Dag 338 van 2555: ben ik winstgevend of verlieslijdend?

Dip-Lite cursusIk werd mij er vandaag van bewust dat ik mij irriteer aan mensen in mijn omgeving die een hoop zeggen te zullen doen, maar zelden of nooit tot actie over gaan. Met andere woorden de belofte is daar, maar de uitbetaling blijft uit. Dus draaide ik de munt om en probeerde te zien welke irritatie in mij gewekt werd, als de irritatie die ik leef. Waar irriteer ik mij aan in mijzelf wanneer ‘walking the talk’ niet gelopen wordt.

 

En toen zag ik dat deze irritatie voornamelijk daar was wanneer ik persoonlijk geïnvesteerd had, door ondersteuning en assistentie in de persoon en geen resultaat of winst terug zie. Dit lijkt verdacht veel op ons banksysteem, wanneer de bank in ons investeert en er geen afbetaling van onze kant is, dan raakt de bank geïrriteerd met ons. Of wanneer wij geïnvesteerd hebben in een project en er komt geen winst uit dan hebben wij gefaald en riskeren wij ons geld te verliezen. Dus nu weer even terug naar mijn irritatie met personen waar ik op welke manier dan ook in heb of denk te hebben geïnvesteerd. Daar ben ik dus bang om geen winst te kunnen incasseren. Wat zelfs maakt dat ik mij afvraag hoe ik verder kan met deze persoon in mijn leven als een verlieslijdend project. Ofwel een lijdend proces dat ik niet langer kan en wil aanzien omdat er niets voor mij inzit. Geen beloning in welke zin van het woord dan ook.

 

Eerst dacht ik nog dat ik niet onder ogen wilde zien dat ik ook niet altijd winstgevend ben, maar dat was niet de essentie, het is eerder de angst om niet winstgevend te zijn wat mij doet bewegen om dat te doen wat ik zeg. Wat een actie vanuit polariteit is en uiteindelijk ook neerkomt om niet verlieslijdend te willen zijn. Gaat het dan alleen om de euro’s binnenin mij en buiten mij? Euro’s als energie in mij en als klinkende munt buiten mij in de wereld om mij heen. Ben ik dan niet meer dan de balans van mijn eigen huishoudboekje? Tja dat is weer die angst dat ik niet winstgevend ben, nuttig ben of dat doe wat ik heb toegezegd. Wanneer we onze eigen bloedbaan vergelijken met de geldstromen binnen onze maatschappij, dan hoeven we geen woorden meer vuil te maken aan onze intenties in het leven. We zitten verstrengeld in een polariserende balans die aangeeft of we verlies lijden of winst boeken.

 

Laat ik dit eens omzetten naar zelfvergevingen en zelfcorrecties om de irritatie inzichtelijk te maken en te voorkomen in de toekomst.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om irritatie in mijzelf als irritatie naar de ander te vertalen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de ander beschuldigen van wat in mijzelf rommelt, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik eerst aan mijzelf moet werken alvorens ik dit kan toepassen in mijn buitenwereld. Ik stop het beschuldigen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de irritatie eerst terug te nemen naar mijzelf om te zien waar ik een connectie/koppeling heb gemaakt in mijzelf met hetgeen ik zie in de ander.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om resultaten te willen zien voor de moeite die ik in de ander stop.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van moeite aan resultaat te koppelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf doe geloven dat wanneer er moeite wordt gestoken ergens in dat er automatisch resultaat moet zijn in de vorm van winst. Ik stop de koppeling en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de koppeling tussen deze twee concepten moeite erin stoppen en resultaat/winst ontvangen los te laten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet onvoorwaardelijk een ander te kunnen steunen als er geen winst/beloning op volgt.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van geen onvoorwaardelijke steun kunnen geven als er geen uitbetaling volgt, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn startpunt moet aanpassen om onvoorwaardelijke steun te kunnen geven zonder met de kater van verlies lijden te blijven zitten. Ik stop de drang naar beloning en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te focussen op de uitbetaling maar op de onvoorwaardelijke steun die ik de ander als mijzelf bied waar ik automatisch door groei en meer inzichten in mijzelf kom.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn relaties met anderen om te zetten in een credit en debet boekhouding en totaal uit het oog te verliezen ik voor de ander kan betekenen en de ander voor mij kan betekenen wanner wij welke vorm van relatie dan ook aangaan.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van kille berekeningen binnen mijn relaties, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik het altijd verlies van mijn berekeningen aangezien de inzet subjectief is en dus gemanipuleerd kan worden door mij als ‘geest’ om zo de nader in het krijt bij mij te laten staan. Ik stop de berekeningen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om relaties als kort of langdurende verbintenissen te zien en niet als balansen of berekeningen van de ‘geest’.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om dat wat ik zie binnen het banksysteem binnen de maatschappij allereerst zelf te leven in mijzelf als een kostenpost.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mij te irriteren aan mijn buitenwereld door dat te leven wat mijn buitenwereld laat zien, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik monopolie in mijzelf aan het spelen ben en probeer energetisch rijk te worden door de moeite die ik in anderen stop. Ik stop het leven van een schuldsysteem en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het schuldsysteem van de maatschappij niet meer in mijzelf te leven om zo mijn verantwoordelijkheid te kunnen nemen en mijn eigen straatje schoon te vegen ter voorbeeld voor anderen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat we zonder winstgevende in- en output niet kunnen leven.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van alleen winst willen hebben/beleven, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mij in een polariteit van winnen versus verliezen bevind. Ik stop de polariteit en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om nog winnen nog verliezen boven elkaar te plaatsen, maar gewoonweg te ademen en dat te doen wat gedaan moet worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben om verlies lijdend te zijn en dat dit dan ook een lijdend en tergend proces zal zijn waar ik niet uit op kan krabbelen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet te durven geloven in mijzelf, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat als ik winst niet als startpunt neem ik mijn wereld ook niet polariseer en mijzelf weer kan zien voor wie ik ben. Ik stop het wantrouwen in mijzelf en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om door alle sluiers die ik als ‘geest’ opwerp te durven kijken naar wie ik ben en waar ik toe in staat ben, zonder mijzelf te verliezen in angsten voor verlies en het niet goed genoeg zijn volgens wat ik denk dat de buitenwereld van mij verwacht.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik vertrouwen kan hebben in de ander als mijzelf.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet zien hoe ik de ander en de ander mij kan steunen in het proces van het leven zonder dat daar iets tegenover staat, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik zo verbonden ben met ons geldsysteem dat ik het voor mijzelf denken buiten de gestelde grenzen van het systeem als bevreemdend ervaar. Ik stop de bevreemding en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te bevreemden/af te scheiden van de wereld buiten mij, maar de wereld in mij te veranderen om zo weer toenadering te kunnen zoeken met de wereld buiten mijzelf.

Advertenties

Dag 328 van 2555: op gesprek – deel 5 – zelfvergeving en zelfcorrectie

ego-mirrorDeze blog is een vervolg op de vorige blogs, het lezen van de vorige blogs biedt context voor deze blog.

Voor nu is dit de laatste blog in deze serie en zal deze blog gaan over het afraden van de revalidatie arts om naar op aan raden van de orthopeed naar de reumatoloog te gaan om de diagnose fibromyalgie nog eens onder de loep te nemen. En het schuldgevoel dat de arts ons probeerde aan te praten voor het gaan naar een andere reumatoloog, als een second opinion, op de diagnose die al gesteld is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij gekleineerd te voelen wanneer mij op een snauwerige manier wordt gevraagd of ik een second opinion wil halen bij een andere reumatoloog, en of dit is omdat ik een andere diagnose wil.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de geïrriteerdheid van de ander en de onvrede van de ander persoonlijk te nemen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mij als ego aangevallen voel en voel het bewaken van en controle over de realiteit van de ander als een aanval op mijn realiteit. Ik stop het persoonlijk nemen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om wanneer de irritatie bij de ander zeer goed voelbaar is, dat niet over te nemen en eigen te maken alsof ik zelf iets ‘fout’ heb gedaan, en te verwachten dat de ander mij nu vanuit die irritatie wil pootje haken. Ik ga dus de verbintenis met mijzelf aan om te kijken naar de situatie en te zien/realiseren/begrijpen wat de ander te ‘verliezen’ denkt te hebben en bezie vanuit daar of dit in conflict is met wat het beste voor ons beiden is en dus of de ander een wezenlijke bedreiging is binnen mijn fysieke realiteit en ik daar iets mee moet doen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij beledigt te voelen wanneer de arts vraagt of ik een andere diagnose voor mijn dochter voor elkaar wil krijgen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn ego gekrenkt te voelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik vind dat ik recht heb op een gedegen onderzoek al betekent dat een second opinion en vrees dus dat de ander mij daaruit gaat praten waardoor ik mij verplicht voel dit plan te laten varen. Ik stop de angst dat de ander mij kan voorschrijven wat ik moet doen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet aan mijzelf te twijfelen of ik wel kan ‘staan’ als de ouder die alleen door gedegen onderzoek van artsen zich neerlegt bij wat de uitkomsten zijn en niet twijfel of ik andere onderzoeken wel mag aanslingeren, omdat ik zie dat de artsen niet volledig zijn door zich niet volledig te baseren op fysiek onderzoek maar ideeën van collega’s en door opleiding aangeleerde ideeën in de weg laten staan van wat ze daadwerkelijk gepresenteerd krijgen. Dus verbind ik mij om te blijven zoeken naar de arts die wel naar alle aspecten kijkt, en dit niet voor mijzelf af te doen als drammerig en mij niet willen neerleggen bij een diagnose als opinie die ik heb door te kijken door de ogen van de samenleving en de angst om niet geaccepteerd gedrag te vertonen waardoor ik mij aan de zijlijn van de samenleving plaats en elke vorm van hulp wel op mijn buik kan schrijven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om uit een soort van paranoia te vrezen dat deze revalidatie arts mijn bezoek aan de reumatoloog gaat dwarsbomen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van bang te zijn dat de ander de macht heeft mij te dwarsbomen in mijn zoektocht om uit te zoeken wat mijn dochter mankeert, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik twijfel aan mijzelf en daardoor twijfel aan de ander zijn bedoelingen zonder te realiseren dat de ander mijn niet kan ontzeggen om naar een andere reumatoloog te gaan. Ik stop de angst en de twijfel aan mijzelf en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in de ander een vijand te zien en zo mijn wereld op te delen in medestanders en tegenstanders, in plaats van mijn weg te bewandelen die ik moet bewandelen om het best mogelijke voor mijn kind te bereiken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn geen medewerking van artsen te krijgen om uit te zoeken wat er nu precies mis is met mijn kind.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst te hebben dat verdere onderzoeken mij niet worden gegund door eigen belangen van anderen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mij niet bezig hoef te houden en mij niet tegen hoef te laten houden met/door de angsten van anderen. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst en het eigen belang van de ander mij niet eigen te maken door de motivaties die hieruit voortkomen als geldige regels te zien waardoor ik niet meer mag/kan kijken of er iemand is die eens echt goed wil kijken naar mijn dochter haar situatie.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te hopen dat de reumatoloog kan vaststellen of mijn dochter fibromyalgie heeft of dat er wellicht iets anders aan de hand is, aangezien ik steeds meer symptomen zie die dit ziektebeeld niet ondersteunen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een juk te voelen door de diagnose die gesteld is door de eerste reumatoloog die niet lijkt te passen op mijn  dochter haar situatie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat het juk dat ik voel de angst is dat ik niet verder mag zoeken door te denken dat ik toestemming nodig heb van de ander terwijl ik toestemming nodig heb van mijzelf . Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien /realiseren/begrijpen dat ik degene ben die toestemming/erkenning aan mijzelf kan geven dat het niet ‘raar’ of ‘afwijkend’ is dat ik verder zoek voor mijn kind wanneer duidelijk is dat de diagnose die gesteld is niet de lading dekt en wel gebruikt wordt om fysieke pijn en condities te duiden die uiteindelijk van een geheel andere aard blijken te zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bevestiging te willen van wat ik zie in de fysieke toestand van mijn kind.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van bevestiging zoeken buiten mijzelf van iets dat voor mij duidelijk is maar waarvan ik vrees dat ik als ‘gek’ of ‘raar’ zal worden weggezet voor de denkbeelden die ik heb hierover, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben voor de mening van de ander over mijzelf, waardoor ik mijzelf terug laat houden en niet ga voor het zoeken naar antwoorden maar mij laat afleiden door zaken als ‘wat denkt de ander van mij’. Ik stop het kijken door de ogen van de nader naar mijzelf en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet langer door de ogen van de ander naar mijzelf te kijken en mijzelf te beoordelen, maar te vertrouwen in mijzelf te durven zien wanneer ik zuiver handel vanuit een zuiver startpunt en wanneer niet om zo mijzelf te corrigeren wanneer mijn startpunt niet zuiver is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf wel voor het hoofd te kunnen slaan wanneer mijn dochter zegt: “de arts wil ons geen second opinion laten doen, want wanneer blijkt dat ik iets anders heb dan waarmee zij mij hebben aangenomen, als client op basis van vage klachten en een vage diagnose, dan zitten zij verkeerd en kunnen wij hen aanklagen daarvoor”, en ik dus mijzelf niet gerealiseerd heb dat de arts geen second opinion wil uit zelfbehoud.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf ‘dom’ vinden dat ik iets niet (door)zie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik vind dat ik alles dien door te hebben om zo optimaal interactie te kunnen hebben en mij niet te realiseren dat wanneer ik ruis van de ‘geest’ toesta in de vorm van emoties en gevoelens ik niet alles kan (door)zien. Ik stop de ruis en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet naar beneden te halen door mijzelf ‘dom’ te vinden of te noemen, maar te zien/realiseren/begrijpen dat ik niet alles in ogenschouw kan nemen waneer ik een situatie/onderwerp onder de loep neem wanneer ik energetisch reactief ben en handel/denk vanuit energie, dus een keuze moet maken, of een startpunt vanuit energie of een startpunt vanuit wat hier is en zich hier aandient.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het een naar gevoel te vinden dat deze revalidatie arts zover zou gaan om mij een ‘second opinion’ af te raden uit angst dat ik alsnog een aanklacht in zal dienen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mij angstig te voelen over het feit dat anderen tot het uiterste gaan om hun doel te bereiken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik zelf ook tot het uiterste wil gaan om mijn doel te bereiken en mij dus bedreigt voel wanneer deze wegen elkaar kruisen en niet met elkaar in overeenstemming zijn. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat het belang dat ik nastreef niet perse hoeft te stroken met wat de ander nastreeft, maar dat ik alleen kan instaan voor mijn eigen startpunt en dus alleen mijn eigen startpunt kan corrigeren zodat ik blijf handelen vanuit wat het beste is voor allen en eenvoorbeeld kan zijn voor de ander, dus wanneer startpunten niet in overeenstemming zijn met elkaar zal er met elkaar een overeenkomst gemaakt moeten worden om toch beiden verder te kunnen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn kind niet onder behandeling te willen hebben bij een arts die handelt vanuit angst voor haar goede naam, in plaats van een startpunt te hebben waar het welzijn van de patiënt voorop staat, zodat er geen kwesties zijn van goede of slechte naam.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van utopische eisen te stellen aan anderen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet kan eisen van de ander om niet vanuit angst/emoties/gevoelens te handelen binnen hun professie, terwijl ik zelf kan zien/ondervinden hoe een moeilijk proces dat is. Ik stop dat te eisen van anderen wat ik zelf nog niet beheers en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om er naar toe te streven dat ik als een voorbeeld kan staan hoe te handelen vanuit wat in het belang is voor een ieder en niet vanuit angst/emoties/gevoelens en mij niet te focussen op wat de ander nog niet beheerst als een excuus om niet met de ander te maken te hoeven hebben en dus niet met mijn eigen ‘imperfectie’ geconfronteerd te hoeven worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om wanneer iemand snauwerig en neerbuigend tegen mij spreekt, dat persoonlijk te nemen en dat reactieve moment niet te nemen/in te ruilen voor een moment waarin ik de situatie en de persoon goed inschat.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van informatie verkregen door het handelen van de ander niet te gebruiken om de situatie goed in te schatten maar om reactief op in te haken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de informatie die voor mijn neus ligt niet gebruik om de situatie in goede banen te leiden, maar de informatie die voor mijn neus ligt te gebruiken om mij energetisch op te pompen en zo meer olie op het vuur te gooien dan nodig is. Ik stop het misleiden van mijzelf en de ander en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om situaties niet energetisch aan te wakkeren, maar te zien wat hier is, en dat te gebruiken om wat hier is terug te leiden naar een situatie die in het belang van een ieder is en te zien dat er een keuze moment is, maar dat dit een andere keuze is dan de keuze die ik tot op heden heb gemaakt, namelijk is het in het belang van een ieder en niet vanuit een startpunt van ego te denken hoe pak ik de ander terug die mij krenkt.

Dag 203 van 2555; geautomatiseerde woorden als kleine pakketjes voorgeprogrammeerde informatie

equal money capitalismIk schreef in een mail naar iemand dat ik het programma Word zo iets verschrikkelijks vond door zijn geautomatiseerde processen. Later herhaalde ik die woorden nog eens tegen mijzelf en zag ineens wat ik eigenlijk had gezegd. Het programma Word, wat vertaald woord betekent gaf ik de schuld van het geautomatiseerd zijn. Met andere woorden: geautomatiseerde woorden die kleine pakketjes voorgeprogrammeerde informatie zijn. En die kleine pakketjes voorgeprogrammeerde informatie vind ik hoogst irritant. Wat natuurlijk iets over mijzelf zegt, het geïrriteerd zijn over mijn gebruik van geautomatiseerde woorden die ik accepteer en toesta te bestaan in de hoedanigheid zoals zij die nu aan mij voordoen, als kleine pakketjes voorgeprogrammeerde informatie. Het punt is, we weten allemaal wat er mis is aan onze wereld/werkelijkheid, we weten waar ‘em de kruks zit, en dat vertaald zich dan in irritatie. Een irritatie die wij graag als schuld afschuiven op iemand/wat anders dan onszelf, maar die natuurlijk in essentie een geïrriteerdheid met onszelf is. Dit is ook waarom het herdefiniëren van onze woordenschat zo belangrijk is, de woorden ontdoen van deze kleine pakketjes voorgeprogrammeerde informatie en zo te definiëren dat het woord in het belang van een ieder kan worden gebruikt.

 

Probleem:

 

Geïrriteerdheid met Word als de geïrriteerdheid met mijzelf over het automatisch gebruik van woorden die kleine pakketjes van voorgeprogrammeerde informatie zijn. Dus de geïrriteerdheid over mijn acceptatie en toestaan van woorden en het gebruik van deze woorden, wetende dat ze niet in het belang van een ieder zijn.

 

 

Oplossing:

 

Het herdefiniëren van mijn woordenschat, stap voor stap, adem na adem. Ondanks dat ik al begonnen ben lijkt het een oneindig proces, toch is het een proces dat ik moet ondernemen/aanpakken om verandering te kunnen creëren.

 

 

Beloning:

 

Woorden kunnen spreken/schrijven/horen zonder die geïrriteerdheid die in weze het mijzelf beschuldigen is, maar in plaats daarvan woorden te kunnen gebruiken die vrij zijn van een programmering die mij vasthoudt in een wereld van misbruik en ongelijkheid, waarin vooruitgang bijna onmogelijk is.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te irriteren aan een computer programma en mij niet te realiseren dat ik te maken heb met irritatie naar mijzelf toe.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te blijven hangen in deze irritatie van het computer programma en geen stappen te ondernemen om te zien waar ik deze automatisering kan opheffen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik die irritatie over het gebruik van woorden met een lading/programmering zou kunnen omzetten in verandering door de woorden te herdefiniëren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik mijzelf niet goed voel bij het feit dat ik kleine pakketjes voorgeprogrammeerde informatie gebruik en daar doorsnee niet bij nadenk.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het geautomatiseerde gebruik van woorden met een lading/programmering te zien als zo is het nu eenmaal en mij niet te realiseren in het moment dat het anders kan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik er tegenop zie de berg van woorden, die nog zal moeten worden hergedefinieerd, aan te pakken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben dat ik niet alle woorden juist zal kunnen herdefiniëren en het zo een eindeloos proces zal worden waar ik in verstrikt raak en niet meer uitkom.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een doomscenario aan te hangen met betrekking tot herdefiniëren van woorden om zo een achterdeurtje te hebben en te kunnen zeggen: zie je wel dit is onbegonnen werk, het lukt nooit.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat dit gevoel van teveel en het lukt nooit om al mijn woorden te herdefiniëren de angst voor verandering is en ten grondslag ligt aan mijn eigen programmering.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om anderen/andere zaken te beschuldigen voor het feit dat ik mijzelf geïrriteerd voel, maar dit niet wil voelen als een tekortkoming van mijzelf dus het afschuif op wat/iemand anders.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om herdefiniëren te koppelen aan falen en daarom dit proces als zwaar te ervaren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat verandering in eerste instantie door mijzelf geboycot wordt en ik dus degene ben waar verandering moet starten.

 

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om simpelweg mijn woorden te herdefiniëren zonder daar een lading van zwaarheid en onmogelijkheid aan te verbinden.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het woord herdefiniëren te herdefiniëren, zodat ik het kan ontdoen van de lading die het nu voor mij heeft.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om verandering van mijzelf en verandering van mijn fysieke werkelijkheid niet in de weg te staan.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet langer woorden als, geautomatiseerde pakketjes van voorgeprogrammeerde informatie, te gebruiken.

Dag 197 van 2555; ik boos? HOEZO?

equal money capitalismHet woord boos en het exploderen van boosheid/woede, als iets van mij in mijn fysieke werkelijkheid speelt,  kon ik geen plekje geven, terwijl ik keek naar wie ik ben in boosheid en als boosheid. Wat bij mij als eerste opkwam was teleurstelling, alsof ik een teleurstelling boosheid noem, omdat ik misschien niet weet wat boosheid is in mijzelf. Ik spreek hier niet van een lichte irritatie maar een gevoel van boosheid dat je doet exploderen, waardoor je dingen zegt waar je later spijt van hebt of waarvan je gaat gooien en smijten met dingen. Het leek even alsof boosheid op die manier een dekmantel voor mijn teleurstellingen in mijzelf en in anderen is.

 

Tijdens een groepsgesprek over boosheid/woede werd mij gesuggereerd om boosheid terug te leiden naar mijn opvoeding om zo te zien wie ik ben geworden als boosheid. Daarnaast gaf iemand anders aan dat zij boosheid als het ware opspaarde totdat de bom barst en dat je op die manier een tikkende tijdbom bent of het internaliseert en uiteindelijk ziektes ontwikkelt door een verzameling van boosheden fysiek te maken. Een zeer rake opmerking, waarbij ik kon zien dat ik mijn boosheden dus naar alle waarschijnlijkheid heb onderdrukt en ik, of zal exploderen op een gegeven moment, of mijzelf ziek zal maken door de boosheid mijn vlees te laten infiltreren.

 

Dus terug kijkend op boosheid in mijn opvoeding dan zie ik dat mijn vader ineens kon exploderen en enorm boos kon worden waar ik als kind bijna hart kloppingen van kreeg. Het was iets onvoorspelbaars, maar wanneer het zich voordeed was het patroon wat zijn boosheid volgde altijd hetzelfde en dus voorspelbaar. Ik was eigenlijk best angstig voor dit soort uitbarstingen van mijn vader en ik probeerde dan ook zo goed mogelijk te voorkomen dat zijn boosheid gericht was op mij. Terwijl mijn moeder eigenlijk nooit boos was en als zij boos was lachbuien kreeg, haar boosheid was meer mokken en sputteren. Dus met andere woorden onderdrukte boosheid/woede die door de jaren heen veelal als uitgesproken back chat zich manifesteerde. De eerste kennismaking met boosheid/woede van mijn ouders was dus mijn vaders woede die wanneer hij klaar was voor hem over was terwijl de aanwezigen nog na zaten te sidderen. Boosheid is dan ook iets dat ik probeer te voorkomen in mijzelf als in de ander, omdat het mij angst oplevert en koste wat kost vermeden moet worden.

 

De eerste bewuste kennismaking met mijn eigen boosheid was, gedwarsboomd worden als peuter in dat wat ik wilde in het moment, wat meestal het langer spelen bij de buurkinderen was. Wanneer ik mijn zin hierin niet kreeg, iets wat eigenlijk meer regel dan uitzondering was, dan werd ik ziedend. Ik stortte mij dan op de grond neer en ging liggen trappelen op de grond. Mijn ouders wisten hier niet mee om te gaan en raadpleegden de huisarts en vroegen om raad. Het advies luidde; met het hoofd onder de koude kraan houden tot het over is. Dus dat deden mijn ouders en ik ervoer het alsof ik werd vermoord en bedrogen door mijn ouders. Het beoogde resultaat was behaald, want ik werd niet meer boos, ik was braaf en vreesde mijn ouders voor wat zij konden en zouden doen wanneer ik niet zou gehoorzamen. Vanaf die leeftijd heb ik geen herinnering aan woede aanvallen of explosies van boosheid, ik word eenvoudigweg niet boos, hooguit geïrriteerd of teleurgesteld.

 

Toen ik dit zo op een rijtje zette moest ik wel inzien dat ik mijn boosheid al die tijd aan het onderdrukken ben geweest, met mijn moeder als voorbeeld en tegenpool van mijn vader. Mijn vaders voorbeeld zou ik nooit willen volgen omdat het mij angstig maakte, dus deed ik het tegenovergestelde, maar toch naar voorbeeld. Wanneer ik mij even vertraag en op mijn ademhaling let, mijn ogen sluit en boosheid visualiseer, dan voel ik een golf van boosheid in mij, in mijn fysieke lijf. Ik probeerde te benoemen wanneer ik boos ben en op wie ik boos ben en ik zag duidelijk dat het er is. Ik ben godverdomme boos op heel veel dingen en mensen, maar ik heb mij aangeleerd mij te gedragen, want boosheid uiten dat komt je duur te staan. Mij niet beseffende dat boosheid niet uiten mij wellicht wel duurder komt te staan. En is er ook niet zoiets als boosheid uiten, maar anderen daar niet mee te misbruiken? Ik zal iets moeten met deze energie die woekert in mijn lijf, ik zal dat moeten kanaliseren in plaats van wegstoppen en ondergronds zijn eigen gang te laten gaan.

 

Probleem:

 

Mijn probleem is dus het boos zijn maar het niet erkennen en onderdrukken uit angst dat er iets ergs zal gebeuren wanneer ik mijn boosheid/woede eruit laat.

 

De oplossing:

 

Mijn woede erkennen en te uiten op zo’n manier dat ik anderen nog mijzelf daarmee schaad.

 

De beloning:

 

Mijzelf niet ziek maken door de boosheid te internaliseren en geen gevaar als tikkende tijdbom voor mijzelf en anderen te zijn, maar te snappen in zelfoprechtheid waarom ik boos ben en hoe ik dat patroon kan doorbreken en corrigeren.

 

 

De volgende vergevingszinnen zijn een aanzet om dit probleem te ontrafelen, waar ik in de komende tijd steeds vanuit een andere hoek weer op terug zal komen.

 

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boosheid in mij te labelen als teleurstelling en boosheid te zien als dekmantel voor deze teleurstellingen en mij niet te realiseren dat boosheid/woede het platform is van waaruit meerdere emoties/gevoelens ervaren kunnen worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boosheid als teleurstelling te bestempelen en zo opnieuw boosheid te onderdrukken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om boosheid in mijzelf te zijn en te voelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te voelen bij het idee dat ik mijzelf ziek zal maken of heb gemaakt door het onderdrukken van mijn boosheid/woede.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te voelen bij het uiten van mijn boosheid/woede en angst te voelen bij het niet uiten van mijn boosheid/woede en mij zo in een impasse te plaatsen waar ik de angst beleef en afweeg in mijn geest zonder in contact met mijn fysieke werkelijkheid te zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in afscheiding van mijn boosheid/woede te bestaan en het zo te bestempelen als niet bestaand.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boosheid/woede te onderdrukken en mij niet te realiseren wat dat voor consequenties heeft.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat ik zal exploderen en mijzelf zodoende niet meer onder controle te hebben en mij niet te realiseren dat het gaat om de regie de besturing van mijzelf in zelfoprechtheid waarbij ik boosheid/woede kan erkennen en sturen als iets van mij dat gecorrigeerd kan worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor de onvoorspelbaarheid in de boosheid/woede van mijn vader.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om onvoorspelbaarheid binnen boosheid/woede als iets bedreigends te zien waar ik mijzelf niet tegen kan beschermen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om uit angst de manier waarop mijn vader met boosheid/woede omgaat niet te willen implementeren en dus totaal niet te willen kijken naar boosheid/woede in mijzelf als mijzelf en het te negeren uit gemak en zelfbehoud.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het tegenovergestelde gedrag te vertonen aangaande boosheid/woede om niet als mijn vader te hoeven zijn binnen het punt van boosheid/woede.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn moeders gedrag van onderdrukken aangaande boosheid/woede te implementeren en mij niet te realiseren dat ik dat doe vanuit een polariteit met het gedrag van mijn vader.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat ik gewoonweg niet boos word en mij niet te realiseren dat deze energie er is en zijn weg hoe dan ook vindt, met of zonder erkenning van mij.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij even machteloos te voelen nu ik besef dat ook boosheid/woede in mij is en even niet te weten wat ik ermee aan moet.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf af te sluiten van mijn eigen boosheid/woede en daar dus teleurstelling over te voelen, want ik stel mijzelf teleur wanneer ik mijn fysieke lijf misbruik door boosheid/woede erin te laten woekeren.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de boosheid/woede in mijzelf te erkennen en gelijk en 1 te zijn aan mijn boosheid om het zo te kunnen sturen en te gebruiken om te zien waar ik aandacht aan moet schenken en hoe en wat ik in mij moet corrigeren.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet af te scheiden van mijn eigen boosheid/woede.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn fysieke lijf niet te belasten met onderdrukte boosheid/woede.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om door middel van de 4 tellen ademhaling mijzelf door mijn boosheden/woede heen te helpen wanneer ik ze ontdek of bewust beleef.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om net bang te zijn voor de boosheid/woede in mijzelf als mijzelf.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen wie ik ben geworden als boosheid/woede en wie ik kan zijn als bestuurder van mijn boosheid/woede.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te onderzoeken ho eik mijn boosheid/woede zo kan kanaliseren dat ik nog mijzelf nog een nader schaad door het uiten van mijn boosheid/woede.

Dag 189 van 2555; probleem – leven in het hier en nu door de ogen van de geest

equal money capitalismWetende hoe moeilijk het vaak is voor mij en de meeste mensen in het algemeen, om volledig in het hier en nu te leven zonder gedachten in de geest die leiden naar emoties/gevoelens/angsten/herinneringen, zal ik een omschrijving geven van een ritje op mijn fiets naar de winkel. Op deze manier zal ik proberen inzicht te krijgen in mijn ‘probleem’, om in een volgende blog de oplossing te vinden en in een daarop volgende blog mijn beloning te bepalen, wanneer ik de oplossing implementeer in mijn fysieke bestaan. Het geheel zal dan worden afgesloten met een blog die zal bestaan uit zelfvergeving en verbintenissen die ik met mijzelf zal aangaan.

 

Ik sta buiten om mijn fiets van het hangslot te bevrijden, waar ik tegenop zie, omdat meerdere keren voorafgaand aan vandaag het slot niet goed opende en mijzelf vertraagde in tijd. Ik stap op mijn fiets om over de stoep voor ons huis naar de eerste straat linksaf te fietsen. Ik zit niet gemakkelijk op de fiets, omdat ik weet dat ik niet mag fietsen op de stoep en ik overal vandaan in mijn verbeelding agenten of stadswachten tevoorschijn zie komen. Terwijl ik langs de huizen van de verschillende buren fiets krijg ik een warm gevoel bij het ene huis een koud gevoel bij het andere en bij 1 huis een neutraal gevoel. Ik sla linksaf en rij over een hobbelige straatklinkerweg, ik merk dat dit fysieke gehobbel op de fiets mij enigszins uit mijn gedachten houd. Toch zie ik grote huizen aan de ene kant en kleine huizen aan de andere kant en besluit in mijn geest dat het zielig is voor de mensen in de kleine huizen dat ze zo beroerd wonen. Ik sla rechtsaf een asfalt weg op om even te onthobbelen en langs het kinderdagverblijf te rijden, waar ik altijd even naar binnen kijk en allerlei horror verhalen over kinderdagverblijven door mijn hoofd spelen. Ik fiets langs een school en beoordeel de ouders als alternatieve stadse ouders. Ik steek een weg over en rij langs een enorm oud herenhuis en elke keer probeer ik te ontdekken of daar inderdaad maar 1 gezin in woont of dat het er toch meerdere zijn, vervolgens rijd ik langs een stoffen winkeltje waar ik gecharmeerd ben van de etalage en mij meteen bedenk wat ik allemaal zou kunnen maken van al die mooie dure stoffen. Ik steek een grotere weg over en zie schuin aan de overkant een cateringbedrijf zitten en voel irritatie, dit omdat zij vaak de weg blokkeren voor hun bedrijf wat het voor fietsers onveilig maakt. Ik kijk naar rechts om te zien of ik kan oversteken en zie de opvang voor daklozen wat mij een verloren en unheimisch gevoel geeft. Ik rijd nu op een singel met herenhuizen, meteen rechts staan eenaantal huizen met veel donkerbruin eraan en rookglas in de ramen wat ik als niet fijn/leuk bestempel en de openheid van de brede straat met de witte grote herenhuizen totaal teniet doet. Ik kom aan op een kruising waar een groot kantoor van de ABN-AMRO mij aanstaart, ik vind dit zeer onplezierig en zou het liefst door een andere straat rijden, maar dit is de kortste weg en ik zeg in mijn geest tegen mijzelf dat dit kinderachtig gedrag is. Aan de andere kant zit een makelaars kantoor dat ons zou helpen met het uitzoeken van foutieve/niet geclaimde meldingen bij de ING en een gevoel van in de steek gelaten zijn bekruipt mij. Ik rijd verder als het stoplicht op groen springt, ik merk dat ik het vervelend vind om te stoppen met de fiets bij de kruising om vervolgens weer helemaal op snelheid te komen, dit maakt het fysiek zwaar. Ook dit is een open brede straat, waar ineens een herinnering opkomt aan een man die tegen mij zei dat ik de weg blokkeerde door naast mijn dochter te fietsen, die ik bestempelde als leugenaar. Ik ben bijna bij de winkel die ik ga bezoeken en kijk goed of ik met de fiets makkelijk naar de stoep kan komen of dat auto’s alles dicht gezet hebben, dat vind ik vervelend. Dan zoek ik of er nog een plekje is voor mijn fiets voor de winkel en dat is er, maar ik voel een irritatie door een herinnering opkomen aan mensen die hun fiets zo neerzetten dat anderen geen plek meer hebben. Ik ben aangekomen bij de winkel.

 

Zoals je zult begrijpen na het lezen van mijn rit naar de winkel, ben ik bijna geheel niet in het hier en nu geweest tijdens mijn rit. Of gevoelens/emoties spelen een rol of herinneringen aan voorgaande ervaringen herbeleef ik door fysieke triggers wat het niet mogelijk maakt om in het hier en nu te zijn. Het probleem is dus het constant mijzelf weg trekken in de geest tijdens zo’n fietsritje en niet instaat zijn om mijzelf te laten genieten van de wind die om mij heen waait, het wisselend decor dat langs mij heen gaat, de geuren die mij bereiken en ga zo maar door.

 

In mijn volgende blog zal ik de fietsrit stukje voor stukje uit elkaar trekken om te zien waar de oplossing ligt om mijn leven niet door de ogen van de geest te zien maar het hier en nu te ervaren in al zijn intensiteit.

Dag 67 of 2555; het “geïrriteerd zijn door andermans gedrag” personage

Dag 67 of 2555; het "geïrriteerd zijn door andermans gedrag" personageVandaag wandelde ik met mijn ouders over een voetgangerspad naar een zandverstuiving in Noord-Brabant. Alpratende liepen wij over het pad toen er een fietsbel achter ons klonk die ons waarschuwde aan de kant te gaan, mijn vader reageerde verbolgen op de fietsers die ons passeerden. Na de fietsers volgde er eenbrommer en nog een 4-tal fietsers. Het voetpad had om de 3 meter een bord met voetbad, kleine bordjes met verboden te fietsenen een echt fietspad dat paralel aan het voetpad liep, dus de boodschap zou duidelijk moeten zijn. Mijn vader begon zich steeds meer te irriteren en eerst tegen ons zijn back chat te ventileren totdat hij fietsers ging naroepen dat ze fout bezig waren. Ik probeerde hem te confronteren met het feit dat hij zo reageerde om een reden, maar deze boodschap kwam niet aan en de irritatie ging over in boosheid.

 

Ik keek in mijzelf om te zien of ik mij in zijn schoenen kon verplaatsen en of ik een dergelijk voorval kon terug halen uit mijn eigen leven. En ja er zat een herinnering die die dezelfde lading en origine had.

 

Al zittend op mijn balkon in Italië keek ik neer op de begane grond waar op het plein een kinderverjaardag voor het jongerencentrum werd gevierd. De kinderen liepen rond te rennen en te schreeuwen, cadeaus werden bij aankomst direct gegeven, het papier werd er wild vanaf gescheurd en van zich af gegooid. Vervolgens werd dit papier opgepakt door andere kinderen en in de bosjes gegooid, wat voor mij van bovenaf zeer zichtbaar was. In dat moment had ik diezelfde verbolgenheid die ik ook bij mijn vader zag vandaag. Ik kon er niet bij dat om geen reden papier zomaar in de bosjes verdween en deze kinderen klaarblijkelijk niet waren opgevoed om zodoende het papier in een prullenmand te gooien. Iets irriteerde mij mateloos, iets confronteerde mij met mijzelf, maar ik wilde niet naar binnen kijken om te zien wat het was. Ik bleef steken in het niet weten waarom mij dit zo raakte en ik raakte er niet over uitgepraat tegen mijn partner die ook op het balkon zat.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het zien van schreeuwende en rond rennende Italiaanse kinderen een scala van herinneringen open te trekken die ik als negatief had gearchiveerd en mij nu mijn hoofd doen schudden in afkeuring van het losbandige gedrag van het Italiaanse kind dat ik als slecht opgevoed label en iets waar ik mij van distantieer als Nederlandse.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het open scheuren van cadeaus als hebberig en onbehouwen te labelen door mijn eigen socialisatie en opvoeding, zonder daar zelf een echt idee over te hebben gevormd en zodoende mijn programmering klakkeloos  op te volgen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om deze kinderen zonder dat ik ze ken te zien als slecht opgevoede kinderen die, mijn rust op mijn balkonnetje komen verstoren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het papier in de bosjes gooien als een daad van onverschilligheid door slechte opvoeding te beschouwen en mij als opvoeder op de borst te kunnen slaan dat mijn kinderen niet zo onverschillig zijn als het gaat om milieu en vervuiling op kleine schaal.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij af te vragen waar de wereld heen moet wanneer jonge kinderen nog geen papier in een prullenbak kunnen gooien en moedwillig het rondstrooien en troep maken, terwijl ik mij in dat moment separeer van het feit dat ik net zoveel aandeel heb in het “waar moet de wereld heen gaan” als ik/wij dit gedrag vertonen en tolereren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te irriteren aan het troep maken en onverantwoordelijk omgaan met spullen, terwijl ik weet hoe ik strijd met mijn eigen kinderen om het besef van netjes omgaan met je spullen en geen troep maken op plekken waar we met z’n allen moeten leven en dit zodoende geen happy moment is om aan herinnerd te worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om irritatie naar anderen te hebben over zaken die ik binnenshuis zelf ook niet op orde heb met mijn eigen kinderen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te irriteren aan slechte opvoeding terwijl ik zelf onzeker ben over de opvoeding die ik mijn kinderen geef en vrees dat ik het niet goed doe en met hun levens fuck.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in mijn back chat de kinderen onopgevoed en vervuilers te noemen en mij niet te realiseren dat zij naar alle waarschijnlijkheid nooit een goed voorbeeld hebben gehad om te volgen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om deze kinderen als verdorven en mislukt te beschouwen in mijn back chat en niet te realiseren dat dit maar een facet is van deze kinderen terwijl ik hen oordeel als een geheel, als vervuilers,  in het licht van dit voorval.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat mijn irritatie een uiting is van een reactie in mijzelf en een schrikbeeld van mijzelf als slechte opvoeder dat ik het liefst niet onder ogen zie en daardoor mijzelf limiteer en niet de kans geef om te onderzoeken of het gegrond is dat ik een slechte opvoeder ben of niet.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf op te vreten van binnen door  1 en gelijk met de irritatie te zijn en te worden en niet meer instaat te zijn in dat moment om gezond verstand op de situatie los te laten en het te zien voor wat het is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om irritatie in mij of in anderen als een alarm te zien voor het mij afsluiten van de werkelijkheid en mij alleen nog maar bezig te houden met de irritatie om zo niet naar binnen te hoeven kijken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet geconfronteerd te willen worden met het feit dat ik mogelijk een slechte opvoeder ben en vrees voor mijn imago naar de buitenwereld toe dat ik zo positief mogelijk wil houden.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om deze vorm van irritatie als een trigger point te zien en een manier om te kunnen groeien door naar mijzelf te kijken en te leren van mijzelf in plaats van dicht te slaan en niet te willen zien.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet te blijven hangen in een punt van irritatie uit angst voor het onbekende en uit angst voor verandering.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om ook de irritatie van anderen te gebruiken om naar binnen te kijken en te zien of ik mij in hun schoenen kan verplaatsen en kan leren van hun ervaringen.