Dag 200 van 2555; omgelabelde woede als consumentisme

equal money capitalismNa de realisatie dat ik boosheid/woede omlabel naar andere emoties/gevoelens die mijn “ik word nooit boos’ personage welgevallen, viel mijn oog op de link naar de commercie waar producten ook omgelabeld worden en zo opnieuw worden aangeboden om toch verkocht te worden. Het aloude winstprincipe van ons kapitalistische stelsel dat hoog in het vaandel gehouden dient te worden, want groei naar meer en dus winstbejag is alles zaligmakend binnen onze consumentistische maatschappij. Wij zijn de kip en het ei van het consumentisme, wij houden het in stand door te participeren en wij hebben het tot stand gebracht door erin te gaan participeren. Verlangend naar meer en beter, waarmee we meer voor minder kregen en beter moest plaatsmaken voor inferieur. En dat is wat er is gebeurd we zijn inferieur geworden aan ons verlangen. Kijk maar naar mijn boosheid/woede, door het niet te erkennen en om te labelen, verlang ik naar het zijn van een goed en niet boosaardig/haatdragend persoon. In dit verlangen ben ik dan inferieur aan dat verlangen door het onderdrukken van de boosheid/woede en iets te wensen wat ik niet ben. Ik voel mij echter superieur door mij te personifiëren met het zijn van iemand die niet boos wordt, wat niet de fysieke realiteit is en een gevolg van polariteit.

Ik ben een product van het consumentisme door acceptatie en mijn toestemming, en zo is mijn boosheid/woede als het principe van het consumentisme om de boosheid zo weg te zetten dat ik het aan mijzelf kan verkopen als iets goeds/nobels. Ik volg de wetten van het consumentisme zelfs zonder dat ik mij ervan bewust ben in elk moment en elke ademhaling. Hier zit de verandering, hier kan ik het tij keren. Door mijn boosheid/woede te erkennen hoef ik het niet om te labelen en te verkopen, ik kan het erkennen en aansturen en zelfs preventief voorkomen. Zo ook binnen het consumentisme kunnen we erkennen dat we bepaalde producten niet nodig hebben of in deze hoeveelheden nodig hebben en kunnen we preventief voorkomen dat de ‘rat race’ van consumentistisch produceren in lage loonlanden in werking gaat. We hoeven dat niet te verkopen waarvan we weten dat het niet nodig is/overbodig is. Dus wanneer ik mijzelf kan aansturen dan kan ik mij ook als het consumentisme aansturen en dat kun jij ook, totdat we samen 1 luide stem zijn die een halt toe roept aan het winstbejag om een systeem te handhaven wat niet nodig is en wat niet in het belang van al zijn deelnemers is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn boosheid/woede om te labelen als een product dat verkocht moet worden om de winst marges/ de energie hoog te houden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn emotie van boosheid/woede opnieuw aan mijzelf aan te bieden in een acceptabele vorm die aansluit bij mijn personage van niet boos worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik mijn gevoelsleven niet aan mijzelf hoef te verkopen in een acceptabelere vorm, het is wat het is in het moment en het kan of voorkomen worden of gecorrigeerd, mijn emoties/gevoelens geven mij aan waar ik ben in mijn proces en het ombuigen hiervan is gelijk aan het proberen toepassen van mijn geest werkelijkheid im mijn fysieke werkelijkheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om hoe ik geprogrammeerd/gevormd ben als consument te leven in mijzelf en buiten mijzelf.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het systeem van winst in stand te houden door te verlangen naar meer energie om mijn geest op te laten draaien.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om inferieur aan het verlangen van meer energie te zijn geworden door mij superieur te voelen wanneer ik in zelfoneerlijkheid mijn omgelabelde boosheid/woede alsnog aan mijzelf verkoop als acceptabel.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een product van het consumentisme te zijn om zo mijn verlangens te kunnen honoreren en mijzelf te verschuilen achter een masker van goed en niet haatdragend zijn en niet te durven zien dat ook boosheid/woede deel uit maken van mijn fysieke werkelijkheid en dat deze emoties preventief voorkomen kunnen worden of gecorrigeerd en niets zijn om bang voor te zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een mechanisme/patroon van omlabelen en verkopen te behouden terwijl ik kan zien dat het niet in het belang van een ieder is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in oneerlijkheid met mijn boosheid/woede om te gaan en zo mijzelf niet kan leren kennen/aansturen/verbeteren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij onprettig te voelen in de rol van consument, omdat de oneerlijkheid mij duidelijk in het gezicht schreeuwt, en tegelijkertijd mijzelf goed te voelen wanneer ik de patronen van het consumentisme in mijzelf toepas en mij niet realiseer dat het beide dezelfde principes/patronen zijn waarbij ik mij goed voel bij de ene en onprettig bij de ander.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de patronen van het consumentisme in mijzelf te herkennen die ik heb geaccepteerd en toegestaan om zo van binnen naar buiten toe te kunnen werken aan verbetering en preventie.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het beestje bij het naampje te noemen en ook de emoties/gevoelens die ik niet waardeer in mijzelf te benoemen en aan te sturen in het belang van een ieder.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om winst/energie niet langer als een hoger doel te zien, hetzij bewust of onbewust, wat mij afleid van wat werkelijk hier is en hier gedaan moet worden.

Advertenties

Dag 146 van 2555; wil ik een statussymbool of wil ik transport

Dag 146 van 2555; wil ik een statussymbool of wil ik transport  Onze auto die nog op Italiaans kenteken staat zal per januari overgezet gaan moeten worden op Nederlands kenteken. Dit is op zich geen grote operatie, eerst hadden we begrepen dat we de auto in moesten invoeren, maar dat bleek niet het geval te zijn. De auto behoort tot onze inboedel en net als de bank en het bed mag ik dat binnen Europa met mij meenemen. De handeling die wel gedaan moet worden is de auto keuren bij de RDW en wanneer hij daar doorheen komt dan kan hij een Nederlands kenteken krijgen. Dit was een pak van ons hart, want de optie van invoeren lag zo rond de €1000 en het op kenteken zetten zit zo rond de €250.

 

Nu wil het geval dat wij een auto bezitten met een Italiaanse gasinstallatie, wij zijn daar erg blij mee, want op gas rijden scheelt toch een slok op een borrel. Toch zal deze gasinstallatie de bottleneck zijn van de keuring bij de RDW. Wordt de auto hierop afgekeurd dan zal de gastank eruit moeten en blijven we zitten met een oude slurpende benzine auto. Niet echt iets om naar uit te kijken in deze barre tijden met hoge benzine kosten. Zo’n slurp wagen verkopen is ook niet eenvoudig als het al niet onmogelijk is. Dus na een beetje rondvragen en bellen met onze oude garage in Laren, zal het eenkwestie worden van afwachten wat de RDW keuring gaat opleveren en dan een plan van aanpak maken. Komt hij niet door de keuring dan zijn er ook nog andere reparaties die nu of in de nabije toekomst gedaan moeten worden en alles bij elkaar opgeteld zouden we dan beter af zijn met hem naar de sloop te brengen voor onderdelen.

 

Dat doet toch wel een beetje pijn, het idee om een nog rijdende auto naar de sloop te moeten brengen. Ook bracht dit ons tot een punt waar we eens kritisch moesten kijken naar wat die auto nu eigenlijk voor ons betekent en wat wij feitelijk nodig hebben. We zitten al heel lang in situaties dat zonder auto we niet echt weg zouden komen van de plekken waar we gewoond hebben. Nu echter zitten we in een stadssituatie en wonen we op 10 minuten lopen van het treinstation.

 

Dus zijn we met onze tiener kinderen eens gaan kijken hoe wij ons leven met of zonder een auto zien. Voor mij was het in eerste instantie een schok dat we misschien zonder auto verder zouden moesten, maar dit was geheel gebaseerd op herinneringen van afhankelijk te zijn van eenauto in buitengebieden. Ook zag ik dat de maatschappij er waarde aanhecht wie je bent en wat je hebt en daar hoort een auto als statussymbool bij. We hebben zelden een echt statussymbool gereden, eigenlijk altijd waren het tweede hands auto’s. De KIA die we hadden was een SUF en die gaf echt status, wanneer ik daar in nette door mijzelf gemaakte maatkleding uitstapte dan werd ik hoger ingeschat dan mijn bankrekening aankon. Niet dat ik dat wilde of daarmee speelde, maar de auto en de kleiding hebben nu eenmaal een bepaalde waarde/statussymbool binnen onze samenleving en dus wordt je dan afgerekend/beoordeeld volgens deze onuitgesproken regels.

 

Door de eerste schok heen kon ik praktisch nadenken en we kwamen tot de conclusie dat een auto voor de deur hebben een groot gemak is, maar ook elke dag betalen is aan dit gemak. Wanneer ik een auto huur, de trein neem of het vliegtuig, op het moment dat ik mij wil verplaatsen dan heb ik alleen dan de kosten. Met de snelheid waarmee wij ons nu verplaatsen zouden de kosten aanzienlijk lager uitpakken wanneer we geen auto in ons bezit hebben. Binnen de stad is alles met de fiets of de bus zeer goed te bereiken en buiten de stad komen we niet wekelijks, op het werk van mijn partner na. Van de reiskostenvergoeding van zijn werk kan mijn partner met gemak een treinabonnement kopen en zal hij 10 minuten langer bezig zijn om van -en naar zijn werk te komen dan met de auto. Een parkeervergunning is ook niet meer nodig zonder auto. Met de komende kostenstijging in 2013 zal brandstof en wegenbelasting er ook niet beter op worden. Al met al zou het nog wel eens een goed idee kunnen zijn om geen auto te bezitten binnen de roerige tijden waarin wij ons bevinden. We zullen de keuring van de RDW afwachten en dan nogmaals de kaarten op tafel leggen, om te zien wat in onze situatie nu het beste is.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik de/een auto zie door de ogen van de maatschappij in mijn eerste beoordelende gedachtengoed.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij minder te voelen in een oude auto dan in een nieuwe auto met status gehalte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om anderen te beoordelen wanneer ik hen zie in de auto die zij rijden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vanuit jaloezie te reageren op het auto bezit van anderen en mij dan af te vragen hoe het kan dat deze mensen in zo’n auto rijden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mee te gaan op de hype dat de auto die je rijdt bepaald wie je bent binnen de maatschappij.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de auto als praktisch vervoersmiddel te zien, terwijl ik tegelijkertijd beïnvloed wordt door de imprint van de maatschappij dat een auto een belangrijk statussymbool is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om frictie te ervaren tussen mijn praktische benadering van een auto en mijn imprint over wie ik ben gerelateerd aan mijn auto.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik aan de hand van de auto die ik bezit mijn succes in de maatschappij afmeet, terwijl ik dat niet bewust meemaa , maar als een soort van automatische piloot programma afdraai.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren hoe geautomatiseerd mijn gedachten rondom autobezit zijn en hoe mij dat in mijn dagelijks functioneren beïnvloed.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben om zonder auto geïsoleerd te raken/zijn en mij niet te realiseren dat dit voortkomt uit herinnering van vroegere situaties die nu niet meer relevant zijn en dus ook niet mogen meewegen/meedoen in het hier en nu.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te limiteren door mijn herinneringen te gebruiken als leidraad voor mijn hier en nu.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om zonder auto door anderen als een arme sloeber te worden gezien of als extreme activist wanneer ik uit overtuiging geen auto meer wil en mij niet te realiseren dat ik mijzelf nu beoordeel door de ogen van de maatschappij en dingen verzin die er nog niet zijn om zo emotionele beweging en frictie in mij te creëren en daar weer bevrediging uit te halen om hetzij me meer of minder door te voelen dan een ander.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij minder te voelen zonder statussymbolen en daar gemis door te ervaren en te denken dat ik de boot heb gemist en iets verschrikkelijk fout heb gedaan dat ik aan de andere kant van de lijn sta dan waar ik mijzelf graag had gezien volgens mijn maatschappelijke imprint/programmering.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik mijn status in de maatschappij als geslaagd of mislukt zie aan de hand van de regels die daarvoor gelden binnen de maatschappij en die niets van doen hebben met het werkelijk geslaagd of mislukt te zijn in het leven.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf, wie ik werkelijk ben, niet af te meten aan zaken buiten mijzelf die moeten bepalen of ik geslaagd ben binnen de maatschappij of niet.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de auto terug te brengen tot een transport middel en de behoefte/bezetenheid om zoiets te bezitten moet zien als een angstvallig om mij heen grijpen om te snappen wie ik ben aan de hand van de voorwerpen die ik bezit. Ik ben niet mijn bezit, ik ben een bewoner van de planeet aarde die gebruik maakt van de mogelijkheden van de planeet aarde, in het belang van een ieder. Om zo de planeet met zijn mogelijkheden niet uit te putten voor individueel gewin, zonder naar de toekomst te kijken en te zien dat een ieder ook diegenen zijn die nog moeten komen, ook gebruik moeten kunnen maken van de mogelijkheden van de planeet aarde.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de angst om geïsoleerd te raken zonder auto in elke nieuwe woonsituatie weer aan de werkelijkheid te toetsen om te zien of het gevaar van geïsoleerd te raken en niet goed in mijn levensonderhoud te kunnen voorzien zonder auto nog relevant is.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet meer mee te doen aan de race waarbij wij auto’s als een verlengde van ons ego gebruiken om een ander te imponeren of om onze tekortkomingen te verbloemen en zodoende ons te vereenzelvigen met een voorwerp en de regie over ons leven weg te geven. Dit is niet wat ik voor ogen heb wanneer ik spreek over veranderen in het belang van een ieder en dus zal ik moeten erkennen dat deze race niet bijdraagt aan een betere wereld en deze race dus te zien voor wat het is, het aan te kaarten voor wat het is, maar niet meer mee te doen omdat ik weet/begrijp/realiseer wat deze race is en waar het voor staat.