Dag 328 van 2555: op gesprek – deel 5 – zelfvergeving en zelfcorrectie

ego-mirrorDeze blog is een vervolg op de vorige blogs, het lezen van de vorige blogs biedt context voor deze blog.

Voor nu is dit de laatste blog in deze serie en zal deze blog gaan over het afraden van de revalidatie arts om naar op aan raden van de orthopeed naar de reumatoloog te gaan om de diagnose fibromyalgie nog eens onder de loep te nemen. En het schuldgevoel dat de arts ons probeerde aan te praten voor het gaan naar een andere reumatoloog, als een second opinion, op de diagnose die al gesteld is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij gekleineerd te voelen wanneer mij op een snauwerige manier wordt gevraagd of ik een second opinion wil halen bij een andere reumatoloog, en of dit is omdat ik een andere diagnose wil.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de geïrriteerdheid van de ander en de onvrede van de ander persoonlijk te nemen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mij als ego aangevallen voel en voel het bewaken van en controle over de realiteit van de ander als een aanval op mijn realiteit. Ik stop het persoonlijk nemen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om wanneer de irritatie bij de ander zeer goed voelbaar is, dat niet over te nemen en eigen te maken alsof ik zelf iets ‘fout’ heb gedaan, en te verwachten dat de ander mij nu vanuit die irritatie wil pootje haken. Ik ga dus de verbintenis met mijzelf aan om te kijken naar de situatie en te zien/realiseren/begrijpen wat de ander te ‘verliezen’ denkt te hebben en bezie vanuit daar of dit in conflict is met wat het beste voor ons beiden is en dus of de ander een wezenlijke bedreiging is binnen mijn fysieke realiteit en ik daar iets mee moet doen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij beledigt te voelen wanneer de arts vraagt of ik een andere diagnose voor mijn dochter voor elkaar wil krijgen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn ego gekrenkt te voelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik vind dat ik recht heb op een gedegen onderzoek al betekent dat een second opinion en vrees dus dat de ander mij daaruit gaat praten waardoor ik mij verplicht voel dit plan te laten varen. Ik stop de angst dat de ander mij kan voorschrijven wat ik moet doen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet aan mijzelf te twijfelen of ik wel kan ‘staan’ als de ouder die alleen door gedegen onderzoek van artsen zich neerlegt bij wat de uitkomsten zijn en niet twijfel of ik andere onderzoeken wel mag aanslingeren, omdat ik zie dat de artsen niet volledig zijn door zich niet volledig te baseren op fysiek onderzoek maar ideeën van collega’s en door opleiding aangeleerde ideeën in de weg laten staan van wat ze daadwerkelijk gepresenteerd krijgen. Dus verbind ik mij om te blijven zoeken naar de arts die wel naar alle aspecten kijkt, en dit niet voor mijzelf af te doen als drammerig en mij niet willen neerleggen bij een diagnose als opinie die ik heb door te kijken door de ogen van de samenleving en de angst om niet geaccepteerd gedrag te vertonen waardoor ik mij aan de zijlijn van de samenleving plaats en elke vorm van hulp wel op mijn buik kan schrijven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om uit een soort van paranoia te vrezen dat deze revalidatie arts mijn bezoek aan de reumatoloog gaat dwarsbomen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van bang te zijn dat de ander de macht heeft mij te dwarsbomen in mijn zoektocht om uit te zoeken wat mijn dochter mankeert, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik twijfel aan mijzelf en daardoor twijfel aan de ander zijn bedoelingen zonder te realiseren dat de ander mijn niet kan ontzeggen om naar een andere reumatoloog te gaan. Ik stop de angst en de twijfel aan mijzelf en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in de ander een vijand te zien en zo mijn wereld op te delen in medestanders en tegenstanders, in plaats van mijn weg te bewandelen die ik moet bewandelen om het best mogelijke voor mijn kind te bereiken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn geen medewerking van artsen te krijgen om uit te zoeken wat er nu precies mis is met mijn kind.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst te hebben dat verdere onderzoeken mij niet worden gegund door eigen belangen van anderen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mij niet bezig hoef te houden en mij niet tegen hoef te laten houden met/door de angsten van anderen. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst en het eigen belang van de ander mij niet eigen te maken door de motivaties die hieruit voortkomen als geldige regels te zien waardoor ik niet meer mag/kan kijken of er iemand is die eens echt goed wil kijken naar mijn dochter haar situatie.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te hopen dat de reumatoloog kan vaststellen of mijn dochter fibromyalgie heeft of dat er wellicht iets anders aan de hand is, aangezien ik steeds meer symptomen zie die dit ziektebeeld niet ondersteunen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een juk te voelen door de diagnose die gesteld is door de eerste reumatoloog die niet lijkt te passen op mijn  dochter haar situatie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat het juk dat ik voel de angst is dat ik niet verder mag zoeken door te denken dat ik toestemming nodig heb van de ander terwijl ik toestemming nodig heb van mijzelf . Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien /realiseren/begrijpen dat ik degene ben die toestemming/erkenning aan mijzelf kan geven dat het niet ‘raar’ of ‘afwijkend’ is dat ik verder zoek voor mijn kind wanneer duidelijk is dat de diagnose die gesteld is niet de lading dekt en wel gebruikt wordt om fysieke pijn en condities te duiden die uiteindelijk van een geheel andere aard blijken te zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bevestiging te willen van wat ik zie in de fysieke toestand van mijn kind.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van bevestiging zoeken buiten mijzelf van iets dat voor mij duidelijk is maar waarvan ik vrees dat ik als ‘gek’ of ‘raar’ zal worden weggezet voor de denkbeelden die ik heb hierover, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben voor de mening van de ander over mijzelf, waardoor ik mijzelf terug laat houden en niet ga voor het zoeken naar antwoorden maar mij laat afleiden door zaken als ‘wat denkt de ander van mij’. Ik stop het kijken door de ogen van de nader naar mijzelf en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet langer door de ogen van de ander naar mijzelf te kijken en mijzelf te beoordelen, maar te vertrouwen in mijzelf te durven zien wanneer ik zuiver handel vanuit een zuiver startpunt en wanneer niet om zo mijzelf te corrigeren wanneer mijn startpunt niet zuiver is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf wel voor het hoofd te kunnen slaan wanneer mijn dochter zegt: “de arts wil ons geen second opinion laten doen, want wanneer blijkt dat ik iets anders heb dan waarmee zij mij hebben aangenomen, als client op basis van vage klachten en een vage diagnose, dan zitten zij verkeerd en kunnen wij hen aanklagen daarvoor”, en ik dus mijzelf niet gerealiseerd heb dat de arts geen second opinion wil uit zelfbehoud.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf ‘dom’ vinden dat ik iets niet (door)zie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik vind dat ik alles dien door te hebben om zo optimaal interactie te kunnen hebben en mij niet te realiseren dat wanneer ik ruis van de ‘geest’ toesta in de vorm van emoties en gevoelens ik niet alles kan (door)zien. Ik stop de ruis en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet naar beneden te halen door mijzelf ‘dom’ te vinden of te noemen, maar te zien/realiseren/begrijpen dat ik niet alles in ogenschouw kan nemen waneer ik een situatie/onderwerp onder de loep neem wanneer ik energetisch reactief ben en handel/denk vanuit energie, dus een keuze moet maken, of een startpunt vanuit energie of een startpunt vanuit wat hier is en zich hier aandient.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het een naar gevoel te vinden dat deze revalidatie arts zover zou gaan om mij een ‘second opinion’ af te raden uit angst dat ik alsnog een aanklacht in zal dienen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mij angstig te voelen over het feit dat anderen tot het uiterste gaan om hun doel te bereiken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik zelf ook tot het uiterste wil gaan om mijn doel te bereiken en mij dus bedreigt voel wanneer deze wegen elkaar kruisen en niet met elkaar in overeenstemming zijn. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat het belang dat ik nastreef niet perse hoeft te stroken met wat de ander nastreeft, maar dat ik alleen kan instaan voor mijn eigen startpunt en dus alleen mijn eigen startpunt kan corrigeren zodat ik blijf handelen vanuit wat het beste is voor allen en eenvoorbeeld kan zijn voor de ander, dus wanneer startpunten niet in overeenstemming zijn met elkaar zal er met elkaar een overeenkomst gemaakt moeten worden om toch beiden verder te kunnen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn kind niet onder behandeling te willen hebben bij een arts die handelt vanuit angst voor haar goede naam, in plaats van een startpunt te hebben waar het welzijn van de patiënt voorop staat, zodat er geen kwesties zijn van goede of slechte naam.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van utopische eisen te stellen aan anderen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet kan eisen van de ander om niet vanuit angst/emoties/gevoelens te handelen binnen hun professie, terwijl ik zelf kan zien/ondervinden hoe een moeilijk proces dat is. Ik stop dat te eisen van anderen wat ik zelf nog niet beheers en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om er naar toe te streven dat ik als een voorbeeld kan staan hoe te handelen vanuit wat in het belang is voor een ieder en niet vanuit angst/emoties/gevoelens en mij niet te focussen op wat de ander nog niet beheerst als een excuus om niet met de ander te maken te hoeven hebben en dus niet met mijn eigen ‘imperfectie’ geconfronteerd te hoeven worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om wanneer iemand snauwerig en neerbuigend tegen mij spreekt, dat persoonlijk te nemen en dat reactieve moment niet te nemen/in te ruilen voor een moment waarin ik de situatie en de persoon goed inschat.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van informatie verkregen door het handelen van de ander niet te gebruiken om de situatie goed in te schatten maar om reactief op in te haken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de informatie die voor mijn neus ligt niet gebruik om de situatie in goede banen te leiden, maar de informatie die voor mijn neus ligt te gebruiken om mij energetisch op te pompen en zo meer olie op het vuur te gooien dan nodig is. Ik stop het misleiden van mijzelf en de ander en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om situaties niet energetisch aan te wakkeren, maar te zien wat hier is, en dat te gebruiken om wat hier is terug te leiden naar een situatie die in het belang van een ieder is en te zien dat er een keuze moment is, maar dat dit een andere keuze is dan de keuze die ik tot op heden heb gemaakt, namelijk is het in het belang van een ieder en niet vanuit een startpunt van ego te denken hoe pak ik de ander terug die mij krenkt.

Advertenties

Dag 249 van 2555; mijn kind heeft reuma

equal money capitalismIk kreeg te horen dat mijn kind een vorm van reuma heeft en dat voelde als een soort van opluchting. Nu klinkt dit wat paradoxaal, want wie is er nu blij met reuma? Maar het is een soort van last die van mij afvalt en een soort van opluchting dat we niet meer verder hoeven te zoeken naar, wat het dan zou kunnen zijn wat haar niet meer normaal dagelijks laat functioneren. We zijn al 2 jaar aan het tobben en terug kijkend waren er al symptomen toen ze eind lagere school was en zelfs ook daarvoor. Het leken allemaal op zichzelf staande zaken die ons toen de puntjes niet met elkaar deden verbinden. Eerst werd hyper-mobiliteit geopperd als hetgeen dat er aan de hand was en dat leek ook wel zo te zijn toen. Waarbij ik moet opmerken dat hyper-mobiliteit ook een vorm van reuma is. Het laatste jaar zijn er vele andere verschijnselen bijgekomen die niet direct in 1 van de 200 reuma hokjes te plaatsen is. De symptomen zijn een allegaartje, maar het is wel een chronische vorm van reuma.

 

Het is raar je zit daar dan in zo’n kantoortje van de reumatoloog en mijn dochter kreeg dit nieuws te horen en ik dacht: eindelijk heeft het een naam. Alhoewel de reumatoloog vertelde dat zij er vooralsnog geen etiket aan gingen hangen, omdat de vraag ‘wat nu’ belangrijker is dan de naam. Ik was het daar niet helemaal mee eens, want de maatschappij denkt wel in hokjes en etiketten, en chronische ziekten die niet altijd zichtbaar zijn kunnen patiënten in lastige pakketten brengen en zorgen voor veel onbegrip. Dus zullen we moeten werken met het woord reuma, voor begrip en medewerking vanuit de maatschappij. Want welke school of werkgever ziet het zitten als je halverwege de ochtend op je werk/school komt of misschien helemaal niet, reuma is een grillige ziekte en zoals ik inmiddels heb ervaren kan het van het ene moment op het andere je dagindeling veranderen.

 

School is fysiek dan ook een hele uitdaging geweest de afgelopen 2 jaar, waarbij we nu op een punt zijn beland dat naar alle waarschijnlijkheid thuis studeren de beste oplossing is. Hoe digitaal een school ook is het is niet geënt op compleet digitaal thuis studeren. Het materiaal is gemaakt op zo’m manier dat klassikale instructies vereist zijn om de stof goed te kunnen begrijpen. Volgende week zullen we met de leerplichtambtenaren hierover een gesprek aangaan, via het ZAT-team waar mijn dochter voor aangemeld is. Ook met reuma wil je uiteindelijk een diploma halen en kijken wat je mogelijkheden verder zijn op de arbeidsmarkt.

 

Mijn dochter zal een intake gesprek met de reuma verpleegkundige hebben volgende week en met die input zal er gekeken worden of zij een revalidatie traject mag gaan lopen. Niet om te revalideren tot een gezond iemand, maar om te leren omgaan met de ziekte die niet weggaat, en zo optimaal mogelijk binnen de beperkingen te kunnen functioneren. Ondanks de opluchting die ik voel is het ook heel wat aan informatie wat er op mijn bordje komt. Ik probeer het ziektebeeld te begrijpen om zo mijn kind het beste te kunnen ondersteunen en geen dingen van haar te verlangen die niet realistisch zijn en tegelijkertijd haar net dat duwtje te geven wanneer zij vastzit in zichzelf en zichzelf meer beperkt dan nodig is. Reuma is een levenslang vonnis voor mijn dochter, maar ook voor ons als gezin betekent dit werken met de beperkingen van reuma. Dus ook ik zal moeten verwerken dat ik een kind met een blijvende chronische ziekte heb.

 

De afgelopen periode ben ik al tegen schuldgevoel aangelopen in verschillende vormen en heb die doorgewerkt met zelfvergeving en correcties, wat nu goed te merken was. Ik zag dat ik niet meer reacties had zoals voorheen. Wel probeerde mijn geest mijn schuldgevoelens aan te wakkeren, maar ik zag wat mijn geest deed en ging er niet in mee. De komende periode zal ik gerust tegen dingen aan gaan lopen die ik zal gaan uitschrijven en delen op deze plek. Vooralsnog laat ik het onderwerp even rusten totdat er weer meer zicht is op wat nu verder en waar ik daarbinnen tegenaan loop.

 

Het woord reuma heeft op zich geen negatieve connotatie voor mij. Ik kende ooit een mede student op de Kunstacademie die reuma in een al ver gevorderd stadium had. Wij vonden haar wel stoer dat ze kunstenaar wilde worden, ondanks haar ziekte. Tegelijkertijd vond ik het niet realistisch om zo’n vak te kiezen, maar ik kon mij niet echt in de schoenen van deze vrouw verplaatsen om te snappen waarom zij die studie aanging. Dus reuma is een neutraal woord voor mij en eigenlijk wil ik dat zo houden, en daarom word dat mijn uitdaging, om er geen positieve nog negatieve emoties/gevoelens aan te koppelen maar het een woord te laten zijn dat een chronische ziekte aanduid.