Dag 369 van 2555: de ziekte van een ander persoonlijk nemen

DIP Lite cursusRecentelijk kreeg ik het bericht dat een dierbaar familielid kanker heeft. Het woord kanker heeft, ook al ervaar ik dat niet dagelijks, toch een nare bijsmaak voor mij en roept veelal beelden van vechten tegen een ziekte op die vaak niet overwonnen wordt door verdere uitzaaien en veelal terugkeer van de ziekte. Drie van mijn opa’s en oma’s verloor ik aan kanker, naast kennissen. Nu gaat het hier niet om een dodelijke vorm van kanker, wat de zaak iets luchtiger maakt. Toch is het een poging van het lichaam om door te dringen en aan te geven dat het zeer uit balans is.

Wanneer familieleden op leeftijd zijn, dan is er meer kans op een telefoontje met slecht nieuws. Dus in eerste instantie nam ik het koel op. Er kwam weinig informatie van mijn familielid over de ziekte en waarom er niet bestraalt ging worden, maar wel gesneden. De arts wilde haast maken begreep ik uit het verhaal en zo snel mogelijk een operatie inplannen. Wat ik niet begreep aangezien het om een niet agressieve vorm van kanker ging. Enfin ik besloot geen derdegraads verhoor aan de telefoon te doen, omdat men aan de andere kant van de lijn het ook niet echt wist. Wat duidelijk was voor mij, was het feit dat mijn familielid zich volledig had overgegeven aan de deskundigheid van de arts.

De nieuwe informatie riep bij meer meer vragen op dan dat het antwoorden gaf. In een later stadium vroeg ik mijn familielid om welke specifieke vorm van kanker het binnen deze kankergroep gaat. Er kon geen antwoord gegeven worden aangezien de arts dat niet had medegedeeld. Op dit moment kreeg ik een hartverzakking. Elke avond Google-de ik weer wat informatie om te begrijpen wat er aan de hand kon zijn. Ik kon mij er nog niet bij neerleggen dat een operatie die tumorweefsel zou weghalen het onderliggende probleem van onbalans in het lichaam zou wegnemen. Dat ik dit nog steeds niet aanneem, neemt niet weg dat ik in een korte periode heb ingezien dat ieder zijn/haar ziekte proces op zijn/haar manier loopt, ook al sluit dat niet aan bij hoe ik dat het liefst zou willen lopen.

Al snel had ik de ziekte van de ander persoonlijk genomen. Ik zocht naar oplossingen waar ik mijzelf goed bij zou voelen en zag totaal de zieke over het hoofd. De zieke die vrede heeft met wat de dokter beslist, zonder eerst zelf onderzoek te doen, wat ik als onacceptabel zag. Mijn rol is het er zijn voor mijn familielid wanneer dat gewaardeerd wordt en niet een rol waarin ik de ander overdonder met informatie waar de ander niets mee kan.

Naast mijn Google drang sprak ik ook met een bekende die voedingsdeskundige is en ook een familielid heeft met kanker die niet in andere mogelijkheden geïnteresseerd is dan het reguliere. Zij gaf mij de tip om wanneer we samen zijn lekkere dingen te koken die weerstand verhogend zijn en kanker remmend. Dat komt in principe neer op het voorbeeld geven/zijn en te tonen hoe het ook kan zonder de ander met woorden te manipuleren in mijn zienswijze. Op een bepaald moment kwam er een plan in mij op om een soort van kerstpakketje samen te stellen met gezonde producten voor kankerpatiënten vanuit een holistische kijk op de ziekte. Terwijl ik nog half aan het denken/bedenken was, kwam ik tot de conclusie dat dit ook een vorm van manipulatie was. Wanneer de ander niet toe is in het veranderen van een levensstijl dan zijn deze producten, simpelweg producten die niet gebruikt gaan worden.

Inmiddels is de operatiedatum uitgesteld naar een latere datum, wat min of meer de urgentie die in eerste instantie werd geuit wat wegneemt. Langzaamaan begin ik aan het idee te wennen, neemt mijn Google drang af en het plannetjes smeden hoe ik de ander op andere gedachten kan brengen. Waar ik eerst de kanker van de ander persoonlijk nam, zie ik het nu als iets wat een dierbare overkomt. Waarbij het pad dat er gelopen gaat worden, het pad van de dierbare is, waar ik mag meelopen maar niet de richting mag bepalen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het de zin “ik heb kanker” in de vecht modus te gaan alsof ik het ben die deze diagnose krijgt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de ziekte van een ander persoonlijk te nemen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik het bericht van ziekte van de ander op mij neem als iets dat ik moet bevechten en moet stoppen. Ik stop het persoonlijk nemen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de ander ziek te laten zijn en zijn/haar eigen pad te laten lopen, waarbij ik ondersteun en niet het pad loop alsof ik zelf ziek ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in mijn persoonlijkheid te glippen waarbij ik vecht voor een ziekte die een ander heeft.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van inspringen daar waar een ander zijn taak laat liggen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik praktische taken van anderen kan overnemen als die niet worden opgepakt, maar de zin voor leven kan ik niet voor een ander overnemen, dat is niet mijn pad om te lopen. Ik stop deze persoonlijkheid van redden wat er nog te redden valt, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in het moment wanneer ik ervaar dat ik in deze persoonlijkheid glip, van het heft van de ander in handen nemen, adem en los laat en zie waarom ik deze persoonlijkheid aanneem en niet kan zijn wie ik werkelijk ben in dat moment.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de regie van hoe de ziekte te lopen, op mij te nemen, wanneer ik zie dat de ander het niet zelf doet.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de regie over een andermans leven overnemen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik geconfronteerd wordt met de zwakte van de ander in lichaam en geest en hier op reageer met een polariteit van sterk willen zijn. Ik stop het overnemen van de regie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet bang te zijn voor de zwakte in de ander die niet meer sterk hoeft te zijn voor mij. Zwakte van lijf en geest hoeft geen zwaktebod te zijn, maar kan ook een tijdelijke manier van in het leven staan zijn en het omgaan met een nieuwe situatie. Zwak zijn hoeft niet bestreden te worden met sterk zijn en vechten, ook niet vanuit oude patronen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om sterk te zijn voor de ander door het pad van de ziekte haast voor de ander te lopen uit angst dat de ander passief zal blijven en zal opgeven.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst voor het opgeven van de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de angst in mijzelf weerspiegelt zie voor het opgeven in het leven. Ik stop de angst voor het opgeven, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om opgeven niet als het einde van de wereld te zien. Opgeven kan tijdelijk zijn en permanent, het is niet effectief om met angst op alle vormen van opgeven te reageren. Daaruit voortvloeiend ga ik de verbintenis met mijzelf aan om de ervaring van opgeven in mijzelf te begrijpen en aan te sturen, zodat opgeven niet meer dan een gedachte wordt waar ik bewust voor kan kiezen om die hetzij in het moment niet te volgen of om te zien waarom ik wil opgeven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet geconfronteerd te worden met de ander wanneer deze in mijn ogen zwakte ten opzichte van de ziekte vertoont in plaats van sterkte.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet kunnen aanzien dat de ander niets doet met zijn/haar ziekte, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik vanuit mijn eigen angst reageer op het scenario en het handelen van de ander. Ik stop mijn angst, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst dat ik zelf niets zou doen wanneer ik ernstig ziek zou zijn niet als een stoorzender in de weg te laten staan, wanneer ik het ziekte proces van de ander aan de zijlijn meemaak.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn angst voor het stoppen/ophouden van mijn fysieke leven door een bedreigende ziekte te beleven door de ziekte van een dierbare.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst voor de dood, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet geconfronteerd wil worden met de eindigheid van mijn bestaan en dit projecteer op een andermans leven door de regie over te willen nemen. Ik stop de angst voor de dood en de projectie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten leiden door angst, maar door wat zich hier in het moment aandient en daarmee om te gaan als elk nieuw iets dat op mijn pad komt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te geloven dat de ander denkt er met een operatie te zijn en genezen verklaart te kunnen worden van de kanker.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van geloven dat de ander niet bewust genoeg de ernst en het karakter van de ziekte begrijpt, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik informatie kan geven wanneer de ander daarvoor open staat zonder te preken en te drammen. Ik stop mijn geloof dat de ander niet genoeg geïnformeerd is, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de informatie die ik in de loop van de jaren heb vergaart over kanker om die niet op te dringen aan de ander, maar om die informatie echt te leven en zo een voorbeeld te kunnen zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de aankondiging van kanker bij een dierbare in eerste instantie afstandelijk op te nemen uit angst dat het te dichtbij komt en het te persoonlijk wordt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van uitersten waarin ik of afstandelijk ben of de ziekte persoonlijk neem, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet gekeken heb naar een manier waarop ik de informatie mag laten binnenkomen, maar niet hoef te reageren/handelen op basis van angsten en emoties die in dit proces vrij komen. Ik stop de polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om voordat ik in een polariteit verzeild raak eerst te kijken wat er nu eigenlijk aan de hand is. Hoe ik er kan zijn voor de ander door niet sterk te zijn en afstand te nemen en ook niet sterk te zijn door de ziekte persoonlijk te nemen, alles vanuit reactie op niet zwak willen zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat zwak erg is en sterk goed.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van polariteit leven alsof het beginselen zijn in mijn leven, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik polariteiten niet als de pilaren van mijn bestaan wil beschouwen, maar wel hiernaar handel bij gebrek aan beter en gebrek aan willen veranderen. Ik stop mijn angst voor veranderen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet bang te zijn voor verandering wanneer ik mij realiseer dat het leven van polariteiten niet effectief is, maar dit door te zetten in mijn handelen, waardoor ik de verandering kan lopen in mijn fysieke werkelijkheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet als zwak te willen ervaren uit angst dat er dan niemand is die sterk voor mij is.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van zwak zijn gelijk te trekken aan geen hulp ontvangen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik altijd sterk denk te moeten zijn, omdat ik weet dat ik mijn leven/proces zelf moet lopen ook al biedt iemand een schouder aan. Ik stop het altijd sterk willen zijn, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om momenten van zwakte te gebruiken om inzicht in mijzelf te verkrijgen en niet te gebruiken om mijzelf te oordelen/veroordelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te veroordelen en daardoor de ander te veroordelen in hun momenten van zwakte.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het oppakken van een vechtproces tegen ziekte van de ander vanuit een veroordeling van zwakte, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de ander als zwak bestempel enzo mijzelf als sterk en dus meer, wat mij meer bestaansrecht geeft en tijdelijk mijn angst voor de dood sust. Ik stop de superioriteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn proces/leven te lopen en daar waar het zich voordoet de ander te kunnen ondersteunen door wat ik zelf al gelopen heb. Dit alles vanuit gelijkheid en het ervaren hoe een ander dingen anders doorloopt om ernstige zaken als ziekte een plekje te geven. Ik kan de ander niet de wil tot leven geven, zoals de ander niet sterk voor mij kan zijn.

Advertenties

Dag 368 van 2555: MOETEN

DIP Lite cursusEen tijd geleden viel het mij ineens op dat ik het werkwoord ‘moeten’ in gesproken taal en geschreven taal wel veel gebruikte. Ik zag dat ik het naar mijzelf toe gebruikte, maar ook naar de ander toe als een reflectie op mijzelf. Ik bekeek of de betekenis die ik aan het werkwoord gaf steeds dezelfde was of niet. Ik gebruikte het woord en in de dwingende betekenis van ‘verplicht zijn’.

Telkens als ik het woord gebruikte stopte ik even, of als dat niet kon op een later tijdstip, en keek of ik dit woord ook voor een ander woord kon vervangen wat daadwerkelijk aangaf wat ik wilde uitdrukken. Het veelvuldig gebruik van moeten werd een soort van rode draad in mijn leven waar ik naar alle waarschijnlijkheid vind dat ik dingen moet van mijzelf of van anderen. In het moment ervoer ik het niet bewust als een last/dwingend, pas toen ik het recentelijk ging onderzoeken, zag ik dat het woord letterlijk uitdrukte hoe ik het leven daadwerkelijk en niet altijd even bewust ervoer/ervaar. Dat was best even schrikken en een ‘reality check’. Ik zie mijn leven niet als iets verschrikkelijks of niet te doen, maar dat neemt niet weg dat ik altijd dingen van mijzelf moet naast de dingen die ik van anderen moet en die ik vervolgens dus weer van mijzelf moet.

Ik keek nog eens verder en dacht: als ik telkens dingen moet van mijzelf, wie is dan dat zelf? Dat was niet zo’n moeilijke vraag eigenlijk. Alles wat ik moet daar liggen emoties, gevoelens en angsten aan ten grondslag. Mijn denken zegt dat ik dingen moet, de stem in mijn hoofd zegt dat ik naar de wc moet, nog een koekje moet eten, netjes gedag moet zeggen, beleefd moet zijn, mij van mijn beste kant moet laten zien, ik niet te laat naar bed moet gaan, niet meer geld uit moet geven dan nodig is en vooral gezond moet eten. Zo kan ik mijn hele dag vullen met moeten, zonder mijn echte zelf of zelfexpressie niet aan bod te laten komen. Het moeten is dus van de ‘geest’ omdat ik dat toesta en accepteer en daardoor ervaart mijn lijf de stress, die ik niet direct voel/ervaar en koppel aan het moeten.

Ik moet naar de wc, want als ik niet ga dan plas ik in mijn broek en moet ik de bende weer opruimen. Dus dat ik naar de wc moet van mijzelf is gebaseerd op vrees voor de gevolgen. Ik kan ook gewoon naar de wc gaan en plassen, omdat mijn blaas vol is, zonder die dwingende betekenis eraan te geven vanuit emotie.

Ik moet nog een koekje eten, want vanuit een gevoel van hebberigheid en bang tekort te komen eet ik een extra koekje alsof het een essentiële maaltijd is die ik niet kan overslaan. Ik kan ook nog een koekje eten, omdat het kan en ik tussendoor daarvan mag genieten, maar dan heeft het ineens geen emotionele lading meer.

Ik moet netjes gedag zeggen als kind, om zo de reflectie te kunnen zijn van mijn ouders en hun imago niet te grabbel te gooien. Waardoor ik vanzelf ook netjes gedag moet zeggen om mijn ouders niet teleur te stellen en uit angst voor de gevolgen als ik niet gehoorzaam. Ik kan als kind ook mensen groeten omdat ik hen ken of omdat ik net met hen gesproken heb. Ook in dit geval zou het groeten dan emotie vrij zijn.

Ik moet beleefd zijn of ik moet mij van mijn beste kant laten zien, want ik kan niet zeggen wat ik denk en in eerlijkheid er alles maar uitflappen. Ik heb dus angst dat men mij anders zal zien en waarderen wanneer ik niet beleefd ben. Ik kan de ander ook als mijzelf behandelen en de ander dat geven wat ik graag zelf zou ontvangen, vanuit wederzijds respect.

Ik moet niet te laat naar bed gaan, dus ik moet naar bed. Ik moet naar bed uit angst dat ik morgen anders niet ben uitgeslapen. Is het niet zo dat wanneer ik fysiek en/of geestelijk echt moe ben, ik gewoonweg naar bed kan gaan? Dit is gezond verstand in plaats van de dwingende toon van de ‘geest’ die ik mijzelf laat sommeren om naar bed te gaan.

Ik moet niet meer geld uitgeven dan nodig is. Het grappige is dat ik nagenoeg nooit meer geld uitgeef dan nodig is en toch moet ik dit van mijzelf goed onthouden en tegen mijzelf zeggen als ik geld uitgeef. Dus in feite vertrouw ik mijzelf niet en ben ik bang tekort te komen. Mijn handelen is, dat uitgeven wat mogelijk is, maar omdat dit met een onderlading gaat van het moeten komen mijn handelen en gedachten niet met elkaar overeen en komt er frictie. Ik kan en mag geld uitgeven voor de dingen die nodig zijn en als het budget het toestaat dan mag ik ook zo nu en dan geld aan zaken besteden die niet direct ‘nodig’ zijn.

Ik moet gezond eten, want eigenlijk ben ik bang dat ik niet gezond blijf wanneer ik niet gezond eet. Wat automatisch geeft dat ik eet met emotie, namelijk de emotie van het moeten. Ik kan ook gewoon een balans vinden in een hoofddeel gezonde zaken waarvan ik weet en getest heb dat die mijn lijf in balans houden en zo nu en dan iets wat niet direct onder ‘gezond’ valt, maar moet kunnen.

Dit is maar een greep uit mijn moeten en wat ik doe en heb gedaan met al deze voorvallen in mijn werkelijkheid, is het direct corrigeren. Het direct corrigeren voordat het plaatsvindt of nadat het heeft plaatsgevonden. Of ik doe eerst zelfvergeving wanneer ik een denkpatroon zie of zaken die ik eerst dien te vergeven alvorens mijzelf te corrigeren. Dat wil niet zeggen dat ik het werkwoord moeten nu mijd, maar ik streef ernaar om het woord niet meer in combinatie met emotie, gevoel en angst te gebruiken.

Dit ene werkwoord deed mij beseffen dat ik mijn hele leven dus in dienst van mijn ‘geest’ heb geleefd, omdat ik altijd van alles moest. Het is nu dan ook tijd om in dienst van mijzelf te gaan staan, los van emoties, gevoelens en angsten die mij aansturen en richting aan mijn leven geven.

Dag 367 van 2555: de begrafenis van een persoonlijkheid

DIP Lite cursusNa bijna 4 jaar geen doorlopend onderwijs te hebben genoten is dan nu de dag aangebroken dat mijn dochter weer scholing krijgt via overheidswegen. De afgelopen 2 jaar hebben we dit proces hier in Nederland gelopen, waar ik in het begin de overtuiging had dat Nederland ons kind wel gedegen onderwijs zou kunnen geven. Al snel liep ik op tegen de aloude leerplichtwet, inflexibiliteit van de uitvoerders hiervan en was het al snel duidelijk dat ik moest vechten voor onderwijs voor mijn chronisch zieke kind. Gaandeweg dit proces begreep ik dat vechten niet de meest effectieve houding was die ik kon aannemen en begon ik mij steeds meer te verplaatsen in de schoenen van de mensen waarmee ik te maken kreeg. Dit om te snappen hoe het systeem werkt en hoe hier effectief mee om te gaan. Het sleutelwoord in dit hele proces is standvastigheid, het trouw zijn aan mijn principes en het niet opgeven, totdat ik bereikt heb wat ik vanuit gezond verstand wilde bereiken. Onderwijs voor mijn dochter dat de goedkeuring heeft van de overheid. Niet omdat ik het onderwijs vanuit overheidswege zo geweldig vind, maar simpelweg om mee te kunnen draaien in de maatschappij.

Op dit moment hebben we een oplossing waarbij mijn dochter haar HAVO af kan maken vanuit huis, waardoor zij na het behalen van haar diploma niet meer onder de leerplichtwet valt en dan kan zien wat zij fysiek aankan en verder met haar leven wil gaan doen aangaande studie.

We zijn naar school gegaan en hebben de boeken en benodigdheden opgehaald. Nog nooit was mijn dochter zo blij met schoolboeken en de mogelijkheid om te leren op een manier die bij haar chronische aandoening past. Nadat we alles goed hadden bekeken kwam er bij mij een hoofdpijn opzetten, iets wat ik niet zo vaak ervaar. Ook wel zo’n hoofdpijn die opkomt voordat je zwaar verkouden wordt. Eerst dacht ik dan ook dat ik verkouden zou gaan worden, maar het hield aan op dezelfde heftige manier als het begon en ik voelde mijzelf leeg. Niet zozeer moe, maar leeg. Ik sprak mijn partner en die gaf aan dat het een soort van eindpunt was van een lange weg die ik had gewandeld met mijn dochter. En dat is ook zo, het is een eindpunt van een proces dat begon als vechten en om werd gevormd naar effectief zien wat nodig is en hiervoor niet wijken. Ik had een leeg gevoel omdat ik iets mistte, mijn geest mistte nu al het idee dat ik niet meer hoefde te bellen naar instanties. Tegelijkertijd zag ik dat ik door de tijd heen en zeker in het begin een persoonlijkheid had ontwikkeld waar ik instapte elke keer als ik aan de slag ging voor het verkrijgen van scholing. Ondanks dat ik mijn proces had omgevormd was de energie van deze persoonlijkheid nog steeds aanwezig. Ik begrijp dan ook nu dat ik een persoonlijkheid aan het loslaten ben, want het is niet nodig om hieraan nog vast te houden. Toch geeft dit een ervaring van leegheid, ondanks dat ik begrijp als weten vanuit kennis, dat ik deze persoonlijkheid niet nodig heb of had.

Vaarwel persoonlijkheid, je hebt mij inzicht gegeven in wie ik ben. Ik dacht dat ik jou nodig had om de bergen te kunnen verzetten die ik voor me had, maar de kracht om dit te doen was al die tijd al in mij.

Ik deed diezelfde dag zelfvergeving hardop en sprak het ’s avonds nogmaals door met mijn partner. De volgende dag stond ik fris op zonder hoofdpijn. Het lege gevoel was op de achtergrond nog wel aanwezig. Dit is een proces dat ik loop en elke keer wanneer ik een punt zie, dat hoort bij deze persoonlijkheid, dan pak ik het op. Ik heb nog een proces af te ronden met het CBR en mijn dochter, dus genoeg momenten om mijn correcties in de praktijk te brengen zonder veroordeling naar mijzelf toe als het even niet lukt.

Hier volgt een deel van de uitgewerkte en uitgeschreven  zelfvergevingen:

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te definiëren als de moeder die voor haar kind moet opkomen wanneer zij aangeeft dat het boven haar pet uitgroeit.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het definiëren van mijzelf naar aanleiding van overtuigingen/ideeën over mijzelf binnen een bepaalde context, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf een rol aanmeet om bepaalde acties te kunnen doen. Ik stop het definiëren van mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te motiveren bepaalde zaken op te pakken door ze simpelweg te doen en niet een setting te creëren van waaruit ik mijzelf een rol aanmeet om mijzelf te motiveren en sterker over te komen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat ik in een rol moet stappen om op een bepaalde manier te kunnen zijn en reageren.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon waar ik ervan overtuigt ben dat ik iets nodig heb dat groter is dan mijzelf om bepaalde zaken aan te pakken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn zelfverantwoordelijkheid om iets te kunnen buiten mijzelf heb gelegd en mijn verantwoordelijkheid alleen kan terugnemen door een rol te creëren die groter/beter/meer/standvastiger is dan hoe ik mijzelf ervaar. Ik stop de overtuiging van waaruit ik deze rol creëer, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat ik in staat ben om mijn betere zelf te zijn, zodat ik in mijzelf geloof en mijzelf los van de rol een kans kan geven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als zwak te zien en mijn rol/persoonlijkheid afgescheiden van mijzelf als mijn verbeterde zelf te zien.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf neerhalen en de rol die ik speel te prijzen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik een polariteit uitspeel waardoor ik alleen vanuit afgescheidenheid nog denk te kunnen handelen. Ik stop de polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf weer bij elkaar te pakken en de fragmentatie, die ik door afgescheidenheid in het spelen van verschillende rollen/persoonlijkheden heb gecreëerd, te stoppen en juist die punten in mijzelf die ik nu vanuit afgescheidenheid alleen in mijzelf naar boven kan halen te integreren en mijzelf eigen te maken vanuit gelijkheid en eenheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik dit alles moet doen/regelen en dat ik zo sterk moet zijn, terwijl ik eigenlijk geloof dat ik dat allemaal niet kan en dus extra krachten nodig heb om dit wel te kunnen doen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf extra kracht geven door het spelen vaneen persoonlijkheid, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik dit doe om zo niet geconfronteerd te worden met de ervaring dat ik denk dat ik zelf niet daadkrachtig genoeg ben. Ik stop het idioliseren van mijn persoonlijkheid, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om kracht uit mijzelf te putten en mijzelf dat duwtje te geven om die karaktereigenschappen van mijn persoonlijkheid mijzelf eigen te maken zonder dit in afgescheidenheid te doen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf tot een ander te maken en zo mijzelf te beperken en kleiner te maken en houden dan nodig is.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn echte zelf te doen afnemen/beperken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik vanuit polariteit min over mijzelf denk en daar dus een betere versie van mijzelf voor in het leven heb geroepen om te kunnen omgaan met het verminderen van mijzelf dat ik mijzelf aandoe. Ik stop het verminderen van mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet langer in minder en meer waar te nemen, maar punten te zien in mijzelf die ik kan verbeteren en zo stap voor stap te komen tot een verbeterde versie van mijzelf.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik deze persoonlijkheid niet los kan laten.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van paniek te ervaren wanneer ik deze persoonlijkheid los moet laten, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik op een fysiek niveau mijzelf verzet om deze persoonlijkheid los te laten omdat ik het ervaar als iets dat ik echt nodig heb om te kunnen bestaan. Ik stop de afhankelijkheid aan mijn eigen gecreëerde persoonlijkheid, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het los laten van deze persoonlijkheid niet te zien als een gemis maar als het heft in eigen handen nemen en dat wat goed en bruikbaar is aan deze persoonlijkheid te internaliseren vanuit een startpunt van verbetering en niet vanuit een startpunt van gemis.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat het los laten van deze persoonlijkheid een stukje van mijn bestaansrecht wegneemt, omdat ik het ervaar als een stukje van mijzelf wegnemen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon waarin ik bestaansrecht denk te ontlenen aan een rol die ik aanneem in afgescheidenheid van mijzelf, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik diegene ben die mijzelf bestaansrecht geeft en diegene ben die in mijzelf gelooft. Ik stop de twijfel in mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet in twijfel te bestaan maar te zien wat maakt dat ik twijfel aan mijzelf om zo te weten wat er nodig is om de twijfel in mijzelf weg te kunnen nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te stoppen door een heftige hoofdpijn als enige middel dat nog over blijft.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van waarschuwingssignalen in de wind te slaan totdat ze fysiek worden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet naar mijzelf en mijn signalen heb geluisterd en dus komt mijn fysieke lichaam in actie om wat minder subtiel te waarschuwen. Ik stop de het in de wind slaan van waarschuwingssignalen van mijzelf aan mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om naar mijzelf te luisteren en niet de gedachten die rondgaan in mijn ‘geest’ als waarheid en valide aan te nemen die de waarschuwingen van mijzelf aan mijzelf bagatelliseren om zo met de fysieke gevolgen geconfronteerd te worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te oordelen en ‘voor mijn kop te slaan’ dat ik niet eerder naar mijzelf heb geluisterd dan op het moment dat de gevolgen fysiek werden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van ongeduld met mijzelf en het oordelen van mijzelf vanuit een startpunt van ongeduld, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niets opschiet met oordelen en ongeduld, maar dat dit mij in een statische positie plaatst van waaruit het moeilijk is om verandering tot stand te brengen. Ik stop het oordelen vanuit ongeduld, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geduld met mijzelf te hebben en te realiseren/snappen/zien dat dit een proces is en het niet helpt wanneer ik mijzelf liefdeloos behandel, maar beter het feit kan omarmen dat ik uiteindelijk toch gewaarschuwd werd door de fysieke gevolgen, waardoor ik in mijzelf ging kijken om te zien dat er een proces van loslaten gestart moet worden.

Dag 366 van 2555: we zijn allemaal één en lopen ons eigen proces

DIP Lite cursusTerwijl ik een ander zelfverzekerd gedrag zag vertonen als een vasthouden aan meningen en gedachten, kwamen er reacties in mij los. Mijn reacties waren vooral gericht op het ‘willen vasthouden aan’ van de ander, de ander nam hier een houding bij aan die uitstraalde  alles te weten en week niet van het standpunt. Dit bracht mij in verwarring. Eerst verschool ik mij in stilte in inferioriteit ten opzichte van de ander. Wist ik inderdaad waar ik het over had? Vervolgens schoot ik binnenin mij in de superioriteit, de ander wil mij wat opleggen iets wat ik niet ben en hoe ik niet ben. Ik zie angst in de zelfverzekerdheid van de ander en ik zie angst in mij dat ik misschien niet die ben wie ik denk dat ik ben, hoe ik mij gedefinieerd had.

Ik had mij laten verwarren door wat ik in de ander zag en in mijzelf voelde. Wat is van mij en wat is niet van mij? Ben ik zelfverzekerd en wil ik mijn mening doordrukken? Van tijd tot tijd zeker wel. Heb ik in zo’n moment de angst dat de ander het niet zal pikken en het geheel in een ander perspectief ziet wat net zo valide is of zelfs het enige valide is? Ja, bij zelfverzekerdheid uit starheid komt ook angst om de hoek kijken. Het is mijn zelfdefinitie die hier behoorlijk gekieteld wordt. Ik doe dingen zoals ik ze doe en dat wil ik eigenlijk niet zomaar veranderen, ik wil niet verschrikkelijk veel moeite doen om het op de manier te doen zoals de ander het doet. Ik ben uiteindelijk bang om mijzelf te moeten verliezen, om mijzelf te moeten aanpassen aan de ander, omdat deze dit met stelligheid en zelfverzekerdheid brengt, maakt dat de angst in mij los dat ik als ik A zeg ook B moet zeggen en nooit meer kan zijn wie ik ben. Door deze angst kan ik ook niet meer helder denken in dat moment. Ik zie alleen maar een identiteit die afgepakt dreigt te worden en ik bestempel de ander als betweter en naar. Terwijl ik eigenlijk aan het vechten ben met ideeën en gedachten in mijn eigen ‘geest’ die alleen in mijn geest zich afspelen, alle interpretaties van woorden, handelingen, gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal van de ander worden vertaald door de bril van angst dat ik niet meer zal zijn wie ik denk te zijn. Ik zal mij moeten overgeven gaat er door mij heen, of ik vecht en schiet dus in dezelfde zelfverzekerdheid als de ander. Maar uit dit niet, verwerk dit vanbinnen en sta op knappen. Alle volgende momenten zijn doordrenkt van deze ervaring die zich al meerdere malen heeft afgespeeld, de ander zet de hakken in het zand en ik zet de hakken in het zand, we zijn elkaars reflectie, waardoor mijn verdere interactie met de ander krampachtig is en gebaseerd in de angst dat de ander mij wil veranderen waardoor ik mijzelf niet meer zal herkennen.

Door de angst is er niets in mij dat met gezond verstand kan zien dat ik dat wat de ander mij spiegelt en aanreikt kan gebruiken om in zelfoprechtheid te kijken naar mijn zelfdefinitie en mijn angst om te verdwijnen als wie ik ben. Gebruiken wat de ander mij aanreikt wil niet zeggen dat de ander mij verteld hoe en wat ik moet gebruiken, nee het is dat wat ik kan zien in mijzelf dat verandert kan en mag worden, om zo mijzelf te verbeteren en niet te verdwijnen. De angst zal mij langzaam doen verdwijnen. Dus ik ben één in de starheid en zelfverzekerdheid als de ander, hoe ik hier verder mee om zal gaan dat zal mijn pad zijn om te lopen, om te zien dat veranderen niet eng is en zelfverzekerdheid mag plaatsmaken voor zelfvertrouwen en zelfintimiteit.

Ik realiseer mij dat ik dat kan gebruiken wat de ander mij aanreikt om mijn puzzel op te lossen, zonder dat mijn puzzel veranderd in die van de ander.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om reacties toe te staan op het gedrag van de ander en de ander als de schuldige te ervaren van wat het in mij los maakt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de ander als de schuldige aan te wijzen voor de angst die ik ervaar in mij in interactie met de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet geconfronteerd wil worden met wat de ander in mij los maakt. Ik stop de angst die loskomt door het gedrag van de ander, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om dat wat de ander in mij losmaakt te onderzoeken en te zien wat het werkelijk is dat mij raakt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het ‘willen vasthouden aan’ van de ander niet te willen zien als een karaktertrek van mijzelf en dit te ervaren als een aanval op mij als persoonlijkheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van aangevallen voelen door de ander die gelijk gedrag vertoont, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet geconfronteerd wil worden met een karaktertrek die ik niet echt waardeer in mijzelf maar ook zie als overlevingsgereedschap om te blijven wie ik denk dat ik ben. Ik stop de drang om de gedachten over mijzelf en wie ik ben in stand te houden, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te onderzoeken wat het precies is dat ik niet wil loslaten van mijzelf dat ik bereid ben hiervoor te vechten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verwarring te ervaren als ik denk dat mijn persoonlijkheid die alles weet en zelfverzekerd is wordt afgenomen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om geen zelfvertrouwen meer te hebben, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik in polariteiten denk, waardoor ik dus onzeker zal worden als mijn zelfverzekerdheid wordt weggenomen. Ik stop het denken in polariteiten, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat ik ook besta zonder onzekerheid en zelfverzekerdheid die beiden vanuit polariteit gevoed zijn en die om te beginnen geen echt zelfvertrouwen in mij teweegbrengt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in inferioriteit te schieten en te twijfelen aan mijzelf, waardoor de zelfverzekerdheid die ik dacht te bezitten geen echt zelfvertrouwen kon zijn.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van zelftwijfel, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik aan mijzelf twijfel omdat ik diep van binnen weet dat mijn zelfvertrouwen gebaseerd is op gedachten/opinies over wie ik denk te zijn. Ik stop de de twijfel en zoek de stabiliteit in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet aan mijzelf te twijfelen maar in mijzelf te geloven dat zelfvertrouwen vanuit eenheid en gelijkheid met de ander mogelijk is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de superioriteit te schieten om mijn persoonlijkheid als zelfverzekerd veilig te stellen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon waarbij ik inferioriteit ervaar en superioriteit gebruik om dat wat ik denk dat stukgemaakt wordt te beschermen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de enige ben die iets kan stukmaken of kan toestaan dat iets in mij wordt stukgemaakt door starheid en gebrek aan wil om te veranderen. Ik stop de polariteit in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de ander niet als de vijand te beschouwen maar als de aangever die mij kan doen inzien dat ik de vijand kan zijn van mijzelf als ik mijzelf als gedachten en opinies niet stop.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben over wie ik denk te zijn en of ik dat ook daadwerkelijk ben aangezien mij dat nu veiligheid en bescherming lijkt te bieden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om te ontdekken wie ik echt ben of wie ik echt kan zijn, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben van een spookbeeld in mijn ‘geest’ zonder dit ooit in de werkelijkheid te testen. Ik stop de angst, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien wie ik ben als ik mijn ideeën over mijzelf en aangemeten persoonlijkheden los laat. In het ergste geval beval het mij niet wat ik zie, dan bestaat er altijd nog de kans om mijzelf te corrigeren in het belang van een ieder.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in verwarring te zijn over wat ik bij de ander zag en hetzelfde van binnen bij mijzelf voelde.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet de reflectie van mijzelf te willen zien in de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de reflectie als bedreigend ervoer als zijnde mijn ‘geest’ en de bedenker van mijn zelfverzekerde persoonlijkheid. Ik stop de angst voor de ander die een deel van mij reflecteerd, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet weg te schrikken van de reflectie momenten van de ander naar mij, maar het tot mij te nemen en te zien wat ik er mee kan, wat het mij zegt zonder reacties een oordelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de angst voor de ander die mij kan veranderen als een reële daad van de ander te ervaren en niet te zien dat ik bang ben voor mijzelf, voor de verandering in mijzelf die ik, alleen ik kan teweegbrengen en stoppen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst van mijn ‘geest’ uit dat ik mijzelf zal veranderen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik als ik de ‘geest’ geloof nooit zal veranderen zonder de ‘geest’ van dienst te zijn. Ik stop de angst voor mijzelf door de ogen van mijn ‘geest’, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te realiseren dat mijn ‘geest’ geen boodschap heeft aan veranderen in het belang van een ieder en alle gedachten zal aanwenden om mij te doen geloven dat het beter is om te gehoorzamen aan de ‘geest’ dan aan mijzelf trouw te blijven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de ander als de boodschapper van mijn eigen bericht te beschuldigen als aanvaller.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de boodschapper te willen aanvallen en het bericht niet willen accepteren, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat de boodschapper slechts de boodschapper is en dat ik heftige reacties op de boodschap heb en niet op de boodschapper. Ik stop de angst en boosheid jegens de boodschapper, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in het vervolg te kijken wat de boodschapper te zeggen heeft en mijn reacties op de boodschap in het juiste perspectief te zetten zodat ik ermee kan werken en zien of ik het op dit moment in mijn proces kan aannemen of nog moeten laten liggen als iets dat ik later opnieuw bekijk.

Dag 365 van 2555: van wie moet ik blijdschap ervaren?

Dag 365 van 2555: van wie moet ik blijdschap ervaren?In een eerdere blog post schreef ik over mijn zoon die een teek had opgelopen op een schoolintroductiekamp in de Ardennen. De teek was besmet met Lyme waardoor mijn zoon geïnfecteerd raakte. Inmiddels is er met behulp van electro-acupunctuur en bioresonantie een behandelplan opgesteld en uitgevoerd en was het nu zover dat we opnieuw zouden meten in wat voor fysieke fase hij momenteel is aanbelandt. De uitslag was een mooie uitslag, aangezien er geen spoor van de Lyme meer te meten was in zijn lichaam.

Op de terugweg naar huis realiseerde ik mij dat ik mijzelf niet zozeer blij of gelukkig voelde, terwijl dit toch enorm goed nieuws was wat wij gekregen hadden. Een zekere mate van opluchting was er wel. Maar het viel mij op dat het mij verbaasde dat ik mij niet enorm gelukkig voelde. Ik had dus verwacht dat ik mij in zo’n moment waanzinnig gelukkig zou voelen, maar in plaats daarvan ervoer ik een soort van zwarte wolk. Ik verwachtte dat het goede nieuws zomaar zou kunnen omslaan in slecht nieuws, dat er toch nog ergens iets in het lichaam verstopt zou zitten en later roet in het eten zou gooien. Ik vertrouwde het goede nieuws niet, omdat ik bang was dat het vertrouwen om zou slaan naar een teleurstelling.

Ik had mij nu eenmaal ingesteld op een doemscenario, te weten een tweede kind met Lyme, en nu werd mij gevraagd om het leven weer rooskleurig in te zien. Ik ervoer een soort van drempel in mij om die switch naar verandering te maken. In zekere zin voelde ik mij nu comfortabel binnen het doemscenario en wilde ik daar niet uit om geluk en vooruitgang te omarmen, los van het feit dat het laatste scenario mij meer perspectief zou bieden.

Doordat ik dit zag afspelen binnenin mij, die angst om blijdschap te ervaren, onderzocht ik waarom ik dacht dat ik uitbundig gelukkig zou moeten zijn op zo’n moment. Wie dicteert mij dat ik mij zo zou ervaren in zo’n situatie? Het antwoord is uiteindelijk dat ik het ben die mij dat dicteert, hoe dat zo gekomen is, dat is een ander verhaal. Blijdschap, geluk, opgewektheid, vreugde zijn gevoelens die wij als kind leren door anderen dit te zien ervaren, totdat wij zelf dit woord koppelen aan een ervaring die we hebben.

Wanneer ik als kind een mooi cadeau kreeg dan ervoer ik blijdschap, ik was blij met het cadeau, dus ik geloofde/nam aan dat dit blijdschap was. Wat ik als kind niet zag is dat ik wellicht gedachten had tijdens het uitpakken van het cadeau die mijn angst aanwakkerden dat het wellicht een cadeau kon zijn wat ik niet wilde hebben. Ik was dus zonder dit te snappen of bewust toe te passen mijn werkelijkheid aan het polariseren. Die blijdschap kon niet bestaan als de angst voor teleurstelling er niet was.

Nu weer even terug naar mijn afwezige blijdschap. Ik ervoer de blijdschap niet omdat ik uit veiligheid de negatieve pool van de polariteit koos om zo niet nog meer teleurstelling te hoeven meemaken. Want blijdschap zou betekenen dat ik zou hebben gekregen wat ik wilde hebben, maar ik vertrouwde mijn fysieke werkelijkheid als mijzelf niet om dit te kunnen aanvaarden. Dus nog altijd zat ik opgesloten in een gepolariseerde werkelijkheid waarbij ik blijdschap, geluk, vreugde en opgewektheid niet juist gedefinieerd had ten aanzien van de juiste ervaring. Ik dacht dat ik bij zo’n soort ervaring blijdschap moest ervaren, omdat ik zo ben gevormd tijdens mijn leven. Films, reclame en andere mensen lieten mij dit keer op keer zien dat dit het juiste gevoel is dat bij zo’n ervaring hoort. Dus dwong ik dit gevoel aan mij op als zijnde correct, terwijl ik in dat moment veel meer andere emoties ervoer die de blijdschap compleet overschaduwden.

De mate van opgelucht zijn, die ik ervoer, was een fysieke ervaring die ik in mijn lichaam waarnam, de andere emoties en gevoelens die speelden zich in mijn ‘geest’ af. Er viel een soort van zwaarzijn van mijn schouders af, ik was lichter door het wegvallen van een zorg minder. Echter dit werd niet bevestigt door mijn ‘geest’ waardoor er een frictie of disharmonie plaatsvond tussen ‘geest’ en fysiek lichaam wat ik verstandelijk (lees: niet geleefde informatie en kennis) labelde als niet ‘normaal’. “Ik ben niet normaal dat ik nu geen overwegende grote blijdschap ervaar.” Had ik dit niet onderzocht en niet gestopt dan was dit een aanleiding geweest tot meer denkpatronen en persoonlijkheden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet ‘hier’ te zijn met de situatie en dus de situatie niet te ervaren zoals hij zich voordoet binnen mijn fysieke werkelijkheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een situatie door de ogen van mijn ‘geest’ beoordelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik op deze wijze ver van de werkelijkheid af kom te staan en niet diegene kan zijn wie ik echt ben in dat moment. Ik stop de beoordeling door de ‘geest’, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn fysieke lichaam als indicator te gebruiken om te zien hoe ik werkelijk in een moment in een situatie sta en mij niet te laten leiden door de ‘geest’.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn werkelijkheid/definitie van het woord blijdschap als de enige werkelijkheid aan te nemen zonder te onderzoeken of dit klopt binnen mijn fysieke werkelijkheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een gekleurde definitie van een woord te leven, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik ruimte open kan laten voor onderzoek om te zien of ik nog steeds op het juiste spoor zit. Ik stop de gekleurde definitie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om wanneer ik frictie ervaar tussen mijn betekenis van een woord en mijn fysieke werkelijkheid, dit te onderzoeken en aan te passen daar waar nodig.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verwachtingen te hebben over mijn manier van reageren op bepaalde situaties.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van op voorhand denken te weten hoe ik hoor te reageren in elke situatie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn leven op deze manier maak tot een filmscript en er geen ruimte voor verandering/afwijking meer mogelijk is. Ik stop de aannames, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om elke situatie als een nieuwe situatie te zien waarin ik diegene ben die ik kan zijn gerelateerd aan waar ik in mijn leven/proces ben qua gewaarzijn/bewustzijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om schaamte te ervaren bij geen blijdschap terwijl ik dat wel had verwacht.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van schaamte ten opzichte van mijzelf door niet te voldoen aan mijn eigen verwachtingen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik verwachtingen heb die niet geheel van mijzelf zijn en vervolgens als ik er niet aan voldoe mij schaam voor de buitenwereld dat ik niet voldoe aan wat ik denk dat van mij verwacht wordt. Ik stop de schaamte, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet meer te schamen als een bestraffing voor het niet maatschappelijk aangepast reageren op een situatie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat het doemscenario bewaarheid wordt ook al wijst de fysieke werkelijkheid het tegendeel uit.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf geen geluk gunnen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik geen vertrouwen heb in mijzelf en mijn toekomst wanneer ik terugkijk naar het verleden. Ik stop de zelfsabotage, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het verleden te corrigeren om zo de toekomst te kunnen sturen los van emoties/gevoelens/herinneringen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet meer in geluk te geloven voor mijzelf, door alle ervaringen die dit bevestigen over een nieuwe situatie heen te leggen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van herinneringen gebruiken als blauwdruk voor mijn heden en toekomst, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn verleden herleef en zo niet kan komen tot verandering. Ik stop het gebruik van de blauwdruk, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om elke situatie als een unieke situatie te beoordelen en de informatie en kennis die ik geleefd heb te gebruiken, los van emoties/gevoelens, om beslissingen te maken in het heden en voor mijn toekomst die in het belang van een ieder zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een drempel te ervaren in het moment waarin ik verandering kon/mocht omarmen van mijzelf.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van in mijn comfortzone blijven hangen of die nu positief of negatief gelabeld kan worden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik moeite met verandering heb wanneer ik denk dat ik veilig ben op de plek waar ik zit. Ik stop het verblijven in mijn comfrotzone , en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te realiseren dat ik binnen mijn leven vaak genoeg uit mijn comfortzone stap, dit zou dus voor al mijn comfortzones moeten gelden en niet de ene wel en de andere niet, gebaseerd op emoties/gevoelens.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn wereld te polariseren en daardoor fricties te ervaren op punten waar dat niet zou hoeven te gebeuren.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van polariseren omwille van de frictie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik dit doe vanuit de ‘geest’ om zo energetisch een situatie te laden en niet meer te zien waar het nu eigenlijk om draait en zo dus niet te handelen in het belang van een ieder. Ik stop de polariteiten, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet mee te gaan met de polariserende aard van mijn ‘geest’ maar mijzelf aan te sturen op basis van wat ‘hier’ is.

Herdefinitie van blijdschap: het omarmen/aanvaarden van mijzelf, een ander als mijzelf of een situatie in gewaarzijn van alles dat er is.

Dag 364 van 2555: computersystemen als de reflectie van mijn eigen beperkingen

DIP Lite cursusDeze post is een vervolg op de vorige post “een systeem test”. Waar ik in mijn vorige post vertelde over 3 gebeurtenissen op één dag waarbij ik tegen het ‘systeem’ aanliep, zal ik dat in deze post verder uitdiepen.

Het ‘systeem’ waar ik het over had, zijn de door mensenhanden gemaakte computersystemen, die net als de mens een reflectie van onze beperkingen zijn. En het zijn deze beperkingen waar ik zo keihard tegenop bots. Ik wil niet in dat hokje geduwd worden van beperking, terwijl ik mijzelf voortdurend in hokjes van beperking stop. Toch als dat van buitenaf wordt gedaan dan ontstaat er meer frictie/wrevel en ervaar ik het als tegenwerking.

In het eerste voorbeeld had mijn dochter in het computersysteem van het CBR een verkeerd hokje aangeklikt en tegen de tijd dat zij dit door had en het wilde veranderen ging dat niet meer. Het computersysteem en de mensen erachter wisten hier geen raad mee, er is geen protocol voor wat te doen bij het verkeerd invullen. Er werd iets bedacht en ons werd gevraagd om het op te lossen door op een uitgeprinte versie het verkeerde hokje door te kruisen, het juiste hokje aan te kruisen en een paraaf erbij te zetten, plus een verklaring van de huisarts dat het verkeerd aangekruiste ziektebeeld ook daadwerkelijk niet aan de hand was, dus geen psychiatrische behandeling/beroerte/aandoening aan het zenuwstelsel. De huisarts schreef vervolgens in deze verklaring dat er wel sprake van kortdurende psychologische interventie was geweest, wat een volgende aanvaring in het computersysteem en de mensen van het CBR opleverde. De huisarts had moeten verklaren dat er geen sprake is van een psychiatrische behandeling/beroerte/aandoening aan het zenuwstelsel, door iets nieuws in te brengen raakte het computersysteem opnieuw van de rel en produceerde een nieuwe brief die vroeg om uitleg van de huisarts. De huisarts moest nu verklaren in welke periode dit had plaatsgevonden, wat de diagnose en prognose was en wat de huidige medicatie en dosering is. Uit deze vragen kon ik opmaken dat het computersysteem nog steeds op de psychiatrische behandeling was blijven steken en de verklaring van de huisarts geen verandering had gebracht. Waarom had de huisarts dit ingevuld, omdat zij in alle eerlijkheid de verklaring wilde invullen. Maar het ging hier niet over eerlijkheid, het ging hier over een aantal gerichte vragen die voor het CBR duidelijkheid moeten geven of de aanvrager van een rijbewijs fysiek/geestelijk in staat is om auto te rijden. De huisarts heeft vervolgens de vragen van het CBR beantwoord en nogmaals geschreven dat het gaat om een psychologische behandeling.

Dit zijn dus de beperkingen van een computersysteem en de mensen erachter waar ik opgewonden over kan raken. Het computersysteem kent geen gevoelens en emoties, het is simpelweg een hokje invullen met bijvoorbeeld ja of nee. Het computersysteem is per definitie beperkt omdat het nooit alle dimensies in ogenschouw neemt of kan nemen. De verwarring ontstaat als er buiten het computersysteem om naar een oplossing wordt gezocht waar geen protocol voor is en de verkeerde triggers door verschillende mensen in het systeem worden gestopt. Dan ontstaat er chaos terwijl ik de gehele tijdslijn zie waarop dit ontstond, maar ik kon het niet stoppen of veranderen, ik was afhankelijk van anderen met emoties en gevoelens. En wow daar zit de frustratie, ik wil het tij keren, omdat ik zie dat het allemaal niet zo ingewikkeld is, maar het lukt mij niet omdat ik niet de enige deelnemer ben in dit verhaal.

In het tweede voorbeeld loop ik stuk op het feit dat de belastingdienst mijn zakelijke bankrekeningnummer wel in het computersysteem heeft staan, maar het systeem signalen afgeeft wanneer er sprake is van teruggave omzetbelasting dat er geen bankrekeningnummer aanwezig is. Dit is doormiddel van de juiste formulieren en telefoongesprekken recht gezet, maar elke keer als er geld uitgekeerd moet worden dan blijkt het systeem mijn bankrekeningnummer opnieuw niet te kennen. Dus werd mij voor de derde keer gevraagd om een formulier in te sturen omdat het laatste formulier een blanco hokje zou hebben waar ik voor de tweede maal mijn fiscaalnummer had moeten invullen. Aangezien ik dit formulier niet had ingescand kon ik dit niet nakijken, dus die les heb ik geleerd. Inmiddels wil men mijn teruggave omzetbelasting doen en heeft ook de laatste poging nog niets opgeleverd. Hier wordt ik best moedeloos van, ik zie dan al voor mij dat ik dit nog minstens 20 keer moet doen totdat iemand zegt, “oh maar we hadden een instelling in het systeem fout gezet”. Dat is wat ik vermoed dat er een kink in het systeem is wat maakt dat het systeem zegt mijn bankrekeningnummer niet te hebben, terwijl bij navraag het tot op heden wel aanwezig is.

In het derde voorbeeld probeerde ik behulpzaam te zijn door de krant te melden dat zij aan mij advertentie rekeningen stuurden die voor een ander bedrijf bedoeld waren. Ook hier had het computersysteem beperkingen en kon niet het juiste adres van de klant ingevoerd worden dat nu aan mijn zakelijke adres vastzat, terwijl ik geen klant van hen ben. De enige oplossing die het computersysteem had was een creditnota aan mij uit te sturen. En daar kreeg ik er ook nog eens twee van thuis gestuurd. Op dat punt had ik spijt dat ik überhaupt gebeld had en iets probeerde recht te breien wat geen directe gevolgen voor mij had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het computersysteem te beoordelen als beperkend waardoor mij niets valt te verwijten.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van veroordelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik binnen dit veroordelen iets trigger in mijzelf dat ik niet wil zien. Ik stop de veroordeling, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien dat ik mij verwijder van wat er gebeurd met mijzelf tijdens het veroordelen en ik niet wil zien dat ook ik een aandeel heb in de reactie die het in mij teweeg brengt. Als ik het woord veroordeling opsplits dan krijg ik ver-oor-deling, waarbij ver en oor verwijzen naar het niet willen zien/horen van wat er eigenlijk gaande van binnen en deling verwijst naar het feit dat het gaat om gedeelde smart waar ik een aandeel heb tezamen met het veroordeelde, in het tot stand brengen van deze reactie in mij.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de reactie die ik heb tijdens het veroordelen van het computersysteem wegdruk en dus liever de aandacht van mijzelf afleid en het computersysteem als de schuldige aanwijs die mij op de kast jaagt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de aandacht van mijzelf afleiden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik naar een zondebok zoek voor mijn energetische reactie. Ik stop het afleiden en onderzoek wat er gaande is in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet direct het computersysteem de schuld te geven voor de emoties die ik ervaar terwijl de boel in de soep loopt, maar mijn zelfverantwoordelijkheid te nemen voor dat wat ik zelf ingang zet.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de mensen die het computersysteem vertegenwoordigen en mij te woord staan als een blok aan het been te ervaren die niet constructief willen meedenken met mijn probleem.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van anderen beschuldigen van tegenwerking, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik iets vraag van de ander wat volgens protocollen en de computersystemen ik niet van hen kan verlangen. Ik stop het beschuldigen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om onderscheid te maken tussen mensen die moedwillig mij tegenwerken en mensen die omwille van beperkte computersystemen niet mee kunnen werken en dus niet in die positie verkeren om het verschil te kunnen maken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de kwaliteit van mijn communicatie met de mensen van het computersysteem af te laten hangen van mijn reactieve staat.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet kunnen communiceren in zelfoprechtheid door reactief gedrag, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de beperkingen die ik ervaar niet verminder, maar mijzelf juist beperk in mijn communicatie naar de ander toe. Ik stop de beperking, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat reactief gedrag geen handelen of communiceren in zelfoprechtheid oplevert en ik mijzelf dus beperk en saboteer, waardoor er geen oplossingen gevonden kunnen worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frustratie te ervaren in samenhang met de situatie en dit te ervaren als in de situatie gezogen worden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van frustratie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik oploop tegen de grenzen van wat ik kan doen en ervaar mijzelf zo als beperkt. Ik stop de frustratie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in plaats van het omarmen van frustratie, wanneer ik tegen mijn eigen muur en die van het computersysteem aanloop, mijn ademhaling te omarmen en te gebruiken om hier te blijven en te kunnen zien waar de blokkade in mij en het computersysteem zit, om zo naar oplossingen te kunnen zoeken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf als gescheiden van het computersysteem te zien terwijl ik in het computersysteem vertegenwoordigt ben.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van afscheiding van het geheel, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik liever wil kunnen zeggen dat ik er geen deel van uitmaak en dus ook niet deel van het probleem ben. Ik stop het afscheiden van mijzelf van het geheel, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf als deel van het geheel te beschouwen en dus elke keer wanneer ik een ervaring heb waarbij ik mij niet één met geheel voel ik in mijzelf moet kijken waar ik mijn zelfverantwoordelijkheid niet wil nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om behulpzaamheid op te voeren als deugd en dus niet met een kluitje in het riet gestuurd mag worden.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mij superieur aan de ander/computersysteem te ervaren door mijn behulpzaamheid, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik door mijn frustratie mij eigenlijk klein en hulpeloos voel ten opzichte van de ander/het computersysteem waar geen beweging in lijkt te komen, zodat ik als tegenreactie op deze ervaring in mijzelf, mij superieur gedrag en denkpatronen aanmeet. Ik stop de superioriteit en dus de polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten verleiden om met reactief gedrag op mijn eigen reactief gedrag te reageren en zo voor de ander/het computersysteem het alleen maar moeilijker maak om tot oplossingen te komen.

Dag 363 van 2555: een systeem test

DIP Lite cursusHet systeem en ik zijn voor het overgrote deel van mijn leven geen vrienden geweest. De laatste jaren probeer ik tot verzoening over te gaan en de strijdbijl neer te leggen, aangezien vechten geen duurzame oplossing is. Zo nu en dan wordt mijn geduld dan ook danig op de proef gesteld en zo ook recentelijk. Het waren 3 testen van het systeem op één dag, waarbij ik bij de eerste dacht dat ik mijzelf er totaal in zou verliezen ging het bij de tweede en derde keer al beter.

Test 1:

Mijn dochter had bij het invullen van een eigen verklaring, voor de aanvraag van haar praktijk examen autorijden, per ongeluk het verkeerde hokje digitaal aangekruist. Toen ze dit zag, kon er niets meer worden veranderd. We hebben het CBR gebeld en gevraagd wat de procedure is. Eigenlijk is er geen procedure, je moet nu bewijzen dat wat je hebt aangekruist niet waar is. Dus onze huisarts moest op schrift zetten dat mijn dochter geen psychiatrische behandeling heeft of had, geen beroerte heeft gehad of een aandoening aan het zenuwstelsel.

Niet zo’n moeilijke vraag voor een huisarts die in het dossier kan zien dat dit niet het geval is, dacht ik nog. Ik belde de assistente en zij zou het de huisarts vragen en mij terug bellen. Even later meldde zij mij dat de huisarts geen fysieke onderzoeken doet voor het rijexamen. Ik dacht heel even dat ik wellicht een andere taal tegen de assistente had gesproken, want ik had zeer duidelijk niet gevraagd om een fysiek onderzoek maar om een paar regels tekst. Ze stelde voor om het hele dossier van mijn dochter te kopiëren en naar het CBR te sturen. Hoezo recht op privacy? Ik liet haar weten dat we geen volledig dossier naar een organisatie gingen sturen en dat het CBR daar niet op zit te wachten, ze willen alleen horen of er inderdaad geen sprake van deze aandoeningen is. Oh zei de assistente dan weet ik het ook niet, dan moet u maar een afspraak met de huisarts maken. Ik was inmiddels niet meer kalm, lette op mijnademhaling. Twee dagen later konden ik langs komen en samen met mijn partner besloten we dat hij dit bezoekje ging doen. De huisarts is van Afghaanse afkomst en ik heb het idee dat hij niet zo van mondige vrouwen gediend is, dus namen we plan B en zetten we mijn partner in.

Mijn partner heeft geen huisarts gezien en werd door de assistente geholpen. Deze schreef een paar regels, na wat heen en weer gediscussieer waarin zij stelde dat er wel een reden zou zijn waarom mijn dochter dat ene hokje had aangekruist. Het moest volgens haar dus heel eerlijk ingevuld worden. Mijn partner was uiteindelijk blij dat er wat op papier werd gezet en kwam opgelucht thuis. Ik las de verklaring waar stond dat mijn dochter kortstondige psychiatrische hulp had genoten, maar dat alles nu weer okay was. Ik was absoluut niet meer kalm. Mijn dochter had kortstondige psychologische hulp gehad binnen een revalidatie traject, maar daar vraagt het CBR niet naar. Ik was boos dat de assistente het verschil niet maakte tussen psychiatrische hulp en psychologische hulp en niet besefte wat voor gevolgen dit soort dingen kunnen hebben als zulke foute informatie bij organisaties terecht komt. Ik vroeg mijn partner om terug te gaan en het haar te laten veranderen. Het enige dat er geschreven moest worden was: X heeft nooit psychiatrische hulp gehad, nog een beroerte of een aandoening aan het zenuwstelsel. Mijn partner ging duidelijk met tegenzin terug, maar zag ook in dat dit onacceptabel was.

Ondertussen had ik echt spijt dat ik mijn partner had laten gaan. Het gaf een ervaring dat ik mijn zelfverantwoordelijkheid niet had genomen aangezien ik altijd alles regel omtrent onze kinderen en nu bang was dat er moeilijkheden gingen komen aangezien mijn huisarts weinig tot geen vragen van mij honoreert. Bij terugkomst liet mijn partner zien dat de assistente psychiatrisch had veranderd in psychologisch en verder alles had laten staan, wat nutteloos was, omdat het CBR dat niet wilde weten. Mijn man zuchtte en vertelde dat het verhaal van alles moet eerlijk gedaan worden niet uit het hoofd van deze vrouw te krijgen was en dit het beste was wat we konden krijgen. Ik was voor de zoveelste keer teleurgesteld in mijn huisarts en zijn personeel en snap niet waarom alles altijd zo moeilijk gemaakt moet worden. De vraag was zo simpel en inmiddels waren we twee telefoongesprekken en twee consulten verder met een resultaat dat niet voldeed aan de hulpvraag. Ik moest echt mijn best doen om de teleurstelling niet de overhand te laten nemen. Ik kalmeerde mijzelf met mijn ademhaling alvorens de post door de brievenbus kwam.

Test 2:

Een brief van de belastingdienst waarin zij mededeelden dat zij mijn zakelijke bankrekeningnummer niet hebben en dus de teruggave omzetbelasting niet kunnen terugbetalen. Dit is niet de eerste brief die ik hierover heb gekregen en telkens heb ik, hetzij schriftelijk of telefonisch, mijn bankrekeningnummer doorgegeven en telkens bleek dat zij het nummer toch al hadden.

Ondertussen gaan er maanden voorbij van steeds weer bellen of brieven sturen en komt er geen teruggave. Ik besloot meteen de belastingdienst te bellen en na hele verhalen te hebben verteld, waarbij de man niet begreep dat dit de vierde keer was dat ik het rekeningnummer meldde en de vierde keer dat ze het wel hebben maar niets overmaken. Uiteindelijk moest ik maar een bepaald formulier invullen waar ik allerhande officiële documenten en formulieren voor zou moeten aanschaffen om een bankrekeningnummer te melden wat al bekend is. Ik weigerde om te betalen voor mijn teruggave, inmiddels was ik ook nu niet heel kalm meer. Waarom moet ik een bankrekeningnummer blijven toesturen terwijl ze deze al hebben? Hoe kom ik hier doorheen was mijn vraag en die stelde ik ook. De meneer wist het ook niet meer en ik werd doorverbonden naar een andere afdeling.

Uiteindelijk bleek dat de belastingdienst soms denkt met mijn opgeheven eerste bedrijf van doen te hebben en dan weer met mijn nieuwe bedrijf. En toen kwam het euvel naar boven, ik zou op een formulier mijn fiscaalnummer niet hebben ingevuld. Had ik systematisch op alle drie eerdere formulieren mijn fiscaalnummer ook niet geschreven? Het leek er meer op dat er maar wat gezocht werd om mij uiteindelijk opnieuw een formulier te laten opsturen. Gelukkig was dit een formulier waar de kosten alleen opliepen tot een postzegel. De mevrouw zei nog dat zij wel zag dat alles in orde was, maar zij mocht geen vakje voor mij gaan invullen, dat mag niet van het systeem. Ik haalde diep adem en besloot het formulier te downloaden en het hele proces maar weer opnieuw te lopen, het heeft geen zin om mij te verzetten, ik zal het moeten lopen volgens de spelregels van het systeem.

Test 3:

Naast de brief van de belastingdienst kwam er ook een brief van een plaatselijke krant. Die brief kende ik wel daar hadden we er al 3 van gehad. En al twee keer over gebeld. Het ging om het plaatsen van een zakelijke advertentie, niet die van ons. Het adres op de factuur klopte maar de bedrijfsnaam niet. Waarschijnlijk was deze opdracht tot het plaatsen van een grote advertentie, van het bedrijf wiens naam bij ons zakelijke adres stond op de brief. Mijn partner had tot nu toe gebeld, maar het leek niet te helpen, dus ik besloot te bellen, nu ik toch al twee ontmoetingen met het systeem had gehad.

Ik belde de krant en meldde hen dat deze facturen op deze manier niet betaald gingen worden en dat ze beter het andere bedrijf even konden bellen om het juiste adres te vragen. De dame aan de andere kant had er duidelijk geen zin in en zei dat ze wel een creditnota zou sturen. Waarop ik haar vroeg geen brieven meer te sturen naar mijn adres. De dame zei, dat is het enige wat mogelijk is binnen het SYSTEEM. Ik zuchtte, het systeem, het systeem… Inmiddels heb ik twee creditnota’s ontvangen en het adres is nog steeds niet veranderd. De brieven gaan nu linea recta in het oud papier. Deze keer ging de ontmoeting met het systeem mij beter af, wat waarschijnlijk ook kwam omdat hier niets voor mij vanaf hing. Ik probeerde het bedrijf op iets te wijzen, zodat ze hun geld konden krijgen voor die advertentie, maar het leek er haast op of dat ondergeschikt was geraakt aan wat het SYSTEEM daar doet en wil.

Inmijn volgende blog volgen de zelfvergevingen en correcties om te komen tot oplossingen binnen mijn werkelijkheid.