Dag 362 van 2555: Schep nog maar een keertje op

DIP Lite cursusWe spraken als groep af om ook te bloggen over al de zaken die wij inmiddels door het lopen van ons Desteni proces ons eigen hebben gemaakt, wat we in onszelf hebben veranderd en hoe het gebruik van de Desteni gereedschappen/hulpmiddelen ons hierbij hebben geholpen. Ik stelde deze vraag aan mijzelf, wat is er veranderd en hoe ben ik veranderd? Er kwam stilte binnenin mij, niet de stilte van rust en niet de stilte voor de storm. Meer een vacuüm dat verlammend werkt en een staat van zijn waarbij het duidelijk is dat er geen antwoord gaat komen. Waarop ik de volgende vraag aan mijzelf stelde: hoe kan ik geen antwoord hebben op deze vraag? Terwijl ik dagelijks ervaar dat ik door mijn proces anders in het leven sta dan voorheen en zoveel meer in staat ben om mijzelf en mijn wereld te begrijpen.

De leegte of de stilte die ik in eerste instantie ervoer was een weerstand die mijn ‘geest’ opwierp en die ik toestond in dat eerste moment. Echter ik accepteerde het niet als zijnde het antwoord en vroeg dus door aan mijzelf. Als dit een weerstand is, welk luikje in mijzelf mag ik dan niet openmaken? Wat moet er voorkomen worden door geen antwoord op de vraag van verandering te geven? Er borrelden gevoelens en emoties omhoog en een zin “je mag geen opschepper zijn”. Okay dacht ik, in mij zijn dus overtuigingen actief die mij doen geloven dat wanneer ik spreek over verandering die ik in mijzelf liet plaatsvinden, dat dit een vorm van opscheppen is. Je bent een opschepper wanneer je laat zien dat het goed met je gaat en je dit zelf hebt veroorzaakt, was min of meer de onderliggende gedachte. Waar heb ik dat opgepikt dacht ik nog.

Door nog wat dieper in mijn verleden te graven, zie ik mijzelf als kind na een verjaardag met mijn gehele familie. Mijn ouders waren vaak teleurgesteld na zulke bijeenkomsten waar zij het gevoel hadden dat zij niet konden delen wat zij hadden bereikt of daardoor hadden kunnen aanschaffen. Er was sprake van jaloezie onderling en als kind pik je dit soort dingen op en je categoriseert ze als een soort van levensles ergens in je databank. Mijn ouders stopten op een bepaald moment met het delen van wat zij bereikten in het leven, omdat het werd ervaren als opschepperij en dus werd het voor de ander duidelijk dat zij op dat punt niet zo geslaagd waren geweest. Je zou het zelfs als een overlevingsmechanisme kunnen zien wat je als kind filtreert uit zo’n levensles. De angst om als opschepper te worden gezien en zo jezelf buiten de groep te plaatsen waar je voor steun van afhankelijk bent.

Ik kon dus zien waarom ik voor een moment in een weerstand schoot bij deze vraag naar verandering. Vervolgens zag ik hoe ik mijzelf niet liet bungelen en zocht naar het waarom en het hoe, om duidelijk te krijgen waarom dit gebeurde en niet nogmaals hoeft te gebeuren. En dat was het moment dat ik dacht: dat is een enorme verandering in mijn leven geweest en iets wat ik sinds een jaar als een natuurlijk iets ben gaan leven, het zoeken naar mijn startpunt. Bij de dingen die ik doe en zeg momenteel heb ik mijn startpunt helder en mocht dat een keer niet helder zijn dan zoek ik dat onmiddellijk uit. Natuurlijk zegt dit niets over het feit of ik altijd direct iets kan met het startpunt, er zijn ook momenten dat ik mijn startpunt wel zie, maar nog niet hetgeen wil loslaten wat mij nog energetische voldoening oplevert. Toch is ook dit loslaten veel gemakkelijker geworden door mijn proces heen, wanneer het vasthouden van patronen je niets meer opleveren op de korte en langere termijn, dan is het makkelijker om deze los te laten.

Hier laat ik zien hoe ik deze opinie, ‘dat ik een opschepper ben wanneer ik laat zien dat het goed met mij gaat’, loslaat door zelfvergeving, correctie en verbintenissen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om weerstand te gebruiken om niet naar mijn eigen vorderingen te hoeven kijken en te delen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van weerstanden gebruiken om mijzelf in het ongewisse te laten, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf alleen maar tekort doe wanneer ik  meega in de weerstand. Ik stop de weerstand, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om weerstanden voor te zijn door preventief te zien/begrijpen/realiseren dat iets een ‘tricky’ punt voor mij is en ik dus alert kan zijn op mijn gedachten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het kijken naar mijn eigen vorderingen en veranderingen als beangstigend te ervaren, als iets waar je bij uit de buurt moet blijven.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet willen benoemen wanneer ik iets beheers, wat een ander wellicht nog niet beheerst wanneer ik dit deel met de ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben voor afwijzing en het verstoten worden waardoor ik niet meer kan rekenen op steun. Ik stop het de angst voor afwijzing, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat deze angst voor afwijzing niet echt is, maar voortkomt uit opinies die werden gevormd door subjectieve uitspraken en gedragingen van anderen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben mijn hoofd boven het maaiveld uit te steken en zo vergeleken te worden met anderen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van niet anders durven zijn dan de meute, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik bang ben om te tonen dat dingen mij goed afgaan na een lange weg van vallen en opstaan en te worden gezien als een opschepper. Ik stop de angst om als opschepper te worden gezien, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het woord opschepper los te koppelen van het principe ‘delen wat ik beheers’.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om voor opschepper te worden uitgemaakt.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst om voor opschepper te worden uitgemaakt, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet graag als opschepper gezien word, omdat dit niet in mijn beeld van wie ik denk te zijn past en het naar mijn ‘mening’ een gevaarlijke karaktereigenschap is die alleen maar ellende kan veroorzaken. Ik stop de angst, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn mening bij te stellen en te zien dat ‘opscheppen’ en ‘delen’ niet dezelfde definitie hebben en als zodanig als woorden ook niet met elkaar geruild kunnen worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik het eerst anderen naar de zin moet maken, door precies dat wel en dat niet te zeggen, en pas daarna te zien of het veilig genoeg is om mijzelf en mijn vooruitgangen te delen met anderen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf onveilig te voelen om mijzelf en mijn vorderingen te delen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik veilige en onveilige situaties op dit gebied niet kan inschatten, omdat mijn startpunt een overlevingsangst is die mijn beeld vertroebelt. Ik stop de overlevingsangst, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn startpunt helder te krijgen en te veranderen zodat er een veilige situatie ontstaat waarin ik in  staat ben om mijzelf en mijn vorderingen te delen zonder eerst op slot te gaan door weerstanden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet belangrijk genoeg te vinden om mijzelf te delen en dus ondergeschikt te maken aan mijn angsten en meningen die ik in mijn kindertijd in mijzelf programmeerde.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf ondergeschikt maken door desinformatie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik naast het snappen van mijn startpunt ook mijn startpunt mag bevragen en aan de kaak mag stellen om zo te zien of het een geldig startpunt is of niet. Ik stop het ondergeschikt maken van mijzelf, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet alleen op zoek te gaan naar mijn startpunt en die te veranderen, maar ook te zien/begrijpen/realiseren waarom mijn startpunt niet in het belang van een ieder was en waar dat door veroorzaakt werd.

Advertenties

Dag 172 van 2555; blijf bij je tafel daar is het veilig!

equal money capitalismVandaag terwijl ik een video bekeek waarin een aantal studenten in een ruimte waren met 1 grote tafel erin, werd aan hen gevraagd om een stoel uit de ruimte te pakken en aan de tafel te komen zitten. Terwijl dit zo voor mij afspeelde ging er een gedachte door mij heen: wat vervelend om een stoel uit de ruimte te moeten pakken. Ook een beeld van een kleuterschool klas plopte op in mijn geest. Nu is mijn vraag waarom dat nu zo vervelend is dat er een stoel uit de ruimte moet worden gepakt om aan een tafel te gaan zitten?

 

Ik weet ik wel van verhalen van mijn ouders, dat toen ik naar de kleuterschool ging ik de eerste dagen niet wilde zitten op mijn stoeltje en ben blijven staan. Ik heb daar ook nog vage beelden bij. Het woord onveilig komt omhoog. In die eerste weken kleuterschool werd mijn broertje geboren dus mijn wereldje stond wel op z’n kop. Van lekker thuis alleen met mijn moeder veranderde mijn wereld in, naar school gaan en doen wat je gezegd wordt en de aandacht van mijn ouders moeten delen met een baby broertje.

 

Wanneer ik het beeld nog eens langzaam terugspeel van de video van vanmiddag dan zie ik de grote tafel en sommigen al aangeschoven eraan en nu komt er een andere gedachte op. Eén die zegt: blijf bij de tafel daar is het veilig. Dus op één of andere manier is de tafel veilig, de tafel geeft op school wel mijn eigen plek aan, dus mijn eigen plek is veilig. Ik zie nu ook beelden van het in de kring gaan zitten en weer uit de kring gaan en het geschuif met stoeltjes wat chaos opleverde wat ik ook als onprettig ervoer. Op één of andere manier is er een opinie of geloof ingeslopen rond mijn vierde dat het bij mijn eigen tafel op school veilig is.

 

Ook wanneer ik met andere mensen in een ruimte ben en op een plek zit, dan beschouw ik die plek graag als mijn plek, ik zal niet snel wisselen tenzij het een gedwongen door de situatie gebeuren is. Ook hier zie ik het zoeken naar veiligheid terug. Dus eigenlijk zeg ik dat het buiten mijn eigen territorium onveilig is en ik dan opzoek moet naar houvast om veiligheid te zoeken. Dus daar zit dan een angst achter, de angst voor onveiligheid buiten mijn eigen vertrouwde omgeving. Grappig eigenlijk want ik heb altijd wel nieuwe dingen en plekken opgezocht, een soort van tarten van die angst lijkt dat dan wel. Ik zou kunnen zeggen dat dit de angst is om mijzelf te verliezen op niet vertrouwd terrein. En als ik mijzelf verlies dan ben ik bang om er niet meer te zijn, dus dood, dus de angst voor de dood.

 

Wanneer ik nu nog een stapje verder ga dan kan ik stellen dat deze angst voor de dood een dekmantel is voor wat anders. Wellicht geen zelfverantwoordelijkheid willen nemen voor verandering, vasthouden aan het oude en vertrouwde. Ja, wellicht is dat een punt dat ik eens moet opruimen.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het vervelend te vinden om van mijn tafel op school weg te moeten en een stoel ergens anders vandaan te moeten halen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij onveilig te voelen wanneer ik van mijn tafel op school weg moet lopen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn tafel als houvast te nemen uit angst wat er zal gebeuren als ik mijn tafel verlaat anders dan weer naar huis gaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn wereld als bedreigend te zien als vier jarige en naar iets buiten mijzelf opzoek ging om houvast te creëren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij bedreigd te voelen wanneer ik weg van mijn tafeltje moest en chaos binnenin mij waar te nemen dat ik geen plekje kon geven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn wereld als chaotisch te zien nu ik naar school moet en mijn moeder druk bezig is met mijn baby broertje.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de chaos die binnenin mij is ook buiten mij te ervaren en omgekeerd en niet te zien hoe ik dit nare onveilige gevoel kan oplossen anders dan aan mijn tafeltje gekluisterd te zitten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een ‘blijf maar zitten waar je zit’ personage te ontwikkelen dat ik meenam verder in mijn leven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om wanneer ik mij onveilig voel in mijn buitenwereld een punt/plek te nemen waar ik mij aan vasthoud als punt van veiligheid buiten mijzelf.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat wanneer ik mij onveilig voel in mijn buitenwereld, zonder direct fysiek gevaar, ik mij ook onveilig voel van binnen en dus niet dit onveilige gevoel kan wegnemen met het vertrouwen in mijzelf, omdat dat er niet voor 100% is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet te vertrouwen in het mijzelf veilig te laten zijn, van binnen en van buiten, en in plaats van zelfverantwoordelijkheid nemen kruip ik weg in angst.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door gebrek aan vertrouwen in mijzelf de angst te ontwikkelen om mijzelf te verliezen wanneer een gevoel van onveiligheid zich meester van mij maakt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat de angst om mijzelf te verliezen voortkomt uit de angst voor de dood als dekmantel voor het niet nemen van zelfverantwoordelijkheid als het gaat om verandering in mijn buiten wereld.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verandering te koppelen aan angst en mijzelf te beperken en tegen te houden en zo het belang van een ieder totaal uit het oog te verliezen door het aannemen en verworden van de angst.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat angst en het zijn van angst geen verandering toestaat en ik mijzelf dus niet uit die situatie van onveiligheid haal.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren hoe een ogenschijnlijk klein iets in mijn prille jeugd mij een gevoel van onveiligheid met mijzelf liet meedragen tot in mijn volwassen leven wat ik niet echt meer kon duiden als zijnde het niet willen veranderen en vast houden aan het oude.

 

Als en wanneer ik mijzelf het oude niet zie loslaten en zie zoeken naar veiligheid buiten mijzelf, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dan dat ik de kracht in mij heb om vertrouwen in mijzelf te vinden als een punt van houvast om mij door veranderingen heen te helpen en alles wat ik onderneem dat buiten mijzelf ligt is het mijzelf beperken en het aanvaarden van consequenties die ik vervolgens moet doorlopen. Dus ik stop en laat het vast houden aan het oude los, omdat ik zie/begrijp/realiseer dat niemand hierbij gebaat is en het dus niet in het belang van een ieder is.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst voor verandering los te laten en in plaats daarvan vertrouwen n mijzelf te vinden om mijzelf te leiden in nieuwe situaties.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat deze angst een restverschijnsel is van een kleuterangst die uitgegroeid is tot een volwassen angst en niet meer nodig is om in stand te houden omdat ik weet dat ik vertrouwen in mijzelf kan vinden.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het personage ‘blijf maar zitten waar je zit’ verder uit te diepen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij vrij te kunnen bewegen en elke angst van onveiligheid terug te voeren naar mijzelf om te zien op welk punt ik nog moet werken aan mijn vertrouwen in mijzelf.

Dag 161 van 2555; een witte hersenschim als cadeau

Dag 161 van 2555; een witte hersenschim als cadeau  Ik opende een raam en stak mijn hoofd iets naar buiten. De ramen zitten allemaal in de crème witte verf en ik schampte bijna met de zijkant van mijn gezicht langs de buitenkant van het kozijn. Dat moment was het moment dat er iets gebeurde wat ik zelf niet voor mogelijk had gehouden. Terwijl ik bijna het crème witte kozijn schampte zag ik het crème witte van heel dichtbij in mijn ooghoek. In een flits dacht ik dat er een witte mot op de buitenkant van het raam zat ter hoogte van mijn oog. Ik voelde fysiek iets branderigs op mijn huid onder mijn oog aan de zijkant. Ik was ervan overtuigt in dat moment dat deze mot mij aangevallen had. Het leek of ik in een horror film gezogen werd. Als reflex begon ik met mijn hand deze mot weg te vegen, maar het gevoel bleef. Mijn hart begonnen sneller te slaan en ik voelde angst in mijn solar plexus. Al rond kijkend in de ruimte zag ik een spiegel op de grond staan, die ik oppakte met bevende handen om te zien welk monster er aan mijn gezicht zat vastgeplakt. Ik keek in de spiegel en zag mijzelf met een enigszins verschrikt en verwildert gezicht. Die fysieke check was genoeg om mij uit deze bezetenheid van mijn geest te halen. Ik schaamde mij voor mijn hysterische reactie, alhoewel ik niet gegild had, het had allemaal in de stilte van de geest zich afgespeeld ver weg van een ieder ander om waar te nemen of aan deel te nemen. Ik voelde mij stom om te denken dat hartje winter er een mot op het raam zit die mij als een ‘killer alien’ te lijf gaat zonder opgaaf van reden. En ik was teleurgesteld in mijzelf, omdat ik dacht geen angsten voor insecten meer te hebben en nu werd het tegendeel bewezen.

Maar nadat ik van de schrik was bekomen zag ik hoe ondersteunend deze tijdelijke bezetenheid was geweest. Ik dacht geen angsten meer voor insecten te hebben en klaar te zijn met dat punt, maar deze hersenschim liet mij het tegendeel zien. Mijn angst voor insecten was het eerste dat ik heb aangepakt in mijn proces, nou ja, misschien moet ik pre-proces zeggen. Ik had vele video’s van Desteni gekeken in een paar dagen tijd en zag een aantal thema’s terugkeren, waarbij angst daar 1 van was. Ik begreep dat angst ons limiteerde en dat er ons niets in de weg stond om zo’n angst te ontmaskeren en op te ruimen. Samen met mijn gezin waren we op vakantie gegaan naar Napels en zittende aan het strand met mijn partner en pratende over het Desteni materiaal dat ik had gezien, besloot ik niet meer bang te zijn voor insecten. Dit was een diep besluit van binnen dat ik echt met mijzelf wilde aangaan. Het hele proces van zelfvergeving en correctie in het fysieke na het identificeren van het patroon, was mij nog totaal onbekend. Ik was dus een verbintenis met mijzelf aangegaan om iets te stoppen waarvan ik niet wist wat ik precies moest stoppen. Mijn volhardendheid en drang om deze angst te stoppen, door jarenlang gekweld te worden erdoor, maakte dat ik ‘colt turkey’ het kon stoppen en er vrij van was. Het hield uiteindelijk geen stand zo zag ik vandaag. Het punt was dat ik het goed weggestopt had, want dat was wat ik had gedaan, waardoor het leek of het echt was opgeruimd en ik ermee had afgerekend op een duurzame wijze.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor een insect zoals de witte mot.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in polariteit met een witte mot te gaan en mij als kleiner en kwetsbaarder op te stellen dan de mot.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in mijn geest super talenten aan de mot toe te kennen die mij als kwetsbare bevestigen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik groter en sterker ben dan de mot en fysiek gezien een bedreiging voor de mot zou moeten zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben dat de mot mij iets aan zal doen en mij niet te realiseren dat de mot, die gelijk staat aan leven, mij niets doet zolang ik het leven respecteer.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik fysiek gezien groter en sterker ben dan de mot, maar niet weet hoe ik met leven om moet gaan als mijzelf en de mot, waardoor ik met angst reageer op de mot/leven wat uiteindelijk een uitvergroting is van het feit dat ik angst heb voor het leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om de mot als leven te zien, want dan wordt ineens leven iets engs en iets waarvoor ik moet wegvluchten in de geest om veilig te zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn geest als een veilige plek te zien om te schuilen voor de enge witte mot en mij niet te realiseren, dat deze horrorfilm zoals ik het ervoer, zich afspeelt in mijn geest.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om beste vriendjes met de geest te zijn die mij aan een dagelijks infuus van angsten legt en te geloven dat dit de beste plek is om te zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren in hoeverre ik mijn geest heb toegestaan en heb geaccepteerd om mij te hersenspoelen en alles met mij te doen wat het belieft ,om zo zijn energie quota te halen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te zien hoe de geest mij heeft voorgelogen en hoe graag ik het wilde geloven dat ik geen angsten meer voor insecten had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet te realiseren dat de fysieke angst voor insecten wellicht vervaagd was, maar de geest dimensie was nog springlevend en liet mij in een bezetenheid schieten door het zien van een crème witte raampost in mijn ooghoek.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om schaamte te voelen voor mijn participatie in de geest die ik helder kon zien en waar ik spijt van had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om spijt te hebben van mijn participatie in de geest en mijzelf dus alleen als perfect wil zien binnen mijn proces.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om teleurgesteld te zijn in mijzelf voor het klaarblijkelijk niet instaat zijn van het oplossen van een angst in mij.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat het proces ook daadwerkelijk een proces is en ik na vele keren struikelen zal kunnen gaan staan en het geen waarde meer heeft om bij elke struikelbeurt mijzelf te veroordelen als mislukt of niet volhardend genoeg.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf stom te vinden om al de aanwezige fysieke gezond verstand informatie, die ik tot mijn beschikking had, in de wind te slaan  en te gaan voor de horrorfilm in mijn geest.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om dat te vrezen wat 1 en gelijk aan mij is, als leven, en mij niet te realiseren wat mijn strijd met het leven is, wat vaak zo verdekt naar buiten komt dat het zich niet als een groot probleem manifesteert aan mij, maar enkel op mysterieuze wijze blijft langskomen totdat ik het snap en er wat mee kan doen.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in latere blogs of schrijfprocessen deze angst voor insecten verder uit te diepen om zo alle dimensies in kaart te kunnen berengen.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de koppeling tussen de angst voor insecten en de angst voor leven te zien en te benoemen elke keer dat ik het tegenkom om zo zelfvergeving en correctie toe te passen.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat het leven uit polariteit bestaat, maar niet te participeren in deze polariteit.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet harder voor mijzelf te zijn in mijn proces dan nodig is, om zo niet via een achterdeur mijn angst voor het leven proberen te vervagen.