Dag 390: stomende ketel

Desteni I ProcessTijdens het winkelen met mijn dochter moest ik in een winkel iets afreken. Beneden stond er een immense rij met mensen, dus stelde ik voor om naar boven te gaan waar het meestal stukken rustiger is. En inderdaad er stonden een 6 tal mensen toen wij aankwamen. Terwijl wij als 7e in de rij stonden werd er een tweede kassa geopend. Normaliter wordt er iet sin de trant van, de eerstvolgende mag hier aansluiten, gezegd, maar dat werd nu achterwege gelaten. Inmiddels hadden zich 2 dames zich in de rij van de tweede kassa verplaats, waarna niemand anders meer in de tweede rij ging staan. De 2e en de 3e mevrouw van de eerste rij waren met elkaar aan het grappen, waarbij de 3e zei: zal ik in de andere rij gaan staan dan zijn we straks gelijk aan de beurt. Direct daarop zei ze, nee dat ga ik niet doen. Op het horen van die woorden en niemand anders die in de tweede rij aansloot, stapte ik opzij en werd 3e in de tweede rij.

De 3e vrouw uit eerste rij keek naar mij en zei tegen haar vriendin: nu hoeft het dus niet meer. Ik schrok, had ik iets verkeerd gedaan schoot er door mij heen. Ik voelde conflict in mijzelf, had ik asociaal gehandeld? Nee, ik had toch heel goed gezien dat ik niet voordrong, maar dat niemand actie ondernam om in de tweede rij te gaan staan. Ik labelde de toon waarop de vrouw richting mij sprak als denigrerend en verwijtend en voelde mij klein en was bang dat het conflict dat ik van binnen voelde ook in mijn buitenwereld werkelijkheid werd. Ik zei snel tegen de vrouw: als je de indruk hebt dat je voor mij aan de beurt bent, dan mag je van mij voor, en ik maakte een handgebaar om haar voor te laten gaan. Ik zei dit niet op een kleinerende toon, ik zei dit vanuit inferioriteit en de angst dat de vrouw een confrontatie of conflict zou starten.

De vrouw keek haar vriendin aan en zei: met haar ga ik niet in discussie. Ook dit ervoer ik als denigrerend en ik wist zeker dat dit een drama ging worden. Het was zeer onrustig van binnen en ik wist dat ik iets voor mijzelf moest doen, ik moest er zijn voor mijzelf. Ik besloot kalm te blijven en het woord kalmte te leven. Ik keek de vrouw niet meer aan en focuste mij op mijn ademhaling en het afrekenen van mijn spullen. De vrouw zei inderdaad niets meer tegen mij en aangezien ik eerder klaar was dan haar, liep ik met mijn dochter de winkel uit.

Tijdens dit voorval had ik vanbinnen als een kokende fluitketel gevoeld, vooral niet het fluitje er vanaf halen anders zou de hete stoom ontsnappen. Er was niets door mijn hoofd gegaan van wat ik terug had kunnen zeggen, wat ik normaal wel heb. Ook gebeurd dit nog weleens een dag later, maar ook dat bleef uit. Maar eenmaal buiten de winkel moest ik van mijn dochter weten of ik asociaal gereageerd en gehandeld had. Ik bleef een beetje rondjes draaien om te zien waar ik fout had gezeten en nam het mij persoonlijk wat de vrouw had gezegd en hoe ik de vrouw haar houding naar mij toe had gelabeld. Ik kon eigenlijk niet geloven dat de ander mij een voordringster vond mij  vervolgens niet waardig genoeg vond om een eventueel misverstand op te lossen. Ik nam het dus duidelijk wel persoonlijk en ik had mij wel degelijk aangevallen gevoeld, maar door kalm te blijven kon ik de situatie niet laten escaleren, als dat al het geval was.

Geen enkel moment heb ik het van de vrouw haar kant bekeken, natuurlijk zal ik er nooit achterkomen zonder het haar te vragen, wat maakte dat zij zo reageerde op mij. Ik wist dat ik niet verkeerd zat en toch schrok ik. Ik had ook kunnen vragen of zij eigenlijk toch van rij had willen wisselen, maar eerlijk gezegd heb ik geen idee of dat ook als olie op het vuur was geweest. Wat voor mij belangrijk is voor een volgende keer dat iets dergelijks gebeurd, te weten dat ik niet hoef te twijfelen aan mijzelf. Geen innerlijk conflict hoef aan te gaan met mijzelf en zo dus ook een geen conflict te vrezen buiten mijzelf met de ander als een weerspiegeling van wie ik ben in dat moment.

Ik voelde mij naar naderhand, omdat ik mijzelf als mindere had opgesteld en dus de situatie gepolariseerd had. Ik had het voor mijzelf ingewikkelder gemaakt dan nodig was geweest.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te doen geloven vanuit een gevoel van inferioriteit dat ik fout zat terwijl ik wist dat ik niet fout zat, waardoor ik conflict binnenin mijzelf creëerde en vervolgens vreesde dat dit conflict ook in mijn buitenwereld zou uitspelen.   

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te vrezen dat er conflict zal ontstaan in mijn buitenwereld, maar het acceptabel vind dat er innerlijk conflict zich in mij afspeelt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de denigrerende toon die ik bij de vrouw bespeurde persoonlijk te nemen al op het moment dat ik het als denigrerend labelde en vanaf dat moment mij zo klein mogelijk maakte om niet haar slachtoffer te worden door zo aardig mogelijk te blijven.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbaasd te zijn dat mijn actie/handeling dit veroorzaakte, terwijl deze situatie zo indruiste tegen mijn verwachting van wat er had moeten gebeuren, dat mijn projectie van de toekomst in frictie kwam met de werkelijkheid en mij een surrealistisch gevoel gaf, met gedachten als: dit kan niet waar zijn.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de vrouw in mijn geest als naar en agressief af te schilderen, wat als gevolg heeft dat dit ene moment van interactie een indruk bij mij achterlaat die als ik haar nog eens zou ontmoeten in een andere setting, ik haar direct al niet zou mogen en dus niet het moment zou beleven maar het moment gefilterd door het verleden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik deze situatie beleeft heb zoals ik hem beleeft heb, omdat ik ben meegegaan in opinies en angsten, waardoor deze mevrouw haar eigen innerlijk conflict ineens ook mijn conflict werd en ik mij liet mee zuigen in iets dat niet van mij was en waar ik ook geen verantwoordelijkheid voor had kunnen nemen, anders dan mijn zelfverantwoordelijkheid.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat we beiden reageerden op onze innerlijke conflicten en wel in communicatie waren met elkaar, maar eigenlijk ook niet, maar omdat het allebei om conflict ging en de energie van conflict er aan te pas kwam het ineens heel werkelijk leek, terwijl het niets met elkaar van doen had in essentie.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf niet te verplaatsen in de ander waar de ander eigenlijk wil terugkomen op een beslissing maar dan te laat is en een ‘fuck’ moment heeft, waarbij ik het ‘fuck’ moment aan de nader had kunnen laten en niet persoonlijk had hoeven nemen alsof het mijn eigen ‘fuck’ moment was waarbij ik even dacht dat ik fout zat en asociaal gehandeld had.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te vrezen dat ik mogelijkerwijs niet als een goed persoon gezien zou worden, maar als een voordringster die anderen benadeeld en te denken dat dit het einde van de wereld betekent als ik zo te boek zou staan, bij het handjevol mensen die aanwezig waren.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de vrouw te oordelen als naar en te beschuldigen van asociaal en onacceptabel gedrag, terwijl ik niet weet wat haar startpunt was en of die inderdaad van uit onacceptabele gedachten en opinies voortkwam.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf in toom te houden door het woord ‘kalmte’ in het moment te leven, maar het direct weer los te laten zodra de vrouw uit mijn werkelijkheid was verdwenen en ik koortsachtig ging denken en redeneren over het voorval om mijzelf vrij te pleiten van elke vorm van blaam.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om energie in mijn praten toe te laten na afloop van het voorval en mij alsnog door mijn geest te laten meeslepen in gedachten die mij laten voelen dat ik in mijn gelijk stond en ik mij niet realiseerde in dat moment dat deze gedachten mij laten zien waar ik sta in mijn proces en wat ik ten aanzien van conflict en schuldgevoel nog te doorlopen heb.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om reacties te hebben op het feit dat ik als voordringster wordt gezien wat maatschappelijk gezien niet een positief woord is en iets is waar ik niet mee geassocieerd wil worden om zo niet meer te kunnen geloven dat ik een goed mens ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor wat er in mij zat, tijdens deze situatie met de vrouw, aan onaardige woorden of gevatte woorden die er mogelijkerwijs uit zouden kunnen komen en het conflict een aardige push zouden hebben gegeven. Waarin ik mijzelf vergeef dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn geen controle over mijn eigen woorden te hebben en de woorden die ik zou kunnen spreken in afscheiding van mijzelf zie, waarbij ik geen zelfverantwoordelijkheid kan nemen, omdat mij dit immers overkomt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om boos te zijn op de vrouw voor hoe ik mij voelde en mij niet te realiseren dat alleen ik mijzelf een bepaalde manier kan laten voelen en niet de ander, dus in feite boos op mijzelf te zijn dat ik mijzelf minder voelde en schuldig acht aan iets waarvan ik weet dat ik er niet schuldig aan ben.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf vervelende ervaringen te geven die niet nodig zijn voor mijzelf als een geheel van geest en lichaam, maar in afscheiding van mijn lichaam, als geest een manier zijn om de geest met de energie van frictie en angst te voeden en in stand te houden als afgescheiden entiteit.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om de emotionele aangelegenheden van een ander persoonlijk te nemen, dan stop ik en adem. Ik realiseer mijzelf dat mijn geest altijd in staat zal zijn iets uit de ander zijn innerlijk gevecht te halen en te doen geloven dat ik daarmee te maken heb of verantwoordelijk voor ben. En dus, ga ik de verbintenis met mijzelf aan om eerst te checken of de eerste gedachten die ik heb tijdens een interactie met een ander objectief zijn, of subjectief en mij dusdanig sturen in mijn waarneming van de situatie en mijn handelen in de tweede plaats. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om te letten op mijn ademhaling bij een eerste interactie en de woorden waar te nemen los van gedachten over de woorden en elke gedachte bewust voorbij te laten komen om vervolgens ook weer te laten gaan en niet mij te laten aansturen, waarbij ik mij realiseer dat dit een proces is en oefening nodig heeft.

Wanneer en als ik mijzelf innerlijke conflicten zie accepteren en goedkeuren, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat het goedkeuren en accepteren van conflict, conflict doet aantrekken en zo mijn angst laat uitkomen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om conflict in mijzelf te stoppen en waar te nemen voor wat het is en niet te voeden nog te volgen, bewust te zien waar het conflict over gaat en zo mijn patronen aan te pakken die hier aan ten grondslag liggen, door woorden te leven die een andere wending kunnen geven aan het omgaan met deze bepaalde patronen.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om door inferioriteit conflict te sussen, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik vanuit een gepolariseerd startpunt conflict niet kan stoppen. En dus, ga ik met mijzelf de verbintenis aan om conflicten niet te sussen maar te voorkomen door polariteiten te stoppen in het moment, door niet aan mijzelf te twijfelen en schuldig te voelen als ik diep van binnen weet dat er niets is om aan te twijfelen of schuldig over te voelen.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om een ander te labelen door de gedachten die ik heb in een bepaalde situatie met de ander, dan stop ik en adem. Ik realiseer mijzelf dat ik mij en de relatie met de ander beperk door de relatie voortaan alleen nog te zien door de ogen van dit ene moment. En dus , ga ik met mijzelf de verbintenis aan om anderen in elk moment weer opnieuw te leren kennen door te zien wie zij en wie ik ben in elke nieuwe ontmoeting, zonder het verleden als blauwdruk eroverheen te leggen.

Wanneer en als ik mijzelf een poging zie doen om als een goed persoon gezien wil worden, dan stop ik en adem. Ik realiseer mij dat ik mij in polariserende gedachten bevind en dus niet objectief de mijn situatie kan duiden en waarnemen. En dus, ga ik de verbintenis met mijzelf aan om het goed en fout los te laten en in elk moment te bepalen wie ik wil zijn in dat moment en daar naar te handelen en te leven.

Dag 320 van 2555: instortende gebouwen – deel 7 – wereldbeeld

leefbaar inkomen gegarandeerdDeze blog is een vervolg op de vorige blogs, het lezen van de vorige blogs biedt context voor deze blog.

De voorgaande blogs gingen in essentie allemaal over het mij instabiel voelen wat ik vervolgens op het fysieke instorten van mijn fundering/huis projecteerde. In mijn ‘geest’ koppelde ik de negatieve emotie van instabiliteit aan het letterlijk fysiek de vloer/grond onder je vandaan voelen gaan.

Wat ik nog niet heb aangekaart is het feit dat mijn wereldbeeld steeds meer veranderd. Door mijzelf beter te gaan begrijpen, ga ik automatisch de wereld om mij heen ook beter begrijpen. Wat eerder wellicht niet verontrustend was en ik geen aandacht aan schonk om lekker rustig door te kunnen leven,  zie ik nu zo duidelijk dat ik die dingen niet meer kan negeren. En dat zet mijn wereld van tijd tot tijd op losse schroeven.

Ik zie dat heel duidelijk wanneer ik mijn wantrouwen in artsen probeer te herstellen, waarbij ik dan vervolgens in een situatie kom waar artsen absoluut hun verantwoordelijkheid niet nemen en ik weer terug bij af ben qua emoties/gevoelens. Dit zijn momenten dat ik weer terug val in de angst dat de vloer of mijn huis niet stevig genoeg is en zou kunnen bezwijken.

Mijn wereldbeeld is zeer zeker veranderd, alhoewel het dus deze angst voor instortende gebouwen zo af en toe nog met zich meebrengt, ben ik het ook normaal gaan vinden dat ik meer bewust en kritisch in het leven sta. Zo besloot ik een rubberen anti-trillingsmat aan te schaffen aangezien de wasmachine aan de wandel ging op de houten vloer op zolder. Deze aanschaf kwam niet voort uit mijn angst dat het allemaal zo trilde en ik daardoor bang zou zijn dat de zoldervloer het zou begeven, immers de angst wordt door het instabiel voelen van mijzelf aangezwengeld. Dus op naar de winkel.

In de winkel aangekomen zag ik dat de mat geen €15 meer was maar €12,95 ik voelde een zekere opluchting dat het mij minder ging kosten dan ik had verwacht. De verkoper zei dat hij er even een bon van ging maken omdat hij niet zeker was dat de prijswijziging al in de kassa’s was ingevoerd. Hij vertelde mij dat zij digitale prijsbordjes hadden die aangesloten zaten op een computer die de hele dag sites langsging om te zien wat de laagste prijs van een product in het land was en dan paste het systeem de bordjes aan. Nou ik was onder de indruk van de digitalisatie en de verkoper vertelde mij dat dit nodig was want zij wilden de klant het gevoel geven de laagste prijs te hebben betaald. Zo zei hij, het is natuurlijk niet leuk als je iets hebt aangeschaft en je loopt de winkel uit om vervolgens te zien dat je het elders goedkoper had kunnen kopen. Dus wij willen het gevoel hebben dat we het product op z’n goedkoopst gekocht hebben en we willen daar zelf geen moeite voor hoeven doen om zodoende het systeem de schuld te kunnen geven.

De verkoper zei tegen mij: het gaat er natuurlijk om dat je een zo goed mogelijke prijs betaald voor het product. Waarbij ik zei, wat is een zo goed mogelijke prijs voor een product? De prijs die lager is dan bij de concurrent zei de verkoper. Nee zei ik, wanneer weet ik dat de prijs die ik betaal ook in relatie staat tot het product met zijn grondstoffen en arbeidsloon. Ik kan €12,95 wel een hele jofele prijs vinden voor mijn portemonnaie, maar dekt dat in de huidige economie de levenskosten die de werknemer heeft die deze mat maakte? De verkoper keek mij aan en zei, dat is een goed punt wat u nu aansnijdt, maar nagenoeg niemand denkt hierover na. Wordt het dan niet eens tijd dat we hierover na gaan denken dat de mensen die onze spullen maken ook te eten hebben en een fatsoenlijk bestaan, zei ik tegen hem. De boodschap kwam niet aan, hij bleef in de verbazing hangen over mijn eerste opmerking. Toen realiseerde ik mij dat mijn wereldbeeld zich drastisch had veranderd over de jaren heen en dat dit nu een gevoel van een kloof tussen een ander mens veroorzaakte. Geen echte fysieke kloof en geen gevoel dat instabiliteit opleverde, maar de woorden die wij spraken gingen langs elkaar heen. Zijn woorden gingen over winst en een goed gevoel en mijn woorden gingen over het vinden van een balans in verkoopprijs en fabricageprijs waar op grondstoffen moet worden beknibbelt en de mens die het werk leverde achteraan in de rij staat bij het uitdelen van het geld.

Ja, mijn wereldbeeld is veranderd en daarmee is de wereld nog niet veranderd en dat roept gevoelens van instabiliteit op die soms overgaan in hopeloosheid en denken dat het nooit goed zal komen met deze aarde en zijn parasieten erop. Maar ik wandel door en probeer daar waar nodig mijn steentje bij te dragen en mensen hopelijk niet in verbazing achter te laten, maar bewust van wat zij laten liggen en niet willen zien, net zoals ik dat ooit niet wilde zien.

In de volgende blog zal ik zelfvergevingen en zelfcorrecties doen.

Dag 189 van 2555; probleem – leven in het hier en nu door de ogen van de geest

equal money capitalismWetende hoe moeilijk het vaak is voor mij en de meeste mensen in het algemeen, om volledig in het hier en nu te leven zonder gedachten in de geest die leiden naar emoties/gevoelens/angsten/herinneringen, zal ik een omschrijving geven van een ritje op mijn fiets naar de winkel. Op deze manier zal ik proberen inzicht te krijgen in mijn ‘probleem’, om in een volgende blog de oplossing te vinden en in een daarop volgende blog mijn beloning te bepalen, wanneer ik de oplossing implementeer in mijn fysieke bestaan. Het geheel zal dan worden afgesloten met een blog die zal bestaan uit zelfvergeving en verbintenissen die ik met mijzelf zal aangaan.

 

Ik sta buiten om mijn fiets van het hangslot te bevrijden, waar ik tegenop zie, omdat meerdere keren voorafgaand aan vandaag het slot niet goed opende en mijzelf vertraagde in tijd. Ik stap op mijn fiets om over de stoep voor ons huis naar de eerste straat linksaf te fietsen. Ik zit niet gemakkelijk op de fiets, omdat ik weet dat ik niet mag fietsen op de stoep en ik overal vandaan in mijn verbeelding agenten of stadswachten tevoorschijn zie komen. Terwijl ik langs de huizen van de verschillende buren fiets krijg ik een warm gevoel bij het ene huis een koud gevoel bij het andere en bij 1 huis een neutraal gevoel. Ik sla linksaf en rij over een hobbelige straatklinkerweg, ik merk dat dit fysieke gehobbel op de fiets mij enigszins uit mijn gedachten houd. Toch zie ik grote huizen aan de ene kant en kleine huizen aan de andere kant en besluit in mijn geest dat het zielig is voor de mensen in de kleine huizen dat ze zo beroerd wonen. Ik sla rechtsaf een asfalt weg op om even te onthobbelen en langs het kinderdagverblijf te rijden, waar ik altijd even naar binnen kijk en allerlei horror verhalen over kinderdagverblijven door mijn hoofd spelen. Ik fiets langs een school en beoordeel de ouders als alternatieve stadse ouders. Ik steek een weg over en rij langs een enorm oud herenhuis en elke keer probeer ik te ontdekken of daar inderdaad maar 1 gezin in woont of dat het er toch meerdere zijn, vervolgens rijd ik langs een stoffen winkeltje waar ik gecharmeerd ben van de etalage en mij meteen bedenk wat ik allemaal zou kunnen maken van al die mooie dure stoffen. Ik steek een grotere weg over en zie schuin aan de overkant een cateringbedrijf zitten en voel irritatie, dit omdat zij vaak de weg blokkeren voor hun bedrijf wat het voor fietsers onveilig maakt. Ik kijk naar rechts om te zien of ik kan oversteken en zie de opvang voor daklozen wat mij een verloren en unheimisch gevoel geeft. Ik rijd nu op een singel met herenhuizen, meteen rechts staan eenaantal huizen met veel donkerbruin eraan en rookglas in de ramen wat ik als niet fijn/leuk bestempel en de openheid van de brede straat met de witte grote herenhuizen totaal teniet doet. Ik kom aan op een kruising waar een groot kantoor van de ABN-AMRO mij aanstaart, ik vind dit zeer onplezierig en zou het liefst door een andere straat rijden, maar dit is de kortste weg en ik zeg in mijn geest tegen mijzelf dat dit kinderachtig gedrag is. Aan de andere kant zit een makelaars kantoor dat ons zou helpen met het uitzoeken van foutieve/niet geclaimde meldingen bij de ING en een gevoel van in de steek gelaten zijn bekruipt mij. Ik rijd verder als het stoplicht op groen springt, ik merk dat ik het vervelend vind om te stoppen met de fiets bij de kruising om vervolgens weer helemaal op snelheid te komen, dit maakt het fysiek zwaar. Ook dit is een open brede straat, waar ineens een herinnering opkomt aan een man die tegen mij zei dat ik de weg blokkeerde door naast mijn dochter te fietsen, die ik bestempelde als leugenaar. Ik ben bijna bij de winkel die ik ga bezoeken en kijk goed of ik met de fiets makkelijk naar de stoep kan komen of dat auto’s alles dicht gezet hebben, dat vind ik vervelend. Dan zoek ik of er nog een plekje is voor mijn fiets voor de winkel en dat is er, maar ik voel een irritatie door een herinnering opkomen aan mensen die hun fiets zo neerzetten dat anderen geen plek meer hebben. Ik ben aangekomen bij de winkel.

 

Zoals je zult begrijpen na het lezen van mijn rit naar de winkel, ben ik bijna geheel niet in het hier en nu geweest tijdens mijn rit. Of gevoelens/emoties spelen een rol of herinneringen aan voorgaande ervaringen herbeleef ik door fysieke triggers wat het niet mogelijk maakt om in het hier en nu te zijn. Het probleem is dus het constant mijzelf weg trekken in de geest tijdens zo’n fietsritje en niet instaat zijn om mijzelf te laten genieten van de wind die om mij heen waait, het wisselend decor dat langs mij heen gaat, de geuren die mij bereiken en ga zo maar door.

 

In mijn volgende blog zal ik de fietsrit stukje voor stukje uit elkaar trekken om te zien waar de oplossing ligt om mijn leven niet door de ogen van de geest te zien maar het hier en nu te ervaren in al zijn intensiteit.

Dag 134 van 2555; de verarming van Nederland

Dag 134 van 2555; de verarming van Nederland  Waar ik gisteren aanliep tegen het feit dat mijn communicatie in de supermarkt niet goed uitpakte toen ik sprak over €20 stuk maken in losgeld, stond ik vandaag met mijn dochter bij de bushalte te wachten op de enige bus die op dat tijdstip langskomt. Mijn dochter stond klaar om in te stappen met haar krukken, de bus was te vroeg, en ging niet in het busvak staan wat daarvoor bedoeld is en de buschauffeuse zwaaide met haar armen van “wat wil je nou”. Wij stonden verbouwereerd te kijken naar de gebaren die ze maakte en waren verrast door het niet direct stoppen van de bus in het busvak. Toen de deuren opengingen en mijn dochter instapte, begon de buschauffeuse tegen mij geïrriteerd te praten. Waarom we niet gezwaaid hadden of ons hand hadden opgestoken? Geen idee dacht ik. We doen deze busroutine nu een week vanwege een geblesseerde knie van mijn dochter en niemand heeft haar gevraagd te zwaaien tot dusver en niemand is langs haar gereden wanneer ze op de blinden/slechtzienden plek stond om in te stappen. Klaarblijkelijk hadden wij een grote verantwoordelijkheid over het hoofd gezien door niet aan te geven dat wij mee wilden. Wat we wel niet dachten zei de buschauffeuse, ze kon niet voor iedereen maar gaan stoppen. En ik dacht dat we duidelijk duidelijk waren geweest. Er stopt rond die tijd geen enkele andere bus, er wachten nooit mensen die een bus later of een andere bus moeten hebben, omdat de tijden redelijk uit elkaar liggen, wij waren de enige personen die op de aangegeven plek klaar stonden om de bus in te stappen, maar we waren vergeten te zwaaien.

Twee weken terug stond ik in de biologische winkel waar een man van in de 70 tegen de cassiere zei: “ik zal je maar geloven op je blauwe ogen”, waarbij de cassiere vroeg wat hij zei en bij herhaling meldde ze dat ze hem niet begreep. Nederland is aan het verarmen over de hele linie, van financieel tot taal tot voedsel tot hoe men met elkaar omgaat. Na 6 jaar Italië valt dit mij na terugkomst echt op. Maar goed, ik zal het moeten doen met wat er van de maatschappij geworden is. Ik weet inmiddels wat het is om buiten het systeem te staan, oftewel aan de zijlijn van het systeem/maatschappij. Dat is niet hetgeen waarop ik mij richt, ik zal als deel van de maatschappij deel nemen aan de maatschappij, ik heb alleen een inburgeringscursus nodig in het verarmd Nederlands, waar ik met de taal die ik vanuit mijn opvoeding en opleiding spreek vaak niet begrepen wordt en waar ik zelf de maatschappij niet altijd begrijp, wat het van mij wil. Irritatie en frustratie hebben heeft geen zin ik zal een brug moeten slaan tussen mijzelf en de andere delen van het systeem om zo het mij bewegen in het systeem niet te bemoeilijken.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bij het niet altijd snappen van anderen, nerveus te worden, alsof er heel veel vanaf hangt en dat ik hetgeen ik niet snap zelf oplos moet oplossen om zo de weegschaal van dom en slim weer naar slim te krijgen en mij goed te voelen.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om verbaasd te zijn dat anderen mij niet altijd snappen, terwijl het in mijn geest zo duidelijk allemaal lijkt wat ik communiceer.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet altijd te kunnen verplaatsen in de schoenen van eenander en dat wat duidelijk is voor mij ook duidelijk acht voor een ander.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te denken dat mijn logica de logica van een ieder is of dat ik op z’n minst begrepen zal worden.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in de toekomst te projecteren vanuit ego dat een ander mij zal begrijpen, omdat ik het zelf begrijp.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vanuit mijn ego boos te worden binnenin mij wanneer ik niet begrepen wordt.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om Nederland als anders te ervaren door een gat van 6 jaar, terwijl dit proces van verarming al lang in gang was gezet en ik een soort van jetlag van 6 jaar doormaak.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een triest gevoel over mij heen te voelen als ik merk dat de taal zoveel armer is en enkel nog bestaat uit eenvoudige sms-taal.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het gevoel te hebben dat ik aansluiting mis bij deze maatschappij en mij niet te realiseren dat het eengevoel is en ik in mijn dagelijkse contact met de maatschappij gewoon mijn dingen kan doen en af en toe een extra brug moet slaan.

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn door het systeem te worden uitgespuugd als ik mij niet aanpas aan de algemeen geldende arme normen.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om 1 en gelijk aan mijn omgeving te staan en te vragen zonder vooroordelen wanneer ik het niet snap en nogmaals op een andere manier uit te leggen wanneer een ander mij niet snapt.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om een taal te leren spreken die niet op mijn programmering is gebaseerd, maar op dat wat de communicatie met anderen in het moment ondersteunt en er zo, los van waarde oordelen toch communicatie is zonder onnodige frustraties.

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om Nederland te nemen zoals het nu is, en niet vanuit nostalgie terug te kijkend op hoe het was, en zo effectief te kunnen zijn in een maatschappij die verarmd is geraakt door de input van een ieder, en daardoor het produkt is van ons allen en dus een deel is van ons allen.