Dag 390: stomende ketel

Desteni I ProcessTijdens het winkelen met mijn dochter moest ik in een winkel iets afreken. Beneden stond er een immense rij met mensen, dus stelde ik voor om naar boven te gaan waar het meestal stukken rustiger is. En inderdaad er stonden een 6 tal mensen toen wij aankwamen. Terwijl wij als 7e in de rij stonden werd er een tweede kassa geopend. Normaliter wordt er iet sin de trant van, de eerstvolgende mag hier aansluiten, gezegd, maar dat werd nu achterwege gelaten. Inmiddels hadden zich 2 dames zich in de rij van de tweede kassa verplaats, waarna niemand anders meer in de tweede rij ging staan. De 2e en de 3e mevrouw van de eerste rij waren met elkaar aan het grappen, waarbij de 3e zei: zal ik in de andere rij gaan staan dan zijn we straks gelijk aan de beurt. Direct daarop zei ze, nee dat ga ik niet doen. Op het horen van die woorden en niemand anders die in de tweede rij aansloot, stapte ik opzij en werd 3e in de tweede rij.

De 3e vrouw uit eerste rij keek naar mij en zei tegen haar vriendin: nu hoeft het dus niet meer. Ik schrok, had ik iets verkeerd gedaan schoot er door mij heen. Ik voelde conflict in mijzelf, had ik asociaal gehandeld? Nee, ik had toch heel goed gezien dat ik niet voordrong, maar dat niemand actie ondernam om in de tweede rij te gaan staan. Ik labelde de toon waarop de vrouw richting mij sprak als denigrerend en verwijtend en voelde mij klein en was bang dat het conflict dat ik van binnen voelde ook in mijn buitenwereld werkelijkheid werd. Ik zei snel tegen de vrouw: als je de indruk hebt dat je voor mij aan de beurt bent, dan mag je van mij voor, en ik maakte een handgebaar om haar voor te laten gaan. Ik zei dit niet op een kleinerende toon, ik zei dit vanuit inferioriteit en de angst dat de vrouw een confrontatie of conflict zou starten.

De vrouw keek haar vriendin aan en zei: met haar ga ik niet in discussie. Ook dit ervoer ik als denigrerend en ik wist zeker dat dit een drama ging worden. Het was zeer onrustig van binnen en ik wist dat ik iets voor mijzelf moest doen, ik moest er zijn voor mijzelf. Ik besloot kalm te blijven en het woord kalmte te leven. Ik keek de vrouw niet meer aan en focuste mij op mijn ademhaling en het afrekenen van mijn spullen. De vrouw zei inderdaad niets meer tegen mij en aangezien ik eerder klaar was dan haar, liep ik met mijn dochter de winkel uit.

Tijdens dit voorval had ik vanbinnen als een kokende fluitketel gevoeld, vooral niet het fluitje er vanaf halen anders zou de hete stoom ontsnappen. Er was niets door mijn hoofd gegaan van wat ik terug had kunnen zeggen, wat ik normaal wel heb. Ook gebeurd dit nog weleens een dag later, maar ook dat bleef uit. Maar eenmaal buiten de winkel moest ik van mijn dochter weten of ik asociaal gereageerd en gehandeld had. Ik bleef een beetje rondjes draaien om te zien waar ik fout had gezeten en nam het mij persoonlijk wat de vrouw had gezegd en hoe ik de vrouw haar houding naar mij toe had gelabeld. Ik kon eigenlijk niet geloven dat de ander mij een voordringster vond mij  vervolgens niet waardig genoeg vond om een eventueel misverstand op te lossen. Ik nam het dus duidelijk wel persoonlijk en ik had mij wel degelijk aangevallen gevoeld, maar door kalm te blijven kon ik de situatie niet laten escaleren, als dat al het geval was.

Geen enkel moment heb ik het van de vrouw haar kant bekeken, natuurlijk zal ik er nooit achterkomen zonder het haar te vragen, wat maakte dat zij zo reageerde op mij. Ik wist dat ik niet verkeerd zat en toch schrok ik. Ik had ook kunnen vragen of zij eigenlijk toch van rij had willen wisselen, maar eerlijk gezegd heb ik geen idee of dat ook als olie op het vuur was geweest. Wat voor mij belangrijk is voor een volgende keer dat iets dergelijks gebeurd, te weten dat ik niet hoef te twijfelen aan mijzelf. Geen innerlijk conflict hoef aan te gaan met mijzelf en zo dus ook een geen conflict te vrezen buiten mijzelf met de ander als een weerspiegeling van wie ik ben in dat moment.

Ik voelde mij naar naderhand, omdat ik mijzelf als mindere had opgesteld en dus de situatie gepolariseerd had. Ik had het voor mijzelf ingewikkelder gemaakt dan nodig was geweest.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te doen geloven vanuit een gevoel van inferioriteit dat ik fout zat terwijl ik wist dat ik niet fout zat, waardoor ik conflict binnenin mijzelf creëerde en vervolgens vreesde dat dit conflict ook in mijn buitenwereld zou uitspelen.   

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te vrezen dat er conflict zal ontstaan in mijn buitenwereld, maar het acceptabel vind dat er innerlijk conflict zich in mij afspeelt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de denigrerende toon die ik bij de vrouw bespeurde persoonlijk te nemen al op het moment dat ik het als denigrerend labelde en vanaf dat moment mij zo klein mogelijk maakte om niet haar slachtoffer te worden door zo aardig mogelijk te blijven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbaasd te zijn dat mijn actie/handeling dit veroorzaakte, terwijl deze situatie zo indruiste tegen mijn verwachting van wat er had moeten gebeuren, dat mijn projectie van de toekomst in frictie kwam met de werkelijkheid en mij een surrealistisch gevoel gaf, met gedachten als: dit kan niet waar zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de vrouw in mijn geest als naar en agressief af te schilderen, wat als gevolg heeft dat dit ene moment van interactie een indruk bij mij achterlaat die als ik haar nog eens zou ontmoeten in een andere setting, ik haar direct al niet zou mogen en dus niet het moment zou beleven maar het moment gefilterd door het verleden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik deze situatie beleeft heb zoals ik hem beleeft heb, omdat ik ben meegegaan in opinies en angsten, waardoor deze mevrouw haar eigen innerlijk conflict ineens ook mijn conflict werd en ik mij liet mee zuigen in iets dat niet van mij was en waar ik ook geen verantwoordelijkheid voor had kunnen nemen, anders dan mijn zelfverantwoordelijkheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat we beiden reageerden op onze innerlijke conflicten en wel in communicatie waren met elkaar, maar eigenlijk ook niet, maar omdat het allebei om conflict ging en de energie van conflict er aan te pas kwam het ineens heel werkelijk leek, terwijl het niets met elkaar van doen had in essentie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet te verplaatsen in de ander waar de ander eigenlijk wil terugkomen op een beslissing maar dan te laat is en een ‘fuck’ moment heeft, waarbij ik het ‘fuck’ moment aan de nader had kunnen laten en niet persoonlijk had hoeven nemen alsof het mijn eigen ‘fuck’ moment was waarbij ik even dacht dat ik fout zat en asociaal gehandeld had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te vrezen dat ik mogelijkerwijs niet als een goed persoon gezien zou worden, maar als een voordringster die anderen benadeeld en te denken dat dit het einde van de wereld betekent als ik zo te boek zou staan, bij het handjevol mensen die aanwezig waren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de vrouw te oordelen als naar en te beschuldigen van asociaal en onacceptabel gedrag, terwijl ik niet weet wat haar startpunt was en of die inderdaad van uit onacceptabele gedachten en opinies voortkwam.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf in toom te houden door het woord ‘kalmte’ in het moment te leven, maar het direct weer los te laten zodra de vrouw uit mijn werkelijkheid was verdwenen en ik koortsachtig ging denken en redeneren over het voorval om mijzelf vrij te pleiten van elke vorm van blaam.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om energie in mijn praten toe te laten na afloop van het voorval en mij alsnog door mijn geest te laten meeslepen in gedachten die mij laten voelen dat ik in mijn gelijk stond en ik mij niet realiseerde in dat moment dat deze gedachten mij laten zien waar ik sta in mijn proces en wat ik ten aanzien van conflict en schuldgevoel nog te doorlopen heb.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om reacties te hebben op het feit dat ik als voordringster wordt gezien wat maatschappelijk gezien niet een positief woord is en iets is waar ik niet mee geassocieerd wil worden om zo niet meer te kunnen geloven dat ik een goed mens ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor wat er in mij zat, tijdens deze situatie met de vrouw, aan onaardige woorden of gevatte woorden die er mogelijkerwijs uit zouden kunnen komen en het conflict een aardige push zouden hebben gegeven. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn geen controle over mijn eigen woorden te hebben en de woorden die ik zou kunnen spreken in afscheiding van mijzelf zie, waarbij ik geen zelfverantwoordelijkheid kan nemen, omdat mij dit immers overkomt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te zijn op de vrouw voor hoe ik mij voelde en mij niet te realiseren dat alleen ik mijzelf een bepaalde manier kan laten voelen en niet de ander, dus in feite boos op mijzelf te zijn dat ik mijzelf minder voelde en schuldig acht aan iets waarvan ik weet dat ik er niet schuldig aan ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf vervelende ervaringen te geven die niet nodig zijn voor mijzelf als een geheel van geest en lichaam, maar in afscheiding van mijn lichaam, als geest een manier zijn om de geest met de energie van frictie en angst te voeden en in stand te houden als afgescheiden entiteit.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om de emotionele aangelegenheden van een ander persoonlijk te nemen, dan stop ik en adem. Ik realiseer mijzelf dat mijn geest altijd in staat zal zijn iets uit de ander zijn innerlijk gevecht te halen en te doen geloven dat ik daarmee te maken heb of verantwoordelijk voor ben. En dus, ga ik de verbintenis met mijzelf aan om eerst te checken of de eerste gedachten die ik heb tijdens een interactie met een ander objectief zijn, of subjectief en mij dusdanig sturen in mijn waarneming van de situatie en mijn handelen in de tweede plaats. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om te letten op mijn ademhaling bij een eerste interactie en de woorden waar te nemen los van gedachten over de woorden en elke gedachte bewust voorbij te laten komen om vervolgens ook weer te laten gaan en niet mij te laten aansturen, waarbij ik mij realiseer dat dit een proces is en oefening nodig heeft.

Wanneer en als ik mijzelf innerlijke conflicten zie accepteren en goedkeuren, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat het goedkeuren en accepteren van conflict, conflict doet aantrekken en zo mijn angst laat uitkomen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om conflict in mijzelf te stoppen en waar te nemen voor wat het is en niet te voeden nog te volgen, bewust te zien waar het conflict over gaat en zo mijn patronen aan te pakken die hier aan ten grondslag liggen, door woorden te leven die een andere wending kunnen geven aan het omgaan met deze bepaalde patronen.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om door inferioriteit conflict te sussen, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik vanuit een gepolariseerd startpunt conflict niet kan stoppen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om conflicten niet te sussen maar te voorkomen door polariteiten te stoppen in het moment, door niet aan mijzelf te twijfelen en schuldig te voelen als ik diep van binnen weet dat er niets is om aan te twijfelen of schuldig over te voelen.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om een ander te labelen door de gedachten die ik heb in een bepaalde situatie met de ander, dan stop ik en adem. Ik realiseer mijzelf dat ik mij en de relatie met de ander beperk door de relatie voortaan alleen nog te zien door de ogen van dit ene moment. En dus , ga ik met mijzelf de verbintenis aan om anderen in elk moment weer opnieuw te leren kennen door te zien wie zij en wie ik ben in elke nieuwe ontmoeting, zonder het verleden als blauwdruk eroverheen te leggen.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om als een goed persoon gezien wil worden, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik mij in polariserende gedachten bevind en dus niet objectief de mijn situatie kan duiden en waarnemen. En dus, ga ik de verbintenis met mijzelf aan om het goed en fout los te laten en in elk moment te bepalen wie ik wil zijn in dat moment en daar naar te handelen en te leven.

Dag 359 van 2555: een masker van kalmte

DIP Lite cursusMijn zoon kwam terug van 3 dagen schoolkamp naar de Ardennen. Zij hadden survival activiteiten gedaan en kampeerden midden in de natuur in tipi tenten. Er werd hen aangeraden om zichzelf te controleren op teken na het struinen in de natuur. Mijn zoon besloot niet te douchen aangezien zij met 100 man 2 douches tot hun beschikking hadden en dit moest plaatsvinden voordat zij een survivaltocht door water en modder gingen maken.

Na het eten op de avond dat hij terug was gekomen zat ik met hem na te praten over hoe hij het had ervaren zo’n kamp, waarop hij aan zijn enkel kriebelde en vervolgens keek naar wat daar zat. Het was een teek van zo’n 2-3 millimeter groot die inmiddels in zijn enkel vastzat. Hij had deze teek absoluut niet gezien, maar toch was hij daar. Ik bleef kalm, maar voelde de onrust van binnen wel aanzwellen. Gedachten kwamen op van: niet nog een kind dat aan Lyme moet lijden. Met de chronische Lyme van mijn dochter in mijn achterhoofd kon ik in dat moment mij niet neutraal opstellen.

Normaal gesproken verwijdert mijn partner de teken aangezien hij daar een handigheid in ontwikkelt heeft. Mijn partner was niet thuis, dus besloot ik met mijn bijna geen ervaring toch de theorie in de praktijk te brengen. Met de tekentang heb ik zo’n 6 pogingen gedaan voordat ik de teek eruit had. De plek was wat geïrriteerd en rood om de beet door het kriebelen van mijn zoon en het eruit halen van de teek. Mijn dochter wilde naar de huisartsenpost om de teek daar te laten verwijderen, maar ik vond dat ik het eerst moest proberen aangezien ik een tekentang bezit. Toen de teek eruit was heb ik een cirkel om de beet met pen op zijn enkel gezet en de volgende ochtend was er geen grote rode kring ontstaan. Wel ben ik goed aan het opletten of hij verschijnselen krijgt die anders zijn dan anders, wat niet makkelijk is met een kind dat 2 nachten slecht geslapen heeft en spierpijn van de activiteiten en lange busreis.

Tijdens het eruit halen van de teek had ik een angst over mij heen dat ik de teek er niet goed uit zou krijgen en daardoor meer schade zou aanbrengen. Wanneer mijn zoon au zei dan wist ik bijna zeker dat ik iets fout deed met de teken tang. Hetgeen waarom mijn zoon au zei was het feit dat ik met de 6 pogingen ook langzaam de plek aan het epileren was en het eruit draaien van haren nu niet heel lekker aanvoelt op een tere plek als een enkel. Ik wilde kalmte bewaren om mijn zoon geen angst aan te jagen, maar noch ik als mijn dochter waren er echt kalm onder. Het was dan ook niet gek dat mijn zoon even later precies wilde weten hoe iemand besmet kon raken met Lyme door een teek die als gastheer functioneert. Ook toen voelde ik mij schuldig dat hij verder aan het denken was over Lyme en ik wellicht hem had bang gemaakt door te handelen vanuit een startpunt van angst.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het woord teek in mijn solar plexus beweging waar te nemen en dit te negeren, omdat ik er niet mee geconfronteerd wil worden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van energie beweging in mijn solar plexus te ervaren en dit te negeren, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik in dat moment de confrontatie met mijzelf niet aan wil en sterk wil zijn, maar het tegenovergestelde bereik door angst toe te laten in mijn denken en handelen. Ik stop het negeren, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om energie beweging in mijn solar plexus altijd in het moment te onderzoeken, zodat de gevolgen beperkt blijven, en ik vervolgens vrij van emoties en angsten kan denken en handelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het zien van de teek in de enkel van mijn zoon het hele traject van besmetting aan mij voorbij zag gaan in mijn ‘geest’.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het projecteren van gevolgen in de toekomst, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf niet stabiliseer door aan alle mogelijke uitkomsten te denken vanuit een startpunt van energie/angst. Ik stop het projecteren, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om vanuit gezond verstand te bedenken wat ik moet doen in het moment om verdere gevolgen te voorkomen, maar niet preventief te denken/handelen vanuit angst.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat wanneer ik een masker van kalmte opzet ik ook kalm van binnen ben en dus kan handelen/denken vanuit stabiliteit/kalmte.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de buitenkant perfect te laten zijn terwijl de binnenkant niet meer weet wat te doen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de schone schijn niet kan ophouden en dat ik binnen en buiten hetzelfde zal moeten zijn om echte kalmte te kunnen uitstralen en een echt punt van kalmte voor de ander kan zijn. Ik stop de mooie buitenkant als het niet strookt met de binnenkant, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om meer te oefenen met het gelijk trekken van mijn binnen- en buitenwereld en dat ik zolang dat nog niet een natuurlijke expressie van mijzelf is, ik de buitenkant stabiel laat zijn en vergeving doe op dat wat nog niet lukte aan de binnenkant, om zo mijzelf te corrigeren en het op een ander moment nogmaals te proberen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de emoties die rondgingen binnenin mij ten tijde van het verwijderen van de teek te willen onderdrukken om zo kalmte op te roepen of ruimte te maken voor kalmte.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van emoties onderdrukken om er geen last van te hebben in het moment, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik met iedere onderdrukking vaneen emotie meer gevolgen de wereld in help. Ik stop het onderdrukken, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om wanneer er emoties van binnen rondgaan ik de emoties erken en zie, maar ze niet ervaar of meega op de emoties en zo mijn handelen/denken te laten beïnvloeden door deze emoties. Op die manier weet ik dat deze emoties er zijn en kan ik op een later tijdstip hen aanpakken om zo in het vervolg te snappen wat mijn valkuilen zijn in bepaalde situaties.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat deze angst die ik ervoer een angst voor de dood van mijn kind is en dus een overlevingsangst.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van overlevingsangst, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik angst ontwikkel voor iets dat nog niet gebeurt is of staat te gebeuren. Ik stop het projecteren van angst voor overleving, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/begrijpen/realiseren dat angst op voorhand geen goede gids is om zaken met gezond verstand af te handelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf de schuld te geven van het krijgen van een tweede kind met Lyme.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mij schuldig voelen aan iets dat er nog niet is, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben dat door mijn handelen vanuit emotie gevolgen ontstaan waardoor mijn zoon ziek wordt. Ik stop het aanpraten van een schuldgevoel aan mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet op de feiten vooruit te lopen en te zien/begrijpen/realiseren dat ik wel weet dat handelen vanuit angst niet okay is en daardoor dus vrees dat er nare gevolgen van komen en zo op voorhand mijzelf te straffen doormiddel van een schuldgevoel.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik de chronische Lyme van mijn dochter emotioneel aankan en dus niet geconfronteerd wil worden met het tegenovergestelde.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van denken dat ik stabiel ben op een bepaald punt, maar waar de realiteit mij anders laat zien, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik hierop reageer met ontkenning en mijn buitenkant bij elkaar pak om een masker van kalmte op te zetten. Ik stop de ontkenning, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niets te ontkennen dat fysiek bewezen is en zo dus geen strijd aan te gaan binnenin mij die alleen maar meer energie en ontkenning zal uitlokken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om kalm te willen blijven voor de ander om zo mijn angst niet over te berengen op de ander.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van kalm willen blijven omwille van de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik eerst zelf kalm moet wezen om als punt van kalmte voor de ander te kunnen fungeren. Ik stop het handelen om de ander te ondersteunen zolang ik mijzelf niet eerst kan ondersteunen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om eerst voor mijzelf te kiezen, niet vanuit een punt van egoïsme, maar om te zien/begrijpen/realiseren dat ik niets voor de ander kan betekenen als ik het niet eerst zelf op orde heb.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een kalme persoonlijkheid in het leven te roepen om zo niet eerst naar wie ik ben in het moment hoef te kijken.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een persoonlijkheid uit de kast trekken om zo mijzelf te omzeilen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet alleen mijn emoties onderdruk/negeer maar ook mijzelf. Ik stop het omzeilen/negeren van mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet meer zodra het moeilijk wordt een andere persoonlijkheid uit de kast te trekken en zo te denken dat ik de situatie heb gered/opgelost, terwijl ik afscheiding in mijzelf heb gecreëerd door mijzelf af te splitsen in een andere persoonlijkheid.