Dag 277 van 2555: woorden – dimensie – interpersoonlijk

basisinkomengarantieWaar ik in mijn vorige blog de betekenis van het woord ‘dimensie’ heb opgezocht en mijn persoonlijke betekenis van het woord in kaart heb gebracht. Gebruik ik in deze blog, die betekenis gevormd door associaties, herinneringen, emoties en gevoelens, om te zien wat mijn zelfdefinitie door dit woord ‘dimensie’ voor gevolgen heeft gehad op mijn interpersoonlijke relaties.

 

Uiteindelijk kreeg het woord ‘dimensie’ in zijn betekenis een tweedeling voor mij, enerzijds een met twee voeten op de grond betekenis en anderzijds een zweverige/wollige betekenis. Wat er gebeurde binnen mijn interpersoonlijke relaties was dat ik de persoon beoordeelde/indeelde in één van deze groepen binnen het moment van interactie. Dingen als: ‘nee, dat is veel te zweverig hoe die persoon hierover praat” of “ja dat is met twee benen op de vloer, zo is het”. Dus de mensen die mijn favoriete betekenis van het woord ‘dimensie’ verwoorden of gebruikten die zag ik als volwaardig en als iemand om naar te luisteren en mee in gesprek te gaan. Zij bevestigden mijn wereld die ik had gecreëerd rondom het woord ‘dimensie’. Soms voelde ik zelfs aversie tegenover deze zweverige manier van praten. Het komt er dus op neer dat ik de mensen in mijn wereld niet zag voor wie ze zijn maar ze gebruikte om mijn zelfgecreëerde wereld te bevestigen. Deden ze dit niet dan waren ze in dat moment niet van waarde voor mij. Dit is even heel erg uitvergroot, maar daar komt het wel op neer.

 

Ik limiteerde zo mijn omgang met anderen en zelfs teksten die ik las geschreven door organisaties of anderen, las ik niet verder omdat ik het een dood spoor vond. Ik kon niet verder dan de betekenis van het woord kijken dan de betekenis gekoppeld aan mijn associaties, die voortkomen uit de tijd dat ik zelf spiritueel op zoek was. Ik heb vrij abrupt gebroken met het spirituele, toen ik inzag dat dit mij nergens zou brengen. Wat mijn reactieve manier van omgaan met de zweverige kant van het woord ‘dimensie’ kan verklaren. De angst dat b.v. mijn proces te zweverig is wanneer ik het woord ‘dimensie’ gebruik en ik zo in relatie tot anderen mogelijkerwijs zou communiceren dat mijn huidige proces zweverig is. En dat is het tegenovergestelde van wat ik wil communiceren, waardoor hier de polariteit van zweverig – geaard doorschemert. Wat maakt dat ik niet graag met zweverige mensen in gesprek ga, omwille van de ervaring dat er niet doorheen te breken is, om überhaupt een geaard gesprek te hebben. Waarbij ik gemakshalve vergeet dat ik in mijn zweverige periode op een bepaald moment ook met gezond verstand kon zien dat spiritualiteit niets verandert aan de situatie in de wereld. Dus ik ontneem hierbij de ander de kans om met een ander in gesprek te komen die de dingen op een andere wijze ziet, wat voor beide partijen wel verfrissend kan zijn.

 

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om twee werelden te creëren waar het woord ‘dimensie’ deel van mijn realiteit uitmaakt.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie deelnemen in het indelen van mijn wereld aan de hand van betekenissen/associaties van woorden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mijzelf dat ik zo verder van de realiteit afraak en mij separeer van mijn werkelijkheid door het najagen van betekenissen gevoed door emoties/gevoelens. Ik stop het indelen en stel mijzelf opnieuw één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om een alarmbel te laten afgaan wanneer ik mijzelf mijn wereld zie indelen aan de hand van de ‘geest’ betekenis van woorden en zo verder verstrikt te raken in de ‘geest’ in plaats van hier te zijn in de fysieke realiteit als het fysieke en met het fysieke.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de geaarde wereld van het woord ‘dimensie’ als positief te bestempelen en als de waarheid.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie deelnemen in het positief labelen van de betekenis/associaties van woorden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mijzelf dat ik hiermee deel neem aan een polariteit waar de uitkomst duidelijk van mag zijn en niets toevoegt aan de werkelijke betekenis van het woord. Ik stop het positief labelen en stel mijzelf opnieuw één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om woorden naast ze te voorzien van betekenissen gebaseerd op associaties/gevoelens/emoties niet ook nog eens in te delen in positieve woorden om zo een goed gevoel te kweken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de zweverige wereld van het woord ‘dimensie’ als negatief te bestempelen en als een dwaalspoor te zien.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie deelnemen in het negatief labelen van de betekenis/associaties van woorden, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mijzelf dat ik deelneem in een polariteit en dat waar ik angst voor heb af probeer te houden door naar de positieve pool te vluchten en het negatieve zodoende als een dwaalspoor te zien. Ik stop het negatief labelen en stel mijzelf opnieuw één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om woorden naast ze te voorzien van betekenissen gebaseerd op associaties/gevoelens/emoties niet ook nog eens in te delen in negatieve woorden om zo het negatieve af te wenden en niet mijn angst voor het zweverige bewaarheid te zien worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om personen te veroordelen/beoordelen die het woord ‘dimensie’ zweverig gebruiken en niets met ze te maken wil hebben.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie deelnemen in het veroordelen van anderen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mijzelf dat ik het zweverige veroordeel omdat ik daar zelf een angst heb liggen en daar niet in mee gezogen wil worden. Ik stop het veroordelen en stel mijzelf opnieuw één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om alvorens ik de ander veroordeel/beoordeel eerst in mijzelf te kijken wat er zoveel reactie in mij teweeg brengt door de ander als mijn spiegel.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijn wereld/mijzelf positief te laten bevestigen door de personen die hetzelfde dachten over het woord ‘dimensie’ als ik zelf.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie deelnemen in positief bevestigen van mijn wereld door anderen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mijzelf dat ik bijstand van buitenaf zoek omdat ik weet dat ik niet kan staan als de betekenis van dit woord omdat het geen levend woord is. Ik stop het positief bevestigt willen worden en stel mijzelf opnieuw één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de kracht om mijzelf te bevestigen ook daadwerkelijk uit mijzelf te halen en dat te doen met levende woorden om mij zo niet verder in een neergaande spiraal met consequenties te duwen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om aversie te voelen tegen een zweverige manier van doen door anderen.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie deelnemen in negatieve gevoelens jegens anderen, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mijzelf dat ik die negatieve gevoelens opvoer om mijn eigen angst niet onder ogen te hoeven zien. Ik stop het deelnemen in negatieve gevoelens jegens anderen en stel mijzelf opnieuw één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om in te zien dat aversie mij niet uit het daadwerkelijke probleem gaat helpen van angst voor het niet goed doorlopen van mijn proces als het te zweverig is.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf te limiteren in mijn interacties met anderen door één woord dat ik het liefst op één manier wilde interpreteren om mijzelf zo veilig te voelen en mijn zelf gecreëerde wereld overeind te houden.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie deelnemen in limitatie door de betekenis van een woord, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mijzelf dat ik terug naar de basis moet en de betekenis van het woord moet herzien om zo de limitatie op te heffen. Ik stop het limiteren en stel mijzelf opnieuw één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat ik de limitatie opwerp en dus ook de limitatie weg kan halen door mijn woord betekenis te herzien.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om reactief te zijn bij het woord zweverig in relatie tot het woord ‘dimensie’.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie deelnemen in reactief gedrag, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mijzelf dat ik niet in het hier en nu ben en dus ook niet op een heldere manier kan kijken naar waar ik mijzelf instort. Ik stop het reageren en stel mijzelf opnieuw één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn reactie bij het woord ‘zweverig’ helder te krijgen om zo geen reactie meer nodig te hebben om met dit woord om te kunnen gaan, maar het woord mij te laten ondersteunen in mijn tocht naar leven als het levende woord.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om angst te hebben dat mijn proces zweverig is en daarmee niet goed en voor niets.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie deelnemen in angst voor het mislukken van mijn proces, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mijzelf dat ik deze angst in het leven roep als een survival middel van mijn ego die niet gebaat is bij mijn proces. Ik stop de angst en stel mijzelf opnieuw één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijzelf niet te entertainen met de vraag of mijn proces voor niets is of niet goed, maar simpelweg het proces te doorlopen in elk moment en elke adem.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om zweverige personen uit te sluiten uit mijn wereld om zo niet met mijn angst geconfronteerd te worden dat zweverigheid niets goeds oplevert dan ellende.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie deelnemen in het uitsluiten van personen uit mijn realiteit, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mijzelf dat ik niets kan uitsluiten uit mijn realiteit en dat zelfs separatie mij niet kan helpen om mijzelf uit te sluiten van mijn werkelijkheid. Ik stop het uitsluiten van personen en stel mijzelf opnieuw één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om te zien/realiseren/begrijpen dat ik mijzelf kan separeren van mijn werkelijkheid, maar dat dit alleen maar gaat over het niet participeren in mijn werkelijkheid en het observeren van  mijn werkelijkheid, maar zolang ik hier op aarde in het fysieke ben, ben ik in de fysieke werkelijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om spijt te hebben dat ik kansen en ontmoetingen heb gemist met mensen door de betekenis/associatie die ik aan het woord ‘dimensie’ heb gegeven.

 

Wanneer en als ik mijzelf zie deelnemen in spijt, dan stop ik en haal ik adem. Ik realiseer mijzelf dat spijt de klok niet kan terug draaien, maar wel een nieuwe toekomst kan helpen uitstippelen. Ik stop de spijt en stel mijzelf opnieuw één en gelijk aan het leven.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn spijt te gebruiken als startpunt om te zien dat er iets moet veranderen, waarbij vervolgens verandering van dat wat niet functioneert als startpunt verder gaat om zo de betekenis van het woord ‘dimensie’ te herzien in een levend woord in het belang van een ieder.

Dag 198 van 2555; het “ik word nooit boos” personage

equal money capitalismVandaag schrijf ik over het personage dat nooit boos wordt, nadat ik gisteren schreef over mijn onderdrukte en opnieuw gelabelde boosheid/woede in acceptabel gedrag. Door met dit punt bezig te zijn zag ik dat ik een personage aanneem wat mij als het ware een vrijbrief geeft om boosheid niet te hoeven voelen/erkennen en dus geen zelfverantwoordelijkheid daarvoor hoef te nemen. Daarnaast is dit een personage waarvan ik denk dat het zeer gewaardeerd wordt door anderen, het geeft een stabiel beeld van mij en mensen weten dan wat ze aan mij hebben en hoeven geen angst voor mijn woede uitbarstingen te hebben. Echter dit is een beeld wat ik schets dat ik graag in de ander zou zien, stabiel en geen angst voor woede uitbarstingen. Dus eigenlijk probeer ik dat te zijn wat ik graag in de ander zie, wat vervolgens is verworden tot een personage.

 

Probleem:

Ik neem een personage aan om zo geen boosheid/woede hoef te voelen en zelfverantwoordelijkheid voor hoef te nemen.

 

Oplossing:

Zien/begrijpen/realiseren dat ik ‘niet boos ben’ vanuit een personage dat alleen getriggert wordt wanneer ik boosheid/woede voel, maar dit direct onderdruk. Dus de boosheid erkennen en zelfverantwoordelijkheid voor nemen door het te corrigeren.

 

Beloning:

Stabieler kunnen zijn binnen het punt van boosheid/woede door mijn personage los te laten en niet meer nodig te hebben als afweermechanisme en vervolgens de boosheid onder ogen te durven zien.

 

Angst dimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn om boos te zijn en boosheid/woede te voelen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om om angst te hebben om anderen van mij te verwijderen wanneer ik boosheid/woede toon en mij niet te realiseren dat ik mij van mijzelf verwijder door de boosheid/woede te onderdrukken.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn dat boosheid /woede mij als mens overneemt en uit voorzorg en angst dit personage te hebben ontwikkelt van nooit boos worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om bang te zijn voor een onstabiele versie van mijzelf wanneer ik de boosheid/woede toelaat.

 

Gedachten dimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf in de geest te zien schreeuwen naar de ander waar ik boos op ben en dit veilig tussen de muren van de geest te houden als een soort klein geheimpje tussen mij en mijn geest.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om wel boos te kunnen zijn in mijn geest, maar dat afgescheiden van mijn fysieke werkelijkheid te zien waar ik boosheid onderdruk alsof het daar niet thuis hoort terwijl de trigger mijn fysieke werkelijkheid is.

 

Back chat dimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om hatelijkheden over de ander/een situatie te hebben in mijn geest naar aanleiding van boosheid/woede jegens de ander/de situatie.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de hatelijkheden geboren uit de onderdrukte boosheid/woede door te laten woekeren in mijn geest en een eigen leven te laten leiden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om deze hatelijkheden als een werkelijkheid te gaan zien en de ander/de situatie vervolgens af te meten aan mijn opinies ontsprongen aan de hatelijkheden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om de ander/de situatie niet meer los te kunnen bezien van de hatelijkheden die als een waarheid zijn geworden in mijn geest.

 

Verbeelding dimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om in mijn verbeelding in de geest korte metten met de ander te maken en mij niet te realiseren dat ik in de geest altijd de sterkste ben en de winnaar.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik een eigen wereld creëer in mijn geest waar ik geen problemen met boosheid/woede heb en niet te zien dat ik het probleem bij zijn oorsprong moet aanpakken in mijn fysieke werkelijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat mijn geest geen veilige plek is om met boosheid/woede te experimenteren en daardoor niet te zien dat ik het beste in mijn fysieke werkelijkheid boosheid kan aanpakken en mijzelf aan te sturen in plaats van aangestuurd te worden door de energie van boosheid/woede in mijn geest.

 

Gevoel dimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij de winnaar te voelen wanneer ik dit personage van niet boos worden aanneem.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij meer te voelen dan ik weet dat ik ben door te denken dat ik ‘on top of’ de boosheid/woede ben en mij niet te realiseren wat er allemaal woekert binnenin mij.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf goed te voelen voor het niet aanwezig zijn van boosheid/woede in mijn fysieke werkelijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf in een andere wereld te voelen wanneer ik boosheid/woede onderdruk en dit fijn te vinden als een soort van ontsnappen aan iets ergs.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij het tegenovergestelde te voelen van wat er eigenlijk gaande is in mijn geest en wat er getriggert wordt in mijn fysieke werkelijkheid.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om eenonverschilligheid naar de persoon/de situatie te voelen wanneer ik niet boos wordt in mijn fysieke werkelijkheid maar wel in mijn geest.

 

Fysieke dimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mijzelf zweverig te voelen wanneer ik mij terug trek in dit personage van niet boos worden, wat duidelijk aangeeft dat ik in de geest mij terug trek.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om algehele doofheid te voelen inmijn lijf wanneer ik besluit niet boos te zijn.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om een apathie te beleven wanneer ik mij terug trek in mijn geest en niet boos lijk te zijn in mijn fysieke werkelijkheid.

 

Consequentie dimensie:

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat ik in separatie met mijzelf ben wanneer ik mij ontpop tot dit personage van niet boos worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren wat deze woekerende boosheid/woede in mij als vleselijk lijf doet en dit van mij af te schuiven door geen zelfverantwoordelijkheid hiervoor te nemen.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat de drang naar stabiliteit voortkomt vanuit mijn jeugd waar ik mijn vader zijn woede uitbarstingen als onstabiel en onberekenbaar beschouwde wat koste wat kost vermeden moest worden.

 

Ik vergeef mijzelf dat ik heb geaccepteerd en toegestaan om mij niet te realiseren dat geen angst voor anderen hun boosheid/woede te willen ervaren voort komt uit het feit dat ik dat niet van mijzelf wil/durf t erevaren en daarvoor een overlevingsstrategie heb ontworpen in de vorm van een personage.

 

Wanner en als ik mij zie glijden in het personage van niet boos worden dan stop ik en adem ik. Ik realiseer mij dat ik in dat moment boosheid/woede onderdruk dat zal gaan uitspelen in mijn geest waar ik mij als winnaar ervaar voor het niet boos worden in mijn fysieke werkelijkheid. Ik stop dit patroon van onderdrukken en kijk de boosheid/woede in de ogen om het zo aan te sturen dat het een volgende keer voorkomen kan worden. Ik haal diep adem en ga vooruit.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mij doormiddel van het ‘ik word nooit boos’ personage niet meer te onttrekken aan het voelen van boosheid/woede in mijn fysieke werkelijkheid en dit personage te gebruiken voor het niet nemen van mijn zelfverantwoordelijkheid.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om het personage van nooit boos worden los te laten en te zien/realiseren/begrijpen dat het niet meer nodig is om in stand te houden.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om de boosheid/woede onder ogen te zien van maakt dat ik het kan opruimen en daadkracht behoud waardoor ik stabiel en objectief kan zijn ten opzichte van deze emoties.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om boosheid/woede niet naar binnen te laten gaan als een emotie gedreven door energie.

 

Ik ga met mijzelf de verbintenis aan om mijn afhankelijkheid van de energie van boosheid/woede die ik in het geheim in de geest blijf herhalen te stoppen.