Dag 186 van 2555; wanneer frustratie de overhand neemt

equal money capitalismGisteravond wilde ik mijn partner een website tonen, maar zodra ik op mijn balk ging staan om de URL in te voeren dan floepte mijn cursor naar boven of beneden van de balk. Mijn partner zei iets in de trant van, je moet wel in het kader klikken. Waarop ik zei, dat is wat ik doe, maar de cursor springt meteen weg. Ik zat te zuchten en te bedenken hoe ik het snelst dit kon oplossen. Mijn partner vroeg mij om niet de rechter muis knop in te drukken, maar gewoon op de balk te klikken, en dat was nu juist wat ik steeds had gedaan. Ik raakte geïrriteerd van de opmerkingen van mijn partner, hij veronderstelde door alleen naar het scherm te kijken dat ik van allerlei zaken deed, terwijl dat niet het geval was. Ik zag irritatie bij hem en ik wilde dit snel tot een einde brengen om niet in een impasse te komen, dus besloot ik de tab te sluiten. De tab sloot niet maar gaf in plaats daarvan een voor mij nieuw uitklap venster. In de tussentijd bleef mijn partner door ratelen in mijn linker oor dat ik toch echt moest ophouden om de rechter muisknop te gebruiken. En ja toen was ik gefrustreerd, mijn partner dacht dat ik gefrustreerd was van de computer, maar in werkelijkheid was ik gefrustreerd van mijn communicatie met hem. Ik had het idee dat ik niet tot hem kon doordringen dat hij vast zat in de realiteit van het beeldscherm, wat duidelijk niet de realiteit was aangezien ik niet dat met de muis deed wat er werd weergegeven op het scherm. Maar wat mij het meest frustreerde was dat ik door de woordkeuze die mijn partner gebruikte kon horen dat ik in dit moment werd beoordeeld door de ogen van eerdere ervaringen geladen met frustratie die mijn partner over mij heeft. Daar zat ik dus in mijn fysieke realiteit en ik snapte niet hoe ik tot mijn partner kon doordringen die zijn vertrouwen bouwde op eerdere negatief geladen ervaringen en de werkelijkheid van het computerscherm dat duidelijk in de bonen was.

 

Wat mij opviel in deze situatie was dat dit een grote frustratie van mij is wanneer mensen mij beoordelen aan de hand van gewezen ervaringen. Ik ken mensen die altijd blij worden van mij, omdat zij die ervaringen hebben gehad en dat willen behouden.Vroeger als kind werd je vaak afgerekend op het beeld dat je ouders van je hadden gevormd. Dit zijn zulke situaties waar ik het gevoel heb dat ik geen invloed kan uitoefenen op mijn werkelijkheid, omdat de ander niet deelneemt aan de fysieke werkelijkheid. En omgekeerd maak ik mij er natuurlijk zo nu en dan ook schuldig aan om anderen te benaderen op basis van opinie of eerdere ervaringen. Zo kunnen we niet effectief met elkaar omgaan, de werkelijkheid van de geest en de fysieke werkelijkheid zijn niet 1 op 1 uitwisselbaar. Diegene in de werkelijkheid van de geest is een zombie in de fysieke werkelijkheid en diegene in de fysieke werkelijkheid kan geen contact maken met de zombie.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om gefrustreerd te raken van het feit dat ik niet in contact sta met de ander.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat wanneer de ander mij beoordeeld aan de hand van eerdere negatieve ervaringen ik ook daadwerkelijk diegene ben uit de werkelijkheid van de geest van de ander.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te verzetten tegen het personage dat ik denk te moeten aannemen omdat het op mij gedrukt wordt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om dit negatieve personage te worden, wat frictie geeft met het positieve zelfbeeld van mijzelf dat altijd goed uit de verf komt in mijn geest.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn ego los te laten in zo’n situatie en probeer mijn gezicht te redden, wanneer ik zie dat de ander mij negatief wil afschilderen, terwijl dat niet berust op de werkelijkheid in dat moment.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om letterlijk een muur te voelen tussen mij en de ander wanneer ik niet met communicatie kan doordringen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat het nooit meer goed komt en ik nooit meer zal doordringen tot die ander, nu de mindset veranderd is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frustratie te gebruiken om mijn angsten te verbergen die erachter schuil gaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frustratie de boventoon van mijn interactie te laten zijn en mij niet te realiseren dat ik mij op die manier limiteer en niet meer kan zien wat er gedaan kan worden om de situatie terug in het hier en nu te zetten om ermee om te kunnen gaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij hulpeloos te voelen nu communicatie niet lukt met de ander en het daar dan maar bij te laten en de frustratie in al zijn lagen in te slikken en te onderdrukken totdat het er een keer uit zal komen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geen oplossing te kunnen zien, omdat ik denk vanuit het eigen kader en mij niet realiseer dat we met z’n tweeën zijn en dus samen uit een communicatie impasse dienen te komen, wat niet rust op 1 partij maar op beiden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij in zo’n situatie van geen communicatie te willen terugtrekken om mijn wonden te likken om niet meer met de negatieve ervaring geconfronteerd te worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het terug trekken in de geest als meest veilige optie te zien wanneer communicatie in mijn fysieke werkelijkheid niet lukt en ik de handdoek in de ring gooi.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om anderen te beoordelen op basis van opinie en herinneringen en de ander niet de kans te geven om te laten zien wie hij/zij is in het moment en mij in dat moment niet te realiseren dat het ook mij frustreert wanneer anderen mij zo beoordelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om situaties in de fysieke werkelijkheid te beoordelen met de werkelijkheid van mijn geest en mij niet te realiseren dat zo’n beoordeling altijd verwijtend is of de werkelijkheid verdraaid ten voordele van mijzelf.

 

Wanneer en als ik zie dat ik mij verlies in frustratie over hoe de ander mij beoordeeld dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dan dat deze beoordeling niets aan mijn zijn veranderd en slechts een perceptie van de ander is. Ik stop en zie dat deze angst om slecht beoordeeld te worden mij nergens brengt dan consequenties en haal ik adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten leiden door frustratie in welke vorm dan ook en hoe geoorloofd ik het ook vindt ik het moment, frustratie geeft aan dat ik mijzelf niet aanstuur in het belang van een ieder dus is het een actie vanuit zelfoneerlijkheid.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat alleen ik bepaal wie ik ben in elk moment van mijn ademhaling en dat een opinie/ervaring/beeld van een ander daar geen verandering in aan kan brengen in de fysieke werkelijkheid.

Advertenties

Dag 147 van 2555; ben ik bang voor een muis?

Dag 147 van 2555; ben ik bang voor een muis?  Tijdens een bezoek aan mijn ouders vertelden mijn kinderen dat wij een muis in de keukenvloer hebben wonen en hoe dit piepkleine muisje ’s nachts kruimeltjes ‘steelt’ uit de kieren van de plankenvloer. Mijn kinderen hebben tot een uur of half 2 in de keuken gezeten waar de muis rond hen heen liep en zijn kunsten vertoonde en liet zien hoe hij aan eten komt. Dit verhaal triggerde bij mijn ouders een voorval van vroeger.

 

Toen ik een jaar of 8 was en mijn broertje een jaar of 4, hadden wij een muis op 6 hoog in de flat waar wij woonden. Ook deze muis was het meeste in de keuken te vinden. Ik herinner mij dat mijn moeder met een bezem op de deur bonkte van de keuken alvorens erin te gaan om eten te maken. Normaal aten wij in de keuken, maar nu alleen nog aan de eettafel in de woonkamer. Als kind ervoer ik de angst die mijn moeder had voor die muis en ik was net als mijn broertje op mijn hoede, want die muis moest toch wel een enorm monster zijn, als mijn moeder daar bang voor was. Op een gegeven moment toen wij als kinderen naar school waren en mijn vader naar zijn werk, was mijn moeder zich aan het opfrissen in de badkamer en zag ineens de muis achter zich in de badkamer. Dit resulteerde in het weg vluchten van mijn moeder naar de woonkamer, waar zij in haar ondergoed op een krukje stond, terwijl zij mijn vader op zijn werk belde. Half gillend vroeg zij om mijn vader aan de receptioniste en bij mijn vader gilde zij echt door de telefoon zodra de muis in de buurt kwam. Dit is hoe ik het verhaal als kind heb terug gehoord, wat nog meer frictie in mij zette, want ik dacht niet dat een muis iets onoverkomelijks was, maar mijn moeder liet dat wel zien in haar gedrag.

 

Uiteindelijk hebben mijn ouders de muis in een valletje gevangen en toen wilden wij als kinderen hem bekijken. Allemaal vonden we het musje er lief uitzien en ik begreep ook niet hoe dit zo’n monster heeft kunnen zijn. Weken erna kwam ik op het idee om een rubberen speelgoed muis in de opening tussen de muur bij het raam en de koelkast te leggen. Wanneer mijn moeder de planten zou water geven en naar beneden zou kijken dan zou ze de muis zien en even schrikken om vervolgens te zien dat het om een speelgoedmuis ging. Ik was alweer half vergeten dat die muis daar lag toen ik ’s avonds ineens een ijselijke gil uit de keuken hoorde komen en de connectie legde. Ik rende naar de keuken en zag mijn moeder in hetzelfde gedrag schieten als met de echte muis en besefte mij wat ik had gedaan, mijn moeder was doodsbang. Ik kreeg geen straf, mijn vader deed het bijna in zijn broek van het lachen.

 

Dus nu we na vele jaren het weer over dit voorval hadden zei mijn moeder dat zij absoluut niet bang was voor de muis toentertijd, maar dat wij zo bang waren als kinderen. Dat wij de keuken niet in durfden en dat het voornamelijk om ons ging als we spreken over angst voor een muis. Grappig hoe selectief het geheugen kan zijn om onszelf zo uit de bus te laten komen zoals wij onszelf graag zien. Toen ik vroeg waarom ze dan gillend op een krukje mijn vader had gebeld, kwam daar geen antwoord op, alsof zij mij niet gehoord had terwijl mijn vader mij begrijpend aankeek. Ik vertelde mijn moeder dat wij als ouders onze kinderen door ons gedrag dingen aanleren en dat het kind niet meer of minder dan de reflectie van de ouder is, ook hier kwam niet veel reactie op en ik liet het daar dan ook bij. Een mens kan nu éénmaal zoveel aan en dit werd niet goed verwerkt door de geest.

 

Het aparte is dat ik altijd bij een muis in mijn achterhoofd ‘het is een monster’ beeld had maar de fysieke realiteit bood mij genoeg houvast om te zien dat dit niet waar was. Zo had ik een vriendinnetje die witte muizen had en wanneer we met de muizen speelden dan lieten wij ze los in haar enorme poppenhuis en gingen observeren waar de muisjes allemaal inkropen. Wanneer ik doodsbang voor een muis zou zijn geweest dan had ik dat echt niet ondernomen. Alleen de geschubde staart vond ik een beetje raar aanvoelen en bestempelde dat gevoel als eng/naar, maar verder kon ik goed door 1 deur met de muis. In Amsterdam waar ik met mijn huidige partner samenwoonde rende een muis elke avond boven ons hoofd over het grove spachtelputz boven ons bed, ik heb er geen nacht minder om geslapen.

 

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik door mijn ouders geprogrammeerd ben en input in mijn geest heb die soms niet als van mijzelf voelt en frictie oplevert en soms wel van mijzelf voelt en als “dat ben ik” door mij wordt aangenomen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren hoe ver deze familie programmering gaat en dat die al van generaties op generaties kan zijn overgedragen waarbij mensen het als zo gewoon binnen families zien dat zaken niet meer bevraagd of onderzocht worden die al zo lang binnen de familie zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mee te doen aan deze programmering door als kind dit toe te staan en normaal te vinden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat mijn ambivalente houding ten opzichte van muizen voortkwam uit, deels programmering en deels fysiek onderzoek binnen mijn realiteit.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het gevoel dat van een muizenstaart door mijn hand als raar te ervaren maar als eng/naar te bestempelen door mijn geest tussen beide te laten komen en deze geprogrammeerde angst voor muizen te laten meespelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet direct heel spontaan met muizen te zijn door er meteen op af te gaan, maar waar ik even de kat uit de boom kijk, alsof er iets is dat mij tegenhoud en mij niet te realiseren dat deze weerstand, die de spontaniteit om zeep helpt de geprogrammeerde opinie is die zegt dat muizen monsters zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in het moment niet te snappen dat mijn moeder haar angst na al die jaren verdrukt en niet erkent.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn moeder in het moment als een leugenaar te zien die de waarheid verdraaid om beter uit de bus te komen voor haarzelf en haar omgeving.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen over het laten schrikken van mijn moeder met de nep muis nu ik dit verhaal weer na jaren oprakel en zie hoe mijn moeder het geheel verdringt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat het een probleem van mijn moeder is waar alleen zijzelf iets aan kan doen en waar mijn schuldgevoel van geen waarde is en mij alleen maar toont dat ik als kind mijn moeder niet kon ondersteunen in mijn angst  en het gedrag van mijn moeder alleen maar raar vond en als het ware haar terug pakte met de speelgoedmuis voor al de rare dingen die wij moesten doen voor het ondersteunen van haar angst.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik als kind de reflectie van mijn moeder ben, en door mijn moeder nogmaals met de speelgoedmuis door deze voor haar traumatische ervaring te laten gaan, bood ik haar onbewust de gelegenheid om de confrontatie met haar zelf als de angst voor de muis aan te gaan, maar wat mijn moeder niet zag en dus niet met beide handen aanpakte.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om van deze situatie te leren en maar weer te zien dat het handelen van ons als  ouders zoveel meer doet dan de mooie woorden die wij spreken.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om angsten die frictie binnenin mij geven, te onderzoeken op programmering, om zo te kunnen zien waar ik mijzelf in de maling neem en geloof in iets dat er niet is.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om zodra ik angsten van mij bij mijn kinderen terug zie, dit te benoemen en hen te begeleiden in het begrijpen/zien/realiseren dat het niet iets van henzelf is maar een programmering die door mij als ouder daar is geplant als eenzaadje.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen waarde oordeel aan het gedrag van mijn moeder te hangen en te zien dat wanneer ik dat wel doe ik in weze reacties heb dus zelf nog niet sta in dat punt en dus eerst zelf terug naar de tekentafel moet om mijn verhouding met dit punt te bepalen in het belang van een ieder.