Dag 362 van 2555: Schep nog maar een keertje op

DIP Lite cursusWe spraken als groep af om ook te bloggen over al de zaken die wij inmiddels door het lopen van ons Desteni proces ons eigen hebben gemaakt, wat we in onszelf hebben veranderd en hoe het gebruik van de Desteni gereedschappen/hulpmiddelen ons hierbij hebben geholpen. Ik stelde deze vraag aan mijzelf, wat is er veranderd en hoe ben ik veranderd? Er kwam stilte binnenin mij, niet de stilte van rust en niet de stilte voor de storm. Meer een vacuüm dat verlammend werkt en een staat van zijn waarbij het duidelijk is dat er geen antwoord gaat komen. Waarop ik de volgende vraag aan mijzelf stelde: hoe kan ik geen antwoord hebben op deze vraag? Terwijl ik dagelijks ervaar dat ik door mijn proces anders in het leven sta dan voorheen en zoveel meer in staat ben om mijzelf en mijn wereld te begrijpen.

De leegte of de stilte die ik in eerste instantie ervoer was een weerstand die mijn ‘geest’ opwierp en die ik toestond in dat eerste moment. Echter ik accepteerde het niet als zijnde het antwoord en vroeg dus door aan mijzelf. Als dit een weerstand is, welk luikje in mijzelf mag ik dan niet openmaken? Wat moet er voorkomen worden door geen antwoord op de vraag van verandering te geven? Er borrelden gevoelens en emoties omhoog en een zin “je mag geen opschepper zijn”. Okay dacht ik, in mij zijn dus overtuigingen actief die mij doen geloven dat wanneer ik spreek over verandering die ik in mijzelf liet plaatsvinden, dat dit een vorm van opscheppen is. Je bent een opschepper wanneer je laat zien dat het goed met je gaat en je dit zelf hebt veroorzaakt, was min of meer de onderliggende gedachte. Waar heb ik dat opgepikt dacht ik nog.

Door nog wat dieper in mijn verleden te graven, zie ik mijzelf als kind na een verjaardag met mijn gehele familie. Mijn ouders waren vaak teleurgesteld na zulke bijeenkomsten waar zij het gevoel hadden dat zij niet konden delen wat zij hadden bereikt of daardoor hadden kunnen aanschaffen. Er was sprake van jaloezie onderling en als kind pik je dit soort dingen op en je categoriseert ze als een soort van levensles ergens in je databank. Mijn ouders stopten op een bepaald moment met het delen van wat zij bereikten in het leven, omdat het werd ervaren als opschepperij en dus werd het voor de ander duidelijk dat zij op dat punt niet zo geslaagd waren geweest. Je zou het zelfs als een overlevingsmechanisme kunnen zien wat je als kind filtreert uit zo’n levensles. De angst om als opschepper te worden gezien en zo jezelf buiten de groep te plaatsen waar je voor steun van afhankelijk bent.

Ik kon dus zien waarom ik voor een moment in een weerstand schoot bij deze vraag naar verandering. Vervolgens zag ik hoe ik mijzelf niet liet bungelen en zocht naar het waarom en het hoe, om duidelijk te krijgen waarom dit gebeurde en niet nogmaals hoeft te gebeuren. En dat was het moment dat ik dacht: dat is een enorme verandering in mijn leven geweest en iets wat ik sinds een jaar als een natuurlijk iets ben gaan leven, het zoeken naar mijn startpunt. Bij de dingen die ik doe en zeg momenteel heb ik mijn startpunt helder en mocht dat een keer niet helder zijn dan zoek ik dat onmiddellijk uit. Natuurlijk zegt dit niets over het feit of ik altijd direct iets kan met het startpunt, er zijn ook momenten dat ik mijn startpunt wel zie, maar nog niet hetgeen wil loslaten wat mij nog energetische voldoening oplevert. Toch is ook dit loslaten veel gemakkelijker geworden door mijn proces heen, wanneer het vasthouden van patronen je niets meer opleveren op de korte en langere termijn, dan is het makkelijker om deze los te laten.

Hier laat ik zien hoe ik deze opinie, ‘dat ik een opschepper ben wanneer ik laat zien dat het goed met mij gaat’, loslaat door zelfvergeving, correctie en verbintenissen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om weerstand te gebruiken om niet naar mijn eigen vorderingen te hoeven kijken en te delen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van weerstanden gebruiken om mijzelf in het ongewisse te laten, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf alleen maar tekort doe wanneer ik  meega in de weerstand. Ik stop de weerstand, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om weerstanden voor te zijn door preventief te zien/begrijpen/realiseren dat iets een ‘tricky’ punt voor mij is en ik dus alert kan zijn op mijn gedachten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het kijken naar mijn eigen vorderingen en veranderingen als beangstigend te ervaren, als iets waar je bij uit de buurt moet blijven.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet willen benoemen wanneer ik iets beheers, wat een ander wellicht nog niet beheerst wanneer ik dit deel met de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben voor afwijzing en het verstoten worden waardoor ik niet meer kan rekenen op steun. Ik stop het de angst voor afwijzing, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat deze angst voor afwijzing niet echt is, maar voortkomt uit opinies die werden gevormd door subjectieve uitspraken en gedragingen van anderen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben mijn hoofd boven het maaiveld uit te steken en zo vergeleken te worden met anderen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet anders durven zijn dan de meute, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben om te tonen dat dingen mij goed afgaan na een lange weg van vallen en opstaan en te worden gezien als een opschepper. Ik stop de angst om als opschepper te worden gezien, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het woord opschepper los te koppelen van het principe ‘delen wat ik beheers’.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om voor opschepper te worden uitgemaakt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om voor opschepper te worden uitgemaakt, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet graag als opschepper gezien word, omdat dit niet in mijn beeld van wie ik denk te zijn past en het naar mijn ‘mening’ een gevaarlijke karaktereigenschap is die alleen maar ellende kan veroorzaken. Ik stop de angst, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn mening bij te stellen en te zien dat ‘opscheppen’ en ‘delen’ niet dezelfde definitie hebben en als zodanig als woorden ook niet met elkaar geruild kunnen worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik het eerst anderen naar de zin moet maken, door precies dat wel en dat niet te zeggen, en pas daarna te zien of het veilig genoeg is om mijzelf en mijn vooruitgangen te delen met anderen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf onveilig te voelen om mijzelf en mijn vorderingen te delen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik veilige en onveilige situaties op dit gebied niet kan inschatten, omdat mijn startpunt een overlevingsangst is die mijn beeld vertroebelt. Ik stop de overlevingsangst, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn startpunt helder te krijgen en te veranderen zodat er een veilige situatie ontstaat waarin ik in  staat ben om mijzelf en mijn vorderingen te delen zonder eerst op slot te gaan door weerstanden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet belangrijk genoeg te vinden om mijzelf te delen en dus ondergeschikt te maken aan mijn angsten en meningen die ik in mijn kindertijd in mijzelf programmeerde.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf ondergeschikt maken door desinformatie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik naast het snappen van mijn startpunt ook mijn startpunt mag bevragen en aan de kaak mag stellen om zo te zien of het een geldig startpunt is of niet. Ik stop het ondergeschikt maken van mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet alleen op zoek te gaan naar mijn startpunt en die te veranderen, maar ook te zien/begrijpen/realiseren waarom mijn startpunt niet in het belang van een ieder was en waar dat door veroorzaakt werd.

Advertenties

Dag 314 van 2555: instortende gebouwen – deel 1

leefbaar inkomen gegarandeerdDit is een onderwerp wat ik al een tijdje in de koelkast had staan en waar ik nu aan toe ben om aan te pakken. Het gaat over een angst die vrij onrealistisch lijkt, maar 1 die ik als heel realistisch beleef. Het is de angst dat gebouwen, huizen, constructies niet stevig genoeg zijn en onder mijn voeten zullen instorten. Deze angst was jaren geleden veel erger en ik dacht dat ik eigenlijk al wel een eindje op weg was en vooruitgang had geboekt, totdat wij vorig jaar als gezin remigreerden naar Nederland en een huis betrokken dat op palen gebouwd is op een vrij sompige ondergrond.

 

Naast dat de ondergrond instabiel is onder dat huis, liep er ook een doorgaande weg vlak langs en naast de weg een spoorbaan waar ook goederenverkeer overheen gaat. De eerste keren dat de vloer zwiepte, dacht ik vanuit mijn buitenland ervaring dat het een aardbeving was. Tegelijkertijd bedacht ik dat hier in de Randstad geen aardbevingen zozeer voorkomen, dus dat kon het niet zijn. Het duurde niet lang nadat ik mijn nieuwe huis was betrokken met zijn houten vloeren, dat ik mij besefte dat ik meerdere malen per dag het fysieke gevoel van een aardbeving zou gaan meemaken. In mijn fauteuil schudde ik heen en weer, maar ook in mijn bed als ’s nachts de goederentreinen doorgingen.

 

Mijn angst kwam in alle hevigheid weer terug en de angst was van tijd tot tijd zo heftig en echt dat ik haast in een angstaanval met hyperventilatie zou verdwijnen. Gelukkig hielp de 4-tellen ademhaling mij er keer op keer weer uit en kwam het nooit zover. Toch sloeg mijn hart behoorlijk over in die momenten en dacht ik voor een moment dat ik het niet zou halen en onder het puin van mijn huis zou verdwijnen.

 

Met het uitzicht op het verkrijgen van een ander huis, waar wij goed zouden opletten of er geen zwiepende vloeren zouden zijn, werd het allemaal wel wat draaglijker. Ons volgende huis heeft eveneens houten vloeren op de eerste verdieping en de zolder, maar het zwiepte niet zoals het andere huis deed. Ook is er geen drukke straat voor langs waar landbouw verkeer overheen dondert of een trein. Er is wel een snelweg, maar die geeft absoluut geen trillingen en een zwiepend huis.

 

Aangezien we met dit nieuwe huis aardig hebben gedown-sized vroegen we ons af waar we de wasmachine zouden plaatsen. De meest praktische plek zou de zolder zijn, en daar staat hij ook. Mijn wasmachine was geen nieuwe machine meer, maar deed het nog prima dacht ik. Zodra ik de machine draaide en hij begon 1 van de vele centrifugeer programma’s dan zwiepte de houten  vloer eromheen. Weer deed mij deze angst de das om, ik voelde mij soms misselijk als ik daar stond te wachten tot de machine bijna klaar was. Misselijkheid van de angst, een enigszins onderdrukte angst dat ik beneden onder het puin zou komen te liggen. Inmiddels is er een nieuwe wasmachine en deed mijn oude machine het duidelijk niet meer god en danste verschrikkelijk, de nieuwe wasmachine laat alleen net tijdens de eerste zwaai van het centrifugeren een trilling voelen en verder niet meer. Dat is een grote opluchting en daarmee voelde de angst weer wat gekalmeerd. Dat zoiets schijn is mag duidelijk zijn, mijn trigger punt was weg, maar de angst is nog niet weg.

 

Deze angst heeft vele dimensies die ik in de volgende blogs door zelfvergeving en correctieve zinnen ga aanpakken. De aanleiding dat ik weer aan deze angst moest denken was een bezoek van een familielid, die bij het lopen over de overloop op de eerste verdieping zei: “de vloer beweegt wanneer ik erover heen loop, ik vind dat eng.” En toen realiseerde ik mij hoe eng ik dat eerst in het andere huis had gevonden en wat een verbetering ik dit huis al vond. Ik merk al haast niet meer dat de vloer iets beweegt wanneer je loopt. Wat ik wel eng vind is het gekraak van de vloer van mijn dochter haar kamer, wanneer ik dan onder haar in mijn bed lig, dan ben ik weleens opnieuw bang dat de verdieping naar beneden komt. Tijd dus om te zien welke dimensies hier allemaal aan vastgekoppeld zitten en wat nu de uiteindelijke reden is voor deze angst.

 

Wanneer ik terug kijk naar vroeger toen ik een kleuter was tot aan een jaar of 13-14, dan ging ik wanneer ik bang was ergens voor met opgetrokken benen op een stoel, bed of tafel zitten. In het ergste geval ging ik gewoon op de vloer zitten, maar dan met mijn voeten van de vloer. De vloer was onheilspellend en niet te vertrouwen. Eigenlijk vond ik dit raar gedrag van mijzelf, maar de angst voelde reëel en bewoog mij ertoe om dit keer op keer te doen. Nu kan ik zien dat het voeten van de vloer afhouden een manier was om in de ‘geest’ te verdwijnen en mijzelf niet te gronden aan de grond. Ook met deze angst voor instorting vertrouw ik de ondergrond onder mij niet. Ik vertrouw mijn basis niet, en dit komt veelal voor in periodes dat ik angst heb veel te verliezen op welk vlak dan ook. Voor nu laat ik het even hierbij en zal ik in mijn volgende blogs beetje bij beetje dit raadsel van de angst ontrafelen. Loop jij het met mij mee?

Dag 284 van 2555: van boosheid tot opluchting – zelfvergeving en zelfcorrectieve zinnen

basisinkomengarantieVoor context zie mijn voorgaande blog.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te worden nadat ik genegeerd werd door de hulpverlener.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf in de steek gelaten te voelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik wanneer ik wordt genegeerd en dus mij in de steek gelaten voel ik voor dat moment even ophou te bestaan door de ogen van mijn ego, wat mij boos maakt als een soort van uiting van onmacht. Ik stop dit zelfmedelijden en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn kracht niet weg te geven aan de ‘geest’/ego om zo geen boosheid meer te ervaren en even op te houden te bestaan als zelfaansturend levend wezen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat wanneer ik genegeerd word door een hulpverlener ik nooit uit deze situatie kom en daadoor te laat op het revalidatiecentrum zal arriveren.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn verantwoordelijkheid weg te geven aan een ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik ik mijzelf niet langer aanstuur en dus daadwerkelijk voel/ervaar dat de situatie niet goed komt als de ander mijn verantwoordelijkheid niet overneemt van mij. Ik stop het slachtoffer zijn en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om altijd mijn zelfverantwoordelijkheid te nemen en de ander niet te misbruiken om mijn verantwoordelijkheid op te leggen, maar de ander zien als een ander levend wezen waar ik mee kan samenwerken om tot een oplossing te komen die voor beiden werkt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vanuit de angst om geen hulp te krijgen opstond en zelf hulp probeerde te mobiliseren.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van opstaan vanuit angst, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet handel vanuit zelfoprechtheid waardoor het beschuldigen van de ander of de situatie snel op de loer ligt en ik mijn zelfverantwoordelijkheid hierdoor niet neem. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om hulp te leren zoeken vanuit een situatie van gelijkheid en niet vanuit een slachtofferrol.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vanuit angst en boosheid met de hulpverlener te communiceren.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van communiceren vanuit emoties, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik hiermee niet mijzelf aanstuur maar mijzelf door de emoties laat aansturen en tegelijkertijd hetgeen terugkrijg als een reflectie van mijzelf als de ander. Ik stop de emoties  en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf bewust te zijn dat ik krijg wat ik geef en het dus niet verstandig is om vanuit boosheid en angst te communiceren wanneer ik ondersteuning wil bij het zoeken naar een oplossing.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet in de schoenen van de hulpverlener te kunnen plaatsen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van egoïsme, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik door alleen mijzelf in mijn eigen bubbel te ervaren ik niet de andere kant van het verhaal in ogenschouw kan nemen los van het feit of dat legitiem is of niet. Ik stop het egoïsme en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in de schoenen van de ander te gaan staan ook als ik het niet eens ben met de motivatie van het handelen van de ander, wat betekent dat ik niet alleen kennis neem van de andere kant /de ander maar dit ook meeneem in mijn handelen als een feit en niet als iets dat bestreden moet worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbolgen te zijn over het feit dat iets belangrijker is dan een hoofdader naar een zorginstelling vrij te houden.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van onbegrip, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet wil begrijpen dat er in deze wereld uit ongelijkheid gehandeld wordt, waardoor ik mijzelf van de ongelijkheid/wereld separeer en zo mijzelf buitenspel zet. Ik stop het onbegrip en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet buitenspel te zetten, maar te onderzoeken wat maakt dat er adhoc beslissingen op gemeentelijk niveau worden genomen die in conflict zijn met de omgeving waarin de beslissing werkelijkheid wordt, om zo te kunnen meedenken over effectiever omgaan met adhoc situaties waar meerere belangen als even belangrijk gezien kunnen worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet te willen aannemen dat het leegpompen van een museum kelder belangrijker is dan de toegang open houden van een zorginstelling.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van superioriteit, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de ander als inferieur beschouw omdat de ander niet alle dimensies van het probleem heeft gezien/meegenomen. Ik stop de polariteit en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten verleiden tot mijn participatie in de polariteit superioriteit-inferioriteit en dus energie te halen uit het goed voelen wanneer ik mij naar de superieure kant toe worstel. Ik ben hierdoor niet meer instaat om te zien dat ook ik niet altijd alle dimensies van een situatie/probleem in ogenschouw neem en in dit geval de schreeuw van het geld het zwaarste woog voor de gemeente, wat hen verblinde om uitvoering te geven aan dit overstromingsscenario vanuit het principe ‘in het belang van een ieder’.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de gemeente te beschuldigen van de onveilige verkeerssituatie die ontstaat wanneer mensen tegen het verkeer in moeten rijden om bij de zorginstelling te komen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van beschuldigen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik evenveel deel ben van het creëren van een onveilige verkeerssituatie door tegen het verkeer in de singel op te rijden. Ik stop het beschuldigen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om eerst te begrijpen waarom ik zo graag de ander beschuldig in bepaalde situaties en zoals hier was dit een vorm van de aandacht afleiden van het feit dat ik zelf de verkeerssituatie onveilig maakte, maar dit verantwoorde met het excuus dat de ander mij in dat pakket duwde door de singel af te sluiten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn veel geld aan het parkeren in de stadsparkeergarage kwijt te zijn bovenop de kosten die we al hebben binnen dit revalidatieproces.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om geld te verliezen dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik angst heb dat ik niet rond kom wanneer ik onverwachts teveel uitgeef, waarbij ik in deze situatie mij onmachtig voel over mijn bestedingspatroon dat zich voordoet of het nu uitkomt of niet. Ik stop de angst om te overleven en stuur mijzelf aan één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geld niet als angstterrorisme te gebruiken ook al kan ik nu eenmaal zoveel doen met zoveel geld, het is het niet waard om mij zorgen te maken op voorhand waar niets aan de situatie kan veranderen, ik moest hoe dan ook mijn auto ergens parkeren en overal zou dat geld hebben gekost, hierin was geen sprake van keuze, maar een gezond verstand beslissing over hoe lang ik mijn auto op het duur tarief liet staan kon ik wel nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vanuit de angst om veel geld kwijt te zijn aan het parkeren mij in allerlei bochten te wringen om de auto weg te krijgen uit de dure parkeergarage.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van handelen vanuit angst, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik zonder angst of emoties de auto zo snel mogelijk naar een goedkoper tarief kon brengen na mij geïnformeerd te hebben over de mogelijkheden. Ik stop het handelen vanuit angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om ten allen tijden te handelen vanuit gezond verstand en zo ook mijn goed geïnformeerde afwegingen te maken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een schrik door mijn lijf te voelen op het moment dat ik gescheiden werd van mijn auto door een dicht traliehek van de parkeergarage.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst door projectie in de toekomst, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik al op voorhand mij zorgen maak en de situatie als onmogelijk inschat zonder de situatie te doorlopen. Ik stop het fysiek maken van de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst die ontstaat door in de toekomst te projecteren niet langer fysiek te maken, maar eerst de situatie te onderzoeken binnen mijn fysieke werkelijkheid alvorens er conclusie aan te ontlenen en hier vanuit te handelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn mijn auto die dag niet meer terug te krijgen en meer kosten te moeten maken door met de trein naar huis te moeten.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het verliezen van controle, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik door geen controle op de kosten en het terug krijgen van de mijn auto te ervaren ik lichtelijk in paniek raak. Ik stop de controle en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de controle over de situatie en daarmee ook het verlies van deze controle te zien als een moeilijke spagaat om een situatie te redden door de ‘geest’/ego en mij te beseffen dat wanneer ik deze controle omzet in aansturen ik dit nooit kan verliezen, want ik stuur mijzelf altijd aan ook als ik besluit niets te doen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet meer één met mijn adem in het moment te zijn en vanuit angst om geen controle over de situatie te hebben mijzelf te verliezen in allerlei rampscenario’s en dit gezond verstand te noemen en het voorbereid zijn op het ergste.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van excuses bedenken om de controle te behouden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet in het hier en nu ben en dus excuses nodig heb om goed te keuren dat ik participeer in mijn ‘geest’. Ik stop de excuses en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in het moment één met de adem te zijn van waaruit ik mijzelf aanstuur en omga met de situaties waarin ik mij bevind, die ik creëerde door de handelingen die aan mijn handelingen vooraf gingen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te voelen om voor mijzelf op te moeten komen, terwijl ik door het traliehek schreeuwde.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst te hebben om op te staan, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik liever een ander had gehad die het voor mij zou regelen, zodat ik niet geconfronteerd zou worden met dat wat ik als mijn tekortkomingen betitel. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst om niet op te staan te zien voor wat het is, namelijk het niet geconfronteerd willen worden met mijn tekortkomingen die illusionair zijn, want zodra geld spreekt en ik de angst ervaar om geld te verliezen zie ik dat ik door deze druk enzelfoneerlijkheid wel kan opstaan en de situatie kan aansturen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbaasd te zijn dat de angst om de controle te verliezen mij deed handelen op een manier die ik niet gedacht had dat ik zou doen in zo’n situatie, namelijk het hard schreeuwen om hulp.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van ongeloof over mijn kunnen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik dit ongeloof gebruik als rookgordijn of dekmantel om mijzelf in de waan te laten dat ik niet instaat ben voor mijzelf op te staan en dat het beter is dat een ander dit voor mij doet. Ik stop het niet nemen van zelfverantwoordelijkheid en stuur mijzelf aan één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf erop attent te maken wanneer ik mijn zelfverantwoordelijkheid niet wil nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de bewaker die mij binnenliet in de parkeergarage als mijn reddende engel te zien, terwijl de man naar mij toekwam omdat ik hem riep.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn kunnen te ontkennen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet graag wil zien waar ik toe instaat ben, omdat ik zo mijn legitieme rol als slachtoffer kwijt raak en dus daar geen energie meer aankan ontlenen. Ik stop mijn slachtofferrol en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat ik tot veel instaat ben en ik daar eigenwaarde aan kan ontlenen in plaats van energie te trekken uit het aannemen van een slachtoffer personage.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen wanneer ik bij noodweer de verkeersregels overtreed en ik een agent elk moment denk tegen te komen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van regels willen blijven volgen uit angst voor de consequenties, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet rigide regels kan toepassen wanneer de situatie om flexibiliteit vraagt. Ik stop mijn rigiditeit en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om door angst mijzelf niet tot een rigide wezen te maken, maar elke situatie weer als een nieuwe situatie te nemen die in sommige gevallen flexibiliteit van mij en de regels in het systeem vraagt, waar altijd gezond verstand te boventoon heeft.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om met adrenaline in mijn bloed snel tegen het verkeer in te rijden alsof ik er snel vanaf wil zijn en niet geconfronteerd wil worden met een gevoel van ‘stout’ zijn en de regels overtreden.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van regels niet durven te negeren/overtreden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet zelf durf te denken en mijn deelname in het systeem als een slavenrol zie waar geen flexibiliteit of verandering inzit. Ik stop de angst voor veranderen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn angst om te veranderen onder de loep te nemen, die goed zichtbaar is wanneer ik niet durf te kijken naar de regels van het systeem en deze flexibel te interpreteren bij noodweer, maar kies voor rigiditeit en het gehoorzamen van de regels, omdat door mij gevormde opinies mij beletten van het zien van verandering en de mogelijkheid om te veranderen.

Dag 172 van 2555; blijf bij je tafel daar is het veilig!

equal money capitalismVandaag terwijl ik een video bekeek waarin een aantal studenten in een ruimte waren met 1 grote tafel erin, werd aan hen gevraagd om een stoel uit de ruimte te pakken en aan de tafel te komen zitten. Terwijl dit zo voor mij afspeelde ging er een gedachte door mij heen: wat vervelend om een stoel uit de ruimte te moeten pakken. Ook een beeld van een kleuterschool klas plopte op in mijn geest. Nu is mijn vraag waarom dat nu zo vervelend is dat er een stoel uit de ruimte moet worden gepakt om aan een tafel te gaan zitten?

 

Ik weet ik wel van verhalen van mijn ouders, dat toen ik naar de kleuterschool ging ik de eerste dagen niet wilde zitten op mijn stoeltje en ben blijven staan. Ik heb daar ook nog vage beelden bij. Het woord onveilig komt omhoog. In die eerste weken kleuterschool werd mijn broertje geboren dus mijn wereldje stond wel op z’n kop. Van lekker thuis alleen met mijn moeder veranderde mijn wereld in, naar school gaan en doen wat je gezegd wordt en de aandacht van mijn ouders moeten delen met een baby broertje.

 

Wanneer ik het beeld nog eens langzaam terugspeel van de video van vanmiddag dan zie ik de grote tafel en sommigen al aangeschoven eraan en nu komt er een andere gedachte op. Eén die zegt: blijf bij de tafel daar is het veilig. Dus op één of andere manier is de tafel veilig, de tafel geeft op school wel mijn eigen plek aan, dus mijn eigen plek is veilig. Ik zie nu ook beelden van het in de kring gaan zitten en weer uit de kring gaan en het geschuif met stoeltjes wat chaos opleverde wat ik ook als onprettig ervoer. Op één of andere manier is er een opinie of geloof ingeslopen rond mijn vierde dat het bij mijn eigen tafel op school veilig is.

 

Ook wanneer ik met andere mensen in een ruimte ben en op een plek zit, dan beschouw ik die plek graag als mijn plek, ik zal niet snel wisselen tenzij het een gedwongen door de situatie gebeuren is. Ook hier zie ik het zoeken naar veiligheid terug. Dus eigenlijk zeg ik dat het buiten mijn eigen territorium onveilig is en ik dan opzoek moet naar houvast om veiligheid te zoeken. Dus daar zit dan een angst achter, de angst voor onveiligheid buiten mijn eigen vertrouwde omgeving. Grappig eigenlijk want ik heb altijd wel nieuwe dingen en plekken opgezocht, een soort van tarten van die angst lijkt dat dan wel. Ik zou kunnen zeggen dat dit de angst is om mijzelf te verliezen op niet vertrouwd terrein. En als ik mijzelf verlies dan ben ik bang om er niet meer te zijn, dus dood, dus de angst voor de dood.

 

Wanneer ik nu nog een stapje verder ga dan kan ik stellen dat deze angst voor de dood een dekmantel is voor wat anders. Wellicht geen zelfverantwoordelijkheid willen nemen voor verandering, vasthouden aan het oude en vertrouwde. Ja, wellicht is dat een punt dat ik eens moet opruimen.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het vervelend te vinden om van mijn tafel op school weg te moeten en een stoel ergens anders vandaan te moeten halen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij onveilig te voelen wanneer ik van mijn tafel op school weg moet lopen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn tafel als houvast te nemen uit angst wat er zal gebeuren als ik mijn tafel verlaat anders dan weer naar huis gaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn wereld als bedreigend te zien als vier jarige en naar iets buiten mijzelf opzoek ging om houvast te creëren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij bedreigd te voelen wanneer ik weg van mijn tafeltje moest en chaos binnenin mij waar te nemen dat ik geen plekje kon geven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn wereld als chaotisch te zien nu ik naar school moet en mijn moeder druk bezig is met mijn baby broertje.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de chaos die binnenin mij is ook buiten mij te ervaren en omgekeerd en niet te zien hoe ik dit nare onveilige gevoel kan oplossen anders dan aan mijn tafeltje gekluisterd te zitten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een ‘blijf maar zitten waar je zit’ personage te ontwikkelen dat ik meenam verder in mijn leven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om wanneer ik mij onveilig voel in mijn buitenwereld een punt/plek te nemen waar ik mij aan vasthoud als punt van veiligheid buiten mijzelf.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat wanneer ik mij onveilig voel in mijn buitenwereld, zonder direct fysiek gevaar, ik mij ook onveilig voel van binnen en dus niet dit onveilige gevoel kan wegnemen met het vertrouwen in mijzelf, omdat dat er niet voor 100% is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet te vertrouwen in het mijzelf veilig te laten zijn, van binnen en van buiten, en in plaats van zelfverantwoordelijkheid nemen kruip ik weg in angst.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door gebrek aan vertrouwen in mijzelf de angst te ontwikkelen om mijzelf te verliezen wanneer een gevoel van onveiligheid zich meester van mij maakt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat de angst om mijzelf te verliezen voortkomt uit de angst voor de dood als dekmantel voor het niet nemen van zelfverantwoordelijkheid als het gaat om verandering in mijn buiten wereld.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verandering te koppelen aan angst en mijzelf te beperken en tegen te houden en zo het belang van een ieder totaal uit het oog te verliezen door het aannemen en verworden van de angst.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat angst en het zijn van angst geen verandering toestaat en ik mijzelf dus niet uit die situatie van onveiligheid haal.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren hoe een ogenschijnlijk klein iets in mijn prille jeugd mij een gevoel van onveiligheid met mijzelf liet meedragen tot in mijn volwassen leven wat ik niet echt meer kon duiden als zijnde het niet willen veranderen en vast houden aan het oude.

 

Als en wanneer ik mijzelf het oude niet zie loslaten en zie zoeken naar veiligheid buiten mijzelf, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dan dat ik de kracht in mij heb om vertrouwen in mijzelf te vinden als een punt van houvast om mij door veranderingen heen te helpen en alles wat ik onderneem dat buiten mijzelf ligt is het mijzelf beperken en het aanvaarden van consequenties die ik vervolgens moet doorlopen. Dus ik stop en laat het vast houden aan het oude los, omdat ik zie/begrijp/realiseer dat niemand hierbij gebaat is en het dus niet in het belang van een ieder is.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst voor verandering los te laten en in plaats daarvan vertrouwen n mijzelf te vinden om mijzelf te leiden in nieuwe situaties.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat deze angst een restverschijnsel is van een kleuterangst die uitgegroeid is tot een volwassen angst en niet meer nodig is om in stand te houden omdat ik weet dat ik vertrouwen in mijzelf kan vinden.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het personage ‘blijf maar zitten waar je zit’ verder uit te diepen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij vrij te kunnen bewegen en elke angst van onveiligheid terug te voeren naar mijzelf om te zien op welk punt ik nog moet werken aan mijn vertrouwen in mijzelf.