Dag 368 van 2555: MOETEN

DIP Lite cursusEen tijd geleden viel het mij ineens op dat ik het werkwoord ‘moeten’ in gesproken taal en geschreven taal wel veel gebruikte. Ik zag dat ik het naar mijzelf toe gebruikte, maar ook naar de ander toe als een reflectie op mijzelf. Ik bekeek of de betekenis die ik aan het werkwoord gaf steeds dezelfde was of niet. Ik gebruikte het woord en in de dwingende betekenis van ‘verplicht zijn’.

Telkens als ik het woord gebruikte stopte ik even, of als dat niet kon op een later tijdstip, en keek of ik dit woord ook voor een ander woord kon vervangen wat daadwerkelijk aangaf wat ik wilde uitdrukken. Het veelvuldig gebruik van moeten werd een soort van rode draad in mijn leven waar ik naar alle waarschijnlijkheid vind dat ik dingen moet van mijzelf of van anderen. In het moment ervoer ik het niet bewust als een last/dwingend, pas toen ik het recentelijk ging onderzoeken, zag ik dat het woord letterlijk uitdrukte hoe ik het leven daadwerkelijk en niet altijd even bewust ervoer/ervaar. Dat was best even schrikken en een ‘reality check’. Ik zie mijn leven niet als iets verschrikkelijks of niet te doen, maar dat neemt niet weg dat ik altijd dingen van mijzelf moet naast de dingen die ik van anderen moet en die ik vervolgens dus weer van mijzelf moet.

Ik keek nog eens verder en dacht: als ik telkens dingen moet van mijzelf, wie is dan dat zelf? Dat was niet zo’n moeilijke vraag eigenlijk. Alles wat ik moet daar liggen emoties, gevoelens en angsten aan ten grondslag. Mijn denken zegt dat ik dingen moet, de stem in mijn hoofd zegt dat ik naar de wc moet, nog een koekje moet eten, netjes gedag moet zeggen, beleefd moet zijn, mij van mijn beste kant moet laten zien, ik niet te laat naar bed moet gaan, niet meer geld uit moet geven dan nodig is en vooral gezond moet eten. Zo kan ik mijn hele dag vullen met moeten, zonder mijn echte zelf of zelfexpressie niet aan bod te laten komen. Het moeten is dus van de ‘geest’ omdat ik dat toesta en accepteer en daardoor ervaart mijn lijf de stress, die ik niet direct voel/ervaar en koppel aan het moeten.

Ik moet naar de wc, want als ik niet ga dan plas ik in mijn broek en moet ik de bende weer opruimen. Dus dat ik naar de wc moet van mijzelf is gebaseerd op vrees voor de gevolgen. Ik kan ook gewoon naar de wc gaan en plassen, omdat mijn blaas vol is, zonder die dwingende betekenis eraan te geven vanuit emotie.

Ik moet nog een koekje eten, want vanuit een gevoel van hebberigheid en bang tekort te komen eet ik een extra koekje alsof het een essentiële maaltijd is die ik niet kan overslaan. Ik kan ook nog een koekje eten, omdat het kan en ik tussendoor daarvan mag genieten, maar dan heeft het ineens geen emotionele lading meer.

Ik moet netjes gedag zeggen als kind, om zo de reflectie te kunnen zijn van mijn ouders en hun imago niet te grabbel te gooien. Waardoor ik vanzelf ook netjes gedag moet zeggen om mijn ouders niet teleur te stellen en uit angst voor de gevolgen als ik niet gehoorzaam. Ik kan als kind ook mensen groeten omdat ik hen ken of omdat ik net met hen gesproken heb. Ook in dit geval zou het groeten dan emotie vrij zijn.

Ik moet beleefd zijn of ik moet mij van mijn beste kant laten zien, want ik kan niet zeggen wat ik denk en in eerlijkheid er alles maar uitflappen. Ik heb dus angst dat men mij anders zal zien en waarderen wanneer ik niet beleefd ben. Ik kan de ander ook als mijzelf behandelen en de ander dat geven wat ik graag zelf zou ontvangen, vanuit wederzijds respect.

Ik moet niet te laat naar bed gaan, dus ik moet naar bed. Ik moet naar bed uit angst dat ik morgen anders niet ben uitgeslapen. Is het niet zo dat wanneer ik fysiek en/of geestelijk echt moe ben, ik gewoonweg naar bed kan gaan? Dit is gezond verstand in plaats van de dwingende toon van de ‘geest’ die ik mijzelf laat sommeren om naar bed te gaan.

Ik moet niet meer geld uitgeven dan nodig is. Het grappige is dat ik nagenoeg nooit meer geld uitgeef dan nodig is en toch moet ik dit van mijzelf goed onthouden en tegen mijzelf zeggen als ik geld uitgeef. Dus in feite vertrouw ik mijzelf niet en ben ik bang tekort te komen. Mijn handelen is, dat uitgeven wat mogelijk is, maar omdat dit met een onderlading gaat van het moeten komen mijn handelen en gedachten niet met elkaar overeen en komt er frictie. Ik kan en mag geld uitgeven voor de dingen die nodig zijn en als het budget het toestaat dan mag ik ook zo nu en dan geld aan zaken besteden die niet direct ‘nodig’ zijn.

Ik moet gezond eten, want eigenlijk ben ik bang dat ik niet gezond blijf wanneer ik niet gezond eet. Wat automatisch geeft dat ik eet met emotie, namelijk de emotie van het moeten. Ik kan ook gewoon een balans vinden in een hoofddeel gezonde zaken waarvan ik weet en getest heb dat die mijn lijf in balans houden en zo nu en dan iets wat niet direct onder ‘gezond’ valt, maar moet kunnen.

Dit is maar een greep uit mijn moeten en wat ik doe en heb gedaan met al deze voorvallen in mijn werkelijkheid, is het direct corrigeren. Het direct corrigeren voordat het plaatsvindt of nadat het heeft plaatsgevonden. Of ik doe eerst zelfvergeving wanneer ik een denkpatroon zie of zaken die ik eerst dien te vergeven alvorens mijzelf te corrigeren. Dat wil niet zeggen dat ik het werkwoord moeten nu mijd, maar ik streef ernaar om het woord niet meer in combinatie met emotie, gevoel en angst te gebruiken.

Dit ene werkwoord deed mij beseffen dat ik mijn hele leven dus in dienst van mijn ‘geest’ heb geleefd, omdat ik altijd van alles moest. Het is nu dan ook tijd om in dienst van mijzelf te gaan staan, los van emoties, gevoelens en angsten die mij aansturen en richting aan mijn leven geven.

Advertenties

Dag 308 van 2555: mijn zielige ik – deel 3 – zelfvergeving en zelfcorrectie

leefbaar inkomen gegarandeerdDeze blog is een voortzetting van de vorige twee blogs, alvorens deze blog te lezen is het aan te raden eerst de andere twee te lezen.

 

In deze blog zal ik zelfvergeving en zelfcorrectie gaan doen op de volgende zin: “moet ik dit doen”, voortbordurend op mijn vorige blog waar ik “Ik wil dit nu niet doen” onder de loep nam en al kort even het moeten aantipte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het moeten in “moet ik dit doen” als van buitenaf te ervaren.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van separatie wanneer ik iets moet doen en ik mijzelf hiertoe moet aanzetten, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mij niet wil associëren met moeten en mijzelf dwingen om iets te doen waardoor ik het liever ervaar als iets dat van buiten komt. Ik stop de separatie en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet in separatie van mijzelf taken uit te voeren, maar dat wat gedaan moet worden te doen zonder vragen te stellen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om moeten met autoriteit te associëren en dus in separatie met mijzelf.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het schuwen van autoriteit, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik autoriteit als negatief heb gelabeld en dus mijzelf niet wil vereenzelvigen met autoriteit. Ik stop de tweedeling en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de polariteit van negatief-positief niet te voeden door het schuwen van autoriteit en niet gezien te willen worden als negatief en zelfs niet mijzelf wil ervaren als negatief.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om aan mijzelf te vragen of ik iets moet doen wanneer ik iets moet doen, met het gevoel alsof ik mijn eigen autoriteit ben.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf als tiran te zien die mij dwingt dingen te doen, maar dit om te buigen naar “moet ik dit doen” alsof ik een eigen wil erin heb, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf gebruik als autoritaire opdrachtgever en tegelijkertijd als een moeder die het voor mij zal verzachten waardoor ik het waarschijnlijk niet hoef te doen. Ik stop de twee persoonlijkheden en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de schijn op te wekken dat ik met het moederlijke personage nog enigszins een vrije wil denk te hebben, terwijl het autoritaire werkgever personage in mijn nek hijgt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om stil te staan bij het feit of ik iets moet doen dat gedaan moet worden.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van blijven hangen in de ‘geest’ en in zogenaamde logica en rede terwijl mijn fysieke werkelijkheid om daadwerkelijke actie vraagt voor dingen die simpelweg gedaan moeten worden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de logica gebruik als een achterdeurtje om zo te denken nog een vorm van vrije wil te hebben. Ik stop de drang naar valse vrijheid en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te snappen/realiseren/begrijpen dat wanneer ik iets moet doen omdat het gedaan moet worden en het mijn verantwoordelijkheid is, geen achterdeurtjes te gebruiken om zo een valse vorm van vrijheid te ervaren waardoor het ‘moeten’ afgezwakt lijkt en niet meer prominent dicteert wat ik moet doen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om eerst mijzelf af te vragen of ik het moet doen en dan pas mijzelf te overtuigen en op te peppen dat ik het moet doen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van eerst mij afvragen of ik iets ‘moet’ doen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik eerst moet handelen omdat ik weet dat het mijn verantwoordelijkheid is. Ik stop het traineren en afvragen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet na te denken of in de ‘geest’ te gaan alvorens ik mijn verantwoordelijkheden uitvoer in deze fysieke werkelijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om ‘moed’ te verzamelen om hetgeen ik ‘moet’ doen te doen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van moed moeten verzamelen om iet ste doen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik barrières opwerp die er niet zijn waardoor alles zwaar voelt. Ik stop het moed verzamelen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om taken die gedaan moeten worden niet zwaarder te maken dan ze zijn en mijzelf doen geloven dat ik er moed voor nodig heb om eraan te beginnen en door te zetten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het personage van autoritaire werkgever te gebruiken om mijn onrecht en slachtofferrol te bevestigen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het aannemen van het autoritaire werkgever personage, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik dit doe om mijn zieligheid te bevestigen en polariteit uit te spelen. Ik stop dit personage en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet te verleiden tot het aannemen van personages om mijn gelijk te behalen en de werkelijkheid te verdraaien.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het personage van verzachtende moeder aan te nemen om mijzelf een achterdeurtje te verschaffen om dat niet te hoeven doen waar ik wel verantwoordelijkheid voor draag.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het aannemen van het verzachtende moeder personage, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf zo een uitweg en een alibi/excuus kan verschaffen om dat niet te doen waar ik wel verantwoordelijkheid voor draag. Ik stop dit personage en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet te zeuren/vragen bij mijzelf als personage om iets niet te hoeven doen waar ik wel verantwoordelijkheid voor draag, hoe klein of hoe groot het ook mag zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als redder van mijzelf op te stellen om iets niet te hoeven doen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het redden van mijzelf uit de handen van mijzelf, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf niet van mijzelf kan redden wanneer ik weet wat mijn verantwoordelijkheden zijn en die ook respecteer. Ik stop het redden van mijzelf en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet langer te denken dat ik mijzelf moet redden uit de handen van mijzelf als het gaat om dingen die ik ‘moet’ doen, maar te zien dat het niet gaat om zaken die niet in het belang van mijzelf en anderen is, maar simpelweg het doen van mijn taken in mijn fysieke werkelijkheid zonder de ruis van de ‘geest’.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet tegen mijzelf te keren alsof ik mijn eigen vijand ben door een reactie te hebben op het woord ‘moeten’.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van te denken dat ik tegen mijzelf ben door mijzelf te laten handelen met tegenzin, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik tegenzin heb omdat ik denk dat ik van mijn vrijheid wordt beroofd terwijl die vrijheid er in de eerste plaats al niet was. Ik stop dit denkbeeld en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet te ervaren als een vijand, maar mijzelf te zien als één, hetgeen ik kan vertrouwen en te zien dat mijn tegenzin voortkomt uit reacties en denkbeelden uit de ‘geest’ wat zodoende een denkbeeldige vijand in het leven roept. Zaken/taken/dingen ‘moeten’ gedaan worden, zonder tussenkomst van de ‘geest’, maar als puur fysieke handeling waar ik in het moment van kan genieten zonder ruis van de ‘geest’

Dag 306 van 2555: mijn zielige ik – deel 1

leefbaar inkomen gegarandeerdIk vroeg Sunette wat de achterliggende oorzaken van de pijn in mijn linker elleboog konden zijn, oftewel mijn tennisarm, die vorig jaar langzaam overging maar nu weer opnieuw opspeelt. Zij antwoordde mij het volgende:

Wat bijdraagt aan de pijn in je linker elleboog is een patroon in de ‘geest’ wanneer er uitdagende dingen gebeuren in jezelf/je wereld waar jij dan de neiging hebt om machteloos te reageren, je zou het apathie kunnen noemen, waar je een grote zucht slaakt en dan in de ervaring wil opgeven, in de trant van: ik wil dit nu niet doen, moet ik dit doen, waarom moet ik dit meemaken, waarom is dit hier. Je laat op deze manier toe dat uitdagingen jou aansturen, in plaats van te zien hoe jij jezelf kunt uitdagen wanneer uitdagingen op je pad komen en hoe je hierdoor kan groeien, leren en jezelf ontwikkelen.

En hoe kan het ook dat dit niet vreemd in de oren klinkt, ik weet dat ik dit doe, maar ik doe het al zo lang dat het als een soort van achtergrondruis aanwezig is waar ik geen aandacht aan geef en dus laat bestaan in mijzelf. Ik wil heel vaak een heleboel dingen niet doen, die ik overigens wel doe, maar met de zwaarte van het niet willen wordt zoiets een uitputtingsslag. En dan komt de vraag of ik dit nu echt moet doen, wat maakt dat wanneer ik het doe ik het met een lang gezicht doe en absoluut van niets meer kan genieten in dat moment. En dan vraag ik mij af waarom ik die dingen moet meemaken in mijn leven, waarom het allemaal niet wat makkelijker kan en waarom deze situatie überhaupt hier is en zich aan mij aandient.

Wat maakt dat het woord moeten, iets moeten doen zeer beladen is, beladen door mijzelf. Waardoor de uitdagingen in mij of mijn wereld ineens strijdpunten worden, dingen die ik te lijf moet gaan om het kwaad af te wenden. Ik ervaar mijn leven als zwemmen, iets wat ik moest leren om niet te verdrinken, maar ik had angst voor water. Door te moeten zwemmen ontstond er een vijand. Dus het is alsof ik zwem en dat gaat goed totdat de golven te hoog worden, ik teveel water binnen krijg en het water mijn vijand wordt. Dan weet ik niet meer wat ik moet doen, het wordt blanco en ik zink in een apathische houding.

Ook nu hebben wij als gezin veel op ons bordje aan zaken waar we in kringetjes in blijven ronddraaien, waardoor ik het allang niet meer zie als een uitdaging. Ik wil eruit ontsnappen, ik ben de strijd moe, er komt toch geen verandering en ik kan ook geen oplossingen meer zien. Het wordt blanco/apathisch en ik wens dat het weggaat en er niet meer is als ik wakker wordt.

Ondanks dat wij veel pech hebben in ons leven als gezin ervaar ik mijn leven gek genoeg niet als een drama, terwijl het ene drama het andere opvolgt of eruit voortvloeit. Ik vroeg aan mijzelf of ik vond dat ik zielig ben. En het eerste dat in mij opkwam was: doe niet zo gek natuurlijk niet, moet je eens zien wat je allemaal wel niet hebt in je leven. Toen ik mij echter bewust werd van mijzelf en mijn fysieke lichaam en de vraag nogmaals stelde, voelde het zwaar en voelde ik emoties opkomen, ik werd overspoeld door een gevoel van medelijden met mijzelf. Ja ik vind mijzelf zielig en voel mij het slachtoffer van mijn eigen leven.

Dit is een interessant gegeven dat ik mij dus in feite slachtoffer voel van mijzelf/mijn leven, want mijn eigen leven is een product van mijzelf. Ik besluit dat uitdagingen in mij of in mijn wereld mij aansturen en ga niet in mijn eigen kracht staan om mijzelf uit te dagen de uitdaging aan te gaan en het niet te ervaren als een moeten, als iets dat mij opgelegd word. Geen wonder dat alles zwaar en een strijd is wanneer ik niet het heft zelf in handen heb of neem. Het is inderdaad een patroon geworden in het moment dat ik besloot niet meer te vechten tegen het moeten als kind, als het teveel wordt sluit ik mijn ogen en oren en zink weg in mijn ‘geest’ om met een knoop in mijn maag weer terug in de realiteit te komen en te zien dat er niets is veranderd. Er is niets veranderd omdat ik niets heb veranderd.

Ooit werd mijn wil gebroken als klein kind, dat deed men dat was opvoeding in de jaren 60/70, maar er werd niets gebroken er ging iets vervelends ondergronds. Het lieve kind wat gemaakt werd door de wil te breken kreeg een andere kant, die de wil om ‘niets te moeten’ leefde op de achtergrond, bij alles wat ik slikte/accepteerde. Ik ontwikkelde een patroon waarin ik machteloos reageerde en niet in mijn kracht ging staan, terwijl ik mij binnenin mijzelf het slachtoffer voelde en een automatisme ontwikkelde in het stellen van vragen over waarom dit mij overkwam en waarom ik dit moest doen. Binnenin mij wilde ik niet braaf en aangepast zijn, ik wilde zijn wie ik was als kind, dus werd ik ik de rebel van binnen die nooit verder kwam dan protesteren over hetgeen ik moest doen of wat mij overkwam. Tegelijkertijd ervoer ik mijzelf als verliezer en slachtoffer, maar van buiten bleef ik positief en in de illusie dat ik de touwtjes in handen had. Ik zeg niet voor niets een illusie, want mijn hele leven voel ik angst als ik denk niet meer de controle over mijzelf te hebben. Als tiener dronk ik geen alcohol en werd niet dronken ook drugs liet ik voor wat het was, ik was een braaf kind, of was ik een bang kind dat de wil gebroken was en dacht controle over mijzelf te moeten hebben alsof dat het in mijn kracht staan was en mijzelf aansturen.

Een lange periode waarin ik erg angstig voor insecten was, zei ik dingen als: ik heb die vliegen niet uitgenodigd, wat doen ze hier. Wat duidelijk mij als een slachtoffer benadrukte. Ik zei dit op een grappige manier, maar de boodschap was gemeend. Dit volgt precies het patroon van ik wil dit nu niet, waarom overkomt mij dit en waarom is dit hier. Het omgaan met deze angst was een uitdaging, maar ik daagde mijzelf niet uit om dit op te lossen. Ik onder ging het en had medelijden met mijzelf als ik niet kon genieten van het buiten zijn door mijn angst voor insecten. Pas toen ik snapte hoe ik deze angst kon vergeven en hoe ik mijzelf kon corrigeren, verdween deze angst en zag ik dat een angst geen feitelijkheid was, maar iets van tijdelijke aard gecreëerd door de ‘geest’ en mijn acceptatie daarvan.

Dus om mijn elleboog weer pijnloos te krijgen zal ik het één en ander moeten gaan doorlopen, maar dan een moeten dat ik mijzelf opleg uit liefde voor mijzelf en niet om mijzelf te onderdrukken. Dit patroon is ontstaan dus kan ook weer opgeruimd worden, net als het zielige personage dat voor lang een coping mechanisme is geweest, maar nu geen dienst meer hoeft te doen, zodra ik mijn kracht weer terug kan pakken.

In mijn volgende blog zal ik de zelfvergevingen en zelfcorrecties uitschrijven.