Dag 307 van 2555: mijn zielige ik – deel 2 – zelfvergeving en zelfcorrectie

leefbaar inkomen gegarandeerd Voor context is het aan te raden om mijn voorgaande blog te lezen. In deze blog en de komende 3 blogs zal ik de volgende zinnen onder de loep nemen.

 

Ik wil dit nu niet doen

moet ik dit doen

waarom moet ik dit meemaken

waarom is dit hier

 

Te beginnen met “ik wil dit nu niet doen”:

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om van binnen mij te verzetten tegen iets dat ik niet wil doen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van verzet van binnen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik frictie en strijd binnenin mijzelf maak wat alleen de ‘geest’ voorziet van energie, maar dat het verzet een stil verzet is als een uitvloeisel van het moeten van vroeger. Ik stop het verzet van binnen en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen geheim verzet van binnen te voeren om zo op geheimzinnige manier te ontkomen aan de verantwoordelijkheden die ik heb aanvaard en geaccepteerd, maar daadwerkelijk met gezond verstand in zelfoprechtheid in mijzelf te kijken of het weerstand is of dat het hier echt gaat om het niet juiste moment om iets te doen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om weerstand te voelen voor hetgeen ik moet gaan doen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van te reageren op het woord ‘moeten’ met weerstand, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik iets nu niet wil doen en ook niet wil onderzoeken waarom ik dit nu niet wil doen, ondanks dat ik afspraken met mijzelf ben aangegaan. Ik stop de weerstand en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het niet van mijzelf te accepteren wanneer ik niet wil onderzoeken waarom ik iets nu niet wil doen, terwijl ik het heb afgesproken met mijzelf of een ander, en het toch doe maar back chat gebruik om mij door hetgeen ik moet doen te leiden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in het moment iets als opgelegd te ervaren en dus niet nu te willen doen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van iets niet willen doen wanneer het lijkt dat iets mij wordt opgedragen door hetzij mijzelf of een ander, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet iets wil doen wat opgedragen is en mij dan interne weerstanden oplevert wat mij herinnert aan vroeger, waarbij ik geen tegengas gaf als kind maar het over mij heen liet komen en alleen van binnen verzet toonde. Ik stop het gevoel van niet vrij zijn en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het moeten van vroeger los te koppelen met het praktische moeten van nu en in het moment te beslissen of het een goed idee is om iets nu te doen of niet, ook al is het afgesproken, het kan zijn dat het beter op een ander moment plaats vindt.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om andere zaken belangrijker te vinden/maken dan datgeen dat ik nu moet doen en dus niet wil doen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van hetgeen ik niet wil doen onder geschikt te maken aan andere zaken, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik hetgeen ik moet doen klein en niet belangrijk maak en de zaken die ik wel wil doen groot en belangrijk maak. Ik stop het verdraaien van de werkelijkheid in mijn hoofd en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet vanuit eigenbelang een inschatting te maken wat echt gedaan moet worden en wat niet, maar te kijken in zelfoprechtheid of dit het moment is om iets dat ik met doen aan te pakken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om excuses te vinden waarom ik iets nu niet hoef te doen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van excuses bedenken om iets niet te hoeven doen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mijzelf als de ‘geest’ probeer te overtuigen van mijn gelijk. Ik stop de excuses en werk alleen met de feiten en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te beslissen dat wat ik mij heb voorgenomen te doen is bedacht vanuit zelfoprechtheid en dus gedaan moet worden, waardoor ik alleen vanuit zelfoprechtheid kan bepalen of dit het moment is of niet.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven in de excuses die ik bedenk waarom ik nu niet datgeen hoef te doen wat ik mij had voorgenomen te doen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van bedenksels voor mijn voeten te werpen om mijzelf te verblinden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik hiermee alleen maar de ‘geest’ dient en niet het belang van een ieder. Ik stop het eigenbelang en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet te verblinden met eigen belang om zo mijn ‘geest’ te voorzien van energie door emoties en gevoelens op te wekken door weerstand in mijzelf.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat ik niet langer het heft in handen heb wanneer ik niet meer kan bepalen of ik iets doe of niet doe.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van geloven dat ik mijzelf niet langer aanstuur wanneer ik doe wat ik heb afgesproken te doen op dit moment, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik het aansturen vanuit  de ‘geest’ en het fysiek mijzelf aansturen binnen de taken die ik doe met elkaar verwar. Ik stop de verwarring en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het aansturen van mijzelf goed te begrijpen en niet te verwarren met het aangestuurd worden door gevoelens en emoties.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het idee te hebben dat ik van mijn vrijheid wordt berooft door al die zaken die ik met doen en iet wil doen wanneer ze zich aandienen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van angst te hebben dat ik van mijn vrijheid word berooft als ik niet kan beslissen iets niet te doen om de verkeerde redenen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik vrijheid interpreteer als de vrijheid om te doe wat ik wil zonder te zien of het datgene is dat het belang van een ieder dient en in zelfoprechtheid genomen is. Ik stop de angst en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om vrijheid in de juiste proportie te zien en niet irrationele redenen als ‘ik heb er geen zin’ in de boventoon te laten voeren en het niet doen van iets als vrijheid te bestempelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om dit een stille strijd in mijzelf te laten wezen en voor de buitenwereld het over te laten komen alsof ik alles met plezier en toewijding doe.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een stille strijd voeren als de kracht in mijzelf te zien, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik niet in mijn kracht sta wanneer ik mij door emoties en gevoelens laat leiden. Ik stop de stille strijd en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn copingmechanisme van de stille strijd die ik als kind gebruikte te begraven en los te laten, ik kan nu heel goed zelf bepalen of iets mij daadwerkelijk wordt opgelegd of niet. Dus hoeven er geen dingen meer te bestaan die ik niet wil doen, want dingen die mij daadwerkelijk worden opgelegd die hoef ik niet te accepteren en te aanvaarden wanneer die niet in het belang van een ieder zijn, waardoor ik overblijf met datgeen dat ik daadwerkelijk nu moet doen of op een later meer praktisch moment.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te geloven dat er verandering ontstaat doordat ik iets nu niet wil doen en hierover een dialoog in mijzelf aanga waardoor ik vervolgens mij gesterkt voel om het niet te doen en dit als een overwinning op mijzelf te beleven.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie vervallen in een patroon van een overwinning op mijzelf te behalen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer en zie dat ik mij op deze manier energetisch oplaat door te rebelleren. Ik stop het rebelleren en stuur mijzelf aan, één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om geen spel te maken van de weerstanden in mijzelf die ik ervaar, maar zelfoprecht te zijn en te zien wanneer ik reacties/weerstanden ervaar en te begrijpen waarom ik die accepteer in dat moment als mijn waarheid.

Advertenties

Dag 306 van 2555: mijn zielige ik – deel 1

leefbaar inkomen gegarandeerdIk vroeg Sunette wat de achterliggende oorzaken van de pijn in mijn linker elleboog konden zijn, oftewel mijn tennisarm, die vorig jaar langzaam overging maar nu weer opnieuw opspeelt. Zij antwoordde mij het volgende:

Wat bijdraagt aan de pijn in je linker elleboog is een patroon in de ‘geest’ wanneer er uitdagende dingen gebeuren in jezelf/je wereld waar jij dan de neiging hebt om machteloos te reageren, je zou het apathie kunnen noemen, waar je een grote zucht slaakt en dan in de ervaring wil opgeven, in de trant van: ik wil dit nu niet doen, moet ik dit doen, waarom moet ik dit meemaken, waarom is dit hier. Je laat op deze manier toe dat uitdagingen jou aansturen, in plaats van te zien hoe jij jezelf kunt uitdagen wanneer uitdagingen op je pad komen en hoe je hierdoor kan groeien, leren en jezelf ontwikkelen.

En hoe kan het ook dat dit niet vreemd in de oren klinkt, ik weet dat ik dit doe, maar ik doe het al zo lang dat het als een soort van achtergrondruis aanwezig is waar ik geen aandacht aan geef en dus laat bestaan in mijzelf. Ik wil heel vaak een heleboel dingen niet doen, die ik overigens wel doe, maar met de zwaarte van het niet willen wordt zoiets een uitputtingsslag. En dan komt de vraag of ik dit nu echt moet doen, wat maakt dat wanneer ik het doe ik het met een lang gezicht doe en absoluut van niets meer kan genieten in dat moment. En dan vraag ik mij af waarom ik die dingen moet meemaken in mijn leven, waarom het allemaal niet wat makkelijker kan en waarom deze situatie überhaupt hier is en zich aan mij aandient.

Wat maakt dat het woord moeten, iets moeten doen zeer beladen is, beladen door mijzelf. Waardoor de uitdagingen in mij of mijn wereld ineens strijdpunten worden, dingen die ik te lijf moet gaan om het kwaad af te wenden. Ik ervaar mijn leven als zwemmen, iets wat ik moest leren om niet te verdrinken, maar ik had angst voor water. Door te moeten zwemmen ontstond er een vijand. Dus het is alsof ik zwem en dat gaat goed totdat de golven te hoog worden, ik teveel water binnen krijg en het water mijn vijand wordt. Dan weet ik niet meer wat ik moet doen, het wordt blanco en ik zink in een apathische houding.

Ook nu hebben wij als gezin veel op ons bordje aan zaken waar we in kringetjes in blijven ronddraaien, waardoor ik het allang niet meer zie als een uitdaging. Ik wil eruit ontsnappen, ik ben de strijd moe, er komt toch geen verandering en ik kan ook geen oplossingen meer zien. Het wordt blanco/apathisch en ik wens dat het weggaat en er niet meer is als ik wakker wordt.

Ondanks dat wij veel pech hebben in ons leven als gezin ervaar ik mijn leven gek genoeg niet als een drama, terwijl het ene drama het andere opvolgt of eruit voortvloeit. Ik vroeg aan mijzelf of ik vond dat ik zielig ben. En het eerste dat in mij opkwam was: doe niet zo gek natuurlijk niet, moet je eens zien wat je allemaal wel niet hebt in je leven. Toen ik mij echter bewust werd van mijzelf en mijn fysieke lichaam en de vraag nogmaals stelde, voelde het zwaar en voelde ik emoties opkomen, ik werd overspoeld door een gevoel van medelijden met mijzelf. Ja ik vind mijzelf zielig en voel mij het slachtoffer van mijn eigen leven.

Dit is een interessant gegeven dat ik mij dus in feite slachtoffer voel van mijzelf/mijn leven, want mijn eigen leven is een product van mijzelf. Ik besluit dat uitdagingen in mij of in mijn wereld mij aansturen en ga niet in mijn eigen kracht staan om mijzelf uit te dagen de uitdaging aan te gaan en het niet te ervaren als een moeten, als iets dat mij opgelegd word. Geen wonder dat alles zwaar en een strijd is wanneer ik niet het heft zelf in handen heb of neem. Het is inderdaad een patroon geworden in het moment dat ik besloot niet meer te vechten tegen het moeten als kind, als het teveel wordt sluit ik mijn ogen en oren en zink weg in mijn ‘geest’ om met een knoop in mijn maag weer terug in de realiteit te komen en te zien dat er niets is veranderd. Er is niets veranderd omdat ik niets heb veranderd.

Ooit werd mijn wil gebroken als klein kind, dat deed men dat was opvoeding in de jaren 60/70, maar er werd niets gebroken er ging iets vervelends ondergronds. Het lieve kind wat gemaakt werd door de wil te breken kreeg een andere kant, die de wil om ‘niets te moeten’ leefde op de achtergrond, bij alles wat ik slikte/accepteerde. Ik ontwikkelde een patroon waarin ik machteloos reageerde en niet in mijn kracht ging staan, terwijl ik mij binnenin mijzelf het slachtoffer voelde en een automatisme ontwikkelde in het stellen van vragen over waarom dit mij overkwam en waarom ik dit moest doen. Binnenin mij wilde ik niet braaf en aangepast zijn, ik wilde zijn wie ik was als kind, dus werd ik ik de rebel van binnen die nooit verder kwam dan protesteren over hetgeen ik moest doen of wat mij overkwam. Tegelijkertijd ervoer ik mijzelf als verliezer en slachtoffer, maar van buiten bleef ik positief en in de illusie dat ik de touwtjes in handen had. Ik zeg niet voor niets een illusie, want mijn hele leven voel ik angst als ik denk niet meer de controle over mijzelf te hebben. Als tiener dronk ik geen alcohol en werd niet dronken ook drugs liet ik voor wat het was, ik was een braaf kind, of was ik een bang kind dat de wil gebroken was en dacht controle over mijzelf te moeten hebben alsof dat het in mijn kracht staan was en mijzelf aansturen.

Een lange periode waarin ik erg angstig voor insecten was, zei ik dingen als: ik heb die vliegen niet uitgenodigd, wat doen ze hier. Wat duidelijk mij als een slachtoffer benadrukte. Ik zei dit op een grappige manier, maar de boodschap was gemeend. Dit volgt precies het patroon van ik wil dit nu niet, waarom overkomt mij dit en waarom is dit hier. Het omgaan met deze angst was een uitdaging, maar ik daagde mijzelf niet uit om dit op te lossen. Ik onder ging het en had medelijden met mijzelf als ik niet kon genieten van het buiten zijn door mijn angst voor insecten. Pas toen ik snapte hoe ik deze angst kon vergeven en hoe ik mijzelf kon corrigeren, verdween deze angst en zag ik dat een angst geen feitelijkheid was, maar iets van tijdelijke aard gecreëerd door de ‘geest’ en mijn acceptatie daarvan.

Dus om mijn elleboog weer pijnloos te krijgen zal ik het één en ander moeten gaan doorlopen, maar dan een moeten dat ik mijzelf opleg uit liefde voor mijzelf en niet om mijzelf te onderdrukken. Dit patroon is ontstaan dus kan ook weer opgeruimd worden, net als het zielige personage dat voor lang een coping mechanisme is geweest, maar nu geen dienst meer hoeft te doen, zodra ik mijn kracht weer terug kan pakken.

In mijn volgende blog zal ik de zelfvergevingen en zelfcorrecties uitschrijven.

Dag 166 van 2555; OMG vrije tijd

equal money capitalismMorgen moet de auto naar de garage om wat kleine reparaties te laten, doen zodat hij op Nederlands kenteken kan, om zo verder te bekijken of wij hem verkopen of nog aanhouden. Mijn partner en ik hebben besloten om dat bij onze oude garage te doen die inmiddels een uur rijden van onze nieuwe woonplaats af is. Dit was mijn eerste garage waar ik mijn eerste auto kocht toen ik een baan kreeg en door het land moest reizen naar mijn cliënten. Tot aan mijn emigratie ben ik deze garage trouw gebleven, een familiebedrijf, simpelweg omdat zij mij ook trouw bleven en niet besodemieterden. Iets wat een tweede natuur van garages lijkt te zijn. Zelfs toen we onze KIA in Italië niet op Italiaans kenteken kregen, verkochten wij hem aan deze garage in Nederland. Er is dus een vertrouwensband gestoeld op de fysieke realiteit.

 

Dus morgen gaan we met z’n tweeën naar de garage waar we een leenauto krijgen om de dag stuk te maken om vervolgens aan het einde van de dag onze eigen auto weer op te halen. Toen rees de vraag; wat doen we die dag? Een dag uit het stramien van alle dag en mijn hoofd is blanco. Het wordt een koude dag, dus de hele dag buiten slenteren of een stad als Amsterdam bezoeken is niet echt heel erg aantrekkelijk. En wat wil ik daar? Winkels kijken? Er gaat meteen door mij heen: wat zonde van de tijd. We moeten wel even naar een colbertje kijken voor mijn partner, omdat zijn werk dat op dit moment vraagt. Dus dat is een tastbaar doel en dan? Ik ken dat wel, je even onzeker /ontworteld voelen/wanen wanneer je niet je vertrouwde dingen doet , wat vakantie b.v. voor mij ook niet altijd aantrekkelijk maakt. Mijn dagen zijn niet zo gestressed dat ik er een breakje van moet nemen. Als ik even wat anders wil doen of even wil ontspannen dan zoek ik die activiteit uit die mij dat biedt. Op vakantie heb ik al die zaken niet bij mij, die ik dan graag zou willen doen en op vakantie doe je dingen met elkaar anders had je wel in je eentje kunnen gaan.

 

Maar dat alles beantwoord mijn vraag niet. Wat zullen we morgen doen? Wat moeten we eten? We zijn nog altijd gluten/gist/suiker/koemelk/koffie/thee vrij, dus dat is niet makkelijk even een broodje bestellen. Ik weet het niet, werkelijk niet. Ik zal het wel zien en in het moment bepalen, maar dat voelt als geen zelfverantwoordelijkheid nemen, maar ja moet ik voelen serieus in overweging nemen? Want dat is wat ik zei, het voelt als… Het lijkt erop dat het een leuk idee leek een dagje vrij er tussenuit, maar naarmate het reëler wordt begin ik zo mijn twijfels te hebben of ik er behoefte aan heb. Het werd geboren uit het idee dat mijn partner vroeg of ik mee wilde met hem, aangezien hij dit met de auto op zich had genomen. Ik vond het niet leuk voor hem om een hele dag alleen stuk te maken dus zei ik ja om mee te gaan, maar realiseerde mij niet hoe ik zou reageren op een dagje vrij. Ik schoof dat voor mij uit, tot het moment dat mijn partner zei; wat zullen we morgen gaan doen? En toen werd het leeg en had ik geen idee.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om vrije tijd te creëren door toezeggingen te doen aan een ander vanuit het perspectief ‘dat is zielig voor de ander’.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet te weten wat ik met deze zelf gecreëerde vrije tijd aan moet die als een voortvloeisel/consequentie zich nu aan mij aandient.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de vrije tijd die zich nu aandient in afscheiding van mijzelf te zien terwijl ik het als consequentie creëerde.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geen zelfverantwoordelijkheid voor deze zelf gecreëerde consequentie te willen nemen door blanco te zijn in mijn geest en niet te weten wat te doen met een dagje vrij.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om het dagje vrij in combinatie met een bezoek aan de garage als een beperking te ervaren die ontstond toen ik een keuze maakte maar de consequentie ervan niet wilde accepteren.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat mijn lege hoofd het gevolg is van geen zelfverantwoordelijkheid te willen nemen en nu als een excuus door mij naar voren te worden geduwd.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat wanneer mijn startpunt vanuit zelfoneerlijkheid is genomen, door het honoreren van een gevoel als ‘dat is zielig voor mijn partner’, de uitvoering of uitwerking automatisch frictie oplevert wanneer ik daarbinnen zelfoprecht wil zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te laten verleiden tot het zijn van een meelevende en sociale partner om zo als goed te worden gezien en ervaren te worden door mijn partner.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat het gaan staan in de schoenen van mijn partner een ander startpunt had opgeleverd en ik dan had kunnen zien dat mijn partner het gezellig vindt om samen een dagje door te brengen en dus vraagt of ik met hem mee ga, waardoor er geen krampachtig pleasen in het startpunt had gezeten en ik inderdaad in het moment had kunnen zijn en beslissen wat te doen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik mijn startpunt kan veranderen nu ik heb gezien dat het een zelfoneerlijke beslissing was en alleen maar frictie oplevert in mijn geest en mij gevoelens oplevert en mogelijkerwijs ook back chats wanneer ik dit proces doorloop vanuit zelfoneerlijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn startpunt niet in ogenschouw te nemen maar mij in plaats daarvan te concentreren op de zelf gecreëerde consequenties en gevoelens te creëren van niet meer terug kunnen en angst voor gezichtsverlies.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat alles met een startpunt begint en alles een start heeft en krijgt doordat ik dat aanstuur in zelfoprechtheid of zelfoneerlijkheid ende enige manier om iets bij te sturen is het terug gaan naar het startpunt om het opnieuw te doorlopen op een manier die het beste is voor iedereen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn gezichtsverlies te lijden en mij niet te realiseren dat het de angst is om gesnapt te worden met zelfoneerlijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn vrije dag in het kader van een ander te zetten en mijzelf buiten beschouwing te houden door mee te gaan met mijn partner uit medelijden en zo niet voor mijzelf te zorgen in het belang van een ieder.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik ook in de optelsom hoor wanneer mijn partner en ik samen een dagje vrij besteden en het beleven van zo’n dag in separatie van mijzelf zal alleen maar frictie opleveren en een geest die vecht voor zijn recht binnen dit alles vanuit een punt van eigenbelang.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat mijn geest denkt in ‘ik’ en dat wanneer ik vanuit zelfoneerlijkheid een onecht ‘wij’ creëer dan zal mijn geest/ego in opstand komen met gevoelens van ‘dit wil ik niet’ uit angst van mijn geest om niet langer te kunnen bestaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niette realiseren dat ik een ‘wij’ creëerde binnen het punt van vrije tijd, vanuit separatie en mijn geest even gek dacht te worden en terug vocht om het ‘ik’ te behouden waar het zo aan gehecht is.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn startpunt te veranderen binnen dit punt van een dagje vrij en weg met mijn partner, en het te veranderen in een startpunt van een moment/dag met elkaar doorbrengen en genieten van elkaars gezelschap als het verlengde van ‘ik’ wat dan automatisch ‘wij’ wordt.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet toe te staan en te accepteren dat mijn geest vanuit eigenbelang/egoïsme handelt en mij dit probeert aan te praten.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om altijd eerst naar mijn startpunt te kijken en niet mijn zelf gecreëerde consequenties als oorzaak te zien van een geaccumuleerde situatie.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij niet af te scheiden van mijzelf en gevoelens niet de overhand te laten nemen waardoor ik de handdoek in de ring gooi en geen zelfverantwoordelijkheid meer wil nemen.

Dag 165 van 2555; een schreeuw in de woestijn

equal money capitalismEen schreeuw in de woestijn, is dat gevoel wat mij zo nu en dan overvalt, dat ik niet gehoord of gezien wordt. Het is geen drang naar aandacht, maar meer een opgesloten gevoel dat alles wat ik probeer zoals het naar buiten toe uitreiken niet wordt opgepikt. Ik merk dingen op die anderen niet opmerken, ik zet dingen op die vervolgens veel tijd nodig hebben om een beetje aan te slaan. Dus wat wil ik nou en waar bevindt zich die woestijn. Je raad het waarschijnlijk al, het is de schreeuw van de geest die mij wil doen geloven dat ik niet wordt gehoord. Wanneer ik namelijk in mijn geest schreeuw dan is die ‘woestijn’ niet zo erg groot, laten we zeggen een voetbal inhoud groot. Dit zij momenten dat ik mijzelf gevangen houd in mijn geest en inderdaad bang ben om niet gehoord te worden en niets voor elkaar te krijgen. Terwijl ik ook kan verkiezen voor de schreeuw van de leeuw en in mijn kracht te gaan staan in zelfoprechtheid. Dan bulder ik, niet om aandacht maar omdat ik het kan en weet dat ik sta.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mee te gaan op een gevoel terwijl ik weet  dat gevoelens van de geest zijn en mij een rad draaien voor de ogen en mij alleen maar de consequentie sfeer intrekken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de verleiding niet te kunnen weerstaan om op een gevoel mee te drijven en even mijzelf zielig te vinden

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat terwijl ik ronddrijf op een gedachte in mijn geest ik effectiever in mijn fysieke realiteit had kunnen zijn door simpelweg aanwezig te zijn in het hier en nu.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om geest realiteit boven fysieke realiteit te verkiezen en het even heerlijk te vinden om mijzelf als zielig te zien.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een klopje op mijn schouder nodig te hebben en dit aanpak door mijn geest in te schakelen in plaats van te zien wat ik doe in mijn fysieke realiteit en hoe mij dat zou kunnen aansporen om tevreden te zijn met mijzelf zoals ik ben en bezig ben.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om niet de schreeuw van de leeuw te willen zijn, maar liever mijzelf zielig te vinden in de woestijn van mijn geest en te roepen in het niets.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om te roepen in het niets en niet meer te horen wat er daadwerkelijk zich afspeelt in mijn fysieke realiteit.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om ondanks dat ik weet dat het roepen in de woestijn een vorm van terug trekken is en geen zelfverantwoordelijkheid nemen is ik toch af en toe de verleiding niet kan weerstaan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat de kracht in mij zoveel groter is dan ik mij wil realiseren, want als ik het mij realiseer dan moet ik er ook mijn zelfverantwoordelijkheid voor nemen en dan komt de angst omhoog of ik dat wel aankan.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat ik mijn eigen volle potentieel niet aankan en er geen zelfverantwoordelijkheid voor durf te nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de kracht in mij te zien, maar er niet altijd wat mee te doen enzo dus mijn eigen bronnen uitdroog.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om excuses te bedenken waarom ik beter in de geest ka schuilen en zeuren en jammeren dan de kracht in mij te omarmen in zelfoprechtheid en het te sturen in het belang van een ieder.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om voor de volle 100% te staan en dat mijn ondergang te laten zijn.

 

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te stoppen met het meegaan in deze gevoelens van schreeuwen in de woestijn.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om niet bang te zijn voor de kracht in mijzelf in zelfoprechtheid en het stapje voor stapje te nemen om te zien dat er geen reden tot angst is binnenmijn fysieke realiteit.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de brul/kracht/stem te zijn voor allen die de brul/kracht/stem niet hebben door hun positie in de wereld en zo mijn zelfverantwoordelijkheid te nemen.