Dag 388: er is au en wat doen we ermee?

Screen Shot 2016-06-09 at 10.42.56De laatste jaren ben ik mij steeds meer bewust geworden van het feit dat realistisch gezien de dag zich kan aandienen dat mijn ouders komen te overlijden. Jaren geleden zou zo’n bewustwording mij nerveus hebben gemaakt en een akelig gevoel hebben gegeven. Dus wat is er anders, wat is het verschil tussen nu en toen? Toen leunde ik op de mening van mijn ouders, als ze lang op vakantie waren dan gaf mij dit een gevoel van hen niet binnen handbereik te hebben. Naarmate ik zelf ouder werd, mijn Desteni proces ging lopen en steeds meer over mijzelf leerde, zag ik hoe ik mij afhankelijk had gemaakt van dingen die mijn ouders goed konden/kunnen en die ik als een soort van uniekheid op hen had geplakt. Het kwam nooit in mij op om te zien, of ik dat wat ik als uniekheid beschouwde, ook zelf bezat of kon ontwikkelen. Het was meer gemak dient de mens, mijn vader is goed in dit en dat en dus maak ik daar gebruik van. Als mijn vader zou komen te vervallen dan kan ik daar dus geen gebruik meer van maken, ik zou dan afgesloten worden van een ‘dienst’ als het ware. Dit geeft al een beetje aan hoe een rouwproces niet zozeer om liefde gaat en het verliezen van liefde, maar eigenlijk een zeer egoïstisch verhaal is en je jezelf voelt afgesneden van bepaalde behoeften in jezelf die de ander vervulde.

Als een natuurlijk proces begon ik te kijken wat ik het meest zou missen als mijn ouders er niet meer zouden zijn en heb ik in zelfoprechtheid gekeken of ik mijzelf dat kan geven, en zo niet waarom ik van mening was dat dit niet ging. Zodra ik dacht dat ik het niet in mij had, dan speelden er meestal opinies over mijzelf een grote rol en daardoor weerstanden die leken te bevestigen dat dit niet in mijn aard lag om te kunnen. Wat eigenlijk wel grappig is, want als de ander een half leven erover heeft gedaan om een bepaald talent te ontwikkelen, dan kan je ook niet van jezelf verwachten dat jij dit dan zo even doet. De vraag is natuurlijk of je bepaalde talenten of potentie binnen jezelf wil ontplooien, of je er klaar voor bent of dat je tijd in andere dingen wil investeren en iemand anders zoekt die deze dienst kan overnemen zodra de dood deze dienst afsnijd.

Een rouwproces, waarmee ik niet het eerste verdriet bedoel, is een proces waarin we bezeten raken met de herinneringen over de ander. We willen de ander als het ware levend houden door de herinneringen levend te houden in ons hoofd. Dit doen we dan op zo’n manier dat we onszelf vastzetten in deze herinneringen en zo onszelf als leven ook vastzetten. Waarbij herinneringen een soort van afweermechanisme wordt om de ander levend te houden, zodat we de angst om alleen te zijn met onszelf niet te hoeven ervaren. We geven vorm aan de ander in ons hoofd en wordt een fantasie partner/vader/moeder/broer/zus/kind etc. Op dat punt geloven we met zekerheid dat we niet verder kunnen leven zonder de ander en vragen af wat de ander van dit en dat vindt, waarbij wij zelf verzinnen wat de ander zou hebben kunnen gezegd. Zinnen als: “als je vader er nog was geweest dan had hij dit niet goed gekeurd of dan had hij trots op je geweest.” We weten allemaal dat we niet voor een ander kunnen praten, maar als het om de doden gaat dan is dat vaak wel geoorloofd. Eigenlijk zouden er alarmbellen af moeten gaan wanneer we gaan praten voor een dode, om dan te zien dat we bezeten zijn met de ander, en niet in staat zijn om los te laten en te leven. Wat min of meer gelijk staat aan er zelf ook niet meer zijn. Een rouwproces is een proces van eigenbelang en angst voor het nemen van zelfverantwoordelijkheid om je eigen leven weer op de rit te krijgen en te leren van wat de ander je ooit gaf en te onderzoeken of je dit aan jezelf kan geven.

Als we in het woord ‘rouw’ de ‘o’ voor een ‘a’ vervangen dan krijgen we ‘rauw’. We krijgen de rauwe, ongecensureerde versie van onszelf te zien en staan dan voor de keuze of we daar verandering in willen aanbrengen of niet. Het woord ‘rauw’ zegt het al ‘r’ ‘auw’, ‘er is au’, er is pijn en we kunnen dit wegdrukken/onderdrukken, maar we kunnen dit pijnpunt ook als een geschenk zien, wat voor ons een deur opent om onszelf te geven en niet af te nemen zoals we doen in een rouwproces.

Terwijl ik dit proces liep om te zien of ik dingen op eigen kracht kon gaan doen, door mij de talenten die ik bewonderende en afnam bij mijn ouders probeerde eigen te maken, stuitte ik op meer dan ik in eerste instantie in de gaten had. Ik was eigenlijk al vrij snel met de talenten van mijn vader aan de slag gegaan en kon mij daar in vinden en dat zag ik mijzelf langzaam maar zeker eigen maken. Wat mijn moeder betrof, daar was een groot niets. Eerst onderdrukte ik dit, totdat het zo overduidelijk was en ik met mijn partner hierover in gesprek ging. Alles wat ik opnoemde over mijn moeder zag ik als zwak en negatief en mijn partner zag in al die dingen mogelijkheden, potentie en kracht. Dit opende enorm mijn ogen en eigenlijk was het niet nieuw, maar ik vond het ook te gek voor woorden om mijn moeder te herinneren al s’niets’ en mijn vader als de getalenteerde, alleen maar omdat ik mij liever identificeerde met zijn talenten en potentie dan hoe ik die van mijn moeder had geïnterpreteerd. Mijn ouders zijn er nu nog, ik kan nu nog van hen leren en vragen hoe ze zover gekomen zijn om dat talent te ontwikkelen. Het zou dus weinig effectief zijn om mijn moeder als ‘niets’ af te schilderen, terwijl dat ‘niets’ in mij zit en van mij komt en helemaal niets met wie mijn moeder is te maken heeft. Het zegt meer over mij dan over mijn moeder.

Dus wat begon als een natuurlijk proces is nu door ontwikkeld in een meer bewust proces waar ik in oprechtheid naar mijzelf kijk en juist de reacties en weerstanden gebruik om mijzelf beter te begrijpen i.p.v. alleen positieve te willen zijn en niet willen inzien wat voor een beeld je over de ander hebt ontwikkeld.

Nu ben ik begonnen dit proces van ‘er is au’ te duiden en niet onder het tapijt te schuiven, kan ik ook zien dat dit proces eigenlijk veel verder gaat. Wat opgaat voor mijn ouders gaat ook op voor een ieder ander waar ik hoe dan ook mee in aanraking kom, echt of virtueel. Het kijken naar wat de ander je geeft en zien hoe je dit aan jezelf kan geven, is niet alleen van toepassing op oude mensen die statistisch gezien sneller komen te overlijden. Dit is van toepassing op iedereen. Het moment dat ik denk: “oh kon ik dat ook maar”, is het moment van naar binnen kijken in zelfoprechtheid waarom die jaloezie daar is en waarom ik denk dat ik dat niet in mij heb. Dit is een proces waarbij je jezelf niet alleen gunt je beste zelf te zijn, in de momenten van verassing zitten de grootste geschenken verpakt. Want je leert jezelf kennen, waarbij je de kans krijgt niet jezelf te veroordelen maar te zien dat dingen anders kunnen waardoor je opstijgt boven je eigen gemaakte beperkingen van jezelf. Dat geeft kracht, om te zien dat als je jezelf richting geeft er veel meer mogelijk is dan je voor mogelijk hield. Jammer dat we vaak gelukkig denken te zijn met een beperkte of afgezwakte versie van onszelf, het kan zoveel beter. En als wij beter kunnen als een onderdeel van het geheel, dan is het niet moeilijk te bedenken dat het geheel als onze samenleving en alle processen die komen kijken bij het leven op een planeet ook veel beter kunnen. We zouden nee moeten zeggen tegen middelmatigheid en ja zeggen tegen het leren kennen van onszelf en onszelf als onze samenleving.

Dag 271 van 2555: we zijn zooo blij

basisinkomengarantieBij mijn bezoek aan de biologische winkel in onze woonplaats stuitte ik bij de kassa op een medewerkster die zooo blij was. Ze was net terug van vakantie en had in Drente een sjamanen week gedaan. Ze was zoooo blij dat haar werkdag erop zat, wat ze tussen neus en lippen door zei, terwijl ze doorvertelde hoe geweldig het daar in Drente was. Zij sprak tegen de klant voor mij en tegen mij en mijn dochter. De andere klant wilde ook zo graag eens een sjamanen iets bijwonen dat leek haar helemaal te gek. Ik voelde een lichte reactie opkomen en veroordeelde deze vrouwen als het toch niet helemaal op een rijtje te hebben. Ik observeerde de medewerkster en het was bijna alsof zij aan de drugs was, zo was haar gezichtsexpressie.

Toen zij zag dat de klant voor ons en wij een pakje cocosdrink hadden meegenomen begon zij kortingskaarten uit te delen. Daar bleef het niet bij ze gaf nog een kaart en nog één totdat we er allemaal 4 hadden. Het leek wel een reclame waarin zij blij in de lucht keek en kortingskaarten bleef vouwen en uitdelen. Tijdens het uitdelen werd ook weer veelvuldig verteld hoe blij ze wel niet was. En dat was het moment dat het in mijn verkeerde keelgat schoot. Ik stond daar met die kaartjes en keek daar in het leipe happy gezicht van de medewerkster en zag dat het geen zin had om haar attent te maken dat zij niet zoveel kaartjes aan ons moest uitdelen tegen de regels van haar baas in, enkel en alleen omdat zij blij was. Maar dat slikte ik in en vervolgens kwam er wat anders uit. Ik zei: “weet wel dat blij maar zo lang duurt”. En ik schrok een beetje van de hardheid van mijn boodschap tegen deze high van blijdschap zijnde dame, en zei onmiddellijk: “het klinkt misschien een beetje hard maar blij zijn duurt niet eeuwig”. Waarop de medewerkster wel heel even ontnuchterd leek te zijn en zei: “ja, maar zonder verdriet hebben we geen blijdschap”. “Precies”: zei ik, “daar zit het hem nu juist in, je beweegt je tussen twee polen, probeer er niet in mee te gaan en gewoon te zijn”. Waarop de medewerkster weer blij verder sprak met de klant die voor mij was en nog altijd was blijven staan praten.

Tijdens het naar buiten gaan siste mijn dochter: “mama dat moet je niet doen, de mensen begrijpen dat niet”. En ik voelde mij een beetje betrapt en sputterde dat ik wel een zaadje mogelijkerwijs had kunnen planten. Als de medewerkster vanmiddag thuis komt en zich niet meer zo blij voelt dan denkt ze misschien aan mijn woorden. “Dat betwijfel ik”, zei mijn dochter. “Mensen denken niet over zulke dingen na”, voegde ze er nog aan toe.

En dat is ook wel zo, mensen willen niet nadenken over het feit en het waarom ze zooo blij zijn. Ik had ook kunnen vragen welk verdriet de medewerkster dan wel niet aan het onderdrukken was dat zij er zoveel extreme blijheid tegenover moest zetten, maar dat had volgens de sociale omgangsetiquette waarschijnlijk echt niet gekund. Toch zou het handig zijn wanneer wij onszelf een beetje beter zouden begrijpen. Hoe komt het dat wij ineens zooo blij zijn? Wat ging eraan vooraf dat vermeden moest worden en overspoeld moest worden door extreme blijdschap. Mogen we het verdrietige niet onder ogen zien? Mogen we niet zien wie wij zijn in elk moment en elke adem? Is dat een te benauwend gevoel?

Ik was in het moment in de winkel niet alleen degene die een zaadje wilde planten bij een ander, ik was diegene, die de ander veroordeelde in haar origine van blij zijn uit frustratie dat het verdriet niet erkend werd. Het verdriet van ons allen om het bestaan dat wij leiden door van de ene polariteit over te gaan in de andere en vooral niet onszelf te confronteren met onszelf of het nare beeld van de ander en de wereld. Pingpong ballen zijn we die van de ene kant naar de andere kant gestuiterd worden door onze emoties en gevoelens, terwijl wij de illusie willen hoog houden dat wij het tafeltennisbatje onder controle hebben en niet door de ruimte geslingerd worden door onze emoties en gevoelens.

Eens kijken hoe mijn volgende bezoekje verloopt aan de biologische winkel of het zaadje al aan het kiemen is of dat het is afgestorven door mijn reactieve opmerking…

Zelfvergevingen volgen.

Dag 263 van 2555: Paranoia: welke farmaceutische worst wordt ons voorgehouden?

basisinkomengarantieVandaag was ik bij de huisarts met mijn dochter, zij ervaart veel pijn door de Fibromyalgie, maar nu deed haar elleboog zoveel pijn dat het slapen wat al zo moeizaam gaat nu helemaal niet meer lukte. De pijn leek anders,het begon met een paar dagen tintelende vingers wat naar de onderarm toe doorstroomde. Na een fysiotherapie sessie begon de elleboog heftig pijn te vertonen en er was niet veel wat we als verlichting konden aanbieden. Dus besloten we vandaag toch even langs de huisarts te gaan om te zien of we met de fibro te maken hadden of dat dit toch meer met de botvergroeiing in de elleboog van doen had en een meer fysiologische aanpak nodig heeft.

 

Helaas was het toch een uitvloeisel van de fibromyalgie, wat op dit moment betekent dat de medische wereld niet direct iets structureel voor je kan betekenen. Tenzij je de trukendoos van de farmaceutische industrie open wil trekken. En dat gebeurde dan ook toen mijn dochter aan het eind van het consult de huisarts vroeg wat er aan die slopende pijn gedaan kan worden. Zij heeft al verschillende pijnstillers geprobeerd, die de maagwand behoorlijk aantasten en dan met veel geluk een beetje werken voor een uur. Maar ja wat is een uur op een dag, wanneer je beseft dat je het medicijn maar 3 keer per dag mag innemen, dat is 3 uur enigszins verlichting op 24 uur en het op de koop toe nemen van de bijwerkingen.

 

De huisarts moest beamen dat pijnstillers niet de truc doen bij de meeste fibromyalgie patiënten, maar zo zei hij: dat hij wel goede ervaring had met antidepressiva in een lage dosis. Het zou 30-50% van de pijn wegnemen en je zou er wat vrolijker van worden. Wanneer we volgende week nog eens terug zouden komen dan wilde hij dat wel voorschrijven. Er ging bij mij een knop om, het woord antidepressiva triggerde een reactie in mij. Een  soort van misselijk makend gevoel kwam over mij heen, mijn kind aan de antidepressiva dacht ik, no way. Ik zag dat mijn dochter  veel ontvankelijker reageerde dan ik zelf. Ik zag dat ik het persoonlijk nam en dus de afweging van zo’n medicijn persoonlijk nam, terwijl ik die afweging niet kan maken, want ik ervaar niet dag in dag uit pijn die af en toe ondraaglijk wordt. Ik ben niet dagenlang misselijk van de pijn en afgemat door de pijn, maar ik nam dit wel persoonlijk en probeerde een afweging te maken door de bril van angst voor wat een antidepressiva fysiek met je doet, kijkend naar het verslavend vermogen en de bijwerkingen.

 

Toen we terug liepen naar huis, zei mijn dochter dat ze momenteel alles wel wil proberen om verlichting van de pijn te krijgen en ik besefte mij dat ik dus ook onmogelijk die afweging kan maken voor mijn kind of het uitproberen van een antidepressiva een ‘no go area’ is of iets om toch af te wegen. Daar ligt ook de moeilijkheid van de rol als ouder, je wordt geacht om beslissingen voor en met je minderjarige kind te maken, maar met dit soort vraagstukken is het onmogelijk om je echt in te kunnen leven hoe het is om 24 uur per dag pijn te hebben en dus is het bijna onmogelijk voor mij op dit moment om een gezond verstand afweging te kunnen maken.

 

Later thuis ben ik gaan googlen op antidepressiva als pijnbestrijding bij fibromyalgie patiënten, ik vond dat ik mij eerst moest inlezen alvorens een oordeel te vellen over een medicijn waar ik reacties op ervoer. De berichtgeving was niet echt om vrolijk van te worden, eigenlijk diep triest wanneer je leest wat mensen door moeten maken wanneer de medische wetenschap het ook niet echt weet en dan maar gaat experimenteren op patiënten. Een wanhopige of radeloze patiënt is natuurlijk sneller over te halen tot experimenten dan iemand die dat niet is. Al snel werd duidelijk dat een lage dosis alleen werkt wanneer je niet ook depressief bent, waar je uiteindelijk steeds in terug valt door de uitzichtloosheid van de pijn en vermoeidheid. Bij een normale of lage dosis en gevoeligheid voor het medicijn kun je juist depressief worden. Mensen kwamen 5-20 kilo in gewicht aan, de klachten verergerden of er kwamen klachten bij die na te zijn gestopt met het medicijn niet meer weg gingen. En mijn grootste angst is het verslaafd raken aan dit soort middelen endoor eenhel moeten gaan om er weer vanaf te komen. Ook waren er patiënten die er wel baad bij hadden en zelfs beter gingen slapen, waardoor ze minder vermoeid raakten en ‘overall’ zich beter voelden. Maar allen vertelden dat zij in de beleving van de wereld om hen heen zich afgestompt en mat voelden. Mijn dochter was natuurlijk ook meteen gaan googlen en kwam tot de conclusie dat er verder niet veel is dat de reguliere gezondheidszorg kan bieden en dat zij dus serieus moet gaan afwegen of dit een pad is dat zij wil gaan wandelen naast het pijnprogramma dat zij binnen de revalidatie zal gaan lopen.

 

Mijn probleem is de angst dat mijn dochter verslaafd raakt aan een medicijn dat maar weinig verlichting zal geven en meer bijverschijnselen zal geven. De angst dat ik een afgestomt kind terug zal krijgen dat de wereld door de ogen van antidepressiva zal moeten bekijken om de pijn dragelijker te maken. Die angst maakt mij erg verdrietig, waardoor ik haar toekomst nu al in het hier en nu als uitzichtloos ervaar. Ik wil mijn kind niet tot een patiënt maken en ik wil niet geloven/aannemen dat dit de weg is die een 16 jarig meisje moet lopen om een menswaardig bestaan te leiden. De vraag is natuurlijk hoe menswaardig haar leven met constante pijn en vermoeidheid nu is.

 

Ik vrees dit medicijn, omdat ik emotionele relaties leg met depressieve mensen, met verslaafde mensen en het medicijn label als de weg naar uitzichtloosheid. Wat inhaakt op de spijt die ik voel dat ik een kind op de wereld heb gezet dat moet lijden, zonder dat het enig nut heeft. Dus dat zijn grootse onderwerpen om eens onder de loep te nemen en door te spitten.

 

Een oplossing op de vraag of dit medicijn het proberen waard is, zal voor mij zijn het wegnemen/los laten van de angst omtrent het medicijn om een heldere afweging samen met mijn dochter te kunnen maken. Door zelfvergeving te doen zal ik dan in kaart brengen waar ik naar moet kijken om de emotionele ruis van dit vraagstuk af te nemen en niet te handelen en te denken vanuit het perspectief van spijt.

 

De beloning zal zijn dat ik mijn dochter kan ondersteunen en assisteren met het stoppen van de problemen die oplosbaar zijn in plaats van oplossingen te zoeken als lapmiddelen. De beloning zal zijn dat ik kan adviseren zonder dit te doen door een sluier van emotionele ruis en het gevoel van spijt, door simpelweg 1+1=2 te doen.

 

Zelfvergevingen volgen in de volgende blog.

Dag 238 van 2555; de vagina de bron van al het kwaad – baren – deel 2

equal money capitalismIn mijn vorige blog heb ik een introductie gedaan op het onderwerp baren dat het volgende onderwerp is in de serie die ik doorloop. Vandaag zal ik doormiddel van zelfvergevingen dieper ingaan op de verschillende dimensies rond het baren in samenhang met de vagina als de bron van al het kwaad. In mijn vorige blog kwam ik tot de volgende probleem/oplossing/beloning structuur, die ik hieronder heb geplaatst, wat een leidraad zal zijn in de blog van vandaag.

 

Probleem:

De angst dat mijn vagina compleet verbouwd zou worden na het baren van een kind en daardoor mijn vagina de schuld te geven voor het verlangen naar het zaad dat mijn voortplanting zou garanderen en in zekere zin mijn onsterfelijkheid.

Oplossing:

Mijzelf niet laten leiden door verlangens of andere emoties en gevoelens en dus niet iets of iemand anders de schuld geven van het niet onvoorwaardelijk staan van mijzelf.

Beloning:

Op mijn eigen twee benen kunnen staan, geworteld in mijn fysieke werkelijkheid en niet geleid worden door mijn geest waarbij spijt en schuldgevoelens later een rol gaan spelen. Staan 1 en gelijk aan en in het leven om snel en duidelijk te kunnen zien wanneer ik niet handel in het belang van een ieder.

 

Angstdimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben dat ik fysiek niet instaat ben om een kind te baren, omdat het simpelweg niet past/eruit kan. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben voor een beeld dat ik in mijn geest heb samengesteld aan de hand van andere angsten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben dat wanneer het kind door mijn vagina gaat ik helse pijnen zal moeten doorstaan. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om ‘fuck you’ te zeggen tegen de gevestigde medische orde die mij verteld dat de intense barenspijn mijn band met mijn kind zal doen versterken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben dat ik mijn oude vagina nooit meer terug zal krijgen nadat er een kind doorheen is gegaan. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te verlangen naar het oude terwijl mijn handelen een nieuwe weg inslaat en de gevolgen van dit handelen in tegenstrijd is met het blijven hangen in het oude.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben voor de beslissing die ik nam toen ik zwanger wilde worden. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet alle dimensies te hebben overzien en niet al mijn angsten te hebben doorgewerkt alvorens een zwangerschap en het baren van een kind aan te gaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben voor het aanschouwen van mijn gehavende vagina na het baren van mijn kinderen. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te separeren van mijn lijf/vagina uit angst dat ik een beeld op mijn netvlies zal blijven houden wat mij zal doen walgen van mijn fysieke lichaam.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben dat wanneer ik mijn gehavende vagina bekijk ik zal zien dat de tijdelijke “buiten werking” van mijn vagina wel eens permanent zou kunnen zijn. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben nooit meer plezier van mijn vagina te kunnen hebben nu ik moeder ben.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben om gehandicapt te blijven wanneer ik van A tot Z inscheur. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in een niet stabiele toestand door mijn hormonen, boeken te hebben gelezen die mijn angsten voor het ‘einde van mijn vagina’ hebben versterkt door woord en beeld.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben voor de verminkte vagina’s op mijn netvlies en deze vervolgens te verzamelen in de geest, maar niet te durven kijken naar de fysieke werkelijkheid van mijn eigen vagina. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te ontkennen dat mijn vagina na het baren ‘stuk is’ en dus ook niet te willen kijken of mijn vagina werkelijk ‘stuk is’, maar liever mijzelf te dompelen in de angsten van de geest opgebouwd uit al de plaatjes en woorden die ik tot mij genomen heb en een surreële werkelijkheid mee opgebouwd heb.

 

Gedachtendimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de geest mijzelf te zien dat mijn kind niet door mijn vagina kan en niet voldoende oprekt omdat zoiets eenvoudigweg niet kan in mijn verbeelding. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het oude niet te durven verlaten voor het nieuwe, terwijl ik mij niet realiseer dat ik op het punt van verandering sta tijdens het baren om van mij naar wij te gaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de geest mijzelf te zien liggen in bed met helse pijnen en niet meer te kunnen en willen. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het idee over pijn te ervaren, in plaats van de pijn als fysieke pijn te ervaren en met een 4 tellen ademhaling het houdbaar te houden en mijzelf zo aan te sturen dat ik mijzelf door het baren heen help.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de geest mijzelf te zien met een volledig opengescheurde vagina. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben dat ik volledig afgedankt zou zijn als vrouw en nu alleen mijn rol als moeder nog te vervullen heb.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de geest mijzelf te zien met een volledig uitgelubberde vagina waar niets meer mee te beginnen is. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat vrouwen na het baren nooit meer plezier van hun vagina kunnen hebben en als gehandicapten door het leven te moeten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf in de geest zwanger te zien en alleen maar te denken aan de periode met een dikke buik en de periode dat het kind er is. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik moedwillig het baren in mijn geest weg laat uit angst voor mijn angsten omtrent het baren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf in de geest vol walging van mijn eigen lijf te zien. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet te willen accepteren wanneer mijn vagina tijdelijk moet herstellen van het baren van mijn kind. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn moeite met de verandering om van ik naar wij te gaan te projecteren op mijn vagina als de schuldige van de staat waarin mijn lijf zich bevindt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf in de geest mijzelf te zien afkeren van mijn vagina om maar niet te hoeven zien wat de schade daar beneden is. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de enige feedback die ik voor handen heb, de fysieke check in mijn fysieke werkelijkheid, niet te gebruiken om mijzelf te stabiliseren, maar mijn geestes werkelijkheid te gebruiken om mijn fysieke status quo vast te stellen en mijzelf een houvast te bieden door angsten.

 

 

Verbeeldingsdimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij voor te stellen dat ik zwanger ben en dan ineens een kind heb. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het baren achterwege te laten en mij alleen op het positieve te willen focussen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te verbeelden hoe mijn vagina als een elastiekje weer terugtrekt in zijn oude vorm. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verandering niet te willen omarmen als verder komen, maar te bestempelen als het kwaad dat tegenspoed zal brengen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te verbeelden dat ik de meest perfecte en soepele bevalling zal hebben die er ooit is geweest op de wereld. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet met beide benen op de grond mijn baren tegemoet te gaan, maar mij in fantasie te hullen om zo te kunnen omgaan/overleven bij het idee dat ik pijn zal leiden en nooit meer zal terugkeren naar alleen een ik.

 

 

Interne gesprekken/backchatdimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de backchat ‘ ik wil niet baren dat verpest mijn lijf’ in mij te laten bestaan en zo mij ongemerkt te verzetten tegen het baren en mijn vagina die wel zal gaan starten met baren op een gegeven moment te beschuldigen van verraad. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn vagina als de bron van het kwaad te zien wanneer het verlangde naar het zaad en nu mijn wereld laat veranderen door mijn kind te baren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om  de backchat ‘niets zal meer zijn zoals vroeger’ in mij te laten bestaan en zo het veranderen van lichaam en werkelijkheid te argwanen en niet te willen aanvaarden. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn eigen fysieke lichaam te argwanen en te bestempelen als de vijand.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de backchat ‘ik ben bang voor een uitgelubberde vagina’  in mij te laten bestaan en zo de angst voor verandering te verwoorden. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn niet te realiseren dat een uitgelubberde vagina een schrikbeeld is dat ik mij voorhoud en wat mij belemmerd om daadwerkelijk te kunnen zien wat de gevolgen en veranderingen in en aan mijn vagina zullen zijn na het baren van mijn kinderen om daar met gezond verstand mee om te gaan.

 

 

Reactiedimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij verraden te voelen door mijn vagina. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat dit verraad het verraad aan mijzelf is, waarbij ‘zelf’ de geest vertegenwoordigt en niet blij is met een ‘wij’ situatie in plaats van een ‘ik’ situatie.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf verminkt te voelen als vrouw na het baren van mijn kinderen. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te realiseren dat, ik als de geest, het niet waardeer om iets te moeten opgeven voor een ander levend wezen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verdriet en rouw te ervaren over mijn ‘nieuwe’ mama vagina. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik rouw om wat was en nog niet weet of ik kan staan zonder participatie in de geest als een ‘wij’.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om walging te ervaren voor mijn vagina. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat het een walgen is van mijzelf, als de geest, om iets te moeten opgeven of te veranderen om als een ‘wij’ verder te kunnen, waarbij mijn vagina een tijdelijke verandering doorgaat totdat mijn fysieke werkelijkheid zich weer heeft gestabiliseerd.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet meer blij te zijn met mijn vagina. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik voor het baren ook niet altijd blij was met mijn vagina en al in separatie leefde met mijn vagina, waardoor de stap naar mijn vagina alleen nog in een negatief daglicht te kunnen stellen niet groot is.

 

 

Fysieke gedragsdimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om hoog te gaan ademen en onregelmatig als ik denk aan het baren of mijn verbouwde vagina. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik angst heb voor verandering en minder effectief adem om zo stiekem mijn fysieke werkelijkheid te verlaten en mijzelf op te sluiten in de geest onder voortdurende verlamming van angst.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het warm te krijgen als ik denk aan het baren. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet te realiseren dat ik mij liever separeer van mijnangsten dan mijn angsten in de ogen te zien.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om op het punt van baren te stoppen door de kracht van de weeën tegen proberen te houden uit angst voor een totale openscheuring. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te verzetten tegen verandering en meer schade te berokkenen door een wee in te houden op het punt van het baren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn vuisten te ballen als ik denk aan mijn verminkte vagina, door de vagina te bezien door de ogen van de geest. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te ontwikkelen op basis van de geest en niet op basis van hier te zijn in mijn ademhaling in mijn fysieke werkelijkheid.

 

 

Consequentiedimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat wanneer ik mijn geloof leg in de geest over het verminkt zijn van mijn vagina ik mij daardoor zal separeren van mijzelf. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te separeren van mijn vagina/fysieke lichaam door beelden/overtuigen van de geest.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn angst voor verandering en het opgeven van zelfbelang te vervormen/verwringen tot het separeren van en het verraden voelen door mijn vagina. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn vagina te beschuldigen van mijn inflexibiliteit voor verandering.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik niet heb geaccepteerd en toegestaan om door het beschuldigen van mijn vagina ik geen band heb kunnen opbouwen met mijn vagina na het krijgen van mijn kinderen. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om spijt te ervaren van het niet hebben van een band met mijn vagina en mijn vagina niet te zien als een geheel met al de andere onderdelen van mijn fysieke lichaam.

 

 

In mijn volgende blog zal ik de zelfvergevingen nog een stapje verder blootleggen om ze vervolgens om te zetten in correctieve zinnen en verbintenissen die ik in het hier en nu met mijzelf aanga.

Dag 180 van 2555; de dood en al haar facetten

equal money capitalismHet moment dat wij geboren worden sluiten wij als het ware een soort van pact waarmee wij voor onze dood tekenen, want geboorte en dood zijn onlosmakelijke polariteiten van elkaar. Het gekke is dat wij zodra we het fysieke leven betreden en enige vorm van bewustzijn zich ontwikkeld angst voor de dood. Wij hadden geen angst voor de geboorte het leven, maar wel angst voor de dood. De vraag is dan hoe authentiek deze gedachtengang, deze angst voor de dood is? We hebben allemaal deze angst, van gelovige tot atheïst, dus deze vraag staat los van geloof en overtuiging. Ook al beweer je geen angst voor de dood te hebben, waar komt dan die onzekerheid van het niet weten over een leven na de dood vandaan? De angst voor het onbekende en de angst om niet meer te zijn, wat uiteindelijk gelijk staat aan de dood.

Elke keer wanneer er iemand sterft in onze nabije fysieke werkelijkheid dan sterft er een stukje in ons. Elke keer als er iemand sterft worden wij geconfronteerd met het feit dat na de geboorte uiteindelijk de dood volgt. Elke dood van de ander is opnieuw een confrontatie met onze eigen dood die in de maak is maar nog geen dead line heeft. Elk rouwen om de ander is het rouwen om onszelf en het onder controle houden van de angst voor het onvermijdelijke pact dat in werking zal gaan.

Niemand van ons wil een nare ziekte op het einde van zijn leven, iedereen wil vredig heen gaan, zodat we niet hoeven te merken dat we dood zijn gegaan. Vaak wordt ook wel gezegd dat de dood niet zozeer angst geeft maar het lijden is hetgeen dat ons angst in boezemt. We willen niet onnodig lijden, we willen geen pijn, toch wordt iemand die gestreden heeft op zijn sterfbed geprezen voor de strijd die hij/zij heeft geleverd. We accepteren dus dat pijn en dood bij elkaar horen, maar willen het niet zelf ervaren. Dat is niet veel anders tijdens ons leven, we accepteren tegenspoed in ons leven, maar hebben het doel om alleen maar voorspoed te ervaren en voelen het als een straf van God of substituut daarvoor, wanneer ons leven niet loopt zoals wij ons dat hadden voorgesteld.

Zo wordt de dood ook mooier voorgesteld dan de angst die we er omtrent hebben, denk maar aan bijna dood ervaringen. Allemaal zien ze tunnels, licht ,mooie muziek en ervaren ze ware liefde. De authenticiteit van deze ervaring wordt gelegd in het feit dat al deze mensen met deze bijna dood ervaringen hetzelfde meemaken en dus moet het wel echt zijn. Het zou zomaar kunnen zijn dat dit een programma is dat draait bij de juiste omstandigheden. Onze geest is een conglomeraat van programma’s die de hele dag door draaien, wat maakt dat wanneer wij allemaal hetzelfde ervaren het dus wel waar moet zijn. Met de juiste hormonen worden we verliefd en dat loopt altijd volgens hetzelfde basis programma, wat mooi laat zien hoe wij als mensen voorgeprogrammeerd zijn, maar nee het geeft volgens velen juist aan hoe echt onze gevoelens en emoties zijn. Als we gedumpt worden door onze geliefde dan hebben we liefdesverdriet en niet ineens angst voor hoogten. De dood is de stop van de programma’s en het fysieke lijf dat niet meer kan, zoals we in ons lijf glijden bij onze geboorte zo glijden wij er ook weer uit als we sterven.

Uit de aarde zijn wij ontstaan en als aarde zullen wij wederkeren. Dat wat wij zijn geworden als fysieke manifestatie dat zullen wij zijn als wezen in het hiernamaals. Dat klinkt mooi, maar dat is het punt waar ik zou zeggen dat ik pas angst voor heb, want wat ben ik geworden? Wat heb ik allemaal geaccepteerd en toegestaan om te worden wie ik ben? Kan ik staan als het leven voor wie ik ben? Als ik nu zou sterven blijft er dan nog iets anders over dan de aarde en al het vergankelijke dat ik niet met mij mee kan nemen? Wanneer ik mijzelf niet ken of leer kennen op aarde in de fysieke werkelijkheid dan kan ik nooit zeggen wie ik geworden ben door acceptatie en toestaan, dan kan ik nooit mijzelf aansturen om dat te worden wat in het belang van al het leven is. Ik zal dus eerst mijzelf moeten leren kennen alvorens ik kan sterven om niet als een hoopje aarde aan de aarde toegevoegd te worden als een leuke trip waar helaas maar waar een einde aan kwam. Mijn bezittingen laat ik achter, ook al mijn emoties/gevoelens/angsten want die hebben mij bezeten als de geest gedurende mijn leven dus laat ik het achter en blijft alleen dat over wat ik echt geleefd heb en dat wat ik echt geworden ben. Ja, dat is pas angstig om na je dood poef te doen en niet meer te zijn en ook dat is voorgeprogrammeerd, want dat is de geest die vreest om zijn bestaan in de vorm van ons ego. Het ego wil onsterfelijkheid en het behoud van het hele palet aan emoties/gevoelens/angsten, want dat is zijn levenselixer en zonder dat is er geen bestaansrecht voor de geest. Onze geest weet dat wanneer het fysieke lijf niet meer is, hij ook niet meer is, maar zal tot het laatste doorvechten om het onderste uit de kan te halen. Het wordt tijd dat we een pact met de geest sloten en elkaar van dienst te zijn zolang we het met elkaar moeten doen hier in de fysieke werkelijkheid, om met behulp van de geest onszelf weg te pellen als een ui, om tot niets uit te komen bij de kern, de kern van ons bestaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben voor de dood en mij niet te realiseren dat deze angst van de geest is en de overleveningsdrang van de geest is en niet van mijzelf als leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om naar mijn dood te kijken door de ogen van mijn geliefden en verdriet te voelen over mijn dood ergens in de toekomst.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om tijdens mijn leven mij bezig te houden met mijn dood en mij niet te realiseren dat ik zo het stuk van leven oversla en van geboorte in de dood overga.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn geest het concept dood te laten begrijpen, terwijl ikzelf weet/realiseer/begrijp dat ik als aarde terug zal keren en alleen nog ben wanneer ik mijzelf gerealiseerd heb en niet binnen de limitaties van de geest ben blijven steken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet in pijn te willen sterven en mij niet te realiseren dat ik ook al in pijn geleefd heb.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de angst voor de dood voor mij uit te schuiven en te onderdrukken om normaal te kunnen leven en mij niet te realiseren dat dit onderdrukken ervoor zorgt dat mijn leven zodoende gelardeerd is van de angst voor de dood omdat deze angst als water is dat altijd een uitweg vindt om verder te stromen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn geboorte elk jaar te herdenken en feestelijk mijzelf mee bezig houd, maar bij de gedachte aan mijn dood voel ik zwaarte en verdriet.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat leven en dood een polariteit is en dus het 1 niet zonder het ander kan bestaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om al mijn angsten te baseren op de angst voor de dood en zo dagelijks met mijn dood bezig te zijn wat inhoud dat ik niet in het moment kan zijn als en in de adem.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat de dood onomkeerbaar is, zelfs zijn letters zijn onomkeerbaar, het gebeurd of ik nu besluit te leven of te overleven binnen het netwerk van mijn angsten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben dat ik op het moment van mijn dood niet klaar ben met het proces om mijzelf te kennen en in het niets zal verdwijnen en mij niet te realiseren dat dit de geest is die in voorgeprogrammeerdheid tegen mij spreekt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben niet geleefd te hebben en als spijt mijn dood in ga, wat ik vervolgens tot in den eeuwigheid zal zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te leven als de geest en volledig aan mijzelf voorbij te gaan waar de angst uit voortvloeit dat ik mijzelf niet zal kennen en dus het leven niet zal kennen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om spijt te hebben op voorhand dat ik niet echt geleefd heb wanneer de dood zich aandient.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om  mij niet te realiseren dat ik tot slaaf van de geest ben, wat mij doet beseffen dat ik spijt heb om als slaaf van de geest als gedachten te zijn en niet mijzelf aan te sturen in onvoorwaardelijkheid.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om  mijn leven in het hier en nu te leven om zo geen spijt te hebben van elke gemiste adem in angst voor de dood.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij te realiseren dat mijn bezittingen materieel en immaterieel niet hetgeen zijn waar het leven om draait en ik mijzelf zal moeten focussen op dat wat echt is en de tand des tijds kan doorstaan.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om angsten te zien/begrijpen als stuiptrekkingen van mijn geest en de poging van mijn geest om mij als slaaf te behouden en in plaats van erin mee te gaan ze te bestuderen en te begrijpen om mijzelf zo verder dan deze limitatie te helpen en mij als leven kan realiseren.

Dag 178 van 2555; een constante muur van kindergehuil

equal money capitalismVanmorgen huilde ons buurjongetje van 2 nagenoeg de hele morgen bijna aaneengesloten door, ik kwam tot de conclusie dat het mij toch wel stoort wanneer ik geconcentreerd achter de computer zit te werken. Het is geen huilen van pijn of verdriet zozeer, het klinkt heel boos, maar dat is mijn interpretatie als moeder van 2 tieners en inmiddels heel wat buurtkinderen die veel huilden.

 

Met de kerst had mijn buurman een briefje in zijn kerstkaart gedaan over zijn hobby, hij speelt de jamboree en oefent dit thuis op tijden die hij zelf gesteld heeft. Hij wilde weten of wij daar last van hebben en zo ja om erover te praten. De huizen waar wij in wonen stammen uit begin 1900 en hebben een enkelsteense muur tussen de verschillende huizen. Het is vaak alsof ik de buren op visite heb en dat zal ook voor de buren gelden wanneer wij lawaai maken. Bij de vraag die mijn buurman stelde over het feit of wij last hebben van zijn getrommel, ging er door mij heen, eigenlijk heb ik daar niet echt last van. Waar ik wel last van heb is het eeuwige gejank aan de andere kant van de muur alsof het in mijn eigen huis is. In de weekenden valt het wel mee en als opa en oma oppassen door de week ook, maar de rest van de week is het veel lawaai.

 

Dus vind ik dat het tijd wordt om eens naar binnen te kijken wat mij na zo’n half jaar te zijn blootgesteld aan constant boos gehuil nu zo stoort. Ten eerste heb ik de neiging om bij de buren aan te bellen en te vragen of het wel goed met hun zoontje gaat, maar dat doe ik niet want ik wil mijn neus niet in andermans opvoedingszaken stoppen en ik heb geen vermoedens dat het kind direct fysiek mishandeld wordt. Ik heb de neiging om in mijn geest oplossingen te bedenken voor mijn buurvrouw wat ze kan doen om het kind te laten stoppen met een overdaad aan decibellen te laten produceren. Van massage tot een andere aanpak in opvoeding bedenk ik, maar ik ga, mijn buurvrouw die ik eigenlijk niet of nauwelijks ken, niet met dit soort dingen lastig vallen. Opvoeding en opmerkingen over de opvoeding die je aan ouders geeft, liggen al snel gevoelig. Ik maak ook niet echt een praatje met haar op straat, want ik zie haar nauwelijks tot niet, anders zou ik al pratende eens iets kunnen laten vallen hoe dingen ook anders kunnen. Ik weet ook helemaal niet of zij iets fout doet, het enige wat ik van haar heb gezien en gehoord is dat ze constant nee roepend achter haar 2 jarige aanloopt. En ja daar zou hij op den duur eens flink pissig van kunnen worden.

 

Dit gehuil stoort mij, het gaat diep naar binnen en werkt in op mijn moedergevoel en triggert emoties en gevoelens van vroeger. Mijn dochter toen zij ongeveer 3 was ontpopte zichzelf als een echte janker, er was altijd wel een aanleiding om te huilen. Ik voelde mij als moeder daar erg gefaald onder, wat deed ik fout, dat mijn kind altijd maar huilde. Ook op school huilde zij constant en eigenlijk pas met een jaar of 14 is dat minder geworden en nu met nagenoeg 16 gaat het goed. Zij zegt nu ook zelf dat ze niet meer zoveel hoeft te huilen, ze ziet er  geen aanleiding meer voor. Ik vond dat moeilijk als moeder om je kind altijd zo ongelukkig te zien en als eerste copingsmechanisme haar te zien gaan huilen. Dus falen en onmacht waren wel de grootste emoties die het huilen van mijn kind bij mij teweeg bracht. Daarnaast het gevoel dat ik nooit meer vrij van gehuil zou zijn, altijd maar weer en in het begin dag en nacht. Of ze kon niet slapen of ze had een boze droom, ik probeerde van alles om haar leven naar de zin te maken, maar het leek niet te lukken. Als ik eens ’s avonds weg ging om te werken dan hing ze aan mijn been huilend dat ik niet weg mocht en dan vertrok ik met een rotgevoel. Huilen vankinderen wekt bij mij hele intense moedergevoelens op, waarbij ik volgens mijn eigen richtlijnen niet goed uit de bus kom.

 

En dat zijn gevoelens die ik weg had gestopt, maar nu dagelijks een beetje naar boven worden gehaald terwijl ik probeer te functioneren in mijn eigen huis. Dat is waarom ik oplossingen wil zoeken om het te laten stoppen, alsof ik het opvoeden over wil doen met mijn nieuwe inzichten en om het gepluk en geprik in deze emoties te laten stoppen. De beste remedie is natuurlijk om het te bekijken en te vergeven, zodat ik die gevoelens een plekje kan geven en zo buiten spel kan zetten omdat ze eenvoudigweg niet meer nodig zijn in mijn huidige leven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te storen/irriteren aan het gehuil van het kind aan de andere kant van de muur, zonder te onderzoeken wat dat in mij los maakt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te willen storen aan het kind aan de andere kant van de muur om zo geen ruimte over te hebben om naar binnen te kijken wat mij echt beroerd.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij zorgen te maken over het kind aan de andere kant van de muur en te willen snappen wat er aan de hand is en of ik het kan oplossen om zo de redder in mijn eigen verhaal te zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet te willen voelen dat er verdriet in mij is bij het horen van het verdriet aan de andere kant van de muur.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat het verdriet van de ander het verdriet in mij los maakt en mij de kans geeft elke dag weer opnieuw om uiteindelijk te gaan zitten en dit verdriet een plaatsje te geven om verder te kunnen zonder het verdriet dat als een onderdrukte emotie ergens in mij is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om over het verdriet in mij als falende moeder die haar kind niet kan laten stoppen met huilen heen te stappen en niet in de ogen wil zien.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet als falende moeder te willen zien, maar mij wel als falende moeder te voelen met een kind dat zich ongelukkig gedraagt en constant huilt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te wensen dat het huilen alsjeblieft ooit over zal gaan net zoals ik het nu wens bij mijn buurjongetje maar niets onderneem en het passief onderga.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het huilen als indicator voor mijn falen te nemen en het huilen persoonlijk te nemen van mijn kind en nu ook weer van de buurjongen wat ik mij duidelijk aantrek.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om wanneer er geen reden gevonden kan worden voor het huilen van mijn kind ik dan maar mijzelf de schuld geef en mij als slechte moeder bestempel.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om graag naar andere kinderen te kijken en in mijn geest te bedenken hoe een situatie van een andere ouder beter had gekund om zo in te halen wat mij volgens mijn gevoel en herinneringen niet is gelukt bij mijn eigen kind.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om onmacht te voelen bij het huilen van mijn kind en mijzelf aansprakelijk stel voor het kunnen laten stoppen van het huilen van mijn kind.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet te voldoen aan het perfecte plaatje van een moeder wat ik in mij mee draag en zo frictie voel tussen geest en fysieke realiteit.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om overtuigt te zijn dat alleen een goede moeder haar kind kan laten stoppen met huilen en het tot een vrolijk kind kan maken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het horen van het constante gehuil van een kind een prikkel van falen te ervaren en machteloosheid tegelijkertijd en mij alleen denk te kunnen laten berusten in het storen aan het geluid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat met het geluid van het huilen ik terug getrokken word in de tijd zonder dit te realiseren en mijzelf zo limiteer om verder te komen dan storen en irriteren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om huilen als trigger punt te hebben voor het oprakelen van gevoelens die ik niet wil herkennen en dus als ongedefinieerde energie voel en waarneem maar niet kan plaatsen en het dan maar storen of irriteren te noemen, terwijl het een verdriet is van onmacht en falen ten opzichte van mij als het plaatje in mijn geest van de perfecte moeder.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat ik mijn kind gelukkig had moeten maken en mij niet te realiseren dat het kind zichzelf gelukkig kon maken in de setting waarin ze opgroeide.

 

Wanneer en als ik mij stoor aan gehuil van een kind dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mij dan dat dit storen een dekmantel is om niet te hoeven voelen dat ik faalde en onmachtig was als moeder, gerelateerd aan het beeld dat ik had van het zijn van een perfecte moeder, en dus niet zag hoe ik het ongelukkig zijn va mijn kind persoonlijk nam. Dus ik stop en haal adem en realiseer mij dat ik een ander niet gelukkig kan maken en dat alleen de ander die beslissing kan nemen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet langer te storen aan het gehuil van het kind aan de andere kant van de muur, maar mij te realiseren dat ik kan stoppen met het verdriet in mij, omdat het persoonlijk nemen van het verdriet van een ander de ander niet helpt en mijzelf alleen maar verlamd emoties van falen en onmacht.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om diep adem te halen wanneer het gehuil weer begint en mij niet op de ander te concentreren maar op mijzelf en mijn eigen proces.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn beeld van moeder aan te passen en te toetsen aan mijn fysieke realiteit om te zien of het haalbaar is en realistisch.

Dag 11 van 2555 dagen; verdriet in mijzelf als rouwen om wie ik ben

Dag 11 van 2555 dagen; verdriet in mijzelf als rouwen om wie ik benMijn leven van een moeder met 2 gezonde tieners is in een paar maanden tijd drastisch omgeslagen naar, een moeder met een gehandicapte dochter en een gezonde zoon. Terwijl wij in de malle molen zaten en nog steeds zitten van onderzoeken, het tegen inefficiëntie aanbotsen en totaal geconsumeerd zijn met de praktische kant van het geheel, ben ik voorbij gegaan aan mij als mens. Die mens die samenwoont met een tiener waar de communicatie nu in termen gaat van: vergeet je brace niet, waar staan je krukken, i.p.v heb je al je klimspullen bij je?

 

Als mens heb ik tot op heden het niet van mijzelf geaccepteerd om mij te verliezen in emotionele uitspattingen, die weer meer en andere emotionele plaatjes en herinneringen oproepen om mij vervolgens ellendiger te voelen dan nodig is. Dat zijn praktijken die compleet nergens toe leiden en alleen maar meer consequenties voor mijn voeten werpen om mij vervolgens weer doorheen te moeten bijten. Dus dat wilde ik voorkomen.

 

Maar diep van binnen, als ik mijn altijd zo fysiek actieve kind in de ogen kijk, dan voel ik toch iets van verdriet zitten. Eerst was dat een schuldgevoel over het zijn van haar moeder en haar op deze wereld te hebben gezet. Wie wil fysiek gelimiteerd door het leven gaan? Dat is geen leven van gelijkheid en kwaliteit en dat had ik niet voor ogen toen ik een kind wilde. Als ik het had geweten had ik geen kind gewild, waarmee ik in één zin meteen wegvaag dat ik al enorm veel genoten heb van dit kind, deze mens in wording. Had ik dat willen missen? Nee dat had ik niet willen missen, maar het is ook geen keuze meer op dit moment, nu ga ik mee in de heen en weer beweging van de polariteit van gezond en gehandicapt. Dat is onacceptabel want het gaat hier om leven en van elkaar leren en genieten. Dus uiteindelijk is dat gevoel van verdriet diep van binnen het weggestopte schuldgevoel dat er eerst al was.

 

Een schuldgevoel dat niet alleen gaat over het leven schenken aan een kind, maar ook gaat over mij schuldig voelen dat ik na al die jaren het aanhoren van vage pijntjes als gezeur ben gaan zien. Gezeur van mijn kind over pijntjes, altijd maar weer rare pijntjes waar ze aandacht mee leek te trekken. Het leek alsof zij daar een vreemde vorm van voldoening uit wilde halen en ik wilde de communicatie tussen ons beiden niet afsnijden, dus liet ik haar vertellen en mededelen. Niet altijd vond ik het makkelijk om geen reacties te hebben op dat wat ze mij mededeelde. Meerdere keren zijn wij op doktersbezoeken geweest die op niets uitdraaiden, omdat er niets te zien was. Nu begrijp ik dat het voor hypermobiliteit normaal is dat er vaak niets te zien of te vinden is. Terugkijkend zijn alle symptomen daar geweest, alleen niemand kon ze met elkaar verbinden en wordt je als patient al snel als zeur, overgevoelig of zelfs als leugenaar aangezien. En ook ik stond in de rij om mijn kind een etiket op te plakken en zag haar pijn als een naar/ziekelijk karakter trekje. Dat is waar ik mij echt schuldig over voel en verdrietig dat ik een ander levend wezen zo heb beoordeeld en veroordeeld, dat is onacceptabel en dat is hetgeen wat moeilijk onder ogen te komen is. Naast schuldgevoel is daar ook schaamte, de schaamte voor mijn gedrag als moeder en mens.

 

Gedane zaken nemen geen keer, dus zal ik het moeten doen met wat zich hier aanbied en voor mij staat in elk moment en elke adem opnieuw. Ik heb hier van geleerd en zal ervoor waken om welk ander leven dan ook te labelen als minder en gezeur. Communiceren is daadwerkelijk jezelf delen met de ander onvoorwaardelijk en ook nare zaken horen daarbij. Het is aan mij om te snappen wat deze dingen in mij losmaken en daar korte metten mee te maken en niet de ander als zeur weg te zetten en totaal geen zelf verantwoordelijkheid te nemen.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben voor mijn emoties die ik vervolgens weer moet opruimen en mee moet afrekenen, in plaats van te zien uit welke hoek de wind waait en direct korte metten ermee te maken in plaats van een overlevingsmechanisme als angst in te zetten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verdriet diep van binnen te voelen over mijn kind niet realiserend dat het verdriet was om mijzelf, over mijn houding naar mijn kind toe.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om schuldgevoel als verdriet te labelen zodat het acceptabeler voor mij klonk om mee om te gaan en te kunnen laten liggen zonder zelf verantwoordelijkheid te hoeven nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verdriet als verzachtend woord te gebruiken wat maakt dat het lijkt alsof het verdriet over mijn kind ging terwijl het over mijzelf ging en mijn negatieve kant verdoezelde.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te doen voorkomen dat ik begaan was met de ander terwijl ik begaan was met mijzelf als een egoïstisch wezen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij schuldig te voelen voor het op de wereld brengen van mijn kind.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de communicatie die mijn kind met mij probeerde te hebben te zien als gezeur om mijn onmacht en niet begrijpen te rechtvaardigen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om dingen die ik niet begrijp af te doen als vervelend en lastig. Waarin ik mij vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geïrriteerd te raken als er zaken worden gecommuniceerd waar ik niets mee kan en daardoor als lastig label.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te schamen voor mijn gedrag als moeder en mens naar mijn kind, in plaats van te zien waarom ik dit gedrag vertoonde en te snappen wat het in mij los maakte.

 

Ik realiseer mij dat wij als mensheid niet echt instaat zijn onszelf in te leven in de ander, want wij kijken altijd door de ogen van onze mind en alles draait daardoor om onszelf, wij zijn narcisten en als het erop aankomt geven wij alleen om onszelf. Pas zodra wij zien dat wij zijn zoals die ander, dan kunnen wij zien dat al onze klokjes hetzelfde tikken alleen de tijdszones verschillen van elkaar.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in onbegrip te leven en niet te willen zien dat ik jou ben in een ander leven.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet te willen toegeven dat ik meer bezorgd was om mijn eigen negatieve kantjes te verstoppen dan daadwerkelijk met de ander die naar mij uitreikte en om assistentie en ondersteuning vroeg.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om als een narcist door het leven te gaan en een ander zijn problemen als teveel en lastig te bestempelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om eerst voor mijzelf te kiezen en niet te realiseren dat wanneer ik kies voor een ieder ik handel in het voordeel van een ieder.

 

Ik verbind mij aan het er zijn voor de ander gelijk aan het er zijn voor mijzelf.