Dag 227 van 2555; spiegeltje spiegeltje aan de wand van wie is die reflectie aan de andere kant? – deel 3

equal money capitalismNa mijn blog van gisteren met zelfvergevingen zal ik vandaag het probleem tastbaar gaan maken door correctieve zinnen en  verbintenissen te schrijven.

 

 

Wanneer en als ik mijzelf in angst zie gaan om niet meer gezien te worden dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat dit een angst is die zolang ik hem omarm en verwelkom  er een reden is om deze angst niet los te laten, alleen wanneer ik zie dat deze angst bestaat in mijn geest en ik beslis of ik meetel door mijn participatie in de maatschappij, dan kan ik de angst loslaten. Ik stop de participatie in de angst om niet mee te tellen en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst om niet meer mee te tellen om te zetten in fysiek aanwezig te zijn in mijn werkelijkheid en 1 en gelijk te participeren in mijn fysieke werkelijkheid, zodat de angst om niet mee te tellen alleen nog in mijn geest bestaat en niet aan de werkelijkheid getoetst kan worden.

 

Wanneer en a s ik mijzelf vergelijk met een wegwerpartikel dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dan dat ik naar binnen moet kijken om te zien wat ik wil wegwerpen om op deze manier over mijzelf in angst te denken. Ik stop de vergelijking en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat ik als 1en gelijk aan leven geen wegwerpartikel kan zijn. Ik werd gecreëerd uit stof van de aarde en zal weer wederkeren als stof op de aarde, wat mij maakt tot een gerecycled product, een ecologisch verantwoord product dat daarom 1 en gelijk aan haar leefomgeving en al het leven daarin kan staan en altijd van waarde zal zijn als een schakel in de ketting.

 

Wanneer en als ik mijzelf in vertwijfeling zie gaan en denk dat ik het leven misloop dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat ik het leven niet kan mislopen als en gelijk aan het leven. Ik stop dit gevoel van mislopen en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet te laten verleiden door gevoelens van mislopen als een gemiste kans dat het leven doorgaat zonder mij. Ik zie dat dit een angst van mijn ego is om niet alles te hebben wat zijn hartje begeert, terwijl ik als leven het leven niet al te serieus neem en elke adem die ik niet neem niet als een gemiste kans beschouw. Ik ga dus met mijzelf de verbintenis aan om het leven als een serieuze zaak te zien en elke adem te nemen om zo mijn leven in volledigheid en het belang van een ieder te leven en geen angst hoef te hebben om kansen te missen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vergelijken met jongere mensen dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat het niet uitmaakt wat voor leeftijd ik heb of de ander, iedereen doorloopt zijn/haar proces en kiest zijn/haar kansen in het leven door acceptatie en aanvaarding. Ik stop de vergelijking en participeer 1 en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat vergelijken voortkomt uit gebrek aan eigenwaarde/zelfvertrouwen en bang te zijn om kansen te missen zoals een goed consument betaamt.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vrezen dat het leven zal verdergaan zonder mij wanneer ik ouder word dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat ik bepaal of het leven verder gaat zonder mij en of ouderdom/ouder worden het startpunt is om uit de trein van het leven te stappen. Ik stop de angst dat het leven verder gaat zonder mij en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn angst voor het niet eeuwig te blijven doorleven in mijn fysieke hoedanigheid te stoppen en te zien dat mijn bestaan/ wie ik ben niet afhankelijk is van mijn fysieke vorm, zodra een wedergeboorte in het fysieke mij is gelukt zal ik voortbestaan als wie ik werkelijk ben in welke vorm dan ook.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie kijken door de ogen van mijn voorprogrammering en mijzelf als oud beschouw dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat dat oud voelen naar aanleiding van mijn reflectie een gewaarwording van de geest is en niet mijn werkelijke fysieke status quo is. Ik stop het kijken door mijn voorprogrammering en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn voorprogrammering elke keer wanneer ik hem zie te ontmantelen en af te breken om zo achter de sluier va de geest de fysieke werkelijkheid te aanschouwen  en in te participeren.

 

Wanneer en als ik mijzelf niet herken als de reflectie in de spiegel dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dan dat ik niet wil zien wie ik geworden ben als de reflectie van mijn binnenkant. Ik stop de ontkenning van de reflectie van wie ik ben geworden en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te realiseren dat ik niet wil zien wie ik geworden ben door alles wat ik heb geaccepteerd en toegestaan, wat maakt dat ik mij niet kan herkennen in mijn reflectie in de spiegel en pas als binnen en buiten 1 en gelijk is aan het leven dan zal ik de reflectie in welke vorm dan ook kunnen velen en herkennen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie dat ik mijzelf saboteer door niet te zien wat /wie hier is als mijn reflectie dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat ik nu leef als een fantasie van mijzelf en niet met dat wat hier is. Ik stop de zelfsabotage en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet langer als de fantasie van mijzelf te leven, maar te participeren in het leven in elke fase van mijn leven, omdat ik leven ben door elke ademhaling.

 

Wanneer en als ik mij mijzelf zie bevechten om geen verandering te hoeven doormaken dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dan dat door mijzelf als leeftijdsloos te willen zien ik alles zo probeer te behouden als het was en doet de angst voor verandering mij mijzelf bevechten als en gelijk aan het systeem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet langer te bevechten als het systeem en mij te realiseren dat ik angst voor verandering heb en daardoor niet oud wil worden of hier door mijn reflectie aan herinnerd te worden.

 

Wanneer en als ik mijn reflectie zie ontkennen dan stop ik en haal ik adem, Ik realiseer mij dat ik een deel van mijzelf niet wil erkennen en onder ogen wil komen. Ik stop de ontkenning en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om zelfoprecht te zijn en dat wat ik in mijzelf als goed  en in het belang van een ieder acht te behouden en alles dat ik als slecht acht onder ogen te komen.

 

Wanneer en als ik paniek voel bij het zien van mijn reflectie in de spiegel dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dan dat er oneerlijkheid in mij is en dat ik nog delen in mij heb die ik onder ogen moet komen. Ik stop de paniek als de oneerlijk en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de paniek te zien voor wat het is, oneerlijkheid in mijzelf, en het navenant te behandelen.

 

Wanneer en als ik mijzelf teleurgesteld zie zijn in mijn fysieke verouderde lichaam dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat het leven altijd van jong naar oud gaat als  een natuurlijk verloop en dat een teleurstelling een teleurstelling in het leven is oftewel een teleurstelling in wie ik ben of ben geworden. Ik stop de teleurstelling in mijzelf en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet langer teleurgesteld te zijn in het leven 1 en gelijk aan mijzelf, maar de daadkracht van het leven te ervaren en 1 en gelijk te willen participeren aan het leven.

 

Wanneer en als ik mijzelf mijn fysieke lichaam even stop zie zetten dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer dat starheid en stokken van mijn adem en manier van mijn geest zijn om niets te laten veranderen en even de tijd stil te willen zetten. Ik stop dit fysiek stop zetten en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn fysieke lichaam niet te misbruiken voor verlangens van de geest  en dus niet de tijd stil te zetten door fysiek in starheid te gaan en mijn adem te laten stokken.

 

Wanneer en als ik mijzelf opgelaten voel dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dan dat ik mij opgelaten voel over de positie die ik inneem in mijn leven in oneerlijkheid. Ik stop de opgelatenheid en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn positie in het leven niet in oneerlijkheid aan te nemen en mij zodoende ook niet opgelaten te hoeven voelen voor wie ik ben geworden.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie leven op basis van een idee uit mijn geest dat ouderdom betekent niet meer meetellen dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat ik zelfverantwoordelijkheid zal moeten nemen voor mijn leven en dat er zo geen enkele reden is om niet meer mee te doen in welke vorm dan ook, maar dat het de angst voor verandering is die mij aanstuurt. Ik stop het leven als een idee uit de geest en haal diep adem.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het leven adem na adem te nemen en geen angst te hebben als mijn leidraad, zodat ik niet mijzelf zal opgeven en mijn leven zal laten doorlopen in volle bewustzijn, in zelfoprechtheid, wat mij de levenskracht zal geven om door te gaan.

Dag 182 van 2555; het hongerige Afrikaanse kindje in mij

equal money capitalismAl in eerdere blogs heb ik gekeken naar het waarom van mijn slijm ophoesten, wat ik in eerste instantie koppelde aan stof of stofallergie. Na dat te hebben uitgeplozen  leek het niet het enige te zijn en ook niet altijd het meest hevige te zijn. Toen ben ik meer praktisch gaan kijken naar wanneer het voorkwam en in wat voor situaties. Op dat moment kon ik zien dat het mij al meerdere winters was overkomen en steeds in huizen waar de luchtkwaliteit ronduit slecht was. Ook hier in mijn huidige huis ben ik elke dag de woonkamer gaan luchten naast de ventilator die lucht van buiten aanzuigt, ook wanneer het vroor, om zo minder benauwd te zijn van de hoeveelheden slijm die los kwamen. Maar ook dit loste het probleem niet geheel op, wat mij weer terug bracht op het opnieuw bekijken van de conditie. Nu zag ik dat veelal na het eten van iets, ik een kwartier tot half uur erna, benauwd en slijmerig word. Ik kon dat niet goed plaatsen, want het maakt niet uit wat ik eet of hoeveel ik eet. Dus dat zou inhouden dat ik allergisch ben voor eten of reageer op al het eten dat ik tot mij neem, wat mij wat onwaarschijnlijk leek.

 

Dat bracht mij, tezamen met een herinnering voor mijn Desteniiprocess huiswerk, op het punt van ‘wie  en wat ben ik als ik eet?’ Met andere woorden hoe definieer ik mijzelf als ik eet of net dat moment van nog net niet eten maar bijna gaan eten of tijdens het bereiden van het eten. En ik zag dat ik daar emoties aan had gekoppeld. Deze korte energetische schok die door mij heen gaat met de vraag “heb ik wel genoeg” of “is er wel genoeg”. En ik zag dat ik dat kon terug herleiden naar een ervaring die ik op mijn 19e-20e had toen ik met een huisgenote samenwoonde als student. Ik eet zelf vrij langzaam en dit meisje at heel snel,  wij aten ’s avonds altijd samen en als ik niet snel genoeg was dan at ik echt erg weinig, zij vrat het zogezegd voor mijn neus weg. Ik heb in die tijd geleerd om sneller te eten, niet dat ik propte, want dat kon ik eenvoudigweg niet. Dit heeft een soort van een raar hongerige entiteit in mij gemaakt die bij alles wat ik eet of ga eten zich afvraagt of ik wel genoeg heb, of ik wel mijn deel heb. Dit heeft ook niets met de fysieke werkelijkheid te maken want ik heb het altijd of ik nu veel of weinig eet. Soms eet ik iets tussendoor met een emotie van dat komt mij toe, dat is mijn deel. Dat is dus allemaal erg geladen. In mij zit een hongerig Afrikaans kindje en als er gegeten moet worden dan komt het tevoorschijn, of ik nu een paar chips eet, een mandarijn of een complete avondmaaltijd.

 

Daarnaast heb ik een partner die al jaren tijdens het eten met hongerige ogen kijkt alsof hij niet genoeg heeft. Wanneer ik weinig heb gekookt dat heeft hij dat, maar ook als ik het dubbele kook, hij is een soort van bodemloze put. Deze ogen maken mij onzeker en zijn brandstof voor de emoties waarmee ik eet. Heb ik wel genoeg? Ik vereenzelvig mij met mijn partner en vraag nu voor ons beiden mij af of we wel genoeg hebben en niet te kort komen. Zeer heftige gevoelens levert dat op.

 

Dus na elke vorm van eten en na dus deze emotionele wijze van eten ervaar ik een slijm aanval, waarbij ik benauwd word en veel slijm ophoest. Zou dit een deel van mijn slijmerigheid verklaren? In ieder geval ga ik mijn emotionele eetgedrag vergeven en verbintenissen met mijzelf aan, aangezien dat iets is dat sowieso aangepakt moet worden. Wanneer dit verandering oplevert na het toepassen van de correcties dan weet ik dat ik goed zat en zo niet dan zal ik verder zoeken.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het bereiden/eten van voedsel te denken ‘heb ik wel genoeg’ en ik deze energetische beweging in mij laat bepalen wie ik ben in het moment van eten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te identificeren met het hongerige Afrikaanse kind in mij zonder dat er  een reden tot honger is of directe fysieke bedreiging.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de taal die mijn lichaam tegen mij spreekt op dit punt van de slijmerigheid niet te verstaan en niet te kunnen duiden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om gefrustreerd te zijn dat ik de taal van mijn lichaam niet kan horen, terwijl ik zie dat het van belang is om het wel te horen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat ik tekort kom met eten, na aanleiding van een ervaring in het verleden die momenteel niet meer actueel is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat mijn huisgenote alles zou opeten en er geen eten meer voor mij zou zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geïrriteerd met mijn huisgenoot te zijn over haar snelle eten en mij niet in overweging te nemen en daar back-chat op te ontwikkelen wat samen eten er niet leuker op maakte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn ware gevoelens tijdens het eten met mijn huisgenote te onderdrukken om de lieve vrede te bewaren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij achtergesteld te voelen met eten voortkomend uit de ervaring met mijn huisgenote en daardoor als een slachtoffer te reageren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn huisgenote te verwijten dat zij geen eten voor mij overliet, terwijl ik niets deed om dit te voorkomen of bespreekbaar te maken uit angst voor haar buien en humeur.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij in elke eetsituatie achtergesteld te voelen als basis emotie, waarin ik  soms meer bewust en soms minder bewust deze emotie beleefde en ook direct weer onderdrukte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij in de rol te laten drukken van diegene die minder eet en daar genoegen mee te nemen door deze gevoelens te onderdrukken om zo gewoon te kunnen samenleven wat een financiële en vriendschappelijke kwestie was en mij niet te realiseren wat de consequenties van dit onderdrukken konden zijn in mijn leven.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om op een later tijdsstip wanneer er zich meer opent omtrent dit punt dieper te duiken in dit ‘heb ik wel genoeg’ gevoel als emotie die ten grondslag ligt aan mijn eten.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet langer te identificeren met de emotie die in een flits door mij heen gaat wanneer ik sta te koken of aan het ten ben.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het hongerige Afrikaanse kind in mij overbodig te maken als overlevingsmechanisme, omdat er genoeg eten is en ik voldoende eten tot mij kan nemen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om emotie vrij te eten en elke emotie die toch opkomt te vergeven en te duiden, zodat ik het kan corrigeren in toekomstige gelijksoortige ervaringen.

Dag 131 van 2555; leven één en gelijk aan het leven

Dag 131 van 2555; leven één en gelijk aan het leven  Na het schrijven van mijn vorige blog over allergieën zag ik dat er nog een ander element in het gehele plaatje thuishoort. Waar allergie zoveel betekent als: het gevoelig reageren op bepaalde stoffen als een soort van afweermechanisme, zou je het ook kunnen betitelen als een lichaamseigenstof die als geen lichaamseigenstof door het lijf wordt afgestoten. Zo wil mijn lijf, wat leven is, stof dat leven is, afstoten als geen lichaamseigenstof, en daar zit em de bottleneck. Ik stoot als leven, leven af, terwijl ik er 1 en gelijk aan kan gaan staan en absoluut geen nadelen zal ondervinden. Maar dat is echt een knop omzetten, als ik kijk naar mijn leven en hoe ik ‘geleefd’ heb. Eigenlijk heb ik nooit geleefd, in ieder geval nooit voor de volle 100% en het is de vraag of ik ooit gesnapt heb wat leven daadwerkelijk inhoud, als leven gelijk en 1 aan het leven. In alles wat ik deed ervoer ik een terughoudendheid om mijzelf nooit volledig te geven/te storten in een avontuur. Een soort van terughoudendheid die geen stem in mijn hoofd is maar meer een gevoel dat mij zegt dat ik het niet waard ben en dat ik zodoende mijzelf het leven niet gun. Dus wanneer ik mijzelf het leven niet gun, zal niemand mij dat gunnen en dat zie ik ook wel in veel weerstanden in mijn dagelijkse beslommeringen, interacties en acties met mijn buitenwereld.

 

Alvorens ik deze blog ging of wilde schrijven ervoer ik een enorme hoeveelheid taai slijm en benauwdheid, nu ik aan het schrijven ben en eigenlijk in dat moment al mijn toewijding tot het leven te hebben gegeven, merk ik dat de slijm langzaamaan afneemt. Wat mij indiceert dat ik een punt te pakken heb dat aangepakt dient te worden. Het mijzelf als minder zien/ervaren dan het leven, terwijl ik leven ben.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het mijzelf niet te gunnen om als leven gelijk en 1 aan het leven te staan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om gelijk en 1 aan het leven te staan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om volledig te leven terwijl ik mij als mindere ten opzichte van het leven opstel.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om dat te verliezen wat ik heb, terwijl het leven dat ik heb een compromise is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn wat ik zal vinden op mijn pad om 1 en gelijk aan het leven te worden, terwijl ik al zoveel punten heb aangepakt binnen mijn proces en geen 1 punt heeft de angst bewaarheid die vooraf vreesde alvorens de angst los te laten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zelfs in mijn ademhaling een zekere terughoudendheid te voelen om geen volledige participatie aan het leven te willen geven uit angst bezeerd te worden door het leven en mij niet te realiseren dat ik dat wat ik geef ook terug krijg.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf minder te voelen dan het leven en te denken dat ik niet teveel ruimte mag innemen n er niet teveel mag zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om wanneer ik wel even voor een moment 1 en gelijk aan het leven kan staan is er die stem die zich afvraagt of ik niet teveel aanwezig ben en mij niet meer voel dan het leven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de stem van mijn geest te geloven en te denken dat ik soms mijzelf als meer dan het leven neerzet om vervolgens weer af te druipen als minder en zo de polariteit van de geest uitspeel.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om er net te durven zijn als het leven, bang voor de gevolgen die dat met zich meebrengt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te wegen als meer en minder dan het leven en daardoor niet te zien waar het daadwerkelijk om draait.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn benauwdheid als een bevestiging te zien dat ik het leven niet waard ben.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zaken uit de weg te gaan die ik aanwijs als oorzaak voor mijn benauwdheid, maar mijzelf daarbij buiten schot laat.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een dichtgeknepen keel te ervaren/voelen als iets dat bij mij hoort en wat ik verdien als onwaardige van het leven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet voor te kunnen stellen als waardige van het leven en mij niet te realiseren dat dit slechts polariteit is en ik in elk moment en elke adem kan zien/realiseren/begrijpen dat ik leven ben.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet te durven leven alsof er vreselijke dingen zouden kunnen gebeuren en niet te zien in wat voor een gevangenis ik mij plaats wanneer ik niet leef maar overleef.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet meer in polariteit met de geest te leven, maar simpel te leven 1 en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om voorlopig de woorden waardig en minderwaardig aan het leven niet in deze context te leven omdat ik heb bewezen dat het niet in het belang van een ieder is om mijzelf eigenwaarde te verschaffen of te ontzeggen onder regie van de geest.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om zodra ik benauwd wordt en taai slijm opkomt, voor een moment mijn ogen te sluit en bewust adem, terwijl ik leven visualiseer die als stofdeeltjes ronddwarrelen in mijn borstkas/longen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te ontdekken en te oefenen wat het betekent om 1 en gelijk aan het leven te leven, zonder angsten die mij afleiden van dat wat ertoe doet en dat wat gedaan moet worden.

Dag 130 van 2555; stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren

Dag 130 van 2555; stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren In de bijbel wordt stof en as als iets van weinig waarde beschouwd, van een vergankelijke aard. Bekeken vanuit het vertrekpunt van ‘stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren’ geeft dat de vergankelijkheid van ons leven aan die wij vanuit een diep verlangen proberen om te zetten tot oneindigheid, het eeuwige leven. Bij het eeuwige leven wordt niet gekeken naar leven op zich maar naar het fysieke leven en we weten allemaal dat we de 200 niet halen. Via voortplanting, ons nageslacht, proberen we dan nog een inhaalslag te maken om toch dat eeuwige leven op aarde te behalen als het hoogste goed, waarbij wij totaal voorbij streven aan het ‘leven’ ansich.

Terwijl het eeuwige leven op de achtergrond speelt is het stof en as waar ik de laatste 6 jaar een gevecht mee ben aangegaan met als uitvloeisel een fijn stof allergie. Ik realiseer mij dat ik stof ben. wat het feit dat ik reageer op fijn stof, dus het mij afzetten tegen hetgeen ik ben, mij voor een raadsel stelt. Dus separatie van wat ik ben. Om erachter te komen waar ik door programmering gehersenspoeld ben, door mijn leven heen, zal ik door middel van zelfvergeving bekijken wat mijn relatie tot stof/vuil/zand is en was. Waarna ik kan bepalen in hoeverre ik te maken heb met programmering en waar de participatie met/in de geest om de hoek komt kijken.

Zand/modder:

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven als peuter/kleuter dat zand aan je handen vies is en direct verwijdert dient te worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij hulpeloos te voelen wanneer er als kind zand aan mijn handen zit en alleen mijn moeder dit tot in de precisie kan verhelpen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zand te zien als vies, wanneer het aan je zit.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om na het spelen in de zandbak mij helemaal te moeten afkloppen van het zand, want zand is vies en dat mag niet in huis komen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zand aan mijn schoenen als iets kwalijks te zien waar ik niet mee in huis mag komen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een broodje eten op het strand niet als iets fijns te zien, omdat er altijd zand rondwaait en ik zo zand eet tegelijkertijd met mijn boterham.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zand vies te vinden als het in mijn eten zit.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zand los van mijzelf te zien als een bron voor angst en als een bedreiging.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij bedreigt te voelen wanneer zand mijn ‘leven’ binnenkomt op manieren waardoor ik geen controle over het zand heb en daardoor geen controle over mijn leven denk te hebben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om alleen een relatie aan te gaan met zand wanneer ik de controle heb over het zand.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat opinies/angsten van mijn moeder omtrent zand, angst voor zand in mij heeft gezet, waardoor ik constant in opperste alertheid ben over zand en mijn relatie tot zand.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat die overgedragen angst voor zand mij hetzelfde liet doen met mijn kinderen vanuit de ervaring die ik door programmering had opgebouwd met zand.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat deze geprogrammeerde angst in mij is en mij in separatie doet leven met zand, dus in separatie doet leven met het ‘leven’.

Stof:

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat stof in huis slecht is en direct verwijdert dient te worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de hoeveelheid stof die ik in huis heb als leidraad te gebruiken voor hoe ijverig persoon ik ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om anderen af te rekenen op de hoeveelheid stof die zij in huis hebben en hen als lui te labelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij gedwongen te voelen wanneer ik mijn kamer als kind moest stoffen en het iets te vinden waar mijn moeder issues mee had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om wanneer ik geen zin in schoonmaken heb, ik altijd opgelucht ben wanneer de stof op z’n minst weg is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om stof vies te vinden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om stof weg te willen hebben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om stof nog viezer te vinden na te hebben geleerd hoeveel huidschilfers er in stof zitten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om stof als een bedreiging te zien.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te willen afscheiden van stof en het uit mijn wereld probeer te halen, terwijl het elke week weer terugkeert en ik er elke keer weer mee geconfronteerd wordt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om stof niet als leven te zien en daardoor kan ik niet gelijk aan stof staan, maar wil ik het verwijderen, waardoor ik in essentie het leven uit het leven probeer te halen, wat een onmogelijkheid is en dus zich steeds weer aandient, totdat ik mij 1 en gelijk aan het stof kan opstellen.

Vuil:

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om van vuil te griezelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat vuile zaken niet goed voor mij waren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn moeder constant te zien schoonmaken om het vuil uit ons huis te halen en te geloven dat dit nodig was voor ons voortbestaan zonder ziektes.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat, mijn broertjes vieze kleren wanneer hij bij de boer was geweest, beter niet het huis in konden en in de schuur uitgedaan moesten worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat er eigenwaarde viel te behalen uit de mate van schoonheid die je als vrouw tentoonspreidde binnenshuis.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het een normaal en vertrouwt beeld te vinden wanneer mijn moeder schoonmaakte, 1 waar rust en harmonie vanuit gingen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij onbewust gered te voelen als er schoongemaakt was en het vuil overwonnen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om als kind te geloven in de noodzaak van schoonmaakprodukten die via de televisie tot mij kwamen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vuil als graadmeter te gebruiken om mensen in hokjes te kunnen plaatsen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te verliezen in het schoonmaken van zeer vervuilde huizen vanuit een geloof dat het een bedreiging voor mijn gezondheid is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mensen die huizen bevuilen als onwaardig te zien.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vuil als iets te zien dat overwonnen moet worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vuil op mij, als iets dat eraf moet, te beschouwen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te separeren van vuil en het daarom uit mijn wereld te verbannen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet geïdentificeerd te willen worden met vuil en dus niet 1 en gelijk te kunnen staan aan vuil.

Ik realiseer mij dat ik als kind en volwassene het zalig vond/vind om zandkastelen en modder druipsels op het strand te maken. Het gevoel van het natte zand door/in mijn hand gaf/geeft mij een gevoel van 1 zijn met het zand. Ook tijdens het tuinieren mag ik graag met mijn blote handen in de volle grond werken en mij niet bekommeren om de vieze handen en rouwranden die ik later als resultaat ervaar. Dus er is niet een wezenlijk probleem met zand en modder anders dan programmering.

Ik realiseer mij dat het met stof en vuil anders ligt dan met zand/modder, hier zit ook een component in van iets hebben dat geoorloofd is, een allergie. Hier valt dus energie uit te halen terwijl ik niet hoef te veranderen. De allergie voortkomend uit de programmering van stof/vuil geeft mij de mogelijkheid om niet te hoeven veranderen en tegelijkertijd zielig gevonden te worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om aandacht/energie te halen uit mijn fijn stof allergie als tactiek om niet te hoeven veranderen om 1 en gelijk aan het leven te gaan staan.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om zand/stof/vuil als leven te zien en daarom 1 en gelijk aan mij, waardoor ik de strijd in mij kan staken en simpel kan zijn.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien /begrijpen/realiseren dat mijn allergische reactie op fijnstof voortkomt uit een gevecht om de fijnstof als een bedreiging te zien en zodoende als de controleur de meerdere uit de strijd te komen. Waardoor mijn lijf op het fijn stof reageert als ware het een indringer en een bedreiging voor het lichaamssysteem. Er is geen reden tot verweer er is reden om mijn programmering en opinies op te ruimen. Een grote schoonmaak van binnen om mij te ontdoen van afweermechanismen die absoluut geen doel hebben en alleen maar voor ongemak zorgen.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te ademen en bewust te zien dat ik door de geest benauwdheid en slijm manifesteer om zo mijn opinies en programmering kracht bij te zetten en reden te geven om deze in stand te houden om zo energie te accumuleren die mij als leven tegenwerkt in plaats van 1 en gelijk aan het leven te staan.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/begrijpen/realiseren dat ik stof ben en als stof zal terugkeren en ik dus 1 leven heb waarin het moet gebeuren, het is nu of nooit. Dus kies ik voor nu.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren/begrijpen dat elk stofdeeltje leven is en dus elk stofdeeltje een schepsel op zich is.

Wanneer en als ik mijzelf in een allergische reactie zie gaan door fijn stof dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dat ik mijzelf als leven saboteer en er dus geen baat bij heb dit langer in stand te houden en meer consequenties te genereren.