Dag 387: de fundering ben je altijd zelf

Boerderij_Arpisson_(2327m.)_boven_Gimillan_in_Cogne_Valley_(Italië)._Beklemmende_leegte_boven_de_boerderij_aan_het_eind_van_het_dal_02De afgelopen tijd vertoefde ik in het dal van mijn gedachten, ik daalde af naar de plek waar gedachten echt lijken, waarvan ik wist dat het daar niet goed toeven is. Toch kun je soms dingen weten, maar niet altijd op het juiste moment toepassen. Daarnaast kunnen we met onze ‘geest’ dingen zo voorspiegelen dat we echt even pas op de plaats moeten maken, ons zelf vertragen om vervolgens te zien dat we niet met de realiteit te maken hebben.

De gedachten die ik geloofde waren van een dwingende aard, ik had het ‘gevoel’ dat ik ergens in gedwongen werd. Nu weet ik dat wanneer ik ‘het gevoel heb dat’, er toeters en bellen af horen te gaan. Maar het was stil in het dal der gedachten. Het werd een gevecht met mijzelf in het dal der gedachten. Nu weet ik dat niemand mij kan dwingen of bewegen om iets te doen, de uiteindelijke keuze/beslissing om ergens in mee te gaan ligt altijd bij mijzelf. Ik maak de afwegingen, ook al lijkt de keuzemogelijkheid soms zeer beperkt en moeten we soms kiezen tussen twee kwaden. Toch is het altijd een keuze en ligt die altijd bij onszelf. Zo ook nu, waar er al heel lang iets aangeprezen werd en waar ik niet op inging, omdat het niets voor mij was op dat moment in mijn leven. De aanbiedingen werden steeds dwingender en men ging  over tot het aanpraten van een schuldgevoel. Dit was het moment waarop mijn ‘geest’ mij mededeelde dat er geen keuze meer was, het was mijzelf overgeven of…Of wat? Daar kreeg ik geen antwoord op wat er dan voor gevolgen zouden volgen. Ik vroeg het ook niet, ik was in de ban van de angst dat een ander mijn keuzes ging maken en ik geen vrije wil meer zou hebben. Dit vond allemaal plaats in het dal der gedachten, het was niet echt, ik beleefde het als echt.

Als tegenreactie op de mogelijkheid dat ik geen keuzevrijheid meer zou hebben, moest ik mijn hakken in het zand zetten en het aanbod minder maken dan mijzelf, aldus mijn ‘geest’. Dezelfde ‘geest’ die mij al mijn hele leven bijstaat en mijn beste adviseur is geworden, aldus mijn ‘geest’. Samen vechten we voor vrijheid, aldus mijn ‘geest’. Hoe kon iemand op zo’n nare manier iets aanbieden, ging er nog door mij heen, straks smeren ze het mij aan en wat dan? Dan zit ik in een situatie die ik niet wens.

Tijdens mijn verblijf in het dal der gedachten kwam het nooit in mij op dat ik het aanbod ook kon afslaan, omdat ik mijn eigen keuzes mag maken, onder welke invloeden ik dit dan ook doe. Ik kan zeggen, nu even niet, en daar hoef ik het aanbod niet minder dan mijzelf voor te maken. Het aanbod blijft het aanbod, en is het nu niets voor mij, dan kan het op een ander tijdstip wel iets voor mij zijn of het zal het nooit mijn keuze worden. Dit hangt allemaal samen met de mate van zelfoprechtheid die ik hierin heb in het moment van keuze. Laat ik mij beïnvloeden of kan ik de keuze maken omdat ik mijzelf vertrouw?

En die wetenschap werd mijn vitale verbindingslijn om het dal der gedachten te verlaten, de wetenschap dat ik eerst op mijzelf moet vertrouwen om een keuze te maken en dat dit niets te maken heeft met de keuze die mij wordt geboden door een ander. Ik hoef de ander niet te vertrouwen, ik moet mijzelf vertrouwen zodat ik weet dat ik heb gecheckt of wat de ander aanbied recht door zee is en mij niet in de problemen brengt. Het vertrouwen ligt geheel aan mijn zijde en dus als een gevolg daarvan ook de keuze.

Inmiddels sta ik weer met beide benen in mijn eigen kracht en heb ik het dal der gedachten verlaten. Wel heb ik een wijze les geleerd, waarvan ik de inhoud al kende maar niet altijd consequent doorvoerde in mijn leven. Ik ben degene op wie ik moet kunnen bouwen, niet een ander en niet de ‘geest’ die mij op dwaalsporen zet voor eigen gewin. Ik sla het aanbod nu af en wie weet wat de toekomst zal brengen.

De fundering dat ben ik zelf en als de fundering scheurtjes vertoont dan kan ik dat repareren, ook kan ik preventief al kijken of er sprake is van betonrot of een slechte deklaag om zo nare gevolgen te voorkomen. Als ik als een huis sta, dan kan ik niet alleen op mijzelf bouwen, maar de mensen in mijn omgeving kunnen dan ook op mij bouwen. Het is geen leuk idee om te weten dat men op je bouwt wanneer je zelf weet dat jouw fundering een verzameling is van reactieve gedachten. Dat wil ik voorkomen, geen dal der gedachten voorlopig voor mij en mocht ik er toch terecht komen dan vertrouw ik op mijzelf dat ik daar ook weer wijzer uitkom.

Dag 337 van 2555: de verkeerde afslag

Dip-Lite cursusTerwijl ik met de auto van de ene winkel naar de andere winkel wilde gaan, zonder teveel om te rijden, nam ik een afslag waarvan ik dacht dat het de juiste was, maar dat was het niet. De afslag bracht mij op een grote weg uit de bebouwde kom, op een punt dat ik niet herkende of kende. Ik bleef doorademen en bij elke mogelijke afslag overwoog ik zoveel mogelijk zonder emoties erbij te betrekken of dit de afslag was die ik het beste kon nemen om zo dichtbij mijn volgende winkel uit te komen. Ik kwam uiteindelijk op de Randweg uit die vele mogelijkheden heeft om de stad van steeds weer een andere kant te benaderen. Elke afslag die ik niet nam, gaf mij toch een benauwd gevoel of ik wel het juiste deed en een gevoel/stem dat ik op de achtergrond voelde/hoorde was dat van: “neem nou maar een afslag dan weet je in ieder geval dat het goed gaat, straks heb je geen mogelijkheden meer en zit je op de snelweg waar je niet zo snel meer vanaf komt”.

 

Dit deed mij terug denken aan al die keren dat ik wel paniekte in mijn auto en niet wist waar ik precies zat of precies heen moest, dat is inmiddels een punt wat niet meer in die mate voorkomt, maar het mechanisme intrigeerde me eigenlijk wel. Met het afslagen nemen trok ik een vergelijking naar het leven hier op aarde. Ons leven is als een lange weg met vele afslagen en ik zie mijzelf, teruggaand naar het auto voorbeeld, afslagen niet nemen maar daar een soort van naar gevoel bij hebben dat ik beter nu kan kiezen en beter nu kan nemen wat ik kan krijgen want anders vis ik straks misschien achter het net. Met andere woorden er bij de volgende afslag achter komen dat ik de eerdere afslag had moeten nemen. Dit is een soort van angst om dat te missen waarvan je nog niet weet wat het is, maar het is toch al een gemis. Raar dacht ik bij mijzelf dat ik dus liever genoegen neem met wellicht minder (een eerdere afslag) dan door te gaan voor iets beters en wellicht te ontdekken dat er niets beters is (bij de volgende afslag merken dat je er één te laat hebt genomen).

 

Dus ik neem liever maar dat wat voor het grijpen is, dan met lege handen te komen staan. Zo klinkt het zelfs een beetje hebberig. Voor minder gaan omdat ik geloof dat meer wellicht een droom/illusie is. Dus genoegen nemen met minder, omdat ik niet geloof dat er meer voor mij in het verschiet ligt. Dit begint als een limitatie te klinken. Laat ik hier eens wat zelfvergevingen op doen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om dat te nemen wat voorhanden is uit angst om achter het net te vissen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van bang zijn om niets te hebben, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik uit een soort van aangeboren hebberigheid mij niet kan indenken dat ik met niets zou eindigen. Ik stop de hebberigheid en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om dat te nemen wat gegeven wordt vanuit een actieve aansturing vanuit mijzelf of vanuit de ander en te zien binnen dit nemen wat mij als persoon verrijkt en verbetert en dat te laten liggen wat mij verlaagt en afbreuk doet aan mijzelf.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat te missen wat eventueel voor mij in het verschiet ligt.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst te hebben om overgeslagen te worden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik op dit punt in mijn kinderjaren ben blijven hangen, waarbij je niet als laatste gekozen wil worden of niet kan meedelen met iets lekkers omdat er niet genoeg is. Ik stop deze angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn startpunt aan te passen, waarbij ik niet van gemis uitga, maar neutraal kan zijn en kan werken met welke uitkomst er ook verschijnt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in de polariteit ‘gemis’ versus ‘gewin’.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van polariteit tussen ‘gemis’ en ‘gewin’, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik op deze manier altijd een gemis zal ervaren doordat ik of in de pool van ‘gemis’ zit of ik in de pool van ‘gewin’ zit waarbij ‘gemis’ zich op een ander niveau in mijn realiteit uitspeelt. Ik stop de polariteit en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om afstand te nemen van deze polariteit waardoor ik mijzelf ervaar als de verliezer, terwijl en er geen sprake is van verliezen of winnen als het gaat om leven, het gaat over gewaar te zijn in elke adem, wat de uitkomst ook mag zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat het mindere wel goed genoeg voor mij is, zodat ik in ieder geval nog iets heb.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van genoegen nemen met minder, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf minder maak en dus minder krijg. Ik stop het minder maken en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om altijd het beste uit mijzelf te halen, want genoegen nemen met minder is genoegen nemen met een gemiddeld leven zonder enige aanleiding, waarbij ik mijzelf beperk en limiteer zonder te snappen hoe ik het doe.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat meer niet voor mij is bestemd door mijn levenservaringen als voorbeeld te gebruiken.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van ik ben niet meer waard, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf naar beneden haal en zo mijn werkelijkheid vorm geef. Ik stop het neerhalen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet langer te geloven dat ik niet meer waard ben en te stoppen mijzelf en mijn leven te beperken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in de polariteit van ‘meer waard’ versus ‘minder waard’.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van polariteit over meer en minder waard, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik als een soort van weegschaal mijzelf aan het wegen ben, maar zo nooit tot een stabiel punt kan komen waar ik kan zijn wie ik ben. Ik stop het wegen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om uit de minderwaardigheid en meerwaardigheid te stappen, omdat ik zie/realiseer/begrijp dat dit niets doet om vooruit te komen en mijzelf te verbeteren tot een beter mens.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om onzeker te zijn over de afslag di eik wil nemen in het leven en bang te zijn dat het  niet de juiste is.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van twijfel over de juiste keuze, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf de ruimte van de twijfel laat door niet altijd te staan voor de keuze die ik maak. Ik stop de twijfel en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om twijfel om te zetten naar zeker weten door te begrijpen/realiseren waarom ik bepaalde keuzen maak en niet maak en waardoor ik de ruis kan wegnemen.