgen.

Dag 157 van 2555; wat als mijn ouders sterven?

Dag 157 van 2555; wat als mijn ouders sterven?

 

Ik zag deze foto op Facebook langskomen en er ging iets door mij heen. Geen gevoelens zoals, tederheid, koesteren, zorgen of noem het maar op, nee ik realiseerde mijzelf iets. Ik realiseerde mij ineens dat ik naar mijn ouders toe, sinds ik terug ben in Nederland, een vrij zakelijke relatie heb opgepakt. Een vorm van afstand houden die ik niet direct kon duiden en 1 die ik het sterkste waarneem ten opzichte van mijn moeder. Mijn ouders zijn nog niet hulpbehoevend of dementerend, maar op het moment dat ik het gevoel herbeleefde wat ik ervoer toen ik naar die foto keek, zag ik dat het een angst voor de dood van mijn ouders was. Ik sta daar nooit zo bij stil en beschouw zo’n moment, dat wanneer je ouders sterven, als een moment waarin dan gehandeld moet worden. Iets waarvan het geen zin heeft om jaren tevoren mijzelf al sappel over te maken. Dit wil echter niet zeggen dat mijn geest het daar onbewust ook mee eens was. Ondergronds/onderbewust werd er een angstplatform gecreëerd dat met de juiste stimuli even voor een moment mijn bewuste staat inslipte om vervolgens als ik er geen aandacht aan zou besteden net zo snel weer weg zou zijn, maar niet vergeten, want de geest vergeet niet. Dit angstplatform geeft handen en voeten aan de angst voor verlies en bij het verlies van mijn ouders, nog eens sterker de angst voor het verlies van wie ik ben als kloon van mijn ouders.

 

Tjee, dat was best even heftig die ene snelle blik op deze foto en de onthulling van een angst die ik met mijn nuchtere aard niet dacht te bezitten. Natuurlijk walste ik er snel overheen met mijn nuchtere kijk en zag het woord koesteren bij de foto staan, wat mij deed afdwalen in allerlei praktische fantasieën van wat als mijn ouders zo oud zouden zijn en behoefte zouden hebben om geknuffeld te worden als een kind. Maar deze angst liet een onaangenaam gevoel achter dat ik niet simpel weg kon redeneren, dus vandaar de volgende zelfvergevingen.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om afstand te creëren tussen mij en mijn ouders zonder te begrijpen waarom ik dat doe en dit ook niet te onderzoeken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de wat afstandelijke benadering als ‘goed’ te beschouwen en 1 van minder emotionele afhankelijkheid en mij niette realiseren dat er iets anders in het spel was.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het meeste afstand te creëren tussen mijzelf en mijn moeder om geen zaken weer op te pakken waar ik niet meer achter kon staan en mij tegelijkertijd niet te realiseren dat het de acceptatie van angst was die mij afstand deed houden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat mijn ouders sterven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ook mijn ouders op een dag zullen sterven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet bang te willen zijn voor de dood van mijn ouders.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te willen realiseren dat ik het als een verlies voel van mijzelf als mijn ouders zullen sterven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn mijzelf te verliezen als mijn ouders.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn in een soort van leegte terecht te komen als mijn ouders, de leveraars van mijn genetische materiaal, er niet meer zouden zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te kunnen en willen voorstellen dat mijn ouders ooit zullen sterven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te kunnen voorstellen dat er ook een leven kan komen zonder mijn ouders.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken ‘en wat dan wanneer zij dood zijn’ en mij niet te realiseren dat ik mijn leven zelfstandig zonder hen leid en bijna elk mens voor dit dilemma komt te staan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te medelijden te hebben met mijn ouders wanneer ze sterven en de werkelijkheid zich als een onplezierige verassing aan hen zal aandienen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen dat ik hen nooit heb verteld wat een leven na de dood nu eigenlijk inhoudt anno nu en mij in dat moment niet te realiseren dat ik niet hun proces kan beïnvloeden of veranderen en dat zij zelf zullen uitvinden water na hun dood gebeuren zal.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om over het hiernamaals met mijn ouders te spreken om hen als Christenen niet voor het hoofd te willen stoten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn ouders niet kwaad te willen maken met het vertellen van dat dat ik zie als aannemelijke versie van het leven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de angst voor de dood van mijn ouders als dekmantel te gebruiken voor de angst voor mijn eigen dood.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de angst voor mijn eigen dood als dekmantel te gebruiken voor de angst om niet onsterfelijk te zijn en vergeten te zullen worden als ik er eenmaal niet meer ben.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat de angst voor mijn dood de angst van mijn ego is om er niet meer te zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat mijn ego niet voortbestaan bij mijn fysieke dood, terwijl ik als wie ik ben de mogelijkheid heb om te kiezen voor leven en als leven kan blijven voortbestaan in welke vorm dan ook.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een zeer empathische angst als de angst voor de dood van mijn ouders niet te willen terugvoeren tot een egoïstische gedachte die mij angst oplevert als systeem en bedreigd voelt om uit te sterven zonder fysieke vorm.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niette realiseren dat ik als mens mij allereerst beweeg uit egoïsme om het vervolgens mooier over te laten komen en er een empathisch jasje omheen te trekken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik als mens niet goedaardig ben door mijn genetische geprogrammeerde aard, maar mij wel kan veranderen door te zien waar het venijn zit en te begrijpen dat het zo niet hoeft te zijn.

 

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen angst te hebben voor de dood van mijn ouders omdat ik kan zien en begrijpen dat hetgeen reële angst is maar een angst om egoïstische beweegredenen te verbloemen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen angst te hebben voor de dood van mijzelf, ik weet dat het eenillusie is en wat ik moet doen om niet wanneer ik overga te verdwijnen in het niets, het is aan mij om te beslissen of ik mijn proces wil doorlopen op aarde om deze aarde voor te bereiden voor de generaties te komen gaan.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen onnodige afstand tussen mij en mijn ouders te creëren uit angst voor iets dat niet reëel is en later spijt te hebben van het niet samen zijn geweest en van elkaar te genieten in het moment.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de dood niet te misbruiken om een egoïstische agenda te draaien en niet onder ogen te willen zien wat er echt gaande is en mijzelf daarop aan te spreken om zo mijzelf te kunnen corrigeren in mijn fysieke realiteit.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien hoe ik tot dusver mijzelf heb veranderd door de regie op velerlei plekken in mijn leven weer zelf in handen te nemen en dat het dus mogelijk is om in het voordeel van een ieder te handelen in plaats van vanuit mijzelf te redeneren als centrum van het universum.