Dag 357 van 2555: de ‘geest’ als broodheer

DIP Lite cursusTerwijl ik courgette pasta uit de pan haalde en op mijn bord legde, dacht ik, “is dit wel genoeg”. Het oogde vrij weinig en het was het laatste uit de pan. Daarna plopte er een andere gedachte op, “ik hoop dat ik later geen trek krijg”. In mijn hoofd zei ik tegen mijzelf dat ik eerst ging eten om vervolgens later te ervaren of het voldoende was of niet. Ik at mijn bord leeg en voelde voldaan en ging vervolgens verder met mijn beslommeringen.

Later op de avond plopte er vanuit het niets een gedachten op, “ik heb trek”, maar het gekke was dat ik fysiek geen behoefte aan eten voelde. Ik negeerde het en nog weer wat later plopte de volgende gedachten op, “ik heb niet genoeg gegeten”. Ook dit negeerde ik want nog steeds voelde ik geen behoefte aan voedsel. Totdat de gedachte concreter werd, “ik heb vanavond niet genoeg eten gehad dus moet ik nu wat eten, ik mag eten, ik heb recht op eten wanneer ik trek heb”. Wacht eens even dacht ik, hier wordt een spelletje met mij gespeeld. Ik nam een koekje bij mijn thee om te zien hoe reëel dit trek hebben was, maar ik taalde fysiek eigenlijk niet naar eten. Mijn ‘geest’ bedacht van allerlei zaken die ik nog meer zou kunnen eten, want immers ik had niet genoeg gehad. In dat moment stopte ik dit hele tafereel en deed zelfvergeving. Ik zag hoe een genegeerde gedachten van eerder op de avond een eigen leven was gaan lijden en op mijn gevoel van rechtvaardigheid, tekortkomen en niet genoeg inspeelde. Ik wist dat de ‘geest ‘ tot veel in staat was, maar ik was verbaasd hoe zoiets simpels tot iets gecompliceerds zou kunnen leiden.

Stel dat ik eraan had toegegeven en stel dat ik in plaats van alleen gezonde zaken, junkfood in huis had gehad of dit was gaan halen. Dit soort gedachten kunnen gemakkelijk een soort van opdrachtgever in het hoofd worden/zijn die uiteindelijk tot eetverslavingen leiden. Ik realiseer mij dan ook dat het van groot belang is dat we weten wanneer we met de fysieke realiteit van doen hebben en wanneer niet. Het leren kennen van ons fysieke lijf om zo te weten wanneer wij voedsel nodig hebben en wanneer dit een vraag/opdracht maakt het verschil tussen eetverslaving en eten om het lijf te ondersteunen. Eten om het lijf te ondersteunen wil niet zeggen dat wij Spartaans zijn voor het lijf, af en toe eens iets anders uitproberen en zien hoe ons lijf daar op reageert zijn ook waardevolle ervaringen. Maar we moeten altijd in staat zijn om het terug te leiden naar de fysieke werkelijkheid als meetpunt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in eerste instantie mee te gaan op de gedachte “is dit wel genoeg”.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van meegaan op een gedachte om een gevoel bevestigt te krijgen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik alleen maar mee ga in een gedachte wanneer er andere herinneringen/emotie/gevoelens aanwezig en nog onverwerkt zijn die deze gedachte voeden of overeind houden. Ik stop het meegaan in een gedachte wanneer ik bemerk dat de gedachte een bevestiging is van een herinnering/emotie/gevoel in mij, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om zodra een gedachte opkomt en deze overeind wordt gehouden door herinneringen/emoties/gevoelens ik direct uitzoek wat het patroon is wat deze gedachte geldig/echt maakt in mijn ‘geest’.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf achtergesteld te voelen door de gedachte “ik heb niet genoeg gegeten” toe te staan als uitvloeisel van dit gevoel.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf achtergesteld voelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik dit gevoel nog niet in al zijn dimensies heb onderzocht en gecorrigeerd, waardoor dit gevoel steeds weer als een ander aspect in mijn leven aanwezig is. Ik stop het mij achtergesteld voelen door het patroon op tijd te herkennen, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat wanneer ik mij achtergesteld voel ik mij vergelijk met een ander en mij dus minder ervaar dan de ander vanuit een polariserende relatie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat ik niet genoeg heb en dit in handelen om te zetten door te geloven dat dit zo is, vanuit een gevoel van altijd aan het kortste eindje te trekken.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van het minder denken te hebben, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik vanuit een gevoel van meer willen hebben het tegenovergestelde geloof. Ik stop het bestaan in polariteit, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet in meer en minder te denken, waardoor ik geloof dat ik minder heb en minder ben en dus verlang naar meer te hebben en meer te zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat gedachten gestoeld op emoties en gevoelens mij ergens gaan brengen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van geloven dat iets waar is omdat het goed voelt, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn gevoelens niet als meetinstrument kan gebruiken, omdat zij mij nergens brengen dan op een dood spoor. Ik stop het geloof in goed gevoel, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om iedere geachte die energetisch geladen is met emoties en gevoelens niet te volgen door erin op te gaan of te geloven, maar hooguit te onderzoeken om te zien wat er aan ten grondslag ligt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door op een gedachte mee te gaan voor een moment niet meer mijn fysieke feedback te geloven maar in plaats daarvan mijn ‘geestes’ feedback aan te nemen als waarheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn fysieke feedback niet als meetpunt te gebruiken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mij wil laten leiden door de ‘geest’ door opzettelijk mijn fysieke meetpunt als onwaar te beschouwen. Ik stop het mij voor de gek houden, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet langer voor de gek te houden en mijn fysieke werkelijkheid als eerste meetpunt te nemen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om door meer te willen hebben/zijn het gevoel van niet genoeg te hebben/zijn weg te stoppen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een leegte binnenin mij te willen opvullen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik meer wil om het minder te neutraliseren of op te heffen. Ik stop het vullen van de leegte, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat de leegte niet een echte leegte hoeft te zijn maar meer een gevoel van leegte is gevoed door een gevoel van meer willen hebben en dus niet werkelijk is, maar bestaat door de herinneringen/emoties/gevoelens die ik in mij heb laten bestaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om jaloezie in mij te laten bestaan door te denken dat ik minder heb en dus niet genoeg heb.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van meer willen hebben dan ik heb, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik de competitie aanga met mijn buitenwereld. Ik stop de jaloezie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om jaloezie niet te leven, maar vast te stellen te corrigeren en te voorkomen in de toekomst.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik kan bepalen hoe ik mijn leven ervaar en dat ik door het mij achtergesteld te voelen mijn beleving van mijzelf binnen mijn wereld bepaal en daarmee dus ook het handelen wat voortvloeit uit deze beleving.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijn wereld te saboteren door de manier waarop ik toesta dat ik mij ervaar, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik met net zoveel gemak anders had kunnen ervaren en dus andere uitkomsten tot stand had kunnen brengen. Ik stop het saboteren van mijn wereld, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn wereld zo te vormen dat het in het belang van een ieder is en niet gebaseerd op gevoelens/emoties/gedachten.

Advertenties

Dag 244 van 2555; we hebben de sleutel!

equal money capitalismEven een wat luchtiger blog tussendoor, na een hele serie diep graafwerk. Vandaag was het dan zover we hebben de sleutel van ons nieuwe huis gekregen en getekend bij de notaris. Het drong de eerste uren nog niet helemaal tot mij door dat we nu eindelijk een stekje voor onszelf hebben, en bezig zijn een weg te banen naar stabiliteit in ons leven. We hebben 2 maanden zwaar klussen voor de boeg, voordat we overgaan naar het nieuwe huis.

 

Ik wilde pas geloven dat het huis van ons is, nadat er betaald was, getekend en ik de sleutels in handen had. En in zekere zin is dat natuurlijk ook zo, je kunt dingen niet bezitten wanneer ze niet van jouw zijn, wanneer het meer een wens is dat het straks misschien van jou wordt. Dat is de fysieke werkelijkheid, alleen als het hier is en ik in mijn huis kan gaan wanneer ik dat wil, dan is het huis van mij. Ik heb heel wat huizen in mijn geest gehad en ik ging er in mijn geest naar binnen wanneer ik wilde wegdromen. En dat is het verschil met fysiek bezitten of geestelijk bezeten zijn van.

 

Dat is de sleutel die ik mijzelf heb gegeven, om te leren dan pas met iets bezig te gaan als echt, wanneer het fysiek hier is en mogelijk is. Alle fantasieën erom heen zijn franjes van het ego en leiden tot niets dan overblijven met lege handen. Dat moet je een paar keer mee maken voordat het kwartje valt.

 

Op dit moment is het een pak van mijn hart dat we een stap in de goede richting hebben gezet om een stevige fundering te bouwen die ons stabiliteit in roerige tijden kan bieden. Een dak boven je hoofd en eten op tafel lijken zo vanzelfsprekend, totdat je in een situatie komt dat deze zekerheden ineens niet zo vanzelfsprekend meer zijn. Dus zodra mijn zekerheden op orde zijn heb ik de kracht, om voor anderen hun recht op een dak en voedsel op te komen die dat zelf niet kunnen. Dit zou een vanzelfsprekendheid en een fundament voor iedereen op de wereld moeten zijn, maar dat is het helaas niet, en daarom zou het zo mooi zijn als wij ons in de schoenen van een ander konden plaatsen om te zien dat ons wereldwijde systeem een make-over nodig heeft. We zullen aan de klus moeten, de handen uit de mouwen moeten steken om een ieder een dak boven het hoofd, voedsel in huis, medische hulp, scholing en transport te garanderen. Een EMC heeft al een blauwprint van hoe een wereld in het belang van een ieder eruit zou moeten zien, help ons mee aan het bouwen van eenwereld in gelijkheid en eenheid en steun het EMC met jouw stem.

Dag 182 van 2555; het hongerige Afrikaanse kindje in mij

equal money capitalismAl in eerdere blogs heb ik gekeken naar het waarom van mijn slijm ophoesten, wat ik in eerste instantie koppelde aan stof of stofallergie. Na dat te hebben uitgeplozen  leek het niet het enige te zijn en ook niet altijd het meest hevige te zijn. Toen ben ik meer praktisch gaan kijken naar wanneer het voorkwam en in wat voor situaties. Op dat moment kon ik zien dat het mij al meerdere winters was overkomen en steeds in huizen waar de luchtkwaliteit ronduit slecht was. Ook hier in mijn huidige huis ben ik elke dag de woonkamer gaan luchten naast de ventilator die lucht van buiten aanzuigt, ook wanneer het vroor, om zo minder benauwd te zijn van de hoeveelheden slijm die los kwamen. Maar ook dit loste het probleem niet geheel op, wat mij weer terug bracht op het opnieuw bekijken van de conditie. Nu zag ik dat veelal na het eten van iets, ik een kwartier tot half uur erna, benauwd en slijmerig word. Ik kon dat niet goed plaatsen, want het maakt niet uit wat ik eet of hoeveel ik eet. Dus dat zou inhouden dat ik allergisch ben voor eten of reageer op al het eten dat ik tot mij neem, wat mij wat onwaarschijnlijk leek.

 

Dat bracht mij, tezamen met een herinnering voor mijn Desteniiprocess huiswerk, op het punt van ‘wie  en wat ben ik als ik eet?’ Met andere woorden hoe definieer ik mijzelf als ik eet of net dat moment van nog net niet eten maar bijna gaan eten of tijdens het bereiden van het eten. En ik zag dat ik daar emoties aan had gekoppeld. Deze korte energetische schok die door mij heen gaat met de vraag “heb ik wel genoeg” of “is er wel genoeg”. En ik zag dat ik dat kon terug herleiden naar een ervaring die ik op mijn 19e-20e had toen ik met een huisgenote samenwoonde als student. Ik eet zelf vrij langzaam en dit meisje at heel snel,  wij aten ’s avonds altijd samen en als ik niet snel genoeg was dan at ik echt erg weinig, zij vrat het zogezegd voor mijn neus weg. Ik heb in die tijd geleerd om sneller te eten, niet dat ik propte, want dat kon ik eenvoudigweg niet. Dit heeft een soort van een raar hongerige entiteit in mij gemaakt die bij alles wat ik eet of ga eten zich afvraagt of ik wel genoeg heb, of ik wel mijn deel heb. Dit heeft ook niets met de fysieke werkelijkheid te maken want ik heb het altijd of ik nu veel of weinig eet. Soms eet ik iets tussendoor met een emotie van dat komt mij toe, dat is mijn deel. Dat is dus allemaal erg geladen. In mij zit een hongerig Afrikaans kindje en als er gegeten moet worden dan komt het tevoorschijn, of ik nu een paar chips eet, een mandarijn of een complete avondmaaltijd.

 

Daarnaast heb ik een partner die al jaren tijdens het eten met hongerige ogen kijkt alsof hij niet genoeg heeft. Wanneer ik weinig heb gekookt dat heeft hij dat, maar ook als ik het dubbele kook, hij is een soort van bodemloze put. Deze ogen maken mij onzeker en zijn brandstof voor de emoties waarmee ik eet. Heb ik wel genoeg? Ik vereenzelvig mij met mijn partner en vraag nu voor ons beiden mij af of we wel genoeg hebben en niet te kort komen. Zeer heftige gevoelens levert dat op.

 

Dus na elke vorm van eten en na dus deze emotionele wijze van eten ervaar ik een slijm aanval, waarbij ik benauwd word en veel slijm ophoest. Zou dit een deel van mijn slijmerigheid verklaren? In ieder geval ga ik mijn emotionele eetgedrag vergeven en verbintenissen met mijzelf aan, aangezien dat iets is dat sowieso aangepakt moet worden. Wanneer dit verandering oplevert na het toepassen van de correcties dan weet ik dat ik goed zat en zo niet dan zal ik verder zoeken.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het bereiden/eten van voedsel te denken ‘heb ik wel genoeg’ en ik deze energetische beweging in mij laat bepalen wie ik ben in het moment van eten.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te identificeren met het hongerige Afrikaanse kind in mij zonder dat er  een reden tot honger is of directe fysieke bedreiging.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de taal die mijn lichaam tegen mij spreekt op dit punt van de slijmerigheid niet te verstaan en niet te kunnen duiden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om gefrustreerd te zijn dat ik de taal van mijn lichaam niet kan horen, terwijl ik zie dat het van belang is om het wel te horen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat ik tekort kom met eten, na aanleiding van een ervaring in het verleden die momenteel niet meer actueel is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat mijn huisgenote alles zou opeten en er geen eten meer voor mij zou zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geïrriteerd met mijn huisgenoot te zijn over haar snelle eten en mij niet in overweging te nemen en daar back-chat op te ontwikkelen wat samen eten er niet leuker op maakte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn ware gevoelens tijdens het eten met mijn huisgenote te onderdrukken om de lieve vrede te bewaren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij achtergesteld te voelen met eten voortkomend uit de ervaring met mijn huisgenote en daardoor als een slachtoffer te reageren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn huisgenote te verwijten dat zij geen eten voor mij overliet, terwijl ik niets deed om dit te voorkomen of bespreekbaar te maken uit angst voor haar buien en humeur.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij in elke eetsituatie achtergesteld te voelen als basis emotie, waarin ik  soms meer bewust en soms minder bewust deze emotie beleefde en ook direct weer onderdrukte.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij in de rol te laten drukken van diegene die minder eet en daar genoegen mee te nemen door deze gevoelens te onderdrukken om zo gewoon te kunnen samenleven wat een financiële en vriendschappelijke kwestie was en mij niet te realiseren wat de consequenties van dit onderdrukken konden zijn in mijn leven.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om op een later tijdsstip wanneer er zich meer opent omtrent dit punt dieper te duiken in dit ‘heb ik wel genoeg’ gevoel als emotie die ten grondslag ligt aan mijn eten.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet langer te identificeren met de emotie die in een flits door mij heen gaat wanneer ik sta te koken of aan het ten ben.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het hongerige Afrikaanse kind in mij overbodig te maken als overlevingsmechanisme, omdat er genoeg eten is en ik voldoende eten tot mij kan nemen.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om emotie vrij te eten en elke emotie die toch opkomt te vergeven en te duiden, zodat ik het kan corrigeren in toekomstige gelijksoortige ervaringen.

dag 84 van 2555; het is niet altijd wat het lijkt

dag 84 van 2555; het is niet altijd wat het lijkt  Het “ik geloof dit graag” personage

Tijdens het avondeten vertelde mijn zoon dat hij in een aflevering van “De Keuringsdienst Van Waarden” van de KRO had gezien hoe truffel olie wordt gemaakt. Ik dacht nog hoe spannend kan dat zijn, een beetje truffel in olijfolie en voilà, maar de realiteit is toch een beetje anders. De meeste truffel olie die geproduceerd wordt en niet door families thuis gemaakt wordt, bestaat uit olijfolie met een restprodukt van olieraffinaderijen. Dit restprodukt in hele kleine hoeveelheden heeft weg van de smaak van de witte truffel. De witte truffel is dan ook de meest kostbaarste truffel onder de truffels en daar kan goed geld voor gevraagd worden. Truffel olie wordt in kleine flesjes als delicatesse produkt verkocht tegen hoge prijzen en men is niet zo snel geneigd om dat terug te rekenen naar liter prijzen, wanneer je dit echter wel doet kom je al snel uit op €600 per liter. Dat zijn natuurlijk woeker prijzen en het is de gek die het ervoor geeft, maar de gek koopt het in mini beetjes en heeft het niet door dat hij dubbel wordt belazerd waar hij bijstaat. Het is niet alleen slecht voor de portemonnaie, maar ook slecht voor de gezondheid en dat draait allemaal om geld.

Mijn mond zakte letterlijk open tot op de grond toen ik dit hoorde, het is geen aangename boodschap om te horen. Niet dat ik verknocht ben aan de truffel olie of zelfs een gebruiker ben, maar je voelt je toch bedonderd en je vraagt jezelf meteen af wat je wel kunt eten/drinken waar geen troep in zit. Ik had zo graag in dit sprookje gelooft van alles kunnen aannemen wat een ander zegt en mij voorschotelt en het woord belazeren zou ik graag uit het woordenboek willen schrappen, maar zo is het niet. Zo is onze realiteit niet. Zo hebben wij hem niet gemaakt met z’n allen.

Naast de truffel olie hoorde ik vandaag ook over een onderzoek naar hotdogs dat aantoonde dat wanneer zwangere vrouwen regelmatig hotdogs eten het kind een grote kans op een hersentumor heeft en wanneer je een kind regelmatig hotdogs laat eten verhoogd dat zijn/haar kans op het krijgen van leukemie. Wat? Ik wist dat processed food niet goed was, maar dit is wel een hele directe en heldere lijn van voedsel naar ziekte. Ik vroeg mij altijd al af waarom er zoveel jonge kinderen leukemie krijgen, maar het is dus het voedsel die de grote veroorzaker is. Onze lichamelijke gesteldheid zit hem dus in het voedsel dat we tot ons nemen en als het er mooi en lekker uitziet willen wij graag geloven dat het goed voor ons is en dat we niet belazerd worden. In essentie is dat het geloven in de goedheid van de mens en dat heb ik lang gedaan, maar dat kan al lang niet meer. Geloven in de goedheid van de daden van de mens is het niet willen openen van mijn ogen en het niet willen nemen van zelfverantwoordelijkheid om echt te weten door ervaring/onderzoek dat iets niet okay is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om graag te willen geloven dat wat mensen zeggen en aanbieden uit de eerlijkheid van hun hart is en nooit vanuit een dubbele agenda gedaan wordt, terwijl ik mij realiseer dat ook ik dubbele agenda’s heb en ook ik deel uit maak van de mensheid wat het niet aannemelijk maakt dat anderen alleen goedheid laten zien die ik voor zoete koek kan slikken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de goedheid van de ander te willen geloven om zo zelf geen actie te hoeven ondernemen, omdat de ander het goed met mij voor heeft.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat het van de goedheid van de ander uitgaan het niet nemen van zelfverantwoordelijkheid is, zodat ik er niet zelf naar hoef om te kijken en als een grage consument produkten tot mij neem.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij belazerd te voelen wanneer het sprookje van “de mensheid is goed” wordt weerlegt in mijn fysieke realiteit en ik het tegenovergestelde ervaar van wat ik mijzelf wijsmaak en zodoende participeer in een polariteit.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te participeren in de polariteit van alles geloven en mij belazerd voelen dat de ander mij bedriegt en mij niet te realiseren dat uit de polariteit stappen alles is wat nodig is door mijn zelfverantwoordelijkheid te nemen en niet de ander te beschuldigen van de laksheid/luiheid die mij deed beslissen in de polariteit te stappen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om liever een consument te zijn en alles te kunnen kopen wat mij wordt aangeprezen en mij lekker lijkt dan op alle verpakkingen te moeten lezen en te onderzoeken hoe mijn lijf reageert op bepaald voedsel.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te verlangen naar het alles te kunnen eten wat op de markt wordt gebracht omdat het veilig en onderzocht is en niet geconfronteerd te worden met de beperkingen van mijn lichamelijke conditie en bijbehorend dieet, terwijl deze conditie is voortgekomen uit het verkeerd voedsel tot mij te nemen, voortgekomen uit het feit dat de voedselindustrie niet strooit met betrouwbare informatie, over welk voedsel welke problemen kan veroorzaken, maar enkel en alleen werkt vanuit een oogpunt van winst.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om voedsel te willen zien als iets wat lekker moet zijn en uit veel keuzes moet bestaan en mij niet te realiseren dat voedsel voldoende risicoloze voedingsstoffen aan mijn fysieke lijf moet geven om zo te kunnen bestaan in balans met het voedsel als één en gelijk aan elkaar.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het onderzoeken of voedsel goed voor mijn lichaam is, te willen uitbesteden aan de voedselindustrie om niet zelf de verantwoordelijkheid te hoeven nemen dat wanneer ik miskleun met mijn voedselkeuze en er ziekten ontstaan ik niet mijzelf de schuld hoef te geven maar een ander kan beschuldigen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het willen geloven in produkten en de goedheid van de producent te idealiseren en buiten mijn fysieke realiteit te trekken in mijn mind, waardoor het fysieke niet meer aan de orde is en het een mind aangelegenheid wordt waarin ik hoop en geloof om zo niet te hoeven zien dat het maar om één ding gaat en dat is mijn zelfverantwoordelijkheid.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet meer in de goedheid te geloven van de mens, maar elke situatie en keuze omtrent voedsel te beoordelen in het moment met wat hier is, door het nemen van mijn zelfverantwoordelijkheid.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet meer de goedheid van de ander als dekmantel te gebruiken voor het niet nemen van zelfverantwoordelijkheid omtrent voedsel keuzes.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te realiseren/begrijpen/zien dat geld de motivator is voor het vervaardigen van voedsel en dat ik als consument belangrijk ben om de geldstroom te laten stromen en niet wat mijn lichaam nodig heeft of het feit dat er giftige stoffen worden gebruikt om kosten te drukken.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het “ik geloof dit graag” personage niet meer in te zetten om mijzelf als dom te houden en zodoende mijzelf een achterdeurtje biedt om geen zelfverantwoordelijkheid te nemen.