Dag 352 van 2555: dansen op het graf van een ander

DIP Lite cursusVandaag zag ik mijzelf in een reactie schieten toen iemand over een stel dat uit elkaar gaat iets zei met de volgende strekking: dit was te verwachten ik heb hem nooit gezien als een goede partij voor haar. Terwijl deze persoon over de jaren heen zijn mening over de man al had bijgesteld naar meer positief, maar nu het tot een einde kwam leek het of hij nog even een natrap moest geven en zichzelf op de borst slaan over hoe hij het bij het rechte eind had. Want dat was hoe ik de opmerking ervoer als een trappen naar de ander en tegelijkertijd in je gelijk willen staan. Wat ik deed was aangeven dat wanneer mensen uit elkaar gaan er twee mensen verantwoordelijk zijn. Ik hoopte de geschetste situatie te kunnen nuanceren, maar de ander had daar geen boodschap aan.

Later vroeg ik mij af wat mij nu zo geraakt had, waarom schoot ik in een reactie van ‘dat is niet eerlijk’ om zo over een ander te spreken. Ik heb geen bepaalde emotionele binding bij dit stel, dus daar zat het niet in. Het voelde voor mij als een soort van dansen op het graf van een overledene, waarbij hier de relatie de overledene was.

Ik vond het niet eerlijk om zo ongenuanceerd over anderen te spreken, ik vond het niet eerlijk om iemand als de boosdoener neer te zetten en ik vond het niet eerlijk om te oordelen over een ander terwijl de ins en outs ons niet duidelijk waren.

Ik heb zelf ook wel ongenuanceerd over anderen gesproken, ook heb ik een ander wel als boosdoener afgeschilderd en ik heb zeker wel geoordeeld over een ander zijn leven zonder alle details en beweegredenen te weten. Op momenten dat ik dit deed voelde ik mij niet goed over mijzelf, laat ik zeggen dat ik niet trots op mijzelf was. Dus dit shit gevoel wat ik ervaar als ik dit zelf doe, ervoer ik ook nu de ander het deed, maar vertaalde dat naar ‘het is niet eerlijk’.

Het mechanisme wat hier dus speelt is de ander zijn woorden ervaren door de ogen van schuldgevoel van eerdere gelijksoortige ervaringen waar ik in de schoenen van de ander stond. Dus het is niet eerlijk als de ander het doet en wanneer ik het zelf doe kruip ik weg achter een naar gevoel van het oordelen over de ander. Net als wat vandaag gebeurde, proberen we ons hatelijke gedrag naar de ander toe te verbloemen door onszelf belangrijk te maken en te vermelden dat we dit al lang hadden zien aankomen. Wij weten wel beter, de veroordeelde is dom en heeft dit alles aan zichzelf te danken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om reactief te reageren op de ander die oordelend is over anderen net zoals ik dat in andere situaties ook kan zijn.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de ander verwijten wat ik zelf ook doe, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik het niet prettig vind wanneer ik oordelend ben naar anderen en heb dan plaatsvervangend schuldgevoel wanneer ik een ander dat zie doen wat ik van mijzelf niet waardeer. Ik stop het verwijten, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn eigen oordelen af te zwakken en het oordelen van de ander uit te vergoten om zo mijzelf beter te voelen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf opduwen ten koste van de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik liever mijzelf in een goed daglicht zie staan en daarvoor makkelijk de ander opoffer dan te kijken hoe ik het oordelen kan stoppen in mijzelf. Ik stop het opofferen van de ander om zo mijzelf niet in de ogen te hoeven kijken, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de ander als slecht te zien en mijzelf als minder slecht.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn eigen daden niet als destructief te willen zien, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de aandacht van mijzelf afleid om zo niet aan mijzelf te hoeven werken. Ik stop mijn destructieve daden, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om oordelend te zijn naar een ander.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van oordelen over een ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik eerst moet ademen en reflecteren wat het is dat ik trigger in mijzelf alvorens ik iets over iemand of een situatie te zeggen heb. Ik stop het oordelen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te vergelijken met de ander wanneer ik het handelen van een ander veroordeel.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf vergelijken met een ander en te denken dat ik zoiets nooit zou doen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de ander oordeel om mijzelf beter te laten lijken. Ik stop het vergelijken en oordelen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen over mijn oordelen en mij niet te realiseren dat ik ook kan stoppen met oordelen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet veranderen maar blijven hangen in gevoelens en emoties, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik in plaats van mij te verliezen in gevoelens/emoties ik met net zo veel gemak had kunnen beslissen om te stoppen en dus mijzelf te veranderen op dat punt. Ik stop de angst voor verandering, en sta één en gelijk aan het leven.

Advertenties

Dag 273 van 2555: we zijn zooo blij – zelfvergevingen en zelfcorrectie zinnen

basisinkomengarantieVoor context zie blog dag 271.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de vrouwen in de winkel die een sjamanen cursus ‘je van het’ vinden te beschouwen als personen die het niet op een rijtje hebben. Waarin ik mijzelf vergeef om mij te vergelijken met deze vrouwen en te oordelen dat zij het niet op een rijtje hebben en ik klaarblijkelijk wel.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vergelijken met anderen dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de ander oordeel/veroordeel omwille van een goed gevoel bij mijzelf dat ik niet uit mijzelf kan halen. Ik stop het vergelijken en neem 1 en gelijk deel aan mijn fysieke realiteit.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet langer te vergelijken met de ander als mijzelf maar te zien wat de ander mij aanreikt binnen mijn reactie op de ander. Met andere woorden wat mis ik in mijzelf of wat veroordeel ik in mijzelf waar de ander mij op wijst door zijn/haar gedrag.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het nodig te hebben mij te vergelijken met een ander om zo als beter/goed uit de bus te komen en niet mijn zelfvertrouwen/zelfwaarde uit mijzelf te halen.

 

Wanneer en als ik zie dat ik niet kan vertrouwen op mijzelf dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik ergens in mij nog niet instaat ben om op mijzelf te vertrouwen en een punt van stabiliteit te zijn voor mijzelf door meer vertrouwen op mijn ‘geest’ te projecteren dan op wie ik kan zijn in ieder moment. Ik stop het en neem 1 en gelijk deel aan mijn fysieke realiteit.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om eerst in mijzelf te zien en vast te stellen wat het is dat het mij onmogelijk maakt om op mijzelf te vertrouwen alvorens ik naar buiten treed en handel en spreek vanuit een punt dat nog niet helder voor mijzelf is en meer gevolgen en ongelijkheid  teweeg brengt dan eenheid en gelijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te irriteren aan de ander wanneer die niet inziet dat zijn/haar handelen en wandelen niet in het belang van een ieder zijn, terwijl ik dat zelf ook niet altijd op orde heb. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geïrriteerd met mijzelf te zijn wanneer ik niet handel in het belang van een ander door niet alles in ogenschouw te nemen en te handelen en wandelen vanuit energie als emoties en gevoelens.

 

Wanneer en als ik mijzelf als geïrriteerd ervaar door niet te handelen in het belang vaneen ieder dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik een mening heb over hoe ik in staat zou moeten zijn om altijd in het beste belang vaneen ieder te handelen terwijl dat niet realistisch is op dit moment in mijn proces. Ik stop de irritatie en neem 1 en gelijk deel aan mijn fysieke realiteit.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om deze irritatie met mijzelf om te zetten naar het hier te zijn in elk moment en elke adem als een proces waar ik mijzelf naar toe begeef en elke keer als ik struikel of val dat niet te gebruiken om mijzelf af te schieten als mislukkeling maar te leren van die momenten en te zien/realiseren/begrijpen wat het veroorzaakte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om blijheid vanuit emoties en gevoelens als een uiting van een polariteit bij de ander als teveel te ervaren, als een disrespect voor het leven waarbij het leven in een onbewuste staat geleefd wordt. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te verplaatsen in de ander als mijzelf en te zien/realiseren/begrijpen dat een ander op een ander punt in zijn/haar proces is en dat ook ik niet altijd instaat ben om het leven te respecteren bij een gebrek aan overzicht en het weten van alle ins en outs als het gaat om het leven.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie oordelen over de emoties van anderen dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik nog niet instaat ben om mij in de schoenen van de ander te verplaatsen in elk moment en elke ademhaling. Ik stop het oordelen en neem 1 en gelijk deel aan mijn fysieke realiteit.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te concentreren op mijn eigen proces en wanneer ik op die manier het pad van een ander kruis en van enige assistentie kan zijn dan is dat mooi, maar het moet geen missie op zich worden waarbij ik niet instaat ben om gas terug te nemen en mijn woorden eerst te wegen alvorens ik ze spreek om zo de gevolgen voor het geheel te beperken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn irritatie te laten voeden door het feit dat de medewerkster teveel kortingskaarten ging uitdelen vanuit een nep gevoel van blijheid en ik in mijzelf het gevoel creëerde dat de emmer aan het overstromen was en dit de laatste druppel dus was. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om iets van buiten af mij emotioneel te laten leiden tot een punt van ‘ik heb het gehad met jou’, terwijl het hier daadwerkelijk ging om de frustratie dat ik niet met/aan haar kon communiceren dat zij verstrikt zat in een polariteit en hetgeen wat werkelijk aan de hand was onder de blijheid schoffelde.

 

Wanneer en als ik mijzelf door emoties van buitenaf laat leiden dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet in mijn kracht sta en mij laat beïnvloeden door zaken die ik zelf niet kan beïnvloeden omdat ze niet van mij zijn en dus mijzelf niet concentreer op mijn eigen proces. Ik stop de beïnvloeding door emoties van buitenaf  en neem 1 en gelijk deel aan mijn fysieke realiteit.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf op mijn eigen proces te focussen en niet ook nog eens de wereld op mijn schouders mee te nemen, omdat dit reddersgedrag alleen het ego bedient en niet in het belang van een ieder is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de ander iets waardevols te willen meegeven omdat ik dat zelf ook had geapprecieerd zonder te zien dat de ander nog niet op dat punt was aanbeland om het waardevolle in te zien waardoor ‘geven zoals jezelf zou willen ontvangen’ niet gerealiseerd kon worden vanwege de ongelijkheid in mijn startpunt.

 

Wanneer en als ik mijzelf ‘het de ander geven wat ik zelf ook had gewild’ door de strot van de ander zie duwen dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat assistentie niet op iemand geforceerd kan worden. Ik stop het forceren van de ander en neem 1 en gelijk deel aan mijn fysieke realiteit.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf wanneer ik een kans zie om de ander iets duidelijk te maken ik eerst kijk of de ander dat aankan in dat moment en zo niet dan laat ik het varen en beschouw ik het niet als een gemiste kans.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij ongelijk aan de ander als mijzelf op te stellen uit de behoefte om de ander te geven wat ik zelf graag zou hebben gehad en mij niet realiserend dat ik wellicht op datzelfde punt in mijn proces zelf ook niet de boodschap had kunnen zien.

 

Wanneer en als ik mijzelf in ongelijkheid aan de ander zie staan dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik een situatie creëer die niet in het belang van een ieder is en dus gevolgen heeft voor ons beiden. Ik stop de gemaakte ongelijkheid en neem 1 en gelijk deel aan mijn fysieke realiteit.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf één en gelijk aan de ander op te stellen om zo in dat moment waarin wij elkaar ontmoeten en onze wegen elkaar kruisen ik met de ander kan zijn en op die manier er voor de ander kan zijn dan vooruit te hollen en de ander te wijzen op zaken die hij/zij nog niet ziet/beseft en dus niet dat moment van samenzijn van 2 wezens te ervaren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet in het moment te zien dat ook ik vanuit een startpunt van emoties handelde en sprak, wat mij onbewust een gevoel van mislukt zijn gaf, waarop ik achteraf mijn handelen ook als mislukt beoordeelde en alleen nog maar hoopte op het planten van een zaadje terwijl ik wist dat ik het toekomstige plantje al bij de grond had afgebroken.

 

Wanneer en als ik mijzelf een mislukkeling voel dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik handel vanuit meningen en verwachtingen over mijn directe toekomst en dus niet in het moment heb kunnen zijn, het moment waarin ik bepaal wie ik ben. Ik stop het labelen van mijzelf als mislukkeling en neem 1 en gelijk deel aan mijn fysieke realiteit.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf in het moment te bepalen wie ik ben en niet aan de hand van meningen en verwachtingen mijzelf afmeet aan een onrealistisch zelfbeeld, waardoor ik beter snap wie ik ben en kan handelen naar anderen vanuit wie ik ben in het belang van een ieder in elk moment.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij betrapt te voelen nadat mijn dochter mij erop wees en vroeg dit niet meer te doen, het attent maken van mensen die er niet op voorbereid zijn of aan toe zijn. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij betrapt te voelen wanneer ik vanuit gevoelens en emoties handel of spreek terwijl ik in mijn ‘geest’ mijzelf al verder waarneem, dus als iemand die dat niet meer doet en vorm ik de confrontatie met de werkelijkheid om tot een gevoel van betrapt zijn als een excuus om te overleven binnen mijn eigen gestelde normen en waarden.

 

Wanneer en als ik mijzelf betrapt voel dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet graag gezien wil worden als iemand die niet handelt in het belang van een ieder, maar realiseer mijzelf niet dat ik in een proces zit naar het handelen in het belang van een ieder, een proces dat met vallen en opstaan gepaard gaat. Ik stop het betrapt voelen en neem 1 en gelijk deel aan mijn fysieke realiteit.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet langer betrapt te voelen wanneer ik niet handel in het belang van een ieder maar deze impasse om te zetten en te gebruiken om te onderzoeken waarom ik niet in het belang van een ieder heb gehandeld.