Dag 97 van 2555; maakt geven aan goede doelen mij tot een goed mens?

Dag 97 van 2555; maakt geven aan goede doelen mij een goed mens?  Goede doelen hier, goede doelen daar, collectebussen door de straat en goede doel programma’s op tv. Maar alle goedheid op een stokje, gaan wij het verschil maken met al die goede doelen? Word ik een beter mens als ik geef aan goede doelen? Waarschijnlijk wordt je door andere mensen in de maatschappij gelabeld als een goed mens, wanneer je geeft aan een goed doel. Maakt dat jou dan ook tot een goed mens?

 

Geven aan goede doelen is het afkopen van je zelfverantwoordelijkheid. De wereld van de goede doelen is 1 grote “goed gevoel” business. Dus wanneer we onze zelfverantwoordelijkheid afkopen met het geven aan goede doelen, dan voelt het alsof wij iets aan de problematieken waar de goede doelen voor staan, hebben gedaan. Dat is het goede gevoel, zo van “kijk ik denk aan de wereld om mij heen”.

 

Maar laten we mekaar nou geen mietje noemen en eens even in zelfoprechtheid kijken naar wat wij aan het doen zijn. Geven aan goede doelen is symptoombestrijding in het meest gunstige geval, want zeer weinig tot niets van onze euro gaat daadwerkelijk naar de doelgroep/onderzoek toe. Het ondersteunen van symptomen is gelijk aan het in stand houden van het probleem. Dus door te geven aan goede doelen houdt je het probleem instant waarvoor het goede doel “strijd”.

 

Bij kanker is b.v. een tumor, een symptoom van de aanwezigheid van kanker/kankercellen in het lichaam. Het verwijderen van de tumor kan als een bevrijding ervaren worden en een “goed gevoel” geven dat de kanker is aangepakt. De realiteit is echter anders, de kanker komt in welke vorm dan ook terug, omdat het in de eerste plaats nooit behandeld is.

 

Zo is het ook met goede doelen, het geven aan goede doelen is het verwijderen van de tumor en het instant houden van de oorzaak. Een mooi voorbeeld is Fair Trade als goed doel. Wat Fair Trade wil bewerkstelligen in derde wereld landen zou eigenlijk een vanzelfsprekendheid moeten zijn. Armoede, slechte hygiene, slechte gezondheidszorg en weinig educatie is niet een standaard waar wij allemaal aan zouden willen voldoen. Dus is dan de vraag waarom de derde wereld landen wel deze standaard mogen hebben en wij in de eerste wereld niet. Door een organisatie als Fair Trade worden alleen maar de symptomen bestreden en zullen de mensen daar nooit uitkomen op onze standaard van leven, dus houden we de armoede daar instant. De oorzaak is ongelijke verdeling van grondstoffen en geld wat je niet egaliseert door een beetje te geven.

 

Dus hoe gek het ook mag klinken, door te geven aan goede doelen sterven er meer mensen onnodig. Door niet meer te geven aan goede doelen en de goede doelen te laten stoppen en ons te focussen op gelijke verdeling van grondstoffen en geld in de wereld, zo spoedig als mogelijk, zal op het geheel gezien minder slachtoffers maken.

 

Dus komt de vraag weer terug op, maakt geven aan goede doelen mij tot een goed mens? Nee. Nu zou de vraag wat genuanceerder gesteld kunnen worden. Staan wij in dienst van het LEVEN als wij geven aan goede doelen? Nee. Goede doelen geven een goed gevoel om zo de ogen te kunnen/mogen sluiten voor wat er  echt gaande is in de wereld. Dat is misschien even niet leuk om te horen en ik zie mensen ook altijd meteen in pure reactie gaan als er wordt getornd aan hun goedheid. Maar het is duivels om op deze manier nog honderden, duizenden, miljarden jaren mensen aan de andere kant van de wereld te laten sterven en op zijn best een rot leven te laten leven, terwijl wij in overvloed leven. Dus sorry voor je als je erachter komt dat je toch niet zo jofel bezig bent, maar goede doelen is en blijft struisvogel politiek.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen als ik niet gaf aan goede doelen en dan gezien te zullen worden als een slecht mens.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet de boodschap helder over te kunnen brengen in het verleden waarom ik niet gaf aan goede doelen, omdat het gebaseerd was op gevoelens, waardoor het waarom niet helder was voor mij en ik het daardoor niet kon overbrengen op anderen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het zonde van mijn geld te vinden om te geven aan goede doelen wetende uit onafhankelijk onderzoek dat er erg veel aan de strijkstok blijft hangen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om gefrustreerd te zijn als ik niet kon uitleggen waarom ik niet gaf aan goede doelen en daardoor toch weer bang te zijn om als slecht mens gezien te worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waarin wij het normaal vinden dat sommige bevolkingsgroepen/naties het minder hebben dan ons, waarbij doneren/geven voor ons de oplossing is om ons geweten te sussen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waarin wij geloven dat wanneer we zo nu en dan eenbeetje geld geven of wat goederen dat het wel goed zal gaan met de minder bedeelden onder ons en ons niet te realiseren dat alleen gestructureerde en constante ondersteuning aan alle minder bedeelden een verschil zal maken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waarin wij bij het denken aan de minder bedeelden nooit bedenken dat het een vanzelfsprekendheid zou moeten zijn dat zij allen dezelfde levensstandaard zouden moeten hebben als wij, de beter bedeelden in de eerste wereld.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waarin wij mensen onnodig laten creperen door liever te doneren en het geweten te sussen dan structurele ideeën op tafel te leggen om gelijkheid in de wereld te brengen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waarin wij liever struisvogel politiek bedrijven dan werkelijk te kijken naar het daadwerkelijke effect van doneren/symptoombestrijding op de langere termijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waarin wij kwaad worden en aangebrand zijn als er aan onze goedheid wordt getornd als het gaat om onze sociale betrokkenheid met goede doelen, terwijl we niet willen kijken naar de consequenties van ons doneer gedrag.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waarin wij het zijn van een goed mens verwarren met een goed gevoel waarbij het goede gevoel een dekmantel is van het sussen van het geweten dat best weet dat wij niet goed bezig zijn, maar het goede gevoel niet willen opgeven om vervolgens te moeten zien dat wij mensen zijn die niet in dienst staan van het leven, maar in dienst staan van egoïsme.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waarin wij okay zijn met het in stand houden van de problemen in de wereld zolang wij ons leven maar kunnen voortzetten en gezien worden als nobele mensen die geven om een ander.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waarin wij zo naïef zijn dat wij willen geloven dat met het geven van een beetje geld wij wereldproblematieken kunnen aanpakken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waarin wij niet willen weten hoe goed wij het hebben ten opzichte van de minder bedeelden in de wereld en zo ook niet willen kijken naar oplossingen die worden aangedragen om radicaal met ongelijkheid in de wereld korte metten te maken.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om bewustzijn te blijven verspreiden over de kwaadaardigheid die zit in goede doelen om zo een Gelijkheids Geld Systeem te introduceren als alternatief op de huidige situatie die klaarblijkelijk niet werkt.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen frustratie te ervaren als mensen op hun tenen zijn getrapt als zij ontdekken dat ze misschien niet zo goed/geweldig zijn dan ze zelf willen geloven als het onderwerp goede doelen op tafel komt.

Advertenties

Dag 86 van 2555; manna uit de lucht

Dag 86 van 2555; manna uit de lucht  Vandaag liep ik tegen een citaat aan van Mahatma Gandhi die mij even liet huiveren:

 

 

 

“There are people in the world so hungry, that God cannot appear to them except in the form of bread” ~ Mahatma Gandhi

“Er zijn mensen in de wereld die zo hongerig zijn, dat God niet aan hen kan verschijnen, behalve in de vorm van brood.”

 

Voor sommigen lijkt dit misschien een uitspraak vol compassie, maar ik zie een God die een schepping heeft geschapen waarin het mogelijk is dat de een met een volle buik naar bed gaat en de ander op sterven na dood is. Dat is een God die niet te omschrijven is als één van compassie en mededogen, maar één van sadisme en het veroorzaken van ongelijkheid binnen zijn schepping, een schepping in polariteit. Een God die alom wordt geprezen zou toch geen God kunnen zijn die de hongerigen der aarde niet onder ogen kan komen en dan zijn aanwezigheid te claimen door het zijn van brood? En tellen al die mensen die ook geen brood hebben als nog lager in rangorde, zodat God in het geheel niet kan verschijnen aan deze mensen? Is God de manna die uit de lucht komt vallen? Maar wat is manna dan? Bommen in een oorlog, pillen om onszelf te verdoven, geld om te kunnen consumeren? En hoe verschijnt God dan aan de mensen die niet hongerig zijn? In de vorm van geld?

 

Dus wellicht moeten we dit citaat geheel anders lezen en vertegenwoordigt de honger de drang/behoefte aan consumeren? Dat God alleen kan spreken tot de consument door het geld te zijn dat als manna uit de lucht komt vallen? Maar dat zou net zo goed een kwalijke zaak zijn, want ook hier gaat het om ongelijkheid. De enige manier om contact met de consument te krijgen is door geld. Een consument die door God geschapen is om geconsumeerd te zijn met dat wat hem afleidt van de echte zaken die er toe doen in het leven en een consument is die in het gareel meeloopt uit angst de boot te missen, maar in realiteit het leven mist en niet kan zien dat God niet liefde is, maar een uit de hand gelopen scheppingsdrang.

 

We zijn beter af wanneer wij onze eigen God zijn en een wereld scheppen waarin we aan iedereen kunnen verschijnen, omdat we weten dat we hebben gehandeld in het belang van een ieder en wij aansturen op een beter wereld waar ongelijkheid verleden tijd is en zelfverantwoordelijkheid onze werkelijke natuur is. Geven zoals wij zouden willen ontvangen, dan is er niemand zonder brood/geld. Het is allemaal niet zo moeilijk zodra we onze bubbelmentaliteit kunnen loslaten en snappen dat wij met z’n allen in hetzelfde schuitje zitten, we kunnen het schuitje laten zinken of we varen af op een betere toekomst voor ons allemaal.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om reacties van huivering en ongeloof te hebben bij het lezen van dit citaat.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het verschrikkelijk te vinden dat mensen een God aanbidden in totale onwetendheid en hem goedheid en puurheid toeschrijven terwijl de fysieke realiteit laat zien wat God’s scheppende handelen teweeg brengt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ook ik in de goedheid van God wil geloven, maar het niet kan door de ellende die de wereld mij voorschotelt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te willen geloven in goedheid en een sprookjesachtige realiteit, maar mij te realiseren/begrijpen/zien dat zulke woorden horen bij een mindrealiteit en niet bij onze fysieke werkelijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat het lekker gemakkelijk is om te geloven dat sommige mensen het nu eenmaal minder hebben dan anderen, zodat er geen aanleiding meer is om op te staan en te werken naar gelijkheid en eenheid in het leven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het woord God als een positief geladen woord te beschouwen door opvoeding en socialisatie en tegelijkertijd frictie te voelen tussen geloof en werkelijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waar het idee van een goede God waardevoller is dan het recht op leven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waar wij het normaal vinden dat wij zo nu en dan worden geconfronteerd met de minder bedeelden maar hier geen conclusies uit trekken anders dan ons te vergelijken met hen en God op onze blote knieën te danken dat wij het niet zijn die in een benarde situatie leven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waar wij in een God geloven die het voor ons beter gaat maken en bij het uitblijven hierover teleurgesteld zijn dat ons gebed niet verhoort is als een kind dat zijn snoep wordt ontzegt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in een wereld waar wij beter af zijn dan anderen en daardoor ons niet willen afvragen waarom de anderen minder af moeten zijn uit angst voor het wisselen van de rollen wetende dat God een God is van wraak en onvoorspelbare wreedheid.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet op voorhand in de goedheid van God te geloven maar vraagtekens te zetten bij de wereld die hij schiep om zo te kunnen zien waar ongelijkheid heerst en waar wij nog niet handelen in het belang van een ieder.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om anderen te informeren over de ware aard van dat wat wij God noemen voor diegenen die eraan toe zijn om te luisteren.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om een Gelijkheids Geld Systeem onder de aandacht te brengen en te laten zien dat dit onze manier is om een God te kunnen zijn van mededogen die een fatsoenlijk leven voor iedereen voor ogen heeft.