Dag 365 van 2555: van wie moet ik blijdschap ervaren?

Dag 365 van 2555: van wie moet ik blijdschap ervaren?In een eerdere blog post schreef ik over mijn zoon die een teek had opgelopen op een schoolintroductiekamp in de Ardennen. De teek was besmet met Lyme waardoor mijn zoon geïnfecteerd raakte. Inmiddels is er met behulp van electro-acupunctuur en bioresonantie een behandelplan opgesteld en uitgevoerd en was het nu zover dat we opnieuw zouden meten in wat voor fysieke fase hij momenteel is aanbelandt. De uitslag was een mooie uitslag, aangezien er geen spoor van de Lyme meer te meten was in zijn lichaam.

Op de terugweg naar huis realiseerde ik mij dat ik mijzelf niet zozeer blij of gelukkig voelde, terwijl dit toch enorm goed nieuws was wat wij gekregen hadden. Een zekere mate van opluchting was er wel. Maar het viel mij op dat het mij verbaasde dat ik mij niet enorm gelukkig voelde. Ik had dus verwacht dat ik mij in zo’n moment waanzinnig gelukkig zou voelen, maar in plaats daarvan ervoer ik een soort van zwarte wolk. Ik verwachtte dat het goede nieuws zomaar zou kunnen omslaan in slecht nieuws, dat er toch nog ergens iets in het lichaam verstopt zou zitten en later roet in het eten zou gooien. Ik vertrouwde het goede nieuws niet, omdat ik bang was dat het vertrouwen om zou slaan naar een teleurstelling.

Ik had mij nu eenmaal ingesteld op een doemscenario, te weten een tweede kind met Lyme, en nu werd mij gevraagd om het leven weer rooskleurig in te zien. Ik ervoer een soort van drempel in mij om die switch naar verandering te maken. In zekere zin voelde ik mij nu comfortabel binnen het doemscenario en wilde ik daar niet uit om geluk en vooruitgang te omarmen, los van het feit dat het laatste scenario mij meer perspectief zou bieden.

Doordat ik dit zag afspelen binnenin mij, die angst om blijdschap te ervaren, onderzocht ik waarom ik dacht dat ik uitbundig gelukkig zou moeten zijn op zo’n moment. Wie dicteert mij dat ik mij zo zou ervaren in zo’n situatie? Het antwoord is uiteindelijk dat ik het ben die mij dat dicteert, hoe dat zo gekomen is, dat is een ander verhaal. Blijdschap, geluk, opgewektheid, vreugde zijn gevoelens die wij als kind leren door anderen dit te zien ervaren, totdat wij zelf dit woord koppelen aan een ervaring die we hebben.

Wanneer ik als kind een mooi cadeau kreeg dan ervoer ik blijdschap, ik was blij met het cadeau, dus ik geloofde/nam aan dat dit blijdschap was. Wat ik als kind niet zag is dat ik wellicht gedachten had tijdens het uitpakken van het cadeau die mijn angst aanwakkerden dat het wellicht een cadeau kon zijn wat ik niet wilde hebben. Ik was dus zonder dit te snappen of bewust toe te passen mijn werkelijkheid aan het polariseren. Die blijdschap kon niet bestaan als de angst voor teleurstelling er niet was.

Nu weer even terug naar mijn afwezige blijdschap. Ik ervoer de blijdschap niet omdat ik uit veiligheid de negatieve pool van de polariteit koos om zo niet nog meer teleurstelling te hoeven meemaken. Want blijdschap zou betekenen dat ik zou hebben gekregen wat ik wilde hebben, maar ik vertrouwde mijn fysieke werkelijkheid als mijzelf niet om dit te kunnen aanvaarden. Dus nog altijd zat ik opgesloten in een gepolariseerde werkelijkheid waarbij ik blijdschap, geluk, vreugde en opgewektheid niet juist gedefinieerd had ten aanzien van de juiste ervaring. Ik dacht dat ik bij zo’n soort ervaring blijdschap moest ervaren, omdat ik zo ben gevormd tijdens mijn leven. Films, reclame en andere mensen lieten mij dit keer op keer zien dat dit het juiste gevoel is dat bij zo’n ervaring hoort. Dus dwong ik dit gevoel aan mij op als zijnde correct, terwijl ik in dat moment veel meer andere emoties ervoer die de blijdschap compleet overschaduwden.

De mate van opgelucht zijn, die ik ervoer, was een fysieke ervaring die ik in mijn lichaam waarnam, de andere emoties en gevoelens die speelden zich in mijn ‘geest’ af. Er viel een soort van zwaarzijn van mijn schouders af, ik was lichter door het wegvallen van een zorg minder. Echter dit werd niet bevestigt door mijn ‘geest’ waardoor er een frictie of disharmonie plaatsvond tussen ‘geest’ en fysiek lichaam wat ik verstandelijk (lees: niet geleefde informatie en kennis) labelde als niet ‘normaal’. “Ik ben niet normaal dat ik nu geen overwegende grote blijdschap ervaar.” Had ik dit niet onderzocht en niet gestopt dan was dit een aanleiding geweest tot meer denkpatronen en persoonlijkheden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet ‘hier’ te zijn met de situatie en dus de situatie niet te ervaren zoals hij zich voordoet binnen mijn fysieke werkelijkheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een situatie door de ogen van mijn ‘geest’ beoordelen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik op deze wijze ver van de werkelijkheid af kom te staan en niet diegene kan zijn wie ik echt ben in dat moment. Ik stop de beoordeling door de ‘geest’, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn fysieke lichaam als indicator te gebruiken om te zien hoe ik werkelijk in een moment in een situatie sta en mij niet te laten leiden door de ‘geest’.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn werkelijkheid/definitie van het woord blijdschap als de enige werkelijkheid aan te nemen zonder te onderzoeken of dit klopt binnen mijn fysieke werkelijkheid.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een gekleurde definitie van een woord te leven, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik ruimte open kan laten voor onderzoek om te zien of ik nog steeds op het juiste spoor zit. Ik stop de gekleurde definitie, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om wanneer ik frictie ervaar tussen mijn betekenis van een woord en mijn fysieke werkelijkheid, dit te onderzoeken en aan te passen daar waar nodig.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verwachtingen te hebben over mijn manier van reageren op bepaalde situaties.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van op voorhand denken te weten hoe ik hoor te reageren in elke situatie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn leven op deze manier maak tot een filmscript en er geen ruimte voor verandering/afwijking meer mogelijk is. Ik stop de aannames, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om elke situatie als een nieuwe situatie te zien waarin ik diegene ben die ik kan zijn gerelateerd aan waar ik in mijn leven/proces ben qua gewaarzijn/bewustzijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om schaamte te ervaren bij geen blijdschap terwijl ik dat wel had verwacht.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van schaamte ten opzichte van mijzelf door niet te voldoen aan mijn eigen verwachtingen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik verwachtingen heb die niet geheel van mijzelf zijn en vervolgens als ik er niet aan voldoe mij schaam voor de buitenwereld dat ik niet voldoe aan wat ik denk dat van mij verwacht wordt. Ik stop de schaamte, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet meer te schamen als een bestraffing voor het niet maatschappelijk aangepast reageren op een situatie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat het doemscenario bewaarheid wordt ook al wijst de fysieke werkelijkheid het tegendeel uit.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van mijzelf geen geluk gunnen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik geen vertrouwen heb in mijzelf en mijn toekomst wanneer ik terugkijk naar het verleden. Ik stop de zelfsabotage, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het verleden te corrigeren om zo de toekomst te kunnen sturen los van emoties/gevoelens/herinneringen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet meer in geluk te geloven voor mijzelf, door alle ervaringen die dit bevestigen over een nieuwe situatie heen te leggen.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van herinneringen gebruiken als blauwdruk voor mijn heden en toekomst, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijn verleden herleef en zo niet kan komen tot verandering. Ik stop het gebruik van de blauwdruk, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om elke situatie als een unieke situatie te beoordelen en de informatie en kennis die ik geleefd heb te gebruiken, los van emoties/gevoelens, om beslissingen te maken in het heden en voor mijn toekomst die in het belang van een ieder zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een drempel te ervaren in het moment waarin ik verandering kon/mocht omarmen van mijzelf.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van in mijn comfortzone blijven hangen of die nu positief of negatief gelabeld kan worden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik moeite met verandering heb wanneer ik denk dat ik veilig ben op de plek waar ik zit. Ik stop het verblijven in mijn comfrotzone , en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf te realiseren dat ik binnen mijn leven vaak genoeg uit mijn comfortzone stap, dit zou dus voor al mijn comfortzones moeten gelden en niet de ene wel en de andere niet, gebaseerd op emoties/gevoelens.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn wereld te polariseren en daardoor fricties te ervaren op punten waar dat niet zou hoeven te gebeuren.

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van polariseren omwille van de frictie, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik dit doe vanuit de ‘geest’ om zo energetisch een situatie te laden en niet meer te zien waar het nu eigenlijk om draait en zo dus niet te handelen in het belang van een ieder. Ik stop de polariteiten, en sta één en gelijk aan het leven.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet mee te gaan met de polariserende aard van mijn ‘geest’ maar mijzelf aan te sturen op basis van wat ‘hier’ is.

Herdefinitie van blijdschap: het omarmen/aanvaarden van mijzelf, een ander als mijzelf of een situatie in gewaarzijn van alles dat er is.

Advertenties

Dag 168 van 2555; kindertjes die vragen worden overgeslagen en de omarming van de LOA

equal money capitalismIk bedacht mij vandaag ineens dat ik tijdens mijn jeugd eigenlijk nooit vroeg om zaken die niet vanzelfsprekend waren om te vragen. Zo vroegen mijn broertje en ik nooit of wij een ijsje mochten als wij buitenshuis of op vakantie waren. We wisten dat het vragen van zoiets zou leiden tot het overgeslagen worden, het krijgen van het ijsje was een spontane daad van mijn ouders die dan als een verassing bij ons aankwam, waarvan mijn ouders waarschijnlijk dachten dat ze ons een groot plezier deden. De werkelijkheid is dat elke keer wanneer we door een stadje liepen met ‘ijsjesweer’ ik elke ijscoman spotte en dan in mijn hoofd/geest zoiets zei van mag ik een ijsje, mag ik alsjeblieft een ijsje, laten we hier stoppen om een ijsje te nemen, we kunnen best een ijsje eten met dit weer etc. Dus in plaats van het zeurende irritante kind te zijn, was ik het brave kind van buiten en had ik het zeurende kind in mijn hoofd zitten. Wanneer wij dan een ijsje kregen bij de gratie van 1 van mijn ouders, dan vierde mijn geest een overwinning. Deze overwinning bevestigde mijn geest dat het zeuren had geholpen en was beloond. Zo ontstond er een levende wereld in mijn geest en elke keer als ik iets wilde hebben of wilde laten gebeuren maar het niet kon vragen of het niet durfde te vragen, dan dacht ik er zo sterk aan in mijn geest dat ik ervan overtuigt was dat ik beloond zou worden. Ik begon dus superkrachten aan mijn geest toe te kennen en begon mijzelf als supermens te zien. De connectie tussen geest/binnen wereld en buiten wereld als een oorzaak-gevolg manifestatie was nu gemaakt en zo sterk dat ik er verslaafd aan raakte. Dit was namelijk zoveel veiliger dan het fysiek vragen door gesproken woord, hier kon ik in de veiligheid van mijn geest alles wensen wat ik wilde en dat werd mij dan vaak ook bezorgd.

Terwijl ik mij dit zo bedacht schrok ik even toen ik mij besefte dat ik met bepaalde zaken nog altijd deze manier van vragen heb en dus niet vrij ben van dit ‘kindertjes die vragen worden overgeslagen syndroom’. Wanneer ik het nog eens goed bekijk ben ik een soort van ‘Law of Attraction’ mentaliteit gaan ontwikkelen als kind om toch dat te krijgen wat mijn hartje begeerde. Wanneer ik het gewenste niet kreeg door mijn magische herhaling van het gewenste in mijn geest, dan was ik daar best wel even overrompeld door, een naar gevoel. Een gevoel van falen en mijzelf bekritiseren dat het niet gelukt was. Ook nu als volwassene slaat het niet krijgen van het gewenste zonder dit simpelweg te communiceren als een terugslag van een geweer in. Ik zie namelijk wel dat ik had moeten communiceren, maar niet communiceren binnen in mijn zelfgecreëerde wereldje voelde als de beste weg, de weg van de minste weerstand en ik neem het mij vervolgens dan kwalijk dat ik niet durf te communiceren of magisch hoop dat het wel gebeurd ook wanneer ik het niet communiceer. Het is dus tijd om dit punt onder de loep te nemen en ermee af te rekenen.

In deze vergevingszinnen zal ik het hebben over vreugde als verzamelwoord voor alles wat ik niet voor mijzelf durf te vragen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om dingen te vragen voor mijzelf die mijzelf vreugde zouden geven, vanuit de angst dat wanneer ik vraag ik wordt overgeslagen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat wanneer ik om een ijsje zou vragen mijn ouders mij zouden overslaan en samen met mijn broertje een ijsje zouden gaan eten.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om ongehoorzaam te zijn aan mijn ouders uit angst voor represailles.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een eigen wereldje te creëren waar ik mij in kan terugtrekken zodra er zich een moment voordoet waarop ik iets graag zou willen hebben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij te separeren van mijn fysieke wereld om zo het moment van vragen en overgeslagen worden niet fysiek te hoeven ervaren. maar veilig mijzelf kan terugtrekken in mijn geest.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de geest als veiliger te beschouwen dan in het hier en nu te vragen om datgene wat mij vreugde zou geven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat wanneer ik om vreugdevolle zaken vraag, ik geen vreugde zal ervaren in mijn leven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn wanneer ik om zaken vragen die mij vreugde geven afgewezen wordt als mens.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om als afgewezen mens mijzelf niet waardig te achten en liever niet met mijzelf van doen wil hebben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te ontkennen en leven te ontkennen wanner ik mij onwaardig acht als afgewezen mens door een ander en mij niet te realiseren dat het om een afwijzing van mijzelf gaat want ik ben altijd diegene die het toestaat en accepteert.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de overtuiging te hebben dat vreugde mij niet toekomt en het enge wat mij rest is hopen stil weggetrokken in mijn geest dat het gewenste misschien ooit gaat uitkomen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te zijn op mijn fysieke realiteit wanneer ik denk dat vreugde mij niet toekomt en ik dat vervolgens manifesteer in mijn fysieke realiteit.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de overtuiging te hebben dat wanneer ik maar hard genoeg denk aan hetgeen ik wil dat mij vreugde zal brengen het vanzelf naar mij toekomt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het zijn in de fysieke realiteit als beangstigender te beschouwen dan het zijn in mijn geest en hopen dat ik dingen in stilte voor elkaar krijg.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven in mijn superkrachten door de LOA en niet naar mijn statistieken kijk om te zien dat mijn score erbarmelijk is.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de angst voor afwijzing als persoon als zoiets verschrikkelijks te zien dat ik mijzelf liever wegcijfer en stilletjes ga zitten hopen dat iets gebeurd, dan de confrontatie met mijzelf ten opzichte van mijn fysieke realiteit aan te gaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om daar waar vroeger eigenbelang het startpunt was voor het niet vragen van vreugdevolle zaken uit angst het niet te krijgen het nu om zaken gaat die niet mijn eigen belang alleen dienen, maar nu doorslaan in zelfsabotage omdat ik allang de grens niet meer kan zien va acceptabel of onacceptabel.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf weg te cijferen terwijl dat wat ik wil bereiken juist vergt dat ik mijzelf presenteer en laat horen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zelfsabotage te aanvaarden als hulpmiddel om mijn angst om afgewezen te worden niet hoef onder ogen te komen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij afwijzing bang te zijn voor het negatieve gevoel wat het met zich mee zal brengen en mijn aanzien voor mijzelf daalt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om alleen voor het positieve gevoel te willen gaan om zo mijzelf in aanzien te laten stijgen en de confrontatie niet met mijzelf aan hoef te gaan want er is niets aan de hand.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn fysieke realiteit net aan te kunnen als het gaat om het vragen van zaken die mij vreugde zullen geven.

Als en wanneer ik mijzelf in het patroonvan wegvluchten in de geest als ik iets wil van mijn fysieke realiteit dat mij vreugde zal opleveren dan stop ik en adem ik. Ik realiseer mij dat het hopen op vreugdevolle zaken niet mij zelfverantwoordelijkheid nemen is en ik zo ook niet de regie over mijn leven in handen neem en alleen maar consequenties accumuleer. Ik stop en adem en zie dat ik mijzelf herhaal in dit patroon en corrigeer mijzelf net zo lang totdat dit patroon uit mijn geest gesleten is en ik er niet meer in participeer.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet weg te cijferen uit angst voor mijn fysieke realiteit en de afwijzing van mij als mens door deze realiteit en mij te realiseren dat ik mijzelf afwijs door mijzelf te separeren van mijn fysieke realiteit wanneer ik mij terugtrek in mijn geest.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om elk moment als nieuw moment te ervaren en dus niet bang hoef te zijn voor een afwijzing wanneer ik om zaken vraag aan mijn fysieke realiteit die mij vreugde opleveren, omdat dat gebaseerd is op herinnering en angst geprojecteerd in de toekomst gebaseerd op die herinnering.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen LOA-achtige praktijken te ontwikkelen, omdat ik klaarblijkelijk niet kan inschatten hoe het effect en de consequenties op mijn fysieke realiteit uitwerken en ik in dat geval niet kan staan voor het belang van een ieder.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn sociale en genetische programmering nu te zien voor wat het is, en geen waarde meer te schenken aan’ kindertjes die vragen worden overgeslagen’, omdat het merendeels een dreiging is van iets dat misschien kan gebeuren en dus als manipulatie kan afschrijven.