Dag 345 van 2555: opvoeden hoef je niet te leren dat doe je gewoon, toch?

DIP lite cursusIk was bij de kapper, zo’n kapper waar je zonder afspraak je haar kunt laten doen, waar ook een moeder met twee kleine kinderen aan het wachten was voor een knipbeurt van het jongste kind. Ze zaten al langer te wachten dan het moment dat ik de kapperszaak binnenkwam en wellicht hadden de kinderen al ‘braaf’ op de bank zitten wachten. Wat ik aantrof waren een 2 jarig jongetje en een 4 jarig meisje die rondjes door de kapperszaak renden.

Nu is het een ruim opgezette zaak en men had er nier direct last van, maar het bleef niet bij rennen alleen. Het leek alsof deze kinderen de kapperszaak als een soort van attractiepark ervoeren. Het meisje pakte een spiegel en rende daarmee achter haar broertje aan, viel op de grond met de spiegel. Het meisje draaide zeer wild rondjes met de kappersstoelen die niet bezet waren en greep een föhn waarvan ze tijdens het draaien het snoer rond de poot van de stoel draaide. Waarop een kapster zei: “alleen de kapsters mogen aan de stoelen draaien.” Waarop het meisje tot twee keer toe de kapster antwoordde dat ook kinderen mochten draaien in de stoelen omdat het leuk was en het meisje ging verder met draaien in de stoel. Ook pompte ze verschillende stoelen omhoog en omlaag, kwam haar voet klem te zitten in de beugel van de stoel. Vervolgens spotte het meisje de zadel krukken van de kapsters en ging daar vervolgens rodeo op rijden en was nijdig toen haar moeder haar daar vervolgens vanaf haalde.

Ik kan me voorstellen dat je denkt, die kinderen waren daar toch met hun moeder, waar was de moeder in dit verhaal? De moeder hobbelde achter de feiten aan en greep in wanneer het al escaleerde. Pikte vervolgens steeds het jongetje eruit die zijn zus imiteerde. Na een rondje of zes rennen, pakte ze het jongetje tijdens het rennen uit het spel om te zeggen dat dit niet mocht. Na een rondje of drie werd de spiegel afgepakt, toen deze met de kinderen op de grond viel. De draaistoel werd door moeder gestopt nadat de kapster commentaar had gegeven en de dochter het snoer van de föhn volledig om de stoelpoot had gedraaid. De moeder haalde nijdig haar dochter van de zadelkruk, toen die wild aan het rodeo rijden was. De moeder stond erbij en keek er naar en haar handelen om de situatie te keren leek uit haat tenen te moeten komen.

Ik zag de boosheid en dus de onmacht in de moeder groeien. Iets in mij wilde haar helpen, maar ik wist dat ik dat beter niet kon doen. Iemand helpen die in een reactieve staat van doen is heeft niet zoveel zin. Wat deze vrouw doorliep waren haar zelf gecreëerde gevolgen van het niet consequent met haar kinderen omgaan en het pas ingrijpen als de situatie al is geëscaleerd. De mensen in de kapperszaak mochten meegenieten van een moeder die gezakt was voor haar moederdiploma, als er al zoiets bestond. Ik zeg dit niet om deze moeder zwart te maken, maar om aan te geven dat wij het vrij normaal vinden dat we voor de meest onbenullige zaken een diploma of certificaat moeten behalen, maar opvoeden schijnt daar niet onder te vallen. Denk je eens in wat een verantwoordelijkheid wij als ouders dragen en denk je dan eens in dat wij als ouders worden geacht het allemaal te weten en goed te doen. Dat is natuurlijk wachten totdat de bom barst. Elke generatie die volwassen wordt en deel gaat uitmaken van de samenleving laat zien hoe er is opgevoed en elke generatie krijgt de schuld van het niet perfect zijn in de ogen van de vorige generaties. Het mag duidelijk zijn dat we hier met een ‘kip of het ei’ verhaal te maken hebben en dat de opvoedende generatie net zoveel debet is aan de nieuwe generatie als de nieuwe generatie zelf. Wij zijn nu eenmaal een product van onze voorouders.

Wat er door mijn hoofd ging was, hoe had dit anders gekund, waar had deze moeder het tij kunnen keren? Waar kunnen wij als samenleving ouders ondersteunen? Het moment dat deze moeder de kapperszaak binnenkwam was zij al de gevolgen van haar handelen aan het doorlopen. Ze had zich de vraag kunnen stellen waarom ze de zeer ondernemende niet corrigeerbare dochter meenam naar de kapperszaak. Er was een vader in beeld want daar dreigde de moeder mee, dus de vader had die taak op zich kunnen nemen om tijd met zijn dochter te spenderen. De dochter had ook bij buren, familie of een vriendinnetje kunnen gaan spelen. Dit had de moeder gedeeltelijk ontlast en was het voor haar mogelijk geweest om zich op het jongste kind te concentreren. Moeder wist dat het lang wachten is bij een kapper die zonder afspraak werkt, er zijn andere kappers die voor dezelfde prijs knippen en wel op afspraak werken, dit had onnodig wachten kunnen voorkomen. Ook wist moeder dat de omgeving waarin zij met haar twee jarige zoon moest wachten niet kindvriendelijk zou zijn en niet uitdagend genoeg voor het kind, zodat het zichzelf kon vermaken en zo op zijn beurt kon wachten. Moeder had van te voren kunnen bedenken welk speelgoed er meegenomen kon worden zodat het wachten niet zo moeilijk zou zijn voor haar jonge zoon. Ook had moeder kunnen overwegen om een voorleesboek mee te nemen en gezellig met het kind op de grote bank bij de kapper samen te lezen. Met andere woorden de moeder had dit ‘uitje’ naar de kapper kunnen voorbereiden, zodat er al een van te voren bepaalde setting ontstond die het niet zo gauw zou laten escaleren bij de kapper.

Wat mij wel opvalt in winkels of bij huisartsen, is dat er echt niets wordt gedaan om kinderen van deze tijd te boeien en bezig te houden terwijl ze moeten wachten. De speeltjes die er zijn, als ze er al zijn, zijn speeltjes waar ik mij ruim 40 jaar geleden ook mee ‘zoet’ hield. Het kind van nu prikkelen we de hele dag tot aan overstimulatie toe en wanneer het moet wachten in een winkel of bij de huisarts dan denken we dat we dat kunnen met speelgoed uit een tijd die niet aansluit bij de kinderen van nu. Dat een kind wil rennen en het fijn vindt om hard rond te draaien in een draaistoel, dat zijn geen gekke dingen, dat is de zelfexpressie van het kind. Het is anders wanneer het kind deze zelfexpressie gaat gebruiken als manipulatie of om uiting te geven aan zijn verveeldheid. Hier kun je als ouders afspraken over maken, ook met jonge kinderen, maar niet vanuit manipulatie vanuit de ouder of het kind.

Wat duidelijk te zien was aan deze moeder, was het feit dat zij moedeloos was en pas zichzelf aanstuurde wanneer emoties en gevoelens en wellicht de angst van wat zal mijn omgeving wel niet denken, de overhand namen. Een kind voelt feilloos aan wanneer jij je machteloos voelt en zal zijn onacceptabele gedrag opvoeren. Want hoe moedeloos de moeder was, ook de dochter straalde een soort van moedeloosheid uit naar de moeder die haar niet toonde waar de grens lag. Het meisje schreeuwde om grenzen maar de moeder gaf die niet. Toen de kapster voorzichtig het meisje een grens aangaf, door te zeggen dat alleen kapsters aan de stoelen mochten draaien, probeerde het meisje ook deze vrouw uit en gaf een antwoord waar de kapster niets meer op terug zei. Hierdoor voelt een kind een overwinning en tegelijkertijd voelt het zich ongemakkelijk, omdat het nog steeds niet weet waar het aan toe is. Het kind groeit op en niemand stopt het onacceptabele gedrag van het kind, wat naarmate het ouder wordt omvormt naar gedrag dat beter geaccepteerd wordt door de omgeving maar nog steeds hetzelfde doel beoogd en vanuit dezelfde emotie zijn oorsprong vindt. We zouden kunnen stellen dat wij als samenleving niets doen voor mensen/kinderen, dan ze links te laten liggen door onze eigen onmacht.

Dit soort ondernemende kinderen of kinderen die door verveling ondernemend worden, zijn de kinderen die al snel worden weggezet als zijnde ADHD-ers. De vraag rijst dan al snel of deze kinderen wel een afwijking/stoornis hebben of dat de omgeving hen in dit gedrag heeft gemanipuleerd? Wanneer de ouder het laat afweten dan voed het kind zichzelf op met emoties, gevoelens en angsten als leermeester. Dat vinden wij helemaal niet raar als samenleving, want dit is wat in veel gezinnen gebeurd. Wanneer er in het nieuws een verhaal zou komen van kinderen die zichzelf hebben moeten opvoeden dan zouden we moord en brand roepen en verbolgen zijn over het feit dat zoiets mogelijk is. We hebben allemaal de mond vol van ‘kinderen zijn de toekomst’, maar snappen we eigenlijk wel wat we zeggen? Wanneer we kinderen niet als kritische burgers opvoeden die snappen hoe zij zich in verschillende situaties het beste kunnen gedragen, dan boycotten wij als ouders en samenleving de toekomst van deze kinderen oftewel deze nieuwe generatie. Waarom zouden we genoegen nemen om maar de helft van de mogelijkheden die een kind in zich heeft te ontwikkelen? Zouden we zelf ook niet tot ons volledige potentieel willen uitbloeien? Wat is het dat wij als mens zo snel genoegen nemen met minder, maar het tegenovergestelde schreeuwen op de social media, in demonstraties of petities? Wij willen alles hebben en ervaren, maar ons handelen in onze fysieke werkelijkheid geeft het tegenovergestelde aan. We kunnen niet het beste uit onszelf halen of uit ons kind als we niet in onszelf geloven als mens of ouder. Zou een cursus opvoeden dan toch niet zo’n slecht idee zijn?

Voor wie zijn opvoedkundige vaardigheden wil uitbreiden adviseer ik om eens te luisteren naar deze interviews.

Advertenties

Dag 336 van 2555: ‘goedkeuring’ in de ander zoeken als een gemis in mijzelf

Dip-Lite cursusHet blijkt dat wanneer wij een relatie met een mens of dier aangaan dat er altijd maar één woord prominent aanwezig is, dat weergeeft hoe wij die relatie leven en eventuele andere woorden vormen zich als een netwerk erom heen. Het leven van een relatie in één woord, zou je bondig of to the point kunnen noemen, maar in werkelijkheid komt dit neer op het limiteren van onszelf in en als die relatie. We leven dus maar één dimensie van de vele die we zouden kunnen leven. Een soort van twee dimensionaal poppetje in een multi dimensionale wereld.

De eerste persoon die bij mij opkwam toen ik dit hoorde was mijn vader en het eerste woord dat er bij mijn vader opkwam was ‘goedkeuring’. In een flits liet ik mijn relatie met mijn vader aan mij voorbij gaan, en ja verhip, alles staat in het teken van ‘goedkeuring’. Ik heb dus mijn relatie met mijn vader gelimiteerd door alleen uit te zijn op zijn goedkeuring. Alles in het werk te stellen om zijn goedkeuring te krijgen, om vervolgens te denken dat dan alles goed komt en er weer rust in mijn wateren komt. Nu ik dit zo opschrijf zie ik dat het leven van één dimensie door één woord, een echte beperking is. Het woord houdt je als het ware in zijn greep als een soort van verslaving waar je gehoor aan moet geven om beloont te worden voor dit gedrag. De beloning is zoals altijd een energetische beloning als het gaat om de ‘geest’ zijn eerste levensbehoefte.

Ik zal nu door zelfvergevingen en zelfcorrecties het woord ‘goedkeuring’ verder bloot leggen en zien hoe ik het kan leven, zodat het niet tot limitatie leidt binnen de relatie met de ander als mijzelf. Dus het woord weer tot levend woord maken voor mijzelf zodat het een expressie wordt en geen energetische verslaving.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te beperken tot het leven van één woord als het aankomt op de relatie die ik met mijn vader heb.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het leven van één dimensie binnen en als een relatie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf beperk in mijn expressie binnen de relatie met mijn vader. Ik stop de beperking en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te ontdoen van de beperking en te zoeken naar manieren om mijn horizon te verbreden binnen de relatie die ik met mijn vader heb.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om ‘goedkeuring’ in de ander te zoeken als een gemis in mijzelf.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van ‘goedkeuring’ in de ander zoeken, omdat ik het niet zie in mijzelf als zelfondersteuning, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik opzoek ben naar ‘goedkeuring’ over mijn handelen en mijn leven in de ander omdat ik dit niet onvoorwaardelijk nog kan geven aan mijzelf. Ik stop het zoeken naar ‘goedkeuring’ buiten mijzelf en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te onderzoeken wat mij belet om goedkeuring over mijn leven te geven waardoor ik het uit reen elatie met een ander moet halen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet in het hier en nu met mijn vader te kunnen zijn, maar altijd in de ‘geest’ bezig te zijn om zijn goedkeuring te winnen, waardoor ik mij in gekke bochten wring om de gewenste uitkomst te verkrijgen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van ‘goedkeuring’ van mijn vader te verkrijgen wat het ook kost, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik ga voor die beloning van de ‘goedkeuring’ en het mij niet uitmaakt wat ik er voor moet doen. Ik stop het willens en wetens verkrijgen van ‘goedkeuring’ en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat ik niet kan zien wat er hier gebeurd als ik in mijn ‘geest’ bezig ben met het binnen halen van “goedkeuring’ en dus ook niet kan zien wat de ander precies voor mij is en betekent en ik zo vele deuren dicht laat die geopend hadden kunnen worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in mijn achterhoofd plannetjes te smeden hoe bepaalde situaties aan mijn vader te presenteren, zodat ik er zeker van kan zijn dat het zijn goedkeuring krijgt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van de uitkomst zo manipuleren voor mijn eigen gewin, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik alleen met mijzelf bezig ben in mijn relatie met mijn vader. Ik stop het eigenbelang en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn relatie met mijn vader van eigenbelang naar samen zijn en samen delen om te buigen, door in het hier en nu de ander te kunnen horen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn vader te minimaliseren tot één woord waar ik alleen gewin bij heb.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn kijk op de ander te minimaliseren om te zien hoe ik de ander energetisch uit kan melken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik meer een parasiet ben voor de ander dan een gelijke partner in de relatie die ik met de ander heb. Ik stop het parasiteren en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de ander niet langer te reduceren tot één woord, ‘goedkeuring’, maar de ander te zien in volle glorie, wie hij werkelijk is zonder mijn beperkingen aan hem op te leggen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de relatie met mijn vader hem als ‘goedkeuringsmelkkoe’ te gebruiken, waarmee ik hem tegelijkertijd de mogelijkheid biedt om zijn relatie met mij te beantwoorden/leven met dat ene woord waar hij zijn relatie met mij toe beperkt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het definiëren van een relatie door één woord waarmee ik de goedkeuring geef aan de ander om hetzelfde te doen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik een slecht voorbeeld stel voor de ander en de ander juist bevestig in hetzelfde gedrag dat beperkt. Ik stop  en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om een levend voorbeeld voor de ander te zijn, zodat zij merken dat de relatie die ik met hen heb multi dimensionaal is en ons verrijkt/verruimt in onze expressie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn relaties door de ogen van de ‘geest’ te zien als goed of zelfs perfect, maar mijzelf niet te realiseren dat ik niet leef, maar geleefd wordt door mijn ‘geest’ in een zoektocht naar energie.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van in dienst staan van mijn ‘geest’ en daar geen vragen over te stellen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet kritisch ben naar mijzelf toe en genoegen neem met beperkingen terwijl ik kan leven in het hier en nu. Ik stop het slaaf zijn aan de ‘geest’ en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om uit mijn rol als slaaf van de ‘geest’ te stappen door mijzelf de goedkeuring te geven om te mogen leven en als gelijke in mijn relatie met de ander te gaan staan.

Nu kan ik zien dat ik het woord ‘goedkeuring’ kan leven door het terug te nemen naar mijzelf. Door mijzelf de goedkeuring te geven om te mogen leven en in het hier en nu te zijn. Waardoor ik dingen in het leven kan aanpakken met een voldoende mate van stabiliteit om voor mijzelf te zien/bevestigen of ik goed bezig ben of niet. En vanuit die positie van stabiliteit kan ik mijn handelen met de ander bespreken om zo te checken of de ander nog aspecten ziet die ik over het hoofd heb gezien.

Ik geef daarom het woord ‘goedkeuring’ weer terug aan mijzelf om het echt zelf te leven, los van mijn vader zijn goedkeuring.

Dag 197 van 2555; ik boos? HOEZO?

equal money capitalismHet woord boos en het exploderen van boosheid/woede, als iets van mij in mijn fysieke werkelijkheid speelt,  kon ik geen plekje geven, terwijl ik keek naar wie ik ben in boosheid en als boosheid. Wat bij mij als eerste opkwam was teleurstelling, alsof ik een teleurstelling boosheid noem, omdat ik misschien niet weet wat boosheid is in mijzelf. Ik spreek hier niet van een lichte irritatie maar een gevoel van boosheid dat je doet exploderen, waardoor je dingen zegt waar je later spijt van hebt of waarvan je gaat gooien en smijten met dingen. Het leek even alsof boosheid op die manier een dekmantel voor mijn teleurstellingen in mijzelf en in anderen is.

 

Tijdens een groepsgesprek over boosheid/woede werd mij gesuggereerd om boosheid terug te leiden naar mijn opvoeding om zo te zien wie ik ben geworden als boosheid. Daarnaast gaf iemand anders aan dat zij boosheid als het ware opspaarde totdat de bom barst en dat je op die manier een tikkende tijdbom bent of het internaliseert en uiteindelijk ziektes ontwikkelt door een verzameling van boosheden fysiek te maken. Een zeer rake opmerking, waarbij ik kon zien dat ik mijn boosheden dus naar alle waarschijnlijkheid heb onderdrukt en ik, of zal exploderen op een gegeven moment, of mijzelf ziek zal maken door de boosheid mijn vlees te laten infiltreren.

 

Dus terug kijkend op boosheid in mijn opvoeding dan zie ik dat mijn vader ineens kon exploderen en enorm boos kon worden waar ik als kind bijna hart kloppingen van kreeg. Het was iets onvoorspelbaars, maar wanneer het zich voordeed was het patroon wat zijn boosheid volgde altijd hetzelfde en dus voorspelbaar. Ik was eigenlijk best angstig voor dit soort uitbarstingen van mijn vader en ik probeerde dan ook zo goed mogelijk te voorkomen dat zijn boosheid gericht was op mij. Terwijl mijn moeder eigenlijk nooit boos was en als zij boos was lachbuien kreeg, haar boosheid was meer mokken en sputteren. Dus met andere woorden onderdrukte boosheid/woede die door de jaren heen veelal als uitgesproken back chat zich manifesteerde. De eerste kennismaking met boosheid/woede van mijn ouders was dus mijn vaders woede die wanneer hij klaar was voor hem over was terwijl de aanwezigen nog na zaten te sidderen. Boosheid is dan ook iets dat ik probeer te voorkomen in mijzelf als in de ander, omdat het mij angst oplevert en koste wat kost vermeden moet worden.

 

De eerste bewuste kennismaking met mijn eigen boosheid was, gedwarsboomd worden als peuter in dat wat ik wilde in het moment, wat meestal het langer spelen bij de buurkinderen was. Wanneer ik mijn zin hierin niet kreeg, iets wat eigenlijk meer regel dan uitzondering was, dan werd ik ziedend. Ik stortte mij dan op de grond neer en ging liggen trappelen op de grond. Mijn ouders wisten hier niet mee om te gaan en raadpleegden de huisarts en vroegen om raad. Het advies luidde; met het hoofd onder de koude kraan houden tot het over is. Dus dat deden mijn ouders en ik ervoer het alsof ik werd vermoord en bedrogen door mijn ouders. Het beoogde resultaat was behaald, want ik werd niet meer boos, ik was braaf en vreesde mijn ouders voor wat zij konden en zouden doen wanneer ik niet zou gehoorzamen. Vanaf die leeftijd heb ik geen herinnering aan woede aanvallen of explosies van boosheid, ik word eenvoudigweg niet boos, hooguit geïrriteerd of teleurgesteld.

 

Toen ik dit zo op een rijtje zette moest ik wel inzien dat ik mijn boosheid al die tijd aan het onderdrukken ben geweest, met mijn moeder als voorbeeld en tegenpool van mijn vader. Mijn vaders voorbeeld zou ik nooit willen volgen omdat het mij angstig maakte, dus deed ik het tegenovergestelde, maar toch naar voorbeeld. Wanneer ik mij even vertraag en op mijn ademhaling let, mijn ogen sluit en boosheid visualiseer, dan voel ik een golf van boosheid in mij, in mijn fysieke lijf. Ik probeerde te benoemen wanneer ik boos ben en op wie ik boos ben en ik zag duidelijk dat het er is. Ik ben godverdomme boos op heel veel dingen en mensen, maar ik heb mij aangeleerd mij te gedragen, want boosheid uiten dat komt je duur te staan. Mij niet beseffende dat boosheid niet uiten mij wellicht wel duurder komt te staan. En is er ook niet zoiets als boosheid uiten, maar anderen daar niet mee te misbruiken? Ik zal iets moeten met deze energie die woekert in mijn lijf, ik zal dat moeten kanaliseren in plaats van wegstoppen en ondergronds zijn eigen gang te laten gaan.

 

Probleem:

 

Mijn probleem is dus het boos zijn maar het niet erkennen en onderdrukken uit angst dat er iets ergs zal gebeuren wanneer ik mijn boosheid/woede eruit laat.

 

De oplossing:

 

Mijn woede erkennen en te uiten op zo’n manier dat ik anderen nog mijzelf daarmee schaad.

 

De beloning:

 

Mijzelf niet ziek maken door de boosheid te internaliseren en geen gevaar als tikkende tijdbom voor mijzelf en anderen te zijn, maar te snappen in zelfoprechtheid waarom ik boos ben en hoe ik dat patroon kan doorbreken en corrigeren.

 

 

De volgende vergevingszinnen zijn een aanzet om dit probleem te ontrafelen, waar ik in de komende tijd steeds vanuit een andere hoek weer op terug zal komen.

 

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boosheid in mij te labelen als teleurstelling en boosheid te zien als dekmantel voor deze teleurstellingen en mij niet te realiseren dat boosheid/woede het platform is van waaruit meerdere emoties/gevoelens ervaren kunnen worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boosheid als teleurstelling te bestempelen en zo opnieuw boosheid te onderdrukken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om boosheid in mijzelf te zijn en te voelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te voelen bij het idee dat ik mijzelf ziek zal maken of heb gemaakt door het onderdrukken van mijn boosheid/woede.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te voelen bij het uiten van mijn boosheid/woede en angst te voelen bij het niet uiten van mijn boosheid/woede en mij zo in een impasse te plaatsen waar ik de angst beleef en afweeg in mijn geest zonder in contact met mijn fysieke werkelijkheid te zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in afscheiding van mijn boosheid/woede te bestaan en het zo te bestempelen als niet bestaand.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boosheid/woede te onderdrukken en mij niet te realiseren wat dat voor consequenties heeft.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat ik zal exploderen en mijzelf zodoende niet meer onder controle te hebben en mij niet te realiseren dat het gaat om de regie de besturing van mijzelf in zelfoprechtheid waarbij ik boosheid/woede kan erkennen en sturen als iets van mij dat gecorrigeerd kan worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor de onvoorspelbaarheid in de boosheid/woede van mijn vader.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om onvoorspelbaarheid binnen boosheid/woede als iets bedreigends te zien waar ik mijzelf niet tegen kan beschermen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om uit angst de manier waarop mijn vader met boosheid/woede omgaat niet te willen implementeren en dus totaal niet te willen kijken naar boosheid/woede in mijzelf als mijzelf en het te negeren uit gemak en zelfbehoud.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het tegenovergestelde gedrag te vertonen aangaande boosheid/woede om niet als mijn vader te hoeven zijn binnen het punt van boosheid/woede.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn moeders gedrag van onderdrukken aangaande boosheid/woede te implementeren en mij niet te realiseren dat ik dat doe vanuit een polariteit met het gedrag van mijn vader.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat ik gewoonweg niet boos word en mij niet te realiseren dat deze energie er is en zijn weg hoe dan ook vindt, met of zonder erkenning van mij.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij even machteloos te voelen nu ik besef dat ook boosheid/woede in mij is en even niet te weten wat ik ermee aan moet.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf af te sluiten van mijn eigen boosheid/woede en daar dus teleurstelling over te voelen, want ik stel mijzelf teleur wanneer ik mijn fysieke lijf misbruik door boosheid/woede erin te laten woekeren.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de boosheid/woede in mijzelf te erkennen en gelijk en 1 te zijn aan mijn boosheid om het zo te kunnen sturen en te gebruiken om te zien waar ik aandacht aan moet schenken en hoe en wat ik in mij moet corrigeren.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet af te scheiden van mijn eigen boosheid/woede.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn fysieke lijf niet te belasten met onderdrukte boosheid/woede.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om door middel van de 4 tellen ademhaling mijzelf door mijn boosheden/woede heen te helpen wanneer ik ze ontdek of bewust beleef.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om net bang te zijn voor de boosheid/woede in mijzelf als mijzelf.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen wie ik ben geworden als boosheid/woede en wie ik kan zijn als bestuurder van mijn boosheid/woede.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te onderzoeken ho eik mijn boosheid/woede zo kan kanaliseren dat ik nog mijzelf nog een nader schaad door het uiten van mijn boosheid/woede.

Dag 147 van 2555; ben ik bang voor een muis?

Dag 147 van 2555; ben ik bang voor een muis?  Tijdens een bezoek aan mijn ouders vertelden mijn kinderen dat wij een muis in de keukenvloer hebben wonen en hoe dit piepkleine muisje ’s nachts kruimeltjes ‘steelt’ uit de kieren van de plankenvloer. Mijn kinderen hebben tot een uur of half 2 in de keuken gezeten waar de muis rond hen heen liep en zijn kunsten vertoonde en liet zien hoe hij aan eten komt. Dit verhaal triggerde bij mijn ouders een voorval van vroeger.

 

Toen ik een jaar of 8 was en mijn broertje een jaar of 4, hadden wij een muis op 6 hoog in de flat waar wij woonden. Ook deze muis was het meeste in de keuken te vinden. Ik herinner mij dat mijn moeder met een bezem op de deur bonkte van de keuken alvorens erin te gaan om eten te maken. Normaal aten wij in de keuken, maar nu alleen nog aan de eettafel in de woonkamer. Als kind ervoer ik de angst die mijn moeder had voor die muis en ik was net als mijn broertje op mijn hoede, want die muis moest toch wel een enorm monster zijn, als mijn moeder daar bang voor was. Op een gegeven moment toen wij als kinderen naar school waren en mijn vader naar zijn werk, was mijn moeder zich aan het opfrissen in de badkamer en zag ineens de muis achter zich in de badkamer. Dit resulteerde in het weg vluchten van mijn moeder naar de woonkamer, waar zij in haar ondergoed op een krukje stond, terwijl zij mijn vader op zijn werk belde. Half gillend vroeg zij om mijn vader aan de receptioniste en bij mijn vader gilde zij echt door de telefoon zodra de muis in de buurt kwam. Dit is hoe ik het verhaal als kind heb terug gehoord, wat nog meer frictie in mij zette, want ik dacht niet dat een muis iets onoverkomelijks was, maar mijn moeder liet dat wel zien in haar gedrag.

 

Uiteindelijk hebben mijn ouders de muis in een valletje gevangen en toen wilden wij als kinderen hem bekijken. Allemaal vonden we het musje er lief uitzien en ik begreep ook niet hoe dit zo’n monster heeft kunnen zijn. Weken erna kwam ik op het idee om een rubberen speelgoed muis in de opening tussen de muur bij het raam en de koelkast te leggen. Wanneer mijn moeder de planten zou water geven en naar beneden zou kijken dan zou ze de muis zien en even schrikken om vervolgens te zien dat het om een speelgoedmuis ging. Ik was alweer half vergeten dat die muis daar lag toen ik ’s avonds ineens een ijselijke gil uit de keuken hoorde komen en de connectie legde. Ik rende naar de keuken en zag mijn moeder in hetzelfde gedrag schieten als met de echte muis en besefte mij wat ik had gedaan, mijn moeder was doodsbang. Ik kreeg geen straf, mijn vader deed het bijna in zijn broek van het lachen.

 

Dus nu we na vele jaren het weer over dit voorval hadden zei mijn moeder dat zij absoluut niet bang was voor de muis toentertijd, maar dat wij zo bang waren als kinderen. Dat wij de keuken niet in durfden en dat het voornamelijk om ons ging als we spreken over angst voor een muis. Grappig hoe selectief het geheugen kan zijn om onszelf zo uit de bus te laten komen zoals wij onszelf graag zien. Toen ik vroeg waarom ze dan gillend op een krukje mijn vader had gebeld, kwam daar geen antwoord op, alsof zij mij niet gehoord had terwijl mijn vader mij begrijpend aankeek. Ik vertelde mijn moeder dat wij als ouders onze kinderen door ons gedrag dingen aanleren en dat het kind niet meer of minder dan de reflectie van de ouder is, ook hier kwam niet veel reactie op en ik liet het daar dan ook bij. Een mens kan nu éénmaal zoveel aan en dit werd niet goed verwerkt door de geest.

 

Het aparte is dat ik altijd bij een muis in mijn achterhoofd ‘het is een monster’ beeld had maar de fysieke realiteit bood mij genoeg houvast om te zien dat dit niet waar was. Zo had ik een vriendinnetje die witte muizen had en wanneer we met de muizen speelden dan lieten wij ze los in haar enorme poppenhuis en gingen observeren waar de muisjes allemaal inkropen. Wanneer ik doodsbang voor een muis zou zijn geweest dan had ik dat echt niet ondernomen. Alleen de geschubde staart vond ik een beetje raar aanvoelen en bestempelde dat gevoel als eng/naar, maar verder kon ik goed door 1 deur met de muis. In Amsterdam waar ik met mijn huidige partner samenwoonde rende een muis elke avond boven ons hoofd over het grove spachtelputz boven ons bed, ik heb er geen nacht minder om geslapen.

 

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik door mijn ouders geprogrammeerd ben en input in mijn geest heb die soms niet als van mijzelf voelt en frictie oplevert en soms wel van mijzelf voelt en als “dat ben ik” door mij wordt aangenomen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren hoe ver deze familie programmering gaat en dat die al van generaties op generaties kan zijn overgedragen waarbij mensen het als zo gewoon binnen families zien dat zaken niet meer bevraagd of onderzocht worden die al zo lang binnen de familie zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mee te doen aan deze programmering door als kind dit toe te staan en normaal te vinden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat mijn ambivalente houding ten opzichte van muizen voortkwam uit, deels programmering en deels fysiek onderzoek binnen mijn realiteit.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het gevoel dat van een muizenstaart door mijn hand als raar te ervaren maar als eng/naar te bestempelen door mijn geest tussen beide te laten komen en deze geprogrammeerde angst voor muizen te laten meespelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet direct heel spontaan met muizen te zijn door er meteen op af te gaan, maar waar ik even de kat uit de boom kijk, alsof er iets is dat mij tegenhoud en mij niet te realiseren dat deze weerstand, die de spontaniteit om zeep helpt de geprogrammeerde opinie is die zegt dat muizen monsters zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in het moment niet te snappen dat mijn moeder haar angst na al die jaren verdrukt en niet erkent.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn moeder in het moment als een leugenaar te zien die de waarheid verdraaid om beter uit de bus te komen voor haarzelf en haar omgeving.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen over het laten schrikken van mijn moeder met de nep muis nu ik dit verhaal weer na jaren oprakel en zie hoe mijn moeder het geheel verdringt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat het een probleem van mijn moeder is waar alleen zijzelf iets aan kan doen en waar mijn schuldgevoel van geen waarde is en mij alleen maar toont dat ik als kind mijn moeder niet kon ondersteunen in mijn angst  en het gedrag van mijn moeder alleen maar raar vond en als het ware haar terug pakte met de speelgoedmuis voor al de rare dingen die wij moesten doen voor het ondersteunen van haar angst.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik als kind de reflectie van mijn moeder ben, en door mijn moeder nogmaals met de speelgoedmuis door deze voor haar traumatische ervaring te laten gaan, bood ik haar onbewust de gelegenheid om de confrontatie met haar zelf als de angst voor de muis aan te gaan, maar wat mijn moeder niet zag en dus niet met beide handen aanpakte.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om van deze situatie te leren en maar weer te zien dat het handelen van ons als  ouders zoveel meer doet dan de mooie woorden die wij spreken.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om angsten die frictie binnenin mij geven, te onderzoeken op programmering, om zo te kunnen zien waar ik mijzelf in de maling neem en geloof in iets dat er niet is.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om zodra ik angsten van mij bij mijn kinderen terug zie, dit te benoemen en hen te begeleiden in het begrijpen/zien/realiseren dat het niet iets van henzelf is maar een programmering die door mij als ouder daar is geplant als eenzaadje.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen waarde oordeel aan het gedrag van mijn moeder te hangen en te zien dat wanneer ik dat wel doe ik in weze reacties heb dus zelf nog niet sta in dat punt en dus eerst zelf terug naar de tekentafel moet om mijn verhouding met dit punt te bepalen in het belang van een ieder.